DIKSHONARIO


PAPIAMENTO - HULANDES


PA H. J. de Beijer


De auteur verzoekt dringend deze woordenlijst noch geheel noch gedeeltelijk te copiëren of anderszins te vermenigvuldigen en/of te verspreiden, dan alleen voor eigen gebruik.


OPMERKINGEN:


      1 - De woordenlijst Papiaments-Nederlands bevat meer dan achtduizend van de meest voorkomende woorden met bijbehorende spreekwoorden, gezegden n uitdrukkingen. Daarbij dient men te bedenken dat het Papiaments zeer veel homoniemen kent, die steeds slechts één ingang hebben, zodat het werkelijke aantal afzonderlijke woorden aanzienlijk groter is.

      2 - De alfabetische volgorde houdt in dat geaccentueerde letters gewoon tussen de niet-geaccentueerde staan. Echter, bij gebruik van het zoekcommando (ctrl-f) maakt de volgorde niet uit.

      3 - Er zijn slechts weinig bijwoorden met de uitgang "-mente" opgenomen. Men kan ze zelf vormen door aanhechting van "-mente" aan het bijvoeglijke naamwoord. Bedenk daarbij dat bijvoeglijke naamwoorden eindigend op "-o" de slot"-o" veranderen in "a" bij het aanhechten van "-mente".

      4 - Ook zeer vele gesubstantiveerde werkwoorden door aan hechting van de uitgang "-mento" zijn ter besparing van ruimte niet opgenomen. Men kan ze zelf vormen. Vrijwel alle werkwoorden (op hulpwerkwoorden na en op de meeste werkwoorden na, die al een zelfstandige naamwoordsvorm hebben op "-shon" kunnen op die manier gesubstantiveerd worden. Bijv. "kombatí = bestrijden", "kombatimento = bestrijding". (In slecht papiaments wordt vaak:" -miento" aangehecht i.p.v. ' -mento".)

      5 - Zo ook kan men zelf woorden vormen die degene die iets doet of maakt, of datgene wat iets doet aangeven, door aan het werkwoord de uitgang "-dó" te hechten. Bijvoorbeeld: "hasi" = doen, maken. Een "hasidó" is dus een "doener" of "maker". "Sende" = aansteken; een "sendedó" is dus een "aansteker". Soms bestaat er echter een afwijkende vorm, aan het Spaans ontleend, zoals: "defensor" = verdediger. In dat geval kan niet ook nog een vorm op "-dó" gemaakt worden. (Merk op, dat bij het aanhechten van "mento" of "dó" van een eventueel geaccentueerde slotklinker het accent vervalt.)

      6 - Het is mogelijk dat men tevergeefs zoekt naar woorden die eindigen op "u". Vervang dan "u" (Curaçaos en Bonairiaans!) door "o" (Arubaans!). Zo ook woorden op: "or". Zoek dan hetzelfde woord, maar vervang "or" door "ó". Veel van de vormen op "or" zijn wat verouderd maar worden door velen nog gebruikt.

      7 - Ook de onfatsoenlijke woorden zijn opgenomen, omdat voor de niet-papiaments sprekende niet altijd duidelijk is uit het gehoorde gebruik, dat deze woorden onbehoorlijk zijn. Indien achter de vertaling niet vermeld wordt, dat ze vulgair zijn, komt de gevoelswaarde van de vertaling met het papiamentse woord overeen. Ook een aantal veelvoorkomende afkortingen zijn opgenomen, steeds in hoofdletters.

      8 - De woordsoorten zijn niet aangegeven, als het vanzelfsprekend is, om welke woordsoort het gaat. Zo niet, dan zijn ze aangegeven met de onderstaande afkortingen tussen rechte haakjes. []

     9 - Ten overvloede: de gebruikte spelling is de fonologische, omdat daarin de uitspraak het dichtst bij de schrijfwijze staat. Men kan zelf gemakkelijk niet fonologisch gespelde woorden omzetten, door "c" te vervangen door respectievelijk "k" of "s" en "si" of "ci" door "sh", hoewel dit laatste niet in alle gevallen. Bovendien moet men vaak een "v" vervangen door "b" en "z" door "s". In de traditionalistische spelling die op Aruba gebruikelijk is worden geen accenttekens gebruikt.

      10 - Als de computer is ingesteld op internationaal toetsenbord, kan de dode toets functie gebruikt worden voor het vermen van de geaccentueerde tekens. D.w.z. men tikt eerst het accent, direct gevolgd door de letter, dus voor accent aigu: ' +klinker; voor accent grave ` +klinker; voor trema " +klinker; voor tilde: ~ + n of N; voor cédille: '+c of C. Zo niet dan kunnen ze gevormd worden door de ALT-toets ingedrukt te houden en op het numerieke toetsenbord de zogeheten ASCII-waarde aan te geven. De ASCII-waarden zijn als volgt:
@ á = 160; é = 130; í = 161; ó = 162; ú = 163; è = 138; ò = 149; ù = 151; ë = 137; ï = 139; ü = 129; ñ = 164; Ñ = 165; ç = 135; Ç = 128.

      11 - U kunt het apestaartje (@) gebruiken om met het zoek-commando (ctrl-f) bovenstaande ASCII waarden snel op Uw scherm te krijgen. Om er zeker van te zijn dat U een trefwoord op Uw scherm krijgt, kunt U in het zoekcommando (ctrl-f) het trefwoord altijd vooraf laten gaan door het onderstrepingsteken [ _]. Als U dat nalaat, is de kans groot dat U het gezochte woord in een uitdrukking of spreekwoord vindt. U kunt dan echter, met een herhaal-zoek opdracht de zoektocht voortzetten.

      12 - U kunt ook Nederlandse woorden opzoeken, doch dan moet U de zoekopdracht net zo lang herhalen tot het woord niet meer voorkomt, zodat U alle mogelijke vertalingen van het woord inderdaad vindt. Aangezien de lijst echter uitgaat van het Papiaments, ontbreken veel Nederlandse synoniem- vertalingen.


GEBRUIKTE AFKORTINGEN


          A. = Arubaans
          aanw. = aanwijzend
          alg. = algemeen
          anat. = anatomisch
          astr. = astronomisch
          B. = Bonaire
          betr. = betrekkelijk
          bez. = bezittelijk
          bnw = bijvoeglijk naamwoord
          bw = bijwoord
          C. = Curaçaos
          E. = Engels
          F. = Frans
          fam. = familiair
          fig. = figuurlijk
          fin. = financiën
          fys. = fysica, natuurkunde
          geog. = geografisch
          geol. = geologisch
          gram. = grammatikaal
          id. = idem; hetzelfde.
          jur. = juridisch
          ldw = lidwoord
          mar. = maritiem           med. = medisch
          meetk. = meetkundig
          mil. = militair
          muz. = muziek
          N. = Nederlands
          {ng} = slot-N nasaliseert
          onb. = onbepaald
          ornit = ornithologie, vogelkunde
          P. = Papiaments
          pers. = persoonlijk
          plat = plat
          pol. = politiek
          prot. = ptrotestant
          rkk = rooms katholiek
          S. = Spaans
          sp. = sport
          tlw = telwoord
          tsw = tussenwerpsel
          vero. = verouderd
          vnw = voornaamwoord
          vr. = vragend
          V.T. = verleden tijd
          vulg. = vulgair
          vw = voegwoord
          vz = voorzetsel
          wisk. = wiskundig
          ww = werkwoord
          znw = zelfstandig naamwoord
          ! = liefst niet gebruiken


   _'na = geven (v. duna). 'na m'é! - Geef hier! Dios 'na bida i salú, - bij leven en welzijn.

   _a = [znw] A, a; di a te z. - van a tot z. Esun ku bisa a tin ku bisa b tambe. - wie a zegt moet b zeggen. [ww] verledentijds partikel. [Vzl] op, in, [in Spaanse uitdrukkingen].
   _AAA = Aruba Airport Authority
   _abandoná = opgeven, verlaten, in de steek laten (zie: bandoná)
   _abandonamento = [znw] verlating; achterlating; het in de steek laten.
   _abarká = omvatten; inhouden.
   _abastesé = bevoorraden; toevoeren
   _abastesedó = bevoorrader
   _abastesemento _abastesimento = bevoorrading; toevoer
   _abatí = [ww] neerdrukken, terneerslaan, terneergeslagen zijn; [bnw] terneergeslagen, terneergedrukt, somber
   _abattoir = id.
   _abdiká = troonsafstand doen
   _abdikashon = troonsafstand
   _abeha = [C.] bei, honingbei; [A.] honingbei>
   _abismo = afgrond; ravijn; kloof [ook fig.]
   _abla = spraak; di abla spañó - spaanssprekend
   _ablí = wablief? Watblief? Wat zegt U?
   _abnormal = abnormaal
   _abnormalidat = abnormaliteit
   _abo = jij
   _abolí = afschaffen
   _abolishon = afschaffing
   _abominabel {stomme e} = abominabel
   _aboná = abonneren
   _abonado = abonnee
   _abono = abonnement
   _abortá = aborteren
   _aborto = abortus
   _abou = [vz] onder; beneden; op de grond, vloer; neer-. [bnw] laag. kai abou - neervallen. dal abou - omvallen; neerslaan. basha abou - instorten; afbreken; slopen. tira abou - neergooien. benta abou - neersmijten.
   _abreviá = afkorten
   _abreviashon = afkorting
   _abrupto = abrupt; bruusk
   _absolbé = vrijspreken; [rkk] absolutie geven
   _absolushon = vrijspraak; [rkk] absolutie
   _absolutamente = [bw] absoluut. Absolutamente ku no! - Geen sprake van!
   _absoluto = [bnw] absoluut
   _absolvé = ontslaan (van verplichtingen). [rkk] absolutie geven.
   _absorbá = absorberen, opnemen
   _absorpshon = absorptie, opname
   _abstené = zich onthouden
   _abstenensia = onthoudingt. Día di yuna i abstenensia - vasten- en onthoudingsdag
   _abstrakshon = abstractie
   _ABSTRAKTO = ABSTRACT
   _absurdidat = absurditeit
   _absurdo = absurd
   _abundansia = overvloed. na abundansia - in overvloed.
   _abundante = overvloedig
   _abusá = misbruik maken, zich vergrijpen ( di - aan)
   _abusadó = iemand die misbruik maakt. abusadó di mucha - kindermishandelaar
   _abuzo = misbruik; vergrijp; aanranding
   _adaptá = aanpassen
   _adaptabel {stomme e} = aanpasbaar
   _adaptashon = aanpassing
   _adberbial = bijwoordelijk
   _adberbio = bijwoord
   _adekuá = geschikt, adekwaat; toereikend
   _adekuadamente = [bw] adekwaat, toereikend
   _ademas = bovendien. Ademas, mi ta di opinion,... - Verder ben ik van mening,...
   _adheshon = adhesie
   _adhetibo = bijvoeglijk naamwoord
   _adikshon = verslaving
   _adiktibo = verslavend
   _adikto = [znw] verslaafde. [bnw] verslaafd
   _adishon = toevoeging
   _adishonal = toegevoegd, EXTRA
   _adkirí = verwerven; aanschaffen. derechonan adkirí - verworven rechten
   _adkisishon = verwerving, aanschaf, aanwinst, aquisitie
   _administrá = administreren
   _administradó = administrateur
   _administrashon = administratie
   _administratibo = administratief
   _admirá = bewonderen
   _admirabel {stomme e} = bewonderenswaard(ig)
   _admiradó = bewonderaar, vereerder
   _admirashon = bewondering
   _admishon = 1. toegang; toelating. 2. erkenning, toegeving
   _admisibel {stomme e} = toelaatbaar
   _admisibilidat = toelaatbaarheid
   _admití = 1. toelaten; 2. toegeven, erkennen; ervoor uitkomen
   _adoptá = adopteren
   _adoptabel {stomme e} = adopteerbaar
   _adoptashon = adoptie
   _adorá = aanbidden
   _adorabel {stomme e} = aanbiddelijk
   _adorashon = aanbidding
   _adres = adres
   _adresá = adresseren
   _adulterio = overspel
   _adultero = [znw] overspelige. [bnw] overspelig
   _adulto = [znw] volwassene. [bnw] volwassen
   _advènt = advent
   _adversario = tegenstander
   _adversidat = tegenspoed, rampspoed; tegenstand, tegenwerking.
   _advertensia = waarschuwing
   _advertí = waarschuwen; vermanen
   _aéreo = lucht-, vlieg-. desastre aéreo - vliegramp. sekuestradó aéreo - vliegtuigkaper. sekuestro aéreo - vliegtuigkaping. transporte aéreo - luchtvracht.
   _aeroplano = vliegmachine, vliegtuig
   _aeropuerto = vliegveld
   _af = in: bai af - afgaan, zich ontlasten
   _afan = [znw] verlangen, begeerte, zucht, honger [fig.] ( di - naar). afan di poder - zucht naar macht.
   _afekshon = aandoening
   _afektá = aangrijpen; aantasten, aandoen, raken, treffen
   _afiliá = lid worden ( na - van); toetreden ( na - tot)
   _afiliashon = lidmaatschap; toetreding
   _aflihí = treffen [fig.]. esnan aflihí - de getroffenen
   _aflikshon = aandoening; verslagenheid
   _afó = buiten; naar buiten. di afó - uit het buitenland. bai afó - naar het buitenland gaan.
   _afortuná = fortuinlijk, gefortuneerd
   _afortunadamente = gelukkig(erwijs)
   _agenda = agenda
   _agensia = agentschap
   _agente = (handels)agent
   _agitá = [ww] (zich) opwinden; ageren, opruien. [bnw] opgewonden
   _agitadó = opruier
   _agitante = opruiend
   _agitashon = opgewondenheid; agitatie; opruiing
   _aglomerá = agglomereren
   _aglomerashon = agglomeraat
   _agobiá = [fig.] neergedrukt, gebukt ( bou - onder)
   _agonía = doodsangst; doodsnood; doodstrijd.
   _agosto [S.!] = augustus
   _agotá = [ww] uitputten. [bnw] uitgeput.
   _agradabel {stomme e} = aangenaam, prettig
   _agrado = [znw] genoegen
   _agrario = [znw] agrariër; [bnw] agrarisch
   _agredí = aangrijpen; aanvallen
   _agregá = toevoegen; bijvoegen.
   _agregashon = toevoeging
   _agreshon = agressie
   _agresibo = agressief
   _agresor = agressor; aanvaller
   _agrikultor = landbouwer
   _agrikultura = landbouw
   _agrupá = groeperen
   _agrupashon = groepering
   _águila [S.] = arend, adelaar
   _aguinaldos [S.] = kerstliedjes
   _AHATA = Aruba Hotel and Tourism Association
   _ahustá = stellen, afstellen, bijstellen
   _ahustabel {stomme e} = regelbaar; stelbaar; verstelbaar
   _ahustadó = regelaar
   _ahustamento = bijstelling
   _ahuste = bijstelling
   _ai = [tsw] ach
   _AIB = Arubaanse Investeringsbank
   _ainda = nog. te ainda - nog steeds
   _airco = air conditioning
   _aire = lucht
   _akademia = academie
   _akadémiko = [znw] academicus; [bnw] academisch
   _akapará = monopoliseren; naar zich toe trekken; aan zich onderwerpen
   _akaso = wellicht
   _aki = hier (nadrukkelijker dan akí). aki aya - hier en daar. p'aki p'aya - her en der. no di aki te aya - niet je dat; niet zo best
   _akí = hier. djis akí - dadelijk. akí banda - hier in de buurt
   _aklamashon = acclamatie
   _aklarashon = verduidelijking; opheldering; uitleg; uitsluitsel; navraag
   _aklariá = ophelderen; verduidelijken
   _akogida = onthaal, ontvangst [fig.]. haña akogida - weerklank vinden.
   _akolit = [rkk] misdienaar
   _akomodá = onderdak verschaffen; huisvesten.
   _akonsehabel {stomme e} = raadzaam; aan te raden
   _akontesé = gebeuren, voorvallen, plaats vinden
   _akontesimento _akontesemento = geburtenis, voorval; lotgeval
   _akoplá = (aan) koppelen
   _akoplamento = (aan)koppeling
   _akordá = overeenkomen
   _akróstiko = [znw] acrostichon. [bnw] acrostisch
   _akselerá = versnellen
   _akseleradó = versneller
   _akselerashon = versnelling, het versnellen
   _aksesibel {stomme e} = toegankelijk
   _akseso = toegang
   _aksesorio = accessoir
   _akshon = 1. aktie; werking. 2. aandeel [fin.]
   _akshonista = aandeelhouder [fin.]
   _aksidentá = verongelukken
   _aksidental = toevallig
   _aksidente = ongeluk, ongeval
   _akta = akte
   _aktibidat = activiteit; [vulkaan] werking.
   _aktibo = actief; werkzaam; [vulkaan] werkend.
   _aktitut = houding
   _akto = daad, handeling, act. den e akto - op heterdaad
   _aktor = acteur; toneelspeler
   _aktris = actrice; toneelspeelster
   _aktua = handelen, optreden
   _aktual = actueel; huidig
   _aktualidat = actualiteit
   _aktualisá = actualiseren
   _aktualmente = thans; momenteel
   _aktuashon = handelwijze
   _akuario = aquarium
   _akudí = zich wenden ( na - tot); zich begeven ( na - naar); zich vervoegen ( na - bij).
   _akuerdo = akkoord; overeenkomst; vergelijk; verbintenis; schikking. bai di akuerdo - toestemmen. ta di akuerdo ku... - het eens zijn met ...
   _akumulá = accumuleren, ophopen, opeenhopen
   _akumuladó = accumulator
   _akumulashon = accumulatie, ophoping, opeenhoping
   _akumulatibo = cumulatief, opeenhopend
   _akusá = beschuldigen; aanklagen
   _akusadó = aanklager, beschuldiger
   _akusado = beschuldigde, beklaagde
   _akusashon = beschuldiging, aanklacht, tenlastelegging
   _al [S.] = in: al contrario - in tegendeel. al instante - op slag.
   _ala = vleugel. bula ku al'i manteka - boven z'n stand leven; ala habrí. - furieus;(zie ook: hala)
   _alabá = prijzen, loven
   _alabansa = lof, lofprijzing
   _alargá = verlengen
   _alargamento = verlenging
   _alarma = alarm; ongerustheid; verontrusting
   _alarmá = alarmeren; verontrusten
   _alarmante = alarmerend; verontrustend; zorgbarend; zorgwekkend; onrustbarend
   _albergá = herbergen [fig.]
   _alegoría = allegorie
   _alegóriko = allegorisch
   _alegrá = verblijden; opvrolijken; blij/vrolijk maken
   _alegre = vrolijk, blij, opgwekt
   _alegría = vrolijkheid, blijdschap, vreugde, plezier. (zie ook: legría)
   _alehá = zich verwijderen, zich verre houden van
   _aleman = [znw] Duits; duitser; [bnw] duits.
   _Alemania = Duitsland
   _alergía = allergie
   _alérgiko = allergisch
   _alerta = alert, op z'n hoede
   _alertá = waarschuwen
   _aletría = vermicelli
   _aleu = ver. di aleu - van verre. (zie ook: leu.)
   _alfabétiko = alfabetisch
   _alfabetisá = alfabetiseren
   _alfabetisashon = alfabetisering
   _alfabeto = alfabet
   _algo [S. = iets
   _algun = sommige; algun biaha - soms; algun lugá - ergens.
   _aliá = verbonden; gealliëerd
   _aliado = bondgenoot
   _aliansa = alliantie, bond, verbond
   _aliená = [ww] vervreemden. [bnw] vervreemd
   _alienashon = vervreemding
   _alimentá = voeden
   _alimentashon = voeding; alimentatie
   _alimento = voedsel
   _aliviá = verlichten; opluchten; stillen
   _alivio = opluchting; verlichting; verademing
   _alkansá = bereiken, reiken, halen
   _alkansabel {stomme e} = bereikbaar, haalbaar
   _alkanse = bereik; draagwijdte. na alkanse di - binnen bereik van. fuera di nos alkanse - buiten ons bereik.
   _alkohol = alcohol
   _alkohóliko = alcoholisch
   _alkoholismo = alkoholisme
   _alkoholista = alcoholist
   _alma = ziel. ku alma i kurpa - met hart en ziel. Mi alma a bai. - Ik schrok me dood. Mi ta kansá di mi alma. - Ik ben doodmoe.
   _almasen = opslagplaats, pakuis
   _almasenahe = opslag (v. goederen)
   _almendra = amandel
   _aloé = aloë
   _alohá = huisvesten; onderbrengen
   _alohamento = onderdak, huisvesting
   _alsa = verheffen. (zie ook: halsa)
   _alsamento = verheffin. (zie ook: halsamento)
   _altá = altaar
   _altar = altaar
   _alternatibo = alternatief
   _altesa = hoogheid. Su Altesa Real - Zijne/Hare Koninklijke Hoogheid
   _altu =hoog. (zie ook: haltu)
   _aludí = zinspelen ( na - op)
   _aluminio = aluminium
   _alumno = leerling
   _alushon = zinspeling ( na - op)
   _ama = in: ama di kas - huisvrouw.
   _amabel {stomme e} = vriendelijk, beminnelijk
   _amabilidat = vriendelijkheid, beminnelijkheid
   _amante = liefhebber; geliefde; minnaar, minnares. amante di - gek op (iets)
   _amapola [S.] = papaver
   _amargá = [ww] verbitteren; vergallen. [bnw] verbitterd; vergald.
   _amargura = verbittering
   _ambiental = milieu-
   _ambiente = sfeer. medio ambiente - milieu. tin hopi ambiente - 't is heel gezellig.
   _ambishon = ambitie
   _ambishoná = ambiëren
   _ambisioso = ambitieus; veelomvattend
   _ambo [S.!] = katheder; (P.: prekstul)
   _ambos [S.!] = beide(n). (P.: tur dos)
   _ambulansa = ambulance
   _amen = amen. Amen aleluya! - Je doet maar wat je niet laten kunt! bai na un hende su amen - naar iemands pijpen dansen.
   _ameno = prettig, aangenaam, plezierig; gezellig.
   _ami = ik
   _amiga = vriendin
   _amigo = vriend
   _amikal = vriendschappelijk
   _amistat = vriendschap
   _amonistashon = afroep (van aanstaand huwelijk)
   _amor = liefde; geliefde.; amor patria - vaderlandsliefde. ku mil amor - van ganser harte.
   _amoroso = amoureus; liefdes- un relashon amoroso - 'n liefdesverhouding
   _amplia = uitwijden
   _ampliamente = [bw] uitgebreid; wijds; wijdlopig
   _ampliamento = uitwijding; uitbreiding (van argumenten)
   _amplio = uitgebreid, uitvoerig, ampel
   _amputá = amputeren
   _amputashon = amputatie
   _Ana = Anna. Santa Ana - de heilige Anna.
   _aña = jaar. añ' aden, añ' afó - jaar in, jaar uit. aña nobo - nieuwjaar. aña pasá - vorig jaar. bispu di aña - oudejaarsavond. día di mi aña - op mijn verjaardag. hasi aña - jarig zijn. hasi 30 aña - 30 jaar worden. hasimento di aña - verjaardag. tur aña - ieder jaar. otro aña - volgend jaar. pa añanan largo - gedurende vele jaren
   _analfabétiko = [znw] analfabeet; [bnw] analfabetisch
   _analfabetismo = analfabetisme
   _analisá = analyseren
   _análisis = analyse
   _analítiko = analytisch
   _analogía = analoog
   _anarkía = anarchie
   _anarkista = [znw] anarchist, [bnw] anarchistisch
   _anatomía = anatomie
   _anatómiko = [znw] anatoom; [bnw] anatomisch
   _anda = omgaan ( ku - met). E no sa anda ku hende. - Hij kan niet met mensen omgaan.
   _andansia = rondgaande infectieziekte.
   _andung = ondefiniëerbaar angstgevoel
   _aneksá = annexeren
   _aneksashon = annexatie
   _anemia = anemie, bloedarmoede
   _ángel = engel
   _angelikal = engelachtig
   _angúa = naald; injectienaald; spuitje. pasa angúa - een spuitje geven. (zie ook: hangúa)
   _ángulo = hoek [meetk.]
   _angustia = doodstrijd, doodsangst
   _anhelá = [ww] verlangen, hunkeren, snakken ( pa - naar)
   _anhelo = [znw] verlangen, hunkering. ( pa - naar)
   _animá = animeren
   _animadó = animator, conferencier
   _animal = [znw] dier. [bw] dierlijk
   _animashon = gezelligheid, vertier
   _ánimo = animo
   _aniversario = jubileum, jaarfeest
   _ankra = [znw] anker. [ww] ankeren, verankeren
   _ano = anus
   _anochi = avond; nacht. mañan anochi - morgenavond. Anochi skur, diabel ta lur. - In 't donker van de nacht ligt de duivel op de loer./ De kat in het donker knijpen.
   _anomalía = anomalie
   _anonimidat = anonimiteit
   _anónimo = anoniem
   _anos = wij; anosnan - wij en de onzen.
   _anotá = aantekenen, aantekeningen maken; [sport] scoren
   _anotashon = aantekening; [sport] score, stand
   _ansha = hijgen
   _ansia = [znw] (angstige) haast. [ww] opjutten, haasten
   _ansiamento = gejaag, angst
   _ansiano = [znw] bejaarde; [bnw] bejaard.
   _ansioso = verlangend ( pa - naar)
   _ansué = vishaak
   _antaño = vroeger
   _Antárktika = Zuidpool(gebied)
   _antárktiko = zuidpool-
   _antayera = eergisteren
   _ante = vóór
   _antemano = in: di antemano - bij voorbaat
   _antena = antenne
   _antepasado = voorouder, voorvader. antepasadonan - voorouders; voorgeslacht
   _anterior = voormalig, vorig, voorgaande, eerder
   _antes = vroeger, voorheen
   _antesedente = antecedent
   _antesesor = voorganger
   _Antía = Antillen. Antía Hulandes - de Nederlandse Antillen.
   _antiano = [znw] Antilliaan. [bnw] antilliaans
   _antikuá = ouderwets; verouderd
   _antipatía = antipathie
   _antipátiko = onvriendelijk, onsympathiek, antipathiek
   _antisipá = anticiperen; vooruitlopen op. misa antisipá. [rkk] - weekeindmis op zaterdagavond.
   _antisipashon = voorafgaande verwachting
   _antisosial = [znw] a-sociaal persoon. [bnw] asociaal; onmaatschappelijk
   _antó = dan, dus
   _antohá = hunkeren naar; wensen
   _antoho = hunkering; wens. na su antoho - naar eigen willekeur
   _antología = bloemlezing
   _anual = jaarlijks. relato anual - jaarverslag
   _anualmente = [bw] jaarlijks
   _anulá = annuleren; te niet doen; vernietigen
   _anulashon = annulering
   _anunsiá = aankondigen
   _anunsio = advertentie, aankondiging
   _APA = Aruba Ports Authority
   _aparato = apparaat
   _aparensia = voorkomen, verschijning, aanblik, uiterlijk, schijn. Aparensia ta gaña. - Schijn bedriegt.
   _aparente = klaarblijkelijk, duidelijk
   _aparentemente = blijkbaar, ogenschijnlijk
   _aparesé = verschijnen; te voorschijn komen.
   _aparishon = verschijning, geestesverschijning
   _apartá = verwijderen (zich)
   _apartamento = appartement
   _aparte = apart
   _apelá = apelleren; in beroep gaan [jur.]. een beroep doen ( riba - op)
   _apelashon = appèl; beroep (jur.)
   _apelsina = sinaasappel
   _apenas = amper; nauwelijks; ternauwernood
   _apertura = opening [ook fig.]; spleet; spouw; gleuf
   _apetito = eetlust
   _apetitoso = appetijtelijk, smakelijk
   _aplastá = verpletteren; vermorzelen; overweldigen, overstelpen
   _aplastante = verpletterend; overweldigend, overdonderend, overstelpend, daverend
   _apliká = toepassen ; van toepassing zijn; aanwenden
   _aplikabel {stomme e} = toepasselijk, toepasbaar
   _aplikashon = toepassing
   _aploudí = applaudiseren; toejuichen
   _aploudibel {stomme e} = verdienstelijk; toe te juichen
   _aplouso = applaus; toejuiching. un aplouso rezonante - 'n daverend applaus
   _aplu = appel
   _apoderá = zich toeëigenen. (zie ook: poderá)
   _aportá = bijdragen; inbrengen
   _aportashon = bijdrage, het bijdragen, inbreng, het inbrengen
   _aporte = bijdrage, inbreng
   _apóstata [S.] = [znw] afvallige; [bnw] afvallig.
   _apóstel {stomme e} = apostel
   _apostolado = apostolaat
   _apostóliko = apostolisch
   _apoyá = ondersteunen
   _apoyo = steun
   _aprel = april
   _apresiá = waarderen, appreciëren
   _apresiabel {stommee} = gewaardeerd
   _apresio = waardering
   _aprobá = [ww] goedkeuren; [bnw] goedgekeurd
   _aprobashon = goedkeuring
   _aproksimadamente = ongeveer, bij benadering
   _aproksimashon = benadering
   _apropiá = passend; geschikt
   _apusina = sinaasappel
   _arabir = [znw] Arabier. [bnw] arabisch
   _arbitrariamente = [bw] willekeurig
   _arbitrario = willekeurig
   _árbitro = scheidsrechter
   _archivo = archief
   _ardiente = vurig, brandend [fig.]
   _área = gebied [ook fig.]; vlakte
   _areglá = arrangeren; schikken; regelen
   _areglista = arrangeur
   _areglo = arrangement [ook muz.]; schikking. bini na un areglo - tot een schikking komen
   _arepentí = [ww] berouwen; berouw hebben. [bnw] berouwvol
   _arest = beslag. >Lanta arest[fig.] - iets na lange tijd weer oppakken.
   _arestá = arresteren, aanhouden
   _aresto = arrest; aanhouding
   _argumentá = argumenteren, redeneren
   _argumentashon = argumentatie, redenatie, redenering
   _argumento = argument
   _ariba = boven. ta arib' abou - in rep en roer zijn; schots en scheef staan. ariba 'riba - oppervlakkig
   _árido = dor; droog.
   _arka = ark
   _arkángel = aartsengel
   _arkeología = archeologie
   _arkeológiko = archeologisch
   _arkeólogo = archeoloog
   _arkitekto = architect
   _arkitektura = architectuur
   _arma = [znw] wapen. arma di kandela - vuurwapen. [ww] 1. bewapenen; 2. monteren, in elkaar zetten.
   _armá = 1. bewapend, , gewapend. 2. gemonteerd, in elkaar gezet
   _ARMA = Association of Retail Merchants of Aruba
   _armamento = 1. bewapening; 2. montage
   _arnigá = vergallen. arnigá un hende su bida - iemands leven vergallen.
   _arogansia = arrogantie
   _arogante = aanmatigend, arrogant
   _aròs = rijst
   _arpa = harp
   _arpista = harpspeler
   _arte = kunst. ni arte ni parte - part noch deel
   _artefakto = voorwerp; stuk (op tentoonstelling e.d.); kunstvoorwerp
   _artesanía = huisvlijt; pottenbakkerij
   _artesano = pottenbakker
   _artikulá = articuleren
   _artikulashon = articulatie
   _artíkulo = artikel
   _artista = kunstenaar
   _artístiko = kunstzinnig
   _arubano = [znw] Arubaan(se). [bnw] arubaans
   _arubiano = [znw] Arubaan(se). [bnw] arubaans
   _as = aas [om te vissen]
   _asaltá = aanranden; overvallen
   _asaltante = aanrander; overvaller
   _asalto = aanranding; overval
   _asbesto = asbest
   _asegurá = verzekeren [fin.]
   _aseguradó = assuradeur; verzekeraar
   _aseguro = assurantie, verzekering. aseguro sosial - sociale verzekering(en)
   _asenshon = hemelvaart
   _asento = nadruk, accent. asento tóniko - klemtoon
   _asentuá = benadrukken, accentueren
   _asentuashon = accentuering
   _aseptá = accepteren, aannemen, aanvaarden
   _aseptabel {stomme e} = acceptabel, aannemelijk, aanvaardbaar
   _aseptashon = acceptatie, aanvaarding
   _asera = [S.] trottoir
   _aserka = bij, erbij. El a bin aserka. - Hij/zij is erbij gekomen.
   _aserká = naderen, benaderen
   _aserkamento = benadering, toenadering
   _asertibo = assertief
   _asertividat = assertiviteit
   _asesiná = vermoorden
   _asesinato = moord
   _asesino = moordenaar
   _asfaltá = [ww] asfalteren; [bnw] geasfalteerd; verhard
   _Asia = Azië
   _asiátiko = [znw] Aziaat; [bnw] aziatisch
   _asiento = zetel
   _asigná = aanwijzen; toebedelen
   _asilo = asiel; vluchtoord
   _asimilá = assimileren
   _asimilashon = assimilatie
   _asina = zo; zulk (een); zón. asin' akí. - zo; op deze manier. Kon ta? - Asin' ei! - Hoe is 't? - Zo, zo. asina ku - zodra. Asina mes! - Precies! un kas asina - zón huis. asina no, asina sí - niet zo, maar zo.
   _asistensia = assistentie; deelname; opkomst
   _asistente = assistent, helper
   _asistí = assisteren; deelnemen; opkomen
   _asko = afschuw, walging
   _asoleho = wandtegel(s)
   _asombrá = [ww] (zich) verbazen; (zich) verwonderen. [bnw] verbaasd; verwonderd
   _asombro = verbazing; verwondering; ontzag; opzien. kousa asombro - opzien baren
   _asombroso = verbazingwekkend; verbazend; verwonderlijk; opzienbarend
   _asosiá = asociëren; omgaan ( ku - met); verkeren ( ku - met); zich aansluiten ( ku - bij)
   _asosiashon = vereniging; associatie
   _asotá = teisteren
   _aspekto = aanzien, aspekt, aanschijn
   _aspirá = streven naar
   _aspirashon = aspiratie; streven
   _asta = zelfs. te asta - zelfs
   _asteroída = asteroïde
   _astrología = astrologie, sterrenwichelarij
   _astrológiko = astrologisch
   _astrólogo = astroloog, sterrenwichelaar
   _astronomía = astronomie, sterrenkunde
   _astronómiko = astronomisch, sterrenkundig
   _astrónomo = astronoom, sterrenkundige
   _astronouta = astronaut, ruimtevaarder
   _astronóutika = ruimtevaart
   _astusia = sluwheid; listigheid
   _astuto = sluw; listig
   _asufre/b> = zwavel <
   _asumí = aannemen, veronderstellen; aanvaarden. asumí responsabilidat - verantwoordelijkheid aanvaarden/nemen.
   _asumpshon = veronderstelling, aanname
   _asunshon = hemelvaart
   _asunto = zaak; aangelegenheid; kwestie. Bo asunto! - Jouw zaak!, Zoals je wilt! un asunto prekario - 'n penibele kwestie. No ta bo asunto!/Ta fò'i bo asunto - Dat is je zaak niet! Bemoei je er niet mee!
   _asusena = witte lelie
   _ATA = Aruba Tourism Authority
   _ata = zien; Atá mi - hier ben ik. At'é! - Daar is hij/ze/'t! Ata e Lamchi di Dios! - Ziehier het Lam Gods! f
   _atachá = bezoedelen,
   _atachamento = bezoedeling
   _ataka = aanval
   _ataká = aanvallen
   _atake = aanval
   _atall {} = [E.] helemaal(niet)
   _atardi = namiddag; na de middag; 's namiddags
   _atendé = bijwonen; aanhoren; behandelen (van een zaak of persoon)
   _atendensia = aanwezigheid; het bijwonen
   _atené = (zich) houden aan.
   _atenshon = aandacht, attentie. hala atenshon - de aandacht trekken
   _atentamente = hoogachtend (onder brief)
   _atento = attent
   _aterisá = landen
   _aterisahe = landing
   _ATIA = Aruba Trade and Industries Association
   _atlántiko = atlantisch
   _atleta = atleet
   _atlétiko = atletisch
   _atletismo = atletiek
   _atmósfera = atmosfeer
   _atmosfériko = atmosferisch
   _atrahé = aantrekken
   _atraká = overvallen
   _atrakadó = overvaller
   _atrako = overval
   _atrakshon = attractie; trekpleister [fig.]
   _atraktibidat = aantrekkelijkheid
   _atraktibo = aantrekkelijk
   _atrapá = vertrappen; betrappen
   _atrapamento = [znw] het vertrappen; betrappen
   _atras = [bw] achter; van achteren. bai atras - achteruitgaan [ook fig.] [znw] achterste, zitvlak. E no ta para su atras na su kas. - Hij is nooit thuis.
   _atrasá = [ww] achteruitgaan; achterlopen; [bnw] achterlijk; achterstallig
   _atraso = achteruitgang; achterstand
   _atribuí = toeschrijven
   _atribushon = toeschrijving
   _atributo = attribuut
   _atrobe = alweer; opnieuw
   _atrosidat = wandaad
   _avalancha = lawine
   _avanguardia = voorhoede, avant garde
   _avansá = [ww] 1. vooruitgaan; vorderen; vervroegen. 2. voorschieten. [bnw] gevorderd; vergevorderd; vervroegd
   _avanse = 1. vooruitgang; voorsprong. 2. voorschot
   _avarisia = gierigheid, inhaligheid
   _Ave-María = Weesgegroet(je)
   _aventura = avontuur
   _aventurero = [znw] avonturier. [bnw] avontuurlijk
   _avestrus = struisvogel
   _aviashon = vliegerij, luchtvaart
   _avion = vliegtuig
   _avioneta = sportvliegtuig
   _avisá = melden, meedelen, aankondigen; waarschuwen
   _aviso = melding; mededeling; aankondiging; waarschuwing. último aviso! - laatste waarschuwing!
   _AVP = Arubaanse Volkspartij
   _awa = water; regen. awa bendito - wijwater. awa dushi - zoet water. aw'i laman - zeewater. aw'i shelu - regenwater. awa ta yobe - 't regent. awa a pasa hariña. - De maat is vol. Awa di dos bes no sa muha makaku. - 'n ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. baha na awa - er vandoorgaan. B'a kòi awa! - Je bent e pineut! Karga awa hiba laman. - water naar de zee dragen. No tin awa pa laba! - Dat kan nooit meer goed komen! tempo ta na awa. - 't dreigt te gaan regenen. e ta bou di su awa. - Hij is onder z'n theewater. Awa ketu ta hopi hundu. - Stille wateren hebben diepe gronden.
   _awakati = avocado.
   _awaseru = regenbui
   _awe = vandaag. awe mes - vandaag nog. awe maínta - vanmorgen; vanochtend. awe nochi= vanavond; vannacht. awe tardi= vanmiddag. Awe ocho día - vandaag over acht dagen. Kos p'awe! - Schiet op!
   _awèl = nou ja; wel
   _awendía = vandaag de dag; E muchanan di awendía - de kinderen van tegenwoordig
   _awó = nu. awó numa - nu pas. awó mes. - nu meteen. pa awó - voorlopig.
   _awor = nu. awor akí - nu meteen.
   _aya = ginds. ayanan - ginds in de buurt. aya banda - ginds ergens
   _ayaca = kerstlekkernij, oorspronkelijk Venezolaans. In deeg gebakken kip, varkensvlees of vis en vervolgens in bananenschillen gerold en gekookt.
   _ayera = gisteren
   _ayó! = daag! vaarwel! yama ayó - vaarwel zeggen; afscheid nemen
   _ayuná = [ww] vasten
   _ayuno = [znw] vasten
   _azeta = olie. azeta dushi - slaolie. azeta di bakiyou - levertraan

   _baba = [znw] kwijl; slijm; speeksel. [ww] kwijlen; watertanden. Su boka ta baba. - Hij watertandt van verlangen.
   _babadó = slabbertje
   _babel {stomme e} = rumoer, geroezemoes
   _babero = drinkebroer (sterke drankschooier, iemand die van huis tot huis gaat om gratis borrels te krijgen)
   _babuká = paf; stomverbaasd; sprakeloos; verbijsterd
   _bachi = kolbert, jasje
   _bada-bada = misbaar, gedoe
   _badbroek = zwembroek
   _badpak = zwempak
   _baf = adem
   _bagamundería = bandeloosheid, losbandigheid, smeerlapperij
   _bagas = kaf [ook fig.]; uitschot.
   _bagashi = bagage
   _baha = dalen, afdalen, afstappen; omlaag gaan, omlaag komen, naar beneden komen; uitstappen; verminderen, verlagen. baha man - minderen, verminderen. baha na awa - er vandoor gaan. baha pisá riba un hende - iemand inmaken [fig.]. baha su mes - zich(zelf) verlagen. baha peso - aan de lijn doen. baha warda - wisseldienst beëindigen. baha su rabia riba un hende. - z'n woede op iemand koelen, botvieren. Kuminda a baha bon? - Heeft 't goed gesmaakt? El a baha bon! - 't heeft goed gesmaakt!
   _bahada = daling, afdaling; afrit, helling (omlaag)
   _bahamento = verlaging, vermindering
   _bahista = bassist
   _baho = [znw] bas. [bnw] gemeen, laaghartig, snood; verachtelijk; vuig. baho i vil - vuil, smerig, laag bij de gronds.
   _bahul = hutkoffer, kofferbak (in auto)
   _bai = gaan. bai af - afgaan, zich ontlasten. Bai mi ta bai! - Ik ga er vandoor. Bai na pas. - Ga in vrede. el a bai! - Hij (zij/'t) is weg! El a bai un gebai. - Hij/zij is met de noorderzon vertrokken. M'a bai! - Ik ben weg! El a kab'i bai. - Hij is net weg.
- Ga je gang! - Hoe 't ook zij... ketu bai - gestaag; ononderbroken; nog steeds. largo bai - voortdurend; steeds maar weer; alsmaar.
   _bailarin = danser(es)
   _baile = dans
   _baina = [znw] gedoe. echa baina - herrie schoppen. Es ta baina! - Wat 'n gedoe! [bw] in: di baina - bijna; nauwelijks
   _bais = fiets. kareda di bais - wielerwedstrijd. kore bais - fietsen. koredó di bais - fietser; wielrenner.
   _baka = koe. drumi manera baka. - slapen als een os. baka pintá - bonte koe. na baka - samen een lot uit de loterij hebben. hasi un pieu bira un baka - van een mug een olifant maken.
   _baka-toro = stier
   _bakalou = [A.] kabeljouw, stokvis
   _bakanal = bachanaal, braspartij
   _baki = bak. bak'i sushi - vuilnisbak, vuilnisemmer
   _bakiano = (zeer) bedreven, expert. E ta bakiano den esei. - Daar is hij een kei in.
   _bakiyou = [C.] kabeljouw, stokvis; [A.] bakalou
   _bakoba
= banaan, handbanaan
   _bakuná = inenten, vaccineren
   _bakuna = inenting, vaccinatie; vaccine
   _bal = gelden; deugen, waard zijn; van toepassing zijn, opgaan. Tantu bal! - 't Is om 't even!
   _bala = bal; kogel; kloot. weg'i bala - voetbal. Basha bala riba nan! - Schiet ze kapot!
   _balansá = balanceren
   _balansa = balans, evenwicht; weegschaal
   _balchi = balletje, vleesballetje
   _baldadi = baldadig
   _balente = flink, energiek; dapper, weerbaar
   _balentía = moed, durf; dapperheid, weerbaarheid
   _balia = dansen; [fig] om de tuin leiden. balia un hende - iemand om de tuin leiden
   _balides = validiteit; geldigheid
   _bálido = valide; geldig
   _baliña = peul, schede
   _balioso = waardevol
   _balístiko = ballistisch. misil balístiko - ballistische raket.
   _balki = balk
   _balor = waarde
   _balorá = schatten, waarde bepalen
   _balorashon = schatting, taxatie
   _balorisashon = waardebepaling
   _bals = kouwgum
   _baluá = schatten, inschatten, waarde bepalen; taxeren
   _baluarte [S.] = bolwerk
   _baluashon = (in)schatting, waardebepaling; taxatie
   _bam = laten wij (gaan). Bam bisa,... - laten we zeggen, ... Bam puesta ... - Zullen we 'ns wedden ...
   _ban = laten wij (gaan)
   _baña = baden; zich baden.
   _bañamento = [znw] het baden
   _banana = banaan, bakbanaan. keda na banana - met de gebakken peren zitten.
   _banchi = band; halsband
   _banda = 1: zijkant. banda di - naast. banda di dos or' - tegen twee uur. banda pariba, pabou, panort, pasùit - ten oosten, westen, noorden, zuiden. akí banda - hier in de buurt. Aya banda - ginds ergens. E otro banda ta, ku... - daar staat tegenover, dat... na banda - aan de kant; aan de zijkant. na otro banda - aan de andere/overkant. 2: orkest, band. 3. bende
   _banderá = naturaliseren
   _bandera = vlag. hisa bandera - de vlag hijsen. baha bandera - de vlag strijken.
   _banderamento = naturalisatie
   _bandido = bandiet
   _bandoná = [ww] verlaten, in de steek laten; opgeven. bandoná speransa= de hoop laten varen. [bnw] verlaten
   _bankero = bankier
   _banki = bank, zitbank; sofa
   _banko = bank (fin.)
   _baño = bad; badkamer; toilet. baño di sanguer - bloedbad
   _bar = bar
   _bara = spijl, staaf, tralie, stang
   _barabakoa = duivensoort
   _baranka = rots
   _barata = goedkoop
   _baratío = uitverkoop
   _baratísimo = spotgoedkoop
   _barba = baard
   _barbachi = oude leguaan
   _barbaridat = barbaarsheid; verschrikking
   _bárbaro = [znw] barbaar. [bnw] barbaars
   _barbulèt = 1. vlinder; 2. hoertje
   _barete = breekijzer (vooral om harde grond los te bikken)
   _barí = vat, ton, olievat. barí'i sushi - vuilnisvat
   _bari = vegen
   _baridó = veger. baridó di kaya - straatveger
   _bariera = barrière
   _bariga-hel = [ornith.] suikerdiefje
   _bariga _barika = 1. buik. barig'i mea - vreetzak. ku bariga - zwanger [plat] benta bariga afó - een abortus forceren [vulg.]. pèrdè bariga - een miskraam krijgen. 2. [scheepv.] kiel.
   _barikada = barricade. lanta un barikada - barricaderen
   _barimento = [znw] vegen
   _bario = wijk. sentro di bario - wijkgebouw; wijkcentrum.
   _bários = verschillende
   _barko = boot, schip. barko di bela - zeilschip. pega barko - [letterlijk] aan de grond lopen; [fig.] 'n bok schieten
   _barko-bibienda = woonboot
   _bas = baas
   _basa = baseren
   _base (S.) = basis. a base di - op basis van, op grond van
   _basha = schenken, inschenken; storten, uitstorten; stormlopen. basha abou - omkieperen; slopen. basha aden - instorten. basha fundeshi, renbalk - de fundering, ringbalk storten. basha kòfi, té - koffie, thee in-schenken. Awa ta basha - 't stortregent.
   _bashaka = mierensoort
   _bashamento = [znw] 1. het storten. 2. diarree.
   _bashan = [sarcastische verwijzing naar een persoon als, bv.:] meneer, mevrouw, onze vriend. Bashan a kaka![plat] - Hij/zij is de pineut!
   _bashí = leeg. blo bashí - blut, platzak. man bashí - met lege handen.
   _básiko = basis-
   _basilá = 1. HET HOF MAKEN; FLIRTEN. 2. aarzelen, wijfelen, schromen
   _basilante = aarzelend, wijfelend
   _basilashon = aarzeling, wijfeling, schroom
   _basílika = basiliek
   _basilon = hofmakerij. duna un mucha-muhé un basilon - 'n meisje 't hof maken.
   _basora = bezem
   _basta = tamelijk, behoorlijk, redelijk; menig. Basta! - Genoeg!; Ophouden! basta ku... - mits
   _bastante = voldoende; genoeg; behoorlijk; tamelijk
   _baster = barsten. baster fò'i otro - in puin, elkaar slaan
   _bata = huisjurk
   _batata = 1. aardappel. 2. knalvuurwerk. batata hasá - gebakken aardappelen. e batata kayente - de Zwarte Piet [fig.]
   _bataya = gevecht; veldslag; strijd
   _batayá = slag leveren
   _batería = batterij; accu
   _bati = slaan; kloppen; klepperen (v. deur e.d.); klapperen (met vleugels); luiden (van klok); verslaan. dos or' a bati kaba. - 't heeft al 2 uur geslagen. (bati bankrut
- failliet gaan. bati bleki - roddelen. bati boka - kletsen. bati hala - met de vleugels klapperen. bati klèp - overal kritiek op hebben. bati klòk - de klok luiden. bati maíshi - dorsen. bati man - in de handen klappen. bati pan - pan batí maken. bati na porta - aan de deur kloppen, aanklppen. bati na porta di gobierno - Bij de overheid aankloppen. e porta ta bati - de deur kleppert.
   _batimento = geklop; getimmer;het slaan. batimento di bleki - geroddel. batimento di kurason - hartkloppingen
   _batisá = dopen
   _batumba = plensbui over zich heen. M'a haña un batumba. - Ik ben drijfnat (door een plotselinge plensbui).
   _bayena = walvis
   _bè = 1. schapen- of geitenvlees. sòp'i bè - soep van schapen- of geitenvlees. 2. [C.] keer, maal. un bè! - meteen.
   _beach = strand
   _beako = (zeer) gevaarlijk
   _beatifikashon = zaligverklaring
   _beato = zalig
   _bebe = drinken; innemen (v. medicijnen); pimpelen; eten (v. soep)
   _bebedó = drinker; pimpelaar; zuiplap.
   _bebemento = [znw] drinken; drinkgelag
   _bebí = beschonken, dronken
   _bedei = aanduiden, uitleggen
   _beheit = herrie, lawaai
   _bei = bij. bon bei - goed bij. bin bei - te binnen schieten. Mi no por bin bei ken e ta. - Ik kan hem niet thuisbrengen. [fig.]
   _beibel {stomme e} = bijbel. habri beibel pa un hende. - iemand de wind van voren geven, de les lezen. [fig.]
   _beis = humeur, zin. tin bon, mal beis - goed, slecht gehumeurd, gemutst zijn; goeie, slechte zin hebben. daña un hende su beis - iemands humeur bederven, iemand nijdig maken.
   _beishi = bes
   _beit = beitel
   _bèk = [bw] terug. [ww] achteruit rijden.
   _bek = bukken
   _beka = studiebeurs
   _beker {STOMME E} = beker; kelk
   _bekmento = [znw] het bukken
   _bèl = bel. Bèl ta ring! - De bel gaat! Primi bèl - op de bel drukken.
   _bel = dij
   _bela = 1. kaars. bela di pasku - paaskaars. buska un kos ku bela - zich rotzoeken naar iets. 2. zeil. barko di bela - zeilboot hisa su bela bai - er vandoor gaan; met de noorderzon vertrekken.
   _belá = bedonderd. (letterlijk:betoverd door een doodskaars die achter iemand is aangestoken.)
   _belaster {stomme e} [vero.] = belasting
   _beleg = [N.] beleg, broodbeleg
   _belga = Belg, belgisch
   _Bélgika = België
   _bena = ader
   _bende = [znw] verkoop. na bende - te koop [ww] verkopen (ku - aan).
   _bendedó = verkoper
   _bendemento = verkoop
   _bender {stomme e} = bunder, hectare
   _bendishon = zegen
   _bendishoná = zegenen; wijden, inzegenen, inwijden
   _bendishonamento = zegening; inzegening; inwijding
   _bendito = [bnw] gezegend. awa bendito - wijwater
   _benefisiá = bevoordelen; begunstigen; voordeel hebben, halen, trekken (di - van)
   _benefisiario = begunstigde
   _benefisio = voordeel. e benefisio di duda - het voordeel van de twijfel.
   _benefisioso = voordelig; gunstig
   _benesolano = [znw] Venezolaan(se); [bnw] venezolaans
   _benevolensia = weldadigheid
   _benevolente = weldadig
   _benga (venga) = wraaknemen; vergelden
   _bengansa (vengansa) = wraak; vergelding
   _bengatibo (vengatibo) = wraakzuchtig
   _bèngs = [znw] rekverband; [ww] rekverband aanbrengen.
   _benigno = goedaardig
   _bens = [med.] verbinden
   _bense = overwinnen; overmeesteren
   _bensedó = overwinnaar
   _benta = wegsmijten. benta afó - wegsmijten. benta bariga afó - abortus plegen [vulg.]
   _bentabal = stapelwolk; regenwolk.
   _bentaha = voordeel
   _bentahoso = voordelig
   _bentana = venster, raam
   _berans = rottig [fig.], heel slecht.
   _bèrbal = verbaal; mondeling; werkwoordelijk
   _bèrbalisá = verbaliseren
   _bèrbo = werkwoord. bèrbo ouksiliar - hulpwerkwoord
   _bèrdaderamente = werkelijk; waarlijk.
   _bèrdadero = werkelijk; echt.
   _bèrdat = waar; waarheid. en bèrdat - inderdaad. (Ta) bèrdat! - Dat is waar! (Palabra) bèrdat no ta pika lenga. - De waarheid mag gezegd worden!
   _bèrdè = [bnw] waar. Male bèrdè! - Was 't maar waar! Bo n' por minti bèrdè! - De ware aard verloochent zich niet.
   _berde = groen
   _berdura = groente
   _bèrè-bèrè = cheurbuik. ta duná mi bèrè-bèrè. - Ik krijg er de kots van.
   _berehein = aubergine
   _bergonsoso = beschamend; schandelijk; stuitend
   _bergüensa = schaamte. Bo n' tin bergüensa? - Schaam je je niet! Ki ber-güensa! - Schande! Schaam je! Mi por a muri di bergüensa. - Ik schaamde me dood. sin bergüensa - [bnw schaamteloos. [znw] schoft; smeerlap. tin bergüensa - zich schamen
   _bès = keer, maal. un bèséénmaal; meteen.
   _besindario = buurt, omgeving
   _beskem = [znw] schimmel. [bnw] beschimmeld
   _bèst = best
   _bestia = dier, beest. [fig.] bruut; onmens. bestia chikito - scahpen en geiten. kò'i bestia - schofterig. kriadó di bestia - veeboer. sòpi di bestia chikito - soep van schapen- of geitenvlees.
   _bestial = dierlijk; beestachtig. [fig.] geweldig
   _bestialidat = beestachtigheid; bestialiteit
   _bèstru = plee; schijthuis
   _bèt = betten; deppen
   _beter {stomme e} = borrel. dal un beter - 'n borrel nemen.
   _betrá = beschonken
   _beyesa = schoonheid. sertámen di beyesa - schoonheidswedstrijd
   _bia [C.] = keer, maal (zie biaha)
   _biaha = [znw] keer; maal; reis. hopi biaha - dikwijls; vaak di biaha - meteen. tin biaha - soms. [ww] reizen
   _biahante = reiziger
   _bibá = [znw] woonoord, woonplaats. [bnw] woonachtig (na - te).
   _biba = wonen; leven. biba di (su plaka) - rondkomen, uitkomen (met z'n geld)
   _bibida = drank
   _bibienda = woning.
   _bibliografía = bibliografie
   _bibliógrafo = bibliograaf
   _bibliotek = bibliotheek
   _bibliotekario = bibliothecaris
   _bibo-bibo = springlevend
   _bibo = levend; levendig
   _bichi = ongedierte, worm
   _bida = [znw] leven hiba un bida - een leven leiden. bon bida - 'n lui leventje. na bida - in leven
   _biehes = ouderdom
   _bien [S.] = in: bien común [S.] - gemeen goed. biennan imóbil - onroerende goederen
   _bienaventurado = zalig. Bienaventurado esnan ku ta trata di logra pas. - Zalig de vreedzamen.
   _bienaventuransa = zaligheid. E nuebe bienaventuransanan - de negen zaligheden.
   _bienestar [S.] = welzijn; welvaart; welstand
   _biento = wind. bient'i awa - waterige wind. Esun ku sembra biento, lo kosechá horkan. - Wie wind zaait, zal storm oogsten.
   _bieu = oud
   _biga = balk
   _bigote = snor
   _bilateral = bilateraal, tweezijdig
   _bilingual = tweetalig
   _bimensual = tweemaandelijks
   _bimotor = tweemotorig
   _bin = komen
   _biña = [znw] wijn. [bnw] paars [A.]
   _biná = hert. Te ku anochi no a sera, kareda di biná no a kaba. - Prijs de dag niet voor het avond is.
   _binario = binair, tweetallig
   _bini = komen
   _binida = komst
   _binimento = komst, het komen
   _binti = twintig
   _biología = biologie
   _bira = draaien, omdraaien, omkeren, omslaan; [koppelww.] worden. bira malu - ziek worden.
   _birada = bocht, afbuiging
   _biramento = draaiing. biramento di kabes - duizeligheid
   _birasol = zonnebloem zimía di birasol - zonnepit
   _bírgen = maagd
   _birginal = maagdelijk
   _birginidat = maagdelijkheid
   _bisa = zeggen. Mi tin un kò'i bisá bo. - Ik heb je iets te zeggen. No bisá mi! - Je meent 't niet! Bam bisa, ... - Laten we zeggen, ...
   _bisanieto = achterkleinkind
   _bisawela = overgrootmoeder, overgrootvader
   _bisé [C.] = kalf
   _biseksual = tweeslachtig
   _bishé [A.]= kalf. Kada baka ta lembe su bishé. - Elk waant zijn valk een uil te zijn.
   _bishita = bezoek; bezoeker. di bishita - op bezoek
   _bishitá = bezoeken; visiteren
   _bishitashon = visitatie
   _bisia = (zich) verslaven
   _bisiá = verslaafd; onderworpen (aan ondeugd of gebrek)
   _bisikleta = fiets. kareda di bisikleta - wielerwedstrijd. kore bisikleta - fietsen. koredó di bisikleta - fietser; wielrenner.
   _bisiña = buur; buurman; buurvrouw
   _bisio = ondeugd, verdorvenheid, gebrek
   _biskuchi = 1. biscuit; beschuit. 2. [anat.] knieschijf, meniscus
   _bispu = vooravond bispu di aña= oudejaarsavond bispu di pasku= kerstavond
   _bista = zicht; gezichtsvermogen; gezicht; uitzicht; blik; aanblik. bista limitá - slechtziendheid. bunita/mahos bista - én mooi/lelijk gezicht/uitzicht. ku bista riba - met uitzicht op. N' ta bista! - 't Is geen gezicht! pèrdè fò'i bista - uit het oog verliezen. tira un bista pa - 'n oogje in 't zeil houden op. tira un bista riba - 'n blik werpen op
   _bisti = dragen [v. kleding], aanhebben; aantrekken; aankleden; zich aankleden.
   _bistí = japon
   _bistimento = kleding; het aankleden
   _bistu = vaststaand; duidelijk; ta bistu ku... - Het staat vast dat...
   _bit = [znw] biet. roi bit - rooie bieten. [ww] overtreffen; verslaan; te slim af zijn. El a bit mi. - Hij is me te slim af geweest.
   _biuda = weduwe
   _biudo = weduwnaar
   _blachi = blad, vel (papier); pagina
   _blancha = witten
   _blanchá = witgepleisterd
   _blanchamento = [znw] het witten
   _blanko = [bnw] wit. BLANKO MANERA SNEU - ZO WIT ALS SNEEUW. blanko-blanko - sneeuwwit. [znw] doelwit; mikpunt.
   _blar = blaar
   _blas = [znw] blaas; ballon. chika blas - 'n plasje doen [fam.]; blas di skuma - zeepbel. [ww.] in: blas skuma - bellenblazen.
   _blat (di chanchan) = bil
   _blèdi = gummie
   _bleifir = drank, aangelengd met water waarmee 'n meisje haar onderlichaam heeft gewassen, gegeven aan een jongen om hem in haar ban te brengen, zodat hij haar ten huwelijk vraagt.
   _bleki = blik (v. metaal); roddeltje. bati bleki - roddelen
   _blèklis = de zwarte lijst. Bai riba un hende su blèklis - het bij iemand verbruien.
   _blenchi = colibri
   _blenk = blinken
   _blet = scheermes, lemmet
   _blijf hier = (zie: bleifir.)
   _blikia = bleken; verbleken, verschieten
   _blo = [ww] opdagen, komen opdagen, verschijnen. [bw] alleen, uitsluitend. blo sunú - poedelnaakt. blo bashí - platzak
   _blòf = [znw] bluf; [ww] bluffen
   _blòfdó = bluffer
   _blòki = blok. pega blòki - blokken op elkaar metselen. blòk'i wowo - sierblokken
   _blòkia = blokkeren; versperren
   _blòkiamento = blokkering
   _blòm = vrouwelijk geslachtsdeel [fam.]
   _blonchi = vrouwelijk geslachtsdeel [fam.]
   _blou =blauw. blou kla - lichtblauw. blou marino - marineblauw. B'a kòi awa blou! - Je bent de pineut!
   _bloudeifi = duivensoort
   _blous = blauwsel
   _blousana = blauwe hagedis
   _blufein = zweer
   _blusa = bloes
   _bo = jij, je, jouw
   _bó = uitsluitend. Bó boka nan ta! - Ze kletsen aan één stuk door.
   _bobedat = domheid
   _bobo = [bnw] dom. [znw] 1. dommerik. 2. builtje, knobbeltje, bobbeltje.
   _boda = huwelijksfeest
   _bode = id.
   _bòfi = milt
   _bòftá = [znw] stomp, klap. [ww] stompen
   _bog = boog . bog ku flecha - pijl en boog.
   _boga = pleiten
   _bogi = boog; (koren)schoof.
   _bòglu = bokking.
   _bògòdois = bonk;uit de kluiten gewassen persoon
   _boka = mond; hap. boka dushi - zoetekauw. bati boka - kletsen; z'n mond roeren. un boka bisa otro! - zegt het voort! M'a keda boka habrí. - Ik stond stomverbaasd. Bo boka nan ta! - Ze schreeuwen aan een stuk door.
   _bokabulario = woordenschat, vocabulaire
   _bokal = [znw] klinker, vocaal; [bnw] vocaal
   _bòks = botsen; boksen
   _bòksmento = [znw] botsing; boksen
   _bola = [znw] bol; [ww] bollen, opbollen, oprollen
   _bolbe = terugkeren, terugkomen, teruggaan
   _bolbemento = terugkeer
   _bolchi = broodje, kadetje. Nan no ta parti un bolchi. - Ze kunnen elkaar niet luchten of zien.
   _boletin = bulletin
   _bolo = taart. bolo pretu - zwarte (bruids)taart. bol'i batrei - lagentaart. bol'i prùim - pruimentaart. bol'i frigidaire - ijstaart
   _bolombonchi = buil, bult (op lichaam)
   _bòlter = omgooien; over de kop slaan, omslaan, omkieperen
   _boluntariamente = [bw] vrijwillig
   _boluntario = [bnw] vrijwillig. [znw] vrijwilliger/ster
   _boluntat = wil.
   _bòm = 1. bom; 2. bodem. sin bòm - bodemloos
   _bomba = [znw] bom. [ww] bollen; verkrampen; goor worden (v. eeten)
   _bombardeá = bombarderen
   _bombardeo = bombardement
   _bombardero = bommenwerper
   _bombero = brandweerman
   _bombòshi = gerommel; gedoe; herrie; gerotzooi.
   _bon {ng} = goed. bon día - Goeie morgen! Bon tardi! - Goeie middag! Bon nochi! - Goeie avond; goeie nacht. bon mucha - lief (van kinderen); braaf (van dieren). den bon òf den malu - goedschiks of kwaadschiks.
   _bòn = bon, coupon
   _bona [C.] = opbloeien
   _bonchi = boon. bonchi èrt - spliterwten. bonchi korá - bruine bonen. bonch'i hoyada - amuletboon tegen het boze oog. bonchi largo - lange, locale bonensoort.
   _bònchi = pungel; bundel [kleren e.d.]
   _bonda [A.] = opbloeien
   _bondadoso = goedertieren
   _bondat = goedheid
   _boneiriano = [znw] Bonairiaan. [bnw] bonairiaans
   _Boneiru = Bonaire
   _bongo = trommelsoort
   _bono = obligatie [fin.]
   _bor = boor
   _bora = boren, aanboren, doorboren
   _bòrchi = bord (school-, verkeers-)
   _bòrchincha = herrie, rumoer, rotzooi, herrieschopperij
   _bòrda = borduren
   _bòrdo = boord. na bòrdo - aan boord
   _boroto = lawaai
   _borotoso = lawaaierig
   _bos (C.) = donder
   _bòs = stem
   _bòsha = [ww] drommen, samendrommen, stormlopen
   _bòshi = [znw] bos (sleutels); drom (mensen)
   _boso = jullie. bosonan - jullie en allen die bij jullie horen.
   _bòter {stomme e} = fles
   _bota = stemmen (bij verkiezingen)
   _botashon = stemming (bij verkiezingen)
   _botika = apotheek; drogisterij
   _botikario = apotheker; drogist
   _boto = 1. boot; 2. stem (bij verkiezingen)
   _botòn = knoop (aan kleding)
   _botoná = knopen, dichtknopen
   _bou = onder; beneden
   _boulu = in: kouch' i boulu - achterhaalde onzin; ouwerwets gedoe.
   _bouncer [E.] = [in nachtclub e.d.] uitsmijter
   _boutiserio = doopfont
   _boutismo = doop, doopsel
   _boutista = doper. Juan Boutista - Johannes de Doper
   _brak = brak
   _brandstòf = spiritus
   _brasa = [znw] arm; omarming; knuffel. [ww] omarmen; omhelzen; knuffelen.
   _brasière = bh, bustehouder.
   _bravo = [v. hond e.d.] agressief, gevaarlijk.
   _breba [A.] = cactussoort (eetbaar)
   _brei = breien
   _brek = [znw] rem. [ww] remmen
   _brekmento = [znw] het remmen
   _brel = bril
   _breu = pek, teer. manera pieu riba breu. - zo langzaam als 'n slak.
   _breve = kort, summier. en breve - in het kort.
   _bría = schijnen; schitteren, stralen
   _brich = (gebit)brug
   _brigada = brigade
   _brinda = [znw] heildronk, toast; [ww] bieden, aanbieden; toasten, een heil-dronk uitbrengen. brinda un hende un serenada - iemand een serenade brengen.
   _brindis = heildronk, toast.
   _bringa = vechten, strijden
   _bringamento = [znw] vechten; vechtpartij, gevecht; strijden, strijd
   _bringamosa = brandnetel
   _bringan = [znw] vechtersbaas. [bnw] vechtlustig, strijdlustig
   _brío = flair, energie
   _brisa = bries
   _briyante = prachtig, schitterend
   _briyèchi = lot uit de landsloterij.
   _bròcha = borstspeld; broche
   _brokèst = rondbazuinen
   _broma = opscheppen; snoeven, pochen, brallen. Awa ku broma no sa yobe. - Opscheppen is geen kunst, maar doen.
   _bromadó = opschepper, snoever, pocher
   _bròmer {stomme e} = motorfiets
   _brongosá = bespotten; kleineren; te schande zetten
   _brota = voortspruiten
   _brotamento = [znw] voortspruiten
   _brou = brouwen
   _broumento = [znw] het brouwen
   _bruela = waterpokken
   _brùg = brug. pariba di brùg - [A.] boven (=ten oosten van) de brug (over het Spaans Lagoen), d.w.z. richting San Nicolas. Pabou di brùg - [A.] beneden (= ten wensten van) de brug (over het Spaans Lagoen) d.w.z. richting Oranjestad.
   _bruha [A.] = [ww] verwarren; in de war brengen/maken/gooien; misleiden. bruha tera - De boel in de war brengen. [znw] 1. kruidenmengerij; toverij; hekserij. hasi bruha - onheil toebrengen met toverij. hasidó di bruha - iemand die onheil kan toebrengen met toverij. 2. heks [ook fig.];
   _bruhamento = [znw] verwarren, in de war brengen; misleiding
   _brui = broeien; broeden. un lugá di brui - 'n broedplaats [ook fig.]
   _brùidegom = id.
   _brùin = bruin
   _brùit-homber = bruidegom
   _brùit-muhé = bruid
   _brùit = bruiloft
   _bruki = luier. bisti bruki - 'n luier aan doen. kambia bruki - verschonen
   _bruto = [bnw] bruut; ruw; woest. [znw] bruut; woesteling.
   _bruwa [C.] = [ww] verwarren; in de war brengen/maken/gooien; misleiden. bruwa tera - De boel in de war brengen. [znw] 1. kruidenmengerij; toverij; hekserij. hasi bruwa - onheil toebrengen met toverij. hasidó di bruwa - iemand die onheil kan toebrengen met toverij. 2. heks [ook fig.]
   _bruwamento [C.] = [znw] verwarren, in de war brengen; misleiding
   _bubi = stern. Bubi no a pone webo ku den kara di dje. - Zijn/haar gezicht zit vol sproeten.
   _Bubu = 1. Buchi = koosnaam voor oudste zoon. 2. {plat] geld
   _Bubuchi = Buchi = koosnaam voor oudste zoon
   _Buchi = bijnaam voor oudste zoon
   _buchi = krop (v. vogels). Su buchi a yena. - Hij is 't zat.
   _buei = os
   _buelo = vlucht
   _buèlta = omkering; beurt, ronde
   _bufete [S.!] = advokatenpraktijk (P.: Ofisina di abogado)
   _bui = boeien (met handboeien)
   _bùk = bukken
   _bukèt = boeket, ruiker
   _buki = boek
   _bulá = sprong; vlucht
   _bula = vliegen; springen; opvliegen [ook fig.]; doorslaan (van zekering); ontploffen; opblazen. bula kurá - overlopen (naar andere politieke partij.) - Je kunt hoog of laag springen, ...
   _buladeifi = bloudeifi = duivensoort
   _buladó = springer; vliegende vis. buladó di kurá - overloper (naar andere politieke partij).
   _bulamento = [znw] het springen, het vliegen
   _bulpes = bullepees
   _BULULú = GEDOE, GEROMMEL, GEROTZOOI, GESJOEMEL
   _buní = tonijn
   _bunita = mooi
   _bunitesa = schoonheid
   _buraché = dronkelap; zuiplap.
   _burachería = dronkenschap; zuippartij.
   _burachi = dronken. bebe burachi - zich bezuipen.
   _buraká = gaten maken, doorboren
   _burako = gat, kuil. un shimis di tres burako - 'n soepjurk. burak'i flùit - kontgat
   _burdá = verdwaasd; versuft
   _burdugu = beul. Den kas di burdugu no sa falta stròp. - Er is altijd een stok te vinden om een hond te slaan [maar sterker van toon!]
   _buriko = ezel; [fig.] stommeling. buriko bestia - stomme ezel [fig.]. Buriko padilanti - stront voorop! Bo por saka buriko fò'i mondi, ma bo no ta saka mondi fò'i buriko. - 'n ezel blijft altijd 'n ezel. Ku palabra dushi ta saka buriko fò'i mondi. - Met zachte drang bereik je meer dan met harde hand. traha manera buriko - werken als 'n paard.
   _burokrasia = bureaucratie
   _burokrat = bureaucraat
   _burokrátiko = bureaucratisch
   _burusí = boers; onbehouwen
   _bùs = (auto)bus
   _bushi [A.] = bolcactus
   _buska = zoeken; halen; afhalen; ophalen. Buska i lo bo haña. - Zoekt en gij zult vinden. buska un kos ku bela - zich ergens rot naar zoeken.
   _buskamento = [znw] het zoeken, zoektocht
   _busto = borstbeeld
   _but = [znw] bekeuring, boete. [ww] bekeuren; beboeten.
   _buta (C.) = plaatsen, zetten, leggen
   _butishi = kruik (met stop, zoals jeneverkruikjes van Bols)
   _buts = laars, laarzen
   _butuk = boers; uit de klei getrokken.
   _buya = flair, energie; ophef. ku hopi buya - met veel tamtam
   _buyon = bouillon


   _calzoncillo {ll=lj} [S.!] = onderbroek
   _carajo {j=ch in "kachel"} [S.!] = letterl.: vulgaire woord voor "penis". Zowel in Spaans als Papiamento: zeer vulgaire krachtterm of vloek.
   _causa [S.] = oorzaak. a causa di - als gevolg van
   _chabelito = kwajongen, belhamel
   _chacha-bòni = fat, kwast, verwijfde man
   _chambon = [znw] sufferd, sukkel, slemiel; slampamper. Hasi kò'i chambon ku un hende - iemand als een nul behandelen. laga un hende para manera chambon - iemand voor Piet snot laten staan. tuma un hende pa chambon - iemand als 'n onbenul behandelen. [bnw] onbenullig
   _champañ = champagne
   _chanchan = bips; zitvlak. ta chanchan na man - buikloop hebben.
   _chansa = [znw] grap. [ww] grappen maken
   _chantage = chantage
   _chantagiá = chanteren
   _chapaleta = (scheeps)schroef; schoep
   _charada = raadsel(tje)
   _charla = toespraak, lezing, causerie
   _che = bah!
   _chébere = hartstikke leuk
   _chèk = controleren, bekijken, bezien, inzien, nakijken, afkijken, spieken, nagaan
   _chèkeo = controle, onderzoek
   _chèkmento = controle
   _chèns = kans
   _chèpè-chèpè = plonzen, door water stappen
   _Cheppi = koosnaam voor Jozef
   _chèrchi [C.] = spot
   _chibatiá = uitzuigen [fig.]
   _Chichi = bijnaam voor oudste dochter
   _chika = melken; uitmelken [ook fig.]. chika blas - 'n plasje doen [fam.]. chika pos - 'n put leegpompen.
   _chiké = 1. varkensstal; 2. ongewijde begraafplaats
   _chikí (C.) = klein. hari chikí-chikí - in zichzelf (stiekem) lachen.splika un kos na plaka chikí - iets haarfijn uitleggen.
   _chikito [A.] = klein. na plaka chikito - haarfijn; in detail.
   _chikoti = knuppel
   _chincha[C.] = katapult; (A.: stichi)
   _chines
= [znw] Chinees. [bnw] chinees.
   _Chinto = koosnaam voor Jacinto
   _chiripa = nippertje. di chiripa - op 't nippertje
   _chispa = vonk. [ook fig.]
   _chòk = vastzitten, vastlopen, verstoppen; [fig.] de plank misslaan.
   _choka = wurgen; stikken; verstikken
   _choka-mata = afgelegen; Lugá di choka-mata - een afgelegen plaats.
   _chokamento = wurging
   _chokante = wurg-; wurgend
   _chokolati = chocolade. papel di chokolati - zilverpapier; chokolat'i pinda - speciale drank geserveerd op achtste dag na begrafenis. Hopi skuma, pòko chokolati. - veel geschreeuw om weinig wol.
   _chòler {stomme e} = drugsverslaafde, junky (scheldwoord)
   _chopa = fuik [voor landdieren]
   _chubato = 1: bok; ram; reu; mannetjesdier. 2: bulldozer
   _chuchu = rog [vis]
   _chuchubi = spotlijster
   _chuèrcha = bespotten; spotten
   _chuku-chuku = smoezen, smiespelen
   _chulo = [znw] pooier. [bnw] mooi
   _chupa-bèbè = lolly
   _chupa-chupa = bloedzuiger
   _chupa = zuigen; sabbelen. chupa dede - de vingers aflikken. chupa dùim - op z'n duim zuigen. chupa pos - de beerput leeg maken.
   _chupadó = bloedzuiger; uitzuiger [fig.]
   _chupon = speen
   _cicatriz [S.!] = litteken
   _ciento [S.!] = in: por ciento [S.] - percent
   _Coco = koosnaam voor Jacobo
   _contrario [S.] = tegendeel. al contrario - in tegendeel. lo contrario ta bèrdat. - Het tegendeel is waar.
   _conyugal [S.!] = huwelijks- . encuentro conygal [S.!] - bijeenkomst van huwelijkspartners.
   _cónyuge [S.!] = huwelijkspartner; echtgenoot, echtgenote
   _cooler [E.] = koeler
   _cortejo {j=ch van "kachel"} [S.] = in: cortejo fúnebre [S.] = lijkstoet, begrafenisstoet
   _cotex = maandverband
   _cuando [S.!] = in : di vez en cuando - af en toe.
   _curaçaoleño = [znw] Curaçaoenaar; [bnw] curaÇaos

   _dabishan = grote aardewerk waterkruik
   _dabrot = in: duna un hende su dabrot - Iemand flink uitkafferen.
   _dado [S.] = gegeven. un dado momento - op 'n gegeven ogenblik; op een willekeurig moment.
   _dak = dak
   _dal = slaan; raken, treffen. dal bai - ga je/Uw gang. dal mata - dood-slaan. dal un beter - 'n borrel nemen. dal un bishita - op bezoek gaan. dal un grito - een kreet slaken
   _dalakochi = sprinkhaan
   _dalmento = [znw] slaan; aanrijding, botsing
   _dam = 1. regenwater reservoir. 2. damspel. hunga dam - dammen
   _dama = dame. Dama i kabayeronan! - Dames en heren!. dama di honor - officiële gastvrouw.
   _damita = jongedame
   _damp = damp
   _dams = dametje
   _dañá = bedorven; beschadigd; kapot, stuk
   _daña = schaden; bederven; beschadigen; kapot gaan/maken. daña su paña - 't in z'n broek doen (van angst). daña un hende su beis - iemands humeur bederven. daña un hende su nomber - iemand zwart maken. e outo a daña - de auto is kapot.
   _danda = [znw] ronde, gespreksronde. [ww] stappen, uitgaan
   _dandará = pierewaaien
   _dande = Arubaanse nieuwjaarsfolklore
   _danes = [znw] Deen, Deens. [bnw] deens.
   _dañino = schadelijk
   _dank = opzeggen, afzeggen
   _danki = [znw] dank; [ww] danken, bedanken. danki na - dankzij. Danki Dios - God zij dank. Danki di mundu ta pishi di yewa. - Ondank is 's werelds loon.
   _daño = schade
   _dashi = das, stropdas; dash'i pushi - vlinderdasje
   _data = dateren
   _datu [C.] = cactus; (A.: kadushi)
   _dawari = huidvlekken
   _debate = debat.
   _debatí = debatteren
   _debchi[vero.] = dubbeltje
   _debe = [znw] schuld. [ww] schuldig zijn, verschuldigd zijn [ook fig.]
   _deber = plicht
   _debí = vanwege, te wijten (na - aan)
   _debidamente = terdege
   _debido = juist. na su debido tempo - te gelegener tijd
   _débil = zwak, slap
   _debilidat = zwakheid, zwakte
   _debilitá = verzwakken, afzwakken; tanen
   _debolbé = teruggeven, retourneren
   _debòr [A.] = walging, afschuw
   _debutante = debutant(e)
   _decir [S.!] = in: es decir [S.!] - dat wil zeggen.
   _dede = vinger, teen. dal su dede. - op de koffie komen (fig.). ku dos dede di sintí - met 'n klein beetje gezond verstand. munstra dede riba hende - mensen vals beschuldigen
   _dediká = toewijden, (zich) wijden (na - aan(; zich toeleggen (na - op); opdragen
   _dedikashon = toewijding, opdracht
   _dedukshon = deductie, afleiding; aftrek
   _deduktibel {stomme e} = deduceerbaar, afleidbaar, aftrekbaar
   _deduktibo = deductief
   _dedusí = deduceren, afleiden; aftrekken
   _defekto = [znw] defect, gebrek. [bnw] defect
   _defendé = verdedigen; (zich) verweren
   _defensa = verdediging; defensie; verweer
   _defensibel {stomme e} = verdedigbaar
   _defensibo = verdedigend, defensief
   _defensor = verdediger
   _definí = definiëren; omschrijven
   _definishon = definitie; omschrijving
   _definitibo = definitief
   _defisiensia = gebrek; tekortkoming
   _defisiente = gebrekkig; onvoldoende; tekort
   _defisit = [fin.] tekort
   _deformá = [ww] vervormen; misvormen; [bnw] vervormd; misvormd
   _deformashon = vervorming
   _defroudá = teleurstellen; in de steek laten
   _defroudashon = teleurstelling
   _degenerá = [ww] degenereren, verworden, ontaarden, verloederen. [bnw] ontard; gedegenereerd; verloederd.
   _degenerashon = degeneratie, verwording, ontaarding, verloedering
   _degradá = degraderen
   _degradashon = degradatie
   _dehado = laks, nalatig (van luiheid)
   _dehele wé = geelzucht
   _dèk = 1. [znw] dek [scheepv.]. 2. [ww] dekken [v. dieren]
   _dek = drachtig
   _dékada = decennium
   _dekadensia = decadentie
   _dekadente = decadent
   _dekapitá = onthoofden
   _deklamá = declameren, voordragen, opzeggen
   _deklamashon = declamatie, voordracht
   _deklará = verklaren; inklaren; declareren
   _deklarashon = verklaring; inklaring; declaratie
   _dekliná = declineren; afbuigen
   _deklinashon = declinatie; afbuiging
   _deklu = deken
   _dekolonisá = dekoloniseren
   _dekolonisashon = dekolonisatie
   _dekorá = decoreren; onderscheiden; versieren
   _dekorashon = decoratie; onderscheiding; versiersel(en); versiering
   _dekretá = decreteren; verordenen; uitvaardigen
   _dekreto = decreet; verordening
   _delaster {stomme e} = laatste. delaster un kos - letterlijk alles. E ta kritiká delaster un kos. - Hij heeft overal kritiek op.
   _delegá = [bnw] dun; slank; rank; mager. [ww] delegeren; afvaardigen
   _delegado = gedelegeerde; afgevaardigde
   _delegashon = delegatie, afvaardiging
   _deliberá = bespreken, overleggen; delibereren, bediscussiëren; overpeinzen
   _deliberadamente = opzettelijk; willens en wetens.
   _deliberashon = bespreking, overleg; overpeinzing
   _delikado = delicaat; teer
   _delimitá = afbakenen
   _delimitashon = afbakening
   _delinkuente = delinquent
   _delisioso = heerlijk; smakelijk
   _delito = delict
   _delko = stroomaggregaat
   _demagogía = demagogie, volksmennerij
   _demagogo = demagoog, volksmenner
   _demanda = [in handel] vraag; [jur.] aanklacht; vordering. demanda i oferta - vraag en aanbod.
   _demandá = aanklagen [jur.]
   _demasiado [S.!] = te veel
   _demolí = slopen, afbreken; vernietigen
   _demolishon = sloop; totale afbraak; vernietiging
   _demoniá = des duivels worden.
   _demonio = duivel. mal demonio - rotzak, smeerlap
   _demonstrá = demonstreren, aantonen
   _demonstrashon = demonstratie; vertoon
   _demonstratibo = aanwijzend
   _demotibá = demotiveren
   _demotibashon = demotivatie
   _dèmpel{stomme e} (Partisipio: gedèmpel = 1. dempen; Ora baka a hoga kaba, nan ta dèmpel e pos. - Als het kalf verdronken is, dempt men de put. 2. wegmoffelen; wegstoppen; verbergen. Nan tin nan kos bon gedèmpel. - Ze houden alles goed verborgen.
   _den {ng} = in. den shelu - in de hemel. den nomber di ... - in (de) naam van ... Den man di Dios. - In Gods hand. biba den miseria - in armoede leven. den hospital - in 't ziekenhuis. den boka di pueblo - in de volksmond. den wow'i hende - in 't zicht van de mensen. Dispensa den kar'i hende! - Vergeef me dat ik 't zo bruut zeg. para den su sapato - stevig in z'n schoenen staan.
   _dengue = knokkelkoorts
   _deningrante = denigrerend, neerbuigend
   _denominashon = confessie, geloof, religie
   _densidat = dichtheid
   _denso = dicht (v. bevolking, bewolking, enz.)
   _dental = tand-; tandheelkundig
   _denter (di){stomme e} = binnen in; van binnen
   _dentista = tandarts, tandheelkundige
   _denunsiá = aanklagen, aanbrengen, aangeven; aan de kaak stellen; veroordelen
   _denunsia = aanklacht, aangifte; veroordeling
   _denunsiante = aanklager
   _departamento = afdeling, departement
   _dependé = afhangen. Ta dependé. - Dat hangt ervan af.
   _dependensia = afhankelijkheid, onzelfstandigheid
   _dependiente = afhankelijk; onzelfstandig
   _deplorá = betreuren
   _deplorabel {stomme e} = deplorabel, betreurenswaard
   _deponé = deponeren
   _deportá = deporteren, uitzetten
   _deportabel {stomme e} = deportabel, uitzetbaar
   _deportashon = deportatie, uitzetting
   _deporte = sport
   _deportibo = sportief
   _depositá = storten, deponeren (op bankrekening e.d.)
   _depósito = 1. storting, inleg. 2. opslagplaats, magazijn
   _depreshon = depressie
   _depresiá = afschrijven [fin.]
   _depresiashon = afschrijving [fin.]
   _depresibo = depressief
   _deprimí = [ww] deprimeren, terneer drukken. [bnw] gedeprimeerd, terneergeslagen; somber.
   _deprimibel {stomme e} = terneerdrukkend; troosteloos; ongenaakbaar
   _deprivá = ontberen
   _deprivashon = ontbering
   _dera = [ww.] begraven
   _derá = [deelw.+bnw] begraven
   _deramento = begrafenis, uitvaart, teraardebestelling
   _derechi [C.] = [znw] recht; (A.: derecho)
   _derecho [A.] = [znw] recht
   _derivá = afleiden
   _derivashon = afleiding, herleiding
   _derochá = smijten (met geld)
   _deroche = verspilling (v. geld)
   _desabordá = buiten de oevers treden, overstromen
   _desabordimento = overstroming (door buiten de oevers treding)
   _desagradabel {stomme e} = onaangenaam; naar, onprettig, onplezierig
   _desagradesido = ondankbaar
   _desakonsehá = ontraden, afraden
   _desakoplá = afkoppelen, ontkoppelen
   _desakoplamento = afkoppeling, ontkoppeling
   _desakustumbrá = ontwennen
   _desaliná = ontzilten
   _desalinisashon = ontzilting
   _desampará = ontheemd
   _desanimá = ontmoedigen
   _desanimashon = ontmoediging
   _desaparesé = verdwijnen
   _desaparishon = verdwijning
   _desaprobá = afkeuren, misprijzen
   _desaprobashon = afkeuring; misprijzen
   _desapuntá = [ww] teleurstellen; tegenvallen. [bnw] teleurgesteld
   _desapuntante = teleurstellend; tegenvallend
   _desapunto = teleurstelling; tegenvaller
   _desareglá = [ww] ontregelen. [bnw] ontregeld
   _desarmá = 1: ontwapenen. 2: demonteren, uit elkaar halen
   _desarmamento = 1: ontwapening. 2: demontage
   _desaroyá = ontwikkelen
   _desaroyo = ontwikkeling
   _desastre = ramp, rampspoed; ravage. desastre aéreo - vliegramp
   _desastroso = rampzalig, catastrofaal
   _desayuná = ontbijten
   _desayuno = ontbijt
   _desbaratá = ontzenuwen
   _desbelá = [standbeeld e.d.] onthullen; [vlag e.d.] ontplooien; ontrollen; ontvouwen; [geheim e.d.] ontsluieren
   _desbelo = onthulling; ontplooiing; ontvouwing; ontsluiering.
   _desbentaha = nadeel
   _desbentahoso = nadelig, onvoordelig
   _desbergonsoso = onbeschaamd, schaamteloos
   _desbordá = overstromen
   _desde = sinds, sedert
   _deseá = [ww] wensen. [bnw] gewenst. Mmanera deseá - naar wens.
   _deseabel {stomme e} = wenselijk
   _desekilibrá = onevenwichtig
   _desekilibrio = onevenwichtigheid
   _desembarká = uitstappen (uit schip of vliegtuig), debarkeren
   _desembarkashon = het uitstappen (uit schip of vliegtuig)
   _desember {stomme e} = december
   _desemboká = uitmonden
   _desempleá = werkeloos
   _desempleado = werkeloze
   _desempleo = werkeloosheid
   _desena = tiental
   _desendensia = afkomst, afstamming
   _desendiente = afstammeling; telg
   _desenlasá = ontrafelen
   _desenlase = ontknoping
   _desensia = fatsoen
   _desente = fatsoenlijk, decent
   _desentralisá = decentraliseren
   _desentralisashon = decentralisatie
   _deseo = wens
   _desepshon = deceptie, teleurstelling; bedrog
   _desepshoná = teleurstellen
   _desepshonante = teleurstellend
   _desesperá = [ww] wanhopen; vertwijfelen. [bnw] wanhopig; vertwijfeld; radeloos
   _desesperashon = wanhoop; vertwijfeling; radeloosheid
   _desfaborabel {stomme e} = ongunstig; nadelig
   _desfigurá = vervormd, ontsierd, verwrongen
   _desfilá = defileren
   _desfile = defilé
   _desgabá = [ww] misprijzen
   _desgrasia = ongeval; ongeluk
   _desgrasiadamente = ongelukkigerwijs
   _desgrasiado = [znw] schoft, schurk, ploert, smeerlap. [bnw] ongelukkig
   _deshasí = ongedaan maken; (zich) ontdoen (di - van)
   _deshogá = [fig.] luchten; uitstorten; ontboezemen
   _deshonestidat = oneerlijkheid
   _deshonesto = oneerlijk
   _deshonrá = onteren
   _desierto = woestijn.
   _desifrá = ontcijferen, decoderen
   _desigual = ongelijk
   _desigualdat = ongelijkheid
   _desilushon = desillusie; ontgoocheling, ontnuchtering
   _desilushoná = [ww.] ontgoochelen; ontnuchteren. [bnw] ontgoocheld; ontnuchterd; gedesilusioneerd
   _desimal = decimaal, tiendelig
   _desinfekshon = ontsmetting
   _desinfektá = ontsmetten
   _desinfektante = [znw] ontsmettingsmiddel. [bnw] ontsmettend
   _desishon = besluit
   _desisibo = doorslaggevend.
   _deskaí = [ww] vervallen; in verval raken; aftakelen; verkommeren. [bnw] vervallen; afgetakeld; verkommerd.
   _deskansá = rusten, uitrusten
   _deskanso = rust. deskanso di alma - de zielerust
   _deskargá = lossen, uitladen
   _deskargamento = [znw] het lossen
   _deskartá = verwerpen
   _deskomprendimento = wanbegrip; onbegrip
   _deskomprondemento = wanbegrip; onbegrip
   _deskomprondido = geen begrip hebbend; alles moedwillig verkeerd begrijpend
   _deskonekshon = afsluiting
   _deskonektá = afsluiten; ontkoppelen
   _deskonfiá = [ww] wantrouwen; niet vertrouwen. M'a deskonfiá! - Ik was er al bang voor! [bnw] wantrouwig
   _deskonfiabel {stomme e} = onbetrouwbaar
   _deskonfiansa = [znw] wantrouwen
   _deskonosí = [znw] onbekende. [bnw] onbekend
   _deskonsehá = afraden, ontraden
   _deskonsehabel {stomme e} = te ontraden; niet aan te raden
   _deskonsertante = onthutsend
   _deskonsertá = onthutst; ontdaan; in de war
   _deskoronashon = ontkroning
   _deskoroná = ontkronen
   _deskribí = beschrijven; omschrijven.
   _deskripshon = beschrijving; omschrijving; signalement
   _deskubrí = ontdekken
   _deskubrimento = ontdekking; vondst
   _deskurashamento = ontmoediging
   _deskurashá = ontmoedigen; tegengaan
   _deskurashabel {stomme e} = ontmoedigend; te ontmoedigen
   _deskustumá = ontwennen
   _desmantelá = ontmantelen
   _desmantelashon = ontmanteling
   _desmentí = ontkennen; weerspreken; tegenspreken; verloochenen
   _desnudá = (zich) ontbloten. [bnw] ontbloot
   _desobediensia = ongehoorzaamheid
   _desobediente = ongehoorzaam
   _desolá = [bnw] verlaten; desolaat; woest.
   _desórden = wanorde, ongeordendheid; kabaal, lawaai
   _desordená = [bnw] ongeordend, ongeregeld; wanordelijk
   _desordu = kabaal, lawaai.
   _despachá = afvaardigen; verzenden
   _despacho [S.] = bureau, kantoor
   _despaketá = uitpakken
   _despedí = afschied nemen
   _despedida = afscheid
   _despegá = opstijgen [v. vliegtuig]
   _desplegá = ontvouwen, vertonen
   _desperdisio = afval
   _desprendé = loslaten [van onderlaag]
   _desprendimento = loslating [van onderlaag]. desprendimento di retina - netvliesloslating
   _despresiá = minachten
   _despresiabel {stomme e} = te minachten; verachtelijk
   _despresio = minachting
   _desproporshonal = buiten proporties; bovenmate
   _despues = na, daarna, erna
   _destaho = aanbesteding. destaho públiko - openbare aanbesteding.
   _destaká = uitmunten, uitblinken; OPVALLEN; omlijnen.
   _destiná = bestemmen
   _destinashon = bestemming
   _destino = lot, bestemming
   _destruí = vernielen, vernietigen; verwoesten; verdelgen
   _destrukshon = vernieling, vernietiging; verwoesting; verdelging
   _destruktibo = destructief; verwoestend
   _desviá = uitwijken, afwijken; omleggen.
   _detayá = [ww] detailleren, details geven. [bnw] gedetailleerd; uitvoerig ; omstandig
   _detaya = detail
   _detayista = detaillist
   _detené = 1. vasthouden, ophouden. detené un hende - iemand aan de praat houden. 2. aanhouden, arresteren
   _detenido = arrestant
   _detenshon = arrestatie, aanhouding.
   _deteriorá = verslechteren; verergeren; achteruitgaan
   _deteriorashon = verergering; verslechtering; achteruitgang
   _determiná = [ww] bepalen; vaststellen; [bnw] bepaald; vastberaden; vastbesloten
   _determinabel {stomme e} = determineerbaar; bepaalbaar
   _determinashon = vastberadenheid
   _devastador = verwoestend; smadelijk
   _devorá = verslinden; verscheuren (door wild dier)
   _devoshon = devotie; vroomheid
   _devoto = devoot; vroom
   _dewer = de weer; El a haña dewer. - De weer is erin gekomen.
   _di = van. no di e ... ei - niet zo erg .... e no ta di e grandi ei. - hij/zij/het is niet zo erg groot. no di e hopi ei. - niet zo erg veel. no di e tantu ei. - niet zo erg veel.
   _dí = zei(den) (ku = tegen). Mi dí kuné... - Ik zei tegen hem... Nan dí - men zegt. Ki bo dí? - Wat zeg je? Ken dí? - Wie heeft dat gezegd?
   _día = dag. día 2 di desember - op 2 december. dí' aden, díí afó - dag in, dag uit. día di mi aña - op mijn verjaardag. día ku, ... - [v.t.] toen; [t.t.] als. día pa día - alsmaar; voortdurend; iedere dag meer; telkens. awe ocho día - vandaag over acht dagen. Bon día! - Goeie morgen! di día - overdag. di un día pa otro -van de ene dag op de andere. 'ki día, ... - dezer dagen; onlangs. Ki día? - wanneer? Día bieu! - Al lang!
   _diabel {stomme e} = duivel. papia di diabel, bo ta trapa su rabo. - Als je het over de duivel hebt, trap je op zijn staart. Anochi skur, diabel ta lur. - In 't donker van de nacht ligt de duivel op de loer.
   _diabetes = diabetes, suikerziekte
   _diabétiko = [znw] diabeet, suikerpatiënt. [bnw ] diabetisch
   _diabierna [A] = vrijdag. diabierna santo - goede vrijdag
   _diabiernè [C.] = vrijdag
   _diadomingo = zondag. diadomingo di rama - palmzondag
   _diak = diaken
   _diákono = diaken.
   _dialogá = converseren; een samenspraak houden
   _diálogo = dialoog. diálogo nashonal - maatschappelijke discussie
   _dialuna = maandag
   _diamantario = diamantair
   _diamante = diamant
   _diamars = dinsdag
   _diaranson _diarason = woensdag. diarason di shinishi - aswoensdag
   _diario = dagelijks
   _diasabra = zaterdag. diasabra di aleluya - paaszaterdag
   _diaweps = donderdag. diaweps santo - witte donderdag
   _dibuhá = tekenen, 'n tekening maken
   _dibuho = tekening; prent
   _dicha [S.!] = geluk
   _dicho = gezegde; spreuk; [fig.] vloek. dal un dicho - er 'n knoop overheen leggen. Dicho hecho![S.] - Zo gezegd, zo gedaan.
   _dichoso = zalig, gelukkig
   _dies = tien; di dies - tiende.
   _diesdos = twaalf
   _dieskuater = veertien
   _diesnuebe = negentien
   _diesocho = achttien
   _diesseis = zestien
   _diesshete = zeventien
   _diessinko = vijftien
   _diestres = dertien
   _diesun = elf
   _diferensia = verschil; verschiedenheid
   _diferensiá = verschillen; onderscheiden; uiteenlopen; onderscheid maken, verschillend zijn
   _diferente = verschillend; onderscheiden
   _difikultá = bemoeilijken
   _difikultat = moeilijkheid
   _difísil = moeilijk
   _difunto = [bnw] wijlen; zaliger. [znw] overledene. Tur Difunto - Allerzielen.
   _digerí = [ww] verteren
   _digeribel {stomme e} = verteerbaar
   _digestion = [znw] verteren, vertering
   _digital = digitaal
   _digitalisá = [ww] digitaliseren. [bnw] gedigitaliseerd
   _digitalisashon = digitalisering
   _dignidat = waardigheid
   _dignitario = (hoog)waardigheidsbekleder
   _digno = waardig. digno di konfiansa - betrouwbaar, vertrouwenswaard
   _Dik = koosnaam voor Hendrik
   _diki = dik (voornamelijk van levenloze dingen)
   _dikshonario = woordenboek
   _dikta = verordenen; opleggen; voorschrijven. dikta sentensia - uitspraak doen [jur.]
   _dilanti (di) = vóór (v. plaats). su dilanti - ervoor
   _diligensia = 1. vlijt, toewijding, ijver; voortvarendheid. 2. boodschap,iets noodzaqkelijks te doen.
   _diligente = ijverig; voortvarend
   _dilirio = delirium
   _diluvio = zondvloed
   _dimas = [bnw] overig(e). [bw] te; te veel, te erg; te dimas - (al) te veel, erg. Esei ta un tiki te dimas. - Dat is 'n beetje te. kome, bebe, drumi etc. dimas - te veel eten, drinken, slapen etc. [znw] overdaad. Dimas ta dañino. - Overdaad schaadt.
   _DINA = Dienst Immigratie en Naturalisatie
   _Dinamarka = Denemarken
   _dinámiko = dynamisch
   _dinamismo = dynamisme
   _dinamit = dynamiet
   _dinastía = dynastie, vorstenhuis
   _Dindin = koosnaam voor Bernardina
   _Dios = God. Dios libra! - God beware mij! Dios mío![S.] - Mijn God! Dios 'na bida i salú. - Bij leven en welzijn. Dios wardá bo! - God zij met je! danki Dios - God zij dank. Es ku Dios ke! - Zo wil God 't. (gezegd op condoleance). trái lomb'i Dios - heel erg afgelegen. ku Dios ke. - als God 't wil. Papa Dios no ta drumi! - God ziet alles.
   _diosesano = diocesaan
   _diósesis = diocees
   _diptongo = tweeklank
   _diputado = wethouder; gedeputeerde
   _direkshon = richting; leiding; regie
   _direktiba = bestuur
   _direkto = direct, rechtstreeks
   _direktor = directeur, regisseur
   _direktorado = directoraat; directie
   _dirigente = leidinggevende; bestuurslid; directielid
   _dirigí = richten; leiden; regisseren; mikken
   _dirti = smelten. Dirti! - Verdwijn!
   _diseñá = ontwerpen
   _diseñabel {stomme e} = ontwerpbaar
   _diseñadó = ontwerper, tekenaar
   _diseño = ontwerp
   _disertashon = dissertatie, proefschrift; verhandeling
   _disfras = vermomming, masker
   _disfrasá = [ww] (zich) vermommen. [bnw] vermomd; verkapt; verhuld
   _disfrutá = genieten van
   _disgustá = [ww] tegenstaan. [bnw] ontevreden; ontdaan; geërgerd; afkerig.
   _disgusto = ongenoegen; ontevredenheid; ergernis; afkeer; tegenzin
   _disidí = beslissen, besluiten
   _disinbein = duizendpoot
   _disipliná = [ww] disciplineren, discipline bijbrengen. [bnw] gedisciplineerd
   _disiplina = discipline; tucht; sin disiplina - vrijgevochten
   _disiplinario = disciplinair
   _disko = plaat, grammofoonplaat. toka un disko - 'n plaat spelen
   _diskordia = onenigheid, onmin, tweedracht, verdeeldheid
   _diskotèk = discotheek
   _diskrepansia = discrepantie, (foutief) verschil
   _diskriminá = discrimineren
   _diskriminashon = discriminatie
   _diskriminatorio = diskriminerend
   _diskulpá = (zich) verontschuldigen; excuseren.
   _diskulpa = verontschuldiging; excuus. pidi diskulpa - verontschuldigingen aanbieden.
   _diskurso = toespraak, redevoering
   _diskushon = discussie, bespreking
   _diskutí = diskussiëren; bespreken.
   _diskutibel {stomme e} = bespreekbaar
   _disloká = [arm e.d.] verrekken
   _dislokashon = [arm e.d.] verrekking
   _disminuí = verminderen, verkleinen, inkrimpen
   _disminushon = vermindering, verkleining; inkrimping
   _disolushon = ontbinding
   _disolvé = ontbinden
   _disparate = [S.] onzin, kletskoek; onzinnige handeling
   _disparsé = verdwijnen; tanen
   _dispensá = 1. verontschuldigen, excuseren. 2. vrijstellen. Dispensá mi! - Excuseer! Neem mij niet kwalijk!
   _dispensa = verontschuldiging, excuus. Dispensa! - Pardon!
   _dispensashon = dispensatie; vrijstelling
   _disponé = beschikken (di - over)
   _disponibel {stomme e} = beschikbaar; voorhanden
   _disponibilidat = beschikbaarheid
   _disposishon = beschikking. na disposishon di - ter beschikking van.
   _disproporshon = onevenredigheid
   _disproporshoná = onevenredig
   _disproporshonal = [bnw] onevenredig
   _disproporshonalmente = [bw] onevenredig
   _dispuesto = bereid; willig.
   _disputá = disputeren, redetwisten, twisten, betwisten
   _disputa = dispuut, redetwist, twist
   _disputibel {stomme e} = betwistbaar
   _distansia = afstand
   _distansiá = distanciëren, afstand nemen
   _distilá = distilleren; stoken
   _distinguí = [ww] onderscheiden; onderkennen. [bnw] gedistingeerd; deftig, voornáám, statig
   _distinguibel {stomme e} = waarneembaar
   _distinshon = onderscheid; verschil
   _distinto = anders; verschillend; onderscheiden
   _distorshon = vertekening; vervorming; misvorming
   _distorshoná = [ww] vertekenen; vervormen; misvormen. [bnw] vertekend; vervormd; misvormd
   _distraí = [ww] (xich) ontspannen; afleiding zoeken. [bnw] afgeleid [fig.]; verstrooid [fig.]
   _distraishon = afleiding; verstrooiing; verstrooidheid
   _distribuí = distribueren, verspreiden; uitgeven
   _distribuidó = distributeur, verspreider, leverancier.
   _distribushon = distributie, verspreiding
   _distrito = district; wijk; streek
   _disturbio = ongeregeldheid; onrust; verstoring; rel
   _diversidat = diversiteit; verscheidenheid
   _diversifiká = spreiden
   _diversifikashon = spreiding
   _diverso = divers; verscheiden
   _divertí = zich vermaken
   _divertido = vermakelijk
   _divertishon = vermaak
   _divi-divi = waaiboom; watapana
   _dividí = delen; verdelen; splitsen. dividí i reina - verdeel en heers. dividí riba - verdelen over
   _dividibel {stomme e} = deelbaar (pa - door)
   _divino = goddelijk. Divino niño (Hesus) - 't goddelijk kindje (Jezus). providensia divino - goddelijke voorzienigheid
   _divishon = deling; verdeling; verdeeldheid; divisie
   _divorsiá = scheiden
   _divorsio = echtscheiding
   _divulgá = onthullen
   _divulgashon = onthulling
   _djaka = rat
   _djampou = grouper (vissoort). wow'i djampou - uitpuilende ogen
   _djap = klus(je); traha djab-djab - klussen
   _dje = hem, haar, het, er- (na: bou, den, di, riba)
   _djei = vandaar; daarna. I djei? - Wat zou dat? Nou en?
   _djeit = flair, élan
   _djente = tand; kies. doló di djente - tandpijn, kiespijn. morde (su) djente - de tanden op elkaar zetten; op de tanden bijten. pasta di djente - tandpasta. ranka djente - een tand, kies (laten) trekken. skeiru djente - de tanden poetsen. skeiru di djente - tandenborstel.
   _djimbi = [znw] stuipen; stuiptrekking
   _djis = net, daarnet, zo net, dadelijk. djis akí - dadelijk. Mi ta bin un djis. - Ik kom zo.
   _djòdjò = goeie sier maken, de bloemetjes buiten zetten [fig.]
   _djògògò = dartelen (als 'n geit)
   _djòin = 1. samenvoegen; 2. toetreden tot, zich voegen, aansluiten bij
   _djòki = onderbroek (voor mannen)
   _djumblum = onderdompelen
   _dòbel {stomme e} = dubbel
   _doblá = [znw] vouw. [bnw] (op)gevouwen; krom. lomba doblá - met kromme rug
   _dobla = buigen, vouwen; verdubbelen. Dobla warda! - Wacht maar af!
   _doblamento = [znw] het vouwen, buigen; verdubbeling
   _dòf = dof, flets
   _dòkter {stomme e} = dokter. dòkter di kas - huisarts
   _dòktor = doctor. Dòktor di lei - schriftgeleerde
   _dòktu = dokter (zie: dòkter)
   _dokumentá = documenteren
   _dokumentashon = documentatie
   _dokumento = document
   _dòl = misgaan; mislukken. E kos a dòl. - 't Is misgegaan.
   _doló = pijn, smart. doló di kabes - hoofdpijn. doló di bariga - buikpiin. doló di djente - tan/kiespijn
   _doloroso = pijnlijk, smartelijk. sufrimento doloroso - schrijnend leed
   _dòm = vuilnisbelt
   _doméstiko = huis-; huishoudelijk
   _domi = dominee
   _dominá = beheersen, overheersen, domineren; overmeesteren
   _dominabel {stomme e} = beheersbaar
   _dominante = dominant, overheersend
   _dominio = beheersing; overheersing
   _domisilio = woonplaats; verblijfplaats. sin domisilio fiho - zonder vaste woon- of verblijfplaats.
   _don = gave; aanleg; e don di idioma - talenknobbel
   _dònderbos = donderbus (vuurwerk)
   _dònderslá {stomme e} = mengsel van meerdere sterke dranken
   _dòndru = donder [fig.]; lummel [pers.]; voor de donder. Ki dòndru bo ta hasi? - Wat voor de donder doe je?
   _dònkrak = dommekracht; vijzel; Ni ku dònkrak e n' ta muf. - Hij is met geen paard van zijn plaats te krijgen.
   _doño = eigenaar , baas. doño di trabou - werkgever
   _dons [fam.] = vrouwelijk geslachtsdeel
   _DOOV [vero.] = Dienst Openbare Orde en Veiligheid
   _dor = [znw] dooier; [vz] door. dor di= door. dor ku - doordat
   _dori = kikker
   _dormitorio = slaapzaal
   _dorna = versieren
   _dornamento = versiering, tooi; het versieren
   _dòs = twee; di dòs - tweede. Dòs sa mas ku un. - Twee weten meer dan een. e dosnan - de twee. nos (boso, nan) dòs - met z'n tweeën. tur dòs - allebei
   _dosena = dozijn, twaalftal
   _dosente = docent
   _dosha [plat] = verknollen
   _doshi = 1: doos. 2: kut [vulg.]
   _dósil = deemoedig; zachtaardig
   _dosilidat = deemoed; zachtaardigheid
   _dósis = dosis
   _dotá = begiftigd, begaafd
   _dota = begiftigen
   _dote = bruidschat
   _dou = dobbelsteen
   _DOW = Dienst Openbare Werken
   _drachi = draad (van haar, of stof)
   _drama = [znw] drama. [ww] vergieten, uitstorten, plengen. drama sanguer - bloed vergieten
   _dramamento = vergieten. dramamento di sanguer - bloedvergieten
   _dramátiko = dramatisch
   _dramatisá = dramatiseren
   _dramatisashon = dramatisering
   _dramaturgo = dramaturg
   _drastikamente = [bw] drastisch
   _drástiko = [bnw] drastisch
   _drecha = beteren, verbeteren; repareren, opknappen. drecha kama - het bed opmaken. drecha mesa - de tafel dekken. drecha su bida - z'n leven beteren.
   _drechamento = verbetering, reparatie
   _drechi = 1. rechts, rechter-. man drechi - de rechterhand [ook fig.]. 2.behoorlijk; fatsoenlijk. hende drechi - fatsoenlijke mensen.
   _drei = draaien, roeren, omkeren. drei bisa - antwoorden. M'a drei bis'é,... - ik zei hem/haar, ...
   _dreimento = gedraai, draaiing
   _dreiskruf = schroevendraaier
   _drèmpi = drempel, dorpel
   _drenta = binnenkomen/gaan
   _drif = drijven
   _drikidèk = cocoskoek
   _drikil = grote zeeschildpad
   _drispidí = verkwisten, verknoeien
   _drispididó = [znw] verkwister. [bnw] verkwistend, spilziek
   _drispidimento = verkwisting, verknoeiing
   _droga = verdovend middel, drug
   _drogadikshon = verslaving aan verdovende middelen
   _drogadikto = verslaafd(e) aan verdovende middelen
   _dròlchi = drol
   _drùif = zeedruif
   _drùip = zakken; druipen [voor examen]
   _drùk = druk
   _drumi = slapen; liggen. drumi manera baka - slapen als een os. drumi abou. - op de grond slapen. drumi ku - naar bed gaan met; geslachtsgemeenschap hebben met. drumi ku kachó I bo ta lanta ku pruga/purga. - Wie met pek omgaat, wordt er mee besmet.
   _drumidario = slaapkop [schertsend]
   _dual = dwalen
   _duars = dwars
   _duda = [znw] twijfel. [ww] twijfelen. sin duda - ongetwijfeld. No cabe duda [S.] - het lijdt geen twijfel. duna un hende of kos e benefisio di duda - iemand of iets het voordeel van de twijfel geven.
   _Dudu = koosnaam in betekenis van Schat
   _due (C.) = pijn; hasi due= pijn doen
   _duel = spijten. Ta duel mi. - Het spijt mij.
   _duele = medelijden; spijt
   _duelo = duel
   _dùim = duim (ook maat), grote teen
   _dùimstòk = duimstok
   _dùin = duin
   _dùis = betrokken (hemel); geheel bewolkt.
   _duki = doek, lap
   _dul = doel
   _duna = geven. duna man - in ondertrouw gaan. duna un man - 'n handje helpen
   _dunadó = gever. dunadó di trabou - werkgever
   _dupliká = dupliceren; verdubbelen; copiëren
   _duplikabel {stoamme e} = copiëerbaar
   _duplikado = duplicaat; copie
   _duplikashon = duplicatie; verdubbeling; copie
   _dura = duren
   _durabel {stomme e} = duurzaam; bestendig
   _durabilidat = duurzaamheid
   _duradero = duurzaam; bestendig
   _durante = gedurende
   _durashon = [znw] duur
   _duru = hard; taai; snel
   _dùs = dus
   _dush = [znw] douche, douchecel. [ww] (zich) douchen.
   _dushi = [bnw] 1. zoet; 2. lekker; smakelijk; 3. lief, snoezig; 4. aangenaam; prettig; plezierig. [znw] schat, schatje, snoes(je)
   _dùster{stomme e} = peignoir


   _e = 1 [ldw] de, het. [heeft aanwijzende betekenis en wordt daarom vaak weggelaten]. 2. [pers.vnw.] hij, zij, 't, hem, haar. e [...] akí - deze; dit. e [...] ei - dat; die; e [...] aya - ginds
    = hem, haar, het [voorwerpsvorm van pers. vnw "e"]
   _echo = feit. echo ta: - het is een feit dat:
   _edat = leeftijd. Ki edat....? - hoe oud...? di edat avansá - bejaard
   _edifiká = bouwen, opbouwen [fig.]
   _edifikashon = het opbouwen (van een organisatie e.d.)
   _edifisio = gebouw
   _edishon = editie; uitgave
   _editá = uitgeven [publikatie]
   _editor = uitgever
   _eduká = opvoeden, onderwijzen
   _edukadó = opvoeder, onderwijzende
   _edukashon = opvoeding, onderwijs
   _edukashonal = opvoedkundig, onderwijskundig
   _edukatibo = opvoedend, onderwijzend, educatief, leerzaam
   _efektibo = effectief
   _efektividat = effectiviteit
   _efektuá = uitwerken; tot stand brengen
   _efektuashon = uitwerking
   _efisiensia = efficiëntie
   _efisiente = efficiënt
   _egalisá = egaliseren
   _Egipto = 1. Egypte 2. egyptenaar
   _egoísmo = egoïsme; zelfzuchtigheid.
   _egoísta = [znw] egoïst. [bnw] egoïstisch; zelfzuchtig
   _ehekushon = 1. uitvoering; 2. executie, terechtstelling; ehekushon sumario - standrechtelijke executie
   _ehekutá = 1. uitvoeren; ten uitvoer brengen/leggen; 2. executeren, terechtstellen
   _ehekutabel {stomme e} = uitvoerbaar
   _ehekutibo = [znw] uitvoerder, beheerder, manager. [bnw] uitvoerend. e poder ehekutibo - de uitvoerende macht
   _ehempel {stomme e} = voorbeeld. pòr ehempel - bij voorbeeld. mal ehempel - rotstreek
   _ehemplar = [znw] exemplaar. [bnw] voorbeeldig
   _ehersé = oefenen, uitoefenen
   _ehersisio = oefening
   _ei = daar. einan - daar in die buurt. E no t'ei. - Hij is er niet. Ken t'ei? - Wie is daar? nos tur t'ei? - Zijn we er allemaal? Ei b'a chòk! - Daarmee sla je de plank mis. e [...] ei - die, dat; [aanw.vnw.]. e kas ei - dat huis. e shon ei - die persoon.
   _eis = ijs
   _ekilibrá = in evenwicht brengen
   _ekilibrio = evenwicht
   _ekipá = toerusten, uitrusten
   _ekipahe = uitrusting; bagage
   _ekipo = 1: team. 2: uitrusting
   _ékis (S.: equis = X) = in: pa ékis motibo - om onbekende reden(en); om meerdere redenen.
   _ekivalensia = equivalent; tegenwaarde
   _ekivalente = equivalent; van gelijke waarde
   _eklesiástiko = kerkelijk
   _èko = [znw] echo; weerklank; weergalm; nagalm. [ww] echoën; weergalmen.
   _ekología = oecologie
   _ekológiko = oecologisch
   _ekonomía = economie
   _ekonómiko = ekonomisch
   _ekonomisá = bezuinigen; versoberen
   _ekonomisashon = bezuiniging; versobering
   _ekonomista = econoom
   _ekónomo = econoom
   _eksagerá = [ww] overdrijven; [bnw] overdreven
   _eksageradamente = [bw] overdreven
   _eksagerashon = overdrijving
   _eksaktamente = [bw] precies
   _eksakto = exact, precies; nauwkeurig
   _eksaltá = [ww] verheerlijken; uitbundig zijn; [bnw] uitbundig
   _eksámen = examen
   _ekselensia = uitmuntendheid; excellentie
   _ekselente = uitmuntend, uitstekend, voortreffelijk
   _eksepshon = uitzondering. sin eksepshon di ningun hende - niemand uitgezonderd.
   _eksepshonal = [bnw] uitzonderlijk; uitzonderings-
   _eksepshonalmente = [bw] uitzonderlijk
   _eksepto = behalve; uitgezonderd
   _eksesibo = overmatig; buitensporig
   _eksibishon = tentoonstelling
   _eksigensia = eis; vereiste; vordering
   _eksigí = eisen; opeisen; vereisen; vergen.
   _eksiliá = verbannen; uitwijzen
   _eksilio = verbanning; uitwijkplaats; bai den eksilio - uitwijken
   _eksistensia = [znw] bestaan; ontstaan
   _eksistensial = existentiëel
   _eksistente = bestaand
   _eksistí = [ww] bestaan
   _eksistibel {stomme e} = bestaanbaar
   _eksitá = [ww] zich opwinden. [bnw] opgewonden
   _eksitante = opwindend, spannend
   _eksitashon = opwinding, opgewondenheid
   _éksito = succes
   _eksitoso = succesvol
   _ekskluí = uitsluiten; weren.
   _eksklushon = uitsluiting; wering.
   _ekskurshon = excursie
   _eksonerá = ontheffen (van schuld of verplichting); ontslaan (van plicht); vrijpleiten
   _eksonerabel {stomme e} = onthefbaar (van schuld of verplichting)
   _eksonerashon = ontheffing (van schuld of verplichting)
   _eksótiko = exotisch; uitheems
   _ekspandé = expanderen, uitbreiden; uitdijen, uitzetten
   _ekspanshon = expansie; uitdijing; uitbreiding; vergroting
   _ekspedishon = expeditie
   _ekspektá = verwachten
   _ekspektashon = verwachting. kontrario na e ekspektashon - tegen de verwachting in.
   _eksperensiá = [ww] ondervinden, ervaren, overkómen, meemaken. [bnw] ervaren
   _eksperensia = ondervinding; ervaring
   _eksperimentá = experimenteren; ondervinden, meemaken
   _eksperimental = experimenteel
   _eksperimento = experiment
   _ekspertisio = expertise; vakkundigheid
   _eksperto = [znw] expert. [bnw] vakkundig
   _ekspirá = aflopen, verstrijken, vervallen, beëindigen, verlopen
   _ekspirashon = afloop; vervaldatum; beëindiging
   _eksplísito = uitdrukkelijk
   _eksplorá = exploreren, onderzoeken
   _eksplorashon = exploratie, onderzoek; ontdekking
   _eksploshon = explosie, ontploffing; uitbarsting
   _eksplosibo = [znw] springstof, springlading. [bnw] explosief
   _eksplotá = 1. exploiteren, uitbuiten. 2. exploderen, ontploffen; opblazen; uitbarsten
   _eksplotashon = exploitatie, uitbuiting
   _eksponé = uiteenzetten; tentoonstellen, exposeren
   _eksportá = exporteren, uitvoeren
   _eksportashon = export, uitvoer
   _eksposishon = uiteenzetting; tentoonstelling, expositie
   _ekspresá = uitdrukken, uiten; uitspreken
   _ekspreshon = uitdrukking; expressie; uiting
   _ekspresibo = uitdrukkelijk, expressief
   _ekspulsá = verwijderen; uitzetten; royeren; verdrijven
   _ekspulshon = uitsluiting, uitzetting, royement
   _ékstasis = ecstase; vervoering
   _ekstátiko = in ecstase; in vervoering
   _ekstendé = uitbreiden, vergroten; reiken. ekstendé un invitashon na - een uitnodiging zenden aan
   _ekstenshon = uitbreiding, vergroting; omvang; extra telefoontoestel; extensie
   _ekstenso = uitgebreid; uitvoerig; uitgestrekt; omvangrijk
   _eksterior = [znw] uiterlijk; [bnw] uiterlijk, van buiten; uitwendig
   _eksterminá = verdelgen; uitroeien; vernietigen
   _eksterminabel {stomme e] = uitroeibaar
   _eksterminashon = uitroeiing; verdelging; vernietiging
   _eksterno = extern; uitwendig
   _ekstinkshon = [znw] uitsterven; uitroeiing
   _ekstinkto = uitgestorven
   _ekstra = extra
   _ekstradishon = uitlevering
   _ekstraditá = uitleveren; uitwijzen
   _ekstraditabel {stomme e} = uitwijsbaar; uitleverbaar; uitzetbaar
   _ekstranhería = buitenland
   _ekstranhero = [znw] buitenlander; [bnw] buitenlands
   _ekstraordinario = ongewoon; buitengewoon
   _ekstremidat = uiteinde
   _ekstremo = [znw] uiteinde; extreme; uiterste. bai te den ekstremo - tot het uiterste gaan. [bnw] extreem; uiterst.
   _ekumene = oecumene
   _ekuméniko = oecumenisch
   _el = hij, zij, het (vóór verledentijdspartikel "a")
   _elaborá = uitwerken, uitweiden
   _elaborashon = uitweiding, uitwerking
   _elbog = elleboog
   _ele = hem, haar, het [nadrukkelijke voorwerpsvorm van pers. vnw "é"]
   _elegansia = elegance; sierlijkheid
   _elegante = elegant, sierlijk
   _elegí = [ww] kiezen, verkiezen. [bnw] gekozen; uitverkoren
   _elegibel {stomme e} = verkiezbaar, kiesbaar
   _elekshon = verkiezing
   _elektorado = electoraat; (de) kiezers
   _elektoral = kies-. distrito elektoral - kiesdistrict. konseho elektoral - kiescollege. sistema elektoral - kiesstelsel.
   _eléktriko = electrisch
   _elektrisidat = electriciteit. planta di elektrisidat - electriciteitscentrale
   _elektrisista = electricien
   _elementario = elementair
   _elemento = element; bestanddeel
   _eliminá = elimineren, opheffen, opruimen; uitroeien; uitbannen; afschaffen; uitschakelen
   _eliminashon = eliminatie, opheffing, opruiming; afschaffing
   _elenko = spelersploeg [toneel]
   _ELMAR = Electriciteits Maatschappij Aruba
   _elogiá = loven, prijzen; lof toezwaaien
   _elogiabel {stomme e} = lovenswaard, prijzenswaard
   _elogio = lof; lofprijzing; eerbetoon
   _elokuensia = welsprekendheid; zeggingskracht.
   _elokuente = welsprekend
   _eludí = ontwijken, ontlopen
   _emansipá = emanciperen
   _emansipashon = emancipatie
   _embahada = ambassade
   _embahadó = ambassadeur
   _embarasá = [bnw] zwanger
   _embaraso = zwangerschap
   _embeyesé = verfraaien
   _embeyesimento = verfraaiing
   _embra [C.] = vrouwelijk (gezegd van ddieren); (A.: hembra)
   _emergensia = nood, noodsituatie
   _émfasis = nadruk
   _emfátikamente = [bw] nadrukkelijk
   _emfátiko = [bnw] nadrukkelijk
   _emfatisá = benadrukken
   _emigrá = emigreren
   _emigrante = emigrant
   _eminente = eminent; uitstekend
   _eminentemente = uitstekend; bij uitstek
   _emishon = uitgifte, emissie (v. waardepapier)
   _emisora = omroep, zender (radio, tv.), radiostation
   _emití = uitgeven (v. waardepapieren)
   _emoshon = emotie, ontroering
   _emoshoná = [ww] ontroeren. [bnw] geëmotioneerd, ontroerd
   _emoshonal = emotioneel
   _emoshonante = emotionant, ontroerend, spannend; aandoenlijk
   _empaketá = inpakken, verpakken
   _empatá = gelijk spelen
   _empate = pat; patstelling; impasse; [sport] gelijkspel
   _empeño [S.!] = inzet, moeite (P.: esfuerso)
   _empeorá = verergeren; verslechteren
   _empleá = in dienst nemen; tewerkstellen
   _empleabel {stomme e} = inzetbaar (voor werk)
   _empleado = employé, werknemer. empleado públiko - ambtenaar
   _empleamento = tewerkstelling
   _empleo = betrekking, emplooi, werk, arbeid
   _empresa = bedrijf, onderneming
   _empresarial = bedrijfs- mundu empresarial - bedrijfsleven.
   _empresario = ondernemer
   _empuhá = stuwen
   _empuhe = stuwing; stuwkracht; duw, duwtje [fig.]
   _en = Spaans voorzetsel in, bijv.: en bèrdat - inderdaad. en breve - in het kort. en general - in het algemeen. en partikular - in het bijzonder. en punto - precies (v. tijd); en realidad - eigenlijk. en vano - tevergeefs
   _enano = dwerg
   _enbergadura = omvang [fig.]
   _enbolbé (den) = [ww.] verwikkelen (in); betrekken (bij); [bnw C.] verwikkeld (in>; betrokken (bij)
   _enbolbí [den] [A.] = verwikkeld (in); betrokken (bij)
   _enbolbimento = verwikkeling, betrokkenheid; engagement
   _enboltura = wikkel
   _enemigo = [znw] vijand. [bnw] vijandig; vijandelijk
   _enemistat = vijandschap
   _energía = energie. traha ku energía - voortvarend te werk gaan.
   _enérgiko = energiek; voortvarend
   _enfermería [S.] = verpleegkunde
   _enfermero [S.] = verpleegkundige, verpleger, verpleegster
   _enfermo [S.] =[znw] zieke; [bnw] ziek
   _enfrentá = trotseren; het hoofd bieden aan; tegemoet treden; enfrentá otro - tegenover elkaar staan/zitten.
   _enfrente (di) = tegenover
   _engañá = bedriegen
   _engañadó = bedrieger
   _engaño = bedrog; misleiding
   _engañoso = bedrieglijk; misleidend
   _ENGENDRá = VERWEKKEN
   _enk = inkt. E ta pèn ku enk. - Hij/zij brieft alles over.
   _enkabesá = aan het hoofd staan
   _enkantá = [ww] verrukken; verheugen. [bnw] opgetogen, verheugd; verrukt
   _enkantante = verrukkelijk; beeldig; betoverend
   _enkanto = betovering; verrukking; verrvoering; vreugde
   _enkargá = belasten, opdragen
   _enkargo = opdracht
   _enkarná = incarneren; mens worden
   _enkarnashon = incarnatie; menswording
   _enkarselá = [ww.] gevangen zetten; in de gevangenis opsluiten. [bnw] gevangen (gezet); in de gevangenis.
   _enkarselashon = gevangenneming; opsluiting in de gevangenis
   _ènkel {stomme e} = enkel
   _enkontrá = aantreffen
   _enkuanto = wat betreft
   _enkuentro = bijeenkomst, samenkomst, ontmoeting. enkuentro deportibo - sportwestrijd
   _enkurashá = bemoedigen, aanmoedigen
   _enlase = band. enlase matrimonial - huwelijksband
   _enorme = enorm
   _enredá = [ww] (zich) verstrikken; [bnw] verstrikt
   _enrikesé = verrijken, zich verrijken
   _enrikesemento = verrijking
   _ensalsá = verheerlijken; loven, bejubelen, prijzen.
   _ensayá = [toneel] repeteren
   _ensayo = proef; essay; verhandeling; [toneel] repetitie
   _enseñansa = onderwijs. enseñansa preparatorio - voorbereidend onderwijs (kleuteronderwijs). enseñansa básiko - basis onderwijs. enseñansa avansá - voortgezet onderwijs. enseñansa superior - hoger onderwijs. enseñansa públiko - openbaar onderwijs. enseñansa profeshonal - beroepsonderwijs
   _enserá = insluiten; omhullen; omsluiten; omvatten
   _entamá = in gang zetten, aanpakken, aanspannen (v. geding e.d.)
   _entiero = begrafenis, uitvaart, teraardebestelling
   _entrada = ingang; inkomen; inkomsten; voorgerecht. entrada i gastonan - inkomsten en uitgaven
   _entrante = per, met ingang van
   _entre = tussen
   _entregá = leveren, afleveren, afdragen, afgeven, inleveren, overhandigen; (zich) overgeven
   _entrega = levering, inlevering, aflevering, overhandiging; overgave [ook fig.] hasi entrega di - afleveren
   _entregamento = [znw] het leveren, aflevering, inlevering, overhandiging; overgave [ook fig.]
   _entrená = trainen
   _entrenadó = trainer; oefenmeester.
   _entrenamento = training
   _entretené = vermaken, amuseren, (zich) ontspannen
   _entretenido = amusant, vermakelijk, ontspannend
   _entretenimento = amusement, vermaak, ontspanning
   _entrevista = interview, vraaggesprek
   _entrevistadó = interviewer
   _entrevistado = geïnterviewde
   _entusiasmá = [ww] (zich) enthousiast maken; [bnw] enthousiast, uitbundig. ta entusiasmá - enthousiast zijn
   _entusiasmo = enthousiasme
   _enumerá = opsommen
   _enumerashon = opsomming
   _envelop = envelop
   _envergadura = [fig.] omvang; reikwijdte
   _enviado = afgezant
   _envidiá = benijden, misgunnen, afgunstig zijn
   _envidia = nijd, afgunst
   _envidiabel {stomme e} = benijdenswaard
   _envidioso = afgunstig
   _envío [S.] = zending; verzending
   _EPB = Enseñansa Profeshonal Básico - Basis beroepsonderwijs
   _EPI = Enseñansa Profeshonal Intermedio - Middelbaar beroepsonderwijs
   _epidemia = epidemie
   _epidémiko = epidemisch
   _epilepsia = epilepsie
   _epiléptiko = epileptisch. un ataka epiléptiko - 'n toeval.
   _époka = tijdperk
   _era = tijdperk
   _erante = dwalend. E Hudío erante - de Wandelende Jood.
   _eróneamente = [bw] fout; abusievelijk, per abuis
   _erótika = erotiek
   _erótiko = erotisch
   _error = fout, vergissing
   _erudito = erudiet, geleerd; belezen
   _erupshon = [vulkaan-] uitbarsting
   _es [vero.] = [ldw.] de, het, dit, dat [alleen in uitdrukkingen als:] es ta - dat wil zeggen. Es ta bunita! - Wat prachtig! es ku Dios ke. - antwoord op condoléance. Es ta kò'i belá! - Wat bedonderd! Es ta kò'i hari! - Wat belachelijk! Es ta kò'i kèns! - Wat stom! Es ta kò'i sokete! - Wat 'n onzin!
   _esaki = [aanw.vnw] deze, dit (nadrukkelijker dan: esakí)
   _esakí = [aanw.vnw] deze; dit
   _escrito [S.] = in: por escrito - schriftelijk
   _esei = [aanw.vnw] dat , die
   _esena = scène
   _esenario = scenario; decor
   _esensia = essentie; wezen.
   _esensial = essentiëel; wezenlijk
   _esensialmente = wezenlijk; in wezen
   _esforsá = (zich) inspannen
   _esfuerso = inspanning, poging, moeite
   _eskalá = escaleren
   _eskala = tussenlanding
   _eskalashon = escalatie
   _eskases = schaarste
   _eskogensia = keuze, keus
   _eskoses = [bnw] schots; [znw] Schot
   _Eskosia = Schotland
   _eskudo = wapen, wapenschild, schild
   _esmeralda [S.] = smaragd
   _esnan = [aanw. vnw.] degene(n) (ku - die); zij (ku - die); wie; de (+ gesubstantiveerd bnw.)
   _espasio = ruimte; spatie; speling
   _espera = afwachting; verwachting; wacht-. lista di espera - wachtlijst. sala di espera - wachtkamer. ta den espera di - in afwachting zijn van
   _esposa = echtgenote
   _esposo = echtgenoot
   _estadía = verblijf
   _estadista = staatsman
   _estado = staat. na estado - in verwachting [zwanger]. sali na estado - zwanger worden; in verwachting raken
   _estafa = zwendel; oplichterij
   _estèn {ng} = in: tur estèn - ondertussen
   _estilo = stijl
   _estimá = schatten, inschatten, ramen
   _estimashon = schatting, raming
   _estrecho = zeestraat
   _estrená = debuteren (v. film e.d.)
   _estreno = première; debuut
   _estudio = studie
   _esun = [aanw.vnw.] degene (ku - die), hij (ku - die), wie ; de (+ gesubstantiveerd bnw.)
   _esunnan = [aanw.vnw.] degenen[uit een groetere groep] (ku - die)
   _etalashi = etalage
   _eternidat = eeuwigheid
   _eterno = eeuwig
   _étika = ethiek
   _étiko = ethisch
   _étniko = ethnisch
   _etnología = etnologie; volkenkunde
   _etnológiko = etnologisch; volkenkundig
   _etnólogo = etnoloog; volkenkundige
   _europa = Europa
   _europeo = [znw] europeaan. [bnw] europees
   _eutanasia = euthanasie
   _evadí = ontduiken; vermijden
   _evaluá = evalueren
   _evaluabel {stomme e} = evalueerbaar
   _evaluashon = evaluatie
   _evangéliko = evangelisch
   _evangelio = evangelie
   _evangelista = evangelist. Juan, Marco, Lucas, Mateo Evangelista - Johannes, Marcus, Lucas, Matheus de evangelist
   _evaporá = verdampen; vervluchtigen
   _evaporashon = verdamping; vervluchtiging
   _evento = evenement
   _evidente = evident; overduidelijk; vanzelfsprekend
   _evitá = vermijden
   _evitabel {stomme e} = vermijdbaar
   _evoká = oproepen (in herinnering)
   _evolushon = evolutie
   _eyakulashon = zaadlozing

   _fabor = gunst. na fabor di - ten gunste van
   _faboresé = begunstigen. faboresé un hende riba otro - iemand voortrekken.
   _faborismo = voortrekkerij
   _faboritismo = voortrekkerij
   _faborito = favoriet
   _fabriká = fabriceren
   _fábrika = fabriek
   _fabrikashon = fabricage
   _fábula = fabel
   _fabuloso = fabelachtig
   _fada = boos worden; genoeg hebben van. E kos ta fadá mi. - Ik heb er tabak van.
   _faha = riem; ceintuur; strook. faha di siguridat - veiligheidsriem
   _fainout = aan de weet komen; uitvinden; uitvissen
   _fakultat = faculteit; (verstandelijke) vermogens
   _fakultatibo = facultatief
   _falibel {stomme e} = feilbaar
   _falibilidat = feilbaarheid
   _falki = valk
   _falsedat = valsheid
   _falsifiká = vervalsen
   _falsifikadó = vervalser
   _falsifikashon = vervalsing, falsificatie; valsheid
   _falso = vals; gluiperig; hende falso - gluiper. wowo falso - gluiperige ogen.
   _falta = [znw] gemis; ontbering; fout; schuld. Sinti un hende su falta - iemand missen. [ww] 1. missen, ontbreken; ontberen. 2. mankeren. Ki faltá bo? - Wat mankeer je? Wat schort eraan?
   _fam = achternaam. fam kasá= gehuwde naam.
   _fama = faam; vermaardheid
   _fambèl(t) = drijfriem
   _famía = familie, gezin
   _familiar = [bnw] familiair
   _familiarisá = (zich) vertrouwd maken (ku - met), vertrouwd raken
   _familiarisashon = vertrouwdheid
   _famito = gulzig, hongerig; uitgehongerd
   _famoso = befaamd, beroemd, vermaard
   _fanatikada = supporters (v. sport)
   _fanátiko = [znw] fanatiekeling, dweper; supporter (v. sport) [bnw] fanatiek; dweepziek.
   _fanatismo = fanatisme
   _fangu = vangen, grijpen, opvangen (met handen)
   _fantasiá = fantaseren
   _fantasía = fantasie; verbeelding
   _fantasma = geestesverschijning, spookverschijning; droombeeld.
   _fantástiko = fantastisch
   _farándula [S.] = uitgaansleven; artiestenwereld(je) ; amusement
   _farandulero = betrekking hebbend op het artiestenwereldje, uitgaansleven; amusements-
   _farizeo = Farizeeër
   _faro [S.] = vuurtoren
   _fase = fase
   _fásil = [bnw] (ge)makkelijk
   _fasilidat = faciliteit, gemak
   _fasilitá = vergemakkelijken
   _fasilmente = [bw] (ge)makkelijk
   _fasiná = fascineren
   _fasinante = fascinerend
   _fasismo = fascisme
   _fasista = [znw] fascist. [bnw] fascistisch
   _fastidiá = vervelen; lastig vallen; fastidiá un hende - iemand vervelen, iemand lastig vallen.
   _fastioso = lastig; vervelend, ongemakkelijk
   _fatal = fataal
   _fatalismo = fatalisme
   _fatalista = [znw] fatalist. [bnw] fatalistisch
   _fatsun = fatsoen
   _FAVI = Fundashon Arubano di esnan Visualmente Inkapasitá = Arubaanse Stichting van Visueel Gehandicapten
   _faya = falen. faya bo haya - lik op stuk.
   _fayesé = [ww] overlijden
   _fayesido = overledene
   _fayesimento = [znw] overlijden
   _fayo = kwaal; afwijking; gebrek; tekort; tekortkoming
   _fe = geloof. di buena fe - te goeder trouw. . di mala fete kwader trouw. tin fe den un hende of kos - in iemand of iets geloven; op iemand of iets vertrouwen.
   _februari = februari
   _fecha = datum
   _fechá = gedateerd
   _federal = federaal
   _federashon = federatie
   _feila = schuren, vijlen
   _feilu = vijl
   _feita = scheren. kò'i feita - scheerapparaat
   _fekundidat = vruchtbaarheid (v. mens, dier)
   _fekundo = vruchtbaar (v. mens, dier)
   _felis = [bnw] gelukkig
   _felisidat = geluk
   _felisitá = feliciteren
   _felisitashon = felicitatie
   _fèlt = veld
   _femenino = vrouwelijk
   _femenismo = feminisme
   _feminista = [znw] feministe; [bnw] feministisch
   _feneta = speld, kopspeld
   _fenetá = spelden, afspelden
   _fenomenal = fenomenaal
   _fenómeno = verschijnsel
   _FEPO = Fundashon pa esnan ku Problema di Oído = Stichting voor gehoor gestoorden
   _ferbant = verband [med.].
   _ferbantá = verbinden [med.]
   _ferbor = vurigheid
   _ferboroso = vurig
   _ferdrit = [bnw] treurig, triest; onuitstaanbaar
   _fèrf = [znw] verf; verfbeurt. [ww] verven; schilderen
   _fèrfdó = schilder
   _ferfelá = vervelen
   _ferfelu =vervelend
   _fèrfmento = [znw] het schilderen, verven, schilderwerk
   _feria = fancy fair
   _ferkalk = aderverkalking
   _ferkout = verkoudheid; snot
   _feròs = woest, wild
   _ferry [E.] = veer(pont)
   _fersuek = [ww] verzwikken; [bnw] verzwikt
   _fértil = vruchtbaar (v. grond, gewas)
   _fertilidat = vruchtbaarheid (v. grond, gewas)
   _ferwagtu = verwachten
   _festibo = feestelijk
   _festividat = feestelijkheid
   _fet = passen
   _fèt = vet
   _feter {stomme e} = (schoen)veter
   _feu = lelijk [ ook fig.]
   _fía = lenen. Mi por fía bo telefon un ratu? - Mag ik even van je telefoon gebruik maken? Fia mi bo suaflu un ratu. - Mag ik je lucifers even gebruiken?
   _fiamento = [znw] het lenen
   _fiansa = lening
   _ficha = fiche
   _fidedigno = betrouwbaar. For di fuentenan fidedigno - uit betrouwbare bron
   _fiel = [bnw]trouw
   _fieldat = [znw] trouw
   _fiernal = [fig.] hels heet. e lugá ei ta un fiernal. - 't is daar om te stikken.
   _fierno = [znw] hel
   _fiesta = [znw] feest. fiesta wardá[rkk] - verplichte feestdag. [ww] feesten, feestvieren
   _figo = vijg
   _figura = figuur, beeld
   _fiha = vaststellen
   _fihamento = [znw] het vaststellen, vaststelling
   _fiho = vast; strak
   _fiktisio = fictief; schijn-. matrimonio fiktisio - schijnhuwelijk.
   _fila = rij; file
   _filé = filet
   _Filipina = Philippijnen
   _filipino = [znw] Philippijn; [bnw] philippijns
   _filosofer = filosoferen
   _filosofía = filosofie; wijsbegeerte
   _filosófiko = filosofisch; wijsgerig.
   _filósofo = filosoof; wijsgeer
   _filtra = [znw] filter. [ww] filteren, filtreren
   _fin = einde. fin di siman - weekeinde. por fin [S.] - eindelijk. sin fin - eindeloos
   _final = [bnw] eind-. [znw] finale
   _finalisá = beëindigen
   _finalista = finalist
   _finansa = financiën
   _finansiá = financieren
   _finansiamento = [znw] financiering
   _finansiero = [znw] financier. [bnw] financiëel.
   _findishi _vindishi = veiling. na findishi - bij openbare verkoop; bende na findishi - veilen
   _finfin = motregenen. awa ta finfin - het motregent
   _fingi = fingeren, veinzen, voorgeven
   _fini = dun, fijn; deftig. na fini manera. - onder bedekte termen. un señorita fini - 'n nette jongedame.
   _fio = viool. t˛ka fio - vioolspelen
   _firma = [znw] handtekening. [ww] ondertekenen. esun ku ta firma - ondergetekende
   _firmamento = 1. het tekenen, het zetten van een handtekening. 2. firmament, uitspansel, sterrenhemel
   _firmante = ondertekenaar; ondergetekende
   _firme = vast; standvastig; vastberaden
   _firmesa = vastheid; standvastigheid; vastberadenheid
   _fis = vies, smerig, vuil. Mi tin fis di bis'é. - Ik heb 't hem tot vervelens toe gezegd.
   _fishi = beroep, ambacht; vak
   _físika = natuurkunde
   _físiko = [znw] fysicus, natuurkundige. [bnw] fysiek, lichamelijk; natuurkundig. edukashon físiko - lichamelijke opvoeding.
   _fiskal = [znw] officier van justietie. [bnw] fiscaal, belasting-.
   _fius = zekering, stop. fius a bula - de stop is doorgeslagen
   _flagrante = flagrant, apert
   _flakesa = magerte
   _flako _flaku = mager
   _flam = vlam
   _flamante = vlammend, schitterend, prachtig
   _flambeu = fakkel, toorts
   _flamboyan = Amerikaanse populier
   _flandam = grote vlam; vlammenzee
   _flanel = hemd; T-shirt; trui
   _flecha = pijl
   _flègt = [znw] vlecht; [ww] vlechten
   _fleksibel {stomme e} = flexibel, soepel, buigzaam, plooibaar
   _fleksibilidat = flexibiliteit, soepelheid, buigzaamheid
   _flètaira = lekke band
   _fli = vlieger. subi fli - 'n vlieger oplaten.
   _flihí = terneergeslagen [fig.]
   _flihi = terneergeslagen worden/raken
   _flishi = vlies; vliesje
   _flit = [znw] flit. [ww] flitten. Bai flit! - Sodemieter op!
   _flitpomp = flitspuit
   _flohedat = luiheid; vadsigheid
   _floho = lui; vadsig; slap; flauw. batería ta floho - de accu is leeg.
   _flor = bloem
   _floral = bloemen-. ofrenda floral - bloemenhulde
   _floresé = bloeien; opbloeien [ook fig.]
   _floresemento = bloei; opbloei
   _floresido = bloemrijk
   _floresimento = (zie: floresemento)
   _florestería = bloemisterij
   _floria = bloeien. kas floriá - huizen met versieringen op de hoeken
   _florin = gulden
   _florista = bloemist
   _flosh = doorspoelen (wc)
   _flota = [znw] vloot. [ww] drijven; zweven
   _flotante = drijvend; zwevend.
   _flou = flauw. kai flou - flauw vallen
   _fluho = [znw] vloed, toevloed, stroom; [gas] lek. [bnw] vluchtig
   _flui = vloeien
   _flùit = [znw] fluit. [ww] fluiten; piepen
   _fluktua = fluctueren, schommelen
   _fluktuashon = fluctuatie, schommeling; koersschommeling
   _flur = vloer
   _flus = pak, kostuum. dal un flus= 'n pak aanschieten
   _fò'i = for di = uit
   _fofo = leeg [fig.], nietszeggend
   _fogon [vero.] = schouw; OUDERWETSE HOUTSKOOL OVEN
   _foks = zaklantaarn
   _folklora = folklore
   _folklóriko = folkloristisch
   _folman = in: luna folman - vollemaan
   _fomentá = bevorderen
   _fomento = bevordering
   _fondelendu = vondeling.
   _fondo = 1. fonds(en); 2. diepte; bodem; 3. achtergrond rekoudashon di fondo - fondsenwerving. den fondo di laman - op de bodem van de zee.
   _fonétika = fonetiek, klankleer
   _fonétiko = fonetisch
   _fonología = fonologie
   _fonológiko = fonologisch
   _for di = van; vanuit; uit
   _foral = vooral
   _forbei = over. el a pasa forbei - 't is over.
   _forbor = voorteken, voorbode
   _fòrki = vork
   _fòrma = [ww] vormen, formeren. [znw] vorm, mal
   _fòrmal = [bnw] 1. formeel; vormelijk. 2. flink, stevig, fiks
   _fòrmaleta = bekisting
   _fòrmalidat = formaliteit; vormelijkheid
   _forman = voorman
   _fòrmashon = vorming, formatie; opleiding
   _formulá = formuleren; inkleden
   _formulashon = formulering; inkleding
   _fòrno = oven
   _fòrnòp = potdicht
   _foro = forum
   _fòrsa = [znw] kracht; sterkte; dwang. fòrsa(nan) armá - strijdkrachten. [ww] forceren; dwingen; verrekken
   _fòrsamento = [znw] het forceren,forcering; het dwingen
   _fòrshin = fors, grof (gebouwd) [v. persoon]; zwaarlijvig; breedgebouwd .
   _fòrtalesé = versterken
   _fòrti = fort; den fòrti - in Fort Amsterdam (Willemstad)
   _fòrtifiká = versterken
   _fòrtifikashon = versterking
   _fotografía = fotografie
   _fotográfiko = fotografisch
   _fotógrafo = fotograaf
   _fout = [znw+bnw] fout
   _Foyen = koosnaam voor Florencia
   _foyo = gebladerte; bladeren
   _fragansia = welriekendheid
   _fragante = welriekend
   _frágil = breekbaar
   _fragilidat = breekbaarheid
   _fragmentá = gefragmenteerd; in brokken
   _fragmentashon = fragmentatie
   _fragmento = fragment; brokstuk
   _frakasá = mislukken; 'n flop worden
   _frakaso = mislukking; debâcle; flop.
   _frakshon = fractie; onderdeel
   _fraktura = breuk
   _frankesa = openhartigheid, openheid
   _franko = [bnw] openhartig
   _frankotiradó = sluipschutter
   _franses = [znw] fransman. [bnw] frans.
   _Fransia = Frankrijk
   _frase = zin; volzin
   _fraternidat = broederschap
   _fraternisá = verbroederen
   _fraternisashon = verbroedering
   _fregá = [znw] het knipperen (met de ogen). Den un fregá di wowo - in 'n oogwenk, in 'n wip, vliegensvlug. [bnw] ongunstig, benard, slecht. kos ta fregá p'e. - 't Ziet er slecht voor hem uit.
   _frega = wrijven, schuren; foppen, voor de gek houden; grappen maken; verknollen. Lag'i ta frega! - maak dat je grootje wijs!
   _fregadó = grappenmaker
   _frei = [znw] persoon waarmee men verkering heeft, vrijer/ster. [ww] verkering hebben met, vrijen.
   _freimento = (het) flirten; vrijage, gevrij; het vrijen
   _freipòstu = vrijpostig, onbehoorlijk
   _frèkèdèl = soort fricandel van vis.
   _frekuentá = regelmatig/veelvuldig bezoeken
   _frekuente = frekwent
   _frena = remmen
   _frengut = vingerhoed
   _frenta = voorhoofd
   _frente = front
   _fresko = 1. fris; vers. 2. brutaal, onbeschoft
   _freskura = frisheid
   _fret[vulg.] = vreten
   _frèt = wrat.
   _fría = koelen, verkoelen, afkoelen. período di fría kabes - afkoelingsperiode
   _frialdat = kilte, koelte
   _friamento = afgkoeling
   _frigidaire = koelkast
   _frigidel = koelkast
   _frikshon = wrijving
   _frío = [znw] kou; koude. [bnw+bw] koud
   _fris = vriezen; bevriezen
   _frívolo = frivool; wuft
   _frontal = frontaal
   _froudulento = frauduleus; zwendel-
   _fruktífero = vruchtbaar (ook: fig.)
   _fruminga = mier. Fruminga no sa muri bou di saku di suku. - Wat iemand erg aangenaam vindt, doet hem geen kwaad.
   _frumú [C.] = vroedvrouw; (A.: partera)
   _frustiá = [bnw] verroest
   _frustia = roesten; vastroesten
   _frustra = frustreren; verijdelen
   _frustrante = frustrerend
   _frustrashon = frustratie
   _frustu = roest
   _fruta = vrucht, fruit
   _frutería = fruitwinkel
   _FTA = Federashon di Trahadónan Arubano = Federatie van Arubaanse Arbeiders
   _fuente = bron. di fuentenan bon informá. - uit welingelichte bron.
   _fuera [S.] = buiten. fuera di esei - behalve dat. fuera di nos alkanse - buiten ons bereik. fuera di tur midí - bovenmatig. como si fuera [S.] - alsof
   _fuèrtè = [bnw] sterk, krachtig. [znw] rijksdaalder. mei fuèrtè - een gulden 25
   _fugitibo = [znw] vluchteling; voortvluchtige. [bnw] voortvluchtig
   _fuGO = VLUCHT; [GAS] LEK.
   _fuku = boze machten; wind die onheil brengt. kore ku fuku - onheil verdrijven (o.a. met Oud- en Nieuw)
   _ful = vol; volledig; helemaal
   _fula = voelen (tactiel)
   _fulminá = fulmineren; TE KEER GAAN
   _fulminashon = fulminatie
   _fùlp = vilt; fluweel
   _fumigá = spuiten [met spuitwagens tegen ongedierte]
   _fumo = dronken
   _FUNARI = Fundashon Arubano pa Inválidonan = arubaanse Stichting voor lichamelijk gehandicapten.
   _funchi = maismeel gerecht. funchi a kaba na wea [C.] - de hond in de pot vinden. kabes di funchi (bieu) - domoor Mester bira funchi ora e ta tota. -Men moet het ijzer smeden als het heet is.
   _funda = stichten, oprichten
   _fundadó = stichter, oprichter
   _fundamento = [znw] het oprichten
   _fundashon = stichting
   _fundeshi = fundering. basha fundeshi - de fundering storten. koba fundeshi - funderingssleuven graven. koba un hende su fundeshi - iemand uithoren over zijn achtergronden
   _fúnebre [S.] = begrafenis-; cortejo fúnebre[S.] lijkstoet, begrafenisstoet.
   _funshon = functie; werking.
   _funshoná = functioneren; werken.
   _funshonamento = werking; het functioneren
   _funshonario = functionaris.
   _fura = voeren (= voering aanbrengen)
   _furia = woede
   _furioso = woedend, laaiend, razend, furieus
   _furu = voering
   _futbol = voetbal
   _futbolista = voetballer
   _futurista = futurist, futuroloog
   _futurístiko = futuristisch
   _futuro = [znw] toekomst; toekomende tijd. den futuro - in het vervolg. [bnw] toekomstig, toekomend
   _futurólogo = futuroloog
   _fuyero = hanig [gezegd van mannan]

   _gaba = prijzen, roemen, ophemelen. Suku ku gaba su mes ta bira pupu. - Eigen roem stinkt.
   _gabinete = [S.] kabinet
   _gago = [znw] stotteraar. ta gago - stotteren. [bnw] stotterend,
   _gai = [alg.] haan. [v. wapen] haan, trekker. [fig.] vent, kerel. Otro gai ta kanta! - Dat is 'n ander liedje! Un gai bibo tin su buelta di atras. - 'n Ouwe bok lust nog wel een groen blaadje.
   _gaita = kerstmuziek uit Venezuela, (soort foekkepotmuziek)
   _gaitero = []bnw] betrekking hebbend op "gaita" muziek.
   _galapa = afdak van palmbladeren
   _galeins = griet, grietje, meid, meisje
   _galiña = kip. Galiña ta baña k'e awa k'e tin. - Men moet roeien met de riemen die men heeft. galiña klòks - broedse kip. te ku galiña haña djente - tot Sint-Juttemis.
   _gana = [znw] zin, lust, trek. tin gana - zin hebben. Ku gana lo bo keda! - Dat zou je wel willen! [ww] winnen; verdienen (v. geld). M'a ganá bo! - Ik heb je te pakken! Ik ben je te slim af geweest! Nan no a pèrdè pa gana. - Ze lieten er geen gras over groeien.
   _ganchi = kram; klem.(ook medisch)
   _gaña = 1. liegen, jokken (riba - over); bedriegen. Gaña! - Nee, toch! No gañá mi! - Bedrieg mij niet! gaña riba un hende - over iemand roddelen. 2. doen alsof. el a gaña mòrd'é. - Hij deed alsof hij hem wilde bijten.
   _ganadero = veeboer
   _gañadó = bedrieger, leugenaar
   _ganado = vee
   _gañamento = bedrog; leugens; misleiding; smoes(jes)
   _ganashi = winst; verdienste
   _ganga = koopje, spotkoopje
   _ganso = gans
   _gara = [znw] klauw [ook fig.]; greep. denn gara di - in de greep/klauwen van. . [ww] grijpen, vastgrijpen; zich vastklampen aan
   _garabet = [ornith.] reiger. garganta di garabet - slanke hals
   _garantía = garantie; borg; waarborg; borgtocht
   _garantisá = garanderen; waarborgen
   _garashi = garage
   _garganta = keel; hals. garganta di garabet - slanke hals
   _garna = verkruimelen; kruimelen; vergaan
   _garnashi = kruimel
   _garoshi = kar; koets; karretje; boodschappenwagen(tje); bakfiets. garosh'i palo-fríu - ijscowagentje; ijscokar(retje).
   _garoti = wandelstok; taststok (voor blinden)
   _gas = gas
   _gasolin = benzine
   _gasta = 1. uitgeven [v. geld], spenderen; 2. slijten, verslijten; afdragen [v. kleding e.d.]; vergaan. 3. gebruiken [eten, drinken].
   _gastamento = [znw] het uitgeven, verspilling (v. geld); slijtage
   _gasto = uitgave. entrada i gastonan - inkomsten en uitgaven
   _gatia = kruipen
   _gebai = weggegaan. in: el a bai un gebai. - hij is met de noorderzon vertrokken.
   _gedum = gedoe, rompslomp
   _geful = gevoel. sin geful - gevoelloos; bot, cru
   _gemòrs = geknoei
   _gemut = gemoed. Mi gemut ta yená. - Ik heb 'n prop in m'n keel (van ontroering)
   _generá = genereren, opwekken; voortbrengen
   _general = [znw] generaal. [bnw] algemeen. en general[S.] - in 't algemeen.
   _generalisá = generaliseren; veralgemenen
   _generalisashon = generalisatie; veralgemening
   _generalmente = [bw] in het algemeen
   _generashon = 1. generatie. 2. opwekking
   _género = geslacht (grammatikaal)
   _generosidat = generositeit, goedgeefsheid, vrijgevigheid
   _generoso = genereus, goedgeefs, royaal, vrijgevig
   _gen = id.
   _genétika = genetiek; erfelijkheidsleer; erfelijkheid
   _genétiko = genetisch, erfelijk
   _genosidio = volkerenmoord
   _genuino = echt, onvervalst
   _geografia = geografie, aardrijkskunde
   _geográfiko = [bnw] geografisch, aardrijkskundig
   _geógrafo = geograaf
   _gesto = gebaar, geste
   _gewon = gewoon
   _gigante = [znw] reus; [bnw] reusachtig
   _genekología = gynaecologie
   _ginekológiko = gynaecologisch
   _ginekólogo = gynaecoloog, vrouwenarts
   _gira = rondreis
   _glas = glas. Ei bou tin glas! - Daar zit meer achter. hoga den un glas di awa. - 'n storm in 'n glas water.
   _global = globaal
   _globalisá = globaliseren
   _globalisashon = globalisering
   _globo = globe, aardbol, wereldbol.
   _gloria = [znw] glorie, heerlijkheid. [ww] in z'n nopjes zijn
   _glorifiká = verheerlijken; zalig prijzen.
   _glorifikashon = verheerlijking
   _glorioso = glorieus, heerlijk, zalig
   _goberná = regeren
   _gobernador = gouverneur
   _gobernante = regeerder, gezagsdrager
   _gobernashon = regering
   _gobierno = regering, overheid. traha na gobierno - ambtenaar zijn
   _golos = gulzig. haragan golos - vreetzak; gulzigaard
   _golpi = slag, klap. golpi di estado - staatsgreep. saka golpi - uitdeuken
   _golpia = slaan, klappen geven
   _gordo = [znw] dikzak. [bnw] dik [v. mens of dier]; vet.
   _gordura = teelaarde; mest
   _gòrg _hòrg = gorgelen
   _gosa = genieten
   _goso = genot
   _gota = druppel
   _graba = opnemen (v. geluid, beeld); graveren
   _grabashon = opname (v. beeld, geluid); gravering
   _gradisí = danken, dankzeggen
   _gradisido = dankbaar
   _gradisimento = dankbaarheid
   _grado = graad; rang; grado di komparashon - trappen van vergelijking
   _gradua = afstuderen.
   _gradual = gradueel; geleidelijk; trapsgewijs
   _graduashon = afstudering; eindexamen halen
   _graf = id.
   _gramátika = gramatica, spraakkunst
   _gramatikal = grammaticaal, spraakkunstig
   _grandemente = schromelijk
   _grandesa = grootheid [ook fig.]
   _grandi = groot. na grandi - in 't groot; groots
   _grandote = kolossaal; heel groot. un kas grandote - 'n knots van 'n huis.
   _grandura = grootte; omvang
   _granel = in: na granel - volop; in overvloed
   _grasa = smeer, vet
   _grasia = genade
   _grasioso = grappig
   _gratifikashon = gratificatie
   _grátis = gratis
   _gratitut = dank; dankbaarheid.
   _grato = aangenaam; blij. e grato notisia - het aangename bericht
   _gratuito = gratis.
   _grave = ernstig
   _gravedat = ernst
   _gravidat = aantrekkingskracht; zwaartekracht.
   _grawatá = krabben
   _grawatamento = jeuk; gekriebel
   _greis = gruis
   _gremio = stand, groepering. gremio sindikal - vakbondswezen. gremio empresarial - bedrijfsleven. gremionan soshal - maatschappelijke groepperingen
   _grip = verkoudheid; griep
   _gris = [znw] vet, smeer. [ww] smeren; invetten
   _grita = schreeuwen; krijsen; loeien; balken; blaten; kraaien; blaffen [C.]
   _gritamento = geschreeuw
   _grito = schreeuw
   _gròf = grof
   _groseridat = brutaliteit
   _grosero = patserig; uit de hoogte; brutaal; onbeschoft
   _grúa = kraan, hijskraan
   _gruña = grommen, brommen, snauwen. Su stoma ta gruña - zijn maag rammelt
   _grung = snorren [v. kat]
   _grupa = groeperen
   _grupo = groep
   _gruta = grot
   _guardia = wacht (mil.)
   _gubernamental = overheids-, regerings-
   _guèmbel {stomme e} = [ww] gokken
   _guèmbelmento {stomme e} = [znw] gokken
   _gueni = koeterwaals
   _guera = oorlog. Mi tin un guera di hasi ku bo! - Ik heb 'n appeltje met jou te schillen.
   _guía = [znw] leiding; [ww] leiden, geleiden, begeleiden
   _guièl = bretels
   _guitara = gitaar
   _guli = slikken. Guli mand' abou. - slikken [pfig.]
   _gulidó = 1. slikker. 2. natuurlijk onderaards afwateringskanaal voor regenwater.
   _gum = [znw] stijfsel; [ww] stijven
   _gumá = stijfselbeurt
   _guma = stijven (met stijfsel)
   _gusta = houden van, fijn vinden, lekker, leuk, aangenaam vinden, aanstaan, lusten. Mi no ta gusta e kos ei. - Dat staat me tegen.
   _gusto = smaak, genot. mucho gusto![S.] - Aangenaam (kennis te maken). Mener ke hiba di gusto pa ... - Wilt U zo vriendelijk zijn om ...
   _guyaba = guave, guave-appel

   _haber [S.!] = hebben, in: tin di haber ku... - te maken hebben met
   _hábil = handig; kundig; vaardig; vlot
   _habilidat = handigheid; behendigheid; kundigheid; vaardigheid
   _habitá = bewonen
   _habitabel {stomme e} = bewoonbaar
   _habitante = inwoner, bewoner
   _habla = zeggen. habla danki - dankzeggen; habla bon-biní - welkom heten.
   _hablá = in: hablá di ... - zoals ... zegt, zei, heeft gezegd. hablá di mi tata, - Zoals mijn vader placht te zeggen.
   _habon = zeep. habon di laba paña - zeeppoeder, wasmiddel
   _haboná = inzepen
   _habraká = radbraken [fig.] (v. taal e.d.)
   _habranus = in: habranus Satanas! - Gaat heen van ons, Satan!
   _habrí = open
   _habri = openen, open doen, open maken.
   _hacha = bijl
   _haf = haven
   _haha = snakken naar
   _hak = [znw] haak. [ww] haken
   _hala = [znw] vleugel (ook fig.). (zie: ala). bula ku hal'i manteka. - boven z'n stand leven. (ku) hala habrí[fig.] - op hoge toon; op hoge poten; als 'n furie. hal'i koko - tak van cocospalm. [ww] 1. halen;weghalen; 2. schuiven; verschuiven; opschuiven; aan de kant gaan, trekken, schuiven etc. Hala! - Aan de kant! hala afó - zich (van iets) terugtrekken. 3. rochelen.
   _halá = heleboel, hoop, zwerm; sliert.
   _haladó = 1: hark. 2: masseur
   _haldrei = deel, werkvertrek
   _haloé = aloë
   _halsa = verheffen
   _halsamento = verheffing
   _halterá = zich opwinden; opgewonden zijn.
   _haltu = hoog. na haltu - omhoog; van boven; aan de bovenzijde
   _haltura = hoogte. na haltura di - op de hoogte van [ook fig.]
   _halusiná = hallucineren
   _halusinashon = hallucinatie; zinsbegoocheling.
   _ham = ham
   _hamaka = hangmat
   _hamas = ooit, nooit. hamas i nunka. - nooit of te nimmer
   _hamber {stomme e} = honger
   _hambrá = uitgehongerd
   _haña _haya = vinden; krijgen. haña sa - vernemen; te weten komen. Bo n' ta haña? - Vind je niet? Bo n' ta haña! - 't Is toch niet waar! Mi no a haña tempo. - Ik had geen tijd.
   _hanchi = steeg. hanchi sin salida - blinde steeg.
   _hanchu = breed, wijd. hanchu habrí - wagenwijd open
   _hanchura = breedte
   _hangúa = naald; injectienaald; spuitje. pasa hangúa - een spuitje geven
   _hankra = [znw] anker. [ww] ankeren, verankeren
   _hankrá = 1. verankerd. 2. fors, breedgeschouderd, zwaargebouwd
   _hap = gapen, geeuwen
   _Hapon = Japan
   _hapones = [znw] Japanner; Japans. [bnw] japans
   _haragan {ng} = [znw] veelvraat; vreetzak; gulzigaard. [bnw] vraatzuchtig; gulzig. haragan golos - vreetzak
   _haraña = spin. haraña kabouter - giftige spinnensoort. kái haraña - spinnenweb
   _hardin = tuin
   _hardinero = tuinman, tuinier
   _harí = lach. dal un harí - in de lach schieten.
   _hari = lachen; uitlachen. hari te lor' abou - zich rot lachen. Hari manera kachó ku bo ta munstra palo. - lachen als 'n boer die kiespijn heeft.
   _harimento = gelach
   _hariña = meel. hariña blanko - bloem. hariña hel - maismeel. hariña maísh'i rabo - tarwemeel. Awa a pasa hariña - de maat is vol; de teerling is geworpen.
   _harmonía = harmonie; eendracht.
   _harmóniko = harmonisch
   _harmonioso = harmonieus; eendrachtig; welluidend.
   _harpa = harp
   _harpista = harpspeler
   _hartá = beu, zat. Mi ta hartá di dje. - Ik ben ''t zat.
   _has = aas
   _hasa = bakken
   _hasaña = heldendaad; toer; kunststukje
   _hasi = doen, maken. hasi aña - jarig zijn. hasi borchincha - herrie schoppen. hasi kò'i mala-mucha - stout zijn.
   _hasimento = [znw] doen; maken. hasimento di aña= verjaardag
   _hastru = ranzig
   _hawa = spoelen; uitspoelen; afspoelen; omspoelen
   _haya = krijgen; vinden (zie: haña)
   _hayazgo =vondst
   _hèbè-hèbè = gedoe, gerommel; poespas;
   _hebreo = [znw] 1. Hebreeuw. 2. hebreeuws. [bnw] hebreeuws
   _hecho = [bnw] rijp
   _hefe = chef; baas
   _hèl = [znw] hel
   _hel = geel. kabei hel - hoogblond haar.
   _heldu [C.] = gulden
   _hember {stomme e} [C.] = emmer
   _hembra [A.] = vrouwelijk (gezegd van dieren)
   _hemchi[A.] = emmer
   _hende = mens, mensen. tur hende - iedereen. un hende= iemand. mal hende - rotvent, rotwijf
   _hende-hòmber {stomme e} = man
   _hende-muhé = vrouw
   _hendru = hinderen
   _henté = heel, (onverdeeld)
   _henter = geheel, de/het hele, (ge)heel het/de. henter día - de hele dag.
   _henteramente = helemaal, volledig, totaal
   _hep = heup
   _hera = [ww] bijna iets doen; zich vergissen. B'a hera! - Dat was op 't nippertje! Si mi no ta herá,... - Als ik me niet vergis,....
   _herbe = koken (v. water e.d.)
   _herebé =[bnw] kokend, gloeiend, heet
   _heredá = erven
   _heredero = erfgenaam
   _herekeke = poespas
   _hèrement = gereedschap; werktuig.
   _herensia = erfenis. fayo di herensia - erfelijke aandoening
   _herero = smid
   _heresía = ketterij
   _herétiko = [znw] ketter; [bnw] ketters
   _heridá = [ww] verwonden. [bnw] gewond
   _herida = verwonding, wond(e)
   _hero = ijzer; strijkijzer, strijkbout; tralies, traliehek. hero di strika - strijkijzer. hero di stim - stoomstrijkijzer. Ora hero ta kayente, laga strika. - Men moet het ijzer smeden als het heet is. kibra hero ku man - ijzer met handen breken
   _héroe = held
   _heroiko = heldhaftig
   _heroína = heroïne
   _hers = hees
   _Hesukristo = Jezus-Christus
   _Hesus = Jezus. Kristo Hesus - Christus Jezus. niño Hesus - het kindje Jezus
   _hesusé = goeie genade!
   _het = dakgoot
   _hiba = (weg)brengen. hiba bida= leven leiden. Mi no a hiba ni trese. - Ik heb geen woord gerept (= niet gereageerd).
   _hiberná = 'n winterslaap doen
   _hibernashon = winterslaap
   _hidiot = [znw+bnw] idioot
   _higra = lever
   _hik = [znw] hik. [ww] hikken, de hik hebben.
   _hila = rafelen, ontrafelen, uitrafelen
   _hilchi = hiel
   _hilo = draad, garen
   _himno = volkslied
   _hinchá = [znw] zwelling [bnw] gezwollen, opgezwollen.
   _hincha = zwellen, opzwellen; uitzetten
   _hinká = steek (met mes e.d.)
   _hinka = steken; hinka rudía - knielen. hink' aden saka nobo - inruilen. hinka puña - steken onder water geven.
   _hinkamento = [znw] steken, steekpartij
   _hipokrisía = schijnheiligheid
   _hipókrita = [znw] schijnheilige. [bnw] schijnheilig
   _hipokrítiko = schijnheilig
   _hisa = ophijsen; optillen; hijsen; verhogen. hisa fli - 'n vlieger oplaten. Hisa preis - de prijs verhogen.
   _hisamento = verhoging; het ophijsen
   _historia [A.] = geschiedenis. (C.: istoria)
   _historiadó [A.] = geschiedkundige; geschiedschrijver. (C.: istoriadó)
   _históriko = historisch, geschiedkundig
   _hit = hit (muziek e.d.)
   _ho = boe. ni ho, ni la. - geen boe of ba.
   _hóben = [znw] jongere. [bnw] jong, jeugdig.
   _hochi = varken, zwijn
   _hode = 1. neuken, naaien. 2. besodemieteren; rotzooien [vulg.]; 3. in de zijk zetten.
   _hodido = besodemieterd [vulg.] (op Curaçao niet vulgair maar plat)
   _hòfi = tuin, moestuin
   _hoga = verdrinken; stikken; verstikken. Hoga den un glas di awa. - 'n storm in 'n glas water.
   _hogar [S.] = thuis
   _hòki = hok
   _holchi = [znw] hol
   _hole = ruiken, stinken; snuffelen, snuiven. hole stinki - stinken. Mi por a hole e palu ei! - Dat had ik kunnen zien aankomen!
   _holó = reuk, geur, stank. Mi no a mira ni su holó ni su koló. - Ik heb 'm in geen velden of wegen gezien.
   _holó! = nou, nou! Jeetjeí Mijn hemel!
   _holpi = gulp
   _hòmber {stomme e} = man
   _hòmbu = man [plat]
   _homenahe = hulde, huldiging, eer, eerbetoon; ode
   _homisidio = moord
   _homoseksual = homosexueel
   _homoseksualidat = homosexualiteit
   _honengbei = bij
   _honestidat = oprechtheid, eerlijkheid; rechtschapenheid
   _honesto = oprecht, eerlijk; rechtschapen
   _honor = eer. na honor di - ter ere van
   _honra = eren
   _honrades = eerzaamheid; eergevoel
   _hopi = veel; heel, erg, zeer. Hopi bon. - Heel goed.
   _hor = goor, muf
   _horea = oor. E mucha no tin horea! - Dat kind kan niet luisteren! korta horea - overspel plegen. ranka un hende su horea - iemand aan de oren trekken [ook fig.], iemand op de vingers tikken
   _hòrka = ophangen. hòrka su kurpa - zich ophangen. pal'i hòrka - galg
   _horkan = orkaan. Esun ku sembra biento, lo kosechá horkan. - Wie wind zaait, zal storm oogsten.
   _hòrkèt _hòrkèti = Y-vormige steunpaal of balk
   _horna = bakken, braden (in de oven)
   _horor = [znw] afgrijzen; verschrikking
   _hororoso = afgrijselijk
   _hòrta = stelen
   _hortikultor = tuinder
   _hortikultura = tuinbouw
   _hos = 1: slang, tuinslang, spuitslang. 2: water- of wind hoos
   _Hose = Jozef. San Hose - Sint Jozef
   _hosiká = struikelend lopen, voorovervallend lopen
   _hospedá = logeren; onderbrengen; huisvesten.
   _hospital = ziekenhuis
   _hospitalario = gastvrij
   _hospitalidat = gastvrijheid
   _hospitalisá = in een ziekenhuis opnemen
   _hostia = hostie
   _hostil = vijandig
   _hostilidat = viandigheid
   _hotel = hotel
   _hotoleis = witte mieren, termieten
   _hou = [znw] snauw. [ww] snauwen; afsnauwen.
   _houla [A.] = kooi. (C.: kouchi)
   _hoya = juweel, sierraad
   _hoyada = boze oog
   _hoyería = juwelier (zaak)
   _hoyero = juwelier (persoon)
   _Huan = Jan
   _hubada [A.] = christusdoorn. (C.: wabi)
   _hubenil = jeugd-; jeugdig.
   _hubentut = jeugd
   _hubilá = jubileren
   _hubilado = jubilaris
   _hubileo = jubileum
   _húbilo = jubel; gejubel
   _hudío = [znw] jood. [bnw] joods
   _hudisial = rechterlijk. poder hudisial - de rechterlijke macht
   _hui = vluchten
   _huida = vlucht
   _huiswerk = id.
   _huki = hoek
   _Hulanda [A.] = Nederland. (C.: Ulanda)
   _hulandes [A.] = [znw] Nederlander; [bnw] nederlands. (C.: Ulandes)
   _huma = [znw] rook. Unda tin huma, tin kandela. - Waar rook is, is vuur. [ww] roken.
   _humadó = roker
   _humamento = [znw] het roken; gerook
   _humanidat = mensheid
   _humano = menselijk. ser humano - menselijk wezen
   _humedat = vocht, vochtigheid
   _húmedo = vochtig
   _humildat = nederigheid; deemoed; bescheidenheid
   _humilde = nederig; deemoedig; bescheiden
   _humiliá = vernederen
   _humiliante = vernederend
   _humiliashon = vernedering
   _humor = humor. sentido di humor - gevoel voor humor
   _humorista = [znw] humorist. [bnw] humoristisch
   _huña = [znw] nagel. [ww] krabben, schrammen
   _huñá = krab, schram [met nagels]
   _hundi = onder water verdwijnen; verzakken
   _hundo [A.] = diep
   _hundu [C.] = diep
   _hunga = spelen. hunga plaka - gokken. kò'i hunga - speelgoed
   _hungadó = speler. hungadó di plaka - gokker
   _hungamento = [znw] het spelen. hungamento di plaka - gokken
   _hunta = smeren; insmeren; besmeren; zalven; [nagels] lakken
   _huntu = samen
   _hür = [znw] huur. [ww] huren
   _hura = zweren [= een eed afleggen]. Mi no ta hura p'e. - Ik durf er niet op te zweren. Ik zie hem er best voor in staat.
   _hurado = jury
   _huramentá = [ww] beëdigen. [bnw] beëdigd
   _huramentashon = beëdiging
   _huramento = eed(aflegging)
   _hürdó = huurder; verhuurder
   _hurídiko = rechts-, juridisch
   _hurista = jurist
   _hùrk = hurken
   _hürmento = verhuur
   _husta = aannemen, aanbesteden (v. werk)
   _hustifiká = rechtvaardigen; wettigen; (zich) verantwoorden
   _hustifikashon = rechtvaardiging; wettiging.
   _hustisia = rechtvaardigheid; justitie. Korte di Hustisia - Hof van Justitie.
   _hustisial = justitiëel
   _husto = rechtvaardig, juist, terecht
   _huzga = oordelen, beoordelen
   _huzgamento = oordeel, beoordeling

   _i = en
   _Ia = koosnaam voor Maria
   _ice-cream [E.] = ijsco, ijsje
   _ida y vuelta [S.] = retour. pasashi di ida y vuelta - retour-ticket
   _idea = idee; vermoeden; verbeelding; verwaandheid. idea falso - waandenkbeeld. tin idea - 't in de bol hebben; verwaand zijn. E no tábata tin e mas mínimo idea. - Hij wist van dee prins geen kwaad.
   _ideá = vermoeden, verwachten. M'a ideá! - Dat dacht ik al!
   _ideal = [znw+bnw] ideaal
   _idealismo = idealisme
   _idealista = [znw] idealist. [bnw] idealistisch
   _identidat = identiteit
   _identifiká = (zich) identificeren
   _identifikashon = identificatie
   _idéntiko = identiek
   _idíliko = idyllisch
   _idioma = taal
   _idolatría = afgoderij
   _idolisá = verafgoden
   _ídolo = idool; afgod
   _ifi = gleuf, sleuf
   _ignoransia = onwetendheid; onkunde
   _ignorante = onwetend; onkundig.
   _igual = gelijk; weerga. sin igual - zonder weerga
   _igualá = 1. EVENAREN. 2. nivelleren, gelijk maken, effenen
   _igualdat = gelijkheid
   _igualmente = [bw] gelijk; insgelijks
   _ihá = petekind
   _ilegal = [znw+bnw] illegaal
   _ilegalidat = illegaliteit
   _ilegibel {stomme e} = onleesbaar
   _ilegítimo = onwettig; ongerechtvaardigd
   _ileso = ongedeerd
   _ilimitá = onbegrensd; ongelimiteerd
   _ilísito = ongeoorloofd
   _ilógiko = onlogisch
   _iluminá = [ww] verlichten. [bnw] verlicht [ook fig.]
   _iluminashon = verlichting
   _ilushon = illusie; voorspiegeling; waan; zinsbedrog.
   _ilustrá = illustreren; verduidelijken
   _ilustrashon = illustratie; verduidelijking
   _ilustratibo = illustratief; verduidelijkend
   _imágen = beeld
   _imaginá = (zich) voorstellen; verbeelden, inbeelden; wanen
   _imaginashon = verbeelding; verbeeldingskracht; voorstellingsvermogen
   _imaterial = onstoffelijk
   _imediatamente = onmiddellijk, terstond, meteen
   _imediato = onmiddellijk. di imediato - onmiddellijk, terstond
   _imensidat = inmensiteit; onmettelijkheid, onpeilbaarheid
   _imenso = inmens; onmetelijk; onafzienbaar; onpeilbaar
   _imigrá = immigreren
   _imigrante = immigrant
   _imigrashon = immigratie; vreemdelingendienst; vreemdelingenpolitie
   _imitá = imiteren, nabootsen; namaken; navolgen
   _imitashon = imitatie, nabootsing; namaak; navolging
   _imóbil = onbeweeglijk. Biennan imóbil - onroerende goederen
   _imoral = immoreel; onzedelijk; onzedig; zedenloos.
   _imoralidat = immoraliteit; onzedelijkheid; onzedigheid; zedenloosheid.
   _imortal = onsterfelijk
   _imortalidat = onsterfelijkheid
   _imortalisá = onsterfelijk maken; vereeuwigen
   _impakto = impact
   _impar = oneven
   _imparsial = onpartijdig
   _imparsialidat = onpartijdigheid
   _imperatibo = imperatief, gebiedend. modo imperatibo - gebiedende wijs
   _imperfekto = onvolmaakt
   _impertinensia = onbescheidenheid; onbeschaamdheid
   _impertinente = onbescheiden; onbeschaamd
   _implakabel {stomme e} = onkreukbaar [fig.]
   _implantá = implanteren
   _implantashon = implantatie
   _implementá = implementeren, verwezenlijken
   _implementashon = implementatie, verwezenlijking
   _impliká = impliceren; verwikkelen
   _implikashon = implicatie; verwikkeling
   _imponé = opleggen
   _impopular = onpopulair; onbemind
   _importá = importeren, invoeren
   _importansia = belang, belangrijkheid
   _importante = belangrijk
   _importashon = import, invoer
   _imposibel {stomme e} = onmogelijk
   _imposibilidat = onmogelijkheid
   _impotensia = impotentie; onmacht
   _impotente = impotent; onmachtig
   _impráktiko = onpraktisch
   _imprebisto = onvoorzien
   _imprenta = drukkerij
   _impreshon = impressie, indruk; waan. impreshon falso - waanvoorstelling
   _impreshoná = imponeren, indruk wekken
   _impreshonante = indrukwekkend
   _imprevisto = onvoorzien
   _imprimí = drukken; indrukken; bedrukken
   _improbabel {stomme e} = onwaarschijnlijk
   _improbabilidat = onwaarschijnlijkheid
   _imprudente = onverstandig
   _impudiente = onvermogend
   _impuesto = belasting
   _impugna = indruisen (ku - tegen)
   _impulsibo = impulsief
   _impulso = impuls; opwelling, aandrang, aandrift, aanzet
   _imunidat = immuniteit; onschendbaarheid. imuniat parlementario - parlementaire onschendbaarheid
   _inaksesibel {stomme e} = ontoegankelijk; onbegaanbaar; onbereikbaar
   _inalkansabel {stomme e} = onhaalbaar; onbereikbaar
   _inapropiá = onbehoorlijk
   _inaseptabel {stomme e} = onaanvaardbaar
   _inatachá = onbezoedeld
   _inatachabel {stomme e} = onberispelijk; niets op aan te merken.
   _inatento = onattent
   _inbenshon = uitvinding; verzinsel
   _inbensibel {stomme e} = onoverwinnelijk
   _inbentá = uitvinden; verzinnen
   _inbentibidat = vindingrijkheid
   _inbentibo = vindingrijk
   _inbento = vinding; uitvinding
   _inbentor = uitvinder
   _inbitá = uitnodigen
   _inbitashon = uitnodiging
   _inboluntario = onvrijwillig, ongewild; onwillekeurig
   _ inbulkrá = betrekken (bij); engageren. ta inbulkrá den - betrokken zijn bij.
   _indefensa = weerloosheid; onverdedigbaarheid.
   _indefenso = weerloos; onverdedigbaar
   _indefiní = onbepaald
   _independensia = onafhankelijkheid, zelfstandigheid
   _independiente = onafhankelijk, zelfstandig
   _indeseá = ongewenst
   _indeseabel {stomme e} = onwenselijk
   _indesensia = onfatsoen; onbetamelijkheid; onzedelijkheid; onzedigheid
   _indesente = onbetamelijk; onzedelijk, onzedig, schunnig
   _indesiso = besluiteloos
   _indeterminá = onbepaald
   _indeterminabel {stomme e} = onbepaalbaar
   _indiferensia = onverschilligheid
   _indiferente = onverschillig
   _indigná = verontwaardigd (tokante di - over)
   _indignashon = verontwaardiging (tokante di - over)
   _indiká = aanwijzen
   _indikabel {stomme e} = aanwijsbaar
   _indikashon = aanwijzing, indicatie, teken
   _indikatibo = aanwijzend
   _indirekto = indirect; zijdelings
   _indisipliná = ongedisciplineerd; vrijgevochten
   _indispensabel {stomme e} = onmisbaar
   _indisponibel {stomme e} = onbeschikbaar
   _indisponibilidat = onbeschikbaarheid
   _indisputá = onbetwist
   _indisputabel {stomme e} = onbetwistbaar
   _individual = individueel
   _individuo = eenling; individu
   _indjan = [znw] indiaan. [bnw] indiaans
   _índole = aard
   _indudabel {stomme e} = [bnw] ongetwijfeld
   _indudabelmente = [bw] ongetwijfeld
   _indulgensia = 1. aflaat; 2. toegeeflijkheid. indulgensia plenario - volle aflaat
   _indulgente = toegeeflijk
   _industria = industrie
   _industrial = [znw+bnw] industriëel
   _inekibokabel {stomme e} = onmiskenbaar
   _inekilibrá = onevenwichtig
   _ineksplikabel {stomme e} = onverklaarbaar
   _inesperá = onverwacht
   _inevitabel {stomme e} = onvermijdelijk; onafwendbaar
   _infalibel {stomme e} = onfeilbaar
   _infalibilidat = onfeilbaarheid
   _infansia = kindsheid
   _infantil = kinder-; kinderlijk, infantiel
   _infelis = ongelukkig
   _infelisidat = ongeluk
   _inferior = minderwaardig, inferieur
   _inferioridat = minderwaardigheid, inferioriteit. kompleho di inferioridat - minderwaardigheidscomplex
   _infiel = [bnw] ontrouw, trouweloos
   _infieldat = [znw] ontrouw, trouweloosheid
   _infinidat = oneindigheid
   _infinitibo = onbepaalde wijs
   _infinito = oneindig
   _inflamá = [ww] ontsteken. [bnw] ontstoken
   _inflamabel {stomme e} = brandbaar
   _inflamashon = ontsteking
   _inflashon = inflatie
   _infleksibel {stomme e} = onbuigzaam; onvermurwbaar
   _infleksibilidat = onbuigzaamheid; onvermurwbaarheid
   _inflihí = toebrengen
   _influensiá = beïnvloeden
   _influensia = invloed
   _infòrmá = informeren, inlichten
   _infòrmante = zegsman
   _infòrmashon = informatie, inlichting(en), navraag
   _infrou (C.) = bladcactus (A.: tuna)
   _infruktífero = vruchteloos
   _ingeniero = ingenieur; werktuigkundige.
   _ingenio = vernuft
   _ingenioso = vernuftig
   _Inglatera = Engeland
   _ingles = [znw] Engelse, Engelsman. [bnw] engels
   _ingratitut = ondank(baarheid)
   _ingrediente = ingrediënt(en); bestanddeel
   _inhumano = onmenselijk, mensonterend
   _inhustisia = onrecht; onrechtvaardigheid; onbillijkheid
   _inhusto = onrechtvaardig; onbillijk
   _inigualá = onvergelijkelijk; weergaloos
   _inigualabel {stomme e} = onvergelijkbaar; onnavolgbaar; weergaloos
   _inisiá = aanvangen, beginnen, starten
   _inisial = [znw] voorletter, initiaal. [bnw] aanvankelijk.
   _inisialmente = [bw] aanvankelijk
   _inisiativa = initiatief
   _inisio = aanvang, begin, start
   _inkalkulá = incalculeren; meerekenen
   _inkalkulabel {stomme e} = onberekenbaar
   _inkansabel {stomme e} = onvermoeibaar
   _inkapabel {stomme e} = onbekwaam
   _inkapas = onbekwaam
   _inkapasitá = gehandicapt
   _inkastidat = onkuisheid
   _inkasto = onkuis
   _inkebrantabel {stomme e} = onverbrekelijk
   _inkieto = onrustig, ongerust; ongedurig
   _inkietut = onrust, ongerustheid; ongedurigheid
   _inkliná = neigen (pa - naar); hellen
   _inklinashon = neiging; helling
   _inkomparabel {stomme e} = onvergelijkelijk, onvergelijkbaar
   _inkompatibel {stomme e} = onverenigbaar
   _inkompetensia = incompetentie; onkunde; onbevoegdheid, onvermogen. un sertifikado di inkompetensia - 'n brevet van onvermogen
   _inkompetente = incompetent; onkundig; onbevoegd
   _inkompleto = onvolledig
   _inkomprendibel {stomme e} = onbegrijpelijk; onverstaanbaar
   _inkomprondibel {stomme e} = (zie: inkomprendibel)
   _inkondishonal = onvoorwaardelijk
   _inkonfortabel {stomme e} = ongerieflijk; onbehaaglijk
   _inkonsebibel {stomme e} = onvoorstelbaar; ondenkbaar
   _inkonsekuente = inconsequent
   _inkonsiente = onbewust
   _inkonsolabel {stomme e} = ontroostbaar, troosteloos
   _inkonspikuo = onopvallend
   _inkonstitushonal = ongrondwettig, ongrondwettelijk
   _inkontrolabel {stomme e} = oncontroleerbaar; onbedwingbaar; tomeloos; onbedaarlijk
   _inkonvenensia = ongemak
   _inkonveniente = [znw] ongemak. [bnw] slecht uitkomend; ongerieflijk; nadelig.
   _inkorporá = inlijven, opnemen, in zich verenigen
   _inkorporashon = inlijving, opname
   _inkoruptibel {stomme e} = onkreukbaar [fig.]
   _inkredibilidat = ongeloof
   _inkrédulo = [znw] ongelovige. [bnw] ongelovig.
   _inkreíbel{stomme e = ongelofelijk, ongelooflijk; ongeloofwaardig.
   _inkuestionabel {stomme e} = ontegenzeglijk
   _inkurabel {stomme e} = ongeneeslijk
   _inkurí = oplopen (v. aandoening), maken (v. schulden)
   _innesesario = onnodig
   _inobashon = vernieuwing; innovatie
   _inobatibo = vernieuwend; innovatief
   _inolvidabel {stomme e} = onvergetelijk
   _inosensia = onschuld; onnozelheid
   _inosente = onschuldig; onnozel
   _inoudibel {stomme e} = onhoorbaar
   _inovashon = innovatie
   _inovatibo = innovatief
   _inpenetrabel {stomme e} = ondoordringbaar
   _insaludabel {stomme e} = ongezond
   _insekta = insect
   _insektisida = insecticide; verdelgingsmiddel
   _inseparabel {stomme e} = onafscheidelijk
   _insertidumbre = onzekerheid, onbehagen
   _insidental = incidenteel
   _insidente = incident; voorval
   _insignifikante = onbeduidend
   _insigur = onzeker; onveilig; wisselvallig
   _insiguridat = onzekerheid; onveiligheid; wisselvalligheid.
   _insinseridat = onoprechtheid, onwaarachtigheid
   _insinsero = onoprecht, onwaarachtig
   _insinuá = insinueren
   _insinuashon = insinuatie, verdachtmaking
   _insistente = volhardend; verwoed
   _insistí = volharden, volhouden; doorzetten; staan op, aandringen (riba - op)
   _insitá = aansporen
   _insitashon = aansporing
   _inskribí = inschrijven, intekenen
   _inskripshon = inscriptie, opschrift; inschrijving, intekening; aanmelding
   _insoportabel {stomme e} = onverdraaglijk, ondraaglijk; onuitstaanbaar
   _inspekshon = inspectie
   _inspekshoná = inspecteren
   _inspektor = inspecteur
   _inspirá = inspireren
   _inspirashon = inspiratie
   _instabil = instabiel
   _instabilidat = instabiliteit; wisselvalligheid.
   _instalá = installeren
   _instalashon = installatie
   _instansia = instantie; aanleg. na promé instansia - in eerste aanleg.
   _instantánio = onmiddellijk, op hetzelfde moment
   _instante = in: al instante - op slag.
   _instigá = instigeren, aanzetten tot, ophitsen, opruien, opstoken
   _instigante = ophitsend, opruiend, opstokend
   _instigashon = ophitsing, opruiing, opstokerij
   _instituí = instellen
   _institushon = instelling
   _institushonal = institutioneel; instellings-
   _instituto = instituut
   _instruí = instrueren
   _instrukshon = instructie; handleiding
   _instruktor = instructeur
   _instrumental = instrumenteel
   _instrumento = instrument; werktuig
   _insttinto = instinct, aandrift
   _insufisiente = onvoldoende
   _insular = eilandelijk
   _insultá = beledigen
   _insultante = beledigend; hatelijk
   _insulto = belediging
   _insuperabel {stomme e} = onoverkomelijk
   _insurekshon = opstand, oproer
   _insurgente = opstandig, oproerig
   _insurpasá = onovertroffen
   _insurpasabel {stomme e} = onovertrefbaar
   _integrá = integreren; inburgeren; verwerken; als lid opnemen
   _integral = integraal
   _integrante = lid, deelnemer (van groep of orkest e.d.)
   _integrashon = integratie; inburgering
   _integro = integer
   _intelektual = intellectueel; verstandelijk
   _inteligensia = intelligentie
   _inteligente = intelligent
   _intenshon = intentie; bedoeling; opzet; voornemen
   _intenshonal = met opzet
   _intensibo = intensief
   _intensidat = intensiteit
   _intensifiká = intensiveren; verscherpen; verhevigen; versterken
   _intensifikashon = intensivering; verscherping; verheviging
   _intenso = intens
   _intentá = pogen
   _intento = poging
   _interakshon = interactie; wisselwerking.
   _interaktibo = interactief
   _interes = 1. belang, belangstelling; interesse. 2. rente, interest
   _interesá = [ww] interesseren; belang stellen. [bnw] geïnteresseerd; belangstellend.
   _interesante = interessant
   _interferensia = storing; tussenkomst
   _interferí = storen; tussennbeide komen
   _interino = interim; (plaats)vervangend; tussentijds
   _interior = [znw] binnenland; [bnw] binnenlands
   _interkalá = inlassen; tussenvoegen
   _interkambiá = uitwisselen; (tegen elkaar) uitleveren; ruilen
   _interkambio = uitwisseling; ruil; uitlevering (tegen elkaar)
   _intermediá = bemiddelen
   _intermediario = [znw] bemiddelaar; tussenpersoon. [bnw] bemiddelend; tussen-. komersio intermediario - tussenhandel
   _intermediashon = bemiddeling; voorspraak
   _intermedio = intermezzo; tussenpoos; onderbreking; tussenruimte
   _interná = interneren; opnemen (in ziekenhuis); insluiten (in gevangenis)
   _internashonal = internationaal
   _interno = intern
   _interogá = ondervragen; verhoren
   _interogashon = ondervraging; verhoor
   _interogatibo = vragend. pronomber interogatibo - vragend voornaamwoord
   _interogatorio = het vragen; bevragen
   _interpretá = interpreteren; vertolken
   _interpretashon = interpretatie; vertolking
   _intérprete = tolk
   _intersedé = tussenbeide komen; ingrijpen
   _interseshon = aanroep, smeekbede
   _intersesor = bemiddelaar, bemiddelares (in gebed)
   _interumpí = onderbreken
   _interupshon = onderbreking
   _intervení = interveniëren; tussen beiden komen; bemoeien
   _intervenshon = interventie; tussenkomst; voorspraak
   _íntimamente = [bw] intiem
   _intimidá = intimideren; ringeloren
   _intimidashon = intimidatie; bangmakerij
   _intimidat = intimiteit
   _íntimo = [bnw] intiem. íntimo amigo - hartsvriend(in)
   _intolerabel {stomme e} = onverdraaglijk; onverteerbaar; niet tolereerbaar
   _intoleransia = intolerantie, onverdraagzaamheid
   _intolerante = intolerant, onverdraagzaam
   _intransigensia = onverzoenlijkheid
   _intransigente = onverzoenlijk
   _intransparensia = ondoorzichtigheid
   _intransparente = ondoorzichtig
   _introdukshon = inleiding, introductie, invoering
   _introdusí = inleiden; introduceren, invoeren
   _intuishon = intuïtie
   _intuitibo = intuïtief
   _inumerabel {stomme e} = ontelbaar, talloos; onnoemlijk
   _inundashon = overstroming; watersnood
   _inundí = overstromen
   _inútil = nutteloos
   _inuzabel {stomme e} = onbruikbaar
   _invenshon = uitvinding; verzinsel
   _invensibel {stomme e} = onoverwinnelijk
   _inventá = uitvinden; verzinnen
   _inventibidat = vindingrijkheid
   _inventibo = vindingrijk
   _invento = vinding; uitvinding
   _inventor = uitvinder
   _invertí = investeren
   _invertishon = investering
   _investigá = onderzoeken, naspeuren
   _investigashon = onderzoek
   _invierno [S.] = winter
   _invisibel {stomme e} = onzichtbaar
   _invisibilidat = onzichtbaarheid
   _invitá = uitnodigen
   _invitashon = uitnodiging
   _invulnerabel {stomme e} = onkwetsbaar
   _invulnerabilidat = onkwetsbaarheid
   _inyekshon = inspuiting, injectie
   _inyektá = inspuiten
   _IPA = Instituto Pedagógico Arubano = Arubaanse Pedagogische Academie.
   _ira = woede, razernij, toorn
   _irashonal = irrationeel, onredelijk, redeloos
   _irashonalidat = onredelijkheid, redeloosheid
   _irealisabel {stomme e} = onverwezenlijkbaar
   _irefutabel {stomme e} = onaanvechtbaar
   _iregular = onregelmatig
   _iregularidat = onregelmatigheid
   _irekuperabel {stomme e} = onherstelbaar; reddeloos
   _irelashoná = onsamenhangend
   _iresistibel {stomme e} = onweerstaanbaar; onstuitbaar
   _iresponsabel {stomme e} = onverantwoord(edlijk)
   _iresponsabilidat = onverantwoordelijkheid
   _irestringí = ongebreideld; tomeloos
   _irevokabel {stomme e} = onherroepelijk
   _irigashon = irrigatie
   _iriparabel {stomme e} = onmerkbaar, onopvallend
   _iritá = [ww] irriteren, ergeren; prikkelen. [bnw] geïrriteerd; schraal
   _iritante = irritant, ergerlijk
   _iritashon = irritatie, ergernis; prikkeling
   _ironía = ironie
   _iróniko = ironisch
   _isla = eiland. isla 'riba - Bovenwindse Eilanden. Islanan abou - Benedenwindse Eilanden.
   _Isla = Shell olierafinaderij Curaçao
   _isolá = isoleren
   _isolashon = isolatie; isolement
   _ist = gist
   _istoria [C.] = geschiedenis (A.: historia)
   _istoriadó [C.] = geschiedkundige; geschiedschrijver (A.: historiadó)
   _istóriko [C.] = historisch; geschiedkundig. (A.: históriko)
   _Italia = Italië
   _italiano = [znw] Italiaan; Italiaans. [bnw] italiaans

   _Juan {wang} = Jan, Johannes. San Juan - Sint Jan. pèrdè San Juan - zich verslapen.

   _kaba = [bw] 1. al, reeds. 2. daarna, vervolgens. [ww] stoppen, ophouden, afmaken; vergaan. kaba di ...= zojuist gedaan hebben... kaba di hasi un kos - iets zojuist gedaan hebben. El a kab'i sali. - Hij/zij is net weggegaan. kaba ku - afmaken [ook doden]. kaba na nada - op niets uitdraaien; naar de knoppen gaan.
   _kabá = afgemat, juitgeput, geradbraakt
   _kabai = 1. paard. 2. schraag. kabai di strika - strijkplank. kabai di liñ'i paña - waslijnpaal.
   _kabalmente = volledig; in alle opzichten. kumpli kabalmente ku... - in alle opzichten voldoen aan...
   _kabana = riet
   _kabaron = garnaal. Ora kabaron ta bisá bo, ku lodo ta hole stinki, ker'é! - Als iemand uit de school klapt, kun je hem gerust geloven.
   _kabayero = heer. Dama i kabayeronan! - Dames en heren!
   _kabayete = nok (van dak)
   _kabayista = paarden-; ruiter; paardrijder
   _kabayito = draaimolen
   _kabei = [znw] haar. kabei bon - sluikhaar. kabei kring - kroeshaar. kabei liso - sluikhaar. kabei malu - kroeshaar
   _kabes = hoofd; kop; hoofdeinde. kabes kayente - wuft. kabes sunú - blootshoofds. kabéi boto - 'n lift (met auto e.d.). kabes di funchi (bieu) - domoor. Mi kabes no ta duna pa... - Mijn hoofd staat niet naar.... baha kabes - toegeven. man na kabes - met de handen in het haar. pèrdè kabes - van zijn stuk raken; zn hoofd verliezen.
   _kabesante = hoofd (van school of dienst)
   _kabesura = [znw] stijfkop. [bnw] koppig, stijfkoppig, stijfhoofdig, hardhoofdig.
   _kabishá = knikkebollen
   _kabo = [in zee] kaap; [v. hamer e.d.] steel
   _kabrikuchi = vissoort. kòi un kabrikuchi - 'n uiltje knappen. 'n dutje doen.
   _kabrito = geit
   _kabritonchi = jonge geit die nog niet drachtig is geweest
   _kabròn = souteneur, pooier
   _kabroná = als pooier optreden; [fig.] achter de wijven aan zitten.
   _kabuya = touw; lijn; waslijn; spier. su kabuya a bola - hijh kreeg kramp. ta di mesun kabuya di trankera - uit hetzelfde nest komen; van dezelfde familie zijn.
   _kachete = kin
   _kacheton = bof [ziekte]
   _kachi-kachi = habbekrats, kleinigheid
   _kachó-chubato = reu
   _kachó-tefi = teef
   _kachó = hond. kachó bravo - agressieve hond. kachó no ta kome kachó. - gelijkgezinden vreten elkaar niet op. Drumi ku kachó i bo ta lanta ku purga/pruga. - Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet. hari manera kachó ku bo ta munstra palo - lachen als 'n boer die kiespijn heeft.
   _kachu = hoorn (v. herkauwers e.d.)
   _kada = elk(e); ieder(e). kada pasa un día - om de andere dag. . kada ken - iedereen
   _kadaver = kadaver, lijk [niet van mensen!]
   _kadena = ketting. na kadena - aan de ketting
   _kaduká = vervallen; ongeldig worden; verjaren
   _kadushi= [A.] cactus. [C.] eetbare cactus (= A.: breba)
   _kaha = doos; kist; kassa. kah'i morto - doodskist. kah'i suaflu - lucifersdoosje. kah'i òrgel - draaiorgel. kaha fuèrtè - brandkast
   _kahero = kassier, cassière
   _kai-kai = kieuwen
   _kai = vallen. kai malu - ongesteld worden. kai sinta - gaan zitten. laga kai - zijn biezen pakken. kita kai muri - doodvallen. - in 'n val lopen.
   _kaída = val; verval, achteruitgang, ondergang
   _kaiman = kaaiman, krokodil. Tin otro kaiman na bok'i río. - Er zijn andere kapers op de kust.
   _kaka = [znw] schijt. [ww] schijten. B'a kaka![vulg.] - Je bent erbij!, de pineut! Bashan a kaka! - Hij is de pineut!
   _kakada = schoelje, schorremorrie, uitschot, gajus
   _kakaría = schijt, diarrhee. tin kakaría - aan de schijt zijn.
   _kakben = kaak
   _kakiña = soort zelfgemaakt snoepgoed
   _kakunbein = kaak, kaakbeen
   _kalaboso = onmogelijk afgelegen plaats, van God verlaten plek. na kalaboso (fierno) - op een van God verlaten plek.
   _kalakuna = kalkoen. mama kalakuna - slechte moeder, die haar kinderen verwaarloost
   _kalamber {stomme e} = kramp
   _kalamidat = kalamiteit, ramp
   _kalander {stomme e} = keversoort; houtworm
   _kalbas = kalebas. kalbas largo - lange kalebas (groente). Pampuna no sa pari kalbas. - De appel valt niet ver van de boom.
   _kalichi = kalkgrond
   _kalidat = kwaliteit
   _kális = kelk
   _kalki = kalk
   _kalkulá = berekenen, rekenen, uitrekenen
   _kalkulabel {stomme e} = berekenbaar
   _kalkuladó = rekenmachine
   _kalkulashon = berekening
   _kalkulo = berekening
   _kalma = kalmeren, zich kalmeren, sussen. Kalmá bo! - Rustig!
   _kalmason = windstilte
   _kalmèki = karnemelk
   _kalmo = kalm
   _kalofríu = koude rilling(en)
   _kalor = warmte; hitte. hasi kalor= warm zijn [v. weer].
   _kaloroso = warm [v. vriendschap e.d.]
   _kalumnia = laster; smaad
   _kalumniá = lasteren, belasteren
   _kalumnioso = lasterlijk
   _kaluroso = warm [fig.]
   _kama = 1. bed. 2. vlucht (vogels)
   _kámara = camera. Kámara di komersio - kamer van koophandel
   _kamber {stomme e} = slaapkamer
   _kambia = veranderen, wijzigen; wisselen, omwisselen, verwisselen; kambia pa - veranderen in. kambia paña di kama - het bed verschonen. kambia bruki - de baby een schone luier aandoen.
   _kambiabel {stomme e} = veranderlijk
   _kambio = verandering, wijziging; wisseling, omwisseling. kambio di ruta - wegomlegging
   _kambrada = maat. Mi n' ta bo kambrada! - Ik ben je maatje (gelijke) niet!
   _kaminá = gaan, lopen, afleggen
   _kaminata = wandeltocht, wandelmars
   _kaminda = [znw] weg; kaminda grandi= verkeersweg. kaminda di krus - [rkk] kruisweg; [fig.] lijdensweg. algun kaminda - ergens. ningun kaminda - nergens. na kaminda pa - op weg, onderweg naar. riba kaminda - op de weg. tur kaminda - overal. Mi tin kamind'i bai. - Ik moet ergens heen. [betr.vnw.] waar
   _kamisa = hemd, overhemd, sporthemd karson ta promé ku kamisa. - 't hemd is nader dan de rok. El a hinka su mes den un kamisa di |once varas| [S.]. - Hij heeft zich in een wespennest gestoken.
   _kampa = kamperen
   _kampadó = kampeerder
   _kampamento = [znw] het kamperen; kamp, kampement
   _kampana = 1. klepel. 2. huig. kampan'i klòk[fig.] - keiharde stem. Papia te ku kampana kai. - Praten tot je erbij neervalt.
   _kampañá = campagne voeren; (politieke) propaganda maken
   _kampaña = campagne; actie. kòre kampaña - verkiezingspropaganda maken
   _kampañadó = campagnevoerder; propagandist (voor politieke partij).
   _kamus = zeemlap
   _kana = [ww] lopen. [znw] oude inhoudsmaat. mi kana a yena - de maat is voor mij vol.
   _kaña = [znw] suikerriet. [bnw] tipsie
   _kanades = Canadees
   _kañañ-kañañ = gejank van een hond
   _kanario = kanarie
   _kanasta = fuik
   _kancha = veld, sportveld
   _kanchi = kant [stof]
   _kandal = hangslot. na kandal - op slot
   _kandela = 1. vuur, brand. 2. brander, pit (van kookplaat). kandela artifisial - vuurwerk. arma di kandela - vuurwapen. paga kandela - vuur doven/blussen. pega un kos na kandela - iets in brand steken. pusha palo bou kandela - olie op het vuur gooien. waya kandela - vuur aanwakkeren. Su wowo a spart kandela. - zijn/haar ogen spoten vuur. pone hende drenta den kandela - iemand het bloed onder de nagels vandaan halen.
   _kandelaria = Maria Lichtmis
   _kandidato = kandidaat
   _kandidatura = kandidatuur
   _kandilá [C.] = giftige cactussoort gebruikt voor cactushagen. ([A.] kadushi di Surnam)
   _kanga = zwaaien (met de rokken) kanga saya - met de rokken zwaaien
   _kangreu = krab. pèrdè kangreu ku saku ku tur. - alles verliezen
   _kani = in: kani mi pa mi kani bo[C.] - Voor wat hoort wat.
   _kanibal = kanibaal
   _kanibalismo = kanibalisme
   _kanibalista = kanibalistisch
   _kanika = kan. kanik'i kòfi - koffiepot, koffiekan. kanik'i té - theepot, theekan
   _kanoa = vlet, kleine vissersboot; kano
   _kañon = kanon. sordo manera un kañon - zo doof als 'n kwartel.
   _kanon = kanon; canon
   _kanóniko = canoniek. [A.] derecho kanóniko [C.] derechi kanóniko - canoniek recht
   _kanonisá = heilig verklaren
   _kanonisashon = heilig verklaring
   _kansá = moe. mi ta kansá di mi alma. - Ik ben doodmoe.
   _kansa = vermoeien, moe worden
   _kansanshi [C.] = vermoeidheid; (A.: kansansio)
   _kansansio [A.] = vermoeidheid
   _kanselá = annuleren, afgelasten, afzeggen
   _kanselashon = annulering
   _kanser = kanker
   _kansion = lied
   _kanta = zingen; [vogels] tjilpen, fluiten; [haan] kraaien;
   _kantamento = [znw] het zingen, gezang (zie: kanta)
   _kantante = zanger, zangeres
   _kantidat = tal, aantal; hoeveelheid. un kantidat di... - tal van; 'n heleboel ...
   _kantika = lied
   _kanto = kant. kant'i= langs
   _kantor = kantoor. na kantoor - op kantoor
   _kaos = chaos, wanorde
   _kaótiko = chaotisch, wanordelijk
   _kap = kappen, omhakken
   _kapa = [znw] laag. [ww] castreren.
   _kapamento = castratie
   _kapasidat = capaciteit
   _kapasitá = capabel
   _kapel = kapel
   _kapía = kapelletje
   _kapital = 1. hoofdstad. 2. kapitaal; vermogen
   _kapitalismo = kapitalisme
   _kapitalista = [znw] kapitalist. [bnw] kapitalistisch
   _kapitan = kapitein
   _kapitulá = capituleren
   _kapitulashon = capitulatie
   _kapítulo = hoofdstuk
   _kapricho = gril, caprice
   _kaprichoso = grillig; capricieus; wispelturig; onberekenbaar
   _kápsula = capsule
   _kapta = snappen, begrijpen; vatten, bevatten
   _kapturá = vangen
   _kaptura = vangst
   _kara = gezicht; wang; kant. kar'i doshi>/kar'i dòns [vulg./plat] kar'i bòm[plat] - 'n gezicht als 'n oorwurm. kar'i ladron - boeventronie. traha kara mahos - lelijke gezichten trekken. ku ki kara...? - schaamt hij/zij zich niet om... E no sa unda su kara ta para. - Hij weet van toeten noch blazen. Dal un hende un kar' abou. - Iemand de kous op z'n kop geven. pone un hende su kara na bergüensa - iemand voor schut zetten. E no tin kuer'i kara. - Hij/zij heeft 'n bord voor de kop. tira un kos na un hende su kara. - iemand iets voor de voeten werpen.
   _karai = [tsw] verrek!
   _karakter {stomme e} = karakter
   _karakterisá = karakteriseren
   _karakterístiko = karakteristiek; tekenend
   _karamba = [tsw] verdorie
   _karantena = quarantaine
   _karasto = [tsw] verrek! Verdorie!
   _karbon = koolSTOF; houtskool
   _karbonisá = verkolen; verzengen
   _karchi = kaart, visitekaartje, ansichtkaart, briefkaart, systeemkaart
   _kardíako = hart-
   _kardinal = kardinaal. E punto kardinal - het kardinale punt; de clou
   _kardiograma = cardiogram
   _kardiología = cardiologie, hartspecialisme
   _kardiológiko = cardiologisch
   _kardiólogo = cardioloog, hartspecialist. siruhano kardiólogo - cardiochirurg
   _kareda = 1. rij. un kareda di blòki - 'n rij blokken. 2. race. kareda di bais - wielrennen. na kareda - op 'n draf
   _karendu = krent
   _karera = carrière
   _karesé = ontbreken (di - aan)
   _karet = hoorn (de stof)
   _karetera = weg, snelweg
   _karetía = kruiwagen
   _karga = [znw] last, vracht. barko di karga - vrachtschip. [ww] dragen (v. last), kunnen dragen. karga pasenshi - geduld hebben. E no ta karg'é. - Het kan er niet in.
   _kargá = beladen; [v. dieren] drachtig; [maan] bedekt.
   _kargamento = [znw] het dragen; vracht
   _kari-kari = visgehakt
   _Karibe = Caribisch gebied.
   _karibense = Caribisch
   _karidat = liefdadigheid. obra di karidat - werk van barmhartigheid
   _karies = cariës, tandsteen
   _kariño = beminnelijkheid, genegenheid, vriendelijkheid, liefde.
   _kariñoso = beminnelijk, vriendelijk, lief
   _karisiá = strelen, aaien, aanhalen
   _karisia = streling
   _karísimo = uiterst duur
   _karisma = charisme
   _karismátiko = charismatisch
   _karitatibo = charitatief; liefdadig
   _karnal = vleselijk.
   _karnaval = carnaval
   _karné = schaap
   _karni = vlees. karni mulá - gehakt.
   _karnisá = pekelvlees
   _karnisería = slagerij
   _karnisero = slager
   _karnívoro = [znw] carnivoor, vleeseter. [bnw] carnivoor, vleesetend
   _karo = [bnw] duur
   _karosa = praalwagen
   _karpachi = doodshoofd
   _karpata = teek
   _karpinté = timmerman. karpinté fini - schrijnwerker
   _karpintería = timmerwerkplaats
   _karson = broek. karson chikito - onderbroek [v. vrouwen]. karson largo - lange broek. karson kòrtiko - korte broek. karson-saya - rokbroek. bisti karson - 'n broek dragen/aantrekken. kita karson - de broek uittrekken. karson ta promé ku kamisa. - 't Hemd is nader dan de rok.
   _karta = brief. pòst un karta[fig.] - 'n grote boodschap doen
   _kartera [A.] = portemonnee; portefeuille. (C.: pòtmòni)
   _kartografía = cartografie
   _kartográfiko = cartografisch
   _kartógrafo = cartograaf
   _karton = karton; hardboard
   _kas = huis; thuis. na kas - thuis. kái haraña = spinneweb. kái kachó - hondenhok. kas di tòrto - ouderwets lemen huis, plaggenhuis.
   _kasá = [znw] man, echtgenoot; vrouw, echtgenote. [bnw] getrouwd.
   _kasa = trouwen, huwen
   _kasamento = [znw] trouwen, huwen, trouwpartij
   _kasashon = cassatie
   _kasero = [znw] huismus [fig.]. [bnw] huiselijk.
   _kashaka = habijt, pij, toog
   _kashi = kast
   _kashu = cashew
   _kashupete = cashew-noot
   _kasi = bijna
   _kaska = [znw] 1. schil, bast, schaal (v. ei); schilfer; schors; 2. [in hoofdhaar] roos; 3. helm. [ww] schillen, pellen; schilferen.
   _kaskabel = ratel; ratelslang
   _kaso = 1: geval. 2: geding, zaak, rechtzaak. kaso penal - strafzaak. kaso sumario - kort geding. entamá un kaso kontra... - een zaak aanspannen tegen... lanta un kaso (kontra) - een (recht)zaak beginnen (tegen)
   _kastidat = kuisheid
   _kastigá = straffen
   _kastigabel {stomme e} = strafbaar
   _kastigo = straf
   _kasto = kuis
   _kasualidat = toeval. pa kasualidat - toevallig
   _kasualmente = terloops; toevallig(erwijs)
   _kasuela = ijzeren bakplaat (voor pan batí)
   _katalogisá = catalogiseren
   _katálogo = kataloog, catalogus
   _katarata = [oogkwaal] staar
   _katástrofé = catastrofe
   _katastrófiko = catastrofaal
   _kategoría = categorie
   _kategóriko = categorisch
   _katekismo = catechismus
   _katekista = catechist
   _katesashi = catechismusles, catechisatie
   _katibo = slaaf
   _katochi = dagelijkse (verboden) loterij
   _katóliko = katholiek
   _katolisismo = katholicisme
   _katru = veldbed (opvouwbaar)
   _katuna = katoen; watten. baha na katuna - er vandoor gaan
   _kawetá = neuzen, z'n nieuwsgierigheid bevredigen
   _kaweta = nieuwsgierig
   _kaya = straat. kaya grandi - hoofdstraat. riba kaya - op straat. laga un hende na kaya - iemand in de steek laten. malesa di kaya - geslachtsziekte. [fam]; lus di kaya - straatlantaarn. mucha di kaya - straatjongen, straatmeid. subi kaya - de straat op lopen, rijden, fietsen.
   _kayente = 1. heet; warm. 2. hitsig; wuft; wulps; kayente manera stim - zo loops als 'n teef [fig.]
   _kayou = zwijgzaam
   _kayu = eelt. kayu no kayu - op hangen en vallen.
   _keda = blijven; logeren; raken; worden. keda di hasi un kos - afgesproken hebben om, of van plan zijn geweest om iets te doen. keda bisiá na - verslaafd raken aan. keda bruhá - verward, in de war raken. keda ku gana - iets wat men wil niet krijgen. keda sin hasi un kos - nalaten iets te doen. El a keda bunita. - 't Is mooi geworden. Nos ta keda asina ('kí). - Daar houden we het op.
   _keha = klagen; zuchten, verzuchten
   _kehamento = [znw] geklaag; gezucht
   _kèhè-kèhè = klanknabootsing van licht hoesten
   _keho = klacht; zucht; verzuchting
   _keifi = kuif
   _keilu = kuil
   _keinta = verwarmen, verhitten. un kò'i keinta kurpa - 'n afzakkertje / borrel.
   _keintura = koorts
   _keiru = uitstapjes maken, gaan stappen. sali keiru - op stap gaan
   _kèlder {stomme e} = graf(kelder)
   _kèlki = 1. glaasje, borrelglas. 2. windbukskogeltje.
   _ken {ng} = wie. Ken ku ta. - wie dan ook.
   _kende = wie
   _kèns = suf. Kèns bo ta? - Ben je mal? Esta kò'i kèns! - Wat 'n onzin!
   _kènter = kantelen; instorten (van put)
   _kere = geloven; denken
   _kerensia = geloof
   _kerí = bemind; geliefd. ser kerí - geliefde; beminde
   _kèrki = (protestante) kerk(gebouw)
   _kerosin = petrolium
   _keshi = kaas. bende un hende su keshi. - 'n boekje over iemand open doen [positief]; iemand verklikken
   _ketel {stomme e} = ketel. ketel di awa - waterketel
   _ketu = stil; rustig. ketu bai - gestaag; ononderbroken; nog steeds; alsmaar. keda ketu - zwijgen
   _ki = wat; welke. ki edat - hoe oud. ki día, ... - onlangs. ki día? - wanneer? Ki mi tin? - Wat zou dat? Ki mi hasi awó? - Wat moet ik nu doen?
   _KIA = "Korrectie Instituut Aruba" = gevangenis
   _kiboká = zich vergissen; M'a kiboká. - Ik heb me vergist.
   _kibokashon = vergissing
   _kibra = breken, afbreken; verbreken, overtreden. kibra hero ku man. - ijzer met handen breken. kibra lei - de wet overtreden.
   _kibrá = kapot, stuk
   _kibramento = [znw] breken, afbreken. kibramento di kabes - hoofdbrekens
   _kiebra = breuk; scheuring, splijting [ook fig.]
   _kier = [ww] willen (zonder ta; (zie ook: ke). [znw] wil, willetje. hasi su (mes) kier - zijn (eigen) wil doordrijven. E mucha tin un kier! - Dat kind heeft een willetje!
   _kik = mopperen, kankeren
   _kikdó = mopperaar, kankerpit
   _kikmento = gemopper, gekanker
   _kiko = [vr.+betr.vnw] wat. kiko ku ta - wat dan ook. Bisá mi kiko ta kiko. - zeg me hoe 't zit. sa kiko ta kiko - van de hoed en de rand weten.
   _kil = naad (v. broek)
   _kilo = kilo
   _kima = branden; aanbranden; afbranden; verbranden
   _kimadura = brandwonde, verbranding
   _kimamento = [znw] het branden, verbranden, verbranding
   _kímika = chemie, scheikunde
   _kímiko = [znw] chemicus, scheikundige. [bnw] chemisch, scheikundig.
   _kinch˛ncho = soort spliterwt
   _kini-kini = Amerikaanse torenvalk
   _kiniki = knikker
   _kinipí = knijpen. sin kinipí un wowo - zonder blikken of blozen.
   _kinsena = twee wekelijks loon
   _kipashi = brood(= al dan niet gesneden heel brood)
   _kisas = misschien
   _kishikí = [znw] jeuk [ww] jeuken; kietelen.
   _kita = verwijderen, wegnemen, wegdoen; uittrekken, kita paña - uitkleden. Esei no ta kita (afó) ku.... - Dat neemt niet weg dat... kita paña fò'i kama, mesa, liña - het bed afhalen, de tafel afruimen, de was van de lijn halen
   _kitamento = [znw] het weg doen; verwijdering
   _kla-kla = heel duidelijk
   _kla = [bnw] helder, licht (van kleur e.d.) [bw] klaar, gereed. Kla ta! - ziezo! M'a kla! - Ik ben klaar. kla i raspá - klip en klaar.
   _klaba = spijkeren, nagelen; vastspijkeren, vastnagelen
   _klabamento = [znw] het spijkeren, nagelen
   _klabo = 1. spijker. dal riba e kabes di klabo= de spijker op z'n kop slaan. 2. kruidnagel
   _klandestino = clandestien
   _klapchi = vuurwerk. tira klapchi - vuurwerk afsteken.
   _klaria = opklaren; verhelderen
   _klaridat = helderheid; licht, schijnsel. klaridat di luna - maanlicht
   _klarifikashon = verheldering; opheldering
   _klaro = duidelijk; natuurlijk. Ta klaro ku,... - Natuurlijk, ... Ta mas ku klaro ku... - het staat als een paal boven water vast dat...
   _klas = klas. Esei ta kaba klas. - Dat loopt de spuigaten uit./Dat doet de deur dicht!
   _klasa = klasse; soort. tur klasa di - allerlei
   _klase = klasse
   _klasifiká = classificeren, rangschikken; onderbrengen.
   _klasifikashon = classificatie, rangschikking; klassement
   _klásiko = klassiek
   _klave = sleutel [fig.]; wachtwoord. palabra klave - sleutelwoord. posishon klave - sleutelpositie
   _klemensia = clementie; mededogen; gratie
   _klemente = clement, mild, mededogend
   _klenko = baksteen, klinker
   _klèp = smoel, klep. bati klèp - overal negatief commentaar op geven.
   _kleps = [znw] eclips. [ww] verduisteren. luna ta kleps - er is een maansverduistering.
   _klèptol = Piet Snot. laga un hende para/sinta manera klèptol - Iemand voor Piet Snot laten staan/zitten
   _klero = clerus
   _kliente = cliënt, klant
   _klientela = cliëntèle, klanten; klandizie
   _klima = klimaat
   _klimatológiko = climaat-, klimatologisch
   _klínika = kliniek
   _klíniko = klinisch
   _kloaka [C.] = riool, riolering; (A.: riol)
   _klòch = koppeling (in auto)
   _klòk = [kerk-] klok. bati klòk - de klok(ken) luiden. kampan'i klòk - klepel; [fig.] harde stem
   _klòks = broeds. galiña klòks - broedse kip; kloek
   _klòmpi = klomp; klonter;kluit.
   _klòp = [znw] knuppel, gummiknuppel, wapenstok. [ww] kloppen; juist zijn
   _kloròks = bleekmiddel
   _klòshi = klos; klosje
   _kloustrofobia = claustrofobie, engtevrees
   _kloustrofóbiko = claustrofobisch, engtevrees hebbend
   _klóusula = clausule
   _klousura = afsluiting, sluiting
   _klousurá = sluiten, afsluiten
   _klub = club.
   _kò'i = [kos di] ding(en). kò'i hasi - een en ander te doen. kò'i kibra - afwas. Es ta kò'i hari! - Wat belachelijk! Es ta kò'i kèns! - Wat een onzin! Es ta kò'i sokete! - Wat 'n stommiteit!
   _koalishon = coalitie
   _koba = graven, opgraven; uitgraven. koba fundeshi - funderingssleuven graven. koba graf - een graf delven. koba un hende - iemand aan de tand voelen. koba un hende su fundeshi - iemand uithoren, (over zijn achtergronden). koba hole - uit z'n neus zitten te vreten. koba un hende su mama - iemand vervloeken
   _kobamento = [znw] het graven, opgraven, opgraving
   _kobarde = [bnw] laf. [znw] lafaard
   _kobardía = lafheid
   _kobertura = omhulsel; dekking, bedekking, dek
   _kobra = innen, incasseren; betaling vragen
   _kobradó = incasseerder. kobradó di belaster - tollenaar
   _kobramento = [znw] het innen; incasso
   _kobransa = inning, incassering
   _kodak = fototoestel
   _kódigo = wetboek. kódigo penal - wetboek van strafrecht. kódigo sivil - burgerlijk wetboek.
   _kododo = hagedissensoort
   _kòfi = koffie. traha kòfi - koffie zetten
   _kofir = koudvuur; gangreen
   _kohe = pakken, nemen
   _koherensia = coherentie, samenhang
   _koherente = coherent, samenhangend
   _kòho = kreupel, mank
   _kòhon-kòhon = klanknabootsing van hees hoestgeluid
   _kòhòn = kloot [vulg.]
   _kòi = nemen, pakken (ook overdrachtelijk)
   _koinsidensia = samenloop van omstandigheden; toeval(ligheid). pa puro koinsidensia - door 'n toevallige samenloop van omstandigheden.
   _kòki = kok
   _koko = kokosnoot. pal'i koko - palmboom. koko pelon - kaalkop.
   _kokodèk = 1. oksel. 2. nabootsing van kippengekakel
   _kokodrilo = krokodil
   _kokolishi = schelp; den un kokolishi - in Ún notendop.
   _kokoyokó = kukeleku
   _kola = [znw] slip [van jas e.d.]; sleep [van jurk]. karga un hende so kola - iemands slippendrager zijn. [ww] zeven (van vloeibare stoffen), filtreren.
   _koladó = vergiet; filter (voor vloeistoffen)
   _kolchon = matras
   _kolebra _kulebra = slang, ratelslang
   _kolega = kollega
   _kolegial = colegiaal
   _kolegialidat = colegialiteit
   _kolekshon = verzameling, collectie
   _kolekshoná = verzamelen; vergaren
   _kolekshonista = verzamelaar
   _kolekta = collecte
   _kolektá = collecteren; vergaren
   _kolektant = collectant
   _kolèps = afgemat, uitgeput, slap
   _kolga = hangen
   _kólibri = gordelroos
   _koliflor = bloemkool
   _kòlmo = toppunt. pa kòlmo - als klap op de vuurpijl. pa kòlmo di remata - tot overmaat van ramp
   _koló = kleur. koló kla - lichte (bruine) huidskleur. koló skur - donkere (zwarte) huidskleur.
   _kolonia = kolonie
   _kolonial = koloniaal
   _kolonialismo = kolonialisme
   _kolonialista = kolonialist(isch)
   _kolonista = kolonist
   _kolorido = gekleurd; kleurig; fleurig
   _kolosal = kolossaal
   _koma = coma. uit een coma bijkomen - sali fò'i koma.
   _komader {stomme e} [C.] = vrouwelijke relatie via peter- of meterschap, of getuige bij een huwelijk; (A.:komèr)
   _komandá = commanderen, bevelen
   _komandante = commandant, bevelhebber
   _komando = commando, bevel
   _kombate = bestrijding; strijd
   _kombatí = bestrijden
   _kombatimento = bestrijding
   _kombiná = combineren; samenvoegen
   _kombinabel {stomme e} = combineerbaar; samenvoegbaar
   _kombinashon = kombinatie
   _kome = eten. kome hende - 'n ander opvreten; snauwen; afbekken. kome ku smak - smullen, smikkelen. kome ku djente largo - met tegenzin eten. sa kiko tin di kome i bebe - van de hoed en de rand weten.
   _komedia = toneelstuk
   _komediante = comediant; humorist
   _komedó = 1. eetkamer. 2. eter. komedó di webo no sa ki doló galiñta pasa pa pon'é. [A.] / [C.:] komedó di webo no sa ku galiña su atras ta hasi due. - men kijkt altijd erg gemakkelijk aan tegen het werk van een ander.
   _komemento = [znw] eten; etentje
   _komentá = (be)commentariëren; commentaar geven.
   _komentario = commentaar
   _komentarista = iemand die commentaar geeft; commentaarschrijver
   _komèr [A.] = vrouwelijke relatie via peter- of meterschap of getuige bij huwelijk. (C.: komader)
   _komersial = commerciëel
   _komersialisá = commercialiseren
   _komersialisashon = commercialisering
   _komersiante = koopman, handelaar
   _komersio = handel. Kámara di Komersio - Kamer van Koophandel
   _komestibel {stomme e} = kruidenierswaren
   _kometa = komeet
   _kometé = begaan, plegen, maken, bedrijven. kometé un krimen - een misdaad begaan. kometé un eror - een fout maken
   _kómiko = [znw] komiek; potsenmaker. [bnw] komisch, potsierlijk.
   _komino = komijn
   _komis = commies
   _komisariado = kommissariaat
   _komisario = komissaris
   _komishon = kommissie
   _komité = comité
   _kòmkòmber {stomme e} = komkommer
   _komo = als (in de functie van)
   _kómodo = gerieflijk
   _kompá = verkorting vankompader. Kompá Nanzi - hoofdfiguur in Nanzi-verhalen.
   _kompader {stomme e} [C.] = mannelijke relatie via peter- of meterschap of als getuige bij huwelijk; (A.: kompèr)
   _kompai = fig. broer, vriend, gabber.
   _kompakto = compact
   _kompañá = [znw] levensgezel(lin), concubine, concubinaris [ww] vergezellen;begeleiden; meegaan; geleiden. Dios kompañá bo! - God zij met je!
   _kompañerismo = kameraadschap
   _kompañero = kameraad
   _kompanía = gezelschap; maatschappij
   _kompará = vergelijken; kompará ku - vergeleken met; in vergelijking met
   _komparabel {stomme e} = vergelijkbaar
   _komparashon = vergelijking
   _komparatibo = vergelijkend; [gram.] vergrotende trap
   _kompartí = 1. delen [met anderen]; 2. delen [gezamenlijk hebben]; 3. meedelen; 4. ronddelen; 5. indelen
   _kompartimento = afdeling; vak; compartiment
   _kompartishon = indeling
   _kompartitibo = mededeelzaam
   _kompashon = erbarmen; medeleven
   _kompatibel {stomme e} = compatibel; verenigbaar
   _kompatibilidat = compatibiliteit; verenigbaarheid
   _kompatriota = landgenoot
   _kompensá = compenseren; vergoeden; financiëel tegemoetkomen
   _kompensashon = compensatie; vergoeding; tegemoetkoming; tegenprestatie
   _kompèr [A.] = mannelijke relaltie via peter- of meterschap of als getuige bij huwelijk; (C.: kompader)
   _kompetensia = competentie; concurrentie; prijsvraag
   _kompetente = competent, bevoegd; rechtsbevoegd
   _kompetí = mededingen, wedijveren, concurreren
   _kompetidó = concurrent, mededinger
   _kompetishon = mededinging, wedijver, competitie, concurrentie; prijsvraag
   _kompetitibo = concurrerend, wedijverend.
   _kompilá = bijeenbrengen (v. geschriften e.d.), opstellen, compileren
   _kompilashon = verzameling (v. geschriften e.d.), compilatie
   _kompinchi = handlanger; compaan; makker, gabber; trawant
   _komplasé = tevreden stellen, een genoegen doen , tegemoetkomen
   _komplasensia = welwillendheid, toeschietelijkheid, toegeeflijkheid
   _komplasiente = welwillend; tegemoetkomend; toeschietelijk
   _kompleho = complex. kompleho di inferioridat - minderwaardigheidscomplex
   _kompletá = kompleteren, aanvullen
   _kompletamente = [bw] helemaal; volledig
   _kompleto = [bnw] volledig
   _komplifiká = complificeren
   _komplifikashon = complificatie
   _kompliká = [ww] compliceren. [bnw] ingewikkeld, gecompliceerd, complex
   _komplikashon = complicatie
   _komplimentá = complimenteren
   _komplimento = compliment
   _kómplise = [znw] medeplichtige, handlanger. [bnw] medeplichtig
   _komponé = componeren; samenstellen
   _komportá = zich gedragen
   _komportashon = gedrag. mal komportashon - wangedrag
   _komposishon = samenstelling; compositie
   _kompositá = componeren
   _kompositor = componist
   _kompra = aankoop; boodschap(pen)
   _komprendé = verstaan, begrijpen; inzien
   _komprendemento = begrip, inzicht; verstandhouding
   _komprendibel {stomme e} = begrijpelijk; verstaanbaar
   _komprenshon = begrip, het begrijpen; verstandhouding
   _kompreshon = compressie
   _komprimí = comprimeren; samendrukken
   _komprobá = verifiëren, controleren, beoordelen; bewijzen, staven
   _komprobante = bewijsstuk, bewijs van inschrijving
   _komprobashon = verificatie, controle, beoordeling; staving
   _komprometé = compromitteren, (zich) verplichten, (zich) vastleggen op; (zich) verloven
   _komprometido = [znw] verloofde. [bnw] verloofd
   _kompromiso = verplichting; verbintenis; belet; compromis; verloving. tin otro kompromiso - 'n andere afspraak hebben. sin kompromiso - vrijblijvend. rench'i kompromiso - verlovingsring.
   _komprondé = begrijpen; verstaan; inzien, snappen. B'a komprondé? - Snap je?
   _komprondemento = begrip, inzicht
   _komprondibel {stomme e} = begrijpelijk; verstaanbaar
   _komun = 1. ordinair, plat, alledaags. 2. gemeenschappelijk
   _komunidat = gemeenschap
   _komuniká = communiceren; contact hebben/opnemen; doorverbinden; (zich) verbinden. Mi ta komuniká mener/yùfrou/señora. - Ik verbind U door.
   _komunikado = communiqué; komunikado di prensa - perscommuniqué
   _komunikashon = communicatie; verbinding
   _komunikatibo = communicatief; contactueel bereikbaar
   _komunion = communie
   _komunismo = communisme
   _komunista = [znw] communist. [bnw] communistisch
   _kon {ng} = hoe. di kon - hoezo kon ku bai bini - hoe 't ook zij. kon ku ta - hoe dan ook; slordig, ongeïnteresseerd. Kon bai? - Hoe is 't? Kon ta bai?Hoe gaat 't?
   _konbení = overeenkomen, schikken. Ora ta konbiní bo. - Als 't je schikt.
   _konbenio = overeenkomst, schikking
   _konbensé = overtuigen
   _konbenshon = conventie
   _konbenshonal = conventioneel
   _konbento = klooster
   _konbergensia = convergentie
   _konbergente = convergent. bira konbergente - convergeren
   _konbersá = converseren
   _konbersashon = gesprek
   _konbershon = omwisseling, conversie, bekering
   _konbertí = omwisselen, converteren; bekeren (ook: zich -)
   _konbinsente = overtuigend
   _konboká = uitnodigen, oproepen, uitschrijven
   _konbokashon = convocatie, uitnodiging, oproep(ing)
   _konbokatorio = convocatieoproep
   _konchi = 1. kom; 2. kontje [van brood]
   _kónchole = verdorie
   _kondekorá = condecoreren, onderscheiden
   _kondekorashon = condecoratie, onderscheiding
   _kondená = veroordelen (na - tot)
   _kondenabel {stomme e} = laakbaar
   _kondenashon = veroordeling
   _kondishon = toestand; conditie; voorwaarde
   _kondishoná = conditioneren; aan voorwaarden binden
   _kondishonal = voorwaardelijk
   _kondishonamento = [znw] conditioneren; voorwaarden stellen
   _kondolensia = condoléance, condolentie, rouwbeklag. No ta risibí bishita di kondolensia na kas. - Geen rouwbeklag aan huis.
   _kondoler = condoleren
   _kondom = condoom
   _kondukta = gedrag
   _konduktor = bestuurder (v. voertuig)
   _kondusí = leiden (na - tot(; besturen [v.voertuig]
   _koneinchi = konijn; (A. ook: koneu)
   _konekshon = connectie, verbinding, aansluiting, samenhang; verband
   _konektá = verbinden, aansluiten
   _koneu [A.] = konijn
   _konfederashon = confederatie
   _konferensia = conferentie
   _konferensiá = confereren
   _konfesá = biechten, opbiechten, bekennen, belijden
   _konfeshon = biecht, bekentenis
   _konfeshonario = biechtstoel
   _konfesor = biechtvader
   _konfia = [ww] vertrouwen (riba - op); toevertrouwen
   _konfiabel {stomme e} = betrouwbaar; verrtrouwd
   _konfiansa = [znw] vertrouwen . digno di konfiansa - betrouwbaar, vertrouwenswaard. Un hende di konfiansa - 'n vertrouweling; vertrouwenspersoon; 'n vertrouwd, betrouwbaar persoon
   _konfidensial = vertrouwelijk
   _konfidensialidat = vertrouwelijkheid
   _konfirmá = bevestigen; beamen; staven; [rkk] vormen
   _konfirmashon = bevestiging; staving; [rkk] vormsel
   _konfiská = [ww] confiskeren; verbeurd verklaren; in beslag nemen. [bnw] verbeurd (verklaard)..
   _konfiskashon = confiscatie, confisquering, verbeurd verklaring, in beslagname
   _konflictante = conflicterend
   _konfliktá = conflicteren
   _konflikto = conflict
   _konflochi = kornuiten, handlangers, makkers, companen
   _konfó = fornuis [verouderd]
   _konfòrmá = (zich) conformeren
   _konfòrmashon = conformering
   _konfòrme = conform; eensluidend
   _konfortabel {stomme e} = gerieflijk
   _konfrontá = confronteren
   _konfrontashon = confrontatie
   _konfundí = [ww] verwarren; vertroebelen; in verlegenheid brengen/raken. [bnw] verward; verlegen. keda konfundí - in verlegenheid raken
   _konfushon = verwarring; verlegenheid; onoverzichtelijkheid
   _konfuso = confuus, verward; onoverzichtelijk
   _kongalachá = bekokstoven
   _kongalachi = bekokstoverij
   _kongenital = aangeboren
   _kongestion = congestie; opstopping
   _kongestioná = [ww] opstoppen (van verkeer e.d.). [bnw] verstopt (van verkeer e.d.)
   _kongestionamento = congestie, opstopping
   _kongreso = congres
   _konhugá = [gram.] vervoegen
   _konhugashon = [gram.] vervoeging
   _kònkel {stomme e} = konkelen; bekokstoven
   _kònkelmento = gekonkel; bekokstoverij
   _konkistá = veroveren
   _konkista = verovering
   _konkistadó = veroveraar
   _konkluí = konkluderen, besluiten
   _konklushon = conclusie, besluit
   _konkretisá = konkretiseren, concretiseren; uitwerken; tot stand brengen; verwezenlijken
   _konkretisabel {stomme e} = concretiseerbaar; uitvoerbaar; verwezenlijkbaar
   _konkretisashon = concretisering; uitwerking; totstandbrenging; verwezenlijking
   _konkreto = konkreet, concreet
   _konkurensia = concurrentie
   _konkurso = concours, wedstrijd
   _konmemorá = herdenken; huldigen
   _konmemorashon = herdenking; huldiging
   _koño = [znw] kut [vulg.]. [tsw] verrek! [vulg.]. Bai den koño di bo mama! - Kruip in je moerskont! [zeer vulg.]
   _konofes = koningsvis, king fish.
   _konoflok = knoflook
   _konopá = knopen; vastknopen
   _konòpi = knop; knoop; vloek. dal un konòpi - er 'n knoop over leggen; vloeken [fig.]
   _konosé = kennen. Bo konos'é? - Ken je hem/haar? Mi no konos'é. - Ik ken hem/haar niet. ("ta" wordt vaak weggelaten bij "Konosé".)
   _konosemento = kennis; wetenschap
   _konòshi = knoest
   _konosí = [znw] bekende, kennis. [bnw] bekend; sera konosí - kennis maken
   _konosir [vero.] = kennis, bekende
   _konsagrá = wijden (kerk e.d.); toewijden
   _konsagrashon = wijding (van kerkgebouw, bisschop e.d.).
   _konsakrashon = consacratie
   _konsebibel {stomme e} = voorstelbaar; denkbaar
   _konsebí = verwekken [ook van kinderen]
   _konsedé = toegeven, toestaan
   _konseguí = verkrijgen, verwerven
   _konsehá = adviseren, raadgeven, aanraden
   _konsehabel {stomme e} =raadzaam
   _konsehero = adviseur, raadgever
   _konseho = advies, raad, raadgeving; konseho di ministro - ministerraad. Konseho di Siguridat - Veiligheidsraad.
   _konsekuensia = gevolg, consequentie; uitvloeisel
   _konsekuente = consekwent
   _konsenshi = geweten. sin konsenshi - gewetenloos.
   _konsenso = consensus
   _konsentí = toestemmen; toegeven; instemmen.
   _konsentimento = instemming; toestemming.
   _konsentrá = (zich) concentreren
   _konsentrashon = concentratie
   _konsepshon = conceptie, bevruchting, ontvangenis.
   _konsepto = opvatting, inzicht; concept
   _konserní = betreffen, aanbelangen
   _konservá = conserveren, behouden, in stand houden; inmaken
   _konservadó = conservator, curator
   _konservashon = conservering, behoud; inmaak
   _konservatibo = conservatief, behoudend
   _konservatismo = conservatisme; behoudzucht
   _konservatorio = conservatorium
   _konsès = eigendomsgrond
   _konseshon = concessie
   _konsiderá = overwegen
   _konsiderabel {stomme e} = aanzienlijk; aanmerkelijk, fors
   _konsiderashon = overweging, consideratie
   _konsiensia = bewustzijn
   _konsiente = bewust
   _konsierto = concert
   _konsiso = beknopt
   _konsistí (di) = bestaan (uit)
   _konsolá = troosten
   _konsolashon = troost
   _konsolidá = consolideren; verstevigen
   _konsolidashon = consolidatie; versteviging
   _konsorsio = consortium
   _konspikuo = opvallend
   _konspirá = samenzweren, samenspannen
   _konspiradó = samenzweerder
   _konspirashon = samenzwering, samenspanning
   _konstansia = bestendigheid, constantheid
   _konstante = constant; voortdurend; bestendig
   _konstantemente = voortdurend; constant
   _konstatá = konstateren
   _konstatashon = Konstatering
   _konstelashon = constellatie, stelsel, samenstel; sterrenbeeld
   _konsternashon = konsternatie; verslagenheid; deining; gedoe
   _konstipá = [ww] verstoppen (van ingewanden); [bnw] verstopt (van ingewanden)
   _konstipashon = constipatie, verstopping (van ingewanden)
   _konstituí = constitueren; instellen; behelzen
   _konstitushon = constitutie; grondwet; statuten
   _konstitushonal = constitutioneel, grondwettelijk; statutair
   _konstruí = construeren, bouwen, opbouwen
   _konstrukshon = constructie, bouw, opbouw
   _konstruktibo = constructief, opbouwend
   _konstruktor = constructeur, bouwer
   _konsuelo = troost
   _kónsul = consul
   _konsulado = consulaat
   _konsulario = consulair
   _konsulta = consult, raadpleging
   _konsultá = consulteren, raadplegen
   _konsultante = consulent
   _konsultashon = consultatie, raadpleging
   _konsultorio = spreekkamer
   _konsumí _kunsumí = 1: consumeren, verbruiken. 2: nijdig worden, nijdig maken, (zich) ergeren, (zich) opvreten. No konsumí mi! - Maak me niet nijdig! Konsumí hende - anderen opvreten.
   _konsumidó = consument; verbruiker
   _konsumo = consumptie, verbruik
   _konta = 1: rekenen; tellen; meetellen; konta ku - rekenen op. E no ta konta. - Hij telt niet mee. 2: vertellen
   _kontabilidat = contabiliteit; boekhouding
   _kontagioso = besmettelijk; aanstekelijk
   _kontakto = contact. pone su mes den kontakto ku - zich in verbinding stellen met.
   _kontaminá = besmetten
   _kontaminashon = besmetting
   _kontaminoso = besmettelijk
   _konteksto = context; (zins-)verband; saka for di su konteksto - uit z'n verband rukken.
   _kontemporáneo = contemporain, eigentijds
   _kontené = bevatten; inhouden
   _kontenido = inhoud
   _kontentá = verblijden; blij maken; tevreden stellen
   _kontento = blij; tevreden; verblijd
   _konteo = telling
   _kontest = wedstrijd, concours
   _kontesta = antwoord
   _kontestá = antwoorden; beantwoorden; [telefoon] aannemen; contesteren
   _kontinental = continentaal; vastelands-
   _kontinente = continent; vasteland
   _kontingente = contingent
   _kontinuá = volgen, vervolgen, continueren, voortzetten
   _kontinuamente = [bw] voortdurend, alsmaar, continu
   _kontinuashon = vervolg, voortzetting, continuering
   _kontinuo = [bnw] voortdurend, alsmaar, continu
   _kontra-ataka = tegenaanval
   _kontra-ofensiva = tegenoffensief
   _kontra = [vz] tegen; [ww] tegemoetgaan, tegemoetkomen. [znw] (verborgen gedragen) talisman.
   _kontrabalansa = tegenwicht
   _kontrabanda = contrabande, smokkel; smokkelarij
   _kontrabandista = smokkelaar
   _kontradesí = tegenspreken; weerspreken.
   _kontradikshon = tegenspraak, tegenstelling, tegenstrijdigheid, contradictie
   _kontradiktorio = tegenstrijdig
   _kontraé = 1. oplopen (v. ziekte e.d.). 2. samentrekken
   _kontrakshon = samentrekking
   _kontraktá = contracteren
   _kontraktante = contractant
   _kontrakto = contract
   _kontrali = omgekeerd; tegendeel. na kontrali= in tegendeel. nèt kontrali. - Net omgekeerd.
   _kontrapartido = tegenhanger
   _kontraproduktibo = contraproductief; tegeneffect.
   _kontraproposishon = tegenvoorstel
   _kontrarestá = pareren; ontzenuwen; tegengaan; weerstaan.
   _kontrario = tegen-; tegengesteld. kontrario na - in tegenstelling tot; in tegenspraak met; strijdig met, in strijd met
   _kontrasepshon = contraceptie
   _kontraseptibo = contraceptief
   _kontraste = contrast
   _kontratempo = tegenslag
   _kontratista = aannemer
   _kontrato = kontract
   _kontribuante = contributeur, bijdrager, sponsor, geldelijke supporter
   _kontribuí = bijdragen, contribueren
   _kontribushon = contributie, bijdrage
   _kontrishon = berouw, boetvaardigheid. akto di kontrishon - acte van berouw
   _kontrol = controle, macht. fò'i kontrol - stuurloos. pèrdè kontrol - de macht over het stuur verliezen
   _kontrolá = kontroleren
   _kontroladó = controleur
   _kontrolaría = rekenkamer kontrolaría. general - algemene rekenkamer
   _kontroversia = controverse, onenigheid
   _kontroversial = contrversiëel; omstreden; heikel; punto kontroversial - strijdvraag
   _konvento = klooster
   _konvikshon = overtuiging
   _konvoi (C.) = (auto)bus. (A.: bùs)
   _konyuntura = conjunctuur
   _konyuntural = conjunctureel
   _koòrdiná = co-ordineren, coördineren
   _koòrdinadó = co-ordinator, coördinator
   _koòrdinashon = co-ordinatie, coördinatie
   _kòp = afzuigen [v. vocht]; afvoeren [v. vocht]; lozen; weg laten lopen
   _kopa = (ere)beker
   _koperá = meewerken, samenwerken
   _koperadó = medewerker
   _koperashon = co-operatie, coöperatie, mmedewerking, samenwerking
   _koperatibo = co-operatief, coöperatief, meegaand
   _kòpi = kop (om te drinken). mira kòpi - koffiedik kijken. M'a mira su kòpi! - Ik heb 't voorzien.
   _kopia = [znw] kopie, afschrift. mashin di kopia - kopiëermachine. [ww] kopiëren; overnemen; afkijken, spieken
   _kor = koor
   _korá = rood. korá kimá - Bordeaux rood. korá manera un kref - Zo rood als 'n pioen. korá-korá - knalrood. kabei korá - roodharig. het meisje met de rode haren. - e mucha-muhé kabei korá.
   _koral = koraal
   _korant = krant
   _kòrda = onthouden, herinneren; denken aan (riba - aan). Ni dies, kòrda shen, ... - Nog geen tien, laat staan honderd ... kòrda riba un hende/kos - aan iemand/iets denken. Mi no ta kòrda. - Ik herinner 't me niet.
   _kordial = [bnw] hartelijk
   _kordialidat = hartelijkheid
   _kordon = koord; streng
   _kòre = rijden; hardlopen, rennen, hollen; weglopen, wegrennen; stromen. kòre ku - wegjagen, verdrijven
   _kòredó = hardloper; coureur
   _kòregí = corrigeren, verbeteren
   _kòrekshon = correctie, verbetering
   _korekto = [bnw] correct, juist
   _korelá = correleren
   _korelashon = correlatie
   _korelatibo = correlatief
   _kòremento = [znw] rijden, gerij, rennen, geren, hollen, gehol
   _koreo [S.] = post
   _korespondé = corresponderen
   _korespondensia = correspondentie
   _korespondiente = [znw] correspondent. [bnw] corresponderend
   _kòrí = rit
   _koriente = [znw] stroom; stroming. koriente a bai. - de stroom is uitgevallen. [bnw] stromend; gangbaar, courant. kuenta koriente - lopende rekening; rekening courant. papiamento koriente - alledaags Papiaments.
   _kòrki = kurk; stop
   _kòrkobá = krom
   _kòrkobiá = kronkelen
   _kòrkochá = strompelen
   _koro = koor
   _korodí = coroderen
   _koroná = kronen, bekronen. pa koroná obra,... - als klap op de vuurpijl,...
   _korona = kroon, bekroning; kruin
   _koroshon = corosie
   _koroto = ding; spul. Ayó koroto! - Ajuu paraplu!
   _kòrporashon = corporatie
   _kòrporatibo = corporatief
   _kòrpulento = corpulent
   _Kòrsou = Curaçao. yiu di Kòrsou - Curaçaoënaar
   _kòrtá = snee
   _kòrta = snijden; knippen; maaien. kòrta horea - overspel plegen. kòrta saya - hanig doen. kòrta un hende un wowo - iemand bestraffend, vernietigend, vuil aankijken.
   _kòrtamento = [znw] het snijden, knippen
   _kòrte = hof; gerecht. kòrte di hustisia - Hof van Justitie, rechtbank. sala di kòrte - rechtzaal
   _kòrtes = beleefd, hoffelijk
   _kòrtesía = beleefdheid, hoffelijkheid; wellevendheid. ku kòrtesía - beleefd, hoffelijk, wellevend
   _kòrtiko = kort
   _kortina = gordijn
   _korumpí = 1. corrumperen; omkopen; 2. verbasteren; verworden
   _korupshon = 1. corruptie; omkoperij; 2. verbastering; verwording.
   _korupto = corrupt; omkoopbaar.
   _kos = ding; zaak. Kos a kaba! - 't Is afgelopen! Ophouden! Kos p'awe! - Opschieten! e kos - 't. un kos - iets. algun kos - iets. tur kos - alles. E kos ta ... - 't Zit zo .... Asina e kos ta. - Zo is 't. Kon kos ta? - Hoe is 't?
   _kose = naaien. mashin di kose - naaimachine
   _kosecha = oogst
   _kosechá = oogsten
   _kosedó = naaister, coupeur, coupeuse
   _kosemento = [znw] het naaien
   _kosiudadano = landgenoot, medeburger
   _kòsta = [znw] kust. [ww] kosten.
   _kòstoso = kostbaar
   _kòt = veldbed, brits
   _kota = dwergpapegaai (=prikichi)
   _kou = kouwen
   _kouchi [C.] = kooi. (A.: houla) kouch'i para - vogelkooi. uitgekouwd vruchtvlees. kouch'i boulu - ouwe troep; achterhaald gedoe; 'n ouderwets ding.
   _kousa = [znw] oorzaak. Mi no a dal kousa. - Het is me niet opgevallen. [ww] veroorzaken.
   _kousal = causaal, oorzakelijk
   _kousalidat = causaliteit, oorzakelijkheid
   _koutela = voorzichtigheid, omzichtigheid
   _kouteloso = voorzichtig, omzichtig
   _kova = grot
   _koyar = halsketting
   _koyon = [znw] [fig.] schijthuis, schijtlaars. [bnw] bang, laf (v. hond). Mihó koyon ku Dios pordon. - Beter te hard geblazen dan zijn mond verbrand.
   _kracha = krabben
   _kragi = kraag
   _krak = kraken
   _krakdó = kraker (letterlijk): krakdó di weso - bottenkraker
   _krakmento = [znw] het kraken, gekraak
   _kralchi = kraal
   _kram = buikkramp, buikloop
   _kranchi = kraan (= waterkraan)
   _kráneo = schedel
   _krans = id.
   _kranshi [C.] = bevolkingsbureau (Willemstad)
   _krea = scheppen; voortbrengen
   _kreadó = Schepper
   _kreashon = schepping; creatie
   _kreatibidat = creativiteit
   _kreatibo = creatief
   _krebchi = kribbig, pinnig; stuurs
   _kredibilidat = geloofwaardigheid
   _kreditá = crediteren, krediteren
   _krédito = crediet, krediet
   _kreditor = crediteur, krediteur
   _kreensia = geloof
   _kref = kreeft
   _kreit = krijt
   _krel = [znw] krul. [ww] krullen. Su rabo a krel. - Hij is op z'n teentjes getrapt.
   _krelchi = krullen (bij schaven). Unda ta skaf, krelchi ta kai. - Waar gehakt wordt vallen spaanders.
   _krelpèn = krulspeld
   _krem = krimpen
   _krema = [ZNW cr&ECIRC;me. [WW CREMEREN
   _kremashon = crematie
   _krematorio = crematorium
   _kremenchá = heel zuinigjes leven
   _krencha = hutje bij mutje leggen.
   _krenchi = greintje
   _krèng = krengen, krenken
   _kreng = kring
   _krènk = omknikken
   _krese = groeien; toenemen; aanwassen
   _kresemento = [znw] groeien, groei, toename
   _kresiente = groeiend, toenemend, wassend. luna kresiente - wassende maan
   _kría = [znw] teelt; kweek. kría di bestia - veelteelt. bestia di kría - levende have. kría i peska - veeteelt en visserij. [ww] 1. opvoeden; 2. kweken, telen. mal kria - stout.
   _kria = dienstmeid
   _kriadero = broedplaats
   _kriador = schepper
   _kriamento = [znw] het kweken
   _kriansa = opvoeding. Yiu di kriansa - pleegkind. E no tin kriansa di kas. - Hij heeft van thuis niks meegekregen.
   _kriatura = schepsel; onschuldig kind, baby; wicht.
   _kriki = krekel
   _krímen = misdaad, misdrijf
   _kriminal = [znw] crimineel; misdadigert. [bnw] krimineel, misdadig
   _kriminalidat = criminaliteit
   _kring = kroes(haar). kabei kring - kroeshaar
   _krísis = crisis
   _kristian = [znw] Christen. [bnw] christelijk
   _kristianidat = christendom, christenheid
   _kristianisá = kerstenen
   _kristianisashon = kerstening
   _kristianismo = christelijkheid
   _Kristo-Hesus = Jezus Christus
   _Kristo = Christus
   _kriterio = criterium
   _krítika = kritiek
   _kritiká = kritiseren, kritiek hebben op
   _krítiko = [znw] criticus. [bnw] kritisch; zorgwekkend.
   _kriyoyo = tot de lokale cultuur behorende
   _krokèt = croquet
   _krokochá = strompelen
   _krónika = kroniek
   _króniko = chronisch
   _kronología = chronologie
   _kronológiko = chronologisch
   _kròp = opkroppen; verkroppen
   _kròshe-kròshe = geribbeld; ruw, oneffen (aanvoelend)
   _krudo = ruwe olie
   _kruel = wreed
   _krueldat = wreedheid.
   _krùl = [znw] krul. [ww] krullen. (zie: krel). Su rabo a krùl. - Hij/zij is op z'n/haar teentjes getrapt.
   _krùlchi = krullen (bij schaven). Unda ta skaf, krùlchi ta kai. - Waar gehakt wordt vallen spaanders.
   _krùlpen = krulspeld
   _krus = kruis. kaminda di krus - kruisweg
   _krusa = kruisen, oversteken
   _krusada = 1. kruispunt. 2. kruistocht
   _krusial = cruciaal
   _krusifiká = kruisigen
   _krusifikado = kruisbeeld
   _ksenofobia = xenofobie; vreemdelingenhaat
   _ku = [vz] 1. met. 2. tegen. E dí ku mi, ... - Hij/zij zei tegen mij, ... [betr.vnw] die, dat, wat. E persona ku, ... - De persoon die, ... [vw] en. Mi ruman ku mi. - Mijn broer/zus en ik. [bw] (na vergrotende trap) dan mas grandi ku ... - groter ddan...
   _kua = welk(e). kua ku ta - welke dan ook
   _kuadrá = [bnw] vierkant
   _kuadra = [znw] kader. [ww] 1. oversteken. 2. stroken (ku - met); voldoen (ku - aan)
   _kuadro = 1. raam(werk). 2. schilderij
   _kuaha = stollen; klonteren
   _kuaker {stomme e} = havermout. papa kuaker - havermoutse pap.
   _kualifiká = [ww] kwalificeren. [bnw] gekwalificeerd; bevoegd
   _kualifikashon = kualificatie
   _kualkier = elk(e) willekeurig(e), welk(e) dan ook. kualkier hende - wie dan ook. kualkier kos - wat dan ook
   _kuanto = hoeveel. kuanto biaha - hoe vaak. Kuant' or' tin? - Hoe laat is 't?
   _kuarenta = veertig. kuarenta día - 's Heren Hemelvaart
   _kuaresma = (de grote)vasten (voor pasen) tempo di kuaresma - vastentijd
   _kuarto = 1: kwart; kwartier. un kuarto di ora
- 'n kwartier. 2: hut, hok, bijbouw
   _kuashi = kwast [niet fig.!]
   _kuater = vier. kuat' or' - vier uur
   _kubano = cubaan; cubaans
   _kúbiko = kubiek
   _kubri = dekken, bedekken, afdekken
   _kuchara = lepel; kuchara di metslá - troffel
   _kuchararon = pollepel
   _kuchi-kuchi = knus; knusjes.
   _kuchú = mes. un kuchú di dos banda - 'n gluiperd.
   _kudi = drinkbak voor kippen (door weer uitgeholde steen)
   _kudishi = hebzucht
   _kudisioso = hebzuchtig
   _kue (C.) = pakken. (A.: kòi)
   _kueba = grot, spelonk
   _kuenta = rekening; rekenschap. kuenta koriente - rekening courant. duna kuenta - rekenschap/verantwoording afleggen. tene kuenta ku - rekening houden met. pa final di kuenta - per slot van rekening. tuma na kuenta - rekening houden met; verdisconteren
   _kuento = verhaal
   _kuèrdè = snaar; [uurwerk] veer. duna kuèrdè - opwinden
   _kuero = leer; huid; vel; pels. di kuero - leren. E no tin kuer'i kara. - Hij/zij heeft 'n bord voor de kop.
   _kuerpo = korps. kuerpo di polis / kuerpo polisial - politiecorps
   _kuestion = kwestie, vraag; probleem
   _kuestioná = aanvechten, betwijfelen, in twijfel trekken
   _kuestionabel {stomme e} = aanvechtbaar, twijfelachtig
   _kuida = zorgen; verzorgen
   _kuido = zorg, verzorging
   _kuidou = voorzichtigheid. Tene kuidou! - Voorzichtig!, Pas op!
   _kùifi = kuif
   _kuihi = boomsoort
   _kuki = koekje
   _kukuisa = agave, sisalplant
   _kukuyá = ophitsen, opstoken, opzwepen [fig.]
   _kul = kont, reet [vulg.]
   _kuli [plat] = Indiër, hindoestaan
   _kulinario = kook-, culinair. arte kulinario - kookkunst
   _kulminá = culmineren
   _kulminante = culminerend
   _kulminashon = culminatie
   _kulo = [znw] kont, reet [vulg.]. [tsw] Verrek!
   _kulpa = [znw] schuld, schuldigheid. (no) karga kulpa di - (geen) schuld hebben aan. [ww] beschuldigen
   _kulpabel {stomme e} = schuldig. no kulpabel - onschuldig
   _kulpabilidat = schuld(igheid)
   _kultivá = cultiveren; verbouwen; kweken; aankweken; telen
   _kultivashon = cultivering; verbouw; kweek; het aankweken
   _kultivo = verbouw [v. landbouwproducten]
   _kulto = [znw] cultus. [bnw] ontwikkeld, beschaafd, geleerd
   _kultura = cultuur
   _kultural = cultureel
   _kumbre = top. konferensia kumbre - topconferentie
   _kuminda = [znw] eten, maaltijd. Kuminda a baha bon? - Heeft het gesmaakt? Tur kuminda ta di kome ma no tur palabra ta di bisa / papia. - Spreken is zilver, zwijgen is goud.
   _kumindamento = [znw] groeten, groet
   _kumindá = [ww] groeten, de groeten doen (pa - van); Kumind'é pa mi. - Doe hem/haar de groeten van mij.
   _kuminsá = beginnen, starten
   _kuminsamento = begin; start
   _kumpli = voldoen (ku - aan); vervullen; nakomen; uitkomen. kumpli ku su tarea - zijn taak vervullen. kumpli ku su promesa - zijn belofte nakomen. kumpli ... aña - ... jaar worden.
   _kumplimento = vervulling; het nakomen;
   _kumpra = kopen, aankopen
   _kumpradó = koper
   _kumpramento = koop, aankoop
   _kuñá = schoonzus
   _kuna = wieg
   _kuné = ku e = met hem/haar/het
   _kunes = ermee. ki bo tin kunes? - Wat kan jou dat schelen? Ki mi tin kunes? - Wat kan mij dat schelen! Mi n' tin kunes! - Het kan me niet schelen.
   _kunsa =kuminsá= beginnen
   _kunsumí = konsumí = 1. consumeren; verbruiken; 2. nijdig worden; zich opvreten.
   _kunukero = boer, landbouwer
   _kunuku = knoek, akker, land
   _kuoro = quorum
   _kuota = quota, afbetaling
   _kuplèt = couplet
   _kura = [znw] genezing; [ww] genezen
   _kurá = omheining; erf; tuin; kraal, stal. den kurá - op 't erf. pafó di kurá - buiten 't erf. pòrt'i kurá - hek, poort. kurá di pòrko - varkensstal.
   _kuramento = genezing
   _kurandero = kwakzalver
   _kurashi = moed
   _kurason = hart. karga un hende na kurason - iemand een kwaad hart toedragen.
   _kuratela = curatele
   _kurator = curator
   _kuri [C.] = rijden, rennen, hollen. (A.: kòre)
   _kuria = curie
   _kuriosidat = curiositeit; rariteit; nieuwsgierigheid
   _kurioso = curieus; raar; nieuwsgierig
   _kuritá = [med.] curetteren
   _kuritahe = [med.] curetage
   _kurpa = lichaam; lijf; figuur. kurpa di hende-muhé - vrouwelijk geslachtsdeel. bunita kurpa - 'n mooi figuur. Kon ta k'e kurpa? - Hoe gaat 't? ku alma i kurpa - met hart en ziel. Kuida bo kurpa! - Pas goed op jezelf. saka (su) kurpa - zich eruit redden. Un mente sano den un kurpa sano. - 'n Gezonde geest in een gezond lichaam. Mi kurpa ta kibrá. - Ik voel me geradbraakt. No laga pa kurpa! - Geef de moed niet op!
   _kursista = cursist
   _kurso = 1. cursus, kursus. 2. loop, verloop. den kurso di tempo - na verloop van tijd
   _kurú = rauw
   _kushiná = [ww] koken
   _kushina = keuken
   _kushinamento = [znw] het koken
   _kusinchi = [znw] kussen
   _kustía = zij, flank (v. lichaam)
   _kustumá = wennen
   _kustumber {stomme e} = gewoonte
   _kustumbrá = wennen, gewennen
   _kútis = huid, (gezichts)huid.

   _labá = wasbeurt. El a haña un labá i striká. - Hij heeft een flinke uitbrander gehad.
   _laba = wassen, zich wassen. laba kò'i kibra - de afwas doen. laba man - na begrafenis bij sterfhuis aangaan (en pimpelen). No tin awa pa laba! - Dat komt nooit meer goed.
   _labamano = wasbak, wastafel
   _labaplato = aanrecht
   _labia = slijmen, vlijen, paaien. Wardá bo di hende ku labia! - Kijk uit voor mensen die je slijmen.
   _Labírgen = Heilige Maagd
   _labirinto = doolhof, labyrint.
   _labishan [C.] = grote kruik
   _labor = arbeid. ofisina di labor - arbeidsbureau. labor fòrsá - dwangarbeid.
   _laborá = arbeiden
   _laboral = arbeids- asuntonan laboral - arbeidszaken. fòrsa laboral - arbeiders bestand.
   _laborante = laborant
   _laboratorio = laboratorium
   _lachi = 1: lade; 2: rimpel (in gezicht)
   _lacrimógeno[S.] = traanverwekkend; gas lacrimógeno - traangas
   _ladra [A.] = blaffen. (C.: wou)
   _ladramento = geblaf
   _ladron = dief, inbreker. e tin kar'i ladron - hij heeft een boeventronie
   _ladronisia = diefstal, inbraak; verduistering
   _laf = saai, flauw, ongezellig, slap
   _laga = laten; achterlaten; nalaten; verlaten. kon por laga! - dat spreekt vanzelf! Lag'é numa. - Laat maar zitten. Lag'i ta nèk! - Kom nou! (je houdt me voor de gek) Lag'é bin numa! - Kom maar op (met iets te drinken of te eten). si e t'ei of lag'i t'ei, - of hij er is of niet. El a laga su kasá. - Hij heeft zijn vrouw verlaten. Mi no por laga di hasi'é. - Ik kan niet nalaten 't te doen. Nan no a laga lus na Playa! - Ze hebben alle lichtjes in de stad opgekocht!
   _lagadishi = hagedis
   _lago = [znw] meer
   _LAGO = voormalige Exom olierafinaderij Aruba
   _lágrima = traan
   _lagun = lagune
   _laiko = leek
   _laira [A.] = lucht. den laira - in de lucht. na laira - de lucht in; boven, omhoog
   _lakru = [znw] laken
   _lamá = zee. (zie: laman)
   _laman {ng} = zee. [ook fig.]. laman ta yen / yena - gezegd om iemand te waarschuwen dat de persoon waarover men praat in aantocht is. kant'i laman - aan zee. - open zee. laman haltu - open, volle zee.
   _lamantá [vero.] = opstaan
   _lamchi = [znw] lam. Lamchi di Dios - Lam Gods
   _lamentá = betreuren
   _lamentabel {stomme e} = betreurenswaard(ig)
   _lamento = getreur
   _lamper {stomme e} [A.] = bliksem. (C.: werlek)
   _lampi = lamp. lampi di kerosin - olielamp
   _lamunchi = lemoen
   _lana = wol; vacht. Bai pa lana, bini pelá. - Van 'n koude kermis thuiskomen.
   _landa = zwemmen
   _landadó = zwemmer
   _landamento = [znw] het zwemmen
   _landra [B.] = zwemmen
   _lansa = [znw] lans; speer. [ww] lanceren
   _lansamento = [znw] lanceren, lancering
   _lansòp = gemarineerde uien en groene pepers
   _lanta = 1. opstaan; wakker worden; opwekken; (zich) oprichten; opsteken (v. wind); opstijgen. lant' ariba - opstaan. lanta buelo - opstijgen (v. vliegtuig). lanta ekspektashon(nan) - verwachtingen wekken. lanta para - gaan staan. 2. in opstand komen. 3. opvoeden, groot brengen.
   _lantamento = 1. het opstaan, wakker worden; opwekken; oprichting; opsteken, opstijgen; 2. opstand, oproer. 3. opvoeding, het groot brengen
   _lantera = schort
   _lapi = uitstukken; oplappen. karson gelapi - 'n uitgestukte broek.
   _laptap = potdicht
   _lareina = koningin. aña di lareina - koninginnedag
   _larga = 1. wisselen, klein maken (van geld). plaka largá= kleingeld. 2. [C.] laten; (zie: laga)
   _largo = lang. largo bai - voortdurend; steeds weer; alsmaar. unb siman largo - 'n week lang.
   _largura = lengte
   _laria [C.] = lucht. den laria - in de lucht. na laria - de lucht in; naar boven; omhoog. (A.: laira)
   _las = lies
   _lasayona = [letterl] satans vrouw. [fig.] kenau, serpent,sekreet
   _laseis = taaie onkruidsoort
   _laso = band [fig.]. laso familiar - familieband; bloedverwantschap. laso di amistat - vriendschapsband. laso matrimonial - huwelijksband
   _lastik = elastiek
   _lástima = jammer
   _lastimamente = helaass
   _lastimoso = zielig; beklagenswaard
   _lastra = 1. trekken, slepen, kruipen, sleuren, meesleuren; sjorren, sjouwen. 2. afbeulen; 3. door 't slijk halen [fig]
   _lastrá = afbeuling, 'n zware (arbeids)dag
   _lastramento = [znw] gekruip, gesleur, gezeul
   _lat = laat; te laat. Bo ta lat! - Je bent te laat!
   _lata = lat
   _latente = latent
   _lateral = lateraal, zijdelings
   _latin = [znw] Latijn(s)
   _latino-amerikano = [znw] Latijns-Amerikaan; [bnw] latijns-amerikaans
   _latino = [znw] latijns-amerikaan. [bnw] latijns
   _latitut = (geogr.) breedte
   _lavamano [S.] = wastafel, wasbak.
   _lavaplato [S.] = aanrecht
   _lavèt = in: duna un hende su lavèt - iemand ongezouten de waarheid zeggen.
   _leal = [bnw] trouw, loyaal
   _lealtat = [znw] trouw, loyaliteit
   _leba = [mar.] deinen. Laman ta leba. - Er staat een deining.
   _lebá = [mar.] deining
   _lebamento = [mar.] het deinen; deining
   _lebe-lebe = zandvliegje
   _lebumai = [WW] geen aandacht besteden aan. Lebumai! - Laat maar lopen!
   _lechero = melk-. baka lechero - melkkoe
   _lechi = melk
   _lechuga = sla
   _legal = legaal, wettelijk; rechtsgeldig; rechtskundig
   _legalidat = legaliteit, wettigheid; rechtsgeldigheid
   _legalisá = legaliseren; wettigen; wettig maken
   _legalisashon = legalisering, wettiging
   _legisladó = wetgever
   _legislashon = wetgeving
   _legislatibo = wetgevend. poder legislatibo - wetgevende macht
   _legitimidat = legitimiteit; rechtmatigheid; wettigheid
   _legitimisashon = wettiging
   _legítimo = legitiem; rechtmatig; wettig. hasi legítimo - wettigen.
   _legría = blijdschap, vreugde, opgewektheid, vrolijkheid, plezier
   _lei = [znw] wet. Lei pa un, lei pa tur. -Gelijke monikken, gelijke kappen. [ww] leiden, geleiden. Mi no mag lei e. - Ik mag hem niet.
   _leim = [znw] lijm. [ww] lijmen
   _leishi = lijst [om portret e.d.]; omlijsting.
   _lèk = lik; beetje
   _lèkdor = likdoorn, eksteroog.
   _lektor = lezer
   _lektu = uitlikken
   _lektura = lezing
   _lele = 1. roeren; roerend aanmaken (v. saus e.d.); 2. dralen, rekken, lummelen. lele Toni[C.] - De heilige Antonius aanroepen
   _lèlè = lel. lèl'i horea - oorlel.
   _lema = motto; slagzin; spreuk ; wapenspreuk
   _lembe = likken; [fig.] strooplikken, slijmen
   _lembechi = strooplikker, hielenlikker, stroopsmeerder
   _len = leunen; schuin staan, houden of hangen; zich vlijen (kontra - tegen)
   _lenga = 1. tong. 2. taal.
   _lengon = [bnw/znw] roddelaar(ster); kwaadspreker/ster; kletskous
   _lenguahe = spraak
   _lenso = zakdoek; servet
   _lento = langzaam
   _lèp = lip
   _lèpia = (zitten te) niksen; zich doodvervelen.
   _leplá = in: koko leplá - het zachte vlees uit de kokosnoot.
   _lèrdu = [znw] slappeling. [bnw] slap (v. karakter).
   _lèrchi = kut
   _lès = les
   _lesa = lezen
   _lesadó = lezer; voorlezer
   _lesamento = [znw] lezen
   _lesna = bureau, lessenaar
   _lèter{stomme e} = letter
   _letra = tekst (v. lied e.d.)
   _leu = ver. leu ayá - ver weg; in de verre verte. leu fò'i kas - ver van huis. Nos ta mes leu. - We zijn nog even ver. E ta leu di ta kompleto. - 't Is verre van volledig. keda leu di... - zich ver(re) houden van... Asina nos ta keda mes leu. - Dat brengt ons geen stap verder.
   _leve = zwak, licht [v. gewicht, geluid etc.]
   _libanes = Libanees
   _liber {stomme e} = vrij
   _liberá = bevrijden, verlossen
   _liberal = liberaal; vrijzinnig
   _liberalismo = liberalisme, vrijzinnigheid
   _liberashon = bevrijding; verlossing
   _libertador = bevrijder
   _libertat = vrijheid
   _libra = [znw] Amerikaans pond. [ww] behoeden, bewaren. Dios libra! - God beware mij!
   _líder {stomme e} = leider
   _ligá = verwant (ku - aan)
   _ligamento = band, verbindingsband; [med.] ligament(en).
   _lihé = 1. vlug, snel, gauw, rap. hasi lihé - opschieten, voortmaken. No papia asina lihé. - Niet zo snel praten. 2. licht (v. gewicht)
   _liheresa = rapheid, vlotheid; snelheid.
   _lik = [znw] lek. [ww] lekken; uitlekken [ook fig.]
   _likidá = opheffen, likwideren
   _likidashon = opheffing, likwidatie
   _líkido = [znw] vloeistof, vocht. [bnw] vloeibaar
   _likmento = lekkage
   _limbo = voorgeborgte
   _limitá = beperken
   _limitashon = beperking
   _límite = begrenzing, grens, limiet
   _limosna = aalmoes
   _limpi = schoon
   _limpia = schoonmaken; [neus, mond] afvegen;[dubbelzinnig] neuken, naaien
   _limpiesa = schoonmaak, reiniging. servisio di limpiesa - reinigingsdienst
   _lingüista = linguist, taalkundige
   _lingüístika = linguistiek, taalkunde
   _lingüístiko = linguistisch, taalkundig
   _liña = lijn. liñ'i paña - waslijn
   _lisensia = vergunning
   _lisensiá = vergunning houdend
   _lisinbein = duizendpoot
   _liso = glad; sluik
   _lista = lijst
   _listra = doorzoeken, huiszoeking doen; fouilleren
   _listramento = huiszoeking; fouillering
   _literal = letterlijk; woordelijk.
   _lo = toekomende tijdspartikel. lo mi bin - ik zal komen. nos lo bin - wij zullen komen.
   _lodia = met leem aansmeren (bij bouw lemen huizen)
   _lodo = modder
   _logra = klaarspelen, slagen, bereiken
   _logro = succes
   _loi = looien
   _lokal = [bnw] lokaal, plaatselijk
   _lokalidat = [znw] lokaal
   _lokalisá = opsporen
   _lokalisashon = opsporing
   _loke = [betr.vnw] wat; datgene wat
   _lokia = kakelen
   _loko = [znw] gek, dwaas; krankzinnige. - Elke gek heeft zijn gebrek. [bnw] gek, mal, dwaas; waanzinnig, krankzinnig. loko di remata - stapelgek. kabes loko - met het hoofd op hol. Kò'i loko! - onzin! pa loko - als 'n gek.
   _lokura = waanzin; dwaasheid; verstandsverbijstering; rage; gekheid; gekkigheid
   _lokutor = omroeper
   _lolo = sufferd, sukkel, lul [fig.] kluns, onnozele hals, uilskuiken. LOLO DI AWA - zeepier; [fig.] flapdrol; boerenlul
   _lomba = rug. lomba sunú - met blote bast. weg'i lomba - haasje-over
   _lombra-paga = waterpokken
   _lombra = blinken
   _lombrishi = navel; navelstreng. unda su lombrishi ta derá - waar zijn/haar wieg heeft gestaan.
   _lona = zeil, zeildoek; dekzeil; canvas
   _longitut = (geografische) lengte
   _lora = [znw] papegaai. [ww] rollen, oprollen, opstropen
   _loramento = [znw] het rollen, oprollen
   _lòs = [bnw] los; [ww] losmaken
   _los = porcelein (= de stof)
   _lòt = lot (uit loterij e.d.)
   _lote = voorraad; zending
   _lotería = loterij
   _lou = lauw
   _loudat = [tsw] Niks! Geen resultaat!
   _luango = kakelbont. bisti luango - kakelbont gekleed gaan
   _lubidá = vergeten. Lubidá! - Vergeet 't maar! lubidá riba un hende - iemand helemaal vergeten
   _lubriká = smeren; doorsmeren.
   _lubrikante = smeermiddel, glijmiddel.
   _lucha = [znw] strijd, gevecht. [ww] strijden, vechten
   _luchadó = strijder
   _lugá = plaats; ruimte. na lugá di - in plaats van. na promé, di dos, di tres etc. lugá - ten eerste, tweede, derde etc. Lugá! - Maar nee, hoor!
   _lugar[vero.] = plaats (zie: lugá)
   _luho = [znw] luxe
   _luhoso = [bnw] luxe, luxueus
   _lukratibo = lucratief; winstgevend
   _luna = 1: maan; luna di miel - huwelijksreis. luna folman - volle maan. luna nobo - nieuwe maan. luna kresiente - wassende maan. luna menguante - afnemende maan. 2: maand. luna pasá - vorige maand. otro luna - volgende maand
   _lunar = [znw] moedervlek. [bnw] maan-, maans- kleps lunar - maansverduistering
   _lur = loeren
   _lus = [znw] licht. duna lus - bevallen [v. baby] pal'i lus - lichtmast; telefoonpaal
   _lùs = strik; lus
   _lusa = verlichten [fig.]. Lus eterno lusa p'é. - Het eeuwig licht verlichte hem, haar.
   _lusafé [C.] = lucifer; (A.: suaflu)
   _lusi = schitteren; verfraaien
   _lusifó = stoplicht
   _luto = rouw. na luto - in de rouw

   _ma = maar
   _machete = kapmes
   _machi = moedertje, oudje (gezegd tegen oude vrouwen)
   _machiká = [ww] 1. kouwen; prakken. 2. kreukelen, kreuken, verkreukelen; verfomfaaien. [bnw] 1. geprakt. 2. verkreukeld; verfomfaaid. batata machiká - aardappelpuree.
   _machismo = mannelijkheidswaan; hanigheid
   _machista = mannelijkheidswaan hebbend
   _macho = mannelijk
   _machor = manwijf, haaibaai
   _madam Janet = Chilipeper
   _madelòr = in: papia manera lora madelòr - praten als 'n kip zonder kop.
   _madoha = sluimer. bai den un madoha - wegdoezelen.
   _madrastra = stiefmoeder
   _madrina = peettante, meter. Bo madrina ku bo, tende! - Je Zuster!
   _madú = oma, opoe, grootmoeder
   _madurá = [ww] rijpen. [bnw] rijp; voldragen
   _madures = rijpheid; volgroeidheid, volwassenheid
   _maduro = rijp
   _madushi = oma, opoe, grootmoeder
   _maestro = meester; onderwijzer; leraar. maestro di seremonia - ceremoniemeester
   _mag = mogen (zonder: ta). tin mag - mogen
   _magia = magie; tovenarij; goochelkunst; kunstje
   _mágiko = [znw] magiër; goochelaar. [bnw] magisch; tover-; garoti mágiko - toverstaf.
   _maha = zeuren, zaniken
   _mahamento = gezeur, gezanik
   _mahos = lelijk
   _mai = mama
   _maínta = morgen; ochtend
   _maíshi = sorgum; mais. maíshi grandi - mais. maísh'i rabo - sorgum (bicolor).
   _maka = in: saka maka - de vuile was buiten hangen [fig.]
   _makakería = aanstellerij
   _makaku = 1. aap. 2. aansteller/ster. makaku ta hunga ku su yiu te ora e saka su wowo. - De kruik gaat zo lang te water tot hij barst. Awa di dos bes, no sa muha makaku. - 'n Ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ounke bo ta bisti makaku di seda, makaku e ta keda. - Al draagt 'n aap 'n gouden ring, 't is en blijft 'n lelijk ding. Makaku sa kua palu e ta subi. - Wie de schoen past, trekke hem aan. E ta makaku! - Wat 'n aansteller/ster!
   _makamba = Europese Nederlander. N' ta kò'i kanta makamba. - 't Is niet om over naar huis te schrijven.
   _makinaria = machinerie
   _makistá = beledigen (door recht voor z'n raap te reageren)
   _makiyahe = toilet; opmaak; make-up; schminken. Pone makiyahe - toilet maken.
   _makuto = mand. hòrta fò'i otro su makuto [C.] - iemand het brood uit de mond stoten.
   _mal = slecht. mal bida - 'n rot leven. mal ehempel - rotstreek. mal hende - rot vent/wijf. mal demonio - rotzak, smeerlap. mal muhé - rotwijf. mal trahá - slecht gebouwd. mal beis - slechte zin, slecht gehumeurd. di mal en peor[S.] - van kwaad tot erger. mal informá - slecht geïnformeerd.
   _mala = slecht. mala maña - rotstreken. mala mucha - stout
   _malagradesido = [bnw] ondankbaar; [znw] ondankbaar persoon.
   _maldat = [znw] kwaad, slechtheid; verdorvenheid
   _maldishon = vervloeking; verdoemenis
   _maldishoná = [ww] vervloeken; verdoemen. [bnw] verdoemd; vervloekt
   _maldito = [bnw] vervloekt; verdoemd
   _male = [tsw] God geve (zie: mara). Male bèrdè! - Was 't maar waar!
   _malechor = misdadiger
   _malesa = ziekte, kwaal. malesa di kaya - geslachtsziekte [fam.]. malesa di suku - suikerziekte.
   _maleta = koffer
   _malgastá = verknoeien, verspillen, verkwisten
   _malgastamento = verspilling, verkwisting
   _maligno = kwaadardig (v. ziekte)
   _malisia = kwaadaardigheid
   _malisioso = kwaadaardig (v. karakter)
   _malkomportá = (zich) misdragen
   _malkomportashon = misdraging
   _malkontento = . [znw] misnoegen; ontevredenheid. [bnw] misnoegd; ontevreden
   _malkriá = [ww] verpesten [van kinderen]; verwennen; slecht opvoeden. [bnw] verwend; verpest [van kinderen]; stout
   _malora = onheil
   _maltratá = mishandelen; toetakelen
   _maltrato = mishandeling
   _malu = 1. ziek. esnan malu - de zieken. bira malu - ziek worden. kai malu - ongesteld zijn. 2. slecht. biba na malu ku otro - in onmin leven met elkaar. pa malu - expres; met opzet. tuma na malu - kwalijk nemen.
   _maluku = huilebalk
   _malversá = zwendelen; oplichten.
   _malversashon = malversatie; zwendel; oplichterij.
   _mama = moeder. mama kalakuna - slechte moeder, die haar kinderen verwaarloost. N' ta yiu 'i mama! - Dat is geen kattepis! / Dat is 'n hele kluif!
   _mamai = mama
   _man {ng} = 1. hand; 2. handvat, handgreep; 3. klink; 4. wijzer. 5. kam (bananen). man bashí - met lege handen. man drechi - rechterhand. man robes - linkerhand. man tení - hand in hand. man na kabes - met de handen in 't haar. man na obra - de hand aan de ploeg. bou man - stiekem, clandestien, verborgen. riba man - overhaast. baha man - minderen. bati man - in de handen klappen. duna man - in ondertrouw gaan. duna un man - 'n handje helpen. kita man (for) di - de handen van iemand of iets terugtrekken. laba man - 1 de handen (in onschuld) wassen. 2. na een begrafenis naar het sterfhuis gaan. pasa man ku - aanraken; jatten, pikken. saka man - de hand uitsteken. sali fò'i man - uit de hand lopen. Un man ta laba otro, dos ta laba kara. - Vele handen maken het werk licht. un kant'i man - 'n klap, 'n oorvijg.
   _maña = karaktertrekken, streken, manie. mala maña - rotstreken
   _mañan {ng} = morgen. mañan maínta - morgenochtend. otro mañan - overmorgen. Te mañan! - Tot morgen! No laga pa mañan, loke bo por hasi awe. - Stel niet uit tot morgen wat ge heden doen kunt.
   _mancha = [znw] 1. vlek, smet. mancha original - erfsmet. sin mancha - onbevlekt. 2. school (vissen). [ww] vlekken, bevlekken.
   _manda = 1: sturen, opsturen, zenden, opzenden. mucha mandá - boodschappenjongen. 2: bevelen, kommanderen, de macht hebben/uitoefenen; aan het bewind zijn.
   _mandamento = [znw] 1: verzending, het zenden. 2: gebod. E dies mandamentonan - de Tien Geboden
   _mandatario = bewindsman; machthebber; gezagsdrager
   _mandato = mandaat
   _manchi[C.] = mand; (A.: - makuto)
   _mané = (zie: manera)
   _manehá = besturen
   _manehadó = bestuurder
   _maneho = beleid; beheer. mal maneho - wanbeleid, wanbeheer, wanbestuur
   _manera = [znw] manier; wijze. di manera ku - zodat. na mi manera - op mijn manier. sin manera - onbeholpen; onbehouwen. [vw/bw] als; zoals; alsof
   _manga = 1. mouw. manga di kamisa - hemdsmouw. un blusa manga largo, kòrtiko, - een bloes met lange, korte mouwen. hisa manga. - de handen uit de mouwen steken lora manga - de mouwen oprollen. 2. brok of blok steen.
   _mangasina = schuur, magazijn
   _mangel {stomme e} = 1. snoep. 2. mangrove
   _manifestá = manifesteren
   _manifestante = manifestant
   _manifestashon = manifestatie
   _manifesto = manifest
   _maniobrá = maneouvreren
   _maniobra = moneouvre
   _manipulá = manipuleren
   _manipulabel {stomme e} = manupuleerbaar
   _manipulashon = manipulatie
   _manisé = [ww] ochtend worden. su manisé - de volgende ochtend
   _manká = [bnw] ontwricht, hinkend (door verstuiking e.d.)
   _manka = 1. ontwrichten, verzwikken, verstuiken (v. ledematen). 2. ontberen. Mi no ke manka mi kòfi! - Ik wil m'n koffie niet missen.
   _mankaron = [bnw] ondeugdelijk, gebrekkig. un mucha mankaron - 'n gebrekkig kind. [znw] koeksoort
   _mansa = deeg
   _mansedumbre = zachtmoedigheid.
   _manso = zachtmoedig. [v. dieren] tam.
   _manteka = boter. manteka di lòmba - ruggenmerg. bula ku (h)al'i manteka - boven z'n stand leven.
   _mantel {stomme e} = id., jas.
   _mantené = onderhouden; vasthouden; volhouden; aanhouden; doorzetten; beweren.
   _mantenshon = onderhoud
   _manual = [znw] handboek, handleiding. [bnw] handen-
   _manualmente = met de hand
   _manuskrito = manuscript
   _mapa = 1. landkaart; bouwtekening; plattegrond. pinta mapa - een bouwtekening maken. 2. map, klapper, ordner.
   _mara = [ww] binden; vastbinden; vastmaken, vastleggen; verbinden. mara su mes na - zich vastleggen op; zich verbinden tot. [tsw] God geve! Moge!
   _maramento = [znw] binden, verbinden, binding
   _maraviya = wonder.
   _maraviyoso = wonderlijk, wonderbaarlijk, schitterend, zalig.
   _marcha = [znw] mars; [C.] optocht. gran marcha - [C.] grote carnavalsoptocht. [ww] marcheren
   _marchitá = [ww] verwelken. [bnw] verwelkt
   _mardugá = vroege ochtend (van middernacht tot ongeveer 06 uur.); mardugá chikito - de vroege uurtjes (van middernacht tot rond 03 uur); mardugá grandi - voor het ochtendgloren (van 04 tot 06 uur).
   _marga = [ww] verbitteren; vergallen. [bnw] bitter
   _margá = verbitterd
   _márgen = marge
   _María = Marie
   _maribomba = wesp
   _mariko = flikker [vulg.]
   _marikon = flikker [vulg.]
   _marina = marine
   _marinero = zeeman
   _marinir = marinier
   _marítimo = zee-; bida marítimo - zeeleven. komersio marítimo - zeehandel. navegashon marítimo - zeescheepvaart. transporte marítimo - zeetransport.
   _marka = [znw] merk, merkteken, waarmerk. [ww] markeren, merken, aanmerken, waarmerken; uitzetten. tin un hende marká - iemand in de gaten houden
   _mars = in: saka un hende su mars p'e - iemand mores leren.
   _marshe (C.) = markt. (A.: merkado)
   _mart = maart
   _mártir = martelaar
   _martirio = martelaarschap
   _martirisá = martelen [ook fig.]
   _martíu = hamer
   _martiyá = hameren
   _mas = meer, meest. mas grandi - groter, grootst. mas i mas - hoe langer hoe meer. mas tantu - meestal. mas of menos - ongeveer. Ta mas n' tin! - 't Smaakt naar meer!
   _masa = massa
   _masahista = masseur
   _masakrá = uitmoorden, afslachten
   _masakre = moordpartij, slachtpartij
   _masal = [bnw] massaal
   _masashi = massage
   _mashá =heel, zeer, erg. Mashá danki! - dank U (je) wel! mashá nada. - bijna niets
   _mashar [vero.] = heel, zeer, erg.
   _mashin = machine. mashin di laba paña - wasmachine.
   _masibo =massief
   _maske = hoewel, alhoewel, ofschoon
   _maskulino = mannelijk
   _mason = vrijmetselaar
   _masonería = vrijmetselarij
   _masturbashon = masturbatie; zelfbevrediging
   _mat = id.
   _mata = [znw] plant. [ww] doden; slachten. dal mata - doodslaan. tira mata - doodschieten. el a mata tres homber. - zij heeft drie mannen overleefd.
   _matadó = moordenaar; slachter
   _matamento = [znw] het doden; slachting
   _matansa = doding, moord
   _matemátika = wiskunde
   _matemátiko = [znw] wiskundige. [bnw] wiskundig.
   _materi = etter
   _materia = 1. materie. 2. metselspecie
   _material = materiaal
   _materialisá = verwezenlijken
   _materialismo = materialisme
   _materialista = [znw] materialist. [bnw] materialistisch
   _materna = moeder-. lenga materna - moedertaal.
   _maternal = moeder-; moederlijk. amor maternal - moederliefde
   _maternidat = moedrschap
   _matrimonial = huwelijks-
   _matrimonio = huwelijk
   _matris = baarmoeder
   _matutino = ochtendkrant
   _mayor = [znw/bnw] ouder
   _mayoría = meerderheid; (de) meeste(n)
   _mea = kous; sok. barig'i mea - veelvraat, vreetzak
   _mecha = lont; (kaarsen)pit
   _medaya = medaille
   _mediadó = bemiddelaar. mediadó di gobierno - landsbemiddelaar
   _mediador = bemiddelaar
   _mediano = gemiddeld, middelmatig, middelbaar
   _mediante = middels, door middel van. Dios mediante! - met Gods hulp!
   _mediashon = bemiddeling; tussenkomst; voorspraak
   _medida = maatregel
   _medieval = middeleeuws. tempo medieval - Middeleeuwen
   _medio = middel. medio ambiente - milieu. Medio Oriente - Midden-Oosten. medionan finansiero - geldmiddelen.
   _medisina = geneeskunde
   _medisinal = geneeskundig; geneeskrachtig
   _meditá = mediteren, peinzen, overpeinzen
   _meditashon = meditatie, overpeinzing
   _mef = muf
   _mèfè-mèfè = [bnw] scharminkel(ig)
   _mei-mei = tussen
   _mei = [znw] mei. [bnw] 1. half. 2. wel; mei shen hende - Wel honderd mensen.
   _mekániko = [znw] monteur; technicus. [bnw] mechanisch; werktuiglijk
   _mèkè-mèkè = oogvet
   _melankolía = melancholie; weemoed; somberheid; zwaarmoedigheid.
   _melankóliko = melancholiek; weemoedig; somber; zwaarmoedig; droefgeestig.
   _mèldu = melden; aanmelden.
   _mèlè-mèlè = slap
   _mèlè = flikflooien. mèlè hende - flikflooien
   _melodía = melodie; wijs; wijsje
   _melodioso = melodieus; welluidend.
   _memoria = geheugen; herinnering; gedachtenis. den felis memoria - zaliger gedachtenis.
   _memorisá = memoriseren; opnemen (in geheugen), onthouden
   _memorisashon = opname (in geheugen)
   _men = betekenen, bedoelen. ke men (dí) - willen zeggen; bedoelen
   _Mena = koosnaam voor Filomena of Philomena
   _menasá = bedreigen, dreigen
   _menasa = bedreiging, dreiging
   _menasante = dreigend, bedreigend
   _menchi _menshi = [anus] gat [fam.]. Su menchi a ploi. - hij/zij verging van de kou.
   _mendra = verminderen
   _mener = meneer. mener di skol - onderwijzer, leraar
   _mengua = afnemen, verminderen.
   _menguante = afnemend. luna menguante - afnemende maan
   _menor = kleiner; kleinst; jonger; jongst
   _menos = min; minder; minst; behalve. por lo menos[S.] - ten minste, minstens. Esei ta menos mal. - Dat is daaraantoe.
   _menosbálido = mindervalide
   _menospresiá = minachten; verachten
   _menospresio = minachting; verachting
   _menospudiente = minvermogend(e)
   _mensahe = boodschap
   _mensahero = boodschapper
   _menshon = vermelding
   _menshoná = noemen; vermelden
   _menstruashon = menstruatie
   _menta = noemen ; vermelden. menta nomber di un hende - iemands naam noemen.
   _mental = [bnw] mentaal, geestelijk
   _mentalidat = mentaliteit
   _mentalmente = [bw] mentaal, geestelijk. mentalmente retardá - geestelijk gehandicapt
   _mente = geest. Un mente sano den un kurpa sano - 'n gezonde geest in 'n gezond lichaam.
   _mentira = leugen. papia mentira - liegen
   _mentiroso = [znw] leugenaar. [bnw] leugenachtig.
   _menú = menu
   _MEP = Movimento Electoral di Pueblo = Arubaanse politieke partij
   _merdía = middag. entre merdía - tussen de middag. tra'i merdía - na de middag.
   _meresé = [vaak zonder ta] verdienen [fig.]
   _meridiano = breedtecirkel, meridiaan
   _merikano = [znw] amerikaan(se). [bnw] amerikaans
   _mérito = verdienste [fig.]; mérites
   _Merka = Amerika
   _merkado = markt
   _merkansía = koopwaar; goederen
   _mes = zelf; eigen; even; echt. mi mes - ikzelf, mijzelf. Mi ta hasi'é mi mes. - Ik doe 't zelf. Mi mes ruman - m'n eigen broer/zus. E ta mes grandi ku mi. - Hij is even groot als ik. E tamashá bunita mes. - 't Is echt heel mooi. Bo mes sa! - Je weet wel!
   _mesa = tafel. drecha mesa - de tafel dekken. kita mesa - de tafel afruimen. sinta na mesa - aan tafel gaan. dilanti di mesa bèrde - voor het gerecht, voor de rechter.
   _meskla = [znw] mengsel; vermenging. [ww] mengen, vermengen
   _meskos = hetzelfde. meskos ku - net als, evenals
   _meslá = metselaar
   _mesora = meteen, terstond
   _mester = moeten. tin mester di - nodig hebben
   _mesun = dezelfde; hetzelfde
   _meta = doel
   _metal = metaal
   _mete = zich mengen (ku - in), zich inlaten (ku - met)
   _metemento = [znw] het zich mengen (ku - in)
   _meteora = meteoor
   _meteorita = meteoriet
   _meteorología = meteorologie; weerkunde
   _meteorológiko = meteorologisch; weerkundig.
   _meteorólogo = meteoroloog; weerkundige.
   _metí = verwikkeld (den - in)
   _método = methode
   _metslá = metselaar
   _meuchi = zeemeeuw
   _mi = ik, mij, me, mijn
   _midí = maat. Ku e midí ku bo ta midi bo próhimo, Dios lo midí bo. - Met de maat waarmee gij meet, zult ge gemeten worden.
   _midi = meten, opmeten
   _midimento = [znw] het meten, opmeten
   _miedo = angst. tin miedo= bang zijn. pa miedo di - uit vrees voor. pa miedo ku - uit vrees dat
   _miedoso = [znw] bangerik. [bnw] bang, angstig, vreesachtig
   _miembresía = lidmaatschap; leden
   _miembro = lid
   _mientras (ku) = terwijl; naarmate, naargelang. mientras tanto - ondertussen; inmiddels
   _mièrdè = stront
   _migra = migreren; trekken [vogels, volkeren]
   _migrashon = migratie; trek
   _mihó = beter, best
   _mihorá = verbeteren; mihorá su mes - zich verbeteren (in positie)
   _mihorabel {stomme e} = verbeterbaar
   _mihoransa = verbetering; vooruitgang
   _mihorashon = verbetering
   _miksto = gemengd. sintimentonan miksto - gemengde gevoelens
   _mil = duizend
   _milagrosamente = [bw] wonderbaarlijk, op wonderbaarlijke wijze
   _milagroso = [bnw] wonderbaarlijk
   _milaguer {stomme e} = wonder
   _militansia = strijdvaardigheid, strijdlust
   _militante = militant, strijdbaar, strijdlustig, strijdvaardig
   _militar = [znw+bnw] militair.
   _militarismo = militarisme
   _militarista = [znw] militarist. [bnw] militaristisch
   _milon = meloen. milon di seru[C.] - bolcactus
   _mimá = verwend
   _mima = verwennen
   _mimamento = verwenning
   _mimo = kleinzerig
   _mina = [znw] mijn. [ww] ondermijnen; ondergraven.
   _mineral = mineraal, delfstof; erts
   _minero = mijnwerker
   _minimal = minimaal; op z'n minst
   _minimalisá = minimaliseren; verkleinen
   _minimalisashon = minimalisering; verkleining
   _mínimo = [znw] minimum. e mínimo absoluto - het uiterste minimum. [bnw] minimaal, miniem, minst
   _ministeriabel {stomme e} = m inisteriabel
   _ministerial = ministeriëel
   _ministerio = ministerie
   _ministro = minister
   _minti = verloochenen. Bo n' por minti bèrdè. - De ware aard verloochent zich niet.
   _minusioso = minutieus
   _minüt = minuut
   _mira = zien; kijken
   _miron = toeschouwer, omstander; nieuwsgierige toekijker
   _misa = kerk(gebouw) [RKK]; mis. santo sakrifisio di misa - Heilige Mis. misa antisipá - weekeindmis op zaterdagavond. misa kantá - gezongen heilige mis. na misa - in/bij de kerk. den misa - in de kerk. durante misa - tijdens de mis.
   _misal = missaal
   _miserabel {stomme e} = armoedig, armetierig, armzalig
   _miseria = misère
   _miserikordia = barmhartigheid. sin miserikordia - ongenadig, onbarmhartig
   _miserikordioso = barmhartig
   _mishi (ku) = aanraken, aankomen. No mishi! - Niet aankomen! Blijf ervan af! No mishi ku mi! - blijf van me af! Ki mishí bo akí? - Wat doe jij hier? Ki mishí bo riba kaya? - Wat doe jij op straat?
   _mishon = missie
   _mishonero = missionaris; zendeling.
   _misil = projectiel; raket
   _miskiña = [znw] 1. kleingeestig mens. 2. vrek, gierigaard, schraalhans [bnw] 1. kleingeestig; 2. hebberig, vrekkig, gierig, schraperig
   _misterio = mysterie
   _misterioso = mysterieus, raadselachtig
   _mitar = [znw] helft. [bnw] half. mitar saya - onderrok. mitar di dos[C.] - half twee.
   _miya = mijl
   _miyon = miljoen
   _mo [A.] = oom [+naam]; mo Pe -oom Piet. (C.: om)
   _móbil = beweegbaar; beweeglijk; mobiel
   _mobilidat = mobiliteit; verplaatsbaarheid
   _mobilisá = mobiliseren; op de been brengen (v. politie e.d.)
   _mobilisabel {stomme e} = mobiliseerbaar
   _mobilisashon = mobilisatie; het op de been brengen van groepen.
   _mochi = moot
   _moda = mode. na moda - in de mode. Nan no tin moda ni di muri. - Ze hebben geen nagel om zich te krabben. N' ta moda! - 't Is ongelooflijk, onvoorstelbaar!
   _modelá = modelleren; boetseren
   _modelahe = modellering; boetseerkunst
   _modelo = model
   _modernisá = moderniseren
   _moderno = modern
   _modestia = bescheidenheid
   _modesto = bescheiden
   _modifiká = modifiëren, wijzigen
   _modifikashon = modificatie, wijziging
   _modo = manier, wijze. di modo ku - zodat. Di otro modo - op 'n andere manier. Na mod'i bisa, papia - bij wijze van zeggen, spreken. di ningun modo - op generlei wijze. No tin modo di muri - 't erg slecht hebben.
   _mofa = spot, spotternij; schimpscheut. hasi mofa di un hende - iemand bespotten
   _mòfer {stomme e} = knalpijp; knaldemper
   _mòfi = [ORNITH.] SOORT mus
   _mòfler {stomme e} = knaldemper, uitlaat
   _mohé = [streektaal] vrouw
   _moher = [streektaal] vrouw
   _mòkel {stomme e} = moker, voorhamer
   _mokete = vuist, knuist; vuistslag, stomp
   _moketeá = slaan met de vuisten
   _molèster {stomme e} = last, ongemak, ongerief; overlast. kousa molèster - last bezorgen. Danki p'e molèster! - Bedankt voor de moeite.
   _molestiá = lastig vallen. E kos ta molestiá mi. - Ik zit ermee in m'n maag.
   _moli = zacht, week
   _molia = weken; zacht maken.
   _molina = 1. molen molina di biento - windmolen. 2 [ornit] maag.
   _momento = moment; ogenblik. ni un momento so. - geen enkel moment.
   _Momo = Momus; kimamento di momo - vastenavond (waarop koning Momus wordt verbrand)
   _monarka = monarch, vorst
   _monarkía = monarchie, vorstenhuis
   _mondi = wildernis, ongecultiveerd land, struikgewas; bos
   _mondongo = 1. pens; buk'i mondongo - boekmaag. 2. binnenste (van iets), binnenwerk. saka un hende su mondongo. - Iemand tot op de naad uithoren.
   _moneda = munt
   _mongol = mongool [plat]
   _monstruo = monster, gedrocht, wangedrocht
   _monstruoso = monsterlijk, gedrochtelijk
   _montamento = spiritisme
   _montante = bedrag
   _monton = hoop, (=afval, geld e.d.); stapel
   _montoná = ophopen; stapelen; vergaren
   _monumental = monumentaal
   _monumento = monument
   _mòp = [znw] mop (om te schrobben); zwabber. [ww] schrobben (met mobp); zwabberen.
   _moral = moreel; zedelijk.
   _moralidat = moraal; moraliteit; zedelijkheid.
   _moralista = moralist; zedenmeester.
   _mòrde = 1. bijten; happen. 2. pijn doen; schrijnen. Mi kabes ta mòrde - Ik heb hoofdpijn.
   _mòrdí = beet
   _moreno = licht bruin
   _moribundo = zieltogend, stervend (niet van mensen of dieren)
   _mòrkòi = (land)schildpad. Bo no por ranka pluma fò'i mòrkòi. - Van 'n kale kip kun je geen veren plukken. akshon di morkòi - stiptheidsaktie
   _mòro = [tsw] (goeie) morgen!
   _morochi = tweeling
   _moroton = gedrongen [v. mens of dier]
   _mòrs = morsen, knoien, prutsen, klungelen; spelen
   _mòrsmento = geknoei, gepruts, geklungel
   _mòrspòt = geknoei. hasi mòrspòt - zitten te knoeien
   _mòrtal = [bnw] sterfelijk; dodelijk. restonan mòrtal - stoffelijke resten. [znw] sterveling
   _mòrtalidat = sterfte; sterfelijkheid
   _mortífero [S.!] = dodelijk
   _mortifiká = (zich) versterven
   _mortifikashon = versterving
   _mòrto = dood. mòrto kansá - doodmoe. mòrto na soño - vast in slaap. mòrto-mòrto - morsdood
   _mortuario = mortuarium
   _mosaik = tegel; tegels. pega mosaik - tegels zetten
   _mosaiko = tegel; tegels; mozaiek
   _mòsh = spelen, knoeien, prutsen, klungelen, rommelen. Mi n' ta mòsh ku bo! - Ik speel niet met jou!
   _mòshmento = geknoei, gepruts, geklungel, gerommel
   _moshon = motie
   _mòstert }stomme e} = mosterd
   _mòt-mòt-mòt = het geluid van een kikker
   _mota = dons [om te poeieren e.d.]
   _motibo = reden; aanleiding. pa motibo di - vanwege. p'e motibo ei, - om die reden. pa ékis motibo - om onbekende reden(en). (zie: ékis)
   _motin = buit
   _motivá = motiveren
   _motivashon = motivatie
   _motor = motor
   _motosaik = motorfiets
   _motosiklismo = het motorrijden; motorsport
   _motosiklista = motorrijder, motorfiets berijder
   _move = bewegen. sin move - onbeweeglijk
   _moveshon = beweging
   _movimento = beweging [organisatie]
   _mucha-homber = jongen
   _mucha-muhé = meisje
   _mucha = kind (= onvolwassen mens); jongen, meisje. mucha mandá - boodschappenjongen. mala mucha - stout; stouterd. E ta muchu mucha pa... - Hij is veel te klein om ...
   _muchila = rugzak
   _muchu= te, al te; muchu hopi - te veel.
   _muda = verhuizen
   _mudansa = verhuizing
   _mudo = stom (= niet kunnende praten)
   _muebel = meubel
   _muebla = meubileren
   _muestra [S.] = monster, voorbeeld; staal(tje); blijk; teken. duna muestra di - blijk geven van. un muestra di stimashon - 'n teken van liefde.
   _mùf = muf
   _muf = verhuizen, weggaan
   _muha = bevochtigen, nat worden, nat maken; water geven (planten)
   _muhá = nat; vochtig; klam. papa muhá - kletsnat
   _muhé = [C./A.] vrouw; [A.] wijf
   _muher [vero.] = vrouw. e muher ei - dat wijf
   _muherero = vrouwenjager, snoeper
   _mula = [ww] 1. malen. karni mulá - gehakt. 2. zwoegen, ploeteren. [znw] muilezel; drugskoerier
   _multa = [znw] boete, bekeuring. [ww] beboeten, bekeuren
   _multiple = veelvoud(ig)
   _multipliká = vermenigvuldigen
   _multiplikashon = vermenigvuldiging
   _multitut = menigte, schare
   _mundano = werelds, mondain, aards
   _mundo = wereld
   _mundu = wereld. e di tres mundu - de Derde Wereld. henter mundu - de hele wereld. ront mundu - op/over de hele wereld. gosa un mundu - geweldig genieten. Un gritamento di otro mundu. - 'n Geschreeuw van jewelste.
   _munishon = munitie
   _munisipal = gemete-, gemeentelijk. gobierno munisipal - gemeentebestuur. konseho munisipal - gemeenteraad
   _munisipio = gemeente
   _munstra = tonen; eruit zien, laten zien
   _muraya = muur; wand
   _muri = sterven; doodgaan. muri pa un hende - smoor (verliefd) zijn op iemand. muri pa (un kòpi kòfi) - snakken naar een (kop koffie). Bai muri leu! - Val dood!
   _murmurá = fluisteren; mopperen; prevelen
   _músika = muziek
   _muska = vlieg
   _muskular = spier-
   _múskulo = spier
   _mustra _munstra = tonen, laten zien; aanwijzen
   _mutilá = verminken
   _mutilashon = verminking
   _mutuo = wederkerig, wederzijds.
   _muy (S.!) = zeer, heel, erg (p.: mashá, hopi); muy pronto (S.!) - heel gauw. muy en particular(S.!) - heel in 't bizonder.
   _muzik = muziek

   _n' = no
= niet, geen. Mi n' sa! - Ik weet 't niet.
   _na = op; te; in; bij na ora - op tijd. na kas - thuis. na kantor, skol - op kantoor, school. na trabou - op 't werk. na Playa, Santa Cruz, Noord ... - in de Stad, Santa Cruz, Noord ... na beach - op/aan het strand. na misa - in de kerk. na santana - op 't kerkhof. na televishon, radio - op de tv, radio. na mesa - aan tafel. na moda - in de mode. - in 't groot. Na ordu! - Tot Uw dienst! baha na awa, na katuna - met de noorderzon verdwijnen. splika un kos na plaka chikito - iets haarfijn uitleggen. E tin plaka na granel. - Hij heeft hopen geld. Pone un hende su kara na bergüensa - iemand te schande maken.
   _nada = niets. mashá nada - bijna niets. N' ta nada. - 't Geeft niet. N' ta yudá bo na nada. - 't helpt je geen steek.
   _namorá = [ww] verliefd worden (di - op). [bnw] verliefd (di - op).
   _namoramento = verliefdheid
   _nan {ng} = zij, ze [mv], hen, hun; ook uitbreidingspartikel.
   _nanishi = neus. Esun ku korta su nanishi, ta daña su kara - Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.
   _Nanzi = hoofdfiguur uit Nanzi-verhalen;Nanzi of Kompá Nanzi is een spin.
   _ñapa = toegift, extraatje
   _nase = geboren worden
   _nasé[C.] = [volt.deelw./bnw] geboren
   _nasemento = geboorte
   _nashon = natie
   _nashonal = nationaal; vaderlands
   _nashonalidat = nationaliteit
   _nashonalismo = nationalisme
   _nashonalista = [bnw] nationalistisch. [znw] nationalist
   _nasimento = geboorte
   _nasí [A.] = [volt.deelw./bnw] geboren
   _natal = [bnw] geboorte-; fecha natal - geboortedatum. tera natal - geboortegrond.
   _natalicio (S.!) = [bnw] geboorte-; fecha natalicio - geboortedatum.
   _natashon = zwemkunst, zwemsport; het zwemmen
   _natural = [bnw] natuurlijk
   _naturalesa = natuur
   _naturalmente = [bw] natuurlijk
   _nave = vaartuig. nave spasial - ruimtevaartuig
   _navegá = varen
   _navegante = varend(e); zeevarend(e).
   _navegashon = scheepvaart
   _nèchi = net; netjes
   _negashon = ontkenning
   _negatibo = negatief
   _negligensia = nalatigheid, achteloosheid; veronachtzaming; achterstelling; plichtverzaking, plichtverzuim
   _negligente = nalatig, achteloos
   _neglishá = [ww] verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; negeren; achterstellen. [bnw] verwaarloosd; achtergesteld
   _neglishamento = verwaarlozing
   _negoshá = handelen, handel drijven
   _negoshi = zaak, handel, bedrijf
   _negosiá = onderhandelen
   _negosiabel {stomme e} = onderhandelbaar
   _negosiadó = onderhandelaar
   _negosiante = zakenman, koopman
   _negosiashon = onderhandeling
   _negro = neger
   _neishi [A.] = nest. (C.: nèshi)
   _nèk = [znw] nek. trose un hende su nèk p'e. - iemand de nek omdraaien. [ww] nekken, foppen, voor de gek houden. Lag'i ta nèk! - Maak dat je grootje wijs!
   _nenga = ontkennen; weigeren.
   _nengamento = ontkenning; weigering.
   _nervio = zenuw. tin nervio - zenuwachtig zijn
   _nervioso = zenuwachtig
   _nesesario = nodig, noodzakelijk
   _nesesidat = nood; noodzaak
   _nèshi (C.) = nest. (A.: neishi)
   _nèt-nèt = net (passend)
   _nèt = net; zojuist
   _netamente = echt; precies. netamente arubano - echt arubaans
   _neurología = neurologie, zenuwspecialisme
   _neurológiko = neurologisch
   _neurólogo = neuroloog, zenuwarts
   _ni = noch; nog geen .... Ni dies plaka e no tábata tin. - Hij/zij had nog geen kwartje. ni ... ni ... - noch ... noch ... ni un - geen enkel; ni sikiera - zelfs niet
   _nieta = kleindochter
   _nieto = kleinkind, kleinzoon
   _nifiká = betekenen
   _nifikashon = betekenis
   _ningun = geen; geen een. ningun hende - niemand. ningun lugá - nergens; ningun kaminda - nergens
   _niño [S.!] = kindje, kindeke. niño Hesus - Kindeke Jezus.
   _nister {stomme e} = niezen. Pushi chikito ta nister duru. - Kleine potjes hebben grote oren.
   _nit = [znw] nietje. [ww] nieten.
   _nitrato = nitraat
   _nivel = peil, niveau, vlak, hoogte
   _niwa = klein vliegend insect; Tin muska manera niwa! - het wemelt van de vliegen.
   _no = nee; niet, geen. (altijd vóór gezegde). no ... nada - niets. no ... nunka - nooit. no ... ningun - geen enkele.
   _nobato = nieuweling
   _nobedat = nieuwigheid
   _nòbel {stomme e} = nobel
   _nobenta = negentig
   _nobis-nobis = spiksplinternieuw
   _noble = nobel, adelijk,
   _noblesa = adel, adelijkheid, nobelheid, noblesse
   _nobo-nobo = splinternieuw
   _nobo = [znw] nieuws; nieuwtje; [bnw] nieuw
   _nochi = nacht; avond. Bon nochi! - Goeie avond! Welterusten! ayera nochi - gisteravond. awe nochi - vanavond
   _nodi = in: tin nodi di - hoeven
   _nokturno = nachtelijk
   _nomber {stomme e} = naam, voornaam. nomber I fam. - voor- en achternaam.
   _nombra = benoemen; aanstellen
   _nombramento = benoeming, aanstelling
   _nominá = nomineren; voordragen; benoemen
   _nominashon = nominatie; voordracht; benoeming
   _nòrma = norm
   _normal = [bnw] normaal
   _normalisá = normaliseren
   _nort = noord, noorden
   _nortero = inwoner van het Arubaanse dorp Noord
   _norwechi = Noor(s)
   _Norwega = Noorwegen
   _nòs = wij, we, ons, onze
   _nostalgia = nostalgie
   _nostálgiko = nostalgisch, stemmig
   _nota = [znw] noot [muz.]; aantekening; nota. [ww] noteren; aantekeningen maken; opmerken
   _notabel {stomme e} = opmerkelijk; bemerkbaar
   _notariado = notariaat
   _notarial = notariëel. akta notarial - notariële akte
   _notario = notaris
   _notifiká = aanzeggen; verwittigen
   _notifikashon = aanzegging; verwittiging
   _notisia = nieuws
   _notisiero = nieuwsdienst
   _notorio = notoir
   _notulá = notuleren
   _notulashon = notulen
   _noufragá = schipbreuk lijden
   _noufragio = schipbreuk
   _nóufrago = schipbreukeling
   _novedat = nieuwigheid
   _novela = roman; feuilleton
   _november {stomme e} = id.
   _novena = noveen [rkk]
   _novia [S.] = meisje (vrouw) dat zich voorbereidt op het huwelijk; verloofde
   _novio [S.] = jongen (man) die zich voorbereidt op het huwelijk; verloofde
   _nua [C.] = in onmin. biba nua ku otro - in onmin leven met elkaar.
   _nubia = [znw] wolk. [ww] bewolken
   _nubiá = bewolkt
   _nubla = bewolken
   _nublá = bewolkt
   _nudismo = nudisme
   _nudista = nudist
   _nudo = knoop, zeemijl
   _nuebe = negen. nueb' or' - negen uur.
   _nuklear = nucleair, kern-
   _núkleo = kern; spil
   _nulo = nul; vervallen. E kontrakt a keda nulo - het kontrakt is vervallen.
   _numa = (nu) maar (ter verzachting). bai numa. - ga maar. Dal bai numa. - Ga je gang maar.
   _number {stomme e} = getal; aantal; nummer. Number robes! - Verkeerd verbonden!
   _numeral = telwoord
   _numeroso = talrijk
   _nunka = nooit. no ... nunka - nooit
   _nutrishon = voeding
   _nutritibo = voedzaam

   _oásis = oase
   _obedesé = gehoorzamen
   _obediensia = gehoorzaamheid
   _obediente = gehoorzaam
   _obhetibidat = objectiviteit; zakelijkheid.
   _obhetibo = objectief; zakelijk
   _obheto = object; voorwerp
   _obispado = bisdom
   _obispal = bisschoppelijk
   _obispo = bisschop
   _obligá = [ww] verplichten. [bnw] verplicht.
   _obligashon = verplichting
   _obligatorio = verplicht
   _obra = werk, kunstwerk. bon obra - goede werken. obra di arte - kunstwerk. obra di karidat - werk van barmhartigheid; liefdadigheid. obra di man - handenarbeid. man na obra! - De hand aan de ploeg!
   _obrero = arbeider
   _obsekiá = schenken
   _obsekio = schenking
   _obsenidat = obceniteit, schunnigheid.
   _obseno = obsceen; schunnig.
   _observá = observeren, waarnemen, opmerken
   _observashon = observatie; opmerking.
   _observatorio = observatorium. observatorio astronómiko - sterrenwacht
   _obseshon = obsessie
   _obsoleto = verouderd; niet meer gangbaar
   _obstakulisá = tegenwerken; [verkeer e.d.] stremmen
   _obstakulisashon = [znw] het tegenwerken; [verkeer e.d.] stremming
   _obstákulo = obstakel; sta-in-de-weg
   _obstante = in: no obstante - niettemin
   _obstiná = eigenwijs. aktitut obstiná - eigenwijsheid.
   _obstipá = verstoppen (ingewanden)
   _obstipashon = obstipatie, verstopping
   _obstruí = tegenwerken; dwarsbomen; dwarsliggen; [verkeer e.d.] stremmen
   _obstrukshon = obstructie, tegenwerking; [verkeer e.d.] stremming. sin obstrukshon - onbelemmerd
   _obtené = verkrijgen
   _obtenibel {stomme e} = verkrijgbaar
   _obvio _obviamente = duidelijk; vanzelfsprekend
   _obyekshon = bezwaar; tegenwerping
   _obyektibidat = objectiviteit
   _obyektibo = objectief
   _obyekto = object
   _ochenta = tachtig
   _ocho = acht. och' or' - acht uur.
   _odia = haten; verfoeien; verafschuwen
   _odio = haat; afschuw
   _odioso = hatelijk; verfoeilijk
   _òf _of = of [nevenschikkend voegwoord]
   _ofendé = beledigen
   _ofensa = belediging; aantasting; vergrijp
   _ofensibo = beledigend; hatelijk; offensief; stotend
   _oferta = offerte, aanbod, aanbieding
   _ofishal = officiëel
   _ofishi = beroep, ambacht; vak
   _ofisina = kantoor
   _ofrenda = offer; hulde; offerande
   _ofresé = bieden, aanbieden
   _ofresemento _ofresimento = aanbieding
   _ohochi = tweeling
   _oído = gehoor [zintuig]
   _okashon = gelegenheid. na okashon di - bij gelegenheid van
   _okashoná = veroorzaken
   _oksidental = west-; westelijk. Europa Oksidental - West-Europa.
   _oksidente = Westen
   _oksígeno = zuurstof
   _oktober {stomme e} = oktober
   _okulto = occult
   _okupá = [ww] bezetten. [bnw] bezet; bezig
   _okupashon = bezigheid; bezetting; bezettingsgraad
   _okurí = vóórkomen, gebeuren
   _ola = golf
   _OLa = Organisashon Liberal Arubano = Arubaanse politieke partij.
   _oleifi = olijf
   _olfato [S.] = reuk [zintuig]
   _olifanti = olifant. E tin kuer'i olifanti. - Hij/zij heeft 'n olifantshuid.
   _olímpiko = olympisch. weganan olímpiko - Olympische spelen.
   _olio = olie. sant' olio - het Heilig Oliesel [rkk]
   _oloshi = horloge; klok; uurwerk
   _olvido = vergetelheid; kai den olvido - in vergetelheid raken.
   _om [C.] = oom. (A.: omo, mo)
   _omelèt = omelet
   _omishon = verzuim, weglating
   _omití = verzuimen, weglaten
   _omo = oom
   _ònbeskòp = onbeschoft
   _onomatopeika = klanknabootsing
   _onomatopeiko = klanknabootsend
   _operá = 1. opereren, zich laten opereren; 2. bedienen (v. apparaten); 3. werken; aandrijven (v. machines)
   _operashon = 1. operatie; 2. bediening (v. apparaten); 3. werking; aandrijving (v. machines).
   _operashonabel {stomme e} = 1. opereerbaar; 2. bedienbaar. 3. werkbaar.
   _operashonal = operationeel; werkend; in werking.
   _opiná = van mening zijn
   _opinion = opinie, mening; oordeel. sondeo di opinion - opinipeiling
   _oponé = opponeren; tegenspreken; tegenwerpen
   _oponente = opponent, tegenpartij
   _oportunidat = (gunstige) gelegenheid; kans
   _oportunista = [znw] opportunist. [bnw] opportunistisch
   _oportuno = opportuun, gunstig
   _oposishon = 1. oppositie; 2. tegenstand
   _opreshon = verdrukking, onderdrukking, oppressie
   _opresibo = verdrukkend, onderdrukkend, oppressief
   _opresor = onderdrukker
   _oprimí = verdrukken; onderdrukken
   _opshon = optie
   _opshonal = optioneel
   _opta = opteren (pa - voor)
   _optimal = optimaal
   _optimismo = opptimisme
   _optimista = [znw] optimist. [bnw] optimistisch
   _ora = [znw] uur. Kuant' or' tin? - Hoe laat is 't? nueb' or'. - negen uur. na ora - op tijd. ki ora? - wanneer?.[bw] als, wanneer, toen. e ora ei - dan; toen. ora el a bai - toen hij ging. e ora ei el a bai. - toen ging hij. Ora e bin,... - als hij komt ...[zonder ta] ora di hasi un kos... - als (ik, jij, hij enz.) iets doe(t)...
   _oradó = redenaar, spreker
   _orador [vero.] = redenaar, spreker
   _orario = dienstregeling; (tijd)schema; openings- en sluitingstijden
   _orashon = gebed
   _órbita = baan (van hemellichamen)
   _òrden = 1. orde; ordening. òrden legal - rechtsorde. 2. bevel; opdracht
   _ordená = [ww] ordenen; gebieden; wijden [v. priesters]. [bnw] ordelijk, geordend; gewijd
   _ordenashon = wijding [v. priesters]
   _ordinario = alledaags
   _òrdu = orde. na (bo) òrdu! - Tot je dienst!
   _orea = oor (zie: horea)
   _orensh = frisdrank
   _organisá = organiseren; opstellen
   _organisashon = organisatie
   _organisatorio = organisatorisch
   _organismo = organisme
   _organista = organist
   _órgano = orgaan
   _òrgel {stomme e} = orgel. kah'i òrgel - draaiorgel
   _orgía = orgie
   _orguyo = [znw] trots
   _orguyoso = [bnw] trots
   _orientá = (zich) oriënteren
   _oriental = oosters
   _orientashon = orientatie
   _Oriente = Oosten
   _orígen = oorsprong; origine
   _original = oorspronkelijk, origineel
   _originalidat = oorspronkelijkheid, originaliteit
   _orkesta = orkest
   _orkestrá = orkestreren
   _orkestral = orkestraal
   _orkidia = orchidee
   _ornamento = ornament; versiersel; tooi
   _oro = goud. No tur kos ku ta blenk ta oro. - Niet alles is goud wat blinkt.
   _oró = later. Te oró! - Tot straks.
   _Oropa [C./B.] = Europa
   _oropeo [C./B.] = [znw] Europeaan. [bnw] europees
   _oroplano = vliegmachine
   _ortografía = spelling
   _oséano = oceaan
   _otoño [S.] = herst
   _otorgá = toekennen, toewijzen, toebedelen
   _otorgamento = toekenning, toewijzing
   _otro = ander; elkaar. otro mañan - overmorgen. otro siman - volgende week. otro aña - volgend jaar. yuda otro - elkaar helpen.
   _oudas = stoutmoedig, vermetel, driest
   _oudasia = stoutmoedigheid, vermetelheid, driestheid
   _oudiensia = audiëntie; toehoorders
   _ouditibo = auditief, gehoor-
   _ougùstùs = augustus
   _oumentá = vergroten, verhogen, toenemen; aanwassen
   _oumento = verhoging, opslag; aanwas, vergroting, toename
   _ounke = hoewel, ofschoon, alhoewel
   _ourora = dageraad. misa di ourora - dageraadsmis
   _ousensia = afwezigheid, absentie
   _ousente = afwezig, absent
   _ouspisio = auspiciën
   _ousteridat = soberheid; versobering
   _Oustralia = australië
   _oustraliano = [znw] Australiër; [bnw] australitsch
   _outéntiko = authenbtiek
   _outentisidat = authenticiteit
   _outismo = autisme
   _outista = autistisch
   _outo = auto
   _outobiografía = autobiografie
   _outobiográfiko = autobiografisch
   _outodeterminashon = zelfbeschikking.
   _outodidáktiko = [znw] autodidact; [bnw] autodidactisch
   _outogobernashon = zelfbestuur.
   _outomátikamente = [bw] automatisch; vanzelf
   _outomátiko = automatisch
   _outomatisá = [ww] automatiseren; [bnw] geautomatiseerd
   _outomatisashon = automatisering
   _outomatismo = automatisme
   _outomobilismo = het autorijden, autosport
   _outomobilista = automobilist
   _outomotris = auto-. industria outomotris - autoindustrie.
   _outonomía = autonomie
   _outónomo = autonoom
   _outopsia = autopsie, sectie
   _outor = auteur
   _outoridat = autoriteit
   _outorisá = [ww] machtigen. [bnw] gemachtigd; bevoegd.
   _outorisashon = machtiging; volmacht; bevoegdheid.
   _outoritario = autoritair
   _ovashon = ovatie

   _p'esei = daarom
   _pa = voor; om, om te; door; naar. pa ku - jegens. pa medio di - door; door middel van. pa+onderwerp+onbepaalde wijs - persoonlijke infinitief.
   _pabien = proficiat, gefeliciteerd
   _Pablo = Paulus. San Pablo - Sint Paulus
   _pabou = beneden; benedenwaards, beneden de wind, benedenwinds. west, westwaarts, naar het westen, ten westen.
   _pachanga = fuif
   _pachi = vadertje, oudje (gezegd tegen oude mannen)
   _paden = binnen; van binnen; binnenin
   _pader {stomme e} = pater
   _padesé = lijden
   _padilanti = vooraan; vóór (plaatsbepaling); van voren; naar voren. bai padilanti - vooruit gaan [ook fig.]; naar voren gaan. bin padilanti - naar voren komen. Di awó padilanti - voortaan.
   _padrastro = stiefvader
   _padròt = kuddeleider bijh geiten
   _padú = opa
   _padushi = opa
   _pafó = buiten; van buiten; aan de buitenkant
   _paga = 1: betalen; uitbetalen. 2: uit doen (v. licht e.d.); uitschakelen; doven (v. vuur). paga tino - opletten.
   _pagadó = betaler. mal pagadó - wanbetaler
   _pagabel {stomme e} = betaalbaar
   _pagamento = [znw] 1: het betalen, betaling. 2: het uitdoen; doven
   _pagano = [znw] heiden. [bnw] heidens
   _pagara = chinese mat (vuurwerk).
   _página = bladzijde, pagina
   _pago = betaling, uitbetaling
   _paha = stro
   _pai = papa
   _país = land (= staat)
   _pak = [ww] slaan. pak un hende den muraya - iemand tegen de muur slaan.
   _paketá = inpakken
   _paki = pak, pakje
   _pakiko = waarom
   _pakto = pact; verdrag
   _pakus = winkel
   _palabrá = afspreken
   _palabra = woord. Palabra bèrdat no sa pika lenga. - De waarheid mag altijd gezegd worden. Un palabra ta hala otro. - 'van 't ene woord komt 't andere. na palabra - aan 't woord. Tur kuminda ta di kome, ma no tur palabra ta di papia, bisa. - Spreken is zilver, zwijgen is goud.
   _palabrashon = afspraak
   _palabruha [C.] = uil; (A. - shoko)
   _palangana [S.] = wasbak (losse metalen of plastic ) bak.
   _palanka = hefboom, hendel, handle, handgreep.
   _palasio = paleis
   _pálido = bleek
   _palma [S.] = palm
   _palmita = dwergpalm, potpalm, sierpalm
   _palo = 1. boom; 2. hout;3. paal; 4. stok; 5. steel [v. bezem e.d.]; pal'i koko - palmboom, kokospalm. pal'i lus - lichtmast. pal'i pía - scheenbeen; pal'i horka - galg. un pal'i awa - 'n stortbui. un palo di homber - 'n boom van 'n man. un kas di palo - 'n houten huis.
   _palofrío = ijslollie
   _palomba = duif
   _palpabel {stomme e} = tastbaar
   _pamflèt = pemflet; vlugschrift
   _pampuna = pompoen. Pampuna no sa pari kalbas. - De appel valt niet ver van de boom.
   _pan = brood. pan batí= koek van maismeel (Arubaans hoofdvoedsel). pan dushi - cake-soort. pan lefi - los gebakken rond plat brood. pan maísh'i rabo - tarwebrood. pan tostá - geroosterd brood. pan yená - gevuld brood. pan di diabel - zwam. E ta un pan di Dios. - Hij is Jan Goedzak. e pan di kada día - het dagelijks brood. E ta bai manera pan kayente. -het gaat als zoete broodjes.
   _paña = 1. kleren; kleding. paña di abou - onderkleren. paña di ariba - bovenkleren. paña di mucha - kinderkleren. laba paña - de was doen. bisti paña - (zich) aankleden. kita paña - (zich) uitkleden. 2. doek; goed; laken; stofdoek; vaatdoek. pañ'i kama - beddegoed. pañ'i mesa = tafelkleed. pasa paña - afstoffen
   _panadería = bakkerij
   _panadero = bakker
   _panchi = 1. pan; dakpan. 2 [C.] koekepan. Kai fò'i panchi den kandela. - van de wal in de sloot raken.
   _pániko = [znw] paniek. [bnw] panisch
   _pankarta = reclamebord; spandoek
   _panort = naar het noorden
   _pantaya = scherm, beeldscherm, projectiescherm
   _panty-hose [E.] = panty
   _panty [E.!] = (dames)slipje. (zie: karson chikito)
   _papa = 1: pap; papa kuaker - havermoutse pap. papa muhá - kletsnat. 2: paus
   _papai = papa
   _papabel{stomme e} = kandidaat paus
   _papal = pauselijk
   _papel = papier. papel di chokolati - zilverpapier. papel kimá - iemand met een verleden.
   _papelucha = schotschrift
   _papia = spreken, praten. papia gueni - koeterwaals praten papia manera lora madelòr - praten als een kip zonder kop.
   _papiamento = Papiaments; gepraat, het praten
   _par = [znw] paar. un par di sapato - 'n paar schoenen. un par di tempo pasá ... - enige tijd geleden. [ww] paren (v. dieren)
   _para = [ww] staan; staande houden; stoppen; aanhouden; tegenhouden; weerhouden. dal para - (plotseling) stil blijven staan. lanta para - gaan staan. e ta bon pará - hij/zij staat er goed voor. keda para - blijven staan; stilstaan. Para ketu! - Sta stil! [znw] [C.] vogel; (A.: parha)
   _parada = 1: halte. [A.] parada di bùs [C.] parada di konvoi - bushalte. 2: optocht. (C.: marcha) parada di karnaval - carnavalsoptocht. (C.: gran marcha) parada di flambeu - fakkeloptocht
   _párafo = paragraaf; alinea
   _paraíso = paradijs
   _paralelo = parallel
   _paralisá [ww] verlammen [ook fig.]. [bnw] verlamd [ook fig.]
   _parálisis = verlamming
   _paralítiko = [znw] verlamde. [bnw] verlamd
   _paranda = zwier. bai paranda - aan de zwier gaan; gaan stappen, pierewaaien
   _parandero = [znw] boemelaar. [bnw] uitgaanderig, boemelig
   _parandiá = boemelen, pierewaaien, aan de boemel zijn
   _pararayos [S.] = bliksemafleider
   _pareha = paar; echtpaar; partner.
   _pareu = gelijksoortig; middelmatig
   _pargati = (gevlochten) sandalen
   _pargo = [vissoort] red snapper
   _parha [A.] = vogel (C.: para)
   _pari = baren. manera su mama a paríé= spiernaakt, poedelnaakt
   _pariba = boven; naar boven; boven de wind; bovenwinds. oost, oostwaarts, naar het oosten, ten oosten. nan no tin ni pariba ni pabou. - Ze hebben geen nagel om zich te krabben
   _pariente = bloedverwant; familielid
   _park = park
   _parker = parkeren
   _parkeo = [znw] het parkeren; parkeerplaats
   _parlamentario = [znw] parlementslid, parlementariër. [bnw] parlementair
   _parlamento = parlement
   _PARO = STILSTAND; STAKING. un paro general - 'N algemene staking.
   _parokia = parochie
   _parokial = parochie-
   _parokiano = parochiaan
   _parotin (C.) = losbandig. un bida parotin - 'n losbandig leven.
   _parotinería [C.] = losbandigheid
   _parse = lijken, schijnen. E ta parse su tata. - Hij lijkt op z'n vader. Ta parsé mi,... - 't Lijkt me, ...
   _parsela = perceel
   _parsial = 1. deels, partiëel; gedeeltelijk; 2. partijdig
   _parsialmente = deels; gedeeltelijk
   _partera [A.] = verloskundige, vroedvrouw. (C.: frumú)
   _parti = [znw] 1. deel; onderdeel, gedeelte, part. 2. kant, zijde. di parti di - van de kant van. un respondi di parti di... - een boodschap van ... pa mi parti, - voor mijn part, tuma parti pa un hende - partij kiezen voor iemand; zich aan iemands zijde scharen. [ww] delen, verdelen, splitsen, uitdelen, opscheppen (van eten). Nan no ta parti un bolchi. - Ze kunnen elkaar niet luchten of zien. parti mei-mei di - verdelen onder
   _partidario = [znw] voorstander; [bnw] . partijdig
   _partidista = [znw] partijlid.[bnw] tot een partij behorend
   _partido = partij
   _partikular = bijzonder. en partikular - in het bijzonder.
   _partikularmente = [bw] in 't bijzonder
   _partishon = deling; indeling; verdeling; afscheiding.
   _partisipá = 1. meedelen; 2. participeren, deelnemen, meedoen
   _partisipante = participant, deelnemer
   _partisipashon = 1. mededeling, melding; 2. participatie, deelname
   _partisipio = deelwoord. partisipio pasá - voltooid/verleden deelwoord.
   _parto = bevalling
   _pas = [znw] vrede. laga un hende na pas - iemand met rust laten. [ww] passen
   _pasá = geleden; aña pasá= vorig jaar. El a haña un mal pasá. - Ze hebben hem/haar flink te pakken gehad.
   _pasa = passeren; gebeuren; inhalen; langs komen/gaan; voorbijgaan/komen; aan de hand zijn; [v.film e.d.] vertonen, draaien. pasa bon! - vaarwel! pasa loke pasa - er gebeure wat wil. Kada pasa un día. - om de andere dag. Por pasa unda ku n' tin. - Dat kan er (net) mee door. el a pasa forbei - 't is over.
   _pasado = [znw] verleden
   _pasahero = [znw] passagier. [bnw] voorbijgaand
   _pasaporte = paspoort (ook wel: pasport)
   _pasashi = passage, ticket
   _pasenshi = geduld. Pasenshi! - [gezegd tegen zieken en/of gehandicapten]. karga pasenshi - geduld hebben. Ku pasenshi ta gana gloria. - Geduld is een schone deugd.
   _pashon = passie; lust; drift.
   _pasibo = passief
   _pasiente = patiënt
   _pasifiká = pacificeren
   _pasifikashon = pacificatie
   _pasífiko = vredelievend; vredig; vreedzaam
   _pasifismo = pacifisme; vredelievendheid
   _pasifista = pacifist(isch)
   _pasikiko = pakiko
= waarom
   _pasividat = paciviteit
   _paskin = anoniem schotschrift
   _pasku = kerstmis; pasen. pasku di nasimento - kerstmis. pasku grandi, pasku di resurekshon - pasen. Bon pasku! - gelukkig kerstfeest; Gelukkig Pasen!
   _paso = pas, stap, voetstap. paso pa paso - stap voor stap.
   _pasobra = omdat, want
   _pasombra (C.) = omdat, want
   _pasport = paspoort
   _pastechi = pastie(tje)
   _pastor = pastoor; predikant, evangelist
   _pastoral = pastoraal
   _pastorí = pastorie
   _pasùit = naar het zuiden
   _pata-pata = stomdronken
   _pata = poot. pat'i kabra - koevoet, breekijzer
   _pataká = in: ni un pataká - geen zier, geen bliksem, geen snars, geen donder. E no a komprondé ni un pataká! - Hij/zij heeft er geen snars van begrepen.
   _patarata = in: na su patarata grandesa - de koning te rijk.
   _paternal = ouderlijk; vaderlijk; vader-. amor paternal - vaderliefde
   _paternalismo = paternalisme; ndeerbuigendheid
   _paternalista = paternalist(isch); neerbuigend
   _paternalístiko = paternalistisch; neerbuigend
   _paternidat = vaderschap
   _patétiko = pathetisch; zielig
   _patía = watermeloen. kai manera patía berde. - vallen als een baksteen.
   _patin = 1. schaats. 2. [vulg.] lul.
   _patras = achter; van achter(en)
   _patria = vaderland. amor patria - vaderlandsliefdde
   _patriarka = patriarch, aartsvader
   _patrimonio = erfdeel [fig.]
   _patriota = patriot
   _patriótiko = patriotistisch
   _patriotismo = patriotisme
   _patrishi = patrijs
   _patronahe = patronage
   _patronchi = patroon, sjabloon.
   _patronisá = sponsoren
   _patronisadó = sponsor
   _patrono = patroon(heilige)
   _patroya = patrouille, surveillance
   _patruyá = patrouilleren, surveilleren
   _payaso = clown
   _Pe = Piet. mo Pe - oom Piet. Shon Pe - Piet
   _peaton [S.!] = voetganger
   _pèchè-pèchè = tjokvol, propvol, bomvol
   _pechi = [gevolgd door naam] meter, peettante. pechi María - tante María (peettante van de spreker/ster)
   _pèchi = pet
   _pecho = borst. karga un hende na pecho - iemand een kwaad hart toedragen.
   _pedagogía = pedagogie(k)
   _pedagógiko = pedagogisch
   _pedido = bestelling, order
   _Pedro = Petrus, Piet, Peter. San Pedro - Sint Petrus
   _pega-pega = muurhagedis
   _pega = 1. plakken, kleven, vastkleven; [schip] aan de grond lopen]. pega barko - [letterl.] aan de grond lopen; [fig.] 'n bok schieten; keda pega= blijven steken. 2. hakkelen; (zich) verslikken. 3. aansteken (v. licht, vuur e.d.); pega un hende - iemand aansteken (met ziekte); aandoen (v. radio). pega na kandela - in brand steken
   _peilu = peilen
   _peiña = [znw] kam. [ww] kammen
   _peishi = puistje. primi peishi - puistjes uitdrukken.
   _peka = zondigen
   _pekadó = zondaar
   _pekelé = zure haring
   _pèki = pakking
   _peks = [letterl.] op de vingers tikken [niet fig.]
   _pekuliar = eigen
   _pekuliaridat = eigenheid; karaktertrek
   _pela = scheren (v. schapen). Bai pa lana, bini pelá. - van 'n koude kermis thuiskomen
   _peladó = schapenscherder; barbier
   _pelea = gevecht, strijd, vechtpartij
   _peleá = vechten
   _peligroso = gevaarlijk
   _peliguer {stomme e} = gevaar. na peliguer - in gevaar
   _pelikan = pelikaan
   _pelíkula = film. pasa un pelíkula - 'n film draaien.
   _pelon = kaal. koko pelon - kaalkop
   _peluka = pruik
   _pelukería = kapperszaak
   _pelukero = kapper
   _pélvis = [anat.] bekken
   _pèn = pen. E ta pèn ku enk. - Hij/zij brieft alles over.
   _pena = pijn, smart, leed. pena di morto - doodstraf. ku honda pena [S.] - met diep leedwezen
   _penadó = hij die pijn heeft. penadó no ta pena largo. - klagers hebben geen nood.
   _penal = strafrechtelijk, straf-. derecho penal - strafrecht. kaso penal - strafzaak. kódigo penal - wetboek van strafrecht
   _pènchi = pin; wasknijper, waspin
   _pendeu = 1. [letterlijk] vrouwelijk schaamhaar. 2 [fig.] klootzak. Bo ta pendeu! - Je bent 'n klootzak!
   _pendiente = [letterl.] hellend; hangend. [fig.] hangende; in afwachting; nader te bepalen.
   _península = schiereiland
   _penitensia = penitentie; boete; boetvaardigheid
   _penitente = boetvaardig
   _penoso = pijnlijk, smartelijk
   _pensa = denken; nadenken; overdenken. (riba - over)
   _pensadó = denker
   _pensamento = gedachte
   _penshon = pensioen; pension
   _penshoná = pensioneren
   _penshonado = gepensioeneerde, pensioentrekker
   _penshun = pensieon. bai ku penshun - met pensioen gaan
   _péntagon = vijfhoek
   _pentagonal = vijfhoekig
   _péntatlon = vijfkamp
   _pentekoste = pinksteren
   _penúltimo = voorlaatst(e)
   _peon = 1. ongeschoolde arbeider. 2. pion
   _pepe = peettante, meter.
   _pepru = peper
   _pera = peer
   _pèrdè = verliezen; verdwalen; missen [v. bus e.d.]. pèrdè tempo - tijd verspillen. pèrdè kaminda - de weg kwijtraken. pèrdè ariba; pèrdè San Juan= zich verslapen. pèrdè kontrol - de macht over het stuur verliezen. Nos a pèrdè. - We zijn verdwaald. Nan no a pèrdè pa gana. - Ze lieten er geen gras over groeien. B'a pèrdè! - Je hebt wat gemist!
   _perdedó = verliezer
   _perdemento = verlies. perdemento di tempo - tijdverspilling
   _perdí [A.] = verloren; verdwaald
   _pérdida = verlies; strop
   _perdishon = ondergang; verderf. Esei ta su perdishon. - Daar gaat hij aan ten gronde. Hiba un hende na su perdishon - iemand in het verderf storten.
   _peregriná = 'n bedevaart houden, op bedevaart gaan, 'n pelgrimage houden, 'n pelgrimstocht maken
   _peregrinashon = bedevaart, pelgrimage, pelgrimstocht
   _peregrino = pelgrim, bedevaartganger
   _peresé = vergaan, ten onder gaan.
   _perfekshon = perfectie, volmaaktheid
   _perfekshoná = vervolmaken
   _perfekshonista = perfectionist(isch)
   _perfekto = volmaakt, perfect
   _perforá = perforeren
   _perforadó = perforator
   _perforashon = perforatie
   _perhudiká = benadelen
   _perhuria = meineed
   _períkulo = perikel
   _periodismo = journalistiek
   _periodista = journalist
   _período = periode
   _périto = expert, deskundige
   _perkurá = zorgen (pa - voor); tot stand brengen
   _perla = paarl, parel
   _permanensia = verblijf. permit di permanensia - verblijfsvergunning
   _permanente = permanent
   _permanesé = (langdurig) verblijven
   _permiso = permissie, toestemming; vergunning
   _permit = vergunning; toelating; toestemming
   _permití = [ww] toestaan, toestemmen, veroorloven, permitteren; toelaten. [bnw] toelaatbaar; veroorloofd
   _pero = maar
   _perpetuá = vereeuwigen
   _perpetuo = eeuwigdurend.
   _perpleho = perplex, paf, sprakeloos; verbijsterd
   _persebí = waarnemen
   _perseguí = achtervolgen; vervolgen [ook jur.]
   _perseguidó = achtervolger; vervolger
   _persekushon = achtervolging; vervolging [ook jur.]
   _persekutor = achtervolger; vervolger
   _persela = perceel, kavel
   _persepshon = perceptie, waarneming; perceptievermogen, waarnemingsvermogen
   _perseptibel {stomme e} = waarneembaar; bemerkbaar
   _perseptibilidat = waarneembaarheid
   _perseverá = volharden
   _perseveransia = volharding; uithoudingsvermogen
   _persistensia = volharding, koppigheid
   _persistente = volhardend, volhoudend, aanhoudend, koppig
   _persistí = doorzetten, volharden, volhouden, blijven doorgaan. Esun ku ta persistí ta logra. - de aanhouder wint.
   _persona = persoon. persona non grata - id.
   _personahe = personage
   _personal = [znw] personeel. [bnw] persoonlijk
   _personalidat = persoonlijkheid
   _personifiká = personifiëren
   _personifikashon = personificatie
   _perspektiba = perspectief; vooruitzicht
   _persuadí = overtuigen, overreden
   _persuashon = overreding
   _pertá = (zie: pretá)
   _pertenensia = [znw] toebehoren; eigendom; bezit.
   _pertenesé = toebehoren (na - aan)
   _pertinente = pertinent
   _Perú = Peru
   _peruano = [znw] peruaan. [bnw] peruaans
   _pervershon _perversidat = perversiteit; liederlijkheid; verdorvenheid
   _perverso = pervers, liederlijk; verdorven
   _pesadía = nachtmerrie
   _pesar in: a pesar di = ondanks; in weerwil van
   _pesimismo = pessimisme; zwaarhoofdigheid.
   _pesimista = [znw] pessimist [bnw] pessimistisch; zwaarhoofdig.
   _peska = visserij. kría i peska - veeteelt en visserij.
   _peso = gewicht; zwaarte. baha peso - aan de slanke lijn doen; afvallen
   _pestá = verpest
   _pestaña = wimper
   _pèster {stomme e} = pest. mala pèster - rotzak
   _petipuá = doperwten. salachi di petipuá= peultjes.
   _petishon = petitie, verzoek; aanvraag
   _petróleo = olie
   _peyeu = scalpering. B'a skapa un peyeu. - Je bent de dans ontsprongen.
   _pía = 1. been. 2. voet. pal'i pía - been [ter onderscheiding van "voet"]; scheenbeen. pí' abou - blootsvoets. pí'i kuki - platvoeten [fam.]. no tin ni pía ni kabes. - als 'n tang op een varken slaan. un relato sin pía ni kabes - 'n verward verhaal. kría pía - gejat, gestolen worden. pone pí' abou. - het been stijf houden. kana den un hende su pía - iemand voor de voeten lopen. para riba su mes pía - op eigen benen staan.
   _PICHA = JATTEN, PIKKEN, STELEN.
   _pichiri = pinnig; zuinig; GIERIG
   _pichon = duivenjong
   _pida = stuk; brok. E ta un pida! - hij is een lastige vent! zij is een lastig stuk mens! na pida pida - in stukken
   _pidi = verzoeken; vragen (om te krijgen); bidden; bestellen. pidi pa - vragen naar/om. Pidi .... - Vraag het maar aan ...
   _pidimento = [znw] het vragen; verzoek; het bidden
   _piedat = [znw] erbarmen. Tene piedat di nos! - Ontferm U over ons!
   _piedra = [znw] steen, kei. tira piedra, skonde man. - vals zijn; achterbaks handelen. [ww] stenigen
   _piel [S.] = huid
   _piesa = onderdeel; [muz.] stuk, [gebouw] vertrek. piesa nobo - aanbouw
   _pieu = luis. hasi un pieu bira un baka - van 'n mug 'n olifant maken. piki pieu= muggeziften
   _pifia [S.] = [znw] blunder. [ww] 'n blunder begaan.
   _pigmentá = gepigmenteerd
   _pigmento = pigment
   _pik = [znw] 1. pik [van een snavel]. 2. snavel. 3. pikhouweel. 4 [ww] pikken (met snavel)
   _pika = [ww] steken (v. insect of naald). [bnw] pikant; venijnig; zwaar (v. taak)
   _piká = [znw] 1. zonde. 2. steek (v. insect). [bnw] zielig; sneu. Ai ta piká! - Ach, wat zielig! Ach, wat jammer!
   _pika-pika = [biol.] kwal
   _pikete = flair
   _piki = oprapen; sprokkelen; piki pieu - muggeziften
   _pikote = knuppel
   _pilar = pilaar; zuil; pijler; steunpilaar [ook fig.] e ta pilar di misa - Hij/zij loopt de kerk plat.
   _píldora = pil
   _pilili = piemel
   _pilon = stamper
   _piloná = aanstampen, aanstampen
   _piloto = piloot; loods;
   _piñata = met klein speelgoed gevulde papieren/kartonnen ballon, opgehangen op kinderfeesten.De kinderen slaan hem kapot om de cadeautjes te krijgen.
   _pinchi = pint (6 dl)
   _pinda = pinda; olienoot(je)
   _pins = tang
   _pinta = tekenen; (kunst)schilderen. pinta mapa - 'n bouwtekening maken. Kos no ta pinta muchu bon p'e. - Het ziet er niet best voor hem uit. E no por want'é ni pintá. - Hij /zij kan hem/haar niet luchten of zien.
   _pinto = in: E ta pinto su tata. - Hij lijkt sprekend z'n vader.
   _pintor = kunstschilder; tekenaar
   _pintoresko = schilderachtig
   _pintura = schilderij; schilderkunst; schilderstuk; het schilderen (van kunst); portret
   _pio = erger, ergst; slechter, slechtst
   _pionero = pionier, voortrekker
   _pip _pipip = piepen
   _pipa = pijp. bula pipa - de dans ontspringen
   _pipita = korrel; pit; teelbal
   _pirata = piraat, zeerover
   _piratería = piraterij, zeeroverij
   _pisa = 1: stappen. 2: wegen
   _pisá = zwaar
   _pishi = [znw] urine, plasje, pis. Pishi di yewa ta danki di mundu. - Ondank is 's werelds loon. pish'i buriko - zwam, paddestoel. pish'i pòrko - vissoort. pish'i waltaka - 'n pietsje regen. we'i pishi - pispot, po. [ww] plassen, urineren, pissen. pishi kama - bedplassen.
   _pisina = zwembad
   _piská = vis. Piská ta muri pa su boka. - Boontje komt om z'n loontje. Pone pushi kuida piská - de kat op 't spek binden.
   _piska = vissen [ook fig.]
   _piskadó = visser
   _piskamento = [znw] het vissen
   _piso = verdieping, etage
   _pispis = bladluis
   _pistola = pistool
   _pita = [znw] agave, sisalplant [ww]toeteren, claxonneren.
   _pitipuá = doperwten
   _pito = claxonstoot, getoeter; piep, gepiep
   _pitra [B.] = toeteren, claxonneren
   _piyama = pijama
   _plachi = plaat. plachi di number - kentekenplaat
   _plafon = plafond
   _plafoná = plafonneren
   _plaga = plaag
   _plaka = geld. plaka largá - kleingeld. plaka gai - twee en een half centstuk. dos plaka - stuiver; kuater plaka - dubbeltje; dies plaka - kwartje. plaka di papel - bankbiljet. splikashon na plaka chikí [C.]/chikito [A.] - volledige tekst en uitleg
   _plakia = verzachten, minderen, tot bedaren brengen.
   _plama = verbreiden; spreiden; verspreiden; zich uitbreiden; neersmijten, laten vallen, omnkieperen. plama fò'i otro - verspreiden; uit elkaar jagen, drijven, spatten. plama na wèrki - in gruzelmenten vallen.
   _plamamento = [znw] het verspreiden; het neersmijten, laten vallen; omkieperen.
   _plan = plan. plan barí - platzak
   _planchi [A.] = koekepan. kai fò'i planchi den kandela. - van de wal in de sloot raken. (C.: panchi)
   _planeta = planeet
   _planetario = [znw] planetarium. [bnw] planetair. órbita planetario - planeetbaan.
   _planetoída = planetoïde , asteroïde
   _plania = plannen. famía planiá - familie planning
   _planiamento = [znw] het plannen maken
   _plano = [znw] vlak; vlakte
   _planta = [znw] 1. fabriek; installatie; centrale. 2. zool. plant'i pía - voetzool. [ww] planten; poten.
   _plantashon = plantage; aanplant
   _plas = id.
   _plasa = plein
   _plasentero = gezellig; prettig; welgevallig
   _plaser = genoegen; plezier; welgevallen.
   _plaso = termijn
   _plástiko = plastisch
   _plat = id.
   _plata = zilver
   _plataforma = platform
   _platero = zilversmid
   _plato = schotel (= maaltijd)
   _playa [S.] = strand
   _Playa = de stad. bai Playa - naar de stad gaan. na Playa - in de stad
   _playero = [znw] stedeling. [bnw] stads.
   _ple = doen alsof; spelen [fig.], fingeren, uithangen [fig.]. ple sabí - de knappe bol uithangen. ple Rotshil - de rijke stinker uithangen. Ple, e ta ple! - Hij doet alsof hij heel belangrijk is.
   _plebisito = plebiscit; volksstemming
   _plècha = pletten, platdrukken, platslaan, platstampen
   _plèchè-plèchè = door plassen stampen; kliederen (in water)
   _plega = vervloeken; onderwerpen (aan boze machten); betoveren
   _plegá = vervloekt; onderworpen (aan boze machten); bedonderd, betoverd, behekst. Plegá bo ta? - Ben je belazerd?
   _pleita = ruzieën, ruzie maken
   _pleitamento = geruzie
   _pleitista = ruziemaker, querulant
   _pleito = ruzie
   _plenchi = plein.
   _plender {stomme e} = plunderen
   _plenipotensiario = gevolmachtigd
   _pleno = vol [fig.]. den pleno konfiansa - in vol vertrouwen
   _ploi = [znw] plooi. [ww] plooien
   _plòk = [znw] stopcontact; stekker. [ww] een stekker in een stopcontact steken. verstoppen; verstopt raken.
   _plousibel {stomme e} = plausibel, aannemelijk
   _pluf = omwoelen
   _plùis = voor de gek houden; bedonderen. Bo sa plùis! - Je kunt me de boel goed bedonderen! Lag'i ta plùis! - Doe niet zo gek!
   _pluma = [znw] veer, pluim. Bo no por ranka pluma fò'i mòrkòi. - Van 'n kale kip kun je geen veren plukken. [ww] veren uitplukken (v. kippen)
   _plural = meervoud
   _pluralidat = pluraliteit; veelvormigheid
   _pluralisá = meervoud maken.
   _pluralisashon = meervoudsvorming
   _pober {stomme e} = [znw] arme; stakker, arme donder. [bnw] arm; armoedig; schamel.
   _pobla = bevolken
   _poblá = bevolkt
   _poblashon = populatie, bevolking
   _pobresa = armoede
   _pòchi = pot
   _poder = macht; sterkte
   _poderá [di] = zich toeëigenen
   _poderoso = machtig
   _podio = podium
   _podisé = misschien, wellicht
   _poesía = poësie; gedicht
   _poeta = dichter
   _pòko-pòko = zachtjes, xacht (praten e.d.); zoetjes; zoetjes aan.
   _pòko = beetje; weinig
   _polako = [znw] Pool. [bnw] pools
   _polarisá = polariseren
   _polarisashon = polarisatie
   _polèchi = kippetje [ook fig.]
   _polémika = polemiek, strijd
   _polémiko = polemisch
   _poliklínika = polikliniek
   _poliklíniko = poliklinisch
   _polis = 1. politie; politieagent, politieman. Ward'i polis - politiebureau. 2. verkeersdrempel
   _pólisa = polis
   _polisial = politie-
   _politik _polítika = politiek
   _politikería = volksverlakkerij
   _polítiko = [znw] politicus; [bnw] politiek
   _polo = pool. polo di nort - Noordpool. polo di sùit - Zuidpool
   _pòls = pols. e ta pòls kibrá[fig.] - hij is van de verkeerde kant.
   _polushon = vervuiling (v. milieu)
   _polvo = kruit
   _pomada = brillantine; haarvet
   _pomp = [znw] pomp; spuit; pomp di gasolin - benzinestation. [ww] pompen; spuiten; kolven.
   _pompa [vulg.] = 1. neuken, naaien. 2. klooien; rotzooien; belazeren. Lag'i ta pompa! - [vulg.] Maak dat je grootje wijs! Bai pompa baka na fierno!Sodemieter op! Lazer op!
   _pompadó [vulg.] = klier , iemand die rotzooit
   _pompamento [vulg.] = geklooi, gerotzooi
   _pònchi = pont, veerboot
   _pone = zetten, plaatsen, leggen; stellen. pone fin na... - 'n einde maken aan ...
   _ponensia = stelling
   _pontifikal = pontifikaal
   _pontífise = pontifice
   _pòpchi = pop. pòpch'i wowo - pupil
   _pòpiyòt = het geluid van een trupial.
   _popular = populair; volks
   _popularidat = populariteit
   _por = kunnen; mogen; (zonder ta). N' ta por mi n' por! - 't is niet dat ik 't niet kan! por of no por... - of je 't kunt of niet... Esun ku por, por. - Wie 't breed heeft, laat 't breed hangen. No por ta!Dat kan niet! N' ta por t'é! - Ik zie 'm er best voor aan!
   _pòrdon = vergiffenis. pidi pordon - vergiffenis vragen
   _pòrdoná = vergeven; vergiffenis schenken
   _pòrdonabel {stomme e} = vergeeflijk
   _poriá = afgemat, gaar [fig.]
   _poria = afmatten, gaar worden [fig.] (door hitte of zon)
   _pòrkería = smeerboel; rotzooi; beestenboel
   _pòrko-ber = beer (= mannelijk varken); viezerik, smeerpoes
   _pòrko = varken. Pòrko sushi ta frega su kurpa na muraya limpi. - De pot verwijt de ketel dat hij zwart is. pòrk'i spina - stekelvarken
   _poron = (aardewerk) kruik; waterkruik.
   _pòrsentahe = percentage
   _pòrta = deur; hek port'i kurá - tuinhek
   _portero = doelman
   _pòrtrèt = foto. saka portrèt - foto's maken. laba portrèt - foto's ontwikkelen
   _pòrtrètá = portretteren, afbeelden
   _pòrtugues = portugees.
   _porvenir [S.] = toekomst.
   _pos = put. chika pos/chupa pos - de put leegpompen. Esun ku yega pos promé, ta bebe awa limpi. - Wie 't eerst komt, die 't eerst maalt.
   _poseé = bezitten
   _poseshon = bezit
   _posibel {stomme e} = [bnw] mogelijk
   _posibilidat = mogelijkheid
   _posishon = positie; stand; [mil.] stelling
   _posishoná = positioneren; posteren
   _positibismo = positievisme
   _positibista = [znw] positivist; [bnw] positivistisch
   _positibo = positief
   _pòst = [znw] post. [ww] posten. pòst un karta[fig.] - 'n grote boodschap doen.
   _pòstema = abces
   _pòsterior = later, volgend op
   _posteriormente = nadien, achteraf
   _pòstponé = uitstellen
   _pòstponemento = uitstel
   _postre [S.] = nagerecht
   _pòstulá = postuleren, stellen; kandidaatstellen.
   _pòstulashon = stelling; kandidaatstelling.
   _pòstura = postuur; houding
   _potensia = potentie, kunde; kracht; weerbaarheid
   _potensial = potentiëel
   _potente = sterk; krachtig; flink; machtig; weerbaar; kundig; potent
   _poti = beker
   _pòtlot = potlood
   _pòtmòni [C.] = portemonnee; (A. kartera)
   _potoshi = rommel, rotzooi, troep
   _pousa = [znw] pauze. [ww] pauzeren
   _pouwis = pauw
   _PPA = Partido Patriótico Arubano = Arubaanse politieke partij
   _praktiká = in praktijk brengen; oefenen, praktizeren
   _práktika = praktijk; pèrdè práktika - verleren
   _praktikamente = [bw] praktisch; zo goed als.
   _práktiko = praktisch
   _preba = met de mond vol tanden staan; sprakeloos zijn. de mond houden; zwijgen
   _prebalesé _prevalesé = prevaleren; overheersen, de overhand hebben over
   _predesesor = voorganger, voorloper
   _predestiná = voorbeschikken
   _predestinashon = predestinatie, voorbeschikking
   _prediká = preken, prediken
   _predikado = predikaat; [gram.] gezegde
   _predikadó = preker; predikant; prediker
   _predikashi = preek
   _predikshon = voorspelling
   _predominansia = predominantie, overheersing
   _predominante = predominant, overheersend
   _predominantemente = overwegend
   _prefabriká = [ww] prefabriceren. [bnw] prefab, geprefabriceerd
   _preferá = verkiezen; de voorkeur geven aan; liever hebben, liever doen.
   _preferensia = voorrang, voorkeur
   _preferensial = voorrangs-. kaminda preferensial - voorrangsweg
   _preferibel {stomme e} = bij voorkeur; liever
   _prefiho = voorvoegsel
   _pregnante = zinrijk; betekenisvol.
   _pregunta = vraag (om 'n antwoord). hasi pregunta - vragen stellen
   _prehistoria = voorgeschiedenis, prehistorie
   _prehistóriko = prehistorisch, voorwereldlijk
   _preis = prijs
   _prek = preken
   _prekario = precair; benard; zorgelijk.
   _prèkè = veiligheids speld
   _prekoushon = voorzorg. komo prekoushon - uit voorzorg. medidanan di prekoushon - voorzorgsmaatregelen
   _prekstul = preekstoel; katheder
   _prelado = prelaat
   _preliminario = voorlopig
   _prematuro = prematuur; voortijdig; voorbarig
   _premeditá = voorbedacht. asesinato premeditá - moord met voorbedachten rade
   _premia = premiëren, een prijs stellen op
   _premio = prijs; premie
   _premirá = [ww+bnw] voorzien; van te voren zien/gezien
   _prenchi = prentje; bidprentje
   _prenda = sierraad
   _prens = prins
   _prensa = pers
   _prensesa = prinses
   _preokupá = [ww] ongerust zijn, bezorgd zijn, zich zorgen maken; verontrusten. [bnw] bezorgd, ongerust
   _preokupante = zorgelijk; zorgwekkend; verontrustend
   _preokupashon = bezorgdheid, ongerustheid; verontrusting; zorg
   _prepará = [ww] klaar maken; voorbereiden, toebereiden. [bnw/bw] klaar; paraat.
   _preparashon = voorbereiding, toebereidselen
   _preparatorio = voorbereidend
   _preposishon = voorzetsel
   _prerogatibo = prerogatief
   _près = persen
   _presbiterio = [rkk] priesterkoor
   _presedé = voorafgaan
   _presedente = precedent; voorafgaand
   _presensia = aanwezigheid, tegenwoordigheid
   _presensiá = aanwezig zijn, bijwonen
   _presentá = 1. (zich) presenteren, (zich) vervoegen, (zich) begeven naar; (zich) vertonen; opkomen, verschijnen. 2. opvoeren; uitvoeren; weergeven.
   _presentabel {stomme e} = presentabel; toonbaar
   _presentashon = presentatie; opvoering, uitvoering; vertoning; opkomst
   _presente = aanwezig; present; tegenwoordig
   _presentimento = voorgevoel
   _preserbá _preservá = preserveren; verduurzamen; behouden; voorbehouden
   _preserbashon _preservashon = preservering; verduurzaming; het behouden
   _preshon = pressie; druk. preshon di sanguer - hoge bloeddruk
   _presidensia = voorzitterschap
   _presidente = president, voorzitter
   _presidí = presideren, voorzitten
   _presidio = presidium
   _presiosidat = iets schitterends; iets dierbaars; iets edels; iets kostbaars
   _presioso = dierbaar; edel; schitterend; kostbaar
   _presisamente = [bw] juist; net; precies
   _preskribí = voorschrijven
   _preskripshon = voorschrift; recept
   _presta = 1. verlenen; presteren. 2. lenen
   _préstamo = lening
   _prestashon = prestatie; het verlenen
   _prestigio = prestige
   _prestigioso = prestigieus; precieus
   _presuponé = vooronderstellen
   _presuposishon = vooronderstelling
   _presupuestá = begroten
   _presupuesto = begroting, budget
   _prèt = leuk; grappig. un kos prèt - iets leuks. E kos prèt ta, ... - het leuke is, ...
   _pretá = benard, beklemd; strak (v. kleding e.d.)
   _preteksto = voorwendsel; uitvlucht, dekmantel
   _pretendé = pretenderen; voorgeven, voorwenden
   _pretendiente = pretendent
   _pretenshon = pretentie
   _pretu = zwart. pretu-pretu - pikzwart
   _prevení = voorkómen; verhinderen; verijdelen. Prevení ta bal mas ku kura. - Voorkómen is beter dan genezen.
   _prevenibel {stomme e} = te voorkomen; te verhinderen; te verijdelen.
   _prevenshon = preventie; voorkoming; verhindering; wering.
   _preventibo = preventief
   _previamente = vooraf, voorafgaand; eerst
   _previo = vooraf; voorafgaand; van tevoren. sin previo aviso - zonder voorafgaande kennisgeving.
   _prewisio = vooroordeel. sin prewisio - onbevooroordeeld
   _prezo = gevangene
   _Prikibos = Parkietenbos (Aruba)
   _prikichi = maisparkiet; dwergpappegaai
   _prima = nicht (dochter van oom of tante), (zie: primo)
   _primavera (S.) = lente
   _primi = drukken [op], uitdrukken, in elkaar drukken.
   _primintí = beloven; toezeggen
   _primintimento = [znw] het beloven; belofte
   _primisia = primeur
   _primitibo = primitief
   _primo = neef; nicht [kind van oom/tante]. Primo ku primo ta primi. - Neef en nicht, vrijt licht.
   _priñá [vulg.] = zwanger
   _priña [vulg.] = zwanger maken
   _prinsipal = [bnw] voornaamste, hoofd-. [znw] penis
   _prinsipio = principe; begin; beginsel. di prinsipio - principiëel
   _prioridat = prioriteit; voorrang
   _priva = (zich) ontzeggen; ontberen
   _privá = 1. privé, particulier. 2. in: ta privá di - ontberen
   _privasidat = privacy
   _privilegiá = [ww] privileges verschaffen. [bnw] gepriviligiëerd
   _privilegio = privilege; vorrecht
   _prizon = gevangenis
   _prizonero = gevangene
   _proba = [znw] bewijs; [ww] bewijzen, uitwijzen
   _probabel {stomme e} = waarschijnlijk; vermoedelijk
   _probabelmente = [bw] waarschijnlijk
   _probabilidat = waarschijnlijkheid
   _probechá = profiteren; voordeel behalen/trekken
   _probechadó = profiteur; uitzuiger
   _probecho = profijt; voordeel. Bon probecho! - Dat het U bekome! (na de maaltijd)
   _probechoso = profijtelijk; voordelig
   _problema = probleem, vraagstuk
   _problemátiko = [znw] problematiek. [bnw] problematisch
   _produkshon = productie
   _produktibidat = productiviteit
   _produktibo = productief; winstgevend.
   _produkto = produkt
   _produktor = producent
   _produsí = produceren; voortbrengen
   _profano = profaan
   _profesá = belijden
   _profeshon = professie; beroep; vak
   _profeshonal = professioneel; vakbekwaam
   _profeshonalismo = professionalisme; vakbekwaamheid
   _profeta = profeet
   _profetisá = profeteren
   _profugo = [znw] voortvluchtige. [bnw] voortvluchtig.
   _profundisá = (zich) verdiepen
   _profundisashon = verdieping; het zich verdiepen in
   _profundo = diep, diepgaand
   _programa = programma
   _programá = programmeren
   _programashon = programmering
   _progresá = vooruit gaan, vorderen
   _progresibidat = progressiviteit, vooruitstrevendheid
   _progresibo = progressief, vooruitstrevend
   _progreso = vooruitgang, voortgang, vordering
   _prohibí = verbieden
   _prohibishon = verbod. saka un prohibishon - een verbod uitvaardigen
   _próhimo = naaste, evennaaste. Ku e bara ku bo ta midi bo próhimo, Dios lo midí bo. - Met de maat waarmee ge meet, zult ge gemeten worden.
   _proklamá = proclammeren, afkondigen; verkondigen
   _proklamashon = proclamatie, afkondiging; verkondiging
   _prokreá = (zich) voortplanten
   _prokreashon = voortplanting
   _próksimo = eerstvolgend
   _prokuradó = procureur
   _proletariado = proletariaat
   _proletario = [znw] proletariër. [bnw] proletarisch
   _proliferá = prolifereren, verspreiden
   _proliferashon = proliferatie, verspreiding
   _prólogo = proloog; voorwoord
   _prolongá = prolongeren, verlengen
   _prolongashon = prolongatie, verlenging
   _promé = 1. eerst(e). 2. vooraf; promé ku - vóór [v. tijd]; promé ku mañan - vóór morgenb.
   _promèntè = peper
   _promenton = paprika. nanish'i promenton - mopneus
   _promesa = belofte, gelofte; toezegging
   _prometedó = veelbelovend
   _prominente = prominent, toonaangevend; vooraanstaand
   _promiskuidat = promiscuïteit
   _promiskuo = promiscu
   _promoshon = promotie; bevordering
   _promové = bevorderen, promoveren
   _pronk = showen. kana pronk - flaneren
   _pronkia = pronken
   _pronkstùk = pronkstuk, sierstuk
   _pronomber {stomme e} = voornaamwoord. pronomber demonstratibo - aanwijzend voornaamwoord. pronomber indefinido - onbepaald voornaamwoord. pronomber interogatibo - vragend voornaamwoord. pronomber personal - persoonlijk voornaamwoord. pronomber relatibo - betrekkelijk voornaamwoord.
   _pronostiká = voorspellen
   _pronóstiko = prognose; voorspelling. pronóstiko di tempo - weerbericht
   _pronto _prontu = overhaast; te snel; prompt; coulant; voortvarend; binnenkort. por lo pronto[S.] - voorlopig; voorshands
   _pronunsiá = uitspreken
   _pronunsiashon = uitspraak
   _pròp = prop
   _propagá = propageren, bevorderen, uitdragen; voortplanten
   _propagandá = propageren
   _propaganda = reklame; propaganda
   _propagashon = bevordering; voortplanting
   _propiedat = eigendom
   _propietario = eigenaar
   _propina = fooi, tip
   _propiná = toebrengen
   _propio = eigen; zelf.
   _proponé = voorstellen, aandragen; stellen; zich voornemen
   _proporshon = proportie, verhouding. Fuera di tur proporshon - buiten alle proporties.
   _proporshonal = proportioneel, evenredig; verhoudings-. representashon proporshonal - evenredige vertegenwoordiging.
   _proporshonalmente = naar verhouding
   _propos = stikdonker
   _proposishon = stelling; voorstel; aanbod; aanzoek
   _propósito = voornemen
   _propulsá = voortbewegen; aandrijven; stuwen, voortstuwen
   _propulshon = voortstuwing; stuwkracht; voortbeweging. fòrsa di propulshon - stuwkracht
   _prosedente (di) = afkomstig (uit)
   _prosedimento = handelwijze, procedure
   _prosedura = procedure
   _prosesá = verwerken
   _prosesamento = verwerking
   _proseshon = processie; omgang; optocht; stoet
   _proseso = proces [niet juridisch!]
   _prosperá = voorspoed hebben; floreren
   _prosperidat = voorspoed; welstand.
   _próspero = voorspoedig
   _prostituá = prostitueren
   _prostitushon = prostitutie
   _prostituta = prostituée
   _protehá = beschermen
   _protekshon = protectie, bescherming
   _protektor = beschermer
   _protesta = protest
   _protestá = protesteren; (tegen)sputteren
   _protestante = protestant
   _proveé = voorzien (ku - in/van); leveren
   _proverbial = spreekwoordelijk
   _proverbio = spreekwoord
   _providensia = voorzienigheid
   _provishon = provisie; voorraad; voorziening. provishonnan sosial - sociale voorzieningen
   _provoká = provoceren; uitlokken
   _provokashon = provocatie; uitlokking
   _proyekshon = projectie
   _proyektá = projecteren
   _proyektil = projectiel
   _proyekto = project
   _prudensia = voorzichtigheid
   _prudente = prudent; voorzichtig
   _prueba = proef(neming). prueba di sanguer - bloedproef
   _pruga = vlo. kòi pruga - vlooien. merkado di pruga - vlooienmarkt
   _prùim = pruim
   _publiká = publiceren; uitgeven
   _publikashon = publikatie
   _públiko = [znw] publiek. [bnw] publiek, openlijk, openbaar
   _publisidat = publiciteit
   _pudin {ng} = pudding
   _pueblo = 1. volk. 2. dorp. den bok' i pueblo - in de volksmond. Juan Pueblo - Jan met de Pet; Jan Boezeroen
   _puente [S.] = brug
   _pues [S.!] = dus
   _puesta = in de uitdrukking: bam puesta! - zullen we 'ns wedden!
   _puesto = positie, post, ambt; standplaats
   _pui = punt; top, piek
   _puiru = [znw] poeder; [ww] poederen, poeieren
   _pul [E.] = trekken
   _pulèchi = kippetje [ook fig.]
   _pulewé = ploeteren; (zich) uitsloven
   _pulmon = long
   _pulmonía = longontsteking
   _pulushi = oer-vervelend
   _puña = toespeling; steek onder water; hatelijkheid. tira puña - steken onder water geven
   _puñal = dolk
   _punchero = (kleine) wasbak
   _punta = punt; stip.
   _puntá = spits
   _punto = punt (waarderings-). puntodi bista - standpunt. punto di salida - aanknopingspunt; uitgangspunt. en punto - precies (v. tijd)
   _puntra = vragen (om een antwoord) (pa - naar/om); puntra ... - Vraag het maar aan ... No puntrá mi! - Weet ik veel!
   _puntual = punctueel, stipt, prompt
   _puntualidat = punctualiteit, stiptheid
   _pupu = [znw] poep. [ww] poepen
   _purá = [znw] haast; den purá - haastig, vluchtig. Ki purá bo tin? - Waarom heb je zo'n haast? [bnw+bw] haastig; vluchtig.
   _pura = zich haasten, haast maken, voortmaken. Pura! - Schiet op!
   _purba = proberen; proeven.
   _Puresa = reinheid, zuiverheid
   _purga = vlo. merkado di purga - vlooienmarkt. (zie ook: pruga).
   _purgashi = darmspoeling
   _purgante = purgeermiddel; laxeermiddel
   _purgatorio = vagevuur
   _purifiká = zuiveren, reinigen
   _purifikashon = zuivering, reiniging
   _puro = zuiver, rein
   _pursi = in: di pursi - trouwens; inderdaad
   _pursiguí = achtervolgen; vervolgen
   _puru = puur; zuiver; rein
   _purun = (drink)kruik
   _purunchi = sproet. yen di purunchi - sproetig
   _püs [C.] = paars; (A.: biña)
   _pus = etter
   _pusha = duwen, stoten; doordrijven, doordrukken; aanwakkeren, aanduwen. pusha palo bou kandela - olie op het vuur gooien.
   _pushamento = geduw, gestoot
   _pushi = 1. poes, kat; pone pushi kuida piská - de kat op het spek binden. Pushi chikito sa nister duru. - Kleine potjes hebben grote oren. 2. kut.
   _puspas [C.] = soort pap
   _pusta = 1. wedden om, verwedden. Mi ta pustá bo dies florin, ... - Ik wed met je om tien gulden, ... 2. een verboden autorace houden op de openbare weg.
   _puta = hoer
   _putia = hoereren. yiu putiá[vulg.] - buitenechtelijk kind
   _putrí = rot, verrot. putrí di plaka - stinkend rijk
   _putri = rotten, verrotten.
   _puya = [znw] scheet, wind. [ww] scheten, winden laten
   _puyito = kuiken

   _queda [S.] = in: toque de queda - avondklok, spertijd.


   _rabia = [znw] verbolgenheid; boosheid, woede. baha su rabia riba un hende - zijn woede op iemand koelen. [ww] boos worden
   _rabiá = boos; kwaad; verbolgen.
   _rabo = staart. rabo doblá[fig.] - met de staart tussen de benen. Su rabo a krel. - Hij/zij is op z'n/haar teentjes getrapt. maísh'i rabo - tarwe. wes'i rabo - staartbeen; stuitje.
   _radiashon = straling
   _radikal = radikaal
   _radikalismo = radikalisme
   _radio = radio. skucha radio - naar de radio luisteren.
   _radioaktibo = radioacdtief
   _radioaktividat = radioactiviteit
   _radiografía = radiografie
   _radiográfiko = radiografisch
   _radiología = radiologie
   _radiólogo = radioloog
   _raf = raaf
   _ráfaga = windstoot
   _rafañá = [ww] rafelen; [bnw] gerafeld
   _rahá = verstokt; door en door; overtuigd. un protestant rahá - 'n rasechte protestant.
   _raís (C.) = wortel; [gram.] stam
   _rama = [palm-, familie- e.d.] tak. Diadomingo di rama - Palmzondag
   _ramifiká = zich vertakken
   _ramifikashon = vertakking
   _ramo = branche; gebied, terrein [fig.]
   _rancho = 1. (kampeer)hut; 2. manège.
   _rango = rang
   _ranka = [znw] rank. [ww] rukken, trekken, uittrekken. ranka djente - tanden trekken
   _ranká = ruk; 'n zware dobber. 'n lange werkdag. el a haña un bon ranká. - hij/zij/het heeft lang en zwaar tgewerkt. (ook van apparaten, machines e.d.)
   _rans = ranzig
   _rant = rand
   _rapides = snelheid
   _rápido = snel
   _rapòrt = rapport
   _rapòrtá = rapporteren
   _rar = [znw] raar gevoel. [bnw] raar.
   _raramente = zelden.
   _raro = zeldzaam
   _rasa = ras. mala rasa - gevaarlijke mensen
   _rasenchi = rozijn
   _rashonabel {stomme e} = redelijk
   _rashonal = rationeel, redelijk
   _rashonalismo = rationalisme
   _rashonalista = [znw] rationalist; [bnw] rationalistisch
   _rashonalmente = redelijkerwijs
   _rasismo = racisme
   _rasista = [znw] racist . [bnw] racistisch
   _raská = kras; schram; haal; schaafwond.
   _raska = krassen; schrammen; krabben
   _rason = reden; gelijk. tin rason - gelijk hebben
   _rasoná = redeneren, beredeneren
   _rasonabel {stomme e} = redelijk, aannemelijk
   _rasonamento = redenatie, beredenering, het redeneren
   _raspa = [znw] rasp; schaaf. [ww] raspen; schuren; schrapen; schaven
   _raspá = geraspt. kla i raspá - klip en klaar.
   _raspou = schaafijs
   _ratifiká = ratificeren
   _ratifikashon = ratificatie
   _rato = ogenblik. Warda un rato! - Wacht even! rato-rato - af en toe
   _raton = muis. raton di anochi - vleermuis. saka raton - nafeesten
   _ratu = (zie: rato)
   _ravotiá = ravotten
   _raya = 1. doorstrepen, uitstrepen. 2. royeren. keda rayá - geroyeerd worden.
   _rayamento = 1. doorstreping, uitstreping. 2. royement
   _rayo = straal; streep
   _razo _razu = razend, woedend
   _reakshon = reactie
   _reakshoná = reageren
   _reaktibá = reactiveren
   _reaktibashon = reactivering
   _real = 1: werkelijk. 2: vorstelijk; koninklijk. Su Altesa Real - Zijne/Hare Koninklijke Hoogheid
   _realidat = werkelijkheid. den realidat= eigenlijk; feitelijk. en realidat[S.] - eigenlijk.
   _realisá = 1. beseffen, realiseren; zich rekenschap geven; 2. verwezenlijken
   _realisabel {stomme e} = verwezenlijkbaar
   _realisashon = 1. besef, realisering; 2. verwezenlijking; vervulling
   _realismo = realisme, werkelijkheidszin
   _realista = [znw] realist; [bnw] realistisch
   _realístiko = realistisch
   _realse = luister, nadruk
   _reanimá = reanimeren
   _reanimashon = reanimatie
   _reanudá = hervatten
   _reanudashon = hervatting
   _reapertura = heropening
   _rearmá = herbwapenen
   _rearmamento = herbewapening
   _rebahá = verlagen [ook fig.]; rebahá su mmes - zich verlagen
   _rebaho = verlaging
   _rebalidá _Revalidá = revalideren
   _rebalidashon _revalidaishon = revalidarie
   _rebchi = rib
   _rebelá _revelá = onthullen; openbaren
   _rebelashon _revelashon = onthulling; openbaring
   _rebèlde = [znw] rebel, oproerkraaier, opstandeling. [bnw] oproerig; rebels.
   _rebeldiá = in opstand komen
   _rebeldía = oproer, opstand
   _rebibá = herleven; opleven
   _rebisá _revisá = reviseren; bijwerken
   _rebishon _revishon = revisie
   _rebista _revista = tijdschrift
   _reboká _revoká = herroepen
   _rebokabel _revokabel {stomme e} = herroepbaar
   _rebokamento _revokamento = herroeping
   _rebolushon _revolushon = revolutie; omwenteling; omloop (van hemellichamen).
   _rebolushonario _revolushonario = [znw+bnw] revolutionair
   _rechá = belazerd [plat]
   _rechasá = verwerpen, afwijzen
   _rechasabel {stomme e} = verwerpelijk
   _rechaso = verwerping, afwijzing
   _record [E.] = record
   _reda = [znw] net, visnet. [ww] verklappen. B'a redá bo! - Je hebt jezelf verraden! Ik heb je door!
   _redakshon = redactie
   _redaktá = redigeren
   _redaktor = redacteur
   _redashi = roddel
   _redenshon = verlossing (door Christus)
   _redentor = verlosser; Zaligmaker.
   _redo _redu = roddel. Nan ta bas di redo. - het zijn eerste klas roddelaars.
   _redoblá = verdubbelen
   _redoblamento = verdubbeling
   _redoblashon = verdubbeling
   _redukshon = reductie, verlaging, vermindering, verkleining
   _redusí = reduceren, verlagen, verminderen, verkleinen
   _reeduká = heropvoeden
   _reedukashon = heropvoeding
   _reemplasá = vervangen; wisselen, verwisselen; waarnemen
   _reemplasabel {stomme e} = vervangbaar
   _reemplasante = waarnemer, (plaats)vervanger
   _reemplaso = vervanging, waarneming
   _reenkarná = reïncarneren
   _reenkarnashon = reïncarnatie, zielsverhuizing
   _ref = rif
   _referendo = referendum, volksraadpleging.
   _referensia = verwijzing, referentie
   _referí = verwijzen (na - naar)
   _refiná = raffineren, verfijnen
   _refinería = raffinaderij
   _reflehá = weerspiegelen, weerkaatsen.
   _refleho = reflex, weerkaatsing, weerspiegeling, weerschijn.
   _reflekshon = 1. afspiegeling, weerspiegeling, weerschijn, weerkaatsing,terugkaatsing. 2. bezinning
   _reflekshoná = zich bezinnen
   _refleksibo = reflexief, wederkerend
   _reflektá = 1. afspiegelen, weerspiegelen, weerkaatsen, terugkaatsen. (zich) bezinnen
   _reforestá = herbebossen
   _reforestamento = herbebossing
   _Reformá = hervormen
   _Reformashon = hervorming; reformatie
   _reformatorio = reformatorisch
   _reforsá = sterken, versterken
   _refrakshon = (licht)breking
   _refreská = (zich) verfrissen, opfrissen; verversen
   _refreskería = frisdrankzaak
   _refresko = frisdrank; verfrissing
   _refrigerá = koelen
   _refrigeradó = koeler; koelkast
   _refrigerashon = koeling
   _refugiá = schuilen, vluchten
   _refugiado = vluchteling
   _refugio = vluchtoord, toevluchtsoord, schuilplaats
   _refutá = weerleggen, weerspreken, aanvechten
   _refutabel {stomme e} = aanvechtbaar, weerlegbaar
   _refutashon = weerlegging
   _regalá = schenken, cadeau doen
   _regalo = geschenk, cadeau
   _régimen = regime
   _region = gebied, streek
   _regional = regionaal; streek-
   _registrá = [ww] registreren; aantekenen [v. post]. [bnw] geregistreerd; aangetekend [v. post]
   _registrashon = registratie
   _registro = register. registro elektoral - kiesregister. registro sivil - burgerlijke stand
   _regla = [znw] 1. regel. 2. menstruatie. [ww] regelen
   _reglamentá = reglementeren
   _reglamentario = reglementair
   _reglamentashon = reglementering
   _reglamento = reglement
   _regresá = terugkeren, terugkomen; achteruitgaan
   _regreso = terugkeer , terugkomst
   _règt = rechtop
   _regulá = reguleren
   _reguladó = regulateur; regelaar
   _regular = regelmatig
   _regularidat = regelmaat
   _regularisá = regulariseren
   _regularisashon = regularisatie
   _regularmente = [bw] regelmatig
   _regulashon = regeling, regulering
   _rehabilitá = rehabiliteren, revalideren
   _rehabilitashon = rehabilitatie, revalidatie
   _rei = [znw] 1: rij. 2: koning. [ww] raden
   _reimu = ruim; rekbaar [fig.]. un nifikashon reimu - een rekbaar begrip
   _reina = [znw] koningin. [ww] heersen
   _reino = rijk, koninkrijk
   _reis = [znw] wortel. [ww] rijzen
   _rèk = gaan liggen; strekken; rekken, spannen. rèk un rato - 'n tukje doen
   _rek = rekenen
   _rekaída = terugval; terugslag
   _rekalkulá = herberekenen
   _rekalkulashon = herberekening
   _rekalsitrante = recalcitrant; weerspannig; opstandig
   _rekapasitá = herscholen, heropleiden
   _rekapasitashon = herscholing, heropleiding
   _rekapitulá = recapituleren; opnieuw doornemen, op een rijtje zetten.
   _rekapitulashon = recapitulering; het opnieuw doornemen
   _rekerí = vergen; vereisen; benodigd zijn; nodig hebben
   _rèki = [znw] rek
   _rekisito = vereiste, benodigdheid. rekisitonan - rekwisieten
   _rekobrá = terug krijgen; herstellen; herwinnen; inlopen. rekobrá fòrsa - aansterken
   _rekogé = ophalen, inzamelen, verzamelen
   _rekogemento = inzameling, verzameling; het inzamelen, verzamelen
   _rekomendá = aanbevelen, aanprijzen
   _rekomendabel {stomme e} = aanbevelenswaard(ig), aan te bevelen
   _rekomendashon = aanbeveling, aanprijzing
   _rekompensá = belonen; vergoeden
   _rekompensa = beloning; vergoeding
   _rekonkistá = heroveren
   _rekonkista = herovering
   _rekonosé = erkennen; herkennen; terug kennen; onderkennen.
   _rekonosemento = erkenning; herkenning
   _rekonsiderá = heroverwegen; herzien, terugkomen op [beslissing, mening, e.d.]; (zich) herbezinnen
   _rekonsiderashon = heroverweging
   _rekonsiliá = verzoenen, zich verzoenen
   _rekonsiliashon = verzoening
   _rekonstruí = reconstrueren; verbouwen; ombouwen
   _rekonstrukshon = reconstructie; verbouwing
   _rekordá = (zich) herinneren
   _rekordatorio = herinnering; aanmaning
   _rekòrte = knipsel; krantenknipsel
   _rekoudá = werven, inzamelen
   _rekoudashon = werving, inzameling. rekoudashon di fondo - fondsenwerving
   _rekreá = recreëren
   _rekreashon = recreatie, ontspanning; herschepping
   _rekrutá = recruteren, werven, aanwerven
   _rekrutamento = recrutering; werving; aanwerving
   _rekruto = recruut
   _rektangular = rechthoekig
   _rektángulo = rechthoek
   _rektifiká = rechtzetten, rectificeren
   _rektifikashon = rechtzetting, rectificatie
   _rekto = rechtschapen
   _rekuerdo = herinnering, aandenken, nagedachtenis; souvenir
   _rekuperá = herstellen, zich herstellen; op z'n verhaal komen, er weer bovenop komen
   _rekuperabel {stomme e} = herstelbaar; verhaalbaar
   _rekuperashon = herstel. fòrsa di rekuperashon - veerkracht
   _rekurí = zijn toevlucht nemen (na - tot)
   _rekurso = bron, hulpbron, redmiddel
   _rel = [znw] rilling, griezeling, kriebels. haña rel - de kribels krijgen. duna un hende rel - iemand de kriebels geven. [ww] rillen, griezelen.
   _relahá = (zich) ontspannen; versoepelen; verslappen.
   _relahashon = ontspanning
   _relashon = betrekking, relatie; verband. tin relashon ku - 'n (seksuele) relatie hebben met
   _relashoná = [ww] betrekken (ku - op); in verband brengen (ku - met); [bnw] betrekking hebbend ( - op); met betrekking (ku - tot); in verband (ku - met)
   _relashonista = in: relashonista públiko - public relations functionaris
   _relatá = verhalen, vertellen, verslaan.
   _relatibá = relativeren
   _relatibidat = relativiteit
   _relatibismo = relativisme
   _relatibo = relatief, betrekkelijk
   _relato = verslag; relaas. relato anual - jaarverslag
   _relieve [S.] = reliëf
   _religion = godsdienst, religie
   _religioso = . [znw] geestelijke; religieuse. [bnw] godsdienstig, religieus
   _relikia = relikwie
   _rema = roeien
   _remadó = roeier
   _remarká = opmerken
   _remarka = opmerking; aanmerking. bini na remarka pa - in aanmerking komen voor
   _remarkabel {stomme e} = opmerkelijk
   _remata = in: di remata - holderdebolder. loko di remata - knettergek. sokete di remata - oerstom.
   _remedi = medicijn(en), geneesmiddel. bebe remedi - medicijnen innemen. remedi di tera - huismiddeltjes
   _remediá = herstellen; verhelpen; opknappen
   _remedia = remedie
   _remediabel {stomme e} = herstelbaar; te verhelpen
   _rementá = barsten; ontploffen; uit elkaar springen; mi kabes ta rementá. - Ik verga van de hoofdpijn.
   _remetido = ingezonden stuk
   _remodelá = hervormmen; omvormen; vervormen
   _remodelashon = hervorming; vervorming
   _remordimento = wroeging
   _renbak = regenbak
   _renbó _renbog = regenboog
   _renchi = ring. rench'i dede - ring (aan de vinger). rench'i horea - oorbel(len). rench'i kasamento, rench'i matrimonio - trouwring. rench'i kompromiso - verlovingsring
   _rendabel {stomme e} = rendabel
   _rende = renderen, opleveren
   _rendimento = rendement
   _renegá = afvallen [v. geloof]
   _renegado = afvallige
   _renkor = rancune ; wrok; wrevel.
   _renobá = renoveren, hernieuwen; [paspoort e.d.] verlengen
   _renobashon = renovatie, hernieuwing; [paspoort e.d.] verlenging
   _renomber = reputatie, faam, bekendheid
   _renombrá = bekend (van naam en faam)
   _rèns = kribbig, pinnig, gepikeerd, stuurs
   _renunsiá = verwerpen, afstand doen, verzaken, zich terugtrekken, opgeven, afzweren, verloochenen
   _renunsiamento = verwerping, verzaking, terugtrekking
   _reorganisá = reorganiseren
   _reorganisashon = reorganisatie
   _repará = repareren
   _reparashon = reparatie
   _repartí = herverdelen, herindelen
   _repartishon = herverdeling, herindeling
   _repasá = herzien, opnieuw bezien; repasseren, repeteren, herlezen, (opnieuw) doornemen, doorlezen.
   _repatriá = repatriëren
   _repatriashon = repatriëring
   _repentino = plots, plotseling
   _reperkushon = repercussie
   _repertorio = repertoire
   _reportahe = reportage
   _reportero = verslaggever
   _reposá = rusten, opgebaard worden (v. overledene)
   _represaya = represaille; tuma represaya kontra un hende - iemand iets vergelden
   _representá = representeren; vertegenwoordigen; weergeven.
   _representabel {stomme e} = representabel; toonbaar
   _representante = vertegenwoordiger; afgevaardigde. representante di pueblo - volksvertegenwoordiger.
   _representashon = vertegenwoordiging; afvaardiging. representashon di pueblo - volksvertegenwoordiging
   _representatibo = representatief
   _represhon = repressie, onderdrukking
   _represibo = repressief, onderdrukkend
   _reprimanda = reprimande
   _reprimí = onderdrukken
   _reprochá = verwijten
   _reprochabel {stomme e} = verwijtbaar
   _reproche = verwijt
   _reprodukshon = reproductie
   _reprodusí = reproduseren; weergeven.
   _repúblika = republiek
   _republikano = republikein(s)
   _repudiá = verwerpen, verstoten, afwijzen, niet (meer) erkennen
   _repudiabel {stomme e} = verwerpelijk
   _repugnansia = weerzin.
   _repugnante = weerzinwekkend, afzichtelijk, schandelijk, stuitend
   _reputashon = reputatie
   _Res = reuzel
   _resa = bidden
   _resadó = bidder
   _resake [C.] = deining. (A.: lebamento)
   _resaltá = eruit springen [fig.]; uitblinken
   _resamento = [znw] bidden, gebedsdienst
   _resensente = recensent
   _resensiá = recenseren
   _resensia = recensie
   _resensiá = recenseren
   _resepshon = receptie
   _resepshonista = receptionist(e)
   _reserbá _reservá = [ww] 1. reserveren, boeken, plaatsbespreken. 2. achterhouden; aanhouden; voorbehouden; bewaren. [bnw] gereserveerd; terughoudend
   _reserba _reserva = reserve; voorbehoud
   _reserbashon _reservashon = reservering, boeking, plaatsbespreking
   _reseshon = recessie, achteruitgang
   _reseta = recept
   _rèsh = uitslag [op huid].
   _reshèrsh = recherche; rechercheur
   _resibo = bon, reçu, kwitantie
   _residensia = residentie, woning
   _residensiá = resideren, verblijven; verblijf houden.
   _residente = ingezetene
   _residí = zetelen.
   _residibista _residivista = recidivist
   _resiente = recent
   _resigná = berusten
   _resignashon = berusting
   _resiklá = recycleren
   _resiklabel {stomme e} = recycleerbaar
   _resiklahe = recycling
   _resíproko = wederkerig
   _resiprosidat = wederkerigheid
   _resistensia = verzet, weerstand, tegenstand
   _resistente = resistent; houdbaar; weerbarstig; weerstand biedend
   _resistí = weerstaan; weerstand bieden; zich verzetten; tegenspartelen; tegenstribbelen.
   _resitá = reciteren, opzeggen, voordragen
   _resitashon = voordracht, declamatie.
   _reskatá = redden (van ondergang)
   _reskate = redding (van ondergang)
   _resolushon = resolutie, oplossing; vastberadenheid
   _resoluto = resoluut, vastberaden
   _resolvé = oplossen
   _resoná = klinken; weerklinken; resonneren; schallen; weergalmen; weerkaatsen.
   _resonansia = resonantie; weerkaatsing.
   _resonante = resonant; schallend; weerkaatsend
   _respaldá = steunen, ruggesteunen
   _respaldo = ruggesteun
   _respektibamente _respektivamente = respectievelijk
   _respektibo _respektivo = respectief
   _respetá = respekteren, achten
   _respetabel {stomme e} = respektabel, achtbaar, achtenswaard(ig)
   _respirá = adem halen
   _respirashon = ademhaling. respirashon artifisial - kunstmatige ademhaling
   _respiratorio = ademhalings-
   _resplandesé = schitteren
   _respondé = verantwoorden; beantwoorden [ook fig.]
   _respondi = boodschap [= mededeling om door te geven]
   _respons = absoute
   _responsabel {stomme e} = verantwoord; verantwoordelijk; aanspraqkelijk; toerekenbaar. tene responsabel - verantwoordelijk stellen.
   _responsabilidat = verantwoordelijkheid; aansprakelijkheid; toerekenbaarheid
   _responsabilisá = verantwoordelijk houden/stellen
   _responsorial = beantwoordend; beantwoording. salmo responsorial - psalm met antwoord refrein
   _respu = [znw] boer; oprisping. [ww] boeren; oprispen.
   _resta = resteren, aftrekken
   _restituí = restitueren; teruggeven
   _restitushon = restitutie; teruggave
   _resto = rest. restonan mortal - stoffelijke resten
   _restorá = restaureren
   _restorant = restaurant
   _restorashon = restauratie
   _restrikshon = beperking, restrictie
   _restringí = beperken; weerhouden.
   _restrukturá = herstructureren
   _restrukturashon = herstructurering
   _resultá = resulteren; voortvloeien (di - uit)
   _resultado = resultaat; voortvloeisel
   _resúmen = résumé, overzicht; samenvatting; uittreksel. resúmen di siman - weekoverzicht. resúmen anual - jaaroverzicht.
   _resumí = resumeren; samenvatten
   _resurekshon = opstanding; verrijzenis
   _resusitá = herrijzen, verrijzen, wederopstaan
   _reta = uitdagen
   _retardá = achtergebleven; achterlijk
   _retardo = achterlijkheid
   _retené = achterhouden; weerhouden; tegenhouden.
   _retirá = [ww] (zich) terugtrekken; opzeggen; ontslag nemen. [bnw] teruggetrokken; afgelegen.
   _retiro = 1. opzegging, ontslag; 2. terugtrekking; 3. retraite
   _reto _retu = uitdaging
   _retórika = retoriek, redenaarskunst
   _retóriko = retorisch
   _retrasá = [ww] vertragen. [bnw] vertraagd
   _retraso = vertraging
   _retroaktibo = terugwerkend; met terugwerkende kracht; fòrsa retroaktibo - terugwerkende kracht
   _reuní = vergaderen; verzamelen; vergaren
   _reunion = bijeenkomst; vergadering; samenscholing
   _Revalidá _Rebalidá = revalideren
   _revalidashon _rebalidashon = revalidatie
   _Revancha = revanche
   _revelá _rebelá = onthullen; (zich) openbaren
   _revelashon _rebelashon = onthulling; openbaring
   _reverendo = eerwaarde; zeereerwaarde.
   _revisá _rebisá = reviseren; bijwerken
   _revishon _rebishon = revisie
   _revista _rebista = tijdschrift
   _revoká _reboká = herroepen
   _revokabel _rebokabel {stomme e} = herroepbaar
   _revokamento _rebokamento = herroeping
   _revolushon _rebolushon = revolutie; omwenteling; omloop (van hemellichamen).
   _revolushonario _rebolushonario = [znw+bnw] revolutionair
   _ria [vero.] = DRE STUIVERS; 15 cent. dò' ria dos plaka - ZEVEN STUIVERS; 35 cent.
   _riba = op. riba dje - erop. riba kayaop straat. korda riba - denken aan. pensa riba - denken over/aan.
   _richi = roei, roede, gordijnroei
   _ridikules = onzin; iets belachelijks
   _ridikulisá = ridiculiseren, belachelijk maken; bespotten
   _ridíkulo = belachelijk; bespottelijk
   _riesgo = risiko. kòre riesgo - risico lopen
   _rifa = [znw] verloting [ww] verloten. saka un kos na rifa - iets verloten
   _rigides = starheid; stugheid
   _rígido = star; streng; stug
   _rijbewijs = ID.
   _rikesa = rijkdom
   _riko = rijk
   _ril = haspel; klos
   _rim = velg
   _rima = rijmen
   _rimamento = rijmelarij
   _rindi = toezwaaien, bewijzen. rindi honor/homenahe na - eer bewijzen aan. rindi tributo na - de laatste eer bewijzen aan.
   _ring = klinken (v. bel,). Telefon ta ring - de telefoon gaat. Bèl no a ring. - De bel is niet gegaan.
   _riñon = nier
   _riol [A.] = riool (C.: kloaka)
   _ripará = merken; bemerken; opmerken; opvallen. Mi no a ripirá - 't is me niet opgevallen.
   _riparabel {stomme e} = bemerkbaar; opmerkelijk; opvallend
   _ripiente = in: di ripiente - plotseling
   _ripití = herhalen, repeteren
   _ripitishon = herhaling, repetitie
   _risibí = 1: ontvangen. 2: te communie gaan [rkk]
   _risibimento = 1: ontvangst. 2: communie [rkk]
   _risiko = risico. kòre risiko - risico lopen
   _RISIPIENTE = VAT, EMMER, BEKER, (= AL WAT VLOEISTOFFEN E.D. KAN OPVANGEN, OF INHOUDEN )
   _riska = riskeren; aandurven; wagen
   _rítmiko = ritmisch
   _ritmo = ritme
   _rito = ritus
   _ritual = ritueel
   _rival = rivaal
   _rivalidat = rivaliteit
   _roba = stelen, roven, beroven
   _robamento = beroving
   _robes = 1. links. 2. verkeerd. pa robes - binnenste buiten
   _robesou = linkshandig
   _robo = roof, beroving
   _robusto = robuust
   _roga = smeken
   _rogamento = [znw] het smeken
   _roi = regenloop
   _ròl = [znw] rol. [ww] flirten
   _rolstul = rolstoel
   _rondeá = 1: omringen. 2: opzoeken; opsnorren, bijeengaren
   _rondó = rond
   _rondoná = omringen ; omgeven; omsluiten.
   _rònk = schor
   _ronka = snurken
   _ronko = hees
   _ront (di) = rond, rondom, om.
   _rosa = [znw] roos. [ww] van planten ontdoen
   _rosario = rozenkrans
   _rosea = adem. hala rosea - adem halen
   _rostro [S.!] = aangezicht
   _rotohòng = warmteuitslag
   _rotshil = rijke stinker. ple rotshil - de rijke stinker uithangen
   _rotundo = volledig, volslagen; daverend. un éksito rotundo - 'n daverend succes
   _rous = katten; 'n kat geven; uitschelden.
   _Ruba = Aruba (na: na)
   _rubí [S.] = robijn
   _rubriká = rubriceren
   _rúbrika = rubriek
   _ruchi = roe, roede
   _rudía = knie. hinka rudía - knielen. na rudía - op de knieën
   _rueda [S.!] = wiel, rad; ronde. rueda di prensa - persconferentie
   _ruido = geluid; lawaai
   _ruín = bronstig; tochtig; ritsig; hitsig (ook v. vrouwen maar zeer vulg.)
   _ruina = ruïne, puinhoop; verwoesting
   _ruiná = ruïneren; verwoesten
   _ruman-homber = broer
   _ruman-muhé = zus
   _ruman {ng} = broer; zus; broers en zusters
   _rumbo = richting, route
   _rùn = [bedrijf e.d.] voeren; drijven. rùn un negoshi - 'n zaak drijven.
   _Rusia = Rusland
   _rusiano = [znw] Rus; russisch. [bnw] russisch
   _rústiko = rustiek, landelijk
   _ruta = route kambio di ruta - wegomlegging
   _rutina = routine, sleur

   _sa = weten. (zonder: > ta) ([V.T.:] tábata sa). plegen te; kunnen. haña sa - aan de weet komen. Mi sa antó? - Weet ik veel! Mi (n') sa. - Ik weet 't (niet). No ku mi sa. - Niet dat ik weet. Pa bo sa! - 't is maar dat je 't weet! sa papia un idioma - een taal spreken. Mi tá sa! - Zie je wel! Bo mes sa. - Je weet wel. Nan sá hasi beheit! - Z kunnen me toch 'n herrie maken!
   _sabana = savanne
   _sabelotodo [S.] = betweter; weetal
   _sabí = knap; schrander; geleerd. ple sabí - de knappe bol uithangen
   _sabi = weten. (- sa)
   _sabiduría =wijsheid
   _sabotá = saboteren
   _sabotahe = sabotage
   _sag = [znw] zaag. [ww] zagen
   _sagrado = heilig, sacraal
   _sak = omlaag gaan/komen; hurken
   _saká = braaksel
   _saka = trekken (ook van wapen); behalen, halen (v. punten e.d.); (iets er-gens) uithalen/trekken; uitstoten; maken (v. fotós); uitgeven (v. publikatie e.d.); braken, overgeven. saka kara - zijn gezicht laten zien; zzijn gezicht redden.. saka kurpa - zich ergens uit redden. saka portrèt - fotós maken
   _sako = zak. sak'i sushi - vuilniszak
   _sakramento = sacrament
   _sakrana = sekreet [plat]
   _sakrifiká = offeren, opofferen
   _sakrifisio = offer; opoffering. hasi sakrifisio - offers brengen [ook fig.]
   _sakristía = sacristie
   _saksenu (C.) = zachtaardig, zachtmoedig, zachtzinnig.
   _saku = zak
   _sakudí = [ww] schudden; opschudden. [znw] het door elkaar rammelen. Dun'é un bon sakudí! - Rammel hem maar 'ns flink door elkaar!
   _sala = [znw] zaal; zitkamer. [ww] zouten; pekielen.
   _salachi = in: salachi di petipuá -peultjes.
   _salada = salade
   _salariá = salariëren
   _salario = salaris
   _salba = redden, verlossen
   _salbabida = reddingboot, sloep
   _Salbador = Verlosser; Zaligmaker
   _salbashon = redding, verlossing
   _saldo = saldo, tegoed
   _sali = 1. uitgaan; weggaan; vertrekken; starten; uitrijden; uitrukken; uit-varen; afreizen; uittreden. 2. ontstaan, ontspringen, ontspruiten, uitkomen [ook van publicatie]. sali afó ku... - naar buiten treden met... sali keiru - uitgaan, uitstapjes maken, op stap gaan. sali na kla - uitkomen, bekend worden. El a sali karo. - 't Is duur uitgevallen.
   _salida = uitgang; vertrek; uittocht; start; uitweg [ook fig.]. punto di salida - uitgangspunt
   _saliña = zout water plas
   _salmo = psalm
   _salta = springen, verspringen, overslaan
   _salto = sprong
   _salú = [znw] gezondheid. [bnw] gezond
   _salu = [znw+bnw] zout. Sòpi purá ta sali salu. -haastige spoed is zelden goed.
   _saludá = groeten
   _saludabel {stomme e} = gezond, heilzaam
   _sam = spaarsysteem, waarbij bij iedere termijn één van de deelnemers de hele inleg krijgt.
   _sambechi = zakmes
   _sambuyá = duiken
   _sambuyadó = duiker
   _sambuyamento = [znw] het duiken; duiksport
   _saminá = onderzoeken
   _saminashon = onderzoek
   _San-Juan = (feest van) Sint Jan de Doper. pèrdè San Juan= zich verslapen
   _san = heilige, sint [voor namen]
   _sana = [fig.] gezond maken/worden; [door gebed] genezen
   _sanamento = gezond making (fig.)
   _sanashon = (gebeds)genezing. haña sanashon - genezen worden door gebed.
   _sanatorio = sanatorium
   _sandalia = sandaal
   _sangra = bloeden
   _sangramento = bloeding
   _sangriente = bloedig; bloederig
   _sanguer = 1. bloed. 2.bloedworst. sanguer abou - bloedarmoede. sanguer blanko - leukemie. preshon di sanguer - bloeddruk. venenamento di sanguer - bloedvergiftiging. E por a chupa su sanguer. - Hij/zij kon zijn/haar bloed wel drinken.
   _sangura = mug
   _sania = saneren
   _saniamento = sanering
   _sanitario = sanitair
   _sanka = kont, reet. ta sanka na man - aan de schijt zijn. mester kana pa bo sanka tembla.[C.] - je moet je de benen uit de kont lopen.
   _sankshon = sanctie
   _sankshoná = sanctioneren
   _sano = gezond. sano y salvo[S.] - gezond en wel; veilig en wel
   _santana = kerkhof, begraafplaats
   _santanero = grasslang
   _santifiká = heiligen
   _Santísimo = Allerheiligste
   _santo = [znw] 1: zand. 2: heilige. Tur Santo - Allerheiligen. [bnw] heilig.
   _santuario = schrijn
   _sapaté = schoenmaker
   _sapatería = schoenenzaak
   _sapatiá = stampvoeten; trappelen
   _sapato = 1. schoen; schoenen; 'n paar schoenen. un bon sapato - 'n paar goeie schoenen. para den su sapato - stevig in z'n schoenen staan. bisti sapato - schoenen aantrekken. kita sapato - de schoenen uittrekken. 2. hoef (v. paard e.d.). sapato di kabai - hoefijzer
   _sapo = [biol.] pad
   _sara = nijdig worden
   _sarampi = mazelen. sarampi aleman - rode hond
   _sarkasmo = sarcasme
   _sarkástiko = [znw] sarcast. [bnw] sarcastisch
   _sarna = schurft
   _sas = zaagsel
   _saserdosio = priesterschap
   _saserdotal = priesterlijk
   _saserdote = priester
   _sasiná = op de donder geven
   _Satanas = satan. Habranus, Satanas! - Gaat heen van mij, Satan!
   _satániko = satanisch
   _satélite = sateliet
   _satira = satire
   _satíriko = satirisch
   _satisfakshon = tevredenheid; voldoening
   _satisfasé = bevredigen; tevreden stellen
   _satisfecho = tevreden
   _saturá = verzadigen
   _saturashon = verzadiging
   _saya-ku-yaki = twee halve deuren op elkaar.
   _saya = rok. mitar saya - onderrok. saya-karson - rokbroek. saya ku yaki - twee halve deuren op elkaar. E no por mira saya (ni labá) na liñ'i paña. - hij is een echte rokkenjager.
   _screen [E.] = hor
   _sea [S.] = [vw] hetzij. sea...of - hetzij...hetzij; of.. of. [ww] wees, zij (gebiedende wijs van "ta")
   _seda = 1: zij (stof). 2: ceder. pal'i seda - 1. ceder(boom). 2. cederhout
   _sede = zetel. Santa Sede - de Heilige Stoel
   _sedukshon = verleiding [zedelijk]
   _sédula = persoonsbewijs
   _sedusí = verleiden [zedelijk]
   _sefta = [znw] zeef (voor vaste stoffen); hor. [ww] zeven (van vaste stoffen)
   _segmentá = [bnw] gesegmenteerd
   _segmento = segment
   _segregashon = segregatie
   _seguidamente = vervolgens
   _segun = volgens
   _segunda [S.!] = in: segunda mano - tweedehands
   _seis = zes. di seis - zesde.
   _seka = drogen
   _seko = droog
   _sekresía = geheimhouding
   _sekretaria = secretaresse
   _sekretariado = secretariaat
   _sekretario = secretaris. sekretario di estado - staatssecretaris
   _sekreto = [znw+bnw] geheim.
   _sekshon = sectie; [v. weg e.d.] vak
   _sekso = sekse, geslacht
   _seksual = sexueel
   _seksualidat = sexualiteit
   _sekta = sekte
   _sektario = [znw] sektariër. [bnw] sectarisch
   _sektor = sector
   _sekuestrá = ontvoeren; kapen
   _sekuestradó = kaper, ontvoerder
   _sekuestro = ontvoering; kaping
   _sekularisá = seculariseren
   _sekularisashon = secularisatie
   _sekundario = secundair
   _sekura = droogte
   _sèl = cel
   _seladó = douanier
   _selebrá = vieren
   _selebral = cerebraal
   _selebrante = celebrant
   _selebrashon = viering
   _selebro = hersenen
   _selekshon = selectie
   _selektá = [ww] uitkiezen, selecteren. [bnw] uitverkoren
   _selektibo = selectief
   _selestial = hemels
   _selibatario = celibatair
   _selibato = celibaat
   _seloso = jaloers
   _selular = [znw] mobilie telefoon. [bnw] cellulair
   _selva [S.] = oerwoud; regenwoud
   _semanal = wekelijks; sueldo semanal - weekloon. revista semanal - weekblad.
   _semántiko = semantisch
   _semehansa = gelijkenis
   _semehante = gelijksoortig, soortgelijk
   _semestre = semester
   _seminario = seminarie
   _seminarista = seminarist
   _semita = [znw] semiet; [bnw] semitisch
   _semper {stomme e} = altijd. semper bai - altijd maar, steeds weer, voortdurend.
   _sèn = cent. Ni un sèn pretu - Geen rooie cent.
   _sena = avondeten, avondmaal, diner. último sena - het laatste avondmaal.
   _senado = senaat
   _senadó _senador = senator; parlementslid, statenlid
   _señal = teken, signaal, sein. mal señal - 'n veeg teken. manda un señal - een sein geven
   _señalá = signaleren
   _senario = scenario, draaiboek.
   _sende = aandoen, aanzetten, aansteken (v. licht, radio e.d.)
   _senilidat = seniliteit
   _senilo = seniel
   _senior = senior
   _senk = zinken, verzinken
   _seno = schoot [fig.]
   _señor = heer, meneer
   _señora = mevrouw; dame; echtgenote
   _señorita = juffrouw; jonge dame; maagd. pèrdè su señorita - de maagdelijkheid verliezen; ontmaagd worden. kibra su señorita - ontmaagden.
   _sensashon = sensatie, opzien
   _sensashonal = sensationeel, opzienbarend
   _sensashonalismo = sensationalisme
   _sensashonalista = sensationalistisch
   _sensato = verstandig
   _sensia = wierook
   _sensibel {stomme e} = voelbaar
   _sensibilidat = gevoeligheid
   _sensitibo = gevoelig
   _senso = volkstelling; bevolkingsbureau
   _sensual = sensueel; zinnelijk; wellustig
   _sensualidat = sensualiteit; zinnelijkheid; wellust.
   _sensurá = censureren
   _sensura = censuur
   _sensuradó = sensor
   _sentebibo (C.) = aloë
   _sentenar = honderdtal
   _senteo = bliksemschicht
   _sentensia = vonnis, uitspraak (v.rechtbank). dikta sentensia - uitspraak doen; een vonnis vellen
   _sentensiá = vonnissen; uitspraak doen
   _sentido = zin, waarde; gevoelswaarde. dòbel sentido - dubbelzinnig
   _sentimental = sentimenteel
   _sentimentalidat = sentimentaliteit
   _sentral = centraal
   _sentralisá = centraliseren
   _sentralismo = centralisme
   _sentralista = centralistisch
   _sentro = centrum
   _SEPA = Sindicado di Empleadonan Público di Aruba = Arubaanse Bond van Ambtenaren
   _separá = [ww] (zich) afscheiden. [bnw] afzonderlijk, gescheiden, separaat
   _separadamente = [bw] afzonderlijk
   _separashon = afscheiding
   _seponé = seponeren
   _september = september
   _ser [S.!] = [znw] wezen. ser humano - menselijk wezen. [Ser kerí - geliefde. [ww] worden [lijdende vorm]; zijn. manera debe ser [S.! - zoals 't moet (zijn)
   _será = dicht; gesloten; strak (v. gezicht); gevangen. bai será - naar de gevangenis gaan. ta será - in de gevangenis zitten.
   _sera = sluiten; dichtdoen; dichtmaken; opsluiten.
   _seramento = sluiting, het sluiten
   _sèrbètè = theedoek; handdoek. sèrbèt'i mondongo - badhanddoek
   _serbisio [A.] dienst (C.: sirbishi)
   _serbisial [A.] = gedienstig; dienstbaar
   _seremonia = ceremonie, plechtigheid; plichtpleging; staatsie. maestro di seremonia - ceremoniemeester
   _seremonial = ceremoniëel, plechtig; statig, staatsie-
   _serenada = serenade
   _serenidat = sereniteit; stemmige sfeer; vredigheid
   _sereno = sereen; stemmig; vredig
   _seri = serie; aaneenschakeling
   _seriedat = ernst
   _serio = ernstig, serieus. tuma na serio - au sérieux nemen; voor vol aanzien
   _serka = (dicht)bij; bijna. serka di kas - dichtbij huis. mi ta serka kla - ik ben bijna klaar.
   _serká = [znw] omheining. [bnw] omheind. den serká - binnen de omheining. pafó di serká - buiten de omheining
   _serkanía = nabijheid; omgeving
   _serkano = nabij
   _SERLIMAR = Servicio di Limpieza di Aruba = Arubaanse reinigingsdienst
   _sero = 1. heuvel; berg. 2. nul
   _sertámen = wedstrijd; concours. sertámen di beyesa - schoonheidswedstrijd
   _sertifikado = certificaat; brevet. un sertifikado di inkompetensia - 'n brevet van onvermogen
   _servisio [A.] = dienst. (C.: sirbishi)
   _servisial [A.] = gedienstig; dienstbaar
   _sesenta = zestig. di sesenta - zestigste
   _set = dorst
   _SETAR = Servicio Telefónico Arubano = Arubaanse telefoondienst
   _sèt = stel; sèt di sala - bankstel. sèt di kamber - slaapkamerameublement. sèt di komedó - eetkamerameublement
   _setenta = zeventig; di setenta - zeventigste
   _seú [C.] = oogstfeest
   _severidat = strengheid
   _severo = streng
   _seya = zegelen; verzegelen
   _seyo = zegel; verzegeling
   _sfera = sfeer; bol
   _sfériko = bol(vormig)
   _shegarná = hevig mokken; opkroppen (van woede); zich opvreten (van kwaadheid)
   _shelo _shelu = hemel. shel'i boka - gehemelte, verhemelte
   _shen {ng} = honderd. di shen - honderdste
   _shèr = wegjagen
   _shèrsh = lijkwagen
   _shete = zeven; di shete - zevende; shet' or' - zeven uur.
   _shi [vero.] = oude titel bij vrouwennamen. Shi María - de vrouw van Kompá Nanzi.
   _shimaron = mensenschuw
   _shimaruku = wilde kers
   _shimis = jurk
   _shinishero = asbak
   _shinishi = [znw] as; [bnw] grijs
   _shiri-shiri = ingewanden; darmen
   _shishi = [znw] straatmeid, viswijf. Grita manera shishi den hanch'i Punda. - schreeuwen als 'n viswijf. [bnw] schreeuwerig
   _shofer = chauffeur
   _shoko [A.] = uil. (C.: palabruha)
   _shon = meneer, mevrouw; heer, dame.. Shonnan! - Beste mensen! Mòro, shonnan! - Goeie morgen, samen! Shon Kochi - nieuwsgierig Aagje (d.w.z.: iemand die iets nieuws meteen moet uitproberen). Ki shon,... - Hoe dan ook, ...(ook veel gebruikt voor afgekorte voornamen: Shon A. - Albert. Shon Pé - Piet. Shon Bé - Bernardina)
   _shopa = val of fuik (om kippen te vangen)
   _shorá = ingepakt (in extra warme kleren)
   _shora = inpakken [fig.] (bv. v. pers. met veel kleren tegen kou)
   _shoshoro = passiebloem
   _shouru = schooier [fig.]. manera shouru - als een schooier
   _shuata [C.] = voedselvergiftiging krijgen/oplopen; (A.: shuwatá)
   _shuwatá [A.] = voedselvergiftiging krijgen/oplopen. (C.: shuata)
   _si = 1. [bw] als, indien. Si bo bin, ... - Als je komt, ... si no - anders. 2. [ondersch.vw] of. Mi n' sa si mi ta bin. - Ik weet niet of ik kom. si e t'ei of lag'i t'ei,of hij er is of niet.
   _sí = ja; wel. El a hasi'é sí. - Hij heeft 't wel gedaan.
   _sía = zadel
   _siames = siamees. morocho siames - Siamese tweeling.
   _sibori = [rkk] ciborie
   _siboyin = zilveruitje
   _siboyo = ui
   _SIDA = AIDS (= Síndroma di imunidat defisiente adkerí>)
   _siegá = verblind [ook fig.]
   _siega = verblinden
   _siegamente = blindelings
   _siego = [znw] blinde. [bnw] blind
   _sieguedat = blindheid
   _siendo [S.!] = zijnde; [gerundio van: ser]
   _siensia = wetenschap
   _sientífiko = [znw] wetenschapper, wetenschapsman. [bnw] wetenschappelijk
   _sifra = cijfer
   _sigá = sigaar
   _sigaría = sigaret
   _siglo = eeuw. Den tur siglo di siglonan - in alle eeuwen der eeuwen. siglo diesnuebe - de negentiende eeuw
   _signatura = signatuur
   _signifikante = significant, betekenisvol, zinvol, veelbetekenend, veelzeggend.
   _signo = teken; sterrenteken; sterrenbeeld
   _sigui = doorgaan, volgen, vervolgen, verder gaan, verder komen. Mi no por sigui asina. - Zo kan ik niet verder. sigui numa! - Ga maar door. Manera ta sigui: - Als volgt:
   _siguidó = volgeling
   _siguiente = volgend(e)
   _sigur = veilig; zeker; jawel. tin sigur - zeker weten. sigur-sigur - zeker wel / ja zeker, heel zeker
   _sigurá = [ww] verzekeren; veilig stellen. [bnw] verzekerd; veilig. esun sigurá - de verzekerde
   _siguransa = verzekering [fig.].
   _siguridat = zekerheid; veiligheid. pa siguridat - veiligheidshalve, zekerheidshalve. Pa tur siguridat - voor alle zekerheid. Konseho di Siguridat - Veiligheidsraad
   _siguro = verzekering [tegen schade e.d.]
   _sikatris = litteken
   _sikiatra = psychater
   _sikiatría = psychiatrie
   _sikiátriko = psychiatrisch
   _sikiera = zelfs; ten minste. Ni sikiera - zelfs niet.
   _siklismo = [znw] fietsen, wielrijden, wielersport
   _siklista = fietser, wielrenner
   _siklo = cyclus
   _siklon = cycloon
   _sikología = psychologie
   _sikológiko = psychologisch
   _sikólogo = psycholoog
   _sílaba = lettergreep
   _silensiá = verstommen; tot zwijgen brengen
   _silensio = stilte; het zwijgen.
   _silensioso = stil; zwijgend
   _silíndriko = cilindrisch
   _silindro = cilinder
   _simadan [B.] = oogstfeest
   _siman {ng} = week. siman pasá - vorige week; siman santo - goede week; siman di trabou - werkweek; siman aden, siman afó - week in, week uit. den siman - door de week. den un siman di tempo - over een week. fin di siman - weekeinde; otro siman - volgende week
   _SIMAR = Sindicado di Maestronan Arubano = Arubaanse Vakbond van Leerkrachten
   _símbalo = cimbaal; bakken (op slagwerk)
   _simbóliko = symbolisch; zinnebeeldig
   _simbolisá = symboliseren
   _simbolismo = symboliek, beeldspraak
   _símbolo = symbool, sinnebeeld
   _simfonía = symfonie; harmonika. simfonía di boka - mondharmonika. simfonía di man - trekharmonika, accordeon
   _simía = zaad(je); pit. simía di birasol - zonne(bloem)pit(ten)
   _similar = gelijksoortig, soortgelijk
   _simpatía = sympathie
   _simpátiko = aardig, sympathiek
   _simpatisá = sympatiseren
   _simpel {stomme e} = eenvoudig, simpel
   _simpelmente {stomme e} = [bw] eenvoudigweg
   _simplifiká = vereenvoudigen; vergemakkelijken
   _simplifikashon = vereenvoudiging
   _simplisidat = eenvoud; simplisme
   _simplístiko = simplistisch
   _símtoma = symptoom
   _simulá = simuleren
   _simulashon = simulatie
   _simultáneo = simultaan
   _sin = zonder. sin duda - ongetwijfeld. sin embargo - echter. sin falta - zonder mankeren. sin fin - eindeloos. sin geful - gevoelloos. keda sin hasi un kos - iets nalaten te doen
   _siñá = geleerd
   _siña = leren
   _siñamento = [znw] het leren
   _siñansa = lering
   _sindikado = vakbond; syndicaat
   _sindikal = vakbonds-; movimento sindikal - vakbeweging
   _sindikalismo = vakbondswezen; syndicalisme
   _sindikalista = vakbondsleider; syndicalist
   _síndroma = syndroom
   _sine = bioskoop
   _singular = enkelvoud
   _síniko = [znw] cynicus. [bnw] cynisch
   _sinismo = cynisme
   _sinistro = sinister
   _sinko = vijf; di sinko - vijfde. sink' or' - vijf uur.
   _sinkronisá = synchroniseren
   _sinkuenta = vijftig; di sinkuenta - vijftigste
   _sinónimo = synoniem
   _sinseramente = [bw] oprecht
   _sinseridat = oprechtheid
   _sinsero = oprecht; welgemeend
   _sinta = [znw] lint. [ww] zitten; gaan zitten. Sintá bo. - Ga zitten. kai sinta - gaan zitten.
   _síntesis = synthese
   _sintétiko = synthetisch
   _sintetisá = synthetiseren
   _sintí = verstand; zin. ku dos dede di sintí, - met een klein beetje verstand. pèrdè sintí - buiten zinnen raken.
   _sinti = voelen (niet tactiel)
   _sintido = gevoelig; ziekelijk; zwak (v. gezondheid)
   _sintimento = gevoel
   _sintonía = afstemming op (radio of tv)
   _sintonisá = afstemmen op (radio of tv)
   _sintura = [alg.] riem; band; [anat.] taille; middel
   _sinturon = gordel; ceintuur.
   _sipel {stomme e} = siepelen, sijpelen
   _sipriota = [znw] Cyprioot. [bnw] cyprisch
   _sirbes = bier. dal un sirbes - 'n biertje nemen.
   _sirbi = 1. serveren, dienen, bedienen. 2. deugen
   _sirbidó = dienaar
   _sirbiente = dienaar, dienares. sirbiente doméstiko - huishoudster
   _sirbishi (C.) = dienst. (A.: servisio)
   _sirena = sirene [ook mythologisch]
   _Siria = Syrië
   _sirko = circus
   _sirkuito = circuit. kòrte di sirkuito - kortsluiting
   _sirkulá = circuleren, rondgaan, in omloop zijn/brengen.
   _sirkular = [znw] circulaire. [bnw] circulair; cirkelvormig
   _sirkulashon = circulatie; omloop; verkeer. sirkulashon di sanguer - bloedsomloop
   _sírkulo = kring; cirkel; soos
   _sirkumstansia = omstandiheid
   _sirkumstansial = omstandig
   _siruhano = chirurg
   _sirurgía = chirurgie
   _sistema = systeem, stelsel
   _sistemátikamente = [bw] systematisch, stelselmatig
   _sistemátiko = [bnw] systematisch, stelselmatig
   _sistematisá = systematiseren
   _sistematismo = systematiek
   _sisti = bestaan
   _sita = [znw] 1. afspraak. 2. citaat, aanhaling. [ww] citeren, aanhalen
   _sitio = 1. plaats. 2. [mil.] beleg
   _sítriko = citrus
   _sitrun = citroen
   _situá = [bnw] gelegen. ta situá - liggen (op bep. plaats)
   _situashon = situatie, toestand, stand van zaken
   _siudadanía = staatsburgerschap; onderdanen
   _siudadano = staatsburger; onderdaan
   _siudat = stad
   _sivil = 1. [znw] burger. [bnw] burgerlijk. derecho sivil - burgerlijk recht. kódigo sivil - burgerlijk wetboek. registro sivil - burgerlijke stand; bevolkingsregister
   _sivilisá = [ww] civiliseren, beschaven. [bnw] geciviliseerd, beschaafd
   _sivilisashon = civilisatie, beschaving
   _skaf = [znw] schaaf; [ww] schaven. Unda ta skaf, krelchi ta kai. - Waar gehakt wordt vallen spaanders.
   _skala = ]meetk.] schaal; [grote verschiedenheid] scala.
   _skalchi = [alg] schaal; [ei] kaska; [mosselen e.d.] kokolishi.
   _skama = [znw] schub. [ww] van schubben ontdoen
   _skandal = schandaal; aanstoot
   _skandalisá = te schande maken
   _skapa = ontkomen aan, ontvluchten. El a skapa un peyeu! - Hij is de dans ontsprongen.
   _skarnir = 1. scharnier; 2. gewricht
   _skars = schaars. E ta skars di notisia! - Hij moest 'ns weten!
   _skarsedat = schaarste; tekort
   _skeins = schuin; scheef; dwars
   _skeiru = [znw] borstel, schuier. [ww] borstelen, schuieren, poetsen; rondvliegen
   _skel = scheel
   _sképtiko = sceptisch
   _skeptisismo = scepsis
   _sker = [znw] scheur. [ww] scheuren, verscheuren
   _skèr = schaar
   _skèrpi = scherp [ook fig.]
   _sketer = schutter
   _skina = hoek. skina di kaya - straathoek
   _skirbi = schrijven
   _skirbidó = schrijver
   _skit = wegwippen; wegspringen
   _skiu = [bnw] schuw, [ww] schuwen
   _sklama = uitroepen; aanroepen
   _sklamashon = uitroep, schreeuw
   _sklavitut = slavernij
   _sklof = splijten, kloven, openbreken, openhakken
   _SKOA = Stichting Katholiek Onderwijs Aruba
   _skohe = kiezen; uitkiezen
   _skohí = gekozen; uitverkoren
   _skol = school. bai skol - naar school gaan. na skol - op school
   _skomber = rommelen; rommelend doorzoeken
   _skonde = (zich) verbergen; zich schuil houden. hunga kako skondí - verstoppertje spelen. tira piedra, skonde man - achterbaks handelen.
   _skondí = verborgen; stiekem
   _skòmel {stomme e} = schommel
   _skòp = [znw] schop, trap; (stof)blik. [ww] schoppen, trappen
   _skopèt = geweer; skopèt di kèlki - windbuks.
   _skòrpion = schorpioen
   _skòrs = schorsen, opschorten; verdagen
   _skòrsmento = schorsing, het schorsen
   _skòter {stomme e} = schotel(tje). E ta hasi manera e no a kibra un skòter. - Hij doet alsof hij van de prins geen kwaad weet.
   _skrap = schrappen
   _skrapmento = [znw] schrappen
   _skref = schrift
   _skremènt = in: Nan no ta kòi skremènt! - Ze leren 't maar niet af!
   _skruf = [znw] schroef; [ww] schroeven, vastschroeven
   _skrupuloso = scrupuleus, consciëntieus; angstvallig
   _skual = znw] uitbrander, schrobbering, berisping, standje. [ww] 'n uitbrander geven; berispen
   _skucha = luisteren (naar). skucha radio - naar de radio luisteren.
   _skuma = [znw] schuim. Hopi skuma, pòko chokolati. - Veel geschreeuw om weinig wol. blas di skuma - zeepbel; blas skuma - bellenblazen. [ww] schuimen; bruisen.
   _skupi = [znw] spuug; skup'i Dios - moedervlek. ww] spuwen, spugen. skupi den laira, (e ta) kai den bo kara. - Wie zich verheft zal vernederd worden; Na hoogmoed komt de val.
   _skur [A.] =donker, duister. Su wowo ta skur - Hij/zij ziet slecht/niets. (C.: sukú)
   _skür = schuren
   _skuridat = duisternis
   _sla = slag, klap. kome sla - klappen krijgen. fò'i slaalle perken te buiten gaand.
   _slabeis = slapeloos; niet kunnende slapen. Mi ta slabeis - ik kan de slaap niet vatten
   _slag = slagen [voor examen]
   _slapdot = vast in slaap.
   _sleip = slijpen; wetten
   _slèk = slap, loshangend
   _slèmbè-slèmbè = slungelig, slungelachtig
   _slenk = slinken
   _slep = [ww] slippen, uitglijden; glijden. [znw] slip; glijbaan.
   _slip [E.!] = onderjurk. (P.: mitar saya)
   _slòf = slof, sloffen
   _slons = slordig, nonchalant; onnauwkeurig
   _slopi = sloop, kussensloop
   _slòt = slot
   _smak = [znw] smaak. Mi n' tin smak. - Ik heb geen zin. un kò'i smak - iets lekkers. [ww] smaken
   _smal = id.
   _smer = geheel platdrukken of rijden
   _smit = blazen [van kat]
   _SMOA = Stichting Midelbaar Onderwijs Aruba.
   _smul = smoel, bek
   _snechi = snee [brood e.d.], sneetje
   _sneibonchi = snijboon, snijbonen
   _sneif = 1. snuif; 2. lichaamsgeur. E tin un sneif[fig.] - hij is 'n beetje van de verkeerde kant
   _sneiru = kleermaker, coupeur
   _snèl = (vis)dobber
   _sneu = sneeuw
   _snoa = synagoge
   _snui = snoeien
   _snùif = (zie: sneif)
   _snuk [C.] = picuda [vissoort]; (A.: pikuda)
   _so = alleen (mi, bo, e so etc.); Mi ta bai mi so. - Ik ga alleen. pas; maar; dos aña so - pas/maar twee jaar.
   _sobadjé _sobradjé = bovendien, daarenboven
   _soberanía = soevereiniteit
   _soberano = soeverein
   _sobèrbè _sobèrbe = hoogmoedig
   _sobèrbia = hoogmoed
   _soborno = omkoperij; steekpenning(en); smeergeld. ofresé soborno - omkopen.
   _sobra = overhouden, overblijven, resteren; sobra dje[A.] - bovendien; overigens
   _sobrá = rest, overblijfsel
   _sobrebibensia = overleving; voortbestaan
   _sobrebibí = overleven; voortbestaan
   _sobrebibiente = overlevende
   _sobresalí = uitblinken _sobresaliente [S.] = uitmuntend
   _sobrina = nicht [oomzegster] (ook: subrina. oorspronkelijk geslachtloos!)
   _sobrino = neef [oomzegger] (ook: subrino; oorspronkelijk geslachtsloos!)
   _soda = zweten
   _sodó = zweet. den sodó di bo kara,... - in het zweet Uws aanschijns,...
   _sofistiká = [bnw] verfijnd
   _sofoká = stikken; verstikken
   _sofokante = benauwd; verstikkend; zwoel; snikheet
   _SOGA = Stichting Onroerend Goed Aruba
   _sokete = onbenullig; idioot, stompzinnig, stom. kò'i sokete - stommiteit. Es ta kò'i sokete! - Wat 'n stommiteit!
   _solamente = [bw] alleen; slechts
   _solar = zons-
   _soldá = soldaat
   _solda = solderen
   _soldachi = slak met huisje) Soldachi ku ta kuida su kas ta biba largo. - wie goed voor zichzelf zort leeft lang.
   _soledat = eenzaamheid
   _solidaridat = solidariteit, saamhorigheid
   _solidario = solidair
   _solides = soliditeit; stevigheid
   _sólido = solid, degelijk; vast
   _solisitá = solliciteren
   _solisitante = sollicitannt
   _solisitashon = sollicitatie
   _solisitut = verzoek
   _solista = solist
   _solitario = eenzaam; alleenstaand
   _solo = 1. [znw] zon. solo ta mata hende! - 't is snikheet! 2. [bnw] enkel; un solo hende - een enkel persoon.
   _soltero = vrijgezel
   _solushon = oplossing
   _solushoná = oplossen
   _sòm = som. saka bo sòm - Tel uit je winst!
   _sombra = schaduw
   _sombré = hoed. un kos, hende di kita sombr - iets, iemand om je hoed voor af te zetten.
   _somentá = verdwijnen. Somentá! - Verdwijn!
   _someté = onderwerpen; voorleggen; óverleggen
   _soña = dromen; (ku - over/van)
   _sondeá = peilen
   _sondeo = peiling
   _sonoro = klankrijk
   _soñero = [znw] slaapkop. [bnw] slaperig.
   _soño = slaap; droom. (morto) na soño - (vast) in slaap. pega soño - in slaap vallen.
   _sòpi = soep. sòpi purá ta sali salu. - Haastige spoed is zelden goed. sòpi sin salu - [fig.] slap (van lijf na ziekte)
   _sòrdo = doof. sòrdo manera un kañon - zo doof als 'n kwartel.
   _sorprendé = verrassen; verwonderen
   _sorprendí = verrast, verwonderd
   _sorprendiente = verrassend, verwonderlijk, verbazend
   _sorpresá = [ww] verrassen, verbazen. [bnw] verrast, verbaasd, verwonderd
   _sorpresa = verrassing, verwondering; Esei no ta ningun sorpresa pa mi. - Dat verbaast mij niet(s).
   _sòrsaka = zuurzak
   _sòrta = sorteren
   _sorteá = ontrafelen; uitzoeken
   _sorteo = trekking (v. loterij)
   _sòrto = soort
   _sòru = zorgen
   _sosedido = voorval, gebeurtenis
   _sosegá = rusten. El a bai sosegá. - Hij/zij is overleden [mededeling kort na overlijden]. Ku e sosegá na pas - Dat hij ruste in vrede
   _soseishi = worstje
   _sosial = sociaal
   _sosialisá = socialiseren
   _sosialisashon = socialisatie$
   _sosialismo = socialisme
   _sosialista = socialist(isch)
   _sosiedat = samenleving; maatschappij; vereniging
   _sosiego = rust. sosiego eterno - de eeuwige rust.
   _sosio = compagnon; vennoot
   _sosodé = gebeuren, voorkomen, voorvallen
   _sospechá = verdenken; argwaan hkoesteren
   _sospecho = verdenking, achterdocht, argwaan, vermoeden
   _sospechoso = [znw] verdachte. [bnw] verdacht; achterdochtig; argwanend
   _sostèn {ng] = 1. steun, ondersteuning; 2. bh [vero.]
   _sostené = steunen, ondersteunen
   _sostenedó = volgeling; supporter; ondersteuner
   _sota = ransel; pak ransel; pak slaag. un bon sota - 'n flink pak slaag.
   _sous = saus
   _SPA = Sindicado di Polis Arubano = Arubaanse vakbond van politie
   _spak = spaak
   _span = spannen; opensperren. El a span su wowo. - Hij sperde zijn ogen open.
   _Spaña = Spanje
   _spañó = [znw] Spaans; Spanjaard. [bnw] spaans.
   _spanta = schrikken, afschrikken
   _spantenbier = id.
   _spanto = schrik; verschrikking
   _spantoso = schrikwekkend, schrikbarend; angstaanjagend
   _spar = sparen, opsparen. kuenta di spar - spaarrekening. spar mi di mal amen. - God beware me!
   _spardó = spaarder
   _sparmento = [znw] het sparen
   _spart = spatten, spetten
   _SPCOA = Stichting Protestants Christelijk Onderwijs Aruba.
   _speilu = spijl
   _speit = [znw] spuit; [ww] spuiten
   _spèki = spek
   _spektakular = spectaculair
   _spektákulo = spektakel
   _spèl = spellen
   _spèlmento = [znw] het spellen
   _spenderag = spinneweb; hooimijt
   _spera = hopen; verwachten
   _speransa = hoop; verwachting. speransa falso - valse hoop; voorspiegeling. yen di speransa / ku gran speransa - hoopvol
   _spesial _speshal = speciaal
   _spesialidat _speshalidat = specialiteit
   _spesialisá _speshalisá = specialiseren
   _spesialismo _speshalismo = specialisme
   _spesialista _speshalista = specialist
   _spesialmente _speshalmente = [bw] vooral, speciaal
   _spesifiká = specificeren
   _spesifikashon = specificatie
   _spesífiko = specifiek
   _spetaklu = gedoe. Es ta kò'i spetaklu! - Wat 'n gedoe! Ki kò'i spetaklu esei ta? - Wat is dat voor 'n idioot gedoe?
   _spierta = ontwaken [ook fig.]
   _spierto = pienter, bijdehand
   _spikulá = speculeren
   _spikuladó = speculant
   _spikulashon = speculatie
   _spikulatibo = speculatief
   _spil = spiegel
   _spina = rijzen (v. haren). Su kabei a spina. - Z'n haren gingen overeind staan.
   _spinazi = spinazie
   _spion = spion
   _spioná = spioneren; spieden
   _spionage = spionage
   _spirito = 1. geest; 2. spook; 3. spaarvlam. Spirito Santo - de Heilige Geest.
   _spiritual = geestelijk, spiritueel
   _spit = snelheid; vaart; versnelling. ful spit - in volle vaart. kambia spit - schakelen
   _spleit = splijten
   _splender {stomme e} = splinter
   _splendor = schittering, praal, pracht, glans
   _splika = uitleggen; toelichten
   _splikashon = uitleg, toelichting
   _spoki = spook
   _spontaneidat = spontaneïteit
   _spontáneo = spontaan
   _sporádiko = sporadisch
   _spreit = [znw] spruit; [ww] spruiten, ontkiemen
   _sprènkel {stomme e} = sprenkelen
   _spring = veer; spiraal
   _sprui = sproeien, besproeien
   _sprùit = [znw] spruit; [ww] spruiten, ontkiemen
   _spùit = [znw] spuit; [ww] spuiten
   _spula = spoelen; omspoelen
   _stabil = stabiel
   _stabilidat = stabiliteit
   _stabilisá = stabiliseren
   _stabilisashon = stabilisatie
   _stablesé = (zich) vestigen
   _stablesimento = vestiging
   _stadi = toestand. Wak su stadi! - Kijk toch hoe 't eruit ziet!
   _staf =id. [ook personeel]
   _stage [E.] {steidzj} = podium
   _stagna = stagneren, stilliggen, stilstaan
   _stagnashon = stagnatie; stilstand; opstopping
   _staka = steken, uitsteken
   _stampía = zegel, postzegel
   _standardisá = standardiseren
   _standardisashon =standardisatie
   _standarte = standaard
   _stanfleis = tandvlees
   _stankía = paal (v. metaal)
   _start = starten
   _stashi = [rkk] (kruisweg)statie
   _stashoná = stationeren; parkeren
   _stashonamento = stationering; het parkeren
   _stashonario = stationair
   _stat = stad
   _statal = staat-, staats-
   _stateis [C.] = stadhuis, bestuurskantoor
   _statistik = statistiek
   _statístika = statistiek
   _statístiko = [znw] statisticus. [bnw] statistisch
   _statua = standbeeld
   _steif = stijf; stram
   _stek = stek, pijnscheut
   _stèk = stekken [v. planten]
   _stèki = stek [v. plant]
   _stelashi = (bouw)steiger; stellage
   _stèm = stem
   _stèmpel {stomme e} = [znw] stempel; waarmerk. [ww] stempelen; waarmerken
   _stenchi = siersteentje (in sierraad); kiezelsteen
   _stenepòp = in: e ta manera stenepòp. - ze ziet eruit als een plaatje.
   _stenpeishi = steenpuist
   _stens = steunen
   _stéreo = stereo
   _stereotípiko = stereotiep
   _sterilidat = steriliteit
   _sterilisá = steriliseren
   _sterilisashon = sterilisatie
   _sterilo = steriel
   _stèrki = sterk (v. smaak). bibida stèrki - sterke drank
   _stet = [znw] stut; [ww] stutten
   _stichi [A.] = katapult. (C.: chincha)
   _stigma = stigma
   _stigmatisá = stigmatiseren
   _stigmatisashon = stigmatisering
   _stilo = stijl
   _stim = [znw] stoom. kayenbte manera stim - zo loops als 'n teef. [ww] stomen
   _stimá = geliefd, bemind
   _stima = liefhebben, houden van, beminnen. stima bo próhimo. - Hebt Uw naaste lief. Mi ta stimá bo. - Ik hou van jou.
   _STIMARUBA = Arubaanse milieu organisatie
   _stimashon = liefde, genegenheid
   _stimulá = stimuleren, prikkelen, opwekken, aansporen
   _stimulashon = stimulering, prikkeling, opwekking, aansporing
   _stímulo = stimulans, prikkeling, opwekking, aansporing
   _stimwòl = stoomwals
   _STINAPA = Stichting Nationaal Park Aruba/Antillen
   _stinki = in: hole stinki - stinken; holó stinki - stank
   _stipulá = vaststellen; bepalen; stipuleren
   _stipulashon = vaststelling; bepaling
   _stiwa = stouwen
   _stiwadó = stuwadoor
   _stoba = stoven. karni stobágesmoord rundvlees
   _stof = fornuis
   _stòf = stof [= het stof]
   _stofia = in: awa ta stofia - het motregent
   _stòk = voorraad. den stòk - in voorraad
   _stòm = stom; paf. M'a keda stom! - Ik stond paf.
   _stoma = maag. Su stoma ta su Dios. - Hij denkt alleen maar aan eten. Mi stoma ta gruña - Mijn maag rammelt. Mi stoma a yena. - Ik heb mijn buik ervan vol. [fig.] Mi stoma ta wal - Ik kokhals ervan.
   _stòmpi = stomp; [mes] bot
   _stòp = aanhouden, ophouden, stoppen, tegenhouden.
   _storia = [znw] verhaal, vertelling. [ww] een uitbrander geven.
   _storiá = [znw] uitbrander.
   _stot = [znw] stoot, por. [ww] stoten, porren, aanstoten.
   _straña = [ww] bevreemden, vreemd vinden. Ta strañá mi, ... - Ik vind 't vreemd, ... [bnw] vreemd, raar
   _strañesa = vreemdheid; bevreemding
   _strangulá = wurgen
   _strangulante = wurgend; wurg-
   _strangulashon = wurging
   _stranhero = [znw] buitenlander; vreemdeling. [bnw] vreemd; buitenlands; uitheems
   _straño = vreemd, vreemdsoortig, eigenaardig
   _strategia = strategie; list
   _stratégiko = strategisch; listig
   _stratego = strateeg
   _stravegante = extravagant, uitzonderlijk
   _strea = ster. strea di nort - poolster. El a pèrdè strea di nort. - Hij is de kluts kwijt.
   _strei = kibbelen, bekvechten, vitten
   _streif = klutsei
   _streimento = kibbelarij
   _strena [A.] = donder. (C.: bos)
   _strepi = streep
   _stret = [ww] rechten, recht trekken, rechtzetten; terechtwijzen. [bw] recht [niet krom]; stret padilanti - rechtdoor; recht vooruit.
   _striká = strijkbeurt. m'a dun'é un labá i striká. - Ik heb 'm goed de waarheid gezegd.
   _strika = strijken. Ora hero ta kayente, laga strika! - Men moet het ijzer smeden als het heet is. kabei striká - met een hete krultang sluik gemaakt kroeshaar
   _striktamente = [bw] strikt
   _strikto = [bnw] strikt
   _stroba = storen, verstoren. Stroba otro - elkaar in de wielen rijden.
   _strobamento = stoornis; verstoring; storing
   _stroi = strooien
   _strok = beroerte
   _stròp = strop (aan galg). Den kas di burdugu no sa falta stròp. - In het huis van een beul ontbreekt nooit een strop.
   _stropi = 1. [znw] stroop, siroop. stropíi kalbas - kalebasstroop (hoes-tdrank). 2. [bnw] heerlijk (van smaak), heel erg lekker (zoet)
   _strukturá = structureren
   _struktura = struktuur; samenstel
   _struktural = structureel
   _studia = studeren; bestuderen
   _studiante = student
   _studiantil = studenten-; studentikoos
   _studioso = leergierig
   _stul = stoel. stul di zoya - schommelstoel
   _stupi = stoep
   _stupides = stompzinnigheid
   _stúpido = stompzinnig
   _stür = [znw] stuur. [ww] sturen, besturen
   _su = zijn; haar, Uw
   _sua = zwager; ouwe jongen
   _suafel {stomme e} = lucifer
   _suaflu = lucifer
   _suak = zwak
   _sualchi = zwaluw
   _suarchi = zwaluw
   _suave = zachtaardig; xachtzinnig; [muziek, stem e.d.] zacht
   _suavisá = verzachten; vertederen
   _suavisante = verzachtend
   _subhetibidat = subjectiviteit
   _subhetibo = subjectief
   _subhuntibo = aanvoegend; modo subhuntibo - aanvoegende wijs
   _subi = omhoog gaan; opstappen; instappen; beklimmen; opstijgen; oplaten.
   _subida = helling (omhoog); het opstijgen
   _subkonsiente = onderbewust
   _sublimá = sublimeren
   _Sublime = subliem, riant
   _submarino = onderzeeër
   _subordiná = [ww] ondergeschikt maken. [bnw] ondergeschikt
   _subordinashon = ondergeschiktheid
   _subrayá = onderstrepen
   _subrina = neef, nicht. (kind van broer of zus). ook: sobrina (oorspronkelijk geslachtloos.)
   _subrino = neef [oomzegger] ook: sobrino (onder Spaanse invloed.)
   _subsidiá = subsidiëren
   _subsidiario = subsidiair
   _subsidio = subsidie
   _substansia = substantie
   _substansial = substantiëel, aanzienlijk
   _substantibá = substantiveren
   _substantibo = substantief, zelfstandig naamwoord
   _substituí = vervangen, substitueren
   _substitushon = vervanging, substitutie
   _substituto = substituut; vervanhgingsmiddel
   _subteráneo = onderaards
   _suburbio = voorstad
   _subversibo = subversief, ondermijnend
   _suegra = schoonmoeder; schoondochter
   _suegro = schoonvader, schoonouder; schoonzoon
   _sueko = [znw] Zweed; zweeds. [bnw] zweeds.
   _suela = vloer, grond. bùigi te na suela - buigen als 'n knipmes. nan a bah'é te na suela. - Er bleef geen stuk van hem heel.
- (gezegd als men iemand op z'n voet trapt.)
   _sueldo = loon
   _sueño = schim. M'a mira su sueño. - Ik heb 'n schim van hem gezien.
   _suèrtè = geluk. tin suèrtè - boffen. tin mala suèrtè - pech hebben. pa mala suèrtè - ongelukkig(erwijs)
   _Suesia = Zweden
   _sufihá = achtervoegen
   _sufiho = achtervoegsel
   _sufisiente = voldoende, genoeg, toereikend
   _sufri = [ww] lijden (di - aan)
   _sufrimento = [znw] lijden
   _sugerensia = suggestie, voorstel
   _sugerí = voorstellen, suggereren, opperen
   _sugestibo = suggestief
   _suhetá = onderwerpen
   _suheto = subject, onderwerp
   _suichi = schakelaar. yab'i suichi - contactsleutel(tje)
   _Suisia = Zwitserland
   _suisidio = zelfmoord; zelfdoding
   _suiso = [znw] Zwitser; Zwitsers. [bnw] zwitsers.
   _sukú (C.) = donker. (A.: skur)
   _suku = suiker. Suku ku gaba su mes ta bira pupu. - Eigen roem stinkt.
   _sukumbí = toegeven, zwichten, bezwijken, het hoofd buigen [fig.].
   _sukursal = filiaal, bijkantoor, dépendance
   _sùlts = zult
   _suma = [znw] optelling; bedrag. [ww] optellen.
   _sumamente = [bw] hoogst, uiterst, uitermate
   _sumario = sumier; standrechtelijk. kaso sumario - kort geding. ehekushon sumario - standrechtelijke executie.
   _suministrá = leveren, aanvoeren
   _suministradó = leverancier
   _suministro = levering, aanvoer, voorziening
   _sumo = [bnw] uiterst, uitermate. di sumo importansia - van uitermate groot belang.
   _sumpiña = doorn; naald (v. cactus); stekel
   _sunchi = [znw] zoen, kus. [ww] zoenen, kussen.
   _sunú = bloot, naakt. bisti sunú - laag uitgesneden kleren dragen. blo sunú - helemaal bloot. bibo sunú - spiernaakt. kita sunú - alle kleren uittrekken. lomba sunú - met blote rug. kabes sunú - blootshoofds.
   _super-merkado = supermarkt
   _superá = te boven komen, overwinnen; zich ontworstelen aan
   _superfisial _superfishal = oppervlakkig
   _superfisialidat _superfishalidat = oppervlakkigheid
   _superfisie = oppervlak(te)
   _superior = superieur; overmachtig
   _superioridat = superioriteit; overmacht
   _superlatibo = overtreffende trap
   _superstishon = bijgeloof
   _superstisioso = bijgelovig
   _supervisá = toezicht houden
   _supervishon = toezicht
   _supla = 1. blazen; 2. waaien; 3. snuiten; 4. sissen [ook v. slang]; supla nanishi - z'n neus snuiten. supla paga - uitblazen
   _súplika = smeekbede; verzoek
   _supliká = smeken; verzoeken
   _suponé = veronderstellen, vermoeden
   _suposishon = veronderstelling, vermoeden
   _supremasia = suprematie
   _supremo = supreem; opper(st)
   _suprimí = verdringen; onderdrukken; verbergen
   _supuestamente [S.] = [bw] verondersteld
   _supuesto [S.] = [bnw] verondersteld, vermeend
   _sùr = zuster [non]
   _surdo = doof; (zie: sòrdo)
   _surgi [di] = opkomen [uit], voortkomen [uit]
   _Surinam = Suriname
   _surinameño = [znw] Surinamer; [bnw] surinaams
   _Surnam = Suriname
   _surpasá = overtreffen
   _surplus = id.
   _surtí = gesorteerd; bevoorraad. bon surtí - goed voorzien
   _surti = sorteren
   _surtido = sortering; voorraad
   _suseptibel {stomme e} = vatbaar; ontvankelijk
   _suseptibilidat = vatbaarheid
   _suseshon = successie; opvolging
   _susesibo = opvolgend; successief
   _susesor = opvolger
   _susha = vuil worden; vuil maken; bevuilen. susha un hende su nomber - iemand door het slijk halen. su kabes a susha - z'n/haar hoofd is op hol geslagen. mal sushá - heel erg vuil.
   _sushamento = vervuiling
   _sushi = [znw] vuil; vuilnis; vuiligheid, viezigheid; poep. sush'i kachó - hondenpoep. bak'i sushi - vuilnisbak, vuilnisemmer. barí'i sushi - vuilnisvat. out'i sushi - vuilniswagen. sak'i sushi - vuilniszak. [bnw] vuil, vies, smerig; schunnig. boka sushi - een vuile bek.
   _sushiman = vuilnisman
   _suspendé = schorsen, opschorten; verdagen
   _suspenshon = schorsing, opschorting
   _suspirá = zuchten
   _suspiro = zucht
   _sustantibo = zelfstandig naamwoord
   _susto = schrik
   _susurá = fluisteren
   _suta = ranselen, afranselen; geselen
   _sutamento = afranseling; geseling
   _sútil = subtiel
   _sutilidat = subtiliteit
   _SVB = Sociale Verzekeringsbank

   _ta = 1. tegenwoordige tijdspartikel. 2. [ww] zijn. [V.T.:] tábata. (soms afgekort tot: t') Esakí t'e. - Dit is 'm/ze/'t. Bo ruman t'ei? - Is je broer/zus daar? E no t'ei. - Hij/zij/'t is er niet.
   _tabako = tabak
   _tábata = 1. was/waren; 2. verledentijdspartikel. tábata sa - wist/wisten. Mi tábata t'ei. - Ik wasdaar (bij).
   _tabatin = V.T. v. tin= had(den); er was/waren
   _tabla = 1. plank. 2. 'n heel lot uit de landsloterij.
   _tabú = taboe
   _taflak = tafellaken
   _taha = verbieden
   _taip = typen
   _taira = band, luchtband, autoband
   _tait = [ww] aanhalen, strak(ker) trekken, spannen. [bnw] strak
   _taki = [boom-] tak
   _taksi = taxi
   _táktika = tactiek
   _táktiko = tactisch
   _táktil = tast-, tastbaar
   _takto = 1. tact. 2. tast [zintuig]
   _tal [S.] = zo'n. di tal manera - zodanig; op zodanige wijze. un tal señor A. - 'n zekere meneer A.
   _talentá = getalenteerd, talentvol; begaafd; begiftigd
   _talento = talent
   _tamaño = afmeting; grootte; omvang
   _tambaleá _tambaliá = wankelen
   _tambaleante _tambaliante = wankelend; onvast
   _tambe = ook
   _tambú = 1. soort trom. 2. dans en zang, met alleen rythmisch geluid op trom en tuingereedschappen. tambú di horea - trommelvlies
   _tampòko = ook niet; evenmin
   _tan' = tante (+ naam); Tan'Toya - Tante Victoria.
   _tan [S.!] = zo
   _tankero = tanker
   _tanki = tank; reservoir
   _tanta = tante
   _tanten {ng} = ondertussen; tanten ku - zo lang.
   _tanto _tantu = zoveel; tanto bal - 't is om 't even. tanto bal bo t'ei of lag'i t'ei. - 't is om 't even Of je er bent of niet. tanto ... komo .... - zowel ... als ... tanto mihó! - des te beter! asina tantu - zo veel. mas tantu - meestal. (No) di e tanto ei - (niet) zo bar veel. Pa e di tantu biaha. - voor de zoveelste keer.
   _tapa-tapa = deksel
   _tapá = [bnw] afgedekt, bedekt, verstopt; [fig.] afgestompt. mi horea ta tapá. - m'n oren zitten dicht. (v. buis e.d.), verstopt
   _tapa = [znw] deksel; hoes [ww] afdekken; dichtdoen (met deksel); bedekken [ook fig.]; verstoppen, (v. buis e.d.), verstopt raken.
   _tapadera = deksel
   _tapeit = tapijt; loper. tapeit korá - rode loper.
   _tapushi = aar; korenaar
   _tara-tara = kraakbeen
   _tarda = ophouden, uitblijven, duren; laat komen. pa mas tardá - op z'n laatst; uiterlijk
   _tardansa = duur; oponthoud, vertraging
   _tardi = namiddag. Bon tardi! - Goeie middag. (zie ook: atardi)
   _tarea = taak; opgave
   _tarifa = tarief
   _tas = id.
   _tasa = koers (v. effekten, geld)
   _tata = vader. Dios Tata - God de Vader. Nos-Tata= Onze-Vader
   _tataranieto = [S.!] achter-achterkleinkind
   _tawela [C.] = grootvader, grootmoeder. (A.: wela)
   _taya = taille
   _tayer = werkplaats, atelier; studiedag, work-shop
   _tayó = bord (om te eten)
   _té = thee
   _te = tot. te ainda - nog steeds; te asta - zelfs; te dimas - al te veel. Te oró! - Tot straks! Te mañan! - Tot morgen!
   _teatral = theatraal
   _teatro = theater, schouwburg
   _teblachi = theeblad, presenteerblad, dienblad
   _tefi = teef
   _teimu = (pesterig) zeuren, treiteren, zijken [fig.]
   _tèk = stel, groep, stapel
   _tèkè-tèkè = babbelen, kletsen
   _tekla = toets
   _teklado = toetsenbord
   _téknika = techniek
   _tékniko = [znw] technicus [bnw] technisch.
   _teknología = technologie
   _teknológiko = technologisch
   _teknólogo = technoloog
   _teksto = tekst
   _tekstual = [bnw] letterlijk
   _tekstualmente = [bw] letterlijk
   _tela = stof (geweven); weefsel
   _telefériko = kabelbaan
   _telefon = telefoon
   _telefóniko = telefonisch
   _telefonista = telefonist
   _telegrafía = telegrafie
   _telegráfiko = telegrafisch
   _telegrafista = telegrafist
   _telegram = telegram telegram di kondolensia - condoléancetelegram. telegram di felisitashon - gelukstelegram
   _telekomunikashon = telecommunicatie
   _telelele = treuzelen, sukkelen
   _telep = theelepel
   _telepatía = telepathie
   _telepátiko = telepathisch
   _teleskopio = telescoop, sterrenkijker
   _televishon = televisie
   _tema = thema
   _temátiko = [znw] thematiek. [bnw] thematisch
   _tembla = beven; bibberen; sidderen; trillen
   _temblamento = beving; trilling. un temblamento di tera= een aardbeving
   _temblor = [aard-] trilling; aardschok
   _teme = vrezen; duchten.
   _temeroso = vreesachtig; vreesaanjagend; angstig, angstvallig
   _temor = vrees
   _temperá = marineren
   _temperamento = temperament
   _temperatura = temperatuur
   _tempo = 1. tijd; ki tempo? - wanneer?. tempo ku - toen. Tempo di mi tempo, - toen ik nog jong was,... tempo-tempo - bij tijd en wijle. 2. weer. Tempo ta na awa. - Het dreigt te gaan regenen. bon tempo - goed weer. mal tempo - slecht weer, onweer
   _temporada = tijdperk; tijd v. h. jaar
   _temporal = [bnw] tijdelijk
   _temporalmente = [bw] tijdelijk
   _temporisá = temporiseren
   _tempran = vroeg
   _tenas = onversaagd, vasthoudend,
   _tenasidat = vasthoudendheid, onversaagdheid
   _tenchi = [znw] kleine teen; teenthje (knoflook); [bnw] tenger
   _tende = horen. Bin tende! - Kom 'ns horen! Kuidou, tende! - Kijk uit, hoor!
   _tendensia = tendens; neiging
   _tendensioso = tendentieus
   _tene = 1: houden. 2: gebiedende wijs van tin. tene pasenshi! - Heb geduld!
   _tènes = tennis. hunga tènes - tennissen
   _tenshon = spanning
   _tenso = gespannen
   _tènt = tent
   _tenta = 1: plagen; pesten. 2: verleiden
   _tentámen = tentamen
   _tentashon = verleiding, verzoeking. kai den tentashon - in verleiding komen
   _tentatibo = hangend, nog niet definitief
   _teología = teologie
   _teológiko = theologisch
   _teólogo = theoloog
   _teorétiko = [znw] theoreticus; [bnw] theoretisch
   _teoría = theorie, leer
   _tep = [znw] tip; plakband; geluidsband. [ww] tippen
   _tèr = treiteren, pesten
   _tera = grond, aarde. tera fríu - het Kikkerland. fò'i tera - in 't buitenland. leu fò'i tera - ver van huis. yiu di tera - landskind; echte Arubaan(se)
   _terapia = therapie
   _terapista = therapeut
   _tèrdó = treiteraar, pestkop, bullebak
   _teremoto = aardbeving
   _tereno = terrein
   _terestre = aards
   _teribel {stomme e} = vreselijk; verschrikkelijk
   _teritorio = gebied, territorium
   _terko = [znw] stijfkop [bnw] stijfhoofdig, koppig, hardnekkig.
   _terminá = eindigen, beëindigen, opzeggen
   _terminal = terminaal
   _terminashon = beëindiging; opzegging
   _término = term; termijn
   _terminología = terminologie
   _ternura = tederheid; vertedering
   _teror = terreur; verschrikking
   _terorisá = terroriseren
   _terorismo = terorisme
   _terorista = terrorist
   _tersio = vent, kerel
   _tèrt = soort vruchtentaart
   _tesorero = penningmeester
   _tesoro = schat [niet fig.]
   _tèst = [znw] test; [ww] testen
   _testamènt = testament. Testamènt bieu - het Oude Testament. Testamènt nobo - het Nieuwe Testament
   _testigo = [znw] getuige
   _testiguá = [ww] getuigen
   _testíkulo = testikel; zaadbal
   _testimonio = getuigenis; verkondiging. duna testimonio - getuigenis geven.
   _tete = tiet. pan tete - rond puntbrood [plat]
   _tetero = speen
   _tetetete [C.] = treuzelen, rekken. (A.: telelele)
   _tetratlon = vierkamp
   _tía [S.] = tante
   _tiguer {stomme e} = tijger. Sha Tiguer - figuur uit Nanzi-verhalen.
   _tiki = beetje, weinig
   _tilda = beschuldigen (van nalatigheid)
   _timides = verlegenheid; beschroomdheid
   _tímido = timide, verlegen, schuchter, schaapachtig, vreesachtig
   _timon = roer
   _timonero = roerganger
   _tin {ng} = 1. hebben; 2. er is/zijn; [zonder ta]. [V.T.: tabatin. tin di/tin ku - moeten; Ki mi tin kunes! - Wat kan mij dat schelen! (Ta) kiko tin? - Wat is er?
   _tiña = verven (v. haar of kleren)
   _tinashi = glazen of aardewwerk kruik (zonder stop)
   _tini = hebben. (zie: tin)
   _tino = verstand, bewustzijn, hersenen. paga tino - op z'n tellen passen. paga tino na - aandacht besteden aan. tin bon tino - goed bij zijn. fò'i tino - buiten kennis/bewustzijn. na tino - bij kennis/bewustzijn. uza bo tino! - gebruik je verstand.
   _tío [S.] = oom
   _tipifiká = typeren
   _tipifikashon = typering
   _típiko = typerend, typisch, tekenend
   _tipo = type; soort
   _tira = gooien, werpen, smijten; strooien; schieten; afsteken [v. vuurwerk]. tira lòt - loten. Tira puña - steken onder water geven.
   _tirakochi = sprinkhaan
   _tiramento = [znw] gooien, werpen; schieten, schietpartij
   _tiranía = tiranie; dwingelandij.
   _tirano = tiran; dwingeland.
   _tiro = schot
   _tiroteo = schietpartij, [met vuurwapens]
   _titular = kop (in kranten e.d.); hoofdpunt. E titularnan ta manera ta sigui: - De hoofdpunten zijn als volgt: =
   _título = titel
   _tobo = tobbe; teil. tobo di laba paña - wastobbe. Esei a kai den su tobo di laba paña! - Dat was een kolfje naar haar hand. .
   _tòch _tòchi = aanraken. tòchi-no-tòchi - rakelings
   _todo [S.!] = in: en todo caso[S.] - in alle geval. hasi todo por todo [S.] - alles op alles zetten.
   _todopoderoso [S.] = [znw] Almachtige. [bnw] almachtig
   _tòf = stoer, tof; ple tòf - de stoere jongen uithangen.
   _tofer {stomme e} = knutslen, prutsen, peuteren; uitproberen.
   _tòg = niettemin; toch
   _tòka = 1. aanraken; 2. spelen (muziek); 3. toevallen, behoren tot. Su kabes a tòka. - Z'n hoofd is op hol geslagen. Esei ta tòká bo / Esei ta toka na bo. - Dat is aan jou (voorbehouden).
   _tòkadisko = platenspeler
   _tòkadó = speler (v. muziek).
   _tòkamento = [znw] het spelen (v. muziek)
   _tokante di = over, betreffend
   _tòke = tint(je). duna e fiesta un tòke speshal - het feest een speciaal tintje geven.
   _tòks = stompen, meppen, 'n oplawaai geven
   _tolerá = tolereren; dulden.
   _tolerabel {stomme e} = tolerabel, dragelijk
   _toleransia = tolerantie, verdraagzaamheid
   _tolerante = tolerant, verdraagzaam
   _tolondrá = verward (van geest), in de war
   _tomati = tomaat
   _tomo [S.] = boekdeel
   _tóniko = toon-
   _tono = toon; teneur
   _tontia = rotzooien, sodemieteren [zeer vulg.]
   _tonto = kut [zeer vulg!] Bai den tont' i bo mama! - Kruip in je moerskont! [zeer vulg.]
   _topa = ontmoeten; tegenkomen [meestal gevolgd door ku].
   _topas = topaas
   _tópiko = onderwerp (v. gesprek e.d.)
   _topografía = topografie
   _topográfiko = topografisch
   _toque [S.] = in:
toque de queda [S.] - avondklok; spertijd
   _toren {stomme e} = id.
   _tòrmentá = teisteren; martelen
   _tòrmenta = storm
   _tòrmento = marteling [ook fig.]; teistering
   _tòrmentoso = stormachtig
   _tòrna =twinkelen
   _tòrnu = demonteren, uit elkaar halen
   _tòrta = taart. tòrta real - gekoelde puddingtaart. .
   _tòrto = 1.plag; leem. kas di tòrto - lemen huis. 2. eenoog. Den tera di siegonan esun torto ta rey. - In 't land der blinden is eenoog koning.
   _tòrtuga = (zee)schildpad
   _tòrturá = martelen
   _tòrtura = marteling
   _tòs = hoest
   _tosa = hoesten
   _tosamento = [znw] hoesten
   _tòsta = toasten, roosteren
   _tota = borrelen
   _total = [bnw] totaal, geheel
   _totalidat = [znw] totaal, geheel
   _totalmente = [bw] totaal, helemaal; geheel
   _totèki = boomhagedis
   _totolika = [ornith.] musduif
   _tou = [ww] slepen; [znw] sleep. na tou - op sleep
   _toubot = sleepboot
   _Toya = koosnaam voor Victoria
   _trabahoso = bewerkelijk
   _trabou = arbeid, werk
   _tradishon = traditie; overlevering
   _tradishonal = traditioneel
   _tradukshon = vertaling
   _traduktor = vertaler
   _tradusí = vertalen
   _trafiká = handelen, handel drijven
   _trafikabel {stomme e} = verhandelbaar
   _trafikante = handelaar
   _trafikashon = handel. trafikashon di droga - handel in verdovende middelen.
   _tráfiko = verkeer. reglanan di tráfiko - verkeersregels
   _tragedia = tragedie
   _trágiko = tragisch
   _traha = werken; bouwen; doen; zetten traha kòfi, te - koffie, thee zetten; traha kara mahos - lelijke gezichten trekken
   _trahadó = werker. trahadó soshal - sociaal werker/ster
   _trahamento = [znw] het werken, bouwen, zetten etc. (zie: traha)
   _trahe = klederdracht, dracht
   _traidor = verrader
   _traishon = verraad
   _traishoná = verraden
   _traishonero = verraderlijk
   _trámite = maatregel, voorbereiding
   _trampa = val; klem; valstrik; hinderlaag. kai den trampa - in de val lopen, erin trappen
   _trampiá = afgeleefd, afgedragen (v. kleren, schoenen), afgebeuld (v. auto e.d.)
   _trampolin = trampoline
   _trancha = slavenmuur
   _tranka = vastzitten, vastlopen, blijven steken
   _trankera = cactushaag; omheining [van cactussen]
   _trankil = rustig
   _trankilidat = rust
   _trankilo = rustig
   _transa = trance
   _transakshon = transactie
   _transendé = transcenderen, boven de zinnelijke waarneming uitgaan
   _transendensia = transcendentie, bovenzinnelijkheid
   _transendental = transcendenteel, bovenzinnelijk
   _transferensia = overplaatsing, overmaking, overboeking
   _transferí = overplaatsen, overmaken, overboeken
   _transformá = transformeren; omvormen; (totaal) veranderen
   _transformadó = transformator
   _transformashon = transformatie, omvorming; totale verandering
   _transfushon = transfusie
   _transhèt = rek (in winkel)
   _transishon = overgang
   _tránsito = doorvoer, doorgaand, transito
   _transitorio = vergankelijk; voorbijgaand; overgangs-
   _transkurí = [ww] verlopen
   _transmishon = transmissie; uitzending (v. radio/TV); voortplanting (v. licht e.d.)
   _transmití = uitzenden (radio/TV); voortplanten (v. licht e.d.)
   _transparensia = doorzichtigheid; openheid
   _transparente = doorzichtig; open; transparant
   _transplantá = transplanteren
   _transplantabel {stomme e} = transplanteerbaar
   _transplantashon = transplantatie
   _transportá = transporteren, vervoeren
   _transportabel {stomme e} = transporteerbaar, vervoerbaar
   _transportashon = transport, vervoer
   _trapa = trappen; stappen op.
   _trapi = trap
   _tras (di) _tra'i = achter. tra'i lomnb'i Dios. - erg afgelegen
   _trasa = achterhalen; speuren
   _trasladá = verplaatsen, overplaatsen
   _trasladabel {stomme e} = overplaatsbaar; verplaatsbaar
   _traslado = verplaatsing, overplaatsing
   _traspasá = overdragen, overgeven, doorgeven; overschrijden
   _traspasabel {stomme e} = overdraagbaar
   _traspaso = overdracht; overhandiging, het doorgeven; overschrijding
   _trastorná = [bnw] overstuur
   _trastorno = storing; verstoring; stoornis
   _trata = 1. behandelen. trata di - betreffen, aangaan. 2. trachten, pogen. 3. trakteren; vergasten
   _tratabel {stomme e} = behandelbaar
   _tratado = verdrag; traktaat
   _tratamento = [znw] het behandelen, behandeling
   _trato = behandeling. trato igual - gelijke behandeling
   _trayekto = traject
   _trayektorio = gang van zaken; carrière; levensloop
   _trèk = [thee, soep e.d.] trekken
   _trèkpòchi [C.] = theepot, theekan. (A.: kanika di té)
   _trèktu = trechter. E lei di trèktu: smal pa bo, hanchu pa mi. - De wet van de trechter: smal voor jou, breed voor mij.
   _tremor = trilling (in aarde)
   _tres = drie; di tres - derde
   _trese = (mee)brengen
   _triangular = driehoekig
   _triángulo = driehoek
   _triatlon = driekamp
   _tribi = durven
   _tribí = gewaagd, ghedurfd; overmoedig, stoutmoedig
   _tribilidat = durf, lef, overmoed, stoutmoedigheid
   _tribon = haai
   _tribu = stam, volksstam
   _tribuna = tribune
   _tribunal = tribunaal
   _tributo = eer (aan overledenen). rindi tributo na - de laatste eer bewijzen aan
   _triduo = triduum [rkk]
   _trigo = graan
   _triki = truc(je); streek; list
   _Trinidat = Drieëenheid, Drievuldigheid
   _trinitaria = bougainvilea
   _trinta = dertig. di trinta - dertigste; trint' i tres - 33.
   _tripa = darmen; ingewanden
   _tripel {stomme e} = driedubbel
   _triptongo = drieklank
   _tripulá = bemannen
   _tripulante = bemanningslid
   _tripulashon = bemanning. sin tripulashon - onbemand
   _tristesa = verdriet; weemoed
   _tristu = verdrietig, triest, sip, treurig; weemoedig
   _trit = [znw] traktatie; [ww] trakteren. (deelw.: getrit)
   _triumfá = triomferen; zegevieren.
   _triumfante = triomfant(elijk)
   _triumfo = triomf ; zege
   _trivial = triviaal; onbenullig.
   _trivialidat = onbenulligheid
   _trobe = weer, opnieuw
   _tròbel {stomme e} = moeilijkheden, pech, problemen, narigheid, strubbeling
   _trofeo = trofee
   _tròk = truck, vrachtwagen, vrachtauto
   _troka = ruilen, omruilen
   _tròmp = tol [speelgoed]; hunga tròmp - tollen [kinderspel] .
   _trompèt = trompet; bazuin
   _trompètista = trompettist
   _trompiká = struikelen
   _tronko = stam (v. boom); torso
   _tronkon = stam [v. boom e.d.]
   _trono = troon
   _tropikal = tropisch
   _trópiko = [znw] tropen. [bnw] tropisch
   _trosé [C.] = verwrongen; verdraaid; misvormd. (A.: trosí)
   _trose = wringen; verdraaien [fig.]
   _tròshi = tros; pol
   _trosí [A.] = verwrongen; verdraaid; misvormd. (C.: trosé)
   _trote = draf [paard, ezel e.d.]
   _trottoir{trotwaar} = id.
   _trouma = trauma
   _troumátiko = traumatisch
   _trupa = troep(en)
   _tubería = leiding (v. buizen), pijpleiding
   _tubo = buis
   _tuku = [znw] schat(je). [bnw] schattig
   _tuma = nemen. tum' aden - overstag gaan. tuma na malu= kwalijk nemen. tuma over= overnemen
   _tumba = [znw] tombe, grafkelder. [ww] omduwen, omvallen, omkieperen, omstoten. laga tumba - zijn biezen pakken
   _tumor = tumor, gezwel
   _tumulto = tumult
   _tumultuoso = tumultueus
   _tuna [A.] = bladcactus. (C.: infrou)
   _tùnel {stomme e} = tunnel
   _tur = alles, al(le), ieder(e). tur hende= iedereen. tur día - iedere dag. tur ora - steeds, alsmaar. tur kaminda - overal; tur lugá - overal. tur klasa di - allerlei
   _turbina = turbine
   _turbulensia = turbulentie; onstuimigheid; woeligheid.
   _turbulento = turbulent; onstuimig; woelig.
   _turdí = verdoofd; versuft; overstuur; in de war
   _turismo = toerisme
   _turista = toerist
   _turístiko = toeristisch
   _turkía = Turkije
   _turko = [znw] Turk; Turks. [bnw] turks
   _turnamento = toernooi
   _turno = beurt; zet. na turno - om de beurt; bij toerbeurt. Ta bo turno! - Jij bent aan de beurt, aan zet.
   _tusa = lege maiskolf (na verwijdering van de mais)
   _tutu = allegaartje, samenraapsel, ratjetoe

   _ubiká = woonachtig zijn; bewonen.
   _ubo = in: Ki ubo di... - Wat te zeggen van....
   _ùit = uiten (zich = su mes)
   _ul = reageren [plat]. E no a ul. - Hij reageerde niet.
   _úlcera [S.] = zweer, maagzweer
   _uli = zeil [voor op vloer of tafel]
   _un {ng} = 'n; één. un hende - iemand. un kos - iets.
   _unánimamente = [bw] unaniem
   _unanimidat = unanimiteit
   _unánimo = unaniem
   _unda = [vr./betr.vnw] waar. unda ku ta - waar dan ook. Mi ta yudá bo te unda mi por. - Ik help je voor zover ik kan. Ta na unda? - Met wie spreek ik? [aan telefoon, plat]. Di unda b'a bin? - Waar kom je vandaan?
   _uni = samen voegen, verenigen; aaneenschakelen
   _uní = verenigd; samengevoegd; aaneengesloten
   _unidat = eenheid
   _unifiká = samenvoegen, verenigen
   _unifikashon = samenvoeging, vereniging
   _uniforme = [znw+bnw] uniform
   _uniformidat = uniformiteit
   _unikamente = [bw] uitsluitend
   _úniko = uniek; enig(e)
   _union = unie; eenheid; bond. Union ta hasi fòrsa - Eendracht maakt macht.
   _universal = universeel
   _universalidat = universaliteit
   _universidat = universiteit
   _universitario = universitair
   _urbano = steeds, stedelijk
   _urbanisashon = verstedelijking
   _urgensia = urgentie, spoed
   _urgente = urgent, spoedeisend
   _urgi = aansporen; aanmoedigen; (dringend) aanbevelen
   _urina = urine
   _urinario = urinoir
   _uriná = urineren
   _urna = urn. urna elektoral - stembus
   _uster {stomme e} = oester
   _usual = gebruikelijk
   _usuario = gebruiker
   _usurá = woekeren; woekerwinst maken
   _usurero = woekeraar
   _usurpadó = usurpator; uitbuiter
   _usurpá = usurperen; uitbuiten
   _útil = nuttig
   _utilidat = utiliteit; nut; nutsbedrijf
   _utilisá = utiliseren
   _utilisashon = utilisatie
   _Utopia = Utopie
   _uza = gebruiken
   _uzo = gebruik

   _vago = vaag; onbestemd
   _vaguedat = vaagheid
   _vak = (studie)vak
   _vakansi = vakantie
   _vakante = vacant
   _vakashon = vakantie
   _vakatura = vacature
   _vale [S.] = waard zijn. vale la pena[S.] - de moeite waard zijn
   _valei = vallei
   _valis = koffer; tas; valies
   _vandal = vandaal
   _vandalismo = vandalisme; vernielzucht
   _vanidat = ijdelheid
   _vano [S.] = in: en vano - tevergeefs
   _vapor = damp; stoom; stoomboot
   _variá = gevariëerd
   _varia = variëren
   _variabel {stomme e} = variabel; veranderlijk
   _variante = variant
   _variashon = variatie; variëteit; schakering
   _variedat = variëteit; verscheidenheid
   _vas = vaas
   _Vatikano = [znw] Vaticaan
   _vatikano = [bnw] vaticaans
   _vegetá = vegeteren
   _vegetario = [znw] vegetariër. [bnw] vegetarisch, plantaardig.
   _vegetashon = vegetatie, beplanting, plantengroei
   _vehíkulo = voertuig [ook fig.]
   _velosidat = snelheid
   _vèn = ventilator
   _venená = vergiftigen
   _venenamento = vergiftiging. venenamento di sanguer - bloedvergiftiging
   _veneno = vergif(t); venijn [ook fig.]
   _venenoso = giftig, vergiftig
   _venerá = vereren
   _venerashon = verering
   _cvenériko = venerisch
   _venga _benga = wreken; wraak nemen; vergelden
   _vengansa _bengansa = wraak; vergelding
   _vengatibo _bengatibo = wraakzuchtig
   _ventilá = ventileren; [fig] verkondigen
   _ventilashon = ventilatie; [fig.] verkondiging
   _verano (S.) = zomer
   _verbal = verbaal
   _verbalisá = verbaliseren
   _veredikto = vonnis [ook fig.]
   _verifiká = verifiëren
   _verifikabel {stomme e} = verifiëerbaar
   _verifikashon = verificatie
   _vershon = versie
   _vertikal = verticaal
   _vespertino = middagkrant
   _veterano = veteraan
   _veterinario = [znw] veearts, dierenarts. [bnw] veterinair
   _vez [S.!] = in: di vez en cuando - af en toe. A la vez - tegelijkertijd
   _vía = toedoen. pa vía di - door, door toedoen van. pa bo vía - door jouw toedoen, schuld
   _viático [S.] = [rkk] viaticum, laatste sacramenten
   _vibra = vibreren; trillen
   _vibrashon = vibratie; trilling
   _viernasanto = Goede Vrijdag (moderner: diabierna santo)
   _vigilá = waken; bewaken; waakzaam zijn
   _vigilante = waakzaam
   _vigilashon = bewaking; waakzaamheid
   _vigilia = wake
   _vigor = kracht. drenta na vigor - van kracht worden
   _vigoroso = krachtig
   _vikario = vicaris
   _víktima = slachtoffer
   _viktimisá = victimiseren
   _viktimisashon = victimisering
   _viktoria = overwinning; zege
   _viktorioso = zegevierend; overwinnend; als overwinnaar(s)
   _vil = laaghartig; verachtelijk; vuig
   _vinaguer {stomme e} = azijn
   _vinkulá = [fig.] verbinden, verbonden zijn; betrokken zijn.
   _vínkulo = [fig.] verbinding, betrokkenheid
   _vindishi = (zie: findishi)
   _violá = verkrachten; onteren, schenden; overtreden
   _violashon = verkrachting; ontering, schending, schennis; overtreding
   _violensia = geweld; geweldpleging
   _violento = geweldadig; onbeheerst
   _viril = mannelijk
   _virilidat = mannelijkheid
   _virulensia = virulentie
   _virulento = virulent
   _vision _vishon = visie
   _visionario _vishonario = [znw/bnw] visioenair
   _virtuosidat = virtuositeit
   _virtuoso = virtuoos
   _virus = id.
   _vishon _vision = visie
   _vishonario _visionario = [znw+bnw] visioenair
   _visibel {stomme e} = zichtbaar
   _visibilidat = xicht; xichtbaarheid
   _visioso = vicieus. Sírkulo visioso - vicieuse cirkel
   _víspera = vooravond [ook fig.]
   _visual = [bnw] visueel
   _visualmente = [bw] visueel
   _vital = vital; levendig
   _vitalidat = vitaliteit; levendigheid
   _vitamina = vitamine
   _volkan = vulkaan
   _volkániko = vulkanisch
   _volkanólogo = vulkanoloog
   _volúmen = volume. [publicatie] jaargang
   _voluminoso = voluminbeus; omvangrijk
   _vosero = woordvoerder
   _vosiferá = verwoorden; weergeven.
   _vota _bota = stemmen (bij verkiezingen)
   _votashon _botashon = stemming (bij verkiezingen)
   _voto _boto = stem (bij verkiezing). mayoría di voto ta konta - de meeste stemmen gelden. depositá su voto - zijn stem uitbrengen
   _vrun-vrun = [znw] gesuis, geruis, geroezemoes, gemurmel. [ww] suizen, ruisen, murmelen
   _vulgar = vulgair, platvloers
   _vulgaridat = vulgariteit
   _vulnerabel {stomme e} = kwetsbaar; weerloos.
   _vulnerabilidat = kwetsbaarheid; weerloosheid.

   _wabi [C.] = christusdoorn. (A.: hubada)
   _wacharaka = vehikel, karretje, hoestbui op wielen, oude auto
   _wachimèn = bewaker
   _waf = kade; haventerrein; werf
   _waibròsh = staalborstel
   _wak = kijken; zien. Mi ta wak bo! - Tot ziens!
   _wal = kokhalzen; mi stoma ta wal - Ik kan wel kokhalzen.
   _walisali = wilde salie
   _waltaka = boomhagedissensoort. pish'i waltaka - 'n pietsje regen
   _Wancho = koosnaam voor Juan, Jan
   _Wancito = koosnaam voor Juan, Jan.
   _wander {stomme e} = (zie: wandru)
   _wandru = dwalen, dolen; op stap gaan/zijn
   _wanstek = visborst; deel van vis tussen kop en lijf
   _wanta = [znw] klap. El a dal e un wanta. - Hij gaf hem een oplawaai.[ww] 1. verdragen, doorstáán; uithouden. Mi no por wanta (esei). - Ik kan er/daar niet tegen. mi no por wanta mas. - Ik kan 't niet langer uithouden. 2. uitstaan; 'n hekel hebben aan; Mi no por wanta e homber ei. - Ik kan die man niet uitstaan. 3. vasthouden; tegenhouden; weerstaan; weerhouden; tegengaan; weerstaan.
   _wantomba = vogelverschrikker
   _wapa [B.] = heupwiegend dansen bij oogstfees
   _wara-wara = giersoort
   _warapa = sap, juice
   _warda = [znw] wacht; wisseldienst. warda di polis - politiebureau. traha warda - wisseldienst draaien. [ww] wachten; bewaren; opruimen, opbergen, opslaan. Dobla warda! - Wacht maar af!
   _wardadó = herder. wardadó di prizon - cipier, gevangenbewaarder. e bon wardadó - de Goede Herder.
   _wardalodo = spatb ord
   _warmus = warmoes
   _warskiu = waarschuwen; vermanen
   _warwarú = (lichte) wervelwind
   _washi[vero.] = wasbord
   _watapana [A.] = waaiboom; divi-divi. Pal'i watapana - divi-diviboom
   _waterpas = waterpas. pone un hende na waterpas - iemand in 't gareel brengen
   _waya = 1. [znw] [metalen] draad. way'i koriente - stroomdraad. way'i sumpiña - prikkeldraad. 2. gaas. bula waya - over het gaas, omheining springen; uit de ban springen [fig.] 3. [ww] zwaaien; wapperen; aanwakkeren (van vuur)
   _wayabá = 'n kater hebbend
   _wayaba = kater (na alcoholgebruik)
   _wayaká = durante (alltijd groene boomsoort); pokhout
   _wazu = [znw] waas. [bnw] wazig
   _wea = pan, pot. wea di anochi - nachtspiegel; po. we'i pishi - pispot. we'i stim - hoge drukpan; (pressure cooker)
   _WEB = Water en Energie Bedrijf
   _webo = ei; kloot. webo wow'i baka - spiegelei. webo moli - zacht gekookt ei. webo putrí - vuil ei. [fig.] kleinzerig. web'i gai - bijgeloof. Komedó di webo no sa ki doló galiña ta pasa pa pon'é. - Andermans werk wordt zelden naar waarde gewaardeerd.
   _wef = weven
   _wefmento = [znw] het weven
   _wega = spel. weg'i bala - voetbal. weg'i dam - dammen. weg'i plaka - gokken. No hasi wega ku mi! - Probeer me niet voor de gek te houden! Esei no ta kò'i hasi wega kuné. - Dat is niet voor de poes. Bo no por hasi wega kuné. - Hij/zij is niet voor de poes.
   _weindrùif = druif
   _weita [A.] = zien. (C.: weta)
   _weki-weki = kortere zijweg
   _wèki = spie, wig
   _wèl = gerust [fig.]; wel. Bo por wèl 'i bisa (esei)! -Dat kun je wel zeggen, ja! Bo por wèl 'i hasíé. - Je kunt 't gerust doen.
   _wela = grootmoeder, grootvader. Bai gaña bo wela! - Maak dat je grootje wijs!
   _wèldu = lassen
   _wèldudó = lasser
   _welga = [znw] staking. kanta welga - een staking uitroepen; gaan staken. [ww] staken.
   _welguista = staker
   _welisali = wilde salie.
   _welo = grootvader
   _wendro = bijna droog (van was)
   _wentskùt = windscherm
   _wenkbrou = wenkbrauw(en)
   _wentru = kieste, cyste
   _wepsanto = Witte Donderdag. (moderner: diaweps santo)
   _wèrchi = haak, haakje (aan deur of raam e.d.)
   _wèrfano = wees
   _wèrki = gruzelmenten. na wèrki - in gruzelmenten, in stukken, kapot
   _werlek (C.) = bliksem; (A.: lamper)
   _wèrp = [biol.] werpen (v. jongen)
   _wes = rechter
   _weso = bot, been; graat. wes'i lomba - ruggegraat [ook fig.]. wes'i rabo - staartbeen, stuitje. bó weso e ta! - Hij/zij is vel over been. Kachó a nenga weso, weso mes. - gezegd als iemand iets eerst verworpen heeft en daarna toch doet.
   _wéspet = gast; logé.
   _weta (C.) = zien. (A.: weita)
   _wif = weggaan; wegwezen; verdwijnen; M'a wif. - Ik ben weg. Wif! - Wegwezen!
   _wil = stuur; stuurwiel; wiel, rad. na wil - aan het stuur.
   _Win = koosnaam voor Edwin
   _wiri-wiri = kruimels
   _wiri = metalen muziekinstrument bij draaiorgel
   _wisio = oordeel
   _wòchimèn = bewaker
   _wòrdo _wòrdu = [h.ww] worden (lijdende vorm)
   _wòri = 1. [znw] zorg(en). 2. [ww] (zich) zorgen maken; piekeren. No wòri! - Maak je geen zorgen!
   _wou [C.] = blaffen; (A.: ladra)
   _wowo = oog. wow'i hangúa - het oog van de naald. wowo kosí - spleetogen. wowo habrí - met open ogen. wowo será - met gesloten ogen. wow' i djampou - grote, uitpuilende ogen. blòk' i wowo - sierblokken. den un fregá di wowo. - in 'n oogwenk. kòrta un hende un wowo - iemand bestraffend, vernietigend, vuil aankijken. pa wow'i hende - voor het oog van de mensen. mi wowo ta kai - Ik val om van de slaap. Mi wowo a bira. - Ik zie oost voor west en west voor oost.
   _wrakadam = boem!, Pats!

   _xenofobia = xenofobie

   _ya = in: ya ... kaba - al. ya ku= aangezien
   _yabero = sleutelhanger
   _yabi = sleutel. yab'i suichi - kontaktsleuteltje
   _yag = jagen
   _yagdó = jager
   _yagmento = jacht [op dieren]
   _yaki = jak(je); saya ku yaki - twee have deuren op elkaar.
   _yalurs = jaloers
   _yama = [onov.ww] heten. Kon yamá bo? - Hoe heet je? (tegen kinderen). Kon yam'é trobe? - Hoe heet hij/zij/'t ook weer? [ov.ww] roepen; noemen; opbellen, telefoneren. yama un hende ayó - afscheid van iemand nemen. un asina yamá... - een zogenaamde ...
   _yamada = 1. oproep. beroep; hasi un yamada riba - een beroep doen op. 2. telefoongesprek. hasi un yamada (telefóniko) - opbellen, telefoneren
   _yamamento = oproep; geroep
   _yambo = ocra. Yambo bieu a bolbe na wea. - Oude liefde roest niet.
   _yanga = kwispelen
   _yanuari = januari
   _yapon = nachtpon
   _yarda = yard [E.], el (0,911,4 meter)
   _yate [S.] = [mar.] jacht.
   _yaya = [znw] kindermeisje. [ww] vertroetelen, verzorgen
   _yega = aankomen (na - op, te). yega di hasi= (ooit) wel eens gedaan hebben.
   _yegada = aankomst
   _yen {ng} = vol. Nan tin yen di kos bunita. - Ze hebben 'n heleboel mooie dingen.
   _yena = vullen; vol doen; invullen; opblazen
   _yerba = gras; kruid; onkruid. yerba di laman - wier. yerba hole - basilicum. mala yerba - onkruid. Mala yerba no sa muri. - Onkruid vergaat niet. [fig.]
   _Yerusalem = Jerusalem
   _yewa = [znw] ezellin; merrie; [fig.] wijf; yewa kayente - [fig.] loopse teef. [ww] flirten (door vrouwen)
   _yewero = flirterig; wuft; wulps
   _yeye = [biol.] cicade
   _yis _yist = gist
   _yiu-homber [A.] = zoon. (C.: yu-homber)
   _yiu-muhé [A.] = dochter. (c.: yu-muhé)
   _yiu [A.] = kind; zoon; dochter. yiu di Korsou - Curaçaoenaar; yiu di tera - landskind, echte arubaan. 'n Ta yiúi mama! - Dás geen kattepis! e yiu perdí - de verloren zoon. (C.: yu)
   _yiuchi = kindje; baby; zuigeling.
   _yobe = regenen. Awa ta yobe - het regent
   _yobida = [znw] regen, regenval
   _Yonchi = koosnaam voor Leon
   _yong = jong
   _yongotá = (dansend) hurken.
   _yonkuman {ng} = jongen (waarmee een meisje verkering heeft); jongeman
   _yòp = optrekken, rechttrekken (van schoenriem of vlieger e.d.)
   _yora = schreien; huilen; janken. yora malai - weeklagen, ach en wee roepen (als het te laat is)
   _yoradó = huiler. Yoradó no ta yora largo. - klagers hebben geen nood
   _yoramento = gehuil, huilen. na yoramento - huilend
   _Yordan = Jordaan
   _Yordania = Jordanië
   _yòrki = gedroogd schapen- of geitenvlees
   _yoron = huilebalk
   _yotin {ng} = munt van 50 cent. trè yotin - 'n daalder
   _yu [C.] = kind, zoon, dochter (A.: yiu)
   _yu-homber [C.] = zoon. (A.: yiu-homber)
   _yu_muhé [C.] = dochter. (A.: yiu-muhé)
   _yuda = helpen
   _yudadó = helper
   _yudansa = hulp
   _yùfrou = juffrouw. yùfrou di skol= schooljuffrouw, onderwijzeres
   _yugo = juk
   _yùis = juist; precies
   _yüli = juli
   _yuna = [ww] vasten. día di yuna i abstenensia - vasten- en onthoudingsdag
   _yüni = juni
   _yuwana = leguaan

   _zalheit = in: duna un hende su zalheit - iemand stevig uitkafferen
   _zanzan = in: hasi zanzan - grondig de bezem door iets halen.
   _zeilu = zeilen
   _zelo = ijver
   _zeta = [znw] olie. zeta dushi - slaolie. [ww] smeren; olieën
   _zim = zink
   _ziper {stomme e} = ritsluiting
   _zombi = spook (dolend lijk).
   _zona = [znw] zone. [ww] klinken
   _zonido = geluid, klank
   _zoya = schommelen; wiegen. stul di zoya - schommelstoel
   _zuai = [znw] zwaai. [ww] zwaaien; slingeren; zwalken
   _zuip = zweep
   _zundra = opspelen; schelden; uitschelden
   _zundrá = uitkaffering; uitbrander; scheldpartij. Duna un hende un bon zundrá. - Iemand flink de kast uitvaren.
   _zundramento = gescheld
   _zür = zuur
   _zürdeg = zuurdeeg; zuurdesem.