DIKSHONARIO


PAPIAMENTO - HULANDES


PA H. J. de Beijer


   _'na = geven (v. duna). 'na m'é! - Geef hier! Dios 'na bida i salú, - bij leven en welzijn. >
   _a = [znw] A, a; di a te z. - van a tot z. Esun ku bisa a tin ku bisa b tambe. - wie a zegt moet b zeggen. [ww] verledentijds partikel. [Vzl] op, in, [in Spaanse uitdrukkingen].
   _AAA = Aruba Airport Authority
   _abandoná = opgeven, verlaten, in de steek laten (zie: bandoná)
   _abandonamento = [znw] verlating; achterlating; het in de steek laten.
   _abandono = [znw] verlating; achterlating; totale verwaarlozing.
   _abarká = omvatten; inhouden.
   _abastesé = bevoorraden; toevoeren
   _abastesedó = bevoorrader
   _abastesemento _abastesimento = bevoorrading; toevoer
   _abatí = [ww] neerdrukken, terneerslaan, terneergeslagen zijn; [bnw] terneergeslagen, terneergedrukt, somber
   _abattoir = id.
   _abdiká = troonsafstand doen
   _abdikashon = troonsafstand
   _abeha = [C.] bei, honingbei; [A.] honingbei>
   _abismal = als een afgrond; zeer diep>
   _abismo = afgrond; ravijn; kloof [ook fig.]
   _abla = spraak; di abla spañó - spaanssprekend
   _ablí = wablief? Watblief? Wat zegt U?
   _abnormal = [bnw] abnormaal
   _abnormalidat = abnormaliteit
   _abnormalmente = [bw] abnormaal
   _abo = jij [nadrukkelijk]. No abo, ma ami! - Niet jij, maar ik! i
   _abolí = afschaffen
   _abolishon = afschaffing
   _abominabel {stomme e} = abominabel
   _aboná = abonneren
   _abonado = abonnee
   _abono = abonnement
   _abortá = aborteren
   _aborto = abortus
   _abou = [vz] onder; beneden; op de grond, vloer; neer-. [bnw] laag. kai abou - neervallen. dal abou - omvallen; neerslaan. basha abou - instorten; afbreken; slopen. tira abou - neergooien. benta abou - neersmijten.
   _abreviá = afkorten
   _abreviashon = afkorting
   _abnormal = [bnw] abnormaal
   _abruptamente = [bw] abrupt; bruusk
   _abrupto = [bnw] abrupt; bruusk
   _absolbé = vrijspreken; [rkk] absolutie geven
   _absolushon = vrijspraak; [rkk] absolutie
   _absolutamente = [bw] absoluut. Absolutamente ku no! - Geen sprake van!
   _absoluto = [bnw] absoluut
   _absolvé = ontslaan (van verplichtingen). [rkk] absolutie geven.
   _absorbá = absorberen, opnemen
   _absorpshon = absorptie, opname
   _abstené = zich onthouden
   _abstenensia = onthoudingt. Día di yuna i abstenensia - vasten- en onthoudingsdag
   _abstrakshon = abstractie
   _abstraktamente = [bw] abstract
   _abstrakto = [bnw] abstractr
   _absurdidat = absurditeit
   _absurdo = absurd
   _abundansia = overvloed. na abundansia - in overvloed.
   _abundante = [bnw] overvloedig
   _abundantemente = [bw] overvloedig
   _abusá = misbruik maken, zich vergrijpen ( di - aan)
   _abusadó = iemand die misbruik maakt. abusadó di mucha - kindermishandelaar
   _abuzo = misbruik; vergrijp; aanranding
   _adaptá = aanpassen
   _adaptabel {stomme e} = aanpasbaar
   _adaptabilidat = aanpasbaarheid
   _abundante = [bnw] overvloedig
   _adaptashon = aanpassing
   _adberbial = bijwoordelijk
   _adberbio = bijwoord
   _adekuá = geschikt, adekwaat; toereikend
   _adekuadamente = [bw] adekwaat, toereikend
   _ademas = bovendien. Ademas, mi ta di opinion,... - Verder ben ik van mening,...
   _adheshon = adhesie
   _adhetibo = bijvoeglijk naamwoord
   _adikshon = verslaving
   _adiktibo = verslavend
   _adikto = [znw] verslaafde. [bnw] verslaafd
   _adishon = toevoeging
   _adishonal = toegevoegd, EXTRA
   _adkirí = verwerven; aanschaffen. derechonan adkirí - verworven rechten
   _adkisishon = verwerving, aanschaf, aanwinst, aquisitie
   _administrá = administreren
   _administradó _administrador = administrateur
   _administrashon = administratie
   _administratibo = administratief
   _admirá = bewonderen
   _admirabel {stomme e} = bewonderenswaard(ig)
   _admiradó _admirador = bewonderaar, vereerder
   _admirashon = bewondering
   _admishon = 1. toegang; toelating. 2. erkenning, toegeving
   _admisibel {stomme e} = toelaatbaar
   _admisibilidat = toelaatbaarheid
   _admití = 1. toelaten; 2. toegeven, erkennen; ervoor uitkomen
   _adoptá = adopteren
   _adoptabel {stomme e} = adopteerbaar
   _adoptashon = adoptie
   _adorá = aanbidden
   _adorabel {stomme e} = aanbiddelijk
   _adorashon = aanbidding
   _adres = adres
   _adresá = adresseren
   _adulterio = overspel
   _adultero = [znw] overspelige. [bnw] overspelig
   _adulto = [znw] volwassene. [bnw] volwassen
   _advènt = advent
   _adversario = tegenstander
   _adversidat = tegenspoed, rampspoed; tegenstand, tegenwerking.
   _advertensia = waarschuwing
   _advertí = waarschuwen; vermanen
   _aéreo = lucht-, vlieg-. desastre aéreo - vliegramp. sekuestradó aéreo - vliegtuigkaper. sekuestro aéreo - vliegtuigkaping. transporte aéreo - luchtvracht.
   _aeroplano = vliegmachine, vliegtuig
   _aeropuerto = vliegveld
   _af = in: bai af - afgaan, zich ontlasten
   _afan = [znw] verlangen, begeerte, zucht, honger [fig.] ( di - naar). afan di poder - zucht naar macht.
   _afekshon = aandoening
   _afektá = aangrijpen; aantasten, aandoen, raken, treffen
   _afiliá = lid worden ( na - van); toetreden ( na - tot)
   _afiliashon = lidmaatschap; toetreding
   _aflihí = treffen [fig.]. esnan aflihí - de getroffenen
   _aflikshon = aandoening; verslagenheid
   _afó = buiten; naar buiten. di afó - uit het buitenland. bai afó - naar het buitenland gaan.
   _afortuná = fortuinlijk, gefortuneerd
   _afortunadamente = [bw] gelukkig(erwijs)
   _agenda = agenda
   _agensia = agentschap
   _agente = (handels)agent
   _agitá = [ww] (zich) opwinden; ageren, opruien. [bnw] opgewonden
   _agitadó _agitador = opruier
   _agitante = opruiend
   _agitashon = opgewondenheid; agitatie; opruiing
   _aglomerá = agglomereren
   _aglomerashon = agglomeraat
   _agobiá = [fig.] neergedrukt, gebukt ( bou - onder)
   _agonía = doodsangst; doodsnood; doodstrijd.
   _agosto [S.!] = augustus
   _agotá = [ww] uitputten. [bnw] uitgeput.
   _agradabel {stomme e} = aangenaam, prettig
   _agrado = [znw] genoegen
   _agrario = [znw] agrariër; [bnw] agrarisch
   _agredí = aangrijpen; aanvallen
   _agregá = toevoegen; bijvoegen.
   _agregashon = toevoeging
   _agreshon = agressie
   _agresibo = agressief
   _agresor = agressor; aanvaller
   _agrikultor = landbouwer
   _agrikultura = landbouw
   _agrupá = groeperen
   _agrupashon = groepering
   _águila [S.] = arend, adelaar
   _aguinaldos [S.] = kerstliedjes
   _AHATA = Aruba Hotel and Tourism Association
   _ahustá = stellen, afstellen, bijstellen
   _ahustabel {stomme e} = regelbaar; stelbaar; verstelbaar
   _ahustadó _ahustador = regelaar
   _ahustamento = bijstelling
   _ahuste = bijstelling
   _ai = [tsw] ach
   _AIB = Arubaanse Investeringsbank
   _ainda = nog. te ainda - nog steeds
   _airco = air conditioning
   _aire = lucht
   _akademia = academie
   _akadémiko = [znw] academicus; [bnw] academisch
   _akapará = monopoliseren; naar zich toe trekken; aan zich onderwerpen; hamsteren; in de wacht slepen.
   _akaso = wellicht
   _aki = hier (nadrukkelijker dan akí). aki aya - hier en daar. p'aki p'aya - her en der. no di aki te aya - niet je dat; niet zo best
   _akí = hier. djis akí - dadelijk. akí banda - hier in de buurt
   _aklamashon = acclamatie
   _aklarashon = verduidelijking; opheldering; uitleg; uitsluitsel; navraag
   _aklariá = ophelderen; verduidelijken
   _akogida = onthaal, ontvangst [fig.]. haña akogida - weerklank vinden.
   _akolit = [rkk] misdienaar
   _akomodá = onderdak verschaffen; huisvesten.
   _akonsehabel {stomme e} = raadzaam; aan te raden
   _akontesé = gebeuren, voorvallen, plaats vinden
   _akontesimento _akontesemento = geburtenis, voorval; lotgeval
   _akoplá = (aan) koppelen
   _akoplamento = (aan)koppeling
   _akordá = overeenkomen
   _akróstiko = [znw] acrostichon. [bnw] acrostisch
   _akselerá = versnellen
   _akseleradó = versneller
   _akselerashon = versnelling, het versnellen
   _aksesibel {stomme e} = toegankelijk
   _aksesibilidat = toegankelijkheid
   _akseso = toegang
   _aksesorio = accessoir
   _akshon = 1. aktie; werking. 2. aandeel [fin.]
   _akshonista = aandeelhouder [fin.]
   _aksidentá = verongelukken
   _aksidental = toevallig
   _aksidente = ongeluk, ongeval
   _akta = akte
   _aktibidat = activiteit; [vulkaan] werking.
   _aktibo = actief; werkzaam; [vulkaan] werkend.
   _aktitut = houding
   _akto = daad, handeling, act. den e akto - op heterdaad
   _aktor = acteur; toneelspeler
   _aktris = actrice; toneelspeelster
   _aktua = handelen, optreden
   _aktual = actueel; huidig
   _aktualidat = actualiteit
   _aktualisá = actualiseren
   _aktualmente = thans; momenteel
   _aktuashon = handelwijze
   _akuario = aquarium
   _akudí = zich wenden ( na - tot); zich begeven ( na - naar); zich vervoegen ( na - bij).
   _akuerdo = akkoord; overeenkomst; vergelijk; verbintenis; schikking. bai di akuerdo - toestemmen. ta di akuerdo ku... - het eens zijn met ...
   _akumulá = accumuleren, ophopen, opeenhopen
   _akumuladó = accumulator
   _akumulashon = accumulatie, ophoping, opeenhoping
   _akumulatibo = cumulatief, opeenhopend
   _akusá = beschuldigen; aanklagen
   _akusadó = aanklager, beschuldiger
   _akusado = beschuldigde, beklaagde
   _akusashon = beschuldiging, aanklacht, tenlastelegging
   _al [S.] = in: al contrario - in tegendeel. al instante - op slag.
   _ala = vleugel. bula ku al'i manteka - boven z'n stand leven; ala habrí. - furieus;(zie ook: hala)
   _alabá = prijzen, loven
   _alabansa = lof, lofprijzing
   _alargá = verlengen
   _alargamento = verlenging
   _alarma = alarm; ongerus3theid; verontrusting
   _alarmá = alarmeren; verontrusten
   _alarmante = alarmerend; verontrustend; zorgbarend; zorgwekkend; onrustbarend
   _albergá = herbergen [fig.]
   _alegoría = allegorie
   _alegóriko = allegorisch
   _alegrá = verblijden; opvrolijken; blij/vrolijk maken
   _alegre = vrolijk, blij, opgwekt
   _alegría = vrolijkheid, blijdschap, vreugde, plezier. (zie ook: legría)
   _alehá = zich verwijderen, zich verre houden van
   _aleman = [znw] Duits; duitser; [bnw] duits.
   _Alemania = Duitsland
   _alergía = allergie
   _alérgiko = allergisch
   _alerta = alert, op z'n hoede
   _alertá = waarschuwen
   _aletría = vermicelli
   _aleu = ver. di aleu - van verre. (zie ook: leu.)
   _alfabétiko = alfabetisch
   _alfabetisá = alfabetiseren
   _alfabetisashon = alfabetisering
   _alfabeto = alfabet
   _algo [S. = iets
   _algun = sommige; algun biaha - soms; algun lugá - ergens.
   _aliá = verbonden; gealliëerd
   _aliado = bondgenoot
   _aliansa = alliantie, bond, verbond
   _aliená = [ww] vervreemden. [bnw] vervreemd
   _alienashon = vervreemding
   _alimentá = voeden
   _alimentashon = voeding; alimentatie
   _alimento = voedsel
   _aliviá = verlichten; opluchten; stillen
   _alivio = opluchting; verlichting; verademing
   _alkansá = bereiken, reiken, halen
   _alkansabel {stomme e} = bereikbaar, haalbaar
   _alkanse = bereik; draagwijdte. na alkanse di - binnen bereik van. fuera di nos alkanse - buiten ons bereik.
   _alkohol = alcohol
   _alkohóliko = alcoholisch
   _alkoholismo = alkoholisme
   _alkoholista = alcoholist
   _alma = ziel. ku alma i kurpa - met hart en ziel. Mi alma a bai. - Ik schrok me dood. Mi ta kansá di mi alma. - Ik ben doodmoe.
   _almasen = opslagplaats, pakuis
   _almasenahe = opslag (v. goederen)
   _almendra = amandel
   _aloé = aloë
   _alohá = huisvesten; onderbrengen
   _alohamento = onderdak, huisvesting
   _alsa _halsa = verheffen.
   _alsamento _halsamento = verheffing.
   _altá = altaar
   _altar = altaar
   _alternatibo = alternatief
   _altesa _haltesa = hoogheid. Su (h)altesa Real - Zijne/Hare Koninklijke Hoogheid
   _altu =hoog. (zie ook: haltu)
   _aludí = zinspelen ( na - op)
   _aluminio = aluminium
   _alumno = leerling
   _alushon = zinspeling ( na - op)
   _ama = in: ama di kas - huisvrouw.
   _amabel {stomme e} = vriendelijk, beminnelijk
   _amabilidat = vriendelijkheid, beminnelijkheid
   _amante = liefhebber; geliefde; minnaar, minnares. amante di - gek op (iets)
   _amapola [S.] = papaver
   _amargá = [ww] verbitteren; vergallen. [bnw] verbitterd; vergald.
   _amargamento = het verbitteren; verbittering.
   _amargura = verbittering
   _ambiental = milieu-
   _ambiente = sfeer. medio ambiente - milieu. tin hopi ambiente - 't is heel gezellig.
   _ambishon = ambitie
   _ambishoná = ambiëren
   _ambisioso = ambitieus; veelomvattend
   _ambo [S.!] = katheder; (P.: prekstul)
   _ambos [S.!] = beide(n). (P.: tur dos)
   _ambulansa = ambulance
   _amen = amen. Amen aleluya! - Je doet maar wat je niet laten kunt! bai na un hende su amen - naar iemands pijpen dansen.
   _ameno = prettig, aangenaam, plezierig; gezellig.
   _ami = ik ()nadrukkelijk). No t'ami! - Ik heb 't niet gedaan!
   _amiga = vriendin
   _amigo = vriend
   _amikal = [bnw] vriendschappelijk
   _amikalmente = [bw] vriendschappelijk
   _amistat = vriendschap
   _amonistashon = afroep (van aanstaand huwelijk)
   _amor = liefde; geliefde.; amor patria - vaderlandsliefde. ku mil amor - van ganser harte.
   _amoroso = amoureus; liefdes- un relashon amoroso - 'n liefdesverhouding
   _amplia = uitwijden
   _ampliamente = [bw] uitgebreid; wijds; wijdlopig
   _ampliamento = uitwijding; uitbreiding (van argumenten)
   _amplio = [bnw] uitgebreid, uitvoerig, ampel
   _amputá = amputeren
   _amputashon = amputatie
   _Ana = Anna. Santa Ana - de heilige Anna.
   _aña = jaar. añ' aden, añ' afó - jaar in, jaar uit. aña nobo - nieuwjaar. aña pasá - vorig jaar. bispu di aña - oudejaarsavond. día di mi aña - op mijn verjaardag. hasi aña - jarig zijn. hasi 30 aña - 30 jaar worden. hasimento di aña - verjaardag. tur aña - ieder jaar. otro aña - volgend jaar. pa añanan largo - gedurende vele jaren
   _analfabétiko = [znw] analfabeet; [bnw] analfabetisch
   _analfabetismo = analfabetisme
   _analisá = analyseren
   _análisis = analyse
   _analítiko = analytisch
   _analogía = analoog
   _anarkía = anarchie
   _anarkista = [znw] anarchist, [bnw] anarchistisch
   _anatomía = anatomie
   _anatómiko = [znw] anatoom; [bnw] anatomisch
   _anda = omgaan ( ku - met). E no sa anda ku hende. - Hij kan niet met mensen omgaan.
   _andansia = rondgaande infectieziekte.
   _andung = ondefiniëerbaar angstgevoel
   _aneksá = annexeren
   _aneksashon = annexatie
   _anemia = anemie, bloedarmoede
   _ángel = engel
   _angelikal = engelachtig
   _angúa _hangúa = naald; injectienaald; spuitje. pasa (h)angúa - een spuitje geven.
   _ángulo = hoek [meetk.]
   _angustia = doodstrijd, doodsangst
   _anhelá = [ww] verlangen, hunkeren, snakken ( pa - naar)
   _anhelo = [znw] verlangen, hunkering. ( pa - naar)
   _animá = animeren
   _animadó _animador = animator, conferencier
   _animal = [znw] dier. [bw] dierlijk
   _animashon = gezelligheid, vertier
   _ánimo = animo
   _aniversario = jubileum, jaarfeest
   _ankra = [znw] anker. [ww] ankeren, verankeren
   _ankrá = voor anker; verankerd
   _anal = anaal
   _ano = anus
   _anochi = avond; nacht. mañan anochi - morgenavond. Anochi skur, diabel ta lur. - In 't donker van de nacht ligt de duivel op de loer./ De kat in het donker knijpen.
   _anomalía = anomalie
   _anonimidat = anonimiteit
   _anónimo = anoniem
   _anos = wij; anosnan - wij en de onzen.
   _anotá = aantekenen, aantekeningen maken; [sport] scoren
   _anotashon = aantekening; [sport] score, stand
   _ansha = hijgen
   _ansia = [znw] (angstige) haast. [ww] opjutten, haasten
   _ansiamento = gejaag, angst
   _ansiano = [znw] bejaarde; [bnw] bejaard.
   _ansioso = verlangend ( pa - naar)
   _ansué = vishaak
   _antaño = vroeger
   _Antárktika = Zuidpool(gebied)
   _antárktiko = zuidpool-
   _antayera = eergisteren
   _ante = vóór
   _antemano = in: di antemano - bij voorbaat
   _antena = antenne
   _antepasado = voorouder, voorvader. antepasadonan - voorouders; voorgeslacht
   _anterior = voormalig, vorig, voorgaande, eerder
   _antes = vroeger, voorheen
   _antesedente = antecedent
   _antesesor = voorganger
   _Antía = Antillen. Antía Hulandes - de Nederlandse Antillen.
   _antiano = [znw] Antilliaan. [bnw] antilliaans
   _antikuá = ouderwets; verouderd
   _antipatía = antipathie
   _antipátiko = onvriendelijk, onsympathiek, antipathiek
   _antisipá = anticiperen; vooruitlopen op. misa antisipá. [rkk] - weekeindmis op zaterdagavond.
   _antisipashon = voorafgaande verwachting
   _antisosial = [znw] a-sociaal persoon. [bnw] asociaal; onmaatschappelijk
   _antó = dan, dus
   _antohá = hunkeren naar; wensen
   _antoho = hunkering; wens. na su antoho - naar eigen willekeur
   _antología = bloemlezing
   _anual = jaarlijks. relato anual - jaarverslag
   _anualmente = [bw] jaarlijks
   _anulá = annuleren; te niet doen; vernietigen
   _anulashon = annulering
   _anunsiá = aankondigen
   _anunsio = advertentie, aankondiging
   _APA = Aruba Ports Authority
   _aparato = apparaat
   _aparensia = voorkomen, verschijning, aanblik, uiterlijk, schijn. Aparensia ta gaña. - Schijn bedriegt.
   _aparente = klaarblijkelijk, duidelijk
   _aparentemente = blijkbaar, ogenschijnlijk
   _aparesé = verschijnen; te voorschijn komen.
   _aparishon = verschijning, geestesverschijning
   _apartá = verwijderen (zich)
   _apartamento = appartement
   _aparte = apart
   _apelá = apelleren; in beroep gaan [jur.]. een beroep doen ( riba - op)
   _apelashon = appèl; beroep (jur.)
   _apelsina = sinaasappel
   _apenas = amper; nauwelijks; ternauwernood
   _apertura = opening [ook fig.]; spleet; spouw; gleuf
   _apetito = eetlust
   _apetitoso = appetijtelijk, smakelijk
   _aplastá = verpletteren; vermorzelen; overweldigen, overstelpen
   _aplastante = verpletterend; overweldigend, overdonderend, overstelpend, daverend
   _apliká = toepassen ; van toepassing zijn; aanwenden
   _aplikabel {stomme e} = toepasselijk, toepasbaar
   _aplikashon = toepassing
   _aploudí = applaudiseren; toejuichen
   _aploudibel {stomme e} = verdienstelijk; toe te juichen
   _aplouso = applaus; toejuiching. un aplouso rezonante - 'n daverend applaus
   _aplu = appel
   _apoderá = zich toeëigenen. (zie ook: poderá)
   _apoderashon = machtiging; toeëigening.
   _aportá = bijdragen; inbrengen
   _aportashon = bijdrage, het bijdragen, inbreng, het inbrengen
   _aporte = bijdrage, inbreng
   _apóstata [S.] = [znw] afvallige; [bnw] afvallig.
   _apóstel {stomme e} = apostel
   _apostolado = apostolaat
   _apostóliko = apostolisch
   _apoyá = ondersteunen
   _apoyo = steun
   _aprel = april
   _apresiá = waarderen, appreciëren
   _apresiabel {stommee} = gewaardeerd
   _apresio = waardering
   _aprobá = [ww] goedkeuren; [bnw] goedgekeurd
   _aprobashon = goedkeuring
   _aproksimadamente = ongeveer, bij benadering
   _aproksimashon = benadering
   _apropiá = passend; geschikt
   _apusina = sinaasappel
   _arabir = [znw] Arabier. [bnw] arabisch
   _arbitrariamente = [bw] willekeurig
   _arbitrario = willekeurig
   _árbitro = scheidsrechter
   _archivo = archief
   _ardiente = vurig, brandend [fig.]
   _área = gebied [ook fig.]; vlakte
   _areglá = arrangeren; schikken; regelen
   _areglista = arrangeur
   _areglo = arrangement [ook muz.]; schikking. bini na un areglo - tot een schikking komen
   _arepentí = [ww] berouwen; berouw hebben. [bnw] berouwvol
   _arest = beslag. >Lanta arest[fig.] - iets na lange tijd weer oppakken.
   _arestá = arresteren, aanhouden
   _aresto = arrest; aanhouding
   _argumentá = argumenteren, redeneren
   _argumentashon = argumentatie, redenatie, redenering
   _argumento = argument
   _ariba = boven. ta arib' abou - in rep en roer zijn; schots en scheef staan. ariba 'riba - oppervlakkig
   _árido = dor; droog.
   _arka = ark
   _arkángel = aartsengel
   _arkeología = archeologie
   _arkeológiko = archeologisch
   _arkeólogo = archeoloog
   _arkitekto = architect
   _arkitektura = architectuur
   _arma = [znw] wapen. arma di kandela - vuurwapen. [ww] 1. bewapenen; 2. monteren, in elkaar zetten.
   _armá = 1. bewapend, , gewapend. 2. gemonteerd, in elkaar gezet
   _ARMA = Association of Retail Merchants of Aruba
   _armamento = 1. bewapening; 2. montage
   _arnigá = vergallen. arnigá un hende su bida - iemands leven vergallen.
   _arogansia = arrogantie
   _arogante = aanmatigend, arrogant
   _aròs = rijst
   _arpa = harp
   _arpista = harpspeler
   _arte = kunst. ni arte ni parte - part noch deel
   _artefakto = voorwerp; stuk (op tentoonstelling e.d.); kunstvoorwerp
   _artesanía = huisvlijt; pottenbakkerij
   _artesano = pottenbakker
   _artikulá = articuleren
   _artikulashon = articulatie
   _artíkulo = artikel
   _artista = kunstenaar
   _artístiko = kunstzinnig
   _arubano = [znw] Arubaan(se). [bnw] arubaans
   _arubiano = [znw] Arubaan(se). [bnw] arubaans
   _as = aas [om te vissen]
   _asaltá = aanranden; overvallen
   _asaltante = aanrander; overvaller
   _asalto = aanranding; overval
   _asbesto = asbest
   _asegurá = verzekeren [fin.]
   _aseguradó = assuradeur; verzekeraar
   _aseguro = assurantie, verzekering. aseguro sosial - sociale verzekering(en)
   _asenshon = hemelvaart
   _asento = nadruk, accent. asento tóniko - klemtoon
   _asentuá = benadrukken, accentueren
   _asentuashon = accentuering
   _aseptá = accepteren, aannemen, aanvaarden
   _aseptabel {stomme e} = acceptabel, aannemelijk, aanvaardbaar
   _aseptashon = acceptatie, aanvaarding
   _asera = [S.] trottoir
   _aserka = bij, erbij. El a bin aserka. - Hij/zij is erbij gekomen.
   _aserká = naderen, benaderen
   _aserkamento = benadering, toenadering
   _asertibo = assertief
   _asertividat = assertiviteit
   _asesiná = vermoorden
   _asesinato = moord
   _asesino = moordenaar
   _asfaltá = [ww] asfalteren; [bnw] geasfalteerd; verhard
   _Asia = Azië
   _asiátiko = [znw] Aziaat; [bnw] aziatisch
   _asiento = zetel
   _asigná = aanwijzen; toebedelen
   _asilo = asiel; vluchtoord
   _asimilá = assimileren
   _asimilashon = assimilatie
   _asina = zo; zulk (een); zón. asin' akí. - zo; op deze manier. Kon ta? - Asin' ei! - Hoe is 't? - Zo, zo. asina ku - zodra. Asina mes! - Precies! un kas asina - zón huis. asina no, asina sí - niet zo, maar zo.
   _asistensia = assistentie; deelname; opkomst
   _asistente = assistent, helper
   _asistí = assisteren; deelnemen; opkomen
   _asko = afschuw, walging
   _asoleho = wandtegel(s)
   _asombrá = [ww] (zich) verbazen; (zich) verwonderen. [bnw] verbaasd; verwonderd
   _asombro = verbazing; verwondering; ontzag; opzien. kousa asombro - opzien baren
   _asombroso = verbazingwekkend; verbazend; verwonderlijk; opzienbarend
   _asosiá = asociëren; omgaan ( ku - met); verkeren ( ku - met); zich aansluiten ( ku - bij)
   _asosiashon = vereniging; associatie
   _asotá = teisteren
   _aspekto = aanzien, aspekt, aanschijn
   _aspirá = streven naar
   _aspirashon = aspiratie; streven
   _asta = zelfs. te asta - zelfs
   _asteroída = asteroïde
   _astrología = astrologie, sterrenwichelarij
   _astrológiko = astrologisch
   _astrólogo = astroloog, sterrenwichelaar
   _astronomía = astronomie, sterrenkunde
   _astronómiko = astronomisch, sterrenkundig
   _astrónomo = astronoom, sterrenkundige
   _astronouta = astronaut, ruimtevaarder
   _astronóutika = ruimtevaart
   _astusia = sluwheid; listigheid
   _astuto = sluw; listig
   _asufre = zwavel <
   _asumí = aannemen, veronderstellen; aanvaarden. asumí responsabilidat - verantwoordelijkheid aanvaarden/nemen.
   _asumpshon = veronderstelling, aanname
   _asunshon = hemelvaart
   _asunto = zaak; aangelegenheid; kwestie. Bo asunto! - Jouw zaak!, Zoals je wilt! un asunto prekario - 'n penibele kwestie. No ta bo asunto!/Ta fò'i bo asunto - Dat is je zaak niet! Bemoei je er niet mee!
   _asusena = witte lelie
   _ATA = Aruba Tourism Authority
   _ata = zien; Atá mi - hier ben ik. At'é! - Daar is hij/ze/'t! Ata e Lamchi di Dios! - Ziehier het Lam Gods! f
   _atachá = bezoedelen,
   _atachamento = bezoedeling
   _ataka = aanval
   _ataká = aanvallen
   _atake = aanval
   _atall {} = [E.] helemaal(niet)
   _atardi = namiddag; na de middag; 's namiddags
   _atendé = bijwonen; aanhoren; behandelen (van een zaak of persoon)
   _atendensia = aanwezigheid; het bijwonen
   _atené = (zich) houden aan.
   _atenshon = aandacht, attentie. hala atenshon - de aandacht trekken
   _atentamente = hoogachtend (onder brief)
   _atento = attent
   _aterisá = landen
   _aterisahe = landing
   _ATIA = Aruba Trade and Industries Association
   _atlántiko = atlantisch
   _atleta = atleet
   _atlétiko = atletisch
   _atletismo = atletiek
   _atmósfera = atmosfeer
   _atmosfériko = atmosferisch
   _atrahé = aantrekken
   _atraká = overvallen
   _atrakadó = overvaller
   _atrako = overval
   _atrakshon = attractie; trekpleister [fig.]
   _atraktibidat = aantrekkelijkheid
   _atraktibo = aantrekkelijk
   _atrapá = vertrappen; betrappen
   _atrapamento = [znw] het vertrappen; betrappen
   _atras = [bw] achter; van achteren. bai atras - achteruitgaan [ook fig.] [znw] achterste, zitvlak. E no ta para su atras na su kas. - Hij is nooit thuis.
   _atrasá = [ww] achteruitgaan; achterlopen; [bnw] achterlijk; achterstallig
   _atraso = achteruitgang; achterstand
   _atribuí = toeschrijven
   _atribushon = toeschrijving
   _atributo = attribuut
   _atrobe = alweer; opnieuw
   _atrosidat = wandaad
   _avalancha = lawine
   _avanguardia = voorhoede, avant garde
   _avansá = [ww] 1. vooruitgaan; vorderen; vervroegen. 2. voorschieten. [bnw] gevorderd; vergevorderd; vervroegd
   _avanse = 1. vooruitgang; voorsprong. 2. voorschot
   _avarisia = gierigheid, inhaligheid
   _Ave-María = Weesgegroet(je)
   _aventura = avontuur
   _aventurero = [znw] avonturier. [bnw] avontuurlijk
   _avestrus = struisvogel
   _aviashon = vliegerij, luchtvaart
   _avion = vliegtuig
   _avioneta = sportvliegtuig
   _avisá = melden, meedelen, aankondigen; waarschuwen
   _aviso = melding; mededeling; aankondiging; waarschuwing. último aviso! - laatste waarschuwing!
   _AVP = Arubaanse Volkspartij
   _awa = water; regen. awa bendito - wijwater. awa dushi - zoet water. aw'i laman - zeewater. aw'i shelu - regenwater. awa ta yobe - 't regent. awa a pasa hariña. - De maat is vol. Awa di dos bes no sa muha makaku. - 'n ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. baha na awa - er vandoorgaan. B'a kòi awa! - Je bent e pineut! Karga awa hiba laman. - water naar de zee dragen. No tin awa pa laba! - Dat kan nooit meer goed komen! tempo ta na awa. - 't dreigt te gaan regenen. e ta bou di su awa. - Hij is onder z'n theewater. Awa ketu ta hopi hundu. - Stille wateren hebben diepe gronden. ku awa di ... bo no poplanta mata. - ... is volkomen onbetrouwbaar.
   _awakati = avocado.
   _awaseru = regenbui
   _awe = vandaag. awe mes - vandaag nog. awe maínta - vanmorgen; vanochtend. awe nochi= vanavond; vannacht. awe tardi= vanmiddag. Awe ocho día - vandaag over acht dagen. Kos p'awe! - Schiet op!
   _awèl = nou ja; wel
   _awendía = vandaag de dag; E muchanan di awendía - de kinderen van tegenwoordig
   _awó = nu. awó numa - nu pas. awó mes. - nu meteen. pa awó - voorlopig.
   _awor = nu (voor klinkers). awor akí - nu meteen.
   _aya = ginds. ayanan - ginds in de buurt. aya banda - ginds ergens
   _ayaca = kerstlekkernij, oorspronkelijk Venezolaans. In deeg gebakken kip, varkensvlees of vis en vervolgens in bananenschillen gerold en gekookt.
   _ayera = gisteren. ayera maínta - gisteren morgen. ayera tardi - gisterenmiddag. ayera nochi - vannacht (afgelopen nacht); gisterennacht
   _ayó! = daag! vaarwel! yama ayó - vaarwel zeggen; afscheid nemen
   _ayuná = [ww] vasten
   _ayuno = [znw] vasten
   _azeta = olie. azeta dushi - slaolie. azeta di bakiyou - levertraan

   _baba = [znw] kwijl; slijm; speeksel. [ww] kwijlen; watertanden. Su boka ta baba. - Hij watertandt van verlangen.
   _babadó = slabbertje
   _babamento = gekwijl
   _babel {stomme e} = rumoer, geroezemoes
   _babero = drinkebroer (sterke drankschooier, iemand die van huis tot huis gaat om gratis borrels te krijgen)
   _babuká = paf; stomverbaasd; sprakeloos; verbijsterd
   _bachi = kolbert, jasje
   _bada-bada = misbaar, gedoe
   _badbroek = zwembroek
   _badpak = zwempak
   _baf = adem
   _bagamundería = bandeloosheid, losbandigheid, smeerlapperij
   _bagas = kaf [ook fig.]; uitschot.
   _bagashi = bagage
   _baha = dalen, afdalen, afstappen; omlaag gaan, omlaag komen, naar beneden komen; uitstappen; verminderen, verlagen. baha man - minderen, verminderen. baha na awa - er vandoor gaan. baha pisá riba un hende - iemand inmaken [fig.]. baha su mes - zich(zelf) verlagen. baha peso - aan de lijn doen. baha warda - wisseldienst beëindigen. baha su rabia riba un hende. - z'n woede op iemand koelen, botvieren. Kuminda a baha bon? - Heeft 't goed gesmaakt? El a baha bon! - 't heeft goed gesmaakt!
   _bahada = daling, afdaling; afrit, helling (omlaag)
   _bahamento = verlaging, vermindering
   _bahista = bassist
   _baho = [znw] bas. [bnw] gemeen, laaghartig, snood; verachtelijk; vuig. baho i vil - vuil, smerig, laag bij de gronds.
   _bahul = hutkoffer, kofferbak (in auto)
   _bai = gaan. bai af - afgaan, zich ontlasten. Bai mi ta bai! - Ik ga er vandoor. Bai na pas. - Ga in vrede. el a bai! - Hij (zij/'t) is weg! El a bai un gebai. - Hij/zij is met de noorderzon vertrokken. M'a bai! - Ik ben weg! El a kab'i bai. - Hij is net weg. - Ga je gang! - Hoe 't ook zij... ketu bai - gestaag; ononderbroken; nog steeds. largo bai - voortdurend; steeds maar weer; alsmaar.
   _bailarin = danser(es)
   _baile = dans
   _baina = [znw] gedoe. echa baina - herrie schoppen. Es ta baina! - Wat 'n gedoe! [bw] in: di baina - bijna; nauwelijks
   _bais = fiets. kareda di bais - wielerwedstrijd. kore bais - fietsen. koredó di bais - fietser; wielrenner.
   _baka = koe. drumi manera baka. - slapen als een os. baka pintá - bonte koe. na baka - samen een lot uit de loterij hebben. hasi un pieu bira un baka - van een mug een olifant maken.
   _baka-toro = stier
   _bakalou = [A.] kabeljouw, stokvis
   _bakanal = bachanaal, braspartij
   _baki = bak. bak'i sushi - vuilnisbak, vuilnisemmer
   _bakiano = (zeer) bedreven, expert. E ta bakiano den esei. - Daar is hij een kei in.
   _bakiyou = [C.] kabeljouw, stokvis; [A.] bakalou
   _bakoba
= banaan, handbanaan
   _bakuná = inenten, vaccineren
   _bakuna = inenting, vaccinatie; vaccine
   _bal = gelden; deugen, waard zijn; van toepassing zijn, opgaan. Tantu bal! - 't Is om 't even!
   _bala = bal; kogel; kloot. weg'i bala - voetbal. Basha bala riba nan! - Schiet ze kapot! [ww] schieten; doodschieten.
   _balansá = balanceren
   _balansa = balans, evenwicht; weegschaal
   _balchi = balletje, vleesballetje
   _baldadi = baldadig
   _balente = flink, energiek; dapper, weerbaar
   _balentía = moed, durf; dapperheid, weerbaarheid
   _balia = dansen; [fig] om de tuin leiden. balia un hende - iemand om de tuin leiden
   _baliamento = het dansen; gedans; dansfeest.
   _balides = validiteit; geldigheid
   _bálido = valide; geldig
   _baliña = peul, schede
   _balioso = waardevol
   _balístiko = ballistisch. misil balístiko - ballistische raket.
   _balki = balk
   _balor = waarde
   _balorá = schatten, waarde bepalen
   _balorashon = schatting, taxatie
   _balorisashon = waardebepaling
   _bals = kouwgum
   _baluá = schatten, inschatten, waarde bepalen; taxeren
   _baluarte [S.] = bolwerk
   _baluashon = (in)schatting, waardebepaling; taxatie
   _bam = laten wij (gaan). Bam bisa,... - laten we zeggen, ... Bam puesta ... - Zullen we 'ns wedden ... Bam pa kaba! - aan de slag!
   _ban = laten wij (gaan). (zie: bam)
   _baña = baden; zich baden.
   _bañamento = [znw] het baden
   _banana = banaan, bakbanaan. keda na banana - met de gebakken peren zitten.
   _banchi = band; halsband
   _banda = 1: zijkant. banda di - naast. banda di dos or' - tegen twee uur. banda pariba, pabou, panort, pasùit - ten oosten, westen, noorden, zuiden. akí banda - hier in de buurt. Aya banda - ginds ergens. E otro banda ta, ku... - daar staat tegenover, dat... na banda - aan de kant; aan de zijkant. na otro banda - aan de andere/overkant. 2: orkest, band. 3. bende
   _banderá = naturaliseren
   _bandera = vlag. hisa bandera - de vlag hijsen. baha bandera - de vlag strijken.
   _banderamento = naturalisatie
   _bandido = bandiet
   _bandoná = [ww] verlaten, in de steek laten; opgeven. bandoná speransa= de hoop laten varen. [bnw] verlaten
   _bankero = bankier
   _banki = bank, zitbank; sofa
   _banko = bank (fin.)
   _baño = bad; badkamer; toilet. baño di sanguer - bloedbad
   _bar = bar
   _bara = spijl, staaf, tralie, stang
   _barabakoa = duivensoort
   _baranka = rots
   _barata = goedkoop
   _baratío = uitverkoop
   _baratísimo = spotgoedkoop
   _barba = baard
   _barbachi = oude leguaan
   _barbaridat = barbaarsheid; verschrikking
   _bárbaro = [znw] barbaar. [bnw] barbaars
   _barbulèt = 1. vlinder; 2. hoertje
   _barete = breekijzer (vooral om harde grond los te bikken)
   _barí = vat, ton, olievat. barí'i sushi - vuilnisvat
   _bari = vegen (met bezem)
   _baridó = veger. baridó di kaya - straatveger
   _bariera = barrière
   _bariga-hel = [ornith.] suikerdiefje
   _bariga _barika = 1. buik. barig'i mea - vreetzak. ku bariga - zwanger [plat] benta bariga afó - een abortus forceren [vulg.]. pèrdè bariga - een miskraam krijgen. 2. [scheepv.] kiel.
   _barikada = barricade. lanta un barikada - barricaderen
   _barimento = [znw] vegen (met bezem)
   _bario = wijk. sentro di bario - wijkgebouw; wijkcentrum.
   _bários = verschillende
   _barko = boot, schip. barko di bela - zeilschip. pega barko - [letterlijk] aan de grond lopen; [fig.] 'n bok schieten
   _barko-bibienda = woonboot
   _bas = baas
   _basa = baseren
   _base (S.) = basis. a base di - op basis van, op grond van
   _basha = schenken, inschenken; storten, uitstorten; stormlopen. basha abou - omkieperen; slopen. basha aden - instorten. basha fundeshi, renbalk - de fundering, ringbalk storten. basha kòfi, té - koffie, thee in-schenken. Awa ta basha - 't stortregent.
   _bashaka = mierensoort
   _bashamento = [znw] 1. het storten. 2. diarree.
   _bashan = [sarcastische verwijzing naar een persoon als, bv.:] meneer, mevrouw, onze vriend. Bashan a kaka![plat] - Hij/zij is de pineut!
   _bashí = leeg. blo bashí - blut, platzak. man bashí - met lege handen.
   _básiko = basis-
   _basilá = 1. HET HOF MAKEN; FLIRTEN. 2. aarzelen, wijfelen, schromen
   _basilante = aarzelend, wijfelend
   _basilashon = aarzeling, wijfeling, schroom
   _basílika = basiliek
   _basilon = hofmakerij. duna un mucha-muhé un basilon - 'n meisje 't hof maken.
   _basora = bezem
   _basta = tamelijk, behoorlijk, redelijk; menig. Basta! - Genoeg!; Ophouden! basta ku... - mits
   _bastante = voldoende; genoeg; behoorlijk; tamelijk
   _baster {stomme e] = barsten. baster fò'i otro - in puin, elkaar slaan
   _bata = huisjurk
   _batata = 1. aardappel. 2. knalvuurwerk. batata hasá - gebakken aardappelen. e batata kayente - de Zwarte Piet [fig.]
   _bataya = gevecht; veldslag; strijd
   _batayá = slag leveren
   _batería = batterij; accu
   _bati = slaan; kloppen; klepperen (v. deur e.d.); klapperen (met vleugels); luiden (van klok); verslaan. dos or' a bati kaba. - 't heeft al 2 uur geslagen. (bati bankrut
- failliet gaan. bati bleki - roddelen. bati boka - kletsen. bati hala - met de vleugels klapperen. bati klèp - overal kritiek op hebben. bati klòk - de klok luiden. bati maíshi - dorsen. bati man - in de handen klappen. bati pan - pan batí maken. bati na porta - aan de deur kloppen, aanklppen. bati na porta di gobierno - Bij de overheid aankloppen. e porta ta bati - de deur kleppert.
   _batimento = geklop; getimmer;het slaan. batimento di bleki - geroddel. batimento di kurason - hartkloppingen
   _batisá = dopen
   _batumba = plensbui over zich heen. M'a haña un batumba. - Ik ben drijfnat (door een plotselinge plensbui).
   _bayena = walvis
   _bè = 1. schapen- of geitenvlees. sòp'i bè - soep van schapenvlees. 2. [C.] keer, maal. un bè! - meteen.
   _beach = strand (zie: bich)
   _beako = (zeer) gevaarlijk
   _beatifikashon = zaligverklaring
   _beato = zalig
   _bebe = drinken; innemen (v. medicijnen); pimpelen; eten (v. soep)
   _bebedó _bebedor = drinker; pimpelaar; zuiplap.
   _bebemento = [znw] drinken; drinkgelag
   _bebí = beschonken, dronken
   _bebida = (sterke) drank
   _bedei = aanduiden, uitleggen
   _beheit = herrie, lawaai
   _bei = bij. bon bei - goed bij. bin bei - te binnen schieten. Mi no por bin bei ken e ta. - Ik kan hem niet thuisbrengen. [fig.]
   _beibel {stomme e} = bijbel. habri beibel pa un hende. - iemand de wind van voren geven, de les lezen. [fig.]
   _beis = humeur, zin. tin bon, mal beis - goed, slecht gehumeurd, gemutst zijn; goeie, slechte zin hebben. daña un hende su beis - iemands humeur bederven, iemand nijdig maken.
   _beishi = bes
   _beit = beitel
   _bèk = [bw] terug. [ww] achteruit rijden. bai bèk teruggaan. bin bèk terugkomen.
   _bek = bukken
   _beka = studiebeurs
   _beker {STOMME E} = beker; kelk
   _bekmento = [znw] het bukken
   _bèl = bel. Bèl ta ring! - De bel gaat! Primi bèl - op de bel drukken.
   _bel = dij
   _bela = 1. kaars. bela di pasku - paaskaars. buska un kos ku bela - zich rotzoeken naar iets. 2. zeil. barko di bela - zeilboot hisa su bela bai - er vandoor gaan; met de noorderzon vertrekken.
   _belá = bedonderd. (letterlijk:betoverd door een doodskaars die achter iemand is aangestoken.)
   _belaster {stomme e} [vero.] = belasting
   _beleg = [N.] beleg, broodbeleg
   _belga = Belg, belgisch
   _Bélgika = België
   _belgikano = Belg, belgisch
   _bena = ader
   _bende = [znw] verkoop. na bende - te koop [ww] verkopen (ku - aan).
   _bendedó _bendedor = verkoper
   _bendemento = verkoop
   _bender {stomme e} = bunder, hectare
   _bendishon = zegen
   _bendishoná = zegenen; wijden, inzegenen, inwijden
   _bendishonamento = zegening; inzegening; inwijding
   _bendito = [bnw] gezegend. awa bendito - wijwater
   _benefisiá = bevoordelen; begunstigen; voordeel hebben, halen, trekken (di - van)
   _benefisiario = begunstigde
   _benefisio = voordeel. e benefisio di duda - het voordeel van de twijfel.
   _benefisioso = voordelig; gunstig
   _benesolano = [znw] Venezolaan(se); [bnw] venezolaans
   _benevolensia = weldadigheid
   _benevolente = weldadig
   _benga _venga = wraaknemen; vergelden
   _bengansa _vengansa = wraak; vergelding
   _bengatibo _vengatibo = wraakzuchtig
   _bèngs = [znw] rekverband; [ww] rekverband aanbrengen.
   _benigno = goedaardig
   _bens = [med.] verbinden
   _bense = overwinnen; overmeesteren
   _bensedó _bensedor = overwinnaar
   _benta = wegsmijten. benta afó - wegsmijten. benta bariga afó - abortus plegen [vulg.]
   _bentabal = stapelwolk; regenwolk.
   _bentaha = voordeel
   _bentahoso = voordelig
   _bentana = venster, raam
   _berans = rottig [fig.], heel slecht.
   _bèrbal = [bnw] verbaal; mondeling; werkwoordelijk
   _bèrbalisá = verbaliseren
   _bèrbalmente = [bw] verbaal; mondeling; werkwoordelijk
   _bèrbo = werkwoord. bèrbo ouksiliar - hulpwerkwoord
   _bèrdaderamente = [bw] werkelijk; waarlijk.
   _bèrdadero = [bnw[ werkelijk; echt.
   _bèrdat = waar; waarheid. en bèrdat - inderdaad. (Ta) bèrdat! - Dat is waar! (Palabra) bèrdat no ta pika lenga. - De waarheid mag gezegd worden!
   _bèrdè = [bnw] waar. Male bèrdè! - Was 't maar waar! Bo n' por minti bèrdè! - De ware aard verloochent zich niet.
   _berde = groen
   _berdura = groente
   _bèrè-bèrè = cheurbuik. ta duná mi bèrè-bèrè. - Ik krijg er de kots van.
   _berehein = aubergine
   _bergonsoso = beschamend; schandelijk; stuitend
   _bergüensa = schaamte. Bo n' tin bergüensa? - Schaam je je niet! Ki ber-güensa! - Schande! Schaam je! Mi por a muri di bergüensa. - Ik schaamde me dood. sin bergüensa - [bnw schaamteloos. [znw] schoft; smeerlap. tin bergüensa - zich schamen
   _bès = keer, maal. un bèséénmaal; meteen.
   _besindario = buurt, omgeving
   _beskem = [znw] schimmel. [bnw] beschimmeld
   _bèst = best
   _bestia = dier, beest. [fig.] bruut; onmens. bestia chikito - scahpen en geiten. kò'i bestia - schofterig. kriadó di bestia - veeboer. sòpi di bestia chikito - soep van schapenvlees.
   _bestial = dierlijk; beestachtig. [fig.] geweldig
   _bestialidat = beestachtigheid; bestialiteit
   _bèstru = plee; schijthuis
   _bèt = betten; deppen
   _beter {stomme e} = borrel. dal un beter - 'n borrel nemen.
   _betrá = beschonken
   _beyesa = schoonheid. sertámen di beyesa - schoonheidswedstrijd. ta una beyesa! - hij, zij, het is hartstikke mooi!
   _bia [C.] = keer, maal (zie biaha)
   _biaha = [znw] keer; maal; reis. hopi biaha - dikwijls; vaak di biaha - meteen. tin biaha - soms. [ww] reizen
   _biahamento = het reizen; gereis
   _biahante = reiziger
   _bibá = [znw] woonoord, woonplaats. [bnw] woonachtig (na - te).
   _biba = wonen; leven. biba di (su plaka) - rondkomen, uitkomen (met z'n geld). biba un bida felis - een gelukkig leven leiden.
   _bibida = drank. (zie: bebida)
   _bibienda = woning.
   _bibliografía = bibliografie
   _bibliográfiko = bibliografisch
   _bibliógrafo = bibliograaf
   _bibliotek = bibliotheek
   _bibliotekario = bibliothecaris
   _bibo-bibo = springlevend
   _bibo = levend; levendig
   _bich = strand na bich - op 't strand
   _bichi = ongedierte, worm
   _bida = [znw] leven hiba un bida - een leven leiden. bon bida - 'n lui leventje. na bida - in leven
   _biehes = ouderdom
   _bien [S.] = in: bien común [S.] - gemeen goed. biennan imóbil - onroerende goederen
   _bienaventurado = zalig. Bienaventurado esnan ku ta trata di logra pas. - Zalig de vreedzamen.
   _bienaventuransa = zaligheid. E nuebe bienaventuransanan - de negen zaligheden.
   _bienestar [S.] = welzijn; welvaart; welstand
   _biento = wind. bient'i awa - waterige wind. Esun ku sembra biento, lo kosechá horkan. - Wie wind zaait, zal storm oogsten.
   _bieu = oud
   _biga = balk
   _bigote = snor
   _bilateral = bilateraal, tweezijdig
   _bilingual = tweetalig
   _bimensual = tweemaandelijks
   _bimotor = tweemotorig
   _bin = komen
   _biña = [znw] wijn. [bnw] paars [A.]
   _biná = hert. Te ku anochi no a sera, kareda di biná no a kaba. - Prijs de dag niet voor het avond is.
   _binario = binair, tweetallig
   _bini = komen
   _binida = komst
   _binimento = komst, het komen
   _binti = twintig
   _biología = biologie
   _biologikamentea = [bw] biologischu
   _biológiko = [bnw] biologisch
   _biólogo = bioloog
   _bira = draaien, omdraaien, omkeren, omslaan; [koppelww.] worden. bira malu - ziek worden.
   _birada = bocht, afbuiging
   _biramento = draaiing. biramento di kabes - duizeligheid
   _birasol = zonnebloem simía di birasol - zonnepit
   _bírgen = maagd
   _birginal = maagdelijk
   _birginidat = maagdelijkheid
   _bisa = zeggen. Mi tin un kò'i bisá bo. - Ik heb je iets te zeggen. No bisá mi! - Je meent 't niet! Bam bisa, ... - Laten we zeggen, ...
   _bisanieto = achterkleinkind
   _bisawela = overgrootmoeder, overgrootvader
   _bisé [C.] = kalf
   _biseksual = tweeslachtig
   _bishé [A.]= kalf. Kada baka ta lembe su bishé. - Elk waant zijn valk een uil te zijn.
   _bishita = bezoek; bezoeker. di bishita - op bezoek
   _bishitá = bezoeken; visiteren
   _bishitashon = visitatie
   _bisia = (zich) verslaven
   _bisiá = verslaafd; onderworpen (aan ondeugd of gebrek)
   _bisikleta = fiets. kareda di bisikleta - wielerwedstrijd. kore bisikleta - fietsen. koredó di bisikleta - fietser; wielrenner.
   _bisiña = buur; buurman; buurvrouw
   _bisio = ondeugd, verdorvenheid, gebrek
   _biskuchi = 1. biscuit; beschuit. 2. [anat.] knieschijf, meniscus
   _bispu = vooravond bispu di aña= oudejaarsavond bispu di pasku= kerstavond
   _bista = zicht; gezichtsvermogen; gezicht; uitzicht; blik; aanblik. bista limitá - slechtziendheid. bunita/mahos bista - én mooi/lelijk gezicht/uitzicht. ku bista riba - met uitzicht op. N' ta bista! - 't Is geen gezicht! pèrdè fò'i bista - uit het oog verliezen. tira un bista pa - 'n oogje in 't zeil houden op. tira un bista riba - 'n blik werpen op
   _bisti = dragen [v. kleding], aanhebben; aantrekken; aankleden; zich aankleden.
   _bistí = japon
   _bistimento = kleding; het aankleden
   _bistu = vaststaand; duidelijk; ta bistu ku... - Het staat vast dat...
   _bit = [znw] biet. roi bit - rooie bieten. [ww] overtreffen; verslaan; te slim af zijn. El a bit mi. - Hij is me te slim af geweest.
   _biuda = weduwe
   _biudo = weduwnaar
   _blachi = blad (ook van planten); vel (papier); pagina
   _blancha = witten
   _blanchá = witgepleisterd
   _blanchamento = [znw] het witten
   _blanko = [bnw] wit. BLANKO MANERA SNEU - ZO WIT ALS SNEEUW. blanko-blanko - sneeuwwit. [znw] doelwit [ook fig.]; mikpunt.
   _blar = blaar
   _blas = [znw] blaas; ballon. chika blas - 'n plasje doen [fam.]; blas di skuma - zeepbel. [ww.] in: blas skuma - bellenblazen.
   _blat (di chanchan) = bil
   _blèdi = gummie
   _bleifir = drank, aangelengd met water waarmee 'n meisje haar onderlichaam heeft gewassen, gegeven aan een jongen om hem in haar ban te brengen, zodat hij haar ten huwelijk vraagt.
   _bleki = blik (v. metaal); roddeltje. bati bleki - roddelen
   _blèklis = de zwarte lijst. Bai riba un hende su blèklis - het bij iemand verbruien.
   _blenchi = colibri
   _blenk = blinken
   _blet = scheermes, lemmet
   _blijf hier = (zie: bleifir.)
   _blikia = bleken; verbleken, verschieten
   _blo = [ww] opdagen, komen opdagen, verschijnen. [bw] alleen, uitsluitend. blo sunú - poedelnaakt. blo bashí - platzak
   _blòf = [znw] bluf; [ww] bluffen
   _blòfdó = bluffer
   _blòki = blok. pega blòki - blokken op elkaar metselen. blòk'i wowo - sierblokken
   _blòkia = blokkeren; versperren
   _blòkiamento = blokkering
   _blòm = vrouwelijk geslachtsdeel [fam.]
   _blonchi = vrouwelijk geslachtsdeel [fam.]
   _blou =blauw. blou kla - lichtblauw. blou marino - marineblauw. B'a kòi awa blou! - Je bent de pineut!
   _bloudeifi = duivensoort
   _blous = blauwsel
   _blousana = blauwe hagedis
   _bludeifi _buladeifi _bloudeifi = duivensoort
   _blufein = zweer
   _blusa = bloes
   _bo = jij, je, jouw
   _bó = uitsluitend. Bó boka nan ta! - Ze kletsen aan één stuk door.
   _bobedat = domheid
   _bobo = [bnw] dom. [znw] 1. dommerik. 2. builtje, knobbeltje, bobbeltje.
   _boda = huwelijksfeest
   _bode = id.
   _bòfi = milt
   _bòftá = [znw] stomp, klap. [ww] stompen
   _bog = boog . bog ku flecha - pijl en boog.
   _boga = pleiten
   _bogi = boog; (koren)schoof.
   _bòglu = bokking.
   _bògòdois = bonk;uit de kluiten gewassen persoon
   _boka = mond; hap; inham. boka dushi - zoetekauw. boka sushi - vieze taal uitslaand. bati boka - kletsen; z'n mond roeren. un boka bisa otro! - zegt het voort! M'a keda boka habrí. - Ik stond stomverbaasd. Bo boka nan ta! - Ze schreeuwen aan een stuk door.
   _bokabulario = woordenschat, vocabulaire
   _bokal = [znw] klinker, vocaal; [bnw] vocaal
   _bòks = botsen; boksen
   _bòksmento = [znw] botsing; boksen
   _bola = [znw] bol; [ww] bollen, opbollen, oprollen
   _bolbe = terugkeren, terugkomen, teruggaan
   _bolbemento = terugkeer
   _bolchi = broodje, kadetje. Nan no ta parti un bolchi. - Ze kunnen elkaar niet luchten of zien.
   _boletin = bulletin
   _bolo = taart. bolo pretu - zwarte (bruids)taart. bol'i batrei - lagentaart. bol'i prùim - pruimentaart. bol'i frigidaire - ijstaart
   _bolombonchi = buil, bult (op lichaam)
   _bòlter {stomme e} = omgooien; over de kop slaan, omslaan, omkieperen. (vdv: gebòlter)
   _boluntariamente = [bw] vrijwillig
   _boluntario = [bnw] vrijwillig. [znw] vrijwilliger/ster
   _boluntat = wil.
   _bòm = 1. bom; 2. bodem. sin bòm - bodemloos
   _bomba = [znw] bom. [ww] bollen; verkrampen; goor worden (v. eeten)
   _bombardeá = bombarderen
   _bombardeo = bombardement
   _bombardero = bommenwerper
   _bombero = brandweerman
   _bombòshi = gerommel; gedoe; herrie; gerotzooi.
   _bon {ng} = goed. bon día - Goeie morgen! Bon tardi! - Goeie middag! Bon nochi! - Goeie avond; goeie nacht. bon mucha - lief (van kinderen); braaf (van dieren). den bon òf den malu - goedschiks of kwaadschiks.
   _bòn = bon, coupon
   _bona [C.] = opbloeien
   _bonchi = boon. bonchi èrt - spliterwten. bonchi korá - bruine bonen. bonch'i hoyada - amuletboon tegen het boze oog. bonchi largo - lange, locale bonensoort.
   _bònchi = pungel; bundel [kleren e.d.]
   _bonda [A.] = opbloeien
   _bondadoso = goedertieren
   _bondat = goedheid
   _boneiriano = [znw] Bonairiaan. [bnw] bonairiaans
   _Boneiru = Bonaire
   _bongo = trommelsoort
   _bono = obligatie [fin.]
   _bor = boor
   _bora = boren, aanboren, doorboren
   _bòrchi = bord (school-, verkeers-)
   _bòrchincha = herrie, rumoer, rotzooi, herrieschopperij
   _bòrda = borduren
   _bòrdo = boord. na bòrdo - aan boord
   _boroto = lawaai
   _borotoso = lawaaierig
   _bos (C.) = donder. bos ku werlek< C. - donder en bliksem. )[A.] strena ku lamper)
   _bòs = stem
   _bòsha = [ww] drommen, samendrommen, stormlopen
   _bòshi = [znw] bos (sleutels); drom (mensen)
   _boso = jullie. bosonan - jullie en allen die bij jullie horen.
   _bòter {stomme e} = fles
   _bota = stemmen (bij verkiezingen)
   _botashon = stemming (bij verkiezingen)
   _botika = apotheek; drogisterij
   _botikario = apotheker; drogist
   _boto = 1. boot; 2. stem (bij verkiezingen)
   _botòn = knoop (aan kleding)
   _botoná = knopen, dichtknopen
   _bou = onder; beneden
   _boulu = in: kouch' i boulu - apekool; kletskoek; flauwe kul; achterhaalde onzin; ouwerwets gedoe.
   _boutiserio = doopfont
   _boutismo = doop, doopsel
   _boutista = doper. Juan Boutista - Johannes de Doper
   _brak = brak
   _brandstòf = spiritus
   _brasa = [znw] arm; omarming; knuffel. [ww] omarmen; omhelzen; knuffelen.
   _brasière = bh, bustehouder.
   _bravo = [v. hond e.d.] agressief, gevaarlijk.
   _breba [A.] = cactussoort (eetbaar)
   _brei = breien
   _brek = [znw] rem. [ww] remmen
   _brekmento = [znw] het remmen
   _brel = bril
   _breu = pek, teer. manera pieu riba breu. - zo langzaam als 'n slak.
   _breve = kort, summier. en breve - in het kort.
   _bría = schijnen; schitteren, stralen
   _brich = (gebit)brug
   _brigada = brigade
   _brinda = [znw] heildronk, toast; [ww] bieden, aanbieden; toasten, een heil-dronk uitbrengen. brinda un hende un serenada - iemand een serenade brengen.
   _brindis = heildronk, toast.
   _bringa = vechten, strijden
   _bringamento = [znw] vechten; vechtpartij, gevecht; strijden, strijd
   _bringamosa = brandnetel
   _bringan = [znw] vechtersbaas. [bnw] vechtlustig, strijdlustig
   _brío = flair, energie
   _brisa = bries
   _briyante = prachtig, schitterend
   _briyèchi = lot uit de landsloterij.
   _bròcha = borstspeld; broche
   _brokèst = rondbazuinen
   _broma = opscheppen; snoeven, pochen, brallen. Awa ku broma no sa yobe. - Opscheppen is geen kunst, maar doen.
   _bromadó = opschepper, snoever, pocher
   _bròmer {stomme e} = motorfiets
   _brongosá = bespotten; kleineren; te schande zetten
   _brota = voortspruiten
   _brotamento = [znw] voortspruiten
   _brou = brouwen
   _broumento = [znw] het brouwen
   _bruela = waterpokken
   _brùg = brug. pariba di brùg - [A.] boven (=ten oosten van) de brug (over het Spaans Lagoen, d.w.z. richting San Nicolas.) Pabou di brùg - [A.] beneden (= ten westen van) de brug (over het Spaans Lagoen, d.w.z. richting Oranjestad).
   _bruha [A.] = [ww] verwarren; in de war brengen/maken/gooien; misleiden. bruha tera - De boel in de war brengen. [znw] 1. kruidenmengerij; toverij; hekserij. hasi bruha - onheil toebrengen met toverij. hasidó di bruha - iemand die onheil kan toebrengen met toverij. 2. heks [ook fig.];
   _bruhamento = [znw] verwarren, in de war brengen; misleiding
   _brui = broeien; broeden. un lugá di brui - 'n broedplaats [ook fig.]
   _brùidegom = id.
   _brùin = bruin
   _brùit-homber = bruidegom
   _brùit-muhé = bruid
   _brùit = bruiloft
   _bruki = luier. bisti bruki - 'n luier aan doen. kambia bruki - verschonen
   _bruto = [bnw] bruut; ruw; woest. [znw] bruut; woesteling.
   _bruwa [C.] = [ww] verwarren; in de war brengen/maken/gooien; misleiden. bruwa tera - De boel in de war brengen. [znw] 1. kruidenmengerij; toverij; hekserij. hasi bruwa - onheil toebrengen met toverij. hasidó di bruwa - iemand die onheil kan toebrengen met toverij. 2. heks [ook fig.]
   _bruwamento [C.] = [znw] verwarren, in de war brengen; misleiding
   _bubi = stern. Bubi no a pone webo ku den kara di dje. - Zijn/haar gezicht zit vol sproeten.
   _Bubu = 1. Buchi = koosnaam voor oudste zoon. 2. {plat] geld
   _Bubuchi = Buchi = koosnaam voor oudste zoon
   _Buchi = bijnaam voor oudste zoon
   _buchi = krop (v. vogels). Su buchi a yena. - Hij is 't zat.
   _buei = os
   _buelo = vlucht
   _buèlta = omkering; beurt, ronde
   _bufete [S.!] = advokatenpraktijk (P.: Ofisina di abogado)
   _bui = boeien (met handboeien)
   _bùk = bukken
   _bukèt = boeket, ruiker
   _buki = boek
   _bulá = sprong; vlucht
   _bula = vliegen; springen; opvliegen [ook fig.]; doorslaan (van zekering); ontploffen; opblazen. bula kurá - overlopen (naar andere politieke partij.) - Je kunt hoog of laag springen, ...
   _buladeifi _bloudeifi = duivensoort
   _buladó _bulador = springer; vliegende vis. buladó di kurá - overloper (naar andere politieke partij).
   _bulamento = [znw] het springen, het vliegen
   _bulpes = bullepees
   _BULULú = GEDOE, GEROMMEL, GEROTZOOI, GESJOEMEL
   _buní = tonijn
   _bunita = mooi
   _bunitesa = schoonheid
   _buraché = dronkelap; zuiplap.
   _burachería = dronkenschap; zuippartij.
   _burachi = dronken. bebe burachi - zich bezuipen.
   _buraká = gaten maken, doorboren
   _burako = gat, kuil. un shimis di tres burako - 'n soepjurk. burak'i flùit - kontgat
   _burdá = verdwaasd; versuft
   _burdugu = beul. Den kas di burdugu no sa falta stròp. - Er is altijd een stok te vinden om een hond te slaan [maar sterker van toon!]
   _buriko = ezel; [fig.] stommeling. buriko bestia - stomme ezel [fig.]. Buriko padilanti - stront voorop! Bo por saka buriko fò'i mondi, ma bo no ta saka mondi fò'i buriko. - 'n ezel blijft altijd 'n ezel. Ku palabra dushi ta saka buriko fò'i mondi. - Met zachte drang bereik je meer dan met harde hand. traha manera buriko - werken als 'n paard.
   _burokrasia = bureaucratie
   _burokrat = bureaucraat
   _burokrátiko = bureaucratisch
   _burusí = boers; onbehouwen
   _bùs = (auto)bus
   _bushi [A.] = bolcactus
   _buska = zoeken; halen; afhalen; ophalen. Buska i lo bo haña. - Zoekt en gij zult vinden. buska un kos ku bela - zich ergens rot naar zoeken.
   _buskamento = [znw] het zoeken, zoektocht
   _busto = borstbeeld
   _but = [znw] bekeuring, boete. [ww] bekeuren; beboeten.
   _buta (C.) = plaatsen, zetten, leggen
   _butishi = kruik (met stop, zoals jeneverkruikjes van Bols)
   _buts = laars, laarzen
   _butuk = boers; uit de klei getrokken.
   _buya = flair, energie; ophef. ku hopi buya - met veel tamtam
   _buyon = bouillon


   _calzoncillo {ll=lj} [S.!] = onderbroek
   _carajo {j=ch in "kachel"} [S.!] = letterl.: vulgaire woord voor "penis". Zowel in Spaans als Papiamento: zeer vulgaire krachtterm of vloek.
   _causa [S.] = oorzaak. a causa di - als gevolg van
   _chabelito = kwajongen, belhamel
   _chacha-bòni = fat, kwast, verwijfde man
   _chambon = [znw] sufferd, sukkel, slemiel; slampamper. Hasi kò'i chambon ku un hende - iemand als een nul behandelen. laga un hende para manera chambon - iemand voor Piet snot laten staan. tuma un hende pa chambon - iemand als 'n onbenul behandelen. [bnw] onbenullig
   _champañ = champagne
   _chanchan = bips; zitvlak. ta chanchan na man - buikloop hebben.
   _chansa = [znw] grap. [ww] grappen maken
   _chantage = chantage
   _chantagiá = chanteren
   _chapaleta = (scheeps)schroef; schoep
   _charada = raadsel(tje)
   _charla = toespraak, lezing, causerie
   _che = bah!
   _chébere = hartstikke leuk
   _chèk = controleren, bekijken, bezien, inzien, nakijken, afkijken, spieken, nagaan
   _chèkeo = controle, onderzoek
   _chèkmento = controle
   _chèns = kans
   _chèpè-chèpè = plonzen, door water stappen
   _Cheppi = koosnaam voor Jozef
   _chèrchi [C.] = spot
   _chibatiá = uitzuigen [fig.]
   _Chichi = bijnaam voor oudste dochter
   _chika = melken; uitmelken [ook fig.]. chika blas - 'n plasje doen [fam.]. chika pos - 'n put leegpompen.
   _chiké = 1. varkensstal; 2. ongewijde begraafplaats
   _chikí (C.) = klein. hari chikí-chikí - in zichzelf (stiekem) lachen.splika un kos na plaka chikí - iets haarfijn uitleggen.
   _chikito [A.] = klein. na plaka chikito - haarfijn; in detail.
   _chikoti = knuppel
   _chincha[C.] = katapult; (A.: stichi)
   _chines
= [znw] Chinees. [bnw] chinees.
   _Chinto = koosnaam voor Jacinto
   _chiripa = nippertje. di chiripa - op 't nippertje
   _chispa = vonk. [ook fig.]
   _chòk = vastzitten, vastlopen, verstoppen; [fig.] de plank misslaan.
   _choka = wurgen; stikken; verstikken
   _choka-mata = afgelegen; Lugá di choka-mata - een afgelegen plaats.
   _chokamento = wurging
   _chokante = wurg-; wurgend
   _chokolati = chocolade. papel di chokolati - zilverpapier; chokolat'i pinda - speciale drank geserveerd op achtste dag na begrafenis. Hopi skuma, pòko chokolati. - veel geschreeuw om weinig wol.
   _chòler {stomme e} = drugsverslaafde, junky (scheldwoord)
   _chopa = fuik [voor landdieren]
   _chubato = 1: bok; ram; reu; mannetjesdier. 2: bulldozer
   _chuchu = rog [vis]
   _chuchubi = spotlijster
   _chuèrcha = bespotten; spotten
   _chuku-chuku = smoezen, smiespelen
   _chulo = [znw] pooier. [bnw] mooi
   _chupa-bèbè = lolly
   _chupa-chupa = bloedzuiger
   _chupa = zuigen; sabbelen. chupa dede - de vingers aflikken. chupa dùim - op z'n duim zuigen. chupa pos - de beerput leeg maken.
   _chupadó = bloedzuiger; uitzuiger [fig.]
   _chupon = speen
   _cicatriz [S.!] = litteken
   _ciento [S.!] = in: por ciento [S.] - percent
   _Coco = koosnaam voor Jacobo
   _contrario [S.] = tegendeel. al contrario - in tegendeel. lo contrario ta bèrdat. - Het tegendeel is waar.
   _conyugal [S.!] = huwelijks- . encuentro conygal [S.!] - bijeenkomst van huwelijkspartners.
   _cónyuge [S.!] = huwelijkspartner; echtgenoot, echtgenote
   _cooler [E.] = koeler
   _cortejo {j=ch van "kachel"} [S.] = in: cortejo fúnebre [S.] = lijkstoet, begrafenisstoet
   _cotex = maandverband
   _cuando [S.!] = in : di vez en cuando - af en toe.
   _curaçaoleño = [znw] Curaçaoenaar; [bnw] curaÇaos

   _dabishan = grote aardewerk waterkruik
   _dabrot = in: duna un hende su dabrot - Iemand flink uitkafferen.
   _dado [S.] = gegeven. un dado momento - op 'n gegeven ogenblik; op een willekeurig moment.
   _dak = dak
   _dal = slaan; raken, treffen. dal bai - ga je/Uw gang. dal mata - dood-slaan. dal un beter - 'n borrel nemen. dal un bishita - op bezoek gaan. dal un grito - een kreet slaken
   _dalakochi = sprinkhaan
   _dalmento = [znw] slaan; aanrijding, botsing
   _dam = 1. (gegraven) regenwater reservoir. 2. damspel. hunga dam - dammen
   _dama = dame. Dama i kabayeronan! - Dames en heren!. dama di honor - officiële gastvrouw.
   _damita = jongedame
   _damp = damp
   _dams = dametje
   _dañá = bedorven; beschadigd; kapot, stuk
   _daña = schaden; bederven; beschadigen; kapot gaan/maken. daña su paña - 't in z'n broek doen (van angst). daña un hende su beis - iemands humeur bederven. daña un hende su nomber - iemand zwart maken. e outo a daña - de auto is kapot.
   _danda = [znw] ronde, gespreksronde. [ww] stappen, uitgaan
   _dandará = pierewaaien
   _dande = Arubaanse nieuwjaarsfolklore
   _danes = [znw] Deen, Deens. [bnw] deens.
   _dañino = schadelijk
   _dank = opzeggen, afzeggen
   _danki = [znw] dank; [ww] danken, bedanken. danki na - dankzij. Danki Dios - God zij dank. Danki di mundu ta pishi di yewa. - Ondank is 's werelds loon.
   _daño = schade
   _dashi = das, stropdas; dash'i pushi - vlinderdasje
   _data = dateren
   _datu [C.] = cactus; (A.: kadushi)
   _dawari = huidvlekken
   _debate = debat.
   _debatí = debatteren
   _debchi[vero.] = dubbeltje
   _debe = [znw] schuld. [ww] schuldig zijn, verschuldigd zijn [ook fig.]. (van Spaans deber in: manera debe ser - zoals het moet.
   _deber = plicht.
   _debí = vanwege, te wijten (na - aan)
   _debidamente = terdege
   _debido = juist. na su debido tempo - te gelegener tijd
   _débil = zwak, slap
   _debilidat = zwakheid, zwakte
   _debilitá = verzwakken, afzwakken; tanen
   _debolbé = teruggeven, retourneren
   _debòr [A.] = walging, afschuw
   _debutante = debutant(e)
   _decir [S.!] = in: es decir [S.!] - dat wil zeggen.
   _dede = vinger, teen. dal su dede. - op de koffie komen (fig.). ku dos dede di sintí - met 'n klein beetje gezond verstand. munstra dede riba hende - mensen vals beschuldigen
   _dediká = toewijden, (zich) wijden (na - aan(; zich toeleggen (na - op); opdragen
   _dedikashon = toewijding, opdracht
   _dedukshon = deductie, afleiding; aftrek
   _deduktibel {stomme e} = deduceerbaar, afleidbaar, aftrekbaar
   _deduktibilidat = deduceerbaarheid, afleidbaarheid, aftrekbaarheid
   _deduktibo = deductief
   _dedusí = deduceren, afleiden; aftrekken
   _defekto = [znw] defect, gebrek. [bnw] defect
   _defendé = verdedigen; (zich) verweren
   _defensa = verdediging; defensie; verweer
   _defensibel {stomme e} = verdedigbaar
   _defensibilidat = verdedigbaarheid
   _defensibo = verdedigend, defensief
   _defensor = verdediger
   _definí = definiëren; omschrijven
   _definishon = definitie; omschrijving
   _definitibo = definitief
   _defisiensia = gebrek; tekortkoming
   _defisiente = gebrekkig; onvoldoende; tekort
   _defisit = [fin.] tekort
   _deformá = [ww] vervormen; misvormen; [bnw] vervormd; misvormd
   _deformashon = vervorming
   _defragmentá = [ww] defragmenteren. [bnw] gedefragmenteerd
   _defragmentashon = defragmentering.
   _defroudá = zwaar teleurstellen; ernstig in de steek laten
   _defroudashon = zware teleurstelling
   _degenerá = [ww] degenereren, verworden, ontaarden, verloederen. [bnw] ontard; gedegenereerd; verloederd.
   _degenerashon = degeneratie, verwording, ontaarding, verloedering
   _degradá = degraderen
   _degradashon = degradatie
   _dehado = laks, nalatig (van luiheid)
   _dehele wé = geelzucht
   _dèk = 1. [znw] dek [scheepv.]. 2. [ww] dekken [v. dieren]
   _dek = drachtig ( van honden)
   _dékada = decennium
   _dekadensia = decadentie
   _dekadente = decadent
   _dekapitá = onthoofden
   _dekapitashon = onthoofding
   _deklamá = declameren, voordragen, opzeggen
   _deklamashon = declamatie, voordracht
   _deklará = verklaren; inklaren; declareren
   _deklarashon = verklaring; inklaring; declaratie
   _dekliná = declineren; afbuigen
   _deklinashon = declinatie; afbuiging
   _deklu = deken
   _dekolonisá = dekoloniseren
   _dekolonisashon = dekolonisatie
   _dekorá = decoreren; onderscheiden; versieren
   _dekorashon = decoratie; onderscheiding; versiersel(en); versiering
   _dekretá = decreteren; verordenen; uitvaardigen
   _dekreto = decreet; verordening
   _delaster {stomme e} = laatste. delaster un kos - letterlijk alles. E ta kritiká delaster un kos. - Hij heeft overal kritiek op.
   _delegá = [bnw] dun; slank; rank; mager. [ww] delegeren; afvaardigen
   _delegado = gedelegeerde; afgevaardigde
   _delegashon = delegatie, afvaardiging
   _deliberá = bespreken, overleggen; delibereren, bediscussiëren; overpeinzen
   _deliberadamente = opzettelijk; willens en wetens.
   _deliberashon = bespreking, overleg; overpeinzing
   _delikado = delicaat; teer
   _delimitá = afbakenen
   _delimitashon = afbakening
   _delinkuente = delinquent
   _delisioso = heerlijk; smakelijk
   _delito = delict
   _delko = stroomaggregaat
   _demagogía = demagogie, volksmennerij
   _demagógiko = demagogisch
   _demagogo = demagoog, volksmenner
   _demanda = [in handel] vraag; [jur.] aanklacht; vordering. demanda i oferta - vraag en aanbod.
   _demandá = aanklagen [jur.]
   _demasiado [S.!] = te veel
   _demolí = slopen, afbreken; vernietigen
   _demolishon = sloop; totale afbraak; vernietiging
   _demoniá = des duivels worden.
   _demonio = duivel. mal demonio - rotzak, smeerlap
   _demonstrá = demonstreren, aantonen
   _demonstrashon = demonstratie; vertoon
   _demonstratibo = aanwijzend
   _demotibá = demotiveren
   _demotibashon = demotivatie
   _dèmpel{stomme e} (vdv: gedèmpel = 1. dempen; Ora baka a hoga kaba, nan ta dèmpel e pos. - Als het kalf verdronken is, dempt men de put. 2. wegmoffelen; wegstoppen; verbergen. Nan tin nan kos bon gedèmpel. - Ze houden alles goed verborgen.
   _den {ng} = in. den shelu - in de hemel. den nomber di ... - in (de) naam van ... Den man di Dios. - In Gods hand. biba den miseria - in armoede leven. den hospital - in 't ziekenhuis. den boka di pueblo - in de volksmond. Dispensa den kar'i hende! - Vergeef me dat ik 't zo bruut zeg. para den su sapato - stevig in z'n schoenen staan.
   _dengue = knokkelkoorts
   _deningrante = denigrerend, neerbuigend
   _denominashon = confessie, geloof, religie
   _densidat = dichtheid
   _denso = dicht (v. bevolking, bewolking, enz.)
   _dental = tand-; tandheelkundig
   _denter (di){stomme e} = binnen in; van binnen
   _dentista = tandarts, tandheelkundige
   _denunsiá = aanklagen, aanbrengen, aangeven; aan de kaak stellen; veroordelen
   _denunsia = aanklacht, aangifte; veroordeling
   _denunsiante = aanklager
   _departamento = afdeling, departement
   _dependé = afhangen. Ta dependé. - Dat hangt ervan af.
   _dependensia = afhankelijkheid, onzelfstandigheid
   _dependiente = afhankelijk; onzelfstandig
   _deplorá = betreuren
   _deplorabel {stomme e} = deplorabel, betreurenswaard
   _deponé = deponeren
   _deportá = deporteren, uitzetten
   _deportabel {stomme e} = deportabel, uitzetbaar
   _deportashon = deportatie, uitzetting
   _deporte = sport
   _deportibo = sportief
   _depositá = storten, deponeren (op bankrekening e.d.)
   _depósito = 1. storting, inleg. 2. opslagplaats, magazijn
   _depreshon = depressie
   _depresiá = afschrijven [fin.]
   _depresiashon = afschrijving [fin.]
   _depresivamente = [bw] depressief
   _depresividat = depressiviteit
   _depresivo = [bnw] depressief
   _deprimí = [ww] deprimeren, terneer drukken. [bnw] gedeprimeerd, terneergeslagen; somber.
   _deprimibel {stomme e} = terneerdrukkend; troosteloos; ongenaakbaar
   _deprivá = ontberen
   _deprivashon = ontbering
   _dera = [ww.] begraven
   _derá = [bnw] begraven
   _deramento = begrafenis, uitvaart, teraardebestelling
   _derechi [C.] = [znw] recht; (A.: derecho)
   _derecho [A.] = [znw] recht
   _derivá = afleiden
   _derivashon = afleiding, herleiding
   _derochá = smijten (met geld)
   _deroche = verspilling (v. geld)
   _desabordá = buiten de oevers treden, overstromen
   _desabordimento = overstroming (door buiten de oevers treding)
   _desagradabel {stomme e} = onaangenaam; naar, onprettig, onplezierig
   _desagradesido = ondankbaar
   _desakonsehá = ontraden, afraden
   _desakoplá = afkoppelen, ontkoppelen
   _desakoplamento = afkoppeling, ontkoppeling
   _desakustumbrá = ontwennen
   _desaliná = ontzilten
   _desalinisashon = ontzilting
   _desampará = ontheemd
   _desanimá = ontmoedigen
   _desanimashon = ontmoediging
   _desaparesé = verdwijnen
   _desaparishon = verdwijning
   _desaprobá = afkeuren, misprijzen
   _desaprobashon = afkeuring; misprijzen
   _desapuntá = [ww] teleurstellen; tegenvallen. [bnw] teleurgesteld
   _desapuntante = teleurstellend; tegenvallend
   _desapunto = teleurstelling; tegenvaller
   _desareglá = [ww] ontregelen. [bnw] ontregeld
   _desarmá = 1: ontwapenen. 2: demonteren, uit elkaar halen
   _desarmamento = 1: ontwapening. 2: demontage
   _desaroyá = ontwikkelen
   _desaroyo = ontwikkeling
   _desastre = ramp, rampspoed; ravage. desastre aéreo - vliegramp
   _desastroso = rampzalig, catastrofaal
   _desayuná = ontbijten
   _desayuno = ontbijt
   _desbaratá = ontzenuwen
   _desbelá = [standbeeld e.d.] onthullen; [vlag e.d.] ontplooien; ontrollen; ontvouwen; [geheim e.d.] ontsluieren
   _desbelo = onthulling; ontplooiing; ontvouwing; ontsluiering.
   _desbentaha = nadeel
   _desbentahoso = nadelig, onvoordelig
   _desbergonsoso = onbeschaamd, schaamteloos
   _desbordá = overstromen
   _desbordamento = overstroming
   _desde = sinds, sedert
   _deseá = [ww] wensen. [bnw] gewenst. Mmanera deseá - naar wens.
   _deseabel {stomme e} = wenselijk
   _deseabilidat = wenselijkheid
   _desekilibrá = onevenwichtig
   _desekilibrio = onevenwichtigheid
   _desembarká = uitstappen (uit schip of vliegtuig), debarkeren
   _desembarkashon = het uitstappen (uit schip of vliegtuig)
   _desember {stomme e} = december
   _desemboká = uitmonden
   _desempleá = werkeloos
   _desempleado = werkeloze
   _desempleo = werkeloosheid
   _desena = tiental
   _desendensia = afkomst, afstamming
   _desendiente = afstammeling; telg
   _desenlasá = ontrafelen
   _desenlase = ontknoping
   _desensia = fatsoen
   _desente = fatsoenlijk, decent
   _desentralisá = decentraliseren
   _desentralisashon = decentralisatie
   _deseo = wens
   _desepshon = deceptie, teleurstelling; bedrog
   _desepshoná = teleurstellen
   _desepshonante = teleurstellend
   _desesperá = [ww] wanhopen; vertwijfelen. [bnw] wanhopig; vertwijfeld; radeloos
   _desesperashon = wanhoop; vertwijfeling; radeloosheid
   _desfaborabel {stomme e} = ongunstig; nadelig
   _desfigurá = vervormd, ontsierd, verwrongen
   _desfilá = defileren
   _desfile = defilé
   _desgabá = [ww] misprijzen
   _desgabamento = [znw>] misprijzen
   _desgrasia = ongeval; ongeluk
   _desgrasiadamente = ongelukkigerwijs
   _desgrasiado = [znw] schoft, schurk, ploert, smeerlap. [bnw] ongelukkig
   _deshasí = ongedaan maken; (zich) ontdoen (di - van)
   _deshogá = [fig.] luchten; uitstorten; ontboezemen
   _deshogamento = ontboezeming
   _deshonestidat = oneerlijkheid
   _deshonesto = oneerlijk
   _deshonrá = onteren
   _desierto = woestijn.
   _desifrá = ontcijferen, decoderen
   _desiframento = ontcijfering
   _desigual = ongelijk
   _desigualdat = ongelijkheid
   _desilushon = desillusie; ontgoocheling, ontnuchtering
   _desilushoná = [ww.] ontgoochelen; ontnuchteren. [bnw] ontgoocheld; ontnuchterd; gedesilusioneerd
   _desilushonamento = ontgoocheling; ontnuchtering
   _desimal = decimaal, tiendelig
   _desinfekshon = ontsmetting
   _desinfektá = ontsmetten
   _desinfektante = [znw] ontsmettingsmiddel. [bnw] ontsmettend
   _desinfektashon = ontsmetting
   _desishon = besluit
   _desisibo = doorslaggevend.
   _deskaí = [ww] vervallen; in verval raken; aftakelen; verkommeren. [bnw] vervallen; afgetakeld; verkommerd.
   _deskansá = rusten, uitrusten
   _deskanso = rust. deskanso di alma - de zielerust
   _deskargá = lossen, uitladen
   _deskargamento = [znw] het lossen
   _deskartá = verwerpen
   _deskomprendimento = wanbegrip; onbegrip
   _deskomprondemento = wanbegrip; onbegrip
   _deskomprondido = geen begrip hebbend; alles moedwillig verkeerd begrijpend
   _deskonekshon = afsluiting
   _deskonektá = afsluiten; ontkoppelen
   _deskonfiá = [ww] wantrouwen; niet vertrouwen. M'a deskonfiá! - Ik was er al bang voor! [bnw] wantrouwig
   _deskonfiabel {stomme e} = onbetrouwbaar
   _deskonfiansa = [znw] wantrouwen
   _deskonosí = [znw] onbekende. [bnw] onbekend
   _deskonsehá = afraden, ontraden
   _deskonsehabel {stomme e} = te ontraden; niet aan te raden
   _deskonseho = ontrading
   _deskonsertante = onthutsend
   _deskonsertá = onthutst; ontdaan; in de war
   _deskoronashon = ontkroning
   _deskoroná = ontkronen
   _deskribí = beschrijven; omschrijven.
   _deskripshon = beschrijving; omschrijving; signalement
   _deskubrí = ontdekken
   _deskubrimento = ontdekking; vondst
   _deskurashamento = ontmoediging
   _deskurashá = ontmoedigen; tegengaan
   _deskurashabel {stomme e} = ontmoedigend; te ontmoedigen
   _deskustumá = ontwennen
   _desmantelá = ontmantelen
   _desmantelashon = ontmanteling
   _desmentí = ontkennen; weerspreken; tegenspreken; verloochenen
   _desnudá = (zich) ontbloten. [bnw] ontbloot
   _desnudo [S.!] = naakt. (Pap.: sunú)
   _desobediensia = ongehoorzaamheid
   _desobediente = ongehoorzaam
   _desolá = [bnw] verlaten; desolaat; woest.
   _desórden = wanorde, ongeordendheid; kabaal, lawaai
   _desordená = [bnw] ongeordend, ongeregeld; wanordelijk
   _desordu = kabaal, lawaai.
   _despachá = afvaardigen; verzenden
   _despacho [S.] = bureau, kantoor. (Pap.: kantor, ofisina)
   _despaketá = uitpakken
   _despedí = afschied nemen
   _despedida = afscheid
   _despegá = opstijgen [v. vliegtuig]
   _desplegá = ontvouwen, vertonen
   _desperdisio = afval
   _desprendé = loslaten [van onderlaag]
   _desprendimento = loslating [van onderlaag]. desprendimento di retina - netvliesloslating
   _despresiá = minachten
   _despresiabel {stomme e} = te minachten; verachtelijk
   _despresio = minachting
   _desproporshonal = buiten proporties; bovenmate
   _despues = na, daarna, erna
   _destaho = aanbesteding. destaho públiko - openbare aanbesteding.
   _destaká = uitmunten, uitblinken; OPVALLEN; omlijnen.
   _destiná = bestemmen
   _destinashon = bestemming
   _destino = lot, noodlot, bestemming
   _destruí = vernielen, vernietigen; verwoesten; verdelgen
   _destrukshon = vernieling, vernietiging; verwoesting; verdelging
   _destruktibo = destructief; verwoestend
   _desviá = uitwijken, afwijken; omleggen.
   _detayá = [ww] detailleren, details geven. [bnw] gedetailleerd; uitvoerig ; omstandig
   _detaya = detail
   _detayista = detaillist
   _detené = 1. vasthouden, ophouden. detené un hende - iemand aan de praat houden. 2. aanhouden, arresteren
   _detenido = arrestant
   _detenshon = arrestatie, aanhouding.
   _deteriorá = verslechteren; verergeren; achteruitgaan
   _deteriorashon = verergering; verslechtering; achteruitgang
   _determiná = [ww] bepalen; vaststellen; [bnw] bepaald; vastberaden; vastbesloten
   _determinabel {stomme e} = determineerbaar; bepaalbaar
   _determinashon = vastberadenheid
   _devastador = verwoestend; smadelijk
   _devorá = verslinden; verscheuren (door wild dier)
   _devoshon = devotie; vroomheid
   _devoto = devoot; vroom
   _dewer = de weer; El a haña dewer. - De weer is erin gekomen.
   _di = van. (nadruk en toonverhoging voor pers.vnw mi en bo) no di e ... ei - niet zo erg .... e no ta di e grandi ei. - hij/zij/het is niet zo erg groot. no di e hopi ei. - niet zo erg veel. no di e tantu ei. - niet zo erg veel.
   _dí = zei(den) (ku = tegen). Mi dí kuné... - Ik zei tegen hem... Nan dí - men zegt. Ki bo dí? - Wat zeg je? Ken dí? - Wie heeft dat gezegd?
   _día = dag. día 2 di desember - op 2 december. dí' aden, díí afó - dag in, dag uit. día di mi aña - op mijn verjaardag. día ku, ... - [v.t.] toen; [t.t.] als. día pa día - alsmaar; voortdurend; iedere dag meer; telkens. awe ocho día - vandaag over acht dagen. Bon día! - Goeie morgen! di día - overdag. di un día pa otro -van de ene dag op de andere. 'ki día, ... - dezer dagen; onlangs. Ki día? - wanneer? Día bieu! - Al lang!
   _diabel {stomme e} = duivel. papia di diabel, bo ta trapa su rabo. - Als je het over de duivel hebt, trap je op zijn staart. Anochi skur, diabel ta lur. - In 't donker van de nacht ligt de duivel op de loer.
   _diabetes = diabetes, suikerziekte
   _diabétiko = [znw] diabeet, suikerpatiënt. [bnw ] diabetisch
   _diabierna [A] = vrijdag. diabierna santo - goede vrijdag
   _diabiernè [C.] = vrijdag
   _diadomingo = zondag. diadomingo di rama - palmzondag
   _diak = diaken
   _diákono = diaken.
   _dialogá = converseren; een samenspraak houden
   _diálogo = dialoog. diálogo nashonal - maatschappelijke discussie
   _dialuna = maandag
   _diamantario = diamantair
   _diamante = diamant
   _diamars = dinsdag
   _diaranson _diarason = woensdag. diarason di shinishi - aswoensdag
   _diario = dagelijks
   _diasabra = zaterdag. diasabra di aleluya - paaszaterdag
   _diaweps = donderdag. diaweps santo - witte donderdag
   _dibuhá = tekenen, 'n tekening maken
   _dibuho = tekening; prent
   _dicha [S.!] = geluk
   _dicho = gezegde; spreuk; [fig.] vloek. dal un dicho - er 'n knoop overheen leggen. Dicho hecho![S.] - Zo gezegd, zo gedaan.
   _dichoso = zalig, gelukkig
   _dies = tien; di dies - tiende.
   _diesdos = twaalf
   _dieskuater = veertien
   _diesnuebe = negentien
   _diesocho = achttien
   _diesseis = zestien
   _diesshete = zeventien
   _diessinko = vijftien
   _diestres = dertien
   _diesun = elf
   _diferensia = verschil; verschiedenheid
   _diferensiá = verschillen; onderscheiden; uiteenlopen; onderscheid maken, verschillend zijn
   _diferente = verschillend; onderscheiden
   _difikultá = bemoeilijken
   _difikultat = moeilijkheid
   _difísil = moeilijk
   _difunto = [bnw] wijlen; zaliger. [znw] overledene. Tur Difunto - Allerzielen.
   _digerí = [ww] verteren
   _digeribel {stomme e} = verteerbaar
   _digestion = [znw] verteren, vertering
   _digital = [bnw] digitaal
   _digitalisá = [ww] digitaliseren. [bnw] gedigitaliseerd
   _digitalisashon = digitalisering
   _digitalmente = [bw] digitaal
   _dignidat = waardigheid
   _dignitario = (hoog)waardigheidsbekleder
   _digno = waardig. digno di konfiansa - betrouwbaar, vertrouwenswaard
   _Dik = koosnaam voor Hendrik
   _diki = dik (voornamelijk van levenloze dingen)
   _dikshonario = woordenboek
   _dikta = verordenen; opleggen; voorschrijven. dikta sentensia - uitspraak doen [jur.]
   _dilanti (di) = vóór (v. plaats). su dilanti - ervoor
   _diligensia = 1. vlijt, toewijding, ijver; voortvarendheid. 2. boodschap,iets noodzaqkelijks te doen.
   _diligente = ijverig; voortvarend
   _dilirio = delirium
   _diluvio = zondvloed
   _dimas = [bnw] overig(e). [bw] te; te veel, te erg; te dimas - (al) te veel, erg. Esei ta un tiki te dimas. - Dat is 'n beetje te. kome, bebe, drumi etc. dimas - te veel eten, drinken, slapen etc. [znw] overdaad. Dimas ta dañino. - Overdaad schaadt.
   _DINA = [vero.] Dienst Immigratie en Naturalisatie
   _Dinamarka = Denemarken
   _dinámiko = dynamisch
   _dinamismo = dynamisme
   _dinamit = dynamiet
   _dinastía = dynastie, vorstenhuis
   _Dindin = koosnaam voor Bernardina
   _Dios = God. Dios libra! - God beware mij! Dios mío![S.] - Mijn God! Dios 'na bida i salú. - Bij leven en welzijn. Dios wardá bo! - God zij met je! danki Dios - God zij dank. Es ku Dios ke! - Zo wil God 't. (gezegd op condoleance). trái lomb'i Dios - heel erg afgelegen. ku Dios ke. - als God 't wil. Papa Dios no ta drumi! - God ziet alles.
   _diosesano = diocesaan
   _diósesis = diocees
   _diptongo = tweeklank
   _diputado = wethouder; gedeputeerde
   _direkshon = richting; leiding; regie
   _direktiba = bestuur
   _direkto = direct, rechtstreeks
   _direktor = directeur, regisseur (ook vrouwen)
   _direktorado = directoraat; directie
   _dirigente = leidinggevende; bestuurslid; directielid
   _dirigí = richten; leiden; regisseren; mikken
   _dirti = smelten. Dirti! - Verdwijn!
   _diseñá = ontwerpen
   _diseñabel {stomme e} = ontwerpbaar
   _diseñadó _diseñador = ontwerper, tekenaar
   _diseño = ontwerp
   _disertashon = dissertatie, proefschrift; verhandeling
   _disfras = vermomming, masker
   _disfrasá = [ww] (zich) vermommen. [bnw] vermomd; verkapt; verhuld
   _disfrasamento = het vermommen; vermomming
   _disfrutá = genieten van
   _disgustá = [ww] tegenstaan. [bnw] ontevreden; ontdaan; geërgerd; afkerig.
   _disgusto = ongenoegen; ontevredenheid; ergernis; afkeer; tegenzin
   _disidí = beslissen, besluiten
   _disinbein = duizendpoot
   _disipliná = [ww] disciplineren, discipline bijbrengen. [bnw] gedisciplineerd
   _disiplina = discipline; tucht; sin disiplina - vrijgevochten
   _disiplinario = disciplinair
   _disko = plaat, grammofoonplaat. toka un disko - 'n plaat spelen
   _diskordia = onenigheid, onmin, tweedracht, verdeeldheid
   _diskotèk = discotheek
   _diskrepansia = discrepantie, (foutief) verschil
   _diskriminá = discrimineren
   _diskriminashon = discriminatie
   _diskriminatorio = diskriminerend
   _diskulpá = (zich) verontschuldigen; excuseren.
   _diskulpa = verontschuldiging; excuus. pidi diskulpa - verontschuldigingen aanbieden.
   _diskurso = toespraak, redevoering
   _diskushon = discussie, bespreking
   _diskutí = diskussiëren; bespreken.
   _diskutibel {stomme e} = bespreekbaar
   _disloká = [arm e.d.] verrekken
   _dislokashon = [arm e.d.] verrekking
   _disminuí = verminderen, verkleinen, inkrimpen
   _disminushon = vermindering, verkleining; inkrimping
   _disolushon = ontbinding
   _disolvé = ontbinden
   _disparate = [S.] onzin, kletskoek; onzinnige handeling
   _disparsé = verdwijnen; tanen
   _dispensá = 1. verontschuldigen, excuseren. 2. vrijstellen. Dispensá mi! - Excuseer! Neem mij niet kwalijk!
   _dispensa = verontschuldiging, excuus. Dispensa! - Pardon!
   _dispensashon = dispensatie; vrijstelling
   _disponé = beschikken (di - over)
   _disponibel {stomme e} = beschikbaar; voorhanden
   _disponibilidat = beschikbaarheid
   _disposishon = beschikking. na disposishon di - ter beschikking van.
   _disproporshon = onevenredigheid
   _disproporshoná = onevenredig
   _disproporshonal = [bnw] onevenredig
   _disproporshonalmente = [bw] onevenredig
   _dispuesto = bereid; willig.
   _disputá = disputeren, redetwisten, twisten, betwisten
   _disputa = dispuut, redetwist, twist
   _disputibel {stomme e} = betwistbaar
   _distansia = afstand
   _distansiá = distanciëren, afstand nemen
   _distansiamento = het bewaren van afstand; afstand houden
   _distilá = distilleren; stoken
   _distinguí = [ww] onderscheiden; onderkennen. [bnw] gedistingeerd; deftig, voornáám, statig
   _distinguibel {stomme e} = waarneembaar
   _distinshon = onderscheid; verschil
   _distinto = anders; verschillend; onderscheiden
   _distorshon = vertekening; vervorming; misvorming
   _distorshoná = [ww] vertekenen; vervormen; misvormen. [bnw] vertekend; vervormd; misvormd
   _distraí = [ww] (xich) ontspannen; afleiding zoeken. [bnw] afgeleid [fig.]; verstrooid [fig.]
   _distraishon = afleiding; verstrooiing; verstrooidheid
   _distribuí = distribueren, verspreiden; uitgeven
   _distribuidó _distribuidor = distributeur, verspreider, leverancier.
   _distribushon = distributie, verspreiding
   _distrito = district; wijk; streek
   _disturbio = ongeregeldheid; onrust; verstoring; rel
   _diversidat = diversiteit; verscheidenheid
   _diversifiká = spreiden
   _diversifikashon = spreiding
   _diverso = divers; verscheiden
   _divertí = zich vermaken
   _divertido = vermakelijk
   _divertishon = vermaak
   _divi-divi = waaiboom; watapana
   _dividí = delen; verdelen; splitsen. dividí i reina - verdeel en heers. dividí riba - verdelen over
   _dividibel {stomme e} = deelbaar (pa - door)
   _divino = goddelijk. Divino niño (Hesus) - 't goddelijk kindje (Jezus). providensia divino - goddelijke voorzienigheid
   _divishon = deling; verdeling; verdeeldheid; divisie
   _divorsiá = scheiden
   _divorsio = echtscheiding
   _divulgá = onthullen
   _divulgashon = onthulling
   _djaka = rat
   _djampou = grouper (vissoort). wow'i djampou - uitpuilende ogen
   _djap = klus(je); traha djab-djab - klussen
   _dje = hem, haar, het, er- (na: bou, den, di, riba)
   _djei = vandaar; daarna. I djei? - Wat zou dat? Nou en?
   _djeit = flair, élan
   _djente = tand; kies. doló di djente - tandpijn, kiespijn. morde (su) djente - de tanden op elkaar zetten; op de tanden bijten. pasta di djente - tandpasta. ranka djente - een tand, kies (laten) trekken. skeiru djente - de tanden poetsen. skeiru di djente - tandenborstel.
   _djimbi = [znw] stuipen; stuiptrekking
   _djis = net, daarnet, zo net, dadelijk. djis akí - dadelijk. Mi ta bin un djis. - Ik kom zo.
   _djòdjò = goeie sier maken, de bloemetjes buiten zetten [fig.]
   _djògògò = dartelen (als 'n geit)
   _djòin = 1. samenvoegen; 2. toetreden tot, zich voegen, aansluiten bij
   _djòki = onderbroek (voor mannen)
   _djumblum = onderdompelen
   _dòbel {stomme e} = dubbel
   _doblá = [znw] vouw. [bnw] (op)gevouwen; krom. lomba doblá - met kromme rug
   _dobla = buigen, vouwen; verdubbelen. Dobla warda! - Wacht maar af!
   _doblamento = [znw] het vouwen, buigen; verdubbeling
   _dòf = dof, flets
   _dòkter {stomme e} = dokter. dòkter di kas - huisarts
   _dòktor = doctor. Dòktor di lei - schriftgeleerde
   _dòktu = dokter (zie: dòkter)
   _dokumentá = documenteren
   _dokumentashon = documentatie
   _dokumento = document
   _dòl = misgaan; mislukken. E kos a dòl. - 't Is misgegaan.
   _doló = pijn, smart. doló di kabes - hoofdpijn. doló di bariga - buikpiin. doló di djente - tan/kiespijn
   _doloroso = pijnlijk, smartelijk. sufrimento doloroso - schrijnend leed
   _dòm = vuilnisbelt
   _doméstiko = huis-; huishoudelijk
   _domi = dominee
   _dominá = beheersen, overheersen, domineren; overmeesteren
   _dominabel {stomme e} = beheersbaar
   _dominante = dominant, overheersend
   _dominio = beheersing; overheersing
   _domisilio = woonplaats; verblijfplaats. sin domisilio fiho - zonder vaste woon- of verblijfplaats.
   _don = gave; aanleg; e don di idioma - talenknobbel
   _dònderbos = donderbus (vuurwerk)
   _dònderslá {stomme e} = mengsel van meerdere sterke dranken
   _dòndru = donder [fig.]; lummel [pers.]; voor de donder. Ki dòndru bo ta hasi? - Wat voor de donder doe je?
   _dònkrak = dommekracht; vijzel; Ni ku dònkrak e n' ta muf. - Hij is met geen paard van zijn plaats te krijgen.
   _doño = eigenaar , baas. doño di trabou - werkgever
   _dons [fam.] = vrouwelijk geslachtsdeel
   _DOOV [vero.] = Dienst Openbare Orde en Veiligheid
   _dor = [znw] dooier; [vz] door. dor di= door. dor ku - doordat
   _dori = kikker
   _dormitorio = slaapzaal
   _dorna = versieren
   _dornamento = versiering, tooi; het versieren
   _dòs = twee; di dòs - tweede. Dòs sa mas ku un. - Twee weten meer dan een. e dosnan - de twee. nos (boso, nan) dòs - met z'n tweeën. tur dòs - allebei
   _dosena = dozijn, twaalftal
   _dosente = docent
   _dosha [plat] = verknollen, verknoeien, kapot maken
   _doshá [plat] = verknoeid, verknold, naar de knoppen
   _doshi = 1: doos. 2: kut [vulg.]
   _dósil = deemoedig; zachtaardig
   _dosilidat = deemoed; zachtaardigheid
   _dósis = dosis
   _dotá = begiftigd, begaafd
   _dota = begiftigen
   _dote = bruidschat
   _dou = dobbelsteen
   _DOW = Dienst Openbare Werken
   _drachi = draad (van haar, of stof)
   _drama = [znw] drama. [ww] vergieten, uitstorten, plengen. drama sanguer - bloed vergieten
   _dramamento = vergieten. dramamento di sanguer - bloedvergieten
   _dramátiko = dramatisch
   _dramatisá = dramatiseren
   _dramatisashon = dramatisering
   _dramaturgo = dramaturg
   _drastikamente = [bw] drastisch
   _drástiko = [bnw] drastisch
   _drecha = beteren, verbeteren; repareren, opknappen. drecha kama - het bed opmaken. drecha mesa - de tafel dekken. drecha su bida - z'n leven beteren.
   _drechamento = verbetering, reparatie
   _drechi = 1. rechts, rechter-. man drechi - de rechterhand [ook fig.]. 2.behoorlijk; fatsoenlijk. hende drechi - fatsoenlijke mensen.
   _drei = draaien, roeren, omkeren. drei bisa - antwoorden. M'a drei bis'é,... - ik zei hem/haar, ...
   _dreimento = gedraai, draaiing
   _dreiskruf = schroevendraaier
   _drèmpi = drempel, dorpel
   _drenta = binnenkomen/gaan
   _drif = drijven
   _drikidèk = cocoskoek
   _drikil = grote zeeschildpad
   _drispidí = verkwisten, verknoeien
   _drispididó = [znw] verkwister. [bnw] verkwistend, spilziek
   _drispidimento = verkwisting, verknoeiing
   _droga = verdovend middel, drug
   _drogadikshon = verslaving aan verdovende middelen
   _drogadikto = verslaafd(e) aan verdovende middelen
   _dròlchi = drol
   _drùif = zeedruif
   _drùip = zakken; druipen [voor examen]
   _drùk = druk
   _drumi = slapen; liggen. drumi manera baka - slapen als een os. drumi abou. - op de grond slapen. drumi ku - naar bed gaan met; geslachtsgemeenschap hebben met. drumi ku kachó I bo ta lanta ku pruga/purga. - Wie met pek omgaat, wordt er mee besmet.
   _drumidario = slaapkop [schertsend]
   _dual = dwalen
   _duars = dwars
   _duda = [znw] twijfel. [ww] twijfelen. sin duda - ongetwijfeld. No cabe duda [S.] - het lijdt geen twijfel. duna un hende of kos e benefisio di duda - iemand of iets het voordeel van de twijfel geven.
   _Dudu = koosnaam in betekenis van Schat
   _due (C.) = pijn; hasi due= pijn doen
   _duel = spijten. Ta duel mi. - Het spijt mij.
   _duele = medelijden; spijt
   _duelo = duel
   _dùim = duim (ook maat), grote teen
   _dùimstòk = duimstok
   _dùin = duin
   _dùis = betrokken (hemel); geheel bewolkt.
   _duki = doek, lap
   _dul = doel
   _duna = geven. duna man - in ondertrouw gaan. duna un man - 'n handje helpen. duna lus - bevallen van een baby.
   _dunadó = gever. dunadó di trabou - werkgever
   _dupliká = dupliceren; verdubbelen; copiëren
   _duplikabel {stoamme e} = copiëerbaar
   _duplikado = duplicaat; copie
   _duplikashon = duplicatie; verdubbeling; copie
   _dura = duren
   _durabel {stomme e} = duurzaam; bestendig
   _durabilidat = duurzaamheid
   _duradero = duurzaam; bestendig
   _durante = gedurende
   _durashon = [znw] duur
   _duru = hard; taai; snel
   _dùs = dus
   _dush = [znw] douche, douchecel. [ww] (zich) douchen.
   _dushi = [bnw] 1. zoet; 2. lekker; smakelijk; 3. lief, snoezig; 4. aangenaam; prettig; plezierig. [znw] schat, schatje, snoes(je)
   _dùster{stomme e} = peignoir


   _e = 1 [ldw] de, het. [heeft aanwijzende betekenis en wordt daarom vaak weggelaten]. 2. [pers.vnw.] hij, zij, 't, hem, haar. e [...] akí - deze; dit. e [...] ei - dat; die; e [...] aya - ginds
    = hem, haar, het [voorwerpsvorm van pers. vnw "e"]
   _echo = feit. echo ta: - het is een feit dat:
   _edat = leeftijd. Ki edat....? - hoe oud...? di edat avansá - bejaard
   _edifiká = bouwen, opbouwen [fig.]
   _edifikashon = het opbouwen (van een organisatie e.d.)
   _edifisio = gebouw
   _edishon = editie; uitgave
   _editá = uitgeven [publikatie]
   _editor = uitgever
   _eduká = opvoeden, onderwijzen
   _edukadó _edukador = opvoeder, onderwijzende
   _edukashon = opvoeding, onderwijs
   _edukashonal = [bnw] opvoedkundig, onderwijskundig
   _edukashonalmente = [bw] opvoedkundig, onderwijskundig
   _edukatibo = opvoedend, onderwijzend, educatief, leerzaam
   _efektibo = effectief
   _efektividat = effectiviteit
   _efektuá = uitwerken; tot stand brengen
   _efektuashon = uitwerking
   _efisiensia = efficiëntie
   _efisiente = efficiënt
   _egalisá = egaliseren
   _Egipto = 1. Egypte 2. egyptenaar
   _egoísmo = egoïsme; zelfzuchtigheid.
   _egoísta = [znw] egoïst. [bnw] egoïstisch; zelfzuchtig
   _ehekushon = 1. uitvoering; 2. executie, terechtstelling; ehekushon sumario - standrechtelijke executie
   _ehekutá = 1. uitvoeren; ten uitvoer brengen/leggen; 2. executeren, terechtstellen
   _ehekutabel {stomme e} = uitvoerbaar
   _ehekutabilidat = uitvoerbaarheid
   _ehekutibo = [znw] uitvoerder, beheerder, manager. [bnw] uitvoerend. e poder ehekutibo - de uitvoerende macht
   _ehempel {stomme e} = voorbeeld. pòr ehempel - bij voorbeeld. mal ehempel - rotstreek
   _ehemplar = [znw] exemplaar. [bnw] voorbeeldig
   _ehersé = oefenen, uitoefenen
   _ehersisio = oefening
   _ei = daar. einan - daar in die buurt. E no t'ei. - Hij is er niet. Ken t'ei? - Wie is daar? nos tur t'ei? - Zijn we er allemaal? Ei b'a chòk! - Daarmee sla je de plank mis. e [...] ei - die, dat; [aanw.vnw.]. e kas ei - dat huis. e shon ei - die persoon.
   _eis = ijs
   _ekilibrá = in evenwicht brengen
   _ekilibrio = evenwicht
   _ekipá = toerusten, uitrusten
   _ekipahe = uitrusting; bagage
   _ekipo = 1: team. 2: uitrusting
   _ékis (S.: equis = X) = in: pa ékis motibo - om onbekende reden(en); om meerdere redenen.
   _ekivalensia = equivalent; tegenwaarde
   _ekivalente = equivalent; van gelijke waarde
   _eklesiástiko = kerkelijk
   _èko = [znw] echo; weerklank; weergalm; nagalm. [ww] echoën; weergalmen.
   _ekología = oecologie
   _ekológiko = oecologisch
   _ekólogo = ecoloog
   _ekonomía = economie
   _ekonómikamente = [bw] economisch
   _ekonómiko = [bnw] economisch
   _ekonomisá = bezuinigen; versoberen
   _ekonomisashon = bezuiniging; versobering
   _ekonomista = econoom
   _ekónomo = econoom
   _eksagerá = [ww] overdrijven; [bnw] overdreven
   _eksageradamente = [bw] overdreven
   _eksagerashon = overdrijving
   _eksaktamente = [bw] precies
   _eksakto = exact, precies; nauwkeurig
   _eksaltá = [ww] verheerlijken; uitbundig zijn; [bnw] uitbundig
   _eksaltashon verheerlijking
   _eksámen = examen
   _eksaminá = examineren
   _eksaminashon = examinering
   _ekselensia = uitmuntendheid; excellentie
   _ekselente = uitmuntend, uitstekend, voortreffelijk
   _ekselentemente = [bw] uitmuntend, uitstekend, voortreffelijk
   _eksepshon = uitzondering. sin eksepshon di ningun hende - niemand uitgezonderd.
   _eksepshonal = [bnw] uitzonderlijk; uitzonderings-
   _eksepshonalmente = [bw] uitzonderlijk
   _eksepto = behalve; uitgezonderd
   _eksesibamente = [bw] overmatig; buitensporig
   _eksesibo = overmatig; buitensporig
   _eksibishon = tentoonstelling
   _eksibishonismo = exhibitionisme
   _eksibishonista = [znw] exhibitionistIe). ;bnw] exhibitionistisch
   _eksigensia = eis; vereiste; vordering
   _eksigente = veeleisend
   _eksigí = eisen; opeisen; vereisen; vergen.
   _eksiliá = verbannen; uitwijzen
   _eksiliado = banneling
   _eksilio = verbanning; uitwijkplaats; bai den eksilio - uitwijken
   _eksistensia = [znw] bestaan; ontstaan
   _eksistensial = existentiëel
   _eksistente = bestaand
   _eksistí = [ww] bestaan
   _eksistibel {stomme e} = bestaanbaar
   _eksitá = [ww] zich opwinden. [bnw] opgewonden
   _eksitante = opwindend, spannend
   _eksitashon = opwinding, opgewondenheid
   _éksito = succes. un éksito rotundo een daverend succes.
   _eksitoso = succesvol
   _ekskluí = uitsluiten; weren.
   _eksklushon = uitsluiting; wering.
   _ekskurshon = excursie
   _eksonerá = ontheffen (van schuld of verplichting); ontslaan (van plicht); vrijpleiten
   _eksonerabel {stomme e} = onthefbaar (van schuld of verplichting)
   _eksonerashon = ontheffing (van schuld of verplichting)
   _eksótiko = exotisch; uitheems
   _ekspandé = expanderen, uitbreiden; uitdijen, uitzetten
   _ekspanshon = expansie; uitdijing; uitbreiding; vergroting
   _ekspedishon = expeditie
   _ekspektá = verwachten
   _ekspektashon = verwachting. kontrario na e ekspektashon - tegen de verwachting in.
   _eksperensiá = [ww] ondervinden, ervaren, overkómen, meemaken. [bnw] ervaren
   _eksperensia = ondervinding; ervaring
   _eksperimentá = experimenteren; ondervinden, meemaken
   _eksperimental = experimenteel
   _eksperimento = experiment
   _ekspertisio = expertise; vakkundigheid
   _eksperto = [znw] expert. [bnw] vakkundig
   _ekspirá = aflopen, verstrijken, vervallen, beëindigen, verlopen
   _ekspirashon = afloop; vervaldatum; beëindiging
   _eksplísitamente = [bw] uitdrukkelijk
   _eksplísito = [bnw] uitdrukkelijk
   _eksplorá = exploreren, onderzoeken
   _eksploradó _eksplorador = ontdekkingsreiziger, explorateur, onderzoeker
   _eksplorashon = exploratie, onderzoek; ontdekking
   _eksploshon = explosie, ontploffing; uitbarsting
   _eksplosibo = [znw] springstof, springlading. [bnw] explosief
   _eksplotá = 1. exploiteren, uitbuiten. 2. exploderen, ontploffen; opblazen; uitbarsten
   _eksplotashon = exploitatie, uitbuiting
   _eksponé = uiteenzetten; tentoonstellen, exposeren
   _eksponeshal = exponentiŰel
   _eksponenshalmente = [bw] exponentiŰel
   _eksponente = exponent
   _eksportá = exporteren, uitvoeren
   _eksportadó _eksportador = exporteur
   _eksportashon = export, uitvoer
   _eksposishon = uiteenzetting; tentoonstelling, expositie
   _ekspresá = uitdrukken, uiten; uitspreken
   _ekspreshon = uitdrukking; expressie; uiting
   _ekspresibamente = ;bw] uitdrukkelijk, expressief
   _ekspresibo = ;bnw] uitdrukkelijk, expressief
   _ekspulsá = verwijderen; uitzetten; royeren; verdrijven
   _ekspulshon = uitsluiting, uitzetting, royement
   _ékstasis = ecstase; vervoering
   _ekstátiko = in ecstase; in vervoering
   _ekstendé = uitbreiden, vergroten; reiken. ekstendé un invitashon na - een uitnodiging zenden aan
   _ekstenshon = uitbreiding, vergroting; omvang; extra telefoontoestel; extensie
   _ekstensamente = [bw] uitgebreid; uitvoerig; uitgestrekt; omvangrijk
   _ekstenso = [bw] uitgebreid; uitvoerig; uitgestrekt; omvangrijk
   _eksterior = [znw] uiterlijk; [bnw] uiterlijk, van buiten; uitwendig
   _eksterminá = verdelgen; uitroeien; vernietigen
   _eksterminabel {stomme e] = uitroeibaar
   _eksterminashon = uitroeiing; verdelging; vernietiging
   _eksternamente = [bw] extern; uitwendig
   _eksterno = [bnw] extern; uitwendig
   _ekstinkshon = [znw] uitsterven; uitroeiing
   _ekstinkto = uitgestorven
   _ekstra = extra
   _ekstradishon = uitlevering
   _ekstraditá = uitleveren; uitwijzen
   _ekstraditabel {stomme e} = uitwijsbaar; uitleverbaar; uitzetbaar
   _ekstranhería = buitenland
   _ekstranhero = [znw] buitenlander; [bnw] buitenlands
   _ekstraordinariamente = [bw] ongewoon; buitengewoon
   _ekstraordinario = [bnw] ongewoon; buitengewoon
   _ekstremidat = uiteinde
   _ekstremo = [znw] uiteinde; extreme; uiterste. bai te den ekstremo - tot het uiterste gaan. [bnw] extreem; uiterst.
   _ekumene = oecumene
   _ekuméniko = oecumenisch
   _el = hij, zij, het (vóór verledentijdspartikel "a")
   _elaborá = uitwerken, uitweiden
   _elaborashon = uitweiding, uitwerking
   _elbog = elleboog
   _ele = hem, haar, het [nadrukkelijke voorwerpsvorm van pers. vnw "é"]
   _elegansia = elegance; sierlijkheid
   _elegante = elegant, sierlijk
   _elegí = [ww] kiezen, verkiezen. [bnw] gekozen; uitverkoren
   _elegibel {stomme e} = verkiezbaar, kiesbaar
   _elegibilidat = verkiezbaarheiod, kiesbaarheid
   _elekshon = verkiezing
   _elektorado = electoraat; (de) kiezers
   _elektoral = kies-. distrito elektoral - kiesdistrict. konseho elektoral - kiescollege. sistema elektoral - kiesstelsel.
   _eléktrikamente = [bw] electrisch
   _eléktriko = [bnw] electrisch
   _elektrisidat = electriciteit. planta di elektrisidat - electriciteitscentrale
   _elektrisista = electricien
   _elementario = elementair
   _elemento = element; bestanddeel
   _eliminá = elimineren, opheffen, opruimen; uitroeien; uitbannen; afschaffen; uitschakelen
   _eliminashon = eliminatie, opheffing, opruiming; afschaffing
   _elenko = spelersploeg [toneel]
   _ELMAR = Electriciteits Maatschappij Aruba
   _elogiá = loven, prijzen; lof toezwaaien
   _elogiabel {stomme e} = lovenswaard, prijzenswaard
   _elogio = lof; lofprijzing; eerbetoon
   _elokuensia = welsprekendheid; zeggingskracht.
   _elokuente = welsprekend
   _eludí = ontwijken, ontlopen
   _emansipá = emanciperen
   _emansipashon = emancipatie
   _embahada = ambassade
   _embahadó _embahador = ambassadeur
   _embarasá = [bnw] zwanger
   _embaraso = zwangerschap
   _embeyesé = verfraaien
   _embeyesimento = verfraaiing
   _embra [C.] = vrouwelijk (gezegd van ddieren); (A.: hembra)
   _emergensia = nood, noodsituatie
   _émfasis = nadruk
   _emfátikamente = [bw] nadrukkelijk
   _emfátiko = [bnw] nadrukkelijk
   _emfatisá = benadrukken
   _emigrá = emigreren
   _emigrante = emigrant
   _emigrashon = emigratie
   _eminente = ;bnw eminent; uitstekend
   _eminentemente = [bw] uitstekend; bij uitstek
   _emishon = uitgifte, emissie (v. waardepapier)
   _emisora = omroep, zender (radio, tv.), radiostation
   _emití = uitgeven (v. waardepapieren)
   _emoshon = emotie, ontroering
   _emoshoná = [ww] ontroeren. [bnw] geëmotioneerd, ontroerd
   _emoshonal = emotioneel
   _emoshonante = emotionant, ontroerend, spannend; aandoenlijk
   _empaketá = inpakken, verpakken
   _empaketamento = [znw] het inpakken, het verpakken
   _empatá = {ww]gelijk spelen; [bnw] gelijkspel; remise
   _empate = pat; patstelling; impasse; [sport] gelijkspel
   _empeño [S.!] = inzet, moeite (P.: esfuerso)
   _empeorá = verergeren; verslechteren
   _empleá = in dienst nemen; tewerkstellen
   _empleabel {stomme e} = inzetbaar (voor werk)
   _empleado = employé, werknemer. empleado públiko - ambtenaar
   _empleamento = tewerkstelling
   _empleo = betrekking, emplooi, werk, arbeid
   _empresa = bedrijf, onderneming
   _empresarial = bedrijfs- mundu empresarial - bedrijfsleven.
   _empresario = ondernemer
   _empuhá = stuwen
   _empuhe = stuwing; stuwkracht; duw, duwtje [fig.]
   _en = Spaans voorzetsel in, bijv.: en bèrdat - inderdaad. en breve - in het kort. en general - in het algemeen. en partikular - in het bijzonder. en punto - precies (v. tijd); en realidad - eigenlijk. en vano - tevergeefs
   _enano = dwerg
   _enbergadura = omvang [fig.]
   _enbolbé (den) = [ww.] verwikkelen (in); betrekken (bij); [bnw C.] verwikkeld (in>; betrokken (bij)
   _enbolbí [den] [A.] = verwikkeld (in); betrokken (bij)
   _enbolbimento = verwikkeling, betrokkenheid; engagement
   _enboltura = wikkel
   _enemigo = [znw] vijand. [bnw] vijandig; vijandelijk
   _enemistat = vijandschap
   _energía = energie. traha ku energía - voortvarend te werk gaan.
   _enérgikamente = [bw] energiek; voortvarend
   _enérgiko = [bnw] energiek; voortvarend
   _enfermería [S.] = verpleegkunde
   _enfermero [S.] = verpleegkundige, verpleger, verpleegster
   _enfermo [S.] =[znw] zieke; [bnw] ziek
   _enfrentá = trotseren; het hoofd bieden aan; tegemoet treden; enfrentá otro - tegenover elkaar staan/zitten.
   _enfrente (di) = tegenover
   _engañá = bedriegen
   _engañadó _engañador = bedrieger
   _engaño = bedrog; misleiding
   _engañoso = bedrieglijk; misleidend
   _ENGENDRá = VERWEKKEN
   _enk = inkt. E ta pèn ku enk. - Hij/zij brieft alles over.
   _enkabesá = aan het hoofd staan
   _enkantá = [ww] verrukken; verheugen. [bnw] opgetogen, verheugd; verrukt
   _enkantante = verrukkelijk; beeldig; betoverend
   _enkanto = betovering; verrukking; verrvoering; vreugde
   _enkargá = belasten, opdragen
   _enkargo = opdracht
   _enkarná = incarneren; mens worden
   _enkarnashon = incarnatie; menswording
   _enkarselá = [ww.] gevangen zetten; in de gevangenis opsluiten. [bnw] gevangen (gezet); in de gevangenis.
   _enkarselashon = gevangenneming; opsluiting in de gevangenis
   _ènkel {stomme e} = enkel
   _enkontrá = aantreffen
   _enkuanto = wat betreft
   _enkuentro = bijeenkomst, samenkomst, ontmoeting. enkuentro deportibo - sportwestrijd
   _enkurashá = bemoedigen, aanmoedigen
   _enlasá = verbinden [fig.]
   _enlase = band;fig.]. enlase matrimonial - huwelijksband
   _enorme = enorm
   _enorme = [bnw] enorm
   _enormemente = [bw] enorm
   _enredá = [ww] (zich) verstrikken; [bnw] verstrikt
   _enrikesé = verrijken, zich verrijken
   _enrikesemento = verrijking
   _ensalsá = verheerlijken; loven, bejubelen, prijzen.
   _ensayá = [toneel] repeteren
   _ensayo = proef; essay; verhandeling; [toneel] repetitie
   _enseñansa = onderwijs. enseñansa preparatorio - voorbereidend onderwijs (kleuteronderwijs). enseñansa básiko - basis onderwijs. enseñansa avansá - voortgezet onderwijs. enseñansa superior - hoger onderwijs. enseñansa públiko - openbaar onderwijs. enseñansa profeshonal - beroepsonderwijs
   _enserá = insluiten; omhullen; omsluiten; omvatten
   _entamá = in gang zetten, aanpakken, aanspannen (v. geding e.d.)
   _entiero = begrafenis, uitvaart, teraardebestelling
   _entrada = ingang; inkomen; inkomsten; voorgerecht. entrada i gastonan - inkomsten en uitgaven
   _entrante = per, met ingang van
   _entre = tussen
   _entregá = leveren, afleveren, afdragen, afgeven, inleveren, overhandigen; (zich) overgeven
   _entrega = levering, inlevering, aflevering, overhandiging; overgave [ook fig.] hasi entrega di - afleveren
   _entregamento = [znw] het leveren, aflevering, inlevering, overhandiging; overgave [ook fig.]
   _entrená = trainen
   _entrenadó _entrenador = trainer; oefenmeester.
   _entrenamento = training
   _entretené = vermaken, amuseren, (zich) ontspannen
   _entretenido = amusant, vermakelijk, ontspannend
   _entretenimento = amusement, vermaak, ontspanning
   _entrevista = interview, vraaggesprek
   _entrevistadó _entrevistador = interviewer
   _entrevistado = geïnterviewde
   _entusiasmá = [ww] (zich) enthousiast maken; [bnw] enthousiast, uitbundig. ta entusiasmá - enthousiast zijn
   _entusiasmo = enthousiasme
   _enumerá = opsommen
   _enumerashon = opsomming
   _envelop = envelop
   _envergadura = [fig.] omvang; reikwijdte
   _enviado = afgezant
   _envidiá = benijden, misgunnen, afgunstig zijn
   _envidia = nijd, afgunst
   _envidiabel {stomme e} = benijdenswaard
   _envidioso = afgunstig
   _envío [S.] = zending; verzending
   _EPB = Enseñansa Profeshonal Básico - Basis beroepsonderwijs
   _EPI = Enseñansa Profeshonal Intermedio - Middelbaar beroepsonderwijs
   _epidemia = epidemie
   _epidémiko = epidemisch
   _epideología = epidemiologie
   _epidemiológiko = epidemiologisch
   _epidemiólogo = epidemioloog
   _epilepsia = epilepsie
   _epiléptiko = epileptisch. un ataka epiléptiko - 'n toeval.
   _époka = tijdperk
   _era = tijdperk
   _erante = dwalend. E Hudío erante - de Wandelende Jood.
   _eroneamente = [bw] fout; abusievelijk, per abuis
   _eróneo = [bnw] foutief
   _erótika = erotiek
   _erótiko = erotisch
   _error = fout, vergissing
   _erudito = erudiet, geleerd; belezen
   _erupshon = [vulkaan-] uitbarsting
   _es [vero.] = [ldw.] de, het, dit, dat [alleen in uitdrukkingen als:] es ta - dat wil zeggen. Es ta bunita! - Wat prachtig! es ku Dios ke. - antwoord op condoléance. Es ta kò'i belá! - Wat bedonderd! Es ta kò'i hari! - Wat belachelijk! Es ta kò'i kèns! - Wat stom! Es ta kò'i sokete! - Wat 'n onzin!
   _esaki = [aanw.vnw] deze, dit (nadrukkelijker dan: esakí)
   _esakí = [aanw.vnw] deze; dit
   _esaay7a = [aanw.vnw] die; dat; gindse
   _escrito [S.] = in: por escrito - schriftelijk
   _esei = [aanw.vnw] dat , die
   _esena = scène
   _esenario = scenario; decor
   _esensia = essentie; wezen.
   _esensial = essentiëel; wezenlijk
   _esensialmente = wezenlijk; in wezen
   _esforsá = (zich) inspannen
   _esfuerso = inspanning, poging, moeite
   _eskalá = escaleren
   _eskala = tussenlanding
   _eskalashon = escalatie
   _eskases = schaarste
   _eskogensia = keuze, keus
   _eskoses = [bnw] schots; [znw] Schot
   _Eskosia = Schotland
   _eskudo = wapen, wapenschild, schild
   _esmeralda [S.] = smaragd
   _esnan = [aanw. vnw.] degene(n) (ku - die); zij (ku - die); wie; de (+ gesubstantiveerd bnw.)
   _espasio = ruimte; spatie; speling
   _espera = afwachting; verwachting; wacht-. lista di espera - wachtlijst. sala di espera - wachtkamer. ta den espera di - in afwachting zijn van
   _esposa = echtgenote
   _esposo = echtgenoot
   _estadía = verblijf
   _estadista = staatsman
   _estado = staat. na estado - in verwachting [zwanger]. sali na estado - zwanger worden; in verwachting raken
   _estafa = zwendel; oplichterij
   _estèn {ng} = in: tur estèn - ondertussen
   _estilo = stijl
   _estimá = schatten, inschatten, ramen
   _estimashon = schatting, raming
   _estrecho = zeestraat
   _estrená = debuteren (v. film e.d.)
   _estreno = première; debuut
   _estudio = studie
   _esun = [aanw.vnw.] degene (ku - die), hij (ku - die), wie ; de (+ gesubstantiveerd bnw.)
   _esunnan = [aanw.vnw.] degenen[uit een groetere groep] (ku - die)
   _etalashi = etalage
   _eternamente = [bw] eeuwig
   _eternidat = eeuwigheid
   _eterno = eeuwigi
   _étika = ethiek
   _étiko = ethisch
   _étniko = ethnisch
   _etnología = etnologie; volkenkunde
   _etnológiko = etnologisch; volkenkundig
   _etnólogo = etnoloog; volkenkundige
   _europa = Europa
   _europeo = [znw] europeaan. [bnw] europees
   _eutanasia = euthanasie
   _evadí = ontduiken; vermijden
   _evaluá = evalueren
   _evaluabel {stomme e} = evalueerbaar
   _evaluashon = evaluatie
   _evangéliko = evangelisch
   _evangelio = evangelie
   _evangelista = evangelist. Juan, Marco, Lucas, Mateo Evangelista - Johannes, Marcus, Lucas, Matheus de evangelist
   _evaporá = verdampen; vervluchtigen
   _evaporashon = verdamping; vervluchtiging
   _evento = evenement
   _evidente = evident; overduidelijk; vanzelfsprekend
   _evitá = vermijden
   _evitabel {stomme e} = vermijdbaar
   _evoká = oproepen (in herinnering)
   _evolushon = evolutie
   _eyakulashon = zaadlozing

   _fabor = gunst. na fabor di - ten gunste van
   _faborabel {stomme e} = [bnw] gunstig
   _faborabelmente = [bw] gunstig
   _faboresé = begunstigen. faboresé un hende riba otro - iemand voortrekken.
   _faborismo = voortrekkerij
   _faboritismo = voortrekkerij
   _faborito = favoriet
   _fabriká = fabriceren
   _fábrika = fabriek
   _fabrikashon = fabricage
   _fábula = fabel
   _fabuloso = fabelachtig
   _fada = boos worden; genoeg hebben van. E kos ta fadá mi. - Ik heb er tabak van.
   _faha = riem; ceintuur; strook. faha di siguridat - veiligheidsriem
   _fainout = aan de weet komen; uitvinden; uitvissen
   _fakultat = faculteit; (verstandelijke) vermogens
   _fakultatibo = facultatief
   _falibel {stomme e} = feilbaar
   _falibilidat = feilbaarheid
   _falki = valk
   _falsedat = valsheid
   _falsifiká = vervalsen
   _falsifikadó _falsifikador = vervalser
   _falsifikashon = vervalsing, falsificatie; valsheid
   _falso = vals; gluiperig; hende falso - gluiper. wowo falso - gluiperige ogen.
   _falta = [znw] gemis; ontbering; fout; schuld. Sinti un hende su falta - iemand missen. [ww] 1. missen, ontbreken; ontberen. 2. mankeren. Ki faltá bo? - Wat mankeer je? Wat schort eraan?
   _fam = achternaam. fam kasá= gehuwde naam.
   _fama = faam; vermaardheid
   _fambèl _fambèlt = drijfriem
   _famía = familie, gezin
   _familiar = [bnw] familiair
   _familiarisá = (zich) vertrouwd maken (ku - met), vertrouwd raken
   _familiarisashon = vertrouwdheid
   _familiarmente = [bw] familiair
   _famito = gulzig, hongerig; uitgehongerd
   _famoso = befaamd, beroemd, vermaard
   _fanatikada = supporters (v. sport)
   _fanátiko = [znw] fanatiekeling, dweper; supporter (v. sport) [bnw] fanatiek; dweepziek.
   _fanatismo = fanatisme
   _fangu = vangen, grijpen, opvangen (met handen)
   _fantasiá = fantaseren
   _fantasía = fantasie; verbeelding
   _fantasma = geestesverschijning, spookverschijning; droombeeld.
   _fantástiko = fantastisch
   _farándula [S.] = uitgaansleven; artiestenwereld(je) ; amusement
   _farandulero = betrekking hebbend op het artiestenwereldje, uitgaansleven; amusements-
   _farizeo = Farizeeër
   _faro [S.] = vuurtoren
   _fase = fase
   _fásil = [bnw] (ge)makkelijk
   _fasilidat = faciliteit, gemak
   _fasilitá = vergemakkelijken
   _fasilmente = [bw] (ge)makkelijk
   _fasiná = fascineren
   _fasinante = fascinerend
   _fasismo = fascisme
   _fasista = [znw] fascist. [bnw] fascistisch
   _fastidiá = vervelen; lastig vallen; fastidiá un hende - iemand vervelen, iemand lastig vallen.
   _fastioso = lastig; vervelend, ongemakkelijk
   _fatal = [bnw] fataal
   _fatalismo = fatalisme
   _fatalista = [znw] fatalist. [bnw] fatalistisch
   _fatalmente = [bw] fataal
   _fatsun = fatsoen
   _FAVI = Fundashon Arubano di esnan Visualmente Inkapasitá = Arubaanse Stichting van Visueel Gehandicapten
   _faya = falen. faya bo haya - lik op stuk.
   _fayesé = [ww] overlijden
   _fayesido = overledene
   _fayesimento = [znw] overlijden
   _fayo = kwaal; afwijking; gebrek; tekort; tekortkoming
   _fe = geloof. di buena fe - te goeder trouw. . di mala fete kwader trouw. tin fe den un hende of kos - in iemand of iets geloven; op iemand of iets vertrouwen.
   _februari = februari
   _fecha = datum
   _fechá = gedateerd
   _federal = federaal
   _federashon = federatie
   _feila = schuren, vijlen
   _feilu = vijl
   _feita = scheren. kò'i feita - scheerapparaat
   _fekundidat = vruchtbaarheid (v. mens, dier)
   _fekundo = vruchtbaar (v. mens, dier)
   _felis = [bnw] gelukkig
   _felisidat = geluk
   _felisitá = feliciteren
   _felisitashon = felicitatie
   _fèlt = veld
   _femenino = vrouwelijk
   _femenismo = feminisme
   _feminista = [znw] feministe; [bnw] feministisch
   _feneta = speld, kopspeld
   _fenetá = spelden, afspelden
   _fenomenal = [bnw] fenomenaal
   _fenomenalmente = [bw] fenomenaal
   _fenómeno = verschijnsel
   _FEPO = Fundashon pa esnan ku Problema di Oído = Stichting voor gehoor gestoorden
   _ferbant = verband [med.].
   _ferbantá = verbinden [med.]
   _ferbor = vurigheid
   _ferboroso = vurig
   _ferdrit = [bnw] treurig, triest; onuitstaanbaar
   _fèrf = [znw] verf; verfbeurt. [ww] verven; schilderen
   _fèrfdó = schilder
   _ferfelá = vervelen
   _ferfelu =vervelend
   _fèrfmento = [znw] het schilderen, verven, schilderwerk
   _feria = fancy fair
   _ferkalk = aderverkalking
   _ferkout = verkoudheid; snot
   _feròs = woest, wild
   _ferry [E.] = veer(pont)
   _fersuek = [ww] verzwikken; [bnw] verzwikt
   _fértil = vruchtbaar (v. grond, gewas)
   _fertilidat = vruchtbaarheid (v. grond, gewas)
   _ferwagtu = verwachten
   _festibo = feestelijk
   _festividat = feestelijkheid
   _fet = passen
   _fèt = vet
   _feter {stomme e} = (schoen)veter
   _feu = lelijk [ ook fig.]
   _fía = lenen. Mi por fía bo telefon un ratu? - Mag ik even van je telefoon gebruik maken? Fia mi bo suaflu un ratu. - Mag ik je lucifers even gebruiken?
   _fiamento = [znw] het lenen
   _fiansa = lening
   _ficha = fiche
   _fidedigno = betrouwbaar. For di fuentenan fidedigno - uit betrouwbare bron
   _fiel = [bnw]trouw
   _fieldat = [znw] trouw
   _fiernal = [fig.] hels heet. e lugá ei ta un fiernal. - 't is daar om te stikken.
   _fierno = [znw] hel
   _fiesta = [znw] feest. fiesta wardá[rkk] - verplichte feestdag. [ww] feesten, feestvieren
   _figo = vijg
   _figura = figuur, beeld
   _fiha = vaststellen
   _fihamento = [znw] het vaststellen, vaststelling
   _fiho = vast; strak
   _fiktisio = fictief; schijn-. matrimonio fiktisio - schijnhuwelijk.
   _fila = rij; file
   _filantropía = filantropie; menslievendheid; liefdadigheid
   _filantrópiko = filantropisch; menslievend.
   _filántropo< filantroop
   _filé = filet
   _Filipina = Philippijnen
   _filipino = [znw] Philippijn; [bnw] philippijns
   _filosofer = filosoferen
   _filosofía = filosofie; wijsbegeerte
   _filosófiko = filosofisch; wijsgerig.
   _filósofo = filosoof; wijsgeer
   _filtra = [znw] filter. [ww] filteren, filtreren
   _fin = einde. fin di siman - weekeinde. por fin [S.] - eindelijk. sin fin - eindeloos
   _final = [bnw] eind-. [znw] finale
   _finalisá = beëindigen
   _finalista = finalist
   _finalmente = [bw] tenslotte; uiteindelijk; als laatste
   _finansa = financiën
   _finansiá = financieren
   _finansiamento = [znw] financiering
   _finansiero = [znw] financier. [bnw] financiëel.
   _findishi _vindishi = veiling. na findishi - bij openbare verkoop; bende na findishi - veilen
   _finfin = motregenen. awa ta finfin - het motregent
   _fingi = fingeren, veinzen, voorgeven
   _fini = dun, fijn; deftig. na fini manera. - onder bedekte termen. un señorita fini - 'n nette jongedame.
   _fio = viool. t˛ka fio - vioolspelen
   _firma = [znw] handtekening. [ww] ondertekenen. esun ku ta firma - ondergetekende
   _firmamento = 1. het tekenen, het zetten van een handtekening. 2. firmament, uitspansel, sterrenhemel
   _firmante = ondertekenaar; ondergetekende
   _firme = vast; standvastig; vastberaden
   _firmesa = vastheid; standvastigheid; vastberadenheid
   _fis = vies, smerig, vuil. Mi tin fis di bis'é. - Ik heb 't hem tot vervelens toe gezegd.
   _fishi = beroep, ambacht; vak
   _físika = natuurkunde
   _físiko = [znw] fysicus, natuurkundige. [bnw] fysiek, lichamelijk; natuurkundig. edukashon físiko - lichamelijke opvoeding.
   _fiskal = [znw] officier van justietie. [bnw] fiscaal, belasting-.
   _fius = zekering, stop. fius a bula - de stop is doorgeslagen
   _flagrante = flagrant, apert
   _flakesa = magerte
   _flako _flaku = mager
   _flam = vlam
   _flamante = vlammend, schitterend, prachtig
   _flambeu = fakkel, toorts
   _flamboyan = Amerikaanse populier
   _flandam = grote vlam; vlammenzee
   _flanel = hemd; T-shirt; trui
   _flecha = pijl
   _flègt = [znw] vlecht; [ww] vlechten
   _fleksibel {stomme e} = [bnw] flexibel, soepel, buigzaam, plooibaar
   _fleksibilidat = flexibiliteit, soepelheid, buigzaamheid
   _fleksibelmente = [bw] flexibel, soepel, buigzaam, plooibaar
   _flètaira = lekke band
   _fli = vlieger. subi fli - 'n vlieger oplaten.
   _flihí = terneergeslagen [fig.]
   _flihi = terneergeslagen worden/raken
   _flishi = vlies; vliesje
   _flit = [znw] flit. [ww] flitten. Bai flit! - Sodemieter op!
   _flitpomp = flitspuit
   _flohedat = luiheid; vadsigheid
   _floho = lui; vadsig; slap; flauw. batería ta floho - de accu is leeg.
   _flor = bloem
   _floral = bloemen-. ofrenda floral - bloemenhulde
   _floresé = bloeien; opbloeien [ook fig.]
   _floresemento = bloei; opbloei
   _floresido = bloemrijk
   _floresimento = (zie: floresemento)
   _florestería = bloemisterij
   _floria = bloeien. kas floriá - huizen met versieringen op de hoeken
   _florin = gulden
   _florista = bloemist
   _flosh = doorspoelen (wc)
   _flota = [znw] vloot. [ww] drijven; zweven
   _flotante = drijvend; zwevend.
   _flou = flauw. kai flou - flauw vallen
   _fluho = [znw] vloed, toevloed, stroom; [gas] lek. [bnw] vluchtig
   _flui = vloeien
   _flùit = [znw] fluit. [ww] fluiten; piepen
   _fluktua = fluctueren, schommelen
   _fluktuashon = fluctuatie, schommeling; koersschommeling
   _flur = vloer
   _flus = pak, kostuum. dal un flus= 'n pak aanschieten
   _fò'i = for di = uit
   _fofo = leeg [fig.], nietszeggend
   _fogon [vero.] = schouw; OUDERWETSE HOUTSKOOL OVEN
   _foks = zaklantaarn
   _folklora = folklore
   _folklóriko = folkloristisch
   _folman = in: luna folman - vollemaan
   _fomentá = bevorderen
   _fomento = bevordering
   _fondelendu = vondeling.
   _fondo = 1. fonds(en); 2. diepte; bodem; 3. achtergrond rekoudashon di fondo - fondsenwerving. den fondo di laman - op de bodem van de zee.
   _fonétika = fonetiek, klankleer
   _fonétiko = fonetisch
   _fonología = fonologie
   _fonológiko = fonologisch
   _for di = van; vanuit; uit
   _foral = vooral
   _forbei = over. el a pasa forbei - 't is over.
   _forbor = voorteken, voorbode
   _fòrki = vork
   _fòrma = [ww] vormen, formeren. [znw] vorm, mal
   _fòrmal = [bnw] 1. formeel; vormelijk. 2. flink, stevig, fiks
   _fòrmaleta = bekisting
   _fòrmalidat = formaliteit; vormelijkheid
   _fòrmalmente = [bw] formeel
   _forman = voorman
   _fòrmashon = vorming, formatie; opleiding
   _formulá = formuleren; inkleden
   _formulashon = formulering; inkleding
   _fòrno = oven
   _fòrnòp = potdicht
   _foro = forum
   _forsa = [znw] kracht; sterkte; dwang. forsa(nan) armá - strijdkrachten. [ww] forceren; dwingen; verrekken
   _forsamento = [znw] het forceren,forcering; het dwingen
   _forshin = fors, grof (gebouwd) [v. persoon]; zwaarlijvig; breedgebouwd .
   _fortalesé = versterken
   _fòrti = fort; den fòrti - in Fort Amsterdam (Willemstad)
   _fortifiká = versterken
   _fortifikashon = versterking
   _fotografía = fotografie
   _fotográfiko = fotografisch
   _fotógrafo = fotograaf
   _fout = [znw+bnw] fout
   _Foyen = koosnaam voor Florencia
   _foyo = gebladerte; bladeren
   _fragansia = welriekendheid
   _fragante = welriekend
   _frágil = breekbaar
   _fragilidat = breekbaarheid
   _fragmentá = [ww] fragmenteren; [bnw] gefragmenteerd; in brokken
   _fragmentashon = fragmentatie
   _fragmento = fragment; brokstuk
   _frakasá = [ww] mislukken; 'n flop worden. 'bnw] mislukt.
   _frakaso = mislukking; debâcle; flop.
   _frakshon = fractie; onderdeel
   _fraktura = breuk
   _frakturá = [ww] breken; ;bnw] gebroken.
   _frankamente = [bw] openhartig
   _frankesa = openhartigheid, openheid
   _franko = [bnw] openhartig
   _frankotiradó = sluipschutter
   _franses = [znw] fransman. [bnw] frans.
   _fransesa = [znw] franšaise
   _Fransia = Frankrijk
   _frase = zin; volzin. frasenan bashí = holle frasen.
   _fraternal = [bnw] broederlijk
   _fraternalmente = [bw] broederlijk
   _fraternidat = broederschap
   _fraternis&aacut e; = verbroederen
   _fraternisashon = verbroedering
   _fregá = [znw] het knipperen (met de ogen). Den un fregá di wowo - in 'n oogwenk, in 'n wip, vliegensvlug. [bnw] ongunstig, benard, slecht. kos ta fregá p'e. - 't Ziet er slecht voor hem uit.
   _frega = wrijven, schuren; foppen, voor de gek houden; grappen maken; verknollen. Lag'i ta frega! - maak dat je grootje wijs!
   _fregadó = grappenmaker
   _frei = [znw] persoon waarmee men verkering heeft, vrijer/ster. [ww] verkering hebben met, vrijen.
   _freimento = (het) flirten; vrijage, gevrij; het vrijen
   _freipòstu = vrijpostig, onbehoorlijk
   _frèkèdèl = soort fricandel van vis.
   _frekuentá = regelmatig/veelvuldig bezoeken
   _frekuente = frekwent
   _frena = remmen
   _frengut = vingerhoed
   _frenta = voorhoofd
   _frente = front
   _fresko = 1. fris; vers. 2. brutaal, onbeschoft
   _freskura = frisheid
   _fret[vulg.] = vreten
   _frèt = wrat.
   _fría = koelen, verkoelen, afkoelen. período di fría kabes - afkoelingsperiode
   _frialdat = kilte, koelte
   _friamento = afgkoeling
   _frigidaire = koelkast
   _frigidel = koelkast
   _frikshon = wrijving
   _frío = [znw] kou; koude. [bnw+bw] koud
   _fris = vriezen; bevriezen
   _frívolo = frivool; wuft
   _frontal = frontaal
   _froudulento = frauduleus; zwendel-
   _fruktífero = vruchtbaar (ook: fig.)
   _fruminga = mier. Fruminga no sa muri bou di saku di suku. - Wat iemand erg aangenaam vindt, doet hem geen kwaad.
   _frumú [C.] = vroedvrouw; (A.: partera)
   _frustiá = [bnw] verroest
   _frustia = roesten; vastroesten
   _frustra = frustreren; verijdelen
   _frustrante = frustrerend
   _frustrashon = frustratie
   _frustu = roest
   _fruta = vrucht, fruit
   _frutería = fruitwinkel
   _FTA = Federashon di Trahadónan Arubano = Federatie van Arubaanse Arbeiders
   _fuente = bron. di fuentenan bon informá. - uit welingelichte bron.
   _fuera [S.] = buiten. fuera di esei - behalve dat. fuera di nos alkanse - buiten ons bereik. fuera di tur midí - bovenmatig. como si fuera [S.] - alsof
   _fuèrtè = [bnw] sterk, krachtig. [znw] rijksdaalder. mei fuèrtè - een gulden 25
   _fugitibo = [znw] vluchteling; voortvluchtige. [bnw] voortvluchtig
   _fuGO = VLUCHT; [GAS] LEK.
   _fuku = boze machten; wind die onheil brengt. kore ku fuku - onheil verdrijven (o.a. met Oud- en Nieuw)
   _ful = vol; volledig; helemaal
   _fula = voelen (tactiel)
   _fulminá = fulmineren; TE KEER GAAN
   _fulminashon = fulminatie
   _fùlp = vilt; fluweel
   _fumigá = spuiten [met spuitwagens tegen ongedierte]
   _fumo = dronken
   _FUNARI = Fundashon Arubano pa Inválidonan = arubaanse Stichting voor lichamelijk gehandicapten.
   _funchi = maismeel gerecht. funchi a kaba na wea [C.] - de hond in de pot vinden. kabes di funchi (bieu) - domoor Mester bira funchi ora e ta tota. -Men moet het ijzer smeden als het heet is.
   _funda = stichten, oprichten
   _fundadó = stichter, oprichter
   _fundamento = [znw] het oprichten
   _fundashon = stichting
   _fundeshi = fundering. basha fundeshi - de fundering storten. koba fundeshi - funderingssleuven graven. koba un hende su fundeshi - iemand uithoren over zijn achtergronden
   _fúnebre [S.] = begrafenis-; cortejo fúnebre[S.] lijkstoet, begrafenisstoet.
   _funshon = functie; werking.
   _funshoná = functioneren; werken.
   _funshonamento = werking; het functioneren
   _funshonario = functionaris.
   _fura = voeren (= voering aanbrengen)
   _furia = woede
   _furioso = woedend, laaiend, razend, furieus
   _furu = voering
   _futbol = voetbal
   _futbolista = voetballer
   _futurista = futurist, futuroloog
   _futurístiko = futuristisch
   _futuro = [znw] toekomst; toekomende tijd. den futuro - in het vervolg. [bnw] toekomstig, toekomend
   _futurólogo = futuroloog
   _fuyero = hanig [gezegd van mannan]

   _gaba = prijzen, roemen, ophemelen. Suku ku gaba su mes ta bira pupu. - Eigen roem stinkt.
   _gabinete = [S.] kabinet
   _gago = [znw] stotteraar. ta gago - stotteren. [bnw] stotterend,
   _gai = [alg.] haan. [v. wapen] haan, trekker. [fig.] vent, kerel. Un bon gai. - 'n goeie vent. dera gai - Arubaanse folklore op Sint Jan (24 juni). Otro gai ta kanta! - Dat is 'n ander liedje! Un gai bibo tin su buelta di atras. - 'n Ouwe bok lust nog wel een groen blaadje.
   _gaita = kerstmuziek uit Venezuela, (soort foekkepotmuziek)
   _gaitero = []bnw] betrekking hebbend op "gaita" muziek.
   _galapa = afdak van palmbladeren
   _galeins = griet, grietje, meid, meisje
   _galiña = kip. Galiña ta baña k'e awa k'e tin. - Men moet roeien met de riemen die men heeft. galiña klòks - broedse kip. te ku galiña haña djente - tot Sint-Juttemis.
   _gana = [znw] zin, lust, trek. tin gana - zin hebben. Ku gana lo bo keda! - Dat zou je wel willen! [ww] winnen; verdienen (v. geld). M'a ganá bo! - Ik heb je te pakken! Ik ben je te slim af geweest! Nan no a pèrdè pa gana. - Ze lieten er geen gras over groeien.
   _ganchi = kram; klem.(ook medisch)
   _gaña = 1. liegen, jokken (riba - over); bedriegen. Gaña! - Nee, toch! No gañá mi! - Bedrieg mij niet! gaña riba un hende - over iemand roddelen. 2. doen alsof. el a gaña mòrd'é. - Hij deed alsof hij hem wilde bijten.
   _ganadero = veeboer
   _gañadó _gañador = bedrieger, leugenaar
   _ganado = vee
   _gañamento = bedrog; leugens; misleiding; smoes(jes)
   _ganashi = winst; verdienste
   _ganga = koopje, spotkoopje
   _ganso = gans
   _gara = [znw] klauw [ook fig.]; greep. denn gara di - in de greep/klauwen van. . [ww] grijpen, vastgrijpen; zich vastklampen aan
   _garabet = [ornith.] reiger. garganta di garabet - slanke hals
   _garantía = garantie; borg; waarborg; borgtocht
   _garantisá = garanderen; waarborgen
   _garashi = garage
   _garganta = keel; hals. garganta di garabet - slanke hals
   _garna = verkruimelen; kruimelen; vergaan
   _garnashi = kruimel
   _garoshi = kar; koets; karretje; boodschappenwagen(tje); bakfiets. garosh'i palo-fríu - ijscowagentje; ijscokar(retje).
   _garoti = wandelstok; taststok (voor blinden)
   _gas = gas
   _gasolin = benzine
   _gasta = 1. uitgeven [v. geld], spenderen; 2. slijten, verslijten; afdragen [v. kleding e.d.]; vergaan. 3. gebruiken [eten, drinken].
   _gastamento = [znw] het uitgeven, verspilling (v. geld); slijtage
   _gasto = uitgave. entrada i gastonan - inkomsten en uitgaven
   _gatia = kruipen
   _gebai = weggegaan. in: el a bai un gebai. - hij is met de noorderzon vertrokken.
   _gedum = gedoe, rompslomp
   _geful = gevoel. sin geful - gevoelloos; bot, cru
   _gemòrs = geknoei
   _gemut = gemoed. Mi gemut ta yená. - Ik heb 'n prop in m'n keel (van ontroering)
   _generá = genereren, opwekken; voortbrengen
   _general = [znw] generaal. [bnw] algemeen. en general[S.] - in 't algemeen.
   _generalisá = generaliseren; veralgemenen
   _generalisashon = generalisatie; veralgemening
   _generalmente = [bw] in het algemeen
   _generashon = 1. generatie. 2. opwekking
   _género = geslacht (grammatikaal)
   _generosidat = generositeit, goedgeefsheid, vrijgevigheid
   _generoso = genereus, goedgeefs, royaal, vrijgevig
   _gen = id.
   _genétika = genetiek; erfelijkheidsleer; erfelijkheid
   _genétiko = genetisch, erfelijk
   _genosidio = volkerenmoord
   _genuino = echt, onvervalst
   _geografia = geografie, aardrijkskunde
   _geográfikamente = [bw] geografisch, aardrijkskundig
   _geográfiko = [bnw] geografisch, aardrijkskundig
   _geógrafo = geograaf
   _gesto = gebaar, geste
   _gewon = gewoon
   _gigante = [znw] reus; [bnw] reusachtig
   _genekología = gynaecologie
   _ginekológiko = gynaecologisch
   _ginekólogo = gynaecoloog, vrouwenarts
   _gira = rondreis
   _glas = glas. Ei bou tin glas! - Daar zit meer achter. hoga den un glas di awa. - 'n storm in 'n glas water.
   _global = globaal
   _globalisá = globaliseren
   _globalisashon = globalisering
   _globo = globe, aardbol, wereldbol.
   _gloria = [znw] glorie, heerlijkheid. [ww] in z'n nopjes zijn
   _glorifiká = verheerlijken; zalig prijzen.
   _glorifikashon = verheerlijking
   _gloriosamente = [bw] glorieus, heerlijk, zalig.
   _glorioso = [bnw] glorieus, heerlijk, zalig
   _goberná = regeren
   _gobernadó _gobernador = gouverneur
   _gobernante = regeerder, gezagsdrager
   _gobernashon = regering
   _gobierno = regering, overheid. traha na gobierno - ambtenaar zijn
   _golos = gulzig. haragan golos - vreetzak; gulzigaard
   _golpi = slag, klap. golpi di estado - staatsgreep. saka golpi - uitdeuken
   _golpia = slaan, klappen geven
   _gònchi varkentje; biggetje.
   _gòng varken; big.
   _gordo = [znw] dikzak. [bnw] dik [v. mens of dier]; vet.
   _gordura = teelaarde; mest
   _gòrg _hòrg = gorgelen
   _gosa = genieten
   _gosamento = [znw] genot; genieten
   _goso = genot
   _gota = druppel
   _graba = opnemen (v. geluid, beeld); graveren
   _grabashon = opname (v. beeld, geluid); gravering
   _gradisí = danken, dankzeggen
   _gradisido = dankbaar
   _gradisimento = dankbaarheid
   _grado = graad; rang; grado di komparashon - trappen van vergelijking
   _gradual = [bnw] gradueel; geleidelijk; trapsgewijs
   _gradua = afstuderen.
   _gradual = [bnw] gradueel; geleidelijk; trapsgewijs
   _gradualmente = [bw] gradueel; geleidelijk; trapsgewijs
   _graduashon = afstudering; eindexamen halen
   _graf = id.
   _gramátika = gramatica, spraakkunst
   _gramatikal = grammaticaal, spraakkunstig
   _grandemente = schromelijk
   _grandesa = grootheid [ook fig.]
   _grandi = groot. na grandi - in 't groot; groots
   _grandote = kolossaal; heel groot. un kas grandote - 'n knots van 'n huis.
   _grandura = grootte; omvang
   _granel = in: na granel - volop; in overvloed
   _grano = pit(je); korrel;
   _grasa = smeer, vet
   _grasia = genade
   _grasioso = grappig
   _gratifikashon = gratificatie
   _grátis = gratis
   _gratitut = dank; dankbaarheid.
   _grato = aangenaam; blij. e grato notisia - het aangename bericht
   _gratuito = gratis.
   _grave = ernstig
   _gravedat = ernst
   _gravidat = aantrekkingskracht; zwaartekracht.
   _grawatá = krabben
   _grawatamento = jeuk; gekriebel
   _greis = gruis
   _gremio = stand, groepering. gremio sindikal - vakbondswezen. gremio empresarial - bedrijfsleven. gremionan soshal - maatschappelijke groepperingen
   _grip = verkoudheid; griep
   _gris = [znw] vet, smeer. [ww] smeren; invetten
   _grita = schreeuwen; krijsen; loeien; balken; blaten; kraaien; blaffen [C.]
   _gritamento = geschreeuw
   _grito = schreeuw
   _gròf = grof
   _groseridat = brutaliteit
   _grosero = patserig; uit de hoogte; brutaal; onbeschoft
   _grúa = kraan, hijskraan
   _gruña = grommen, brommen, snauwen. Su stoma ta gruña - zijn maag rammelt
   _grung = snorren [v. kat]
   _grupa = groeperen
   _grupo = groep
   _gruta = grot
   _guardia = wacht (mil.)
   _gubernamental = overheids-, regerings-
   _guèmbel {stomme e} = [ww] gokken
   _guèmbelmento {stomme e} = [znw] gokken
   _gueni = koeterwaals
   _guera = oorlog. Mi tin un guera di hasi ku bo! - Ik heb 'n appeltje met jou te schillen.
   _guía = [znw] leiding; [ww] leiden, geleiden, begeleiden
   _guièl = bretels
   _guitara = gitaar
   _guli = slikken. Guli mand' abou. - slikken [pfig.]
   _gulidó = 1. slikker. 2. natuurlijk onderaards afwateringskanaal voor regenwater.
   _gum = [znw] stijfsel; [ww] stijven
   _gumá = stijfselbeurt
   _guma = stijven (met stijfsel)
   _gusta = houden van, fijn vinden, lekker, leuk, aangenaam vinden, aanstaan, lusten. Mi no ta gusta e kos ei. - Dat staat me tegen.
   _gusto = smaak, genot. mucho gusto![S.] - Aangenaam (kennis te maken). Mener ke hiba di gusto pa ... - Wilt U zo vriendelijk zijn om ...
   _guyaba = guave, guave-appel

   _haber [S.!] = hebben, in: tin di haber ku... - te maken hebben met
   _hábil = [bnw] handig; kundig; vaardig; vlot
   _habilidat = handigheid; behendigheid; kundigheid; vaardigheid
   _habilmente = [bw] handig; kundig; vaardig; vlot
   _habitá = bewonen
   _habitabel {stomme e} = bewoonbaar
   _habitabilidat = bewoonbaarheid
   _habitante = inwoner, bewoner
   _habitashon = woonruimte; vertrek.
   _habitat = id.
   _habla = [ww] zeggen. habla danki - dankzeggen; habla bon-biní - welkom heten. [znw] in: di habla spañó - Spaanssprekend.
   _hablá = in: hablá di ... - zoals ... zegt, zei, heeft gezegd. hablá di mi tata, - Zoals mijn vader placht te zeggen.
   _habon = zeep. habon di laba paña - zeeppoeder, wasmiddel
   _haboná = inzepen
   _habraká = radbraken [fig.] (v. taal e.d.)
   _habranus = in: habranus Satanas! - Gaat heen van ons, Satan!
   _habrí = open
   _habri = openen, open doen, open maken.
   _hacha = bijl
   _haf = haven
   _haha = snakken naar
   _hak = [znw] haak. [ww] haken
   _hala = [znw] vleugel (ook fig.). (zie: ala). bula ku hal'i manteka. - boven z'n stand leven. (ku) hala habrí[fig.] - op hoge toon; op hoge poten; als 'n furie. hal'i koko - tak van cocospalm. [ww] 1. halen;weghalen; 2. schuiven; verschuiven; opschuiven; aan de kant gaan, trekken, schuiven etc. Hala! - Aan de kant! hala afó - zich (van iets) terugtrekken. 3. rochelen.
   _halá = heleboel, hoop, zwerm; sliert.
   _haladó _halador = 1: hark. 2: masseur (ongediplomeerd)
   _haldrei = deel, werkvertrek
   _haloé = aloë
   _halsa = verheffen
   _halsamento = verheffing
   _halterá = zich opwinden; opgewonden zijn.
   _haltu = hoog. na haltu - omhoog; van boven; aan de bovenzijde
   _haltura = hoogte. na haltura di - op de hoogte van [ook fig.]
   _halusiná = hallucineren
   _halusinashon = hallucinatie; zinsbegoocheling.
   _ham = ham
   _hamaka = hangmat
   _hamas = ooit, nooit. hamas i nunka. - nooit of te nimmer
   _hamber {stomme e} = honger
   _hambrá = uitgehongerd
   _haña _haya = vinden; krijgen. haña sa - vernemen; te weten komen. Bo n' ta haña? - Vind je niet? Bo n' ta haña! - 't Is toch niet waar! Mi no a haña tempo. - Ik had geen tijd.
   _hanchi = steeg. hanchi sin salida - blinde steeg.
   _hanchu = breed, wijd. hanchu habrí - wagenwijd open
   _hanchura = breedte
   _hangúa = naald; injectienaald; spuitje. pasa hangúa - een spuitje geven
   _hankra = [znw] anker. [ww] ankeren, verankeren
   _hankrá = 1. verankerd. 2. fors, breedgeschouderd, zwaargebouwd
   _hap = gapen, geeuwen
   _Hapon = Japan
   _hapones = [znw] Japanner; Japans. [bnw] japans
   _haragan {ng} = [znw] veelvraat; vreetzak; gulzigaard. [bnw] vraatzuchtig; gulzig. haragan golos - vreetzak
   _haraña = spin. haraña kabouter - giftige spinnensoort. kái haraña - spinnenweb
   _hardin = tuin
   _hardinero = tuinman, tuinier
   _harí = lach. dal un harí - in de lach schieten.
   _hari = lachen; uitlachen. hari te lor' abou - zich rot lachen. Hari manera kachó ku bo ta munstra palo. - lachen als 'n boer die kiespijn heeft.
   _harimento = gelach
   _hariña = meel. hariña blanko - bloem. hariña hel - maismeel. hariña maísh'i rabo - tarwemeel. Awa a pasa hariña - de maat is vol; de teerling is geworpen.
   _harmonía = harmonie; eendracht.
   _harmóniko = harmonisch
   _harmonioso = harmonieus; eendrachtig; welluidend.
   _harpa = harp
   _harpista = harpspeler
   _hartá = beu, zat. Mi ta hartá di dje. - Ik ben ''t zat.
   _has = aas
   _hasa = bakken
   _hasaña = heldendaad; toer; kunststukje
   _hasi = doen, maken. hasi aña - jarig zijn. hasi borchincha - herrie schoppen. hasi kò'i mala-mucha - stout zijn.
   _hasimento = [znw] doen; maken. hasimento di aña= verjaardag
   _hastru = 1. ranzig. 2. kribbig, bits, snauwerig, onheus.
   _hawa = spoelen; uitspoelen; afspoelen; omspoelen
   _haya = krijgen; vinden (zie: haña)
   _hayazgo =vondst
   _hèbè-hèbè = gedoe, gerommel; poespas;
   _hebreo = [znw] 1. Hebreeuw. 2. hebreeuws. [bnw] hebreeuws
   _hecho = [bnw] rijp
   _hefe = chef; baas
   _hèl = [znw] hel
   _hel = geel. kabei hel - hoogblond haar.
   _heldu [C.] = gulden
   _hember {stomme e} [C.] = emmer
   _hembra [A.] = vrouwelijk (gezegd van dieren)
   _hemchi[A.] = emmer
   _hende = mens, mensen. tur hende - iedereen. un hende= iemand. mal hende - rotvent, rotwijf
   _hende-hòmber {stomme e} = man
   _hende-muhé = vrouw
   _hendru = hinderen
   _henté = heel, (onverdeeld)
   _henter = geheel, de/het hele, (ge)heel het/de. henter día - de hele dag.
   _henteramente = helemaal, volledig, totaal
   _hep = heup
   _hera = [ww] bijna iets doen; zich vergissen. B'a hera! - Dat was op 't nippertje! Si mi no ta herá,... - Als ik me niet vergis,....
   _herbe = koken (v. water e.d.)
   _herebé =[bnw] kokend, gloeiend, heet
   _heredá = erven
   _heredero = erfgenaam
   _herekeke = poespas
   _hèrement = gereedschap; werktuig.
   _herensia = erfenis. fayo di herensia - erfelijke aandoening
   _herero = smid
   _heresía = ketterij
   _herétiko = [znw] ketter; [bnw] ketters
   _heridá = [ww] verwonden. [bnw] gewond
   _herida = verwonding, wond(e)
   _hero = ijzer; strijkijzer, strijkbout; tralies, traliehek. hero di strika - strijkijzer. hero di stim - stoomstrijkijzer. Ora hero ta kayente, laga strika. - Men moet het ijzer smeden als het heet is. kibra hero ku man - ijzer met handen breken
   _héroe = held
   _heroikamente = [bw] heldhaftig
   _heroiko = [bw] heldhaftig
   _heroína = heroïne
   _hers = hees
   _Hesukristo = Jezus-Christus
   _Hesus = Jezus. Kristo Hesus - Christus Jezus. niño Hesus - het kindje Jezus
   _hesusé = goeie genade!
   _het = dakgoot
   _hiba = (weg)brengen. hiba bida= leven leiden. Mi no a hiba ni trese. - Ik heb geen woord gerept (= niet gereageerd).
   _hiberná = 'n winterslaap doen
   _hibernashon = winterslaap
   _hidiot = [znw+bnw] idioot
   _higra = lever. riba mi higra - doodop; op m'n laatste benen.
   _hik = [znw] hik. [ww] hikken, de hik hebben.
   _hila = rafelen, ontrafelen, uitrafelen
   _hilchi = hiel
   _hilo = draad, garen
   _himno = volkslied
   _hinchá = [znw] zwelling [bnw] gezwollen, opgezwollen.
   _hincha = zwellen, opzwellen; uitzetten
   _hinká = steek (met mes e.d.)
   _hinka = steken; hinka rudía - knielen. hink' aden saka nobo - inruilen. hinka puña - steken onder water geven.
   _hinkamento = [znw] steken, steekpartij
   _hipokrisía = schijnheiligheid
   _hipókrita = [znw] schijnheilige. [bnw] schijnheilig
   _hipokrítiko = schijnheilig
   _hisa = ophijsen; optillen; hijsen; verhogen. hisa fli - 'n vlieger oplaten. Hisa preis - de prijs verhogen.
   _hisamento = verhoging; het ophijsen
   _historia [A.] = geschiedenis. (C.: istoria)
   _historiadó _historiador [A.] = geschiedkundige; geschiedschrijver. (C.: istoriadó)
   _histórikamente = [bw] historisch, geschiedkundig
   _históriko = [bnw] historisch, geschiedkundig
   _hit = hit (muziek e.d.)
   _ho = boe. ni ho, ni la. - geen boe of ba.
   _hóben = [znw] jongere. [bnw] jong, jeugdig.
   _hochi = varken, zwijn
   _hode = 1. neuken, naaien. 2. besodemieteren; rotzooien [vulg.]; 3. in de zijk zetten.
   _hodido = besodemieterd [vulg.] (op Curaçao niet vulgair maar plat)
   _hòfi = tuin, moestuin
   _hoga = verdrinken; stikken; verstikken. Hoga den un glas di awa. - 'n storm in 'n glas water.
   _hogar [S.] = thuis
   _hòki = hok
   _holchi = [znw] hol
   _hole = ruiken, stinken; snuffelen, snuiven. hole stinki - stinken. Mi por a hole e palu ei! - Dat had ik kunnen zien aankomen! koba hole - uit z'n neus zitten te vreten.
   _holó = reuk, geur, stank. Mi no a mira ni su holó ni su koló. - Ik heb 'm in geen velden of wegen gezien.
   _holó! = nou, nou! Jeetjeí Mijn hemel!
   _holpi = gulp
   _hòmber {stomme e} = man. mi hòmber - m'n vent; m'n kerel [plat]
   _hòmbu = man [plat]
   _homenahe = hulde, huldiging, eer, eerbetoon; ode
   _homisidio = moord
   _homoseksual = homosexueel
   _homoseksualidat = homosexualiteit
   _honengbei = bij
   _honestidat = oprechtheid, eerlijkheid; rechtschapenheid
   _honesto = oprecht, eerlijk; rechtschapen
   _honor = eer. na honor di - ter ere van
   _honra = eren
   _honrades = eerzaamheid; eergevoel
   _hopi = veel; heel, erg, zeer. Hopi bon. - Heel goed. muchu hopi veel te veel.
   _hor = goor, muf
   _horea = oor. E mucha no tin horea! - Dat kind kan niet luisteren! kòrta horea - overspel plegen. ranka un hende su horea - iemand aan de oren trekken [ook fig.], iemand op de vingers tikken
   _hòrka = verhangen; ophangen. hòrka su kurpa - zich verhangen. pal'i hòrka - galg. na pal'i hòrka aan de galg.
   _históriko = [bnw] historisch, geschiedkundig
   _horkan = orkaan. Esun ku sembra biento, lo kosechá horkan. - Wie wind zaait, zal storm oogsten.
   _hòrkèt _hòrkèti = Y-vormige steunpaal of balk
   _horna = bakken, braden (in de oven)
   _horor = [znw] afgrijzen; verschrikking
   _hororoso = afgrijselijk
   _hòrta = stelen
   _hòrtamento = het stelen, diefstal, roof
   _hortikultor = tuinder
   _hortikultura = tuinbouw
   _hos = 1: slang, tuinslang, spuitslang. 2: water- of wind hoos
   _Hose = Jozef. San Hose - Sint Jozef
   _hosiká = struikelend lopen, voorovervallend lopen
   _hospedá = logeren; onderbrengen; huisvesten.
   _hospital = ziekenhuis
   _hospitalario = gastvrij
   _hospitalidat = gastvrijheid
   _hospitalisá = in een ziekenhuis opnemen
   _hostia = hostie
   _hostil = vijandig
   _hostilidat = viandigheid
   _hotel = hotel
   _hotoleis = witte mieren, termieten
   _hou = [znw] snauw. [ww] snauwen; afsnauwen.
   _houla [A.] = kooi. (C.: kouchi)
   _hoya = juweel, sierraad
   _hoyada = het boze oog. bonch'i hoyada - boon tegen het boze oog.
   _hoyería = juwelier (zaak)
   _hoyero = juwelier (persoon)
   _Huan = Jan
   _hubada [A.] = christusdoorn. (C.: wabi)
   _hubenil = jeugd-; jeugdig.
   _hubentut = jeugd
   _hubilá = jubileren
   _hubilado = jubilaris
   _hubileo = jubileum
   _húbilo = jubel; gejubel
   _hudío = [znw] jood. [bnw] joods
   _hudisial = rechterlijk. poder hudisial - de rechterlijke macht
   _hui = vluchten
   _huida = vlucht
   _huimento - vlucht; het vluchten, vluchtpoging
   _huiswerk = id.
   _huki = hoek
   _Hulanda [A.] = Nederland. (C.: Ulanda)
   _hulandes [A.] = [znw] Nederlander; [bnw] nederlands. (C.: Ulandes)
   _huma = [znw] rook. Unda tin huma, tin kandela. - Waar rook is, is vuur. [ww] roken.
   _humadó = roker
   _humamento = [znw] het roken; gerook
   _humanidat = mensheid
   _humano = menselijk. ser humano - menselijk wezen
   _humedat = vocht, vochtigheid
   _húmedo = vochtig
   _humildat = nederigheid; deemoed; bescheidenheid; eenvoud
   _humilde = nederig; deemoedig; bescheiden; ;fig.] eenvoudig. hende humilde - eenvoudige mensen.
   _humiliá = vernederen
   _humiliante = vernederend
   _humiliashon = vernedering
   _humor = humor. sentido di humor - gevoel voor humor
   _humorista = [znw] humorist. [bnw] humoristisch
   _huña = [znw] nagel. [ww] krabben, schrammen
   _huñá = krab, schram [met nagels]
   _hundi = onder water verdwijnen; verzakken
   _hundo [A.] = diep
   _hundu [C.] = diep
   _hunga = spelen. hunga plaka - gokken. kò'i hunga - speelgoed
   _hungadó = speler. hungadó di plaka - gokker
   _hungamento = [znw] het spelen. hungamento di plaka - gokken
   _hunta = smeren; insmeren; besmeren; zalven; [nagels] lakken
   _huntu = samen
   _hür = [znw] huur. [ww] huren
   _hura = zweren [= een eed afleggen]. Mi no ta hura p'e. - Ik durf er niet op te zweren. Ik zie hem er best voor in staat.
   _hurado = jury
   _huramentá = [ww] beëdigen. [bnw] beëdigd
   _huramentashon = beëdiging
   _huramento = eed(aflegging)
   _hürdó = huurder; verhuurder
   _hurídikamente = [bw] rechts-, juridisch
   _hurídiko = [bnw] rechts-, juridisch
   _hurista = jurist
   _hùrk = hurken
   _hürmento = verhuur
   _husta = aannemen, aanbesteden (v. werk)
   _hustifiká = rechtvaardigen; wettigen; (zich) verantwoorden
   _hustifikashon = rechtvaardiging; wettiging.
   _hustisia = rechtvaardigheid; justitie. Korte di Hustisia - Hof van Justitie.
   _hustisial = justitiëel
   _husto = rechtvaardig, juist, terecht
   _huzga = oordelen, beoordelen
   _huzgamento = oordeel, beoordeling

   _i = en
   _Ia = koosnaam voor Maria
   _ice-cream [E.] = ijsco, ijsje
   _ida y vuelta [S.] = retour. pasashi di ida y vuelta - retour-ticket
   _idea = idee; vermoeden; verbeelding; verwaandheid. idea falso - waandenkbeeld. tin idea - 't in de bol hebben; verwaand zijn. E no tábata tin e mas mínimo idea. - Hij wist van dee prins geen kwaad.
   _ideá = vermoeden, verwachten. M'a ideá! - Dat dacht ik al!
   _ideal = [znw+bnw] ideaal
   _idealismo = idealisme
   _idealista = [znw] idealist. [bnw] idealistisch
   _identidat = identiteit
   _identifiká = (zich) identificeren
   _identifikashon = identificatie
   _idéntiko = identiek
   _idíliko = idyllisch
   _idioma = taal
   _idolatría = afgoderij
   _idolisá = verafgoden
   _ídolo = idool; afgod
   _ifi = gleuf, sleuf
   _ignoransia = onwetendheid; onkunde
   _ignorante = onwetend; onkundig.
   _igual = gelijk; weerga. sin igual - zonder weerga
   _igualá = 1. EVENAREN. 2. nivelleren, gelijk maken, effenen
   _igualdat = gelijkheid
   _igualmente = [bw] gelijk; insgelijks
   _ihá = petekind
   _ilegal = [znw+bnw] illegaal
   _ilegalidat = illegaliteit
   _ilegibel {stomme e} = onleesbaar
   _ilegítimo = onwettig; ongerechtvaardigd
   _ileso = ongedeerd
   _ilimitá = onbegrensd; ongelimiteerd
   _ilísito = ongeoorloofd
   _ilógiko = onlogisch
   _iluminá = [ww] verlichten. [bnw] verlicht [ook fig.]
   _iluminashon = verlichting
   _ilushon = illusie; voorspiegeling; waan; zinsbedrog.
   _ilushonista = illusionist; goochelaar
   _ilustrá = illustreren; verduidelijken
   _ilustrashon = illustratie; verduidelijking
   _ilustratibo = illustratief; verduidelijkend
   _imágen = beeld
   _imaginá = (zich) voorstellen; verbeelden, inbeelden; wanen
   _imaginashon = verbeelding; verbeeldingskracht; voorstellingsvermogen
   _imaterial = onstoffelijk
   _imediatamente = [bw] onmiddellijk, terstond, meteen
   _imediato = [bnw] onmiddellijk. di imediato - onmiddellijk, terstond
   _imensamente = [bw] inmens; onmetelijk; onafzienbaar; onpeilbaar
   _imensidat = inmensiteit; onmettelijkheid, onpeilbaarheid
   _imenso = [bnw] inmens; onmetelijk; onafzienbaar; onpeilbaar
   _imigrá = immigreren
   _imigrante = immigrant
   _imigrashon = immigratie; vreemdelingendienst; vreemdelingenpolitie
   _imitá = imiteren, nabootsen; namaken; navolgen
   _imitashon = imitatie, nabootsing; namaak; navolging
   _imóbil = onbeweeglijk. Biennan imóbil - onroerende goederen
   _imoral = immoreel; onzedelijk; onzedig; zedenloos.
   _imoralidat = immoraliteit; onzedelijkheid; onzedigheid; zedenloosheid.
   _imortal = onsterfelijk
   _imortalidat = onsterfelijkheid
   _imortalisá = onsterfelijk maken; vereeuwigen
   _impakto = impact
   _impar = oneven
   _imparsial = onpartijdig
   _imparsialidat = onpartijdigheid
   _imperatibo = imperatief, gebiedend. modo imperatibo - gebiedende wijs
   _imperfekto = onvolmaakt
   _impertinensia = onbescheidenheid; onbeschaamdheid
   _impertinente = onbescheiden; onbeschaamd
   _implakabel {stomme e} = onkreukbaar [fig.]
   _implantá = implanteren
   _implantashon = implantatie
   _implementá = implementeren, verwezenlijken
   _implementashon = implementatie, verwezenlijking
   _impliká = impliceren; verwikkelen
   _implikashon = implicatie; verwikkeling
   _implor&aacdute; = aanroepen, inroepen, smeken
   _implorashon = aanroeping, inroeping, smeekbede
   _imponé = opleggen
   _impopular = onpopulair; onbemind
   _importá = importeren, invoeren
   _importadó _importador = importeur
   _importansia = belang, belangrijkheid
   _importante = belangrijk
   _importashon = import, invoer
   _imposibel {stomme e} = onmogelijk
   _imposibilidat = onmogelijkheid
   _impotensia = impotentie; onmacht
   _impotente = impotent; onmachtig
   _impráktiko = onpraktisch
   _imprebisto = onvoorzien
   _imprenta = drukkerij
   _impreshon = impressie, indruk; waan. impreshon falso - waanvoorstelling
   _impreshoná = imponeren, indruk wekken
   _impreshonante = indrukwekkend
   _imprevisto = onvoorzien
   _imprimí = drukken; indrukken; bedrukken
   _improbabel {stomme e} = onwaarschijnlijk
   _improbabilidat = onwaarschijnlijkheid
   _imprudente = onverstandig
   _impudiente = onvermogend
   _impuesto = belasting
   _impugna = indruisen (ku - tegen)
   _impulsibo = impulsief
   _impulso = impuls; opwelling, aandrang, aandrift, aanzet
   _imunidat = immuniteit; onschendbaarheid. imunidat parlementario - parlementaire onschendbaarheid
   _inaksesibel {stomme e} = ontoegankelijk; onbegaanbaar; onbereikbaar
   _inalkansabel {stomme e} = onhaalbaar; onbereikbaar
   _inapropiá = onbehoorlijk
   _inaseptabel {stomme e} = onaanvaardbaar
   _inatachá = onbezoedeld
   _inatachabel {stomme e} = onberispelijk; niets op aan te merken.
   _inatento = onattent
   _inbenshon = uitvinding; verzinsel
   _inbensibel {stomme e} = onoverwinnelijk
   _inbensibilidat = onoverwinnelijkheid
   _inbentá = uitvinden; verzinnen
   _inbentibidat = vindingrijkheid
   _inbentibo = vindingrijk
   _inbento = vinding; uitvinding
   _inbentor = uitvinder
   _inbitá = uitnodigen
   _inbitashon = uitnodiging
   _inboluntario = onvrijwillig, ongewild; onwillekeurig
   _ inbulkrá = betrekken (bij); engageren. ta inbulkrá den - betrokken zijn bij.
   _indefensa = weerloosheid; onverdedigbaarheid.
   _indefenso = weerloos; onverdedigbaar
   _indefiní = onbepaald
   _independensia = onafhankelijkheid, zelfstandigheid
   _independiente = onafhankelijk, zelfstandig
   _indeseá = ongewenst
   _indeseabel {stomme e} = onwenselijk
   _indeseabilidat = onwenselijkheid
   _indesensia = onfatsoen; onbetamelijkheid; onzedelijkheid; onzedigheid
   _indesente = onbetamelijk; onzedelijk, onzedig, schunnig
   _indesiso = besluiteloos
   _indeterminá = onbepaald
   _indeterminabel {stomme e} = onbepaalbaar
   _indiferensia = onverschilligheid
   _indiferente = onverschillig
   _indigná = verontwaardigd (tokante di - over)
   _indignashon = verontwaardiging (tokante di - over)
   _indiká = aanwijzen
   _indikabel {stomme e} = aanwijsbaar
   _indikashon = aanwijzing, indicatie, teken
   _indikatibo = aanwijzend
   _indirektamente = [bw] indirect; zijdelings
   _indirekto = [bnw] indirect; zijdelings
   _indisipliná = ongedisciplineerd; vrijgevochten
   _indispensabel {stomme e} = onmisbaar
   _indispensabilidat = onmisbaarheid
   _indisponibel {stomme e} = onbeschikbaar
   _indisponibilidat = onbeschikbaarheid
   _indisputá = onbetwist
   _indisputabel {stomme e} = onbetwistbaar
   _indisputabilidat = onbetwistbaarheid
   _individual = [bnw] individueel
   _individualmente = [bw] individueel
   _individuo = eenling; individu
   _indjan = [znw] indiaan. [bnw] indiaans
   _índole = aard
   _indudabel {stomme e} = [bnw] ongetwijfeld
   _indudabelmente = [bw] ongetwijfeld
   _indulgensia = 1. aflaat; 2. toegeeflijkheid. indulgensia plenario - volle aflaat
   _indulgente = toegeeflijk
   _industria = industrie
   _industrial = [znw+bnw] industriëel
   _inekibokabel {stomme e} = [bnw] onmiskenbaar
   _inekibokabelmente = [bw] onmiskenbaar
   _inekibokabilidat = onmiskenbaarheid
   _inekilibrá = onevenwichtig
   _ineksplikabel {stomme e} = onverklaarbaar
   _ineksplikabelmente = [bw] onverklaarbaar
   _ineksplikabilidat = onverklaarbaarheid
   _inesperá = onverwacht
   _inevitabel {stomme e} = onvermijdelijk; onafwendbaar
   _inevitabelmente = [bw] onvermijdelijk; onafwendbaar
   _inevitabilidat = onvermijdelijkheid; onafwendbaarheid
   _infalibel {stomme e} = onfeilbaar
   _infalibilidat = onfeilbaarheid
   _infansia = kindsheid
   _infantil = kinder-; kinderlijk, infantiel
   _infelis = ongelukkig
   _infelisidat = ongeluk
   _inferior = minderwaardig, inferieur
   _inferioridat = minderwaardigheid, inferioriteit. kompleho di inferioridat - minderwaardigheidscomplex
   _infiel = [bnw] ontrouw, trouweloos
   _infieldat = [znw] ontrouw, trouweloosheid
   _infinidat = oneindigheid
   _infinitibo = onbepaalde wijs
   _infinito = oneindig
   _inflamá = [ww] ontsteken. [bnw] ontstoken
   _inflamabel {stomme e} = brandbaar
   _inflamabilidat = brandbaarheid
   _inflamashon = ontsteking, ontbranding
   _inflashon = inflatie
   _infleksibel {stomme e} = onbuigzaam; onvermurwbaar
   _infleksibilidat = onbuigzaamheid; onvermurwbaarheid
   _inflihí = toebrengen
   _influensiá = beïnvloeden
   _influensia = invloed
   _influensiabel {stomme e} = be´nvloedbaar
   _influensiabilidat = be´nvloedbaarheid
   _informá = informeren, inlichten
   _informal = [bnw] informeel
   _informalidat = informaliteit
   _informalmente = [bw] informeel
   _informante = zegsman
   _informashon = informatie, inlichting(en), navraag
   _infrou (C.) = bladcactus (A.: tuna)
   _infruktífero = vruchteloos
   _ingeniero = ingenieur; werktuigkundige.
   _ingenio = vernuft
   _ingeniosamente = [bw] vernuftig
   _ingeniosidat = vernuft
   _ingenioso = [bnw] vernuftig
   _Inglatera = Engeland
   _ingles = [znw] Engelse, Engelsman. [bnw] engels
   _ingratamente = [bw] ondankbaar
   _ingratitut = ondank(baarheid)
   _ingrato = [bnw] ondankbaar
   _ingrediente = ingrediënt(en); bestanddeel
   _inhumano = onmenselijk, mensonterend
   _inhustamente = [bw] onrechtvaardig; onbillijk
   _inhustisia = onrecht; onrechtvaardigheid; onbillijkheid
   _inhusto = onrechtvaardig; onbillijk
   _inigualá = onvergelijkelijk; weergaloos
   _inigualabel {stomme e} = onvergelijkbaar; onnavolgbaar; weergaloos
   _inigualabilidat = onvergelijkbaarheid; onnavolgbaarheid; weergaloosheid
   _inisiá = aanvangen, beginnen, starten
   _inisial = [znw] voorletter, initiaal. [bnw] aanvankelijk.
   _inisialmente = [bw] aanvankelijk
   _inisiativa = initiatief
   _inisio = aanvang, begin, start
   _inkalkulá = incalculeren; meerekenen
   _inkalkulabel {stomme e} = onberekenbaar
   _inkalkulabilidat = onberekenbaarheid
   _inkansabel {stomme e} = onvermoeibaar
   _inkansabilidat = onvermoeibaarheid
   _inkapabel {stomme e} = onbekwaam
   _inkapas = onbekwaam
   _inkapasidat = onbekwaamheid
   _inkapasitá = gehandicapt
   _inkastidat = onkuisheid
   _inkasto = onkuis
   _inkebrantabel {stomme e} = onverbrekelijk
   _inkieto = onrustig, ongerust; ongedurig
   _inkietut = onrust, ongerustheid; ongedurigheid
   _inkliná = neigen (pa - naar); hellen
   _inklinashon = neiging; helling
   _inkomparabel {stomme e} = onvergelijkelijk, onvergelijkbaar
   _inkomparabilidat = onvergelijkelijkheid, onvergelijkbaarheid
   _inkompatibel {stomme e} = onverenigbaar
   _inkompatibilidat = onverenigbaarheid
   _inkompetensia = incompetentie; onkunde; onbevoegdheid, onvermogen. un sertifikado di inkompetensia - 'n brevet van onvermogen
   _inkompetente = incompetent; onkundig; onbevoegd
   _inkompleto = onvolledig
   _inkomprendibel {stomme e} = onbegrijpelijk; onverstaanbaar
   _inkomprendibilidat = onbegrijpelijkheid; onverstaanbaarheid
   _inkomprondibel {stomme e} = (zie: inkomprendibel)
   _inkondishonal
= [bnw] onvoorwaardelijk
   _inkondishonalmente = [bw] onvoorwaardelijk
   _inkonfortabel {stomme e} = ongerieflijk; onbehaaglijk
   _inkonsebibel {stomme e} = onvoorstelbaar; ondenkbaar
   _inkonsekuente = inconsequent
   _inkonsiente = [bnw] onbewust
   _inkonsientemente = [bw] onbewust
   _inkonsolabel {stomme e} = ontroostbaar, troosteloos
   _inkonsolabilidat = ontroostbaarheid
   _inkonspikuo = onopvallend
   _inkonstitushonal = ongrondwettig, ongrondwettelijk
   _inkontrolabel {stomme e} = oncontroleerbaar; onbedwingbaar; tomeloos; onbedaarlijk
   _inkontrolabilidat = oncontroleerbaarheid; onbedwingbaarheid; tomeloosheid.
   _inkonvenensia = ongemak
   _inkonveniente = [znw] ongemak. [bnw] slecht uitkomend; ongerieflijk; nadelig.
   _inkorporá = inlijven, opnemen, in zich verenigen
   _inkorporashon = inlijving, opname
   _inkoruptibel {stomme e} = onkreukbaar [fig.]
   _inkoruptibilidat = onkreukbaarheid [fig.]
   _inkredibilidat = ongeloof
   _inkrédulo = [znw] ongelovige. [bnw] ongelovig.
   _inkreíbel{stomme e = ongelofelijk, ongelooflijk; ongeloofwaardig.
   _inkuestionabel {stomme e} = ontegenzeglijk
   _inkurabel {stomme e} = ongeneeslijk
   _inkurabilidat = ongeneeslijkheid
   _inkurí = oplopen (v. aandoening), maken (v. schulden)
   _innesesariamente = [bw] onnodig
   _innesesario = [bnw] onnodig
   _inobashon = vernieuwing; innovatie
   _inobatibo = vernieuwend; innovatief
   _inolvidabel {stomme e} = onvergetelijk
   _inosensia = onschuld; onnozelheid
   _inosente = onschuldig; onnozel
   _inoudibel {stomme e} = onhoorbaar
   _inoudibilidat = onhoorbaarheid
   _inovashon = innovatie
   _inovatibo = innovatief
   _inpenetrabel {stomme e} = ondoordringbaar
   _inpenetrabilidat = ondoordringbaarheid
   _insaludabel {stomme e} = ongezond
   _insekta = insect
   _insektisida = insecticide; verdelgingsmiddel
   _inseparabel {stomme e} = onafscheidelijk
   _inseparabilidat = onafscheidelijkheid
   _insertidumbre = onzekerheid, onbehagen
   _insidental = [bnw] incidenteel
   _insidentalmente = [bw] incidenteel
   _insidente = incident; voorval
   _insignifikante = onbeduidend
   _insigur = onzeker; onveilig; wisselvallig
   _insiguridat = onzekerheid; onveiligheid; wisselvalligheid.
   _insinseridat = onoprechtheid, onwaarachtigheid
   _insinsero = onoprecht, onwaarachtig
   _insinuá = insinueren
   _insinuashon = insinuatie, verdachtmaking
   _insistente = volhardend; verwoed
   _insistí = volharden, volhouden; doorzetten; staan op, aandringen (riba - op)
   _insitá = aansporen
   _insitashon = aansporing
   _inskribí = inschrijven, intekenen
   _inskripshon = inscriptie, opschrift; inschrijving, intekening; aanmelding
   _insoportabel {stomme e} = onverdraaglijk, ondraaglijk; onuitstaanbaar
   _insoportabilidat = onverdraaglijkheid, ondraaglijkheid
   _inspekshon = inspectie
   _inspekshoná = inspecteren
   _inspektor = inspecteur
   _inspirá = inspireren
   _inspirashon = inspiratie
   _instabil = instabiel
   _instabilidat = instabiliteit; wisselvalligheid.
   _instalá = installeren
   _instalashon = installatie
   _instansia = instantie; aanleg. na promé instansia - in eerste aanleg.
   _instantánio = onmiddellijk, op hetzelfde moment
   _instante = in: al instante - op slag.
   _instigá = instigeren, aanzetten tot, ophitsen, opruien, opstoken
   _instigante = ophitsend, opruiend, opstokend
   _instigashon = ophitsing, opruiing, opstokerij
   _instintibamente = [bw] instinctief
   _instintibo = [bnw] instinctief
   _instinto = instinct, aandrift
   _instituí = instellen
   _institushon = instelling
   _institushonal = institutioneel; instellings-
   _instituto = instituut
   _instruí = instrueren
   _instrukshon = instructie; handleiding
   _instruktor = instructeur
   _instrumental = instrumenteel
   _instrumento = instrument; werktuig
   _insufisiente = onvoldoende
   _insular = eilandelijk
   _insultá = beledigen
   _insultante = beledigend; hatelijk
   _insulto = belediging
   _insuperabel {stomme e} = onoverkomelijk
   _insuperabilidat = onoverkomelijkheid
   _insurekshon = opstand, oproer
   _insurgente = opstandig, oproerig
   _insurpasá = onovertroffen
   _insurpasabel {stomme e} = onovertrefbaar
   _insurpasabilidat = onovertrefbaarheid
   _integrá = integreren; inburgeren; verwerken; als lid opnemen
   integral = [bnw] integraal
   integralmente = [bw] integraal
   _integrante = lid, deelnemer (van groep of orkest e.d.)
   _integrashon = integratie; inburgering
   _integro = integer
   _intelektual = intellectueel; verstandelijk
   _inteligensia = intelligentie
   _inteligente = intelligent
   _intenshon = intentie; bedoeling; opzet; voornemen
   _intenshonal = [bnw] met
   _intenshonal = [bnw] met opzet, opzettelijk
   _intenshonalmente = [bw] met opzet; opzettelijk.
   _intensibo = intensief
   _intensidat = intensiteit
   _intensifiká = intensiveren; verscherpen; verhevigen; versterken
   _intensifikashon = intensivering; verscherping; verheviging
   _intenso = intens
   _intentá = pogen
   _intento = poging
   _interakshon = interactie; wisselwerking.
   _interaktibo = interactief
   _interes = 1. belang, belangstelling; interesse. 2. rente, interest
   _interesá = [ww] interesseren; belang stellen. [bnw] geïnteresseerd; belangstellend.
   _interesante = interessant
   _interferensia = storing; tussenkomst; interferentie
   _interferí = storen; tussennbeide komen
   _interino = interim; (plaats)vervangend; tussentijds
   _interior = [znw] binnenland; [bnw] binnenlands
   _interkalá = inlassen; tussenvoegen
   _interkambiá = uitwisselen; (tegen elkaar) uitleveren; ruilen
   _interkambio = uitwisseling; ruil; uitlevering (tegen elkaar)
   _intermediá = bemiddelen
   _intermediario = [znw] bemiddelaar; tussenpersoon. [bnw] bemiddelend; tussen-. komersio intermediario - tussenhandel
   _intermediashon = bemiddeling; voorspraak
   _intermedio = intermezzo; tussenpoos; onderbreking; tussenruimte
   _interná = interneren; opnemen (in ziekenhuis); insluiten (in gevangenis)
   _internashonal = internationaal
   _interno = intern
   _interogá = ondervragen; verhoren
   _interogashon = ondervraging; verhoor
   _interogatibo = vragend. pronomber interogatibo - vragend voornaamwoord
   _interogatorio = het vragen; bevragen
   _interpretá = interpreteren; vertolken
   _interpretashon = interpretatie; vertolking
   _intérprete = tolk
   _intersedé = tussenbeide komen; ingrijpen
   _interseshon = aanroep, smeekbede
   _intersesor = bemiddelaar, bemiddelares (in gebed)
   _interumpí = onderbreken
   _interupshon = onderbreking
   _intervení = interveniëren; tussen beiden komen; bemoeien
   _intervenshon = interventie; tussenkomst; voorspraak
   _íntimamente = [bw] intiem
   _intimidá = intimideren; ringeloren
   _intimidashon = intimidatie; bangmakerij
   _intimidat = intimiteit
   _íntimo = [bnw] intiem. íntimo amigo - hartsvriend(in)
   _intolerabel {stomme e} = onverdraaglijk; onverteerbaar; niet tolereerbaar
   _intoleransia = intolerantie, onverdraagzaamheid
   _intolerante = intolerant, onverdraagzaam
   _intransigensia = onverzoenlijkheid
   _intransigente = onverzoenlijk
   _intransparensia = ondoorzichtigheid
   _intransparente = ondoorzichtig
   _introdukshon = inleiding, introductie, invoering
   _introdusí = inleiden; introduceren, invoeren
   _intuishon = intuïtie
   _intuitibo = intuïtief
   _inumerabel {stomme e} = ontelbaar, talloos; onnoemlijk
   _inundashon = overstroming; watersnood
   _inundí = overstromen
   _inútil = nutteloos
   _inuzabel {stomme e} = onbruikbaar
   _inuzabilidat = onbruikbaarheid
   _invenshon = uitvinding; verzinsel
   _invensibel {stomme e} = onoverwinnelijk
   _invensibilidat = onoverwinnelijkheid
   _inventá = uitvinden; verzinnen
   _inventibidat = vindingrijkheid
   _inventibo = vindingrijk
   _invento = vinding; uitvinding
   _inventor = uitvinder
   _invertí = investeren
   _invertishon = investering
   _investigá = onderzoeken, naspeuren
   _investigadó _investigador = onderzoeker
   _investigashon = onderzoek
   _invierno [S.] = winter
   _invisibel {stomme e} = onzichtbaar
   _invisibilidat = onzichtbaarheid
   _invitá = uitnodigen
   _invitashon = uitnodiging
   _invulnerabel {stomme e} = onkwetsbaar
   _invulnerabilidat = onkwetsbaarheid
   _inyekshon = inspuiting, injectie
   _inyektá = inspuiten
   _IPA = Instituto Pedagógico Arubano = Arubaanse Pedagogische Academie.
   _ira = woede, razernij, toorn
   _irashonal = irrationeel, onredelijk, redeloos
   _irashonalidat = onredelijkheid, redeloosheid
   _irealisabel {stomme e} = onverwezenlijkbaar
   _irealisabilidat = onverwezenlijkbaarheid
   _irefutabel {stomme e} = onaanvechtbaar
   _irefutabilidat = onaanvechtbaarheid
   _iregular = [bnw] onregelmatig
   _iregularidat = onregelmatigheid
   _iregularmente = [bw] onregelmatig
   _irekuperabel {stomme e} = onherstelbaar; reddeloos
   _irelashoná = onsamenhangend
   _iresistibel {stomme e} = onweerstaanbaar; onstuitbaar
   _iresistibilidat = onweerstaanbaarheid; onstuitbaarheid
   _iresponsabel {stomme e} = onverantwoord(edlijk)
   _iresponsabilidat = onverantwoordelijkheid
   _irestringí = ongebreideld; tomeloos
   _irevokabel {stomme e} = onherroepelijk
   _irigashon = irrigatie
   _iriparabel {stomme e} = onmerkbaar, onopvallend
   _iritá = [ww] irriteren, ergeren; prikkelen. [bnw] geïrriteerd; schraal
   _iritante = irritant, ergerlijk
   _iritashon = irritatie, ergernis; prikkeling
   _ironía = ironie
   _iróniko = ironisch
   _isla = eiland. isla 'riba - Bovenwindse Eilanden. Islanan abou - Benedenwindse Eilanden.
   _Isla = Shell olierafinaderij Curaçao
   _isolá = isoleren
   _isolashon = isolatie; isolement
   _ist = gist
   _istoria [C.] = geschiedenis (A.: historia)
   _istoriadó _istoriador [C.] = geschiedkundige; geschiedschrijver (A.: historiadó)
   _istóriko [C.] = historisch; geschiedkundig. (A.: históriko)
   _Italia = Italië
   _italiano = [znw] Italiaan; Italiaans. [bnw] italiaans

   _Juan {wang} = Jan, Johannes. San Juan - Sint Jan. pèrdè San Juan - zich verslapen.

   _kaba = [bw] 1. al, reeds. 2. daarna, vervolgens. [ww] stoppen, ophouden, afmaken; vergaan. kaba di ...= zojuist gedaan hebben... kaba di hasi un kos - iets zojuist gedaan hebben. El a kab'i sali. - Hij/zij is net weggegaan. kaba ku - afmaken [ook doden]. kaba na nada - op niets uitdraaien; naar de knoppen gaan.
   _kabá = afgemat, uitgeput, geradbraakt
   _kabai = 1. paard. 2. schraag. kabai di strika - strijkplank. kabai di liñ'i paña - waslijnpaal.
   _kabalmente = volledig; in alle opzichten. kumpli kabalmente ku... - in alle opzichten voldoen aan...
   _kabana = riet
   _kabaron = garnaal. Ora kabaron ta bisá bo, ku lodo ta hole stinki, ker'é! - Als iemand uit de school klapt, kun je hem gerust geloven.
   _kabayero = heer. Dama i kabayeronan! - Dames en heren!
   _kabayete = nok (van dak)
   _kabayista = paarden-; ruiter; paardrijder
   _kabayito = draaimolen
   _kabei = [znw] haar. kabei bon - sluikhaar. kabei kring - kroeshaar. kabei liso - sluikhaar. kabei malu - kroeshaar
   _kabes = hoofd; kop; hoofdeinde. kabes kayente - wuft. kabes sunú - blootshoofds. kabéi boto - 'n lift (met auto e.d.). kabes di funchi (bieu) - domoor. Mi kabes no ta duna pa... - Mijn hoofd staat niet naar.... baha kabes - toegeven. man na kabes - met de handen in het haar. pèrdè kabes - van zijn stuk raken; zn hoofd verliezen.
   _kabesante = hoofd (van school of dienst)
   _kabesaso = [sp.] kopbal
   _kabesura = [znw] stijfkop. [bnw] koppig, stijfkoppig, stijfhoofdig, hardhoofdig.
   _kabishá = knikkebollen
   _kabo = [in zee] kaap; [v. hamer e.d.] steel
   _kabrikuchi = vissoort. kòi un kabrikuchi - 'n uiltje knappen. 'n dutje doen.
   _kabrito = geit
   _kabròn = souteneur, pooier
   _kabroná = als pooier optreden; [fig.] achter de wijven aan zitten.
   _kabuya = touw; lijn; waslijn; spier. su kabuya a bola - hijh kreeg kramp. ta di mesun kabuya di trankera - uit hetzelfde nest komen; van dezelfde familie zijn.
   _kachete = kin
   _kacheton = bof [ziekte]
   _kachi-kachi = habbekrats, kleinigheid
   _kachó-chubato = reu
   _kachó-tefi = teef
   _kachó = hond. kachó bravo - agressieve hond. kachó no ta kome kachó. - gelijkgezinden vreten elkaar niet op. Drumi ku kachó i bo ta lanta ku purga/pruga. - Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet. hari manera kachó ku bo ta munstra palo - lachen als 'n boer die kiespijn heeft.
   _kachu = hoorn (v. herkauwers e.d.)
   _kada = elk(e); ieder(e). kada pasa un día - om de andere dag. . kada ken - iedereen
   _kadaver = kadaver, lijk [niet van mensen!]
   _kadena = ketting. na kadena - aan de ketting
   _kaduká = vervallen; ongeldig worden; verjaren
   _kadushi= [A.] cactus. [C.] eetbare cactus (= A.: breba)
   _kaha = doos; kist; kassa. kah'i morto - doodskist. kah'i suaflu - lucifersdoosje. kah'i òrgel - draaiorgel. kaha fuèrtè - brandkast
   _kahero = kassier, cassière
   _kai-kai = kieuwen
   _kai = vallen. kai malu - ongesteld worden. kai sinta - gaan zitten. laga kai - zijn biezen pakken. kita kai muri - doodvallen. - in 'n val lopen.
   _kaída = val; verval, achteruitgang, ondergang
   _kaiman = kaaiman, krokodil. Tin otro kaiman na bok'i río. - Er zijn andere kapers op de kust.
   _kaka = [znw] schijt. [ww] schijten. B'a kaka![vulg.] - Je bent erbij!, de pineut! Bashan a kaka! - Hij is de pineut!
   _kakada = schoelje, schorremorrie, uitschot, gajus
   _kakaría = schijt, diarrhee. tin kakaría - aan de schijt zijn.
   _kakben = kaak
   _kakiña = soort zelfgemaakt snoepgoed
   _kakunbein = kaak, kaakbeen
   _kala = gekruide snack van gemalen witte bonen.
   _kalaboso = onmogelijk afgelegen plaats, van God verlaten plek. na kalaboso (fierno) - op een van God verlaten plek.
   _kalakuna = kalkoen. mama kalakuna - slechte moeder, die haar kinderen verwaarloost
   _kalamber {stomme e} = kramp
   _kalamidat = kalamiteit, ramp
   _kalander {stomme e} = keversoort; houtworm
   _kalbas = kalebas. kalbas largo - lange kalebas (groente). Pampuna no sa pari kalbas. - De appel valt niet ver van de boom.
   _kalendario = kalender
   _kalender {stomme e} = kalender
   _kalichi = kalkgrond
   _kalidat = kwaliteit
   _kális = kelk
   _kalki = kalk
   _kalkulá = berekenen, rekenen, uitrekenen
   _kalkulabel {stomme e} = berekenbaar
   _kalkulabilidat = berekenbaarheid
   _kalkuladó = rekenmachine
   _kalkulashon = berekening
   _kalkulo = berekening
   _kalma = kalmeren, zich kalmeren, sussen. Kalmá bo! - Rustig!
   _kalmason = windstilte
   _kalmèki = karnemelk
   _kalmo = kalm
   _kalofríu = koude rilling(en)
   _kalor = warmte; hitte. hasi kalor= warm zijn [v. weer].
   _kaloroso = warm [v. vriendschap e.d.]
   _kalumnia = laster; smaad
   _kalumniá = lasteren, belasteren
   _kalumniosamente = [bw] lasterlijk
   _kalumnioso = [bnw] lasterlijk
   _kalurosamente = [bw] warm [fig.]
   _kaluroso = [bnw] warm [fig.]
   _kam = id. i(bananen)
   _kama = 1. bed; drecha kama - het bed opmaken. kòi kama - nnaar bed gaan. pañ'i kama - beddegoed. 2. vlucht (vogels)
   _kámara = camera. Kámara di komersio - kamer van koophandel
   _kamber {stomme e} = slaapkamer
   _kambia = veranderen, wijzigen; wisselen, omwisselen, verwisselen; kambia pa - veranderen in. kambia paña di kama - het bed verschonen. kambia bruki - de baby een schone luier aandoen.
   _kambiabel {stomme e} = veranderlijk
   _kambiabilidat = veranderlijkheid
   _kambio = verandering, wijziging; wisseling, omwisseling. kambio di ruta - wegomlegging
   _kambrada = maat. Mi n' ta bo kambrada! - Ik ben je maatje (gelijke) niet!
   _kaminá = gaan, lopen, afleggen
   _kaminata = wandeltocht, wandelmars
   _kaminda = [znw] weg; kaminda grandi= verkeersweg. kaminda di krus - [rkk] kruisweg; [fig.] lijdensweg. algun kaminda - ergens. ningun kaminda - nergens. na kaminda pa - op weg, onderweg naar. riba kaminda - op de weg. tur kaminda - overal. Mi tin kamind'i bai. - Ik moet ergens heen. [betr.vnw.] waar
   _kamisa = hemd, overhemd, sporthemd karson ta promé ku kamisa. - 't hemd is nader dan de rok. El a hinka su mes den un kamisa di |once varas| [S.]. - Hij heeft zich in een wespennest gestoken.
   _kampa = kamperen
   _kampadó = kampeerder
   _kampamento = [znw] het kamperen; kamp, kampement
   _kampana = 1. klepel. 2. huig. kampan'i klòk[fig.] - keiharde stem. Papia te ku kampana kai. - Praten tot je erbij neervalt.
   _kampañá = campagne voeren; (politieke) propaganda maken
   _kampaña = campagne; actie. kòre kampaña - verkiezingspropaganda maken
   _kampañadó _kampañador = campagnevoerder; propagandist (voor politieke partij).
   _kamus = zeemlap
   _kana = [ww] lopen. [znw] oude inhoudsmaat. mi kana a yena - de maat is voor mij vol.
   _kaña = [znw] suikerriet. [bnw] tipsie
   _kanades = Canadees
   _kañañ-kañañ = gejank van een hond
   _kanario = kanarie
   _kanasta = fuik
   _kancha = veld, sportveld
   _kanchi = kant [stof]
   _kandal = hangslot. na kandal - op slot
   _kandela = 1. vuur, brand. 2. brander, pit (van kookplaat). kandela artifisial - vuurwerk. arma di kandela - vuurwapen. paga kandela - vuur doven/blussen. pega un kos na kandela - iets in brand steken. pusha palo bou kandela - olie op het vuur gooien. waya kandela - vuur aanwakkeren. Su wowo a spart kandela. - zijn/haar ogen spoten vuur. pone hende drenta den kandela - iemand het bloed onder de nagels vandaan halen.
   _kandelaria = Maria Lichtmis
   _kandidato = kandidaat
   _kandidatura = kandidatuur
   _kandilá [C.] = giftige cactussoort gebruikt voor cactushagen. ([A.] kadushi di Surnam)
   _kanga = zwaaien (met de rokken) kanga saya - met de rokken zwaaien
   _kangreu = krab. pèrdè kangreu ku saku ku tur. - alles verliezen
   _kani = in: kani mi pa mi kani bo[C.] - Voor wat hoort wat.
   _kanibal = kanibaal
   _kanibalismo = kanibalisme
   _kanibalista = kanibalistisch
   _kanika = kan. kanik'i kòfi - koffiepot, koffiekan. kanik'i té - theepot, theekan
   _kanoa = vlet, kleine vissersboot; kano
   _kañon = kanon. sordo manera un kañon - zo doof als 'n kwartel.
   _kanon = kanon; canon
   _kanóniko = canoniek. [A.] derecho kanóniko [C.] derechi kanóniko - canoniek recht
   _kanonisá = heilig verklaren
   _kanonisashon = heilig verklaring
   _kansá = moe. mi ta kansá di mi alma. - Ik ben doodmoe.
   _kansa = vermoeien, moe worden
   _kansanshi [C.] = vermoeidheid; (A.: kansansio)
   _kansansio [A.] = vermoeidheid
   _kanselá = annuleren, afgelasten, afzeggen
   _kanselashon = annulering
   _kanser = kanker
   _kansion = lied
   _kanta = zingen; [vogels] tjilpen, fluiten; [haan] kraaien;
   _kantamento = [znw] het zingen, gezang (zie: kanta)
   _kantante = zanger, zangeres
   _kantidat = tal, aantal; hoeveelheid. un kantidat di... - tal van; 'n heleboel ...
   _kantika = lied
   _kanto = kant. kant'i= langs
   _kantor = kantoor. na kantoor - op kantoor
   _kaos = chaos, wanorde
   _kaótiko = chaotisch, wanordelijk
   _kap = kappen, omhakken
   _kapa = [znw] laag. [ww] castreren.
   _kapamento = castratie
   _kapasidat = capaciteit
   _kapasitá = capabel
   _kapel = kapel
   _kapía = kapelletje
   _kapital = 1. hoofdstad. 2. kapitaal; vermogen
   _kapitalismo = kapitalisme
   _kapitalista = [znw] kapitalist. [bnw] kapitalistisch
   _kapitan = kapitein
   _kapitulá = capituleren
   _kapitulashon = capitulatie
   _kapítulo = hoofdstuk
   _kapricho = gril, caprice
   _kaprichoso = grillig; capricieus; wispelturig; onberekenbaar
   _kápsula = capsule
   _kapta = snappen, begrijpen; vatten, bevatten
   _kapturá = vangen
   _kaptura = vangst
   _kara = gezicht; wang; kant. kar'i doshi>/kar'i dòns [vulg./plat] kar'i bòm[plat] - 'n gezicht als 'n oorwurm. kar'i ladron - boeventronie. traha kara mahos - lelijke gezichten trekken. ku ki kara...? - schaamt hij/zij zich niet om... E no sa unda su kara ta para. - Hij weet van toeten noch blazen. Dal un hende un kar' abou. - Iemand de kous op z'n kop geven. pone un hende su kara na bergüensa - iemand voor schut zetten. E no tin kuer'i kara. - Hij/zij heeft 'n bord voor de kop. tira un kos na un hende su kara. - iemand iets voor de voeten werpen.
   _karai = [tsw] verrek!
   _karakter {stomme e] = id.
   _karakterisá = karakteriseren
   _karakterístiko = karakteristiek; tekenend
   _karamba = [tsw] verdorie
   _karantena = quarantaine
   _karasto = [tsw] verrek! Verdorie!
   _karbachi = karwats
   _karbon = koolSTOF; houtskool
   _karbonisá = verkolen; verzengen
   _karchi = kaart, visitekaartje, ansichtkaart, briefkaart, systeemkaart
   _kardíako = hart-
   _kardinal = kardinaal. E punto kardinal - het kardinale punt; de clou
   _kardiograma = cardiogram
   _kardiología = cardiologie, hartspecialisme
   _kardiológiko = cardiologisch
   _kardiólogo = cardioloog, hartspecialist. siruhano kardiólogo - cardiochirurg
   _kareda = 1. rij. un kareda di blòki - 'n rij blokken. 2. race. kareda di bais - wielrennen. na kareda - op 'n draf
   _karendu = krent
   _karera = carrière
   _karesé = ontbreken (di - aan)
   _karet = hoorn (de stof)
   _karetera = weg, snelweg
   _karetía = kruiwagen
   _karga = [znw] last, vracht. barko di karga - vrachtschip. [ww] dragen (v. last), kunnen dragen. karga pasenshi - geduld hebben. E no ta karg'é. - Het kan er niet in.
   _kargá = beladen; [v. dieren] drachtig; [maan] bedekt.
   _kargamento = [znw] het dragen; vracht
   _kari-kari = visgehakt
   _Karibe = Caribisch gebied.
   _karibense = Caribisch
   _karidat = liefdadigheid. obra di karidat - werk van barmhartigheid
   _karies = cariës, tandsteen
   _kariño = beminnelijkheid, genegenheid, vriendelijkheid, liefde.
   _kariñosamente = [bw] beminnelijk, vriendelijk, lief
   _kariñoso = [bnw] beminnelijk, vriendelijk, lief
   _karisiá = strelen, aaien, aanhalen
   _karisia = streling
   _karísimo = uiterst duur
   _karisma = charisme
   _karismátiko = charismatisch
   _karitatibo = charitatief; liefdadig
   _karnal = vleselijk.
   _karnaval = carnaval
   _karné = schaap
   _karni = vlees. karni mulá - gehakt. karn'i baka
- rundvlees. karn'i sa - pekelvlees
   _karnisá = pekelvlees
   _karnisería = slagerij
   _karnisero = slager
   _karnívoro = [znw] carnivoor, vleeseter. [bnw] carnivoor, vleesetend
   _karo = [bnw] duur
   _karosa = praalwagen
   _karpachi = doodshoofd
   _karpata = teek
   _karpinté = timmerman. karpinté fini - schrijnwerker
   _karpintería = timmerwerkplaats
   _karson = broek. karson chikito - onderbroek [v. vrouwen]. karson largo - lange broek. karson kòrtiko - korte broek. karson-saya - rokbroek. bisti karson - 'n broek dragen/aantrekken. kita karson - de broek uittrekken. karson ta promé ku kamisa. - 't Hemd is nader dan de rok.
   _karta = brief. pòst un karta[fig.] - 'n grote boodschap doen
   _kartera [A.] = portemonnee; portefeuille. (C.: pòtmòni)
   _kartografía = cartografie
   _kartográfiko = cartografisch
   _kartógrafo = cartograaf
   _karton = karton; hardboard
   _kas = huis; thuis. na kas - thuis. kái haraña = spinneweb. kái kachó - hondenhok. kas di tòrto - ouderwets lemen huis, plaggenhuis.
   _kasá = [znw] man, echtgenoot; vrouw, echtgenote. [bnw] getrouwd.
   _kasa = trouwen, huwen
   _kasamento = [znw] trouwen, huwen, trouwpartij
   _kasashon = cassatie
   _kasero = [znw] huismus [fig.]. [bnw] huiselijk.
   _kashaka = habijt, pij, toog
   _kashi = kast
   _kashu = cashew
   _kashupete = cashew-noot
   _kasi = bijna
   _kaska = [znw] 1. schil, bast, schaal (v. ei); schilfer; schors; 2. [in hoofdhaar] roos; 3. helm. [ww] schillen, pellen; schilferen.
   _kaskabel = ratel; ratelslang
   _kaso = 1: geval. 2: proces, geding, zaak, rechtzaak. kaso penal - strafzaak. kaso sumario - kort geding. entamá un kaso kontra... - een zaak aanspannen tegen... lanta un kaso (kontra) - een (recht)zaak aanspannen (tegen)
   _kastidat = kuisheid
   _kastigá = straffen
   _kastigabel {stomme e} = strafbaar
   _kastigabilidat = strafbaarheid
   _kastigo = straf
   _kasto = kuis
   _kasualidat = toeval. pa kasualidat - toevallig
   _kasualmente = terloops; toevallig(erwijs)
   _kasuela = ijzeren bakplaat (voor pan batí)
   _katalogisá = catalogiseren
   _katalogisashon = catalogisering
   _katálogo = kataloog, catalogus
   _katarata = [oogkwaal] staar
   _katástrofé = catastrofe
   _katastrófiko = catastrofaal
   _kategoría = categorie
   _kategóriko = categorisch
   _katekismo = catechismus
   _katekista = catechist
   _katesashi = catechismusles, catechisatie
   _katibo = slaaf
   _katochi = dagelijkse (verboden) loterij
   _katóliko = katholiek
   _katolisismo = katholicisme
   _katru = veldbed (opvouwbaar)
   _katuna = katoen; watten. baha na katuna - er vandoor gaan
   _kawetá = neuzen, z'n nieuwsgierigheid bevredigen
   _kaweta = nieuwsgierig
   _kaya = straat. kaya grandi - hoofdstraat. riba kaya - op straat. laga un hende na kaya - iemand in de steek laten. malesa di kaya - geslachtsziekte. [fam]; lus di kaya - straatlantaarn. mucha di kaya - straatjongen, straatmeid. subi kaya - de straat op lopen, rijden, fietsen.
   _kayente = 1. heet; warm. 2. hitsig; wuft; wulps; kayente manera stim - zo loops als 'n teef [fig.]
   _kayou = zwijgend, zwijgzaam
   _kayu = eelt. kayu no kayu - op hangen en vallen.
   _keda = blijven; logeren; raken; worden. keda di hasi un kos - afgesproken hebben om, of van plan zijn geweest om iets te doen. keda bisiá na - verslaafd raken aan. keda bruhá - verward, in de war raken. keda ku gana - iets wat men wil niet krijgen. Ku gana lo bo keda! - Dat zou je wel willen! keda sin hasi un kos - nalaten iets te doen. El a keda bunita. - 't Is mooi geworden. Nos ta keda asina ('kí). - Daar houden we het op.
   _keha = klagen; zuchten, verzuchten
   _kehamento = [znw] geklaag; gezucht
   _kèhè-kèhè = klanknabootsing van licht hoesten
   _keho = klacht; zucht; verzuchting
   _keifi = kuif
   _keilu = kuil
   _keinta = verwarmen, verhitten. un kò'i keinta kurpa - 'n afzakkertje / borrel.
   _keintura = koorts
   _keiru = uitstapjes maken, gaan stappen. sali keiru - op stap gaan
   _kèlder {stomme e} = graf(kelder)
   _kèlki = 1. glaasje, borrelglas. 2. windbukskogeltje.
   _ken {ng} = wie. Ken ku ta. - wie dan ook. Ken t'ei? - Wie is daar? Ta ken (ta papia)? -Met wie spreek ik?
   _kende = wie
   _kèns = suf. Kèns bo ta? - Ben je mal? Esta kò'i kèns! - Wat 'n onzin!
   _kènter {stomme e} = kantelen; instorten (van put). (vdv: gekènter<'b>)
   _kere = geloven; denken. Bo ta kere? - Denk je? Geloof je dat echt?
   _kerensia = geloof
   _kerí = bemind; geliefd. ser kerí - geliefde; beminde
   _kèrki = (protestante) kerk(gebouw)
   _kerosin = petrolium. lampi di kerosin - olielamp.
   _keshi = kaas. bende un hende su keshi. - 'n boekje over iemand open doen [positief]; iemand verklikken
   _ketel {stomme e} = ketel. ketel di awa - waterketel
   _ketu = stil; rustig. ketu bai - gestaag; ononderbroken; nog steeds; alsmaar. keda ketu - zwijgen
   _ki = wat; welke. ki edat - hoe oud. ki día, ... - onlangs. ki día? - wanneer? Ki mi tin? - Wat zou dat? Ki mi hasi awó? - Wat moet ik nu doen?
   _KIA = "Korrectie Instituut Aruba"
= gevangenis
   _kiboká = zich vergissen; M'a kiboká. - Ik heb me vergist.
   _kibokashon = vergissing
   _kibra = breken, afbreken; verbreken, overtreden. kibra hero ku man. - ijzer met handen breken. kibra lei - de wet overtreden.
   _kibrá = kapot, stuk
   _kibramento = [znw] breken, afbreken. kibramento di kabes - hoofdbrekens
   _kiebra = breuk; scheuring, splijting [ook fig.]
   _kier = [ww] willen (zonder ta; (zie ook: ke). [znw] wil, willetje. hasi su (mes) kier - zijn (eigen) wil doordrijven. E mucha tin un kier! - Dat kind heeft een willetje!
   _kik = mopperen, kankeren
   _kikdó = mopperaar, kankerpit
   _kikmento = gemopper, gekanker
   _kiko = [vr.+betr.vnw] wat. kiko ku ta - wat dan ook. Bisá mi kiko ta kiko. - zeg me hoe 't zit. sa kiko ta kiko - van de hoed en de rand weten.
   _kil = naad (v. broek)
   _kilo = kilo
   _kima = branden; aanbranden; afbranden; verbranden
   _kimá = aangebrand. Ta hole kos kimá. - Er ruikt iets aangebrand./Er brandt iets aan. papel kimná - iemand met 'n verleden.
   _kimadura = brandwonde, verbranding
   _kimamento = [znw] het branden, verbranden, verbranding
   _kímika = chemie, scheikunde
   _kímiko = [znw] chemicus, scheikundige. [bnw] chemisch, scheikundig.
   _kinch˛ncho = soort spliterwt
   _kini-kini = Amerikaanse torenvalk
   _kiniki = knikker
   _kinipí = knijpen. sin kinipí un wowo - zonder blikken of blozen.
   _kinsena = twee wekelijks loon
   _kipashi = brood(= al dan niet gesneden heel brood)
   _kisas = misschien
   _kishikí = [znw] jeuk [ww] jeuken; kietelen.
   _kita = verwijderen, wegnemen, wegdoen; uittrekken, kita paña - uitkleden. Esei no ta kita (afó) ku.... - Dat neemt niet weg dat... kita paña fò'i kama, mesa, liña - het bed afhalen, de tafel afruimen, de was van de lijn halen
   _kitamento = [znw] het weg doen; verwijdering
   _kla-kla = heel duidelijk
   _kla = [bnw] helder, licht (van kleur e.d.) [bw] klaar, gereed. Kla ta! - ziezo! M'a kla! - Ik ben klaar. kla i raspá - klip en klaar.
   _klaba = spijkeren, nagelen; vastspijkeren, vastnagelen
   _klabamento = [znw] het spijkeren, nagelen
   _klabo = 1. spijker. dal riba e kabes di klabo= de spijker op z'n kop slaan. 2. kruidnagel
   _klandestino = clandestien
   _klapchi = vuurwerk. tira klapchi - vuurwerk afsteken.
   _klaria = opklaren; verhelderen
   _klaridat = helderheid; licht, schijnsel. klaridat di luna - maanlicht
   _klarifikashon = verheldering; opheldering
   _klaro = duidelijk; natuurlijk. Ta klaro ku,... - Natuurlijk, ... Ta mas ku klaro ku... - het staat als een paal boven water vast dat...
   _klas = klas. Esei ta kaba klas. - Dat loopt de spuigaten uit./Dat doet de deur dicht!
   _klasa = klasse; soort. tur klasa di - allerlei
   _klase = klasse
   _klasifiká = classificeren, rangschikken; onderbrengen.
   _klasifikashon = classificatie, rangschikking; klassement
   _klásiko = klassiek
   _klave = sleutel [fig.]; wachtwoord. palabra klave - sleutelwoord. posishon klave - sleutelpositie
   _klemensia = clementie; mededogen; gratie
   _klemente = clement, mild, mededogend
   _klenko = baksteen, klinker
   _klèp = smoel, klep. bati klèp - overal negatief commentaar op geven.
   _kleps = [znw] eclips. [ww] verduisteren. luna ta kleps - er is een maansverduistering.
   _klèptol = Piet Snot. laga un hende para/sinta manera klèptol - Iemand voor Piet Snot laten staan/zitten
   _klero = clerus
   _kliente = cliënt, klant
   _klientela = cliëntèle, klanten; klandizie
   _klima = klimaat
   _klimatológiko = climaat-, klimatologisch
   _klínika = kliniek
   _klíniko = klinisch
   _kloaka [C.] = riool, riolering; (A.: riol)
   _klòch = koppeling (in auto)
   _klòk = [kerk-] klok. bati klòk - de klok(ken) luiden. kampan'i klòk - klepel; [fig.] harde stem
   _klòks = broeds. galiña klòks - broedse kip; kloek
   _klòmpi = klomp; klonter;kluit.
   _klòp = [znw] knuppel, gummiknuppel, wapenstok. [ww] kloppen; juist zijn. Ta klòp. - Dat klopt.
   _kloròks = bleekmiddel
   _klòshi = klos; klosje
   _kloustrofobia = claustrofobie, engtevrees
   _kloustrofóbiko = claustrofobisch, engtevrees hebbend
   _klóusula = clausule
   _klousura = afsluiting, sluiting
   _klousurá = sluiten, afsluiten
   _klub = club.
   _kò'i = [kos di] ding(en). kò'i hasi - een en ander te doen. kò'i kibra - afwas. Es ta kò'i hari! - Wat belachelijk! Es ta kò'i kèns! - Wat een onzin! Es ta kò'i sokete! - Wat 'n stommiteit!
   _koalishon = coalitie
   _kobá = uitholling; putje (in gezicht).
   _koba = graven, opgraven; uitgraven. koba fundeshi - funderingssleuven graven. koba graf - een graf delven. koba un hende - iemand aan de tand voelen. koba un hende su fundeshi - iemand uithoren, (over zijn achtergronden). koba hole - uit z'n neus zitten te vreten. koba un hende su mama - iemand vervloeken
   _kobamento = [znw] het graven, opgraven, opgraving
   _kobarde = [bnw] laf. [znw] lafaard
   _kobardía = lafheid
   _kobertura = omhulsel; dekking, bedekking, dek
   _kobra = innen, incasseren; betaling vragen
   _kobradó _kobrador = incasseerder. kobradó di belaster - tollenaar
   _kobramento = [znw] het innen; incasso
   _kobransa = inning, incassering
   _kodak = fototoestel
   _kódigo = wetboek. kódigo penal - wetboek van strafrecht. kódigo sivil - burgerlijk wetboek.
   _kododo = hagedissensoort
   _kòfi = koffie. traha kòfi - koffie zetten
   _kofir = koudvuur; gangreen
   _kohe = pakken, nemen
   _koherensia = coherentie, samenhang
   _koherente = coherent, samenhangend
   _kòho = kreupel, mank
   _kòhon-kòhon = klanknabootsing van hees hoestgeluid
   _kòhòn = kloot [vulg.]
   _kòi = nemen, pakken (ook overdrachtelijk)
   _koinsidensia = samenloop van omstandigheden; toeval(ligheid). pa puro koinsidensia - door 'n toevallige samenloop van omstandigheden.
   _kòki = kok
   _koko = kokosnoot. pal'i koko - palmboom. koko pelon - kaalkop.
   _kokodèk = 1. oksel. 2. nabootsing van kippengekakel
   _kokodrilo = krokodil
   _kokolishi = schelp; den un kokolishi - in Ún notendop.
   _kokoyokó = kukeleku
   _kola = [znw] slip [van jas e.d.]; sleep [van jurk]. karga un hende so kola - iemands slippendrager zijn. [ww] zeven (van vloeibare stoffen), filtreren.
   _koladó = vergiet; filter (voor vloeistoffen)
   _kolchon = matras
   _kolebra _kulebra = slang, ratelslang
   _kolega = kollega
   _kolegial = colegiaal
   _kolegialidat = colegialiteit
   _kolekshon = verzameling, collectie
   _kolekshoná = verzamelen; vergaren
   _kolekshonista = verzamelaar
   _kolekta = collecte
   _kolektá = collecteren; vergaren
   _kolektant = collectant
   _kolèps = afgemat, uitgeput, slap
   _kolga = hangen
   _kólibri = gordelroos
   _koliflor = bloemkool
   _kòlmo = toppunt. pa kòlmo - als klap op de vuurpijl. pa kòlmo di remata - tot overmaat van ramp
   _koló = kleur. koló kla - lichte (bruine) huidskleur. koló skur - donkere (zwarte) huidskleur.
   _kolonia = kolonie; nederzetting
   _kolonial = koloniaal
   _kolonialismo = kolonialisme
   _kolonialista = kolonialist(isch)
   _kolonisashon = kolonisatie
   _kolonista = kolonist
   _kolorido = gekleurd; kleurig; fleurig
   _kolosal = kolossaal
   _koma = coma. sali fò'i koma. - uit een coma bijkomen
   _komader {stomme e} [C.] = vrouwelijke relatie via meterschap, of getuige bij een huwelijk; (A.:komèr)
   _komandá = commanderen, bevelen
   _komandante = commandant, bevelhebber
   _komando = commando, bevel
   _kombate = bestrijding; strijd
   _kombatí = bestrijden
   _kombatimento = bestrijding
   _kombiná = combineren; samenvoegen
   _kombinabel {stomme e} = combineerbaar; samenvoegbaar
   _kombinashon = kombinatie
   _kome = eten. kome hende - 'n ander opvreten; snauwen; afbekken. kome ku smak - smullen, smikkelen. kome ku djente largo - met tegenzin eten. sa kiko tin di kome i bebe - van de hoed en de rand weten.
   _komedia = toneelstuk
   _komediante = comediant; humorist
   _komedó _komedor = 1. eetkamer. 2. eter. komedó di webo no sa ki doló galiñta pasa pa pon'é. [A.] / [C.:] komedó di webo no sa ku galiña su atras ta hasi due. - men kijkt altijd erg gemakkelijk aan tegen het werk van een ander.
   _komemento = [znw] eten; etentje
   _komentá = (be)commentariëren; commentaar geven.
   _komentario = commentaar
   _komentarista = iemand die commentaar geeft; commentaarschrijver
   _komèr [A.] = vrouwelijke relatie via meterschap of getuige bij huwelijk. (C.: komader)
   _komersial = commerciëel
   _komersialisá = commercialiseren
   _komersialisashon = commercialisering
   _komersiante = koopman, handelaar
   _komersio = handel. Kámara di Komersio - Kamer van Koophandel
   _komestibel {stomme e} = kruidenierswaren
   _kometa = komeet
   _kometé = begaan, plegen, maken, bedrijven. kometé un krimen - een misdaad begaan. kometé un eror - een fout maken
   _kómiko = [znw] komiek; potsenmaker. [bnw] komisch, potsierlijk.
   _komino = komijn
   _komis = commies
   _komisariado = kommissariaat
   _komisario = komissaris
   _komishon = kommissie
   _komité = comité
   _kòmkòmber {stomme e} = komkommer
   _komo = als (in de functie van)
   _kómodo = gerieflijk
   _kompá = verkorting vankompader. Kompá Nanzi - hoofdfiguur in Nanzi-verhalen.
   _kompader {stomme e} [C.] = mannelijke relatie via peterschap of als getuige bij huwelijk; (A.: kompèr)
   _kompai = fig. broer, vriend, gabber.
   _kompakto = compact
   _kompañá = [znw] levensgezel(lin), concubine, concubinaris [ww] vergezellen;begeleiden; meegaan; geleiden. Dios kompañá bo! - God zij met je!
   _kompañerismo = kameraadschap
   _kompañero = kameraad
   _kompanía = gezelschap; maatschappij
   _kompará = vergelijken; kompará ku - vergeleken met; in vergelijking met
   _komparabel {stomme e} = vergelijkbaar
   _komparabilidat = vergelijkbaarheid
   _komparashon = vergelijking
   _komparatibo = vergelijkend; [gram.] vergrotende trap
   _kompartí = 1. delen [met anderen]; 2. delen [gezamenlijk hebben]; 3. meedelen; 4. ronddelen; 5. indelen
   _kompartimento = afdeling; vak; compartiment
   _kompartishon = indeling
   _kompartitibo = mededeelzaam
   _kompashon = erbarmen; medeleven
   _kompatibel {stomme e} = compatibel; verenigbaar
   _kompatibilidat = compatibiliteit; verenigbaarheid
   _kompatriota = landgenoot
   _kompensá = compenseren; vergoeden; financiëel tegemoetkomen
   _kompensashon = compensatie; vergoeding; tegemoetkoming; tegenprestatie
   _kompèr [A.] = mannelijke relatie via peterschap of als getuige bij huwelijk; (C.: kompader)
   _kompetensia = competentie; concurrentie; prijsvraag
   _kompetente = competent, bevoegd; rechtsbevoegd
   _kompetí = mededingen, wedijveren, concurreren
   _kompetidó _kompetidor = concurrent, mededinger
   _kompetishon = mededinging, wedijver, competitie, concurrentie; prijsvraag
   _kompetitibo = concurrerend, wedijverend.
   _kompilá = bijeenbrengen (v. geschriften e.d.), opstellen, compileren
   _kompilashon = verzameling (v. geschriften e.d.), compilatie
   _kompinchi = handlanger; compaan; makker, gabber; trawant
   _komplasé = tevreden stellen, een genoegen doen , tegemoetkomen
   _komplasensia = welwillendheid, toeschietelijkheid, toegeeflijkheid
   _komplasiente = welwillend; tegemoetkomend; toeschietelijk
   _kompleho = complex. kompleho di inferioridat - minderwaardigheidscomplex
   _kompletá = kompleteren, aanvullen
   _kompletamente = [bw] helemaal; volledig
   _kompleto = [bnw] volledig
   _komplifiká = complificeren
   _komplifikashon = complificatie
   _kompliká = [ww] compliceren. [bnw] ingewikkeld, gecompliceerd, complex
   _komplikashon = complicatie
   _komplimentá = complimenteren
   _komplimento = compliment
   _kómplise = [znw] medeplichtige, handlanger. [bnw] medeplichtig
   _komponé = componeren; samenstellen
   _komportá = zich gedragen
   _komportashon = gedrag. mal komportashon - wangedrag
   _komposishon = samenstelling; compositie
   _kompositá = componeren
   _kompositor = componist
   _kompra = aankoop; boodschap(pen)
   _komprendé = verstaan, begrijpen; inzien
   _komprendemento = begrip, inzicht; verstandhouding
   _komprendibel {stomme e} = begrijpelijk; verstaanbaar
   _komprendibilidat = begrijpelijkheid; verstaanbaarheid
   _komprenshon = begrip, het begrijpen; verstandhouding
   _kompreshon = compressie
   _komprimí = comprimeren; samendrukken
   _komprobá = verifiëren, controleren, beoordelen; bewijzen, staven
   _komprobante = bewijsstuk, bewijs van inschrijving
   _komprobashon = verificatie, controle, beoordeling; staving
   _komprometé = compromitteren, (zich) verplichten, (zich) vastleggen op; (zich) verloven
   _komprometido = [znw] verloofde. [bnw] verloofd
   _kompromiso = verplichting; verbintenis; belet; compromis; verloving. tin otro kompromiso - 'n andere afspraak hebben. sin kompromiso - vrijblijvend. rench'i kompromiso - verlovingsring.
   _komprondé = begrijpen; verstaan; inzien, snappen. B'a komprondé? - Snap je?
   _komprondemento = begrip, inzicht
   _komprondibel {stomme e} = begrijpelijk; verstaanbaar
   _komprondibilidat = begrijpelijkheid; verstaanbaarheid
   _komun = 1. ordinair, plat, alledaags. 2. gemeenschappelijk
   _komunidat = gemeenschap
   _komuniká = communiceren; contact hebben/opnemen; doorverbinden; (zich) verbinden. Mi ta komuniká mener/yùfrou/señora. - Ik verbind U door.
   _komunikado = communiqué; komunikado di prensa - perscommuniqué
   _komunikashon = communicatie; verbinding
   _komunikatibo = communicatief; contactueel bereikbaar
   _komunion = communie
   _komunismo = communisme
   _komunista = [znw] communist. [bnw] communistisch
   _kon {ng} = hoe. di kon? - hoezo? kon ku bai bini - hoe 't ook zij. kon ku ta - hoe dan ook; slordig, ongeïnteresseerd. Kon ta? / Kon bai? - Hoe is 't? Kon ta bai?Hoe gaat 't?
   _konbení = overeenkomen, schikken. Ora ta konbiní bo. - Als 't je schikt.
   _konbenio = overeenkomst, schikking
   _konbensé = overtuigen
   _konbensibelstomme e} = overtuigend
   _konbenshon = conventie
   _konbenshonal = conventioneel
   _konbento = klooster
   _konbergensia = convergentie
   _konbergente = convergent. bira konbergente - convergeren
   _konbersá = converseren
   _konbersashon = gesprek
   _konbershon = omwisseling, conversie, bekering
   _konbertí = omwisselen, converteren; bekeren (ook: zich -)
   _konbinsente = overtuigend
   _konboká = uitnodigen, oproepen, uitschrijven
   _konbokashon = convocatie, uitnodiging, oproep(ing)
   _konbokatorio = convocatieoproep
   _konchi = 1. kom; 2. kontje [van brood]
   _kónchole = verdorie
   _kondekorá = condecoreren, onderscheiden
   _kondekorashon = condecoratie, onderscheiding
   _kondená = veroordelen (na - tot)
   _kondenabel {stomme e} = laakbaar
   _kondenashon = veroordeling
   _kondishon = toestand; conditie; voorwaarde
   _kondishoná = conditioneren; aan voorwaarden binden
   _kondishonal = voorwaardelijk
   _kondishonamento = [znw] conditioneren; voorwaarden stellen
   _kondolensia = condoléance, condolentie, rouwbeklag. No ta risibí bishita di kondolensia na kas. - Geen rouwbeklag aan huis.
   _kondoler = condoleren
   _kondom = condoom
   _kondukta = gedrag
   _konduktor = bestuurder (v. voertuig)
   _kondusí = leiden (na - tot(; besturen [v.voertuig]
   _koneinchi = konijn;(eigenlijk haas) (A. ook: koneu)
   _konekshon = connectie, verbinding, aansluiting, samenhang; verband
   _konektá = verbinden, aansluiten
   _koneu [A.] = konijn (eigenlijk: haas)
   _konfederashon = confederatie
   _konferensia = conferentie
   _konferensiá = confereren
   _konfesá = biechten, opbiechten, bekennen, belijden
   _konfeshon = biecht, bekentenis
   _konfeshonario = biechtstoel
   _konfesor = biechtvader
   _konfia = [ww] vertrouwen (riba - op); toevertrouwen
   _konfiabel {stomme e} = betrouwbaar; verrtrouwd
   _konfiabilidat = betrouwbaarheid; verrtrouwdheid
   _konfiansa = [znw] vertrouwen . digno di konfiansa - betrouwbaar, vertrouwenswaard. Un hende di konfiansa - 'n vertrouweling; vertrouwenspersoon; 'n vertrouwd, betrouwbaar persoon
   _konfidensial = vertrouwelijk
   _konfidensialidat = vertrouwelijkheid
   _konfirmá = bevestigen; beamen; staven; [rkk] vormen
   _konfirmashon = bevestiging; staving; [rkk] vormsel
   _konfiská = [ww] confiskeren; verbeurd verklaren; in beslag nemen. [bnw] verbeurd (verklaard)..
   _konfiskashon = confiscatie, confisquering, verbeurd verklaring, in beslagname
   _konflictante = conflicterend
   _konfliktá = conflicteren
   _konflikto = conflict
   _konflochi = kornuiten, handlangers, makkers, companen
   _konfó = fornuis [verouderd]
   _konfòrmá = (zich) conformeren
   _konfòrmashon = conformering
   _konfòrme = conform; eensluidend
   _konfortabel {stomme e} = gerieflijk
   _konfortabilidat = gerief; gerieflijkheid
   _konfrontá = confronteren
   _konfrontashon = confrontatie
   _konfundí = [ww] verwarren; vertroebelen; in verlegenheid brengen/raken. [bnw] verward; verlegen. keda konfundí - in verlegenheid raken
   _konfushon = verwarring; verlegenheid; onoverzichtelijkheid
   _konfuso = confuus, verward; onoverzichtelijk
   _kongalachá = samenspannen; bekokstoven
   _kongalachi = samenzweerderij; bekokstoverij
   _kongenital = aangeboren
   _kongestion = congestie; opstopping
   _kongestioná = [ww] opstoppen (van verkeer e.d.). [bnw] verstopt (van verkeer e.d.)
   _kongestionamento = congestie, opstopping
   _kongreso = congres
   _konhugá = [gram.] vervoegen
   _konhugashon = [gram.] vervoeging
   _kònkel {stomme e} = konkelen; bekokstoven
   _kònkelmento = gekonkel; bekokstoverij
   _konkistá = veroveren
   _konkista = verovering
   _konkistadó _konkistador = veroveraar
   _konkluí = konkluderen, besluiten
   _konklushon = conclusie, besluit
   _konkretisá = konkretiseren, concretiseren; uitwerken; tot stand brengen; verwezenlijken
   _konkretisabel {stomme e} = concretiseerbaar; uitvoerbaar; verwezenFlijkbaar
   _konkretisashon = concretisering; uitwerking; totstandbrenging; verwezenlijking
   _konkreto = konkreet, concreet
   _konkurensia = concurrentie
   _konkurso = concours, wedstrijd
   _konmemorá = herdenken; huldigen
   _konmemorashon = herdenking; huldiging
   _koño = [znw] kut [vulg.]. [tsw] verrek! [vulg.]. Bai den koño di bo mama! - Kruip in je moerskont! [zeer vulg.]
   _konofes = koningsvis, king fish.
   _konoflok = knoflook
   _konopá = knopen; vastknopen
   _konòpi = knop; knoop; vloek. dal un konòpi - er 'n knoop over leggen; vloeken [fig.]
   _konosé = kennen. Bo konos'é? - Ken je hem/haar? Mi no konos'é. - Ik ken hem/haar niet. ("ta" wordt vaak weggelaten bij "Konosé".)
   _konosemento = kennis; wetenschap
   _konòshi = knoest
   _konosí = [znw] bekende, kennis. [bnw] bekend; sera konosí - kennis maken
   _konosir [vero.] = kennis, bekende
   _konsagrá = wijden (kerk e.d.); toewijden
   _konsagrashon = wijding (van kerkgebouw, bisschop e.d.).
   _konsakrashon = consacratie
   _konsebibel {stomme e} = voorstelbaar; denkbaar
   _konsebí = verwekken [ook van kinderen]
   _konsedé = toegeven, toestaan
   _konseguí = verkrijgen, verwerven
   _konsehá = adviseren, raadgeven, aanraden
   _konsehabel {stomme e} =raadzaam
   _konsehero = adviseur, raadgever
   _konseho = advies, raad, raadgeving; konseho di ministro - ministerraad. Konseho di Siguridat - Veiligheidsraad.
   _konsekuensia = gevolg, consequentie; uitvloeisel
   _konsekuente = consekwent
   _konsenshi = geweten. sin konsenshi - gewetenloos.
   _konsenso = consensus
   _konsentí = toestemmen; toegeven; instemmen.
   _konsentimento = instemming; toestemming.
   _konsentrá = (zich) concentreren
   _konsentrashon = concentratie
   _konsepshon = conceptie, bevruchting, ontvangenis.
   _konsepto = opvatting, inzicht; concept
   _konserní = betreffen, aanbelangen
   _konservá = conserveren, behouden, in stand houden; inmaken
   _konservadó _konservador = conservator, curator
   _konservashon = conservering, behoud; inmaak
   _konservatibo = conservatief, behoudend
   _konservatismo = conservatisme; behoudzucht
   _konservatorio = conservatorium
   _konsès = eigendomsgrond
   _konseshon = concessie
   _konsiderá = overwegen
   _konsiderabel {stomme e} = aanzienlijk; aanmerkelijk, fors
   _konsiderashon = overweging, consideratie
   _konsiensia = bewustzijn
   _konsiente = bewust
   _konsierto = concert
   _konsiso = beknopt
   _konsistente - consistent; onveranderlijk
   _konsistí (di) = bestaan (uit)
   _konsolá = troosten
   _konsoladó _konsoladotr = trooster; troostend.
   _konsolashon = troost
   _konsolidá = consolideren; verstevigen
   _konsolidashon = consolidatie; versteviging
   _konsorsio = consortium
   _konspikuo = opvallend
   _konspirá = samenzweren, samenspannen
   _konspiradó _konspirador = samenzweerder
   _konspirashon = samenzwering, samenspanning
   _konspiratibo = samenzwerend, samenspannend
   _konstansia = bestendigheid, constantheid
   _konstante = constant; voortdurend; bestendig
   _konstantemente = voortdurend; constant
   _konstatá = konstateren
   _konstatashon = Konstatering
   _konstelashon = constellatie, stelsel, samenstel; sterrenbeeld
   _konsternashon = konsternatie; verslagenheid; deining; gedoe
   _konstipá = [ww] verstoppen (van ingewanden); [bnw] verstopt (van ingewanden)
   _konstipashon = constipatie, verstopping (van ingewanden)
   _konstituí = constitueren; instellen; behelzen
   _konstitushon = constitutie; grondwet; statuten
   _konstitushonal = constitutioneel, grondwettelijk; statutair
   _konstruí = construeren, bouwen, opbouwen
   _konstrukshon = constructie, bouw, opbouw
   _konstruktibo = constructief, opbouwend
   _konstruktor = constructeur, bouwer
   _konsuelo = troost
   _kónsul = consul
   _konsulado = consulaat
   _konsulario = consulair
   _konsulta = consult, raadpleging
   _konsultá = consulteren, raadplegen
   _konsultante = consulent
   _konsultashon = consultatie, raadpleging
   _konsultorio = spreekkamer
   _konsumí<'b> (ook: _kunsumí = 1: consumeren, verbruiken. 2: nijdig worden, nijdig maken, (zich) ergeren, (zich) opvreten. No konsumí mi! - Maak me niet nijdig! Konsumí hende - anderen opvreten.
   _konsumidó _konsumidor = consument; verbruiker
   _konsumo = consumptie, verbruik
   _konta = 1: rekenen; tellen; meetellen; konta ku - rekenen op. E no ta konta. - Hij telt niet mee. 2: vertellen
   _kontabilidat = contabiliteit; boekhouding
   _kontagioso = besmettelijk; aanstekelijk
   _kontakto = contact. pone su mes den kontakto ku - zich in verbinding stellen met.
   _kontaminá = besmetten
   _kontaminashon = besmetting
   _kontaminoso = besmettelijk
   _konteksto = context; (zins-)verband; saka for di su konteksto - uit z'n verband rukken.
   _kontemporáneo = contemporain, eigentijds
   _kontené = bevatten; inhouden
   _kontenido = inhoud
   _kontentá = verblijden; blij maken; tevreden stellen
   _kontento = blij; tevreden; verblijd
   _konteo = telling
   _kontest = wedstrijd, concours
   _kontesta = antwoord
   _kontestá = antwoorden; beantwoorden; [telefoon] aannemen; contesteren
   _kontinental = continentaal; vastelands-
   _kontinente = continent; vasteland
   _kontingente = contingent
   _kontinuá = volgen, vervolgen, continueren, voortzetten
   _kontinuamente = [bw] voortdurend, alsmaar, continu
   _kontinuashon = vervolg, voortzetting, continuering
   _kontinuo = [bnw] voortdurend, alsmaar, continu
   _kontra = [vz] tegen; [ww] tegemoetgaan, tegemoetkomen. [znw] (verborgen gedragen) talisman.
   _kontra-ataka = tegenaanval
   _kontrabalansa = tegenwicht
   _kontrabanda = contrabande, smokkel; smokkelarij
   _kontrabandista = smokkelaar
   _kontradesí = tegenspreken; weerspreken.
   _kontradikshon = tegenspraak, tegenstelling, tegenstrijdigheid, contradictie
   _kontradiktorio = tegenstrijdig
   _kontraé = 1. oplopen (v. ziekte e.d.). 2. samentrekken
   _kontrakshon = samentrekking
   _kontraktá = contracteren
   _kontraktante = contractant
   _kontrakto = contract
   _kontrali = omgekeerd; tegendeel. na kontrali= in tegendeel. nèt kontrali. - Net omgekeerd.
   _kontra-ofensiva = tegenoffensief
   _kontrapartido = tegenhanger
   _kontraproduktibo = contraproductief; tegeneffect.
   _kontraproposishon = tegenvoorstel
   _kontrarestá = pareren; ontzenuwen; tegengaan; weerstaan.
   _kontrario = tegen-; tegengesteld. kontrario na - in tegenstelling tot; in tegenspraak met; strijdig met, in strijd met
   _kontrasepshon = contraceptie
   _kontraseptibo = contraceptief
   _kontraste = contrast
   _kontratempo = tegenslag
   _kontratista = aannemer
   _kontrato = kontract
   _kontribuante = contributeur, bijdrager, sponsor, geldelijke supporter
   _kontribuí = bijdragen, contribueren
   _kontribushon = contributie, bijdrage
   _kontrishon = berouw, boetvaardigheid. akto di kontrishon - acte van berouw
   _kontrol = controle, macht. fò'i kontrol - stuurloos. pèrdè kontrol - de macht over het stuur verliezen
   _kontrolá = kontroleren
   _kontroladó _kontrolador = controleur
   _kontrolaría = rekenkamer kontrolaría general - algemene rekenkamer
   _kontroversia = controverse, onenigheid
   _kontroversial = contrversiëel; omstreden; heikel; punto kontroversial - strijdvraag
   _konvento = klooster
   _konvikshon = overtuiging
   _konvoi (C.) = (auto)bus. (A.: bùs)
   _konyuntura _konyunktura = conjunctuur
   _konyuntural _konyunktural = conjunctureel
   _koòrdiná = co-ordineren, coördineren
   _koòrdinadó _koòrdinador = co-ordinator, coördinator
   _koòrdinashon = co-ordinatie, coördinatie
   _kòp = afzuigen [v. vocht]; afvoeren [v. vocht]; lozen; weg laten lopen
   _kopa = (ere)beker
   _koperá _kooperá = meewerken, samenwerken
   _koperadó _koperador _kooperadó _kooperador = medewerker
   _koperashon _kooperashon = co-operatie, coöperatie, mmedewerking, samenwerking
   _koperatibo _kooperatibo = co-operatief, coöperatief, meegaand
   _kòpi = kop (om te drinken). mira kòpi - koffiedik kijken. M'a mira su kòpi! - Ik heb 't voorzien.
   _kopia = [znw] kopie, afschrift. mashin di kopia - kopiëermachine. [ww] kopiëren; overnemen; afkijken, spieken
   _kor = koor
   _korá = rood. korá kimá - Bordeaux rood. korá manera un kref - Zo rood als 'n pioen. korá-korá - knalrood. kabei korá - roodharig. het meisje met de rode haren. - e mucha-muhé kabei korá.
   _koral = koraal
   _korant = krant
   _kòrda = onthouden, herinneren; denken aan (riba - aan). Ni dies, kòrda shen, ... - Nog geen tien, laat staan honderd ... kòrda riba un hende/kos - aan iemand/iets denken. Mi no ta kòrda. - Ik herinner 't me niet. M'a kòrdá bo. - Ik heb 't je gezegd. B'a kòrda yam'é? - Heb je eraan gedacht hemn/haar te bellen? Mi no a kòrda. - Ik ben 't vergeten.
   _kordial = [bnw] hartelijk
   _kordialidat = hartelijkheid
   _kordon = koord; streng
   _kòre = rijden; hardlopen, rennen, hollen; weglopen, wegrennen; stromen. kòre ku - wegjagen, verdrijven
   _kòredó = hardloper; coureur
   _koregí = corrigeren, verbeteren
   _korekshon = correctie, verbetering
   _korektamente = [bw] correct, juist
   _korekto = [bnw] correct, juist
   _korelá = correleren
   _korelashon = correlatie
   _korelatibo = correlatief
   _kòremento = [znw] rijden, gerij, rennen, geren, hollen, gehol
   _koreo [S.] = post. koreo aéreo - luchtpost. koreo marítimo - zeepost.
   _korespondé = corresponderen
   _korespondensia = correspondentie
   _korespondiente = [znw] correspondent. [bnw] corresponderend
   _kòrí = rit
   _koriente = [znw] stroom; stroming. koriente a bai. - de stroom is uitgevallen. [bnw] stromend; gangbaar, courant. kuenta koriente - lopende rekening; rekening courant. papiamento koriente - alledaags Papiaments.
   _kòrki = kurk; stop
   _kòrkobá = krom
   _kòrkobiá = kronkelen
   _kòrkochá = strompelen
   _koro = koor
   _korodí = coroderen
   _koroná = kronen, bekronen. pa koroná obra,... - als klap op de vuurpijl,...
   _korona = kroon, bekroning; kruin
   _koroshon = corosie
   _koroto = ding; spul. Ayó koroto! - Ajuu paraplu!
   _kòrporashon = corporatie
   _kòrporatibo = corporatief
   _kòrpulento = corpulent
   _Kòrsou = Curaçao. yiu di Kòrsou - Curaçaoënaar
   _kòrtá = snee
   _kòrta = snijden; knippen; maaien. kòrta horea - overspel plegen. kòrta saya - hanig doen. kòrta un hende un wowo - iemand bestraffend, vernietigend, vuil aankijken.
   _kòrtamento = [znw] het snijden, knippen
   _kòrte = hof; gerecht. kòrte di hustisia - Hof van Justitie, rechtbank. sala di kòrte - rechtzaal
   _kòrtes = beleefd, hoffelijk
   _kòrtesía = beleefdheid, hoffelijkheid; wellevendheid. ku kòrtesía - beleefd, hoffelijk, wellevend
   _kòrtiko = kort
   _kortina = gordijn
   _korumpí = 1. corrumperen; omkopen; 2. verbasteren; verworden
   _korupshon = 1. corruptie; omkoperij; 2. verbastering; verwording.
   _korupto = corrupt; omkoopbaar.
   _kos = ding; zaak. Kos a kaba! - 't Is afgelopen! Ophouden! Kos p'awe! - Opschieten! e kos - 't. un kos - iets. algun kos - iets. tur kos - alles. E kos ta ... - 't Zit zo .... Asina e kos ta. - Zo is 't. Kon kos ta? - Hoe is 't?
   _kose = naaien. mashin di kose - naaimachine
   _kosecha = oogst
   _kosechá = oogsten
   _kosedó _kosedor = naaister, coupeur, coupeuse
   _kosemento = [znw] het naaien
   _kosiudadano = landgenoot, medeburger
   _kòsta = [znw] kust. [ww] kosten.
   _kòstoso = kostbaar
   _kòt = veldbed, brits
   _kota = dwergpapegaai (=prikichi)
   _kou = kouwen
   _kouchi [C.] = 1. kooi. (A.: houla) kouch'i para - vogelkooi. 2. uitgekouwd vruchtvlees. kouch'i boulu - apekool; onzin.
   _kousa = [znw] oorzaak. Mi no a dal kousa. - Het is me niet opgevallen. [ww] veroorzaken.
   _kousal = causaal, oorzakelijk
   _kousalidat = causaliteit, oorzakelijkheid
   _koutela = voorzichtigheid, omzichtigheid. ku koutela - voorzichtig; omzichtig; met zorg.
   _kouteloso = voorzichtig, omzichtig
   _kova = grot
   _koyar = halsketting
   _koyon = [znw] [fig.] schijthuis, schijtlaars. [bnw] bang, laf (v. hond). Mihó koyon ku Dios pordon. - Beter te hard geblazen dan zijn mond verbrand.
   _kracha = krabben
   _kragi = kraag
   _krak = kraken
   _krakdó = kraker (letterlijk): krakdó di weso - bottenkraker
   _krakmento = [znw] het kraken, gekraak
   _kralchi = kraal
   _kram = buikkramp, buikloop
   _kranchi = kraan (= waterkraan)
   _kráneo = schedel
   _krans = id.
   _kranshi [C.] = bevolkingsbureau (Willemstad)
   _krea = scheppen; voortbrengen
   _kreadó _kreador = Schepper
   _kreashon = schepping; creatie
   _kreashonismo = creationisme
   _kreashonista = creationist(isch)
   _kreatibidat = creativiteit
   _kreatibo = creatief
   _krebchi = kribbig, pinnig; stuurs
   _kredibilidat = geloofwaardigheid
   _kreditá = crediteren, krediteren
   _krédito = crediet, krediet
   _kreditor = crediteur, krediteur
   _kreensia (ook: kerensia) = geloof
   _kref = kreeft
   _kreit = krijt
   _krel = [znw] krul. [ww] krullen. Su rabo a krel. - Hij is op z'n teentjes getrapt.
   _krelchi = krullen (bij schaven). Unda ta skaf, krelchi ta kai. - Waar gehakt wordt vallen spaanders.
   _krelpèn = krulspeld
   _krem = krimpen
   _krema = [ZNW cr&ECIRC;me. [WW CREMEREN
   _kremashon = crematie
   _krematorio = crematorium
   _kremenchá = heel zuinigjes leven
   _krencha = hutje bij mutje leggen.
   _krenchi = greintje
   _krèng = krengen, krenken
   _kreng = kring
   _krènk = omknikken
   _krese = groeien; toenemen; aanwassen
   _kresemento = [znw] groeien, groei, toename
   _kresiente = groeiend, toenemend, wassend. luna kresiente - wassende maan
   _kría = [znw] teelt; kweek. kría di bestia - veelteelt. bestia di kría - levende have. kría i peska - veeteelt en visserij. [ww] 1. opvoeden; 2. kweken, telen. mal kria - stout.
   _kria = dienstmeid
   _kriadero = broedplaats
   _kriador = schepper
   _kriamento = [znw] het kweken
   _kriansa = opvoeding. Yiu di kriansa - pleegkind. E no tin kriansa di kas. - Hij heeft van thuis niks meegekregen.
   _kriatura = schepsel; onschuldig kind, baby; wicht.
   _kriki = krekel
   _krímen = misdaad, misdrijf
   _kriminal = [znw] crimineel; misdadigert. [bnw] krimineel, misdadig
   _kriminalidat = criminaliteit
   _kring = kroes(haar). kabei kring - kroeshaar
   _krísis = crisis
   _kristian = [znw] Christen. [bnw] christelijk
   _kristianidat = christendom, christenheid
   _kristianisá = kerstenen
   _kristianisashon = kerstening
   _kristianismo = christelijkheid
   _Kristo-Hesus = Jezus Christus
   _Kristo = Christus
   _kriterio = criterium
   _krítika = kritiek
   _kritiká = kritiseren, kritiek hebben op
   _krítiko = [znw] criticus. [bnw] kritisch; zorgwekkend.
   _kriyoyo = tot de lokale cultuur behorende
   _krokèt = croquet
   _krokochá = strompelen
   _krónika = kroniek
   _króniko = chronisch
   _kronología = chronologie
   _kronológiko = chronologisch
   _kròp = opkroppen; verkroppen
   _kròshe-kròshe = geribbeld; ruw, oneffen (aanvoelend)
   _krudo = ruwe olie
   _kruel = wreed
   _krueldat = wreedheid.
   _krùl = [znw] krul. [ww] krullen. (zie: krel). Su rabo a krùl. - Hij/zij is op z'n/haar teentjes getrapt.
   _krùlchi = krullen (bij schaven). Unda ta skaf, krùlchi ta kai. - Waar gehakt wordt vallen spaanders.
   _krùlpen = krulspeld
   _krus = kruis. kaminda di krus - kruisweg
   _krusa = kruisen, oversteken
   _krusada = 1. kruispunt. 2. kruistocht
   _krusial = cruciaal
   _krusifiká = kruisigen. bnw] gekruisigd. Esun krusifiká - De Gekruisigde. >
   _krusifikado = kruisbeeld
   _ksenofobia = xenofobie; vreemdelingenhaat
   _ku = [vz] 1. met. (nadruk en toonverhoging voor pers.vnw mi en bo) 2. tegen. E dí ku mi, ... - Hij/zij zei tegen mij, ... [betr.vnw] die, dat, wat. E persona ku, ... - De persoon die, ... [vw] en. Mi ruman ku mi. - Mijn broer/zus en ik. [bw] (na vergrotende trap) dan mas grandi ku ... - groter ddan...
   _kua = welk(e). kua ku ta - welke dan ook
   _kuadrá = [bnw] vierkant
   _kuadra = [znw] kader. [ww] 1. oversteken. 2. stroken (ku - met); voldoen (ku - aan)
   _kuadro = 1. raam(werk). 2. schilderij
   _kuaha = stollen; klonteren
   _kuaker {stomme e} = havermout. papa kuaker - havermoutse pap.
   _kualifiká = [ww] kwalificeren. [bnw] gekwalificeerd; bevoegd
   _kualifikashon = kualificatie
   _kualkier = elk(e) willekeurig(e), welk(e) dan ook. kualkier hende - wie dan ook. kualkier kos - wat dan ook
   _kuanto = hoeveel. kuanto biaha - hoe vaak. Kuant' or' tin? - Hoe laat is 't?
   _kuarenta = veertig. kuarenta día - 's Heren Hemelvaart
   _kuaresma = (de grote)vasten (voor pasen) tempo di kuaresma - vastentijd
   _kuarto = 1: kwart; kwartier. un kuarto di ora
- 'n kwartier. 2: hut, hok, bijbouw
   _kuashi = kwast [niet fig.!]
   _kuater = vier. kuat' or' - vier uur
   _kubano = cubaan; cubaans
   _kúbiko = kubiek
   _kubri = dekken, bedekken, afdekken; (afstand) afleggen.
   _kuchara = lepel; kuchara di metslá - troffel
   _kuchararon = pollepel
   _kuchi-kuchi = knus; knusjes.
   _kuchú = mes. un kuchú di dos banda - 'n gluiperd.
   _kudi = drinkbak voor kippen (door weer uitgeholde steen)
   _kudishi = hebzucht
   _kudisioso = hebzuchtig
   _kue (C.) = pakken. (A.: kòi)
   _kueba = grot, spelonk
   _kuenta = rekening; rekenschap. kuenta koriente - rekening courant. kuenta di spar - spaarrekening. duna kuenta - rekenschap/verantwoording afleggen. tene kuenta ku - rekening houden met. pa final di kuenta - per slot van rekening. tuma na kuenta - rekening houden met; verdisconteren
   _kuento = verhaal
   _kuèrdè = snaar; [uurwerk] veer. duna kuèrdè - opwinden
   _kuero = leer; huid; vel; pels. di kuero - leren. E no tin kuer'i kara. - Hij/zij heeft 'n bord voor de kop.
   _kuerpo = korps. kuerpo di polis / kuerpo polisial - politiecorps
   _kuestion = kwestie, vraag; probleem
   _kuestioná = aanvechten, betwijfelen, in twijfel trekken
   _kuestionabel {stomme e} = aanvechtbaar, twijfelachtig
   _kuida = zorgen; verzorgen
   _kuido = zorg, verzorging
   _kuidou = voorzichtigheid. Tene kuidou! - Voorzichtig!, Pas op!
   _kùifi = kuif
   _kuihi = boomsoort
   _kuki = koekje
   _kukuisa = agave, sisalplant
   _kukuyá = ophitsen, opstoken, opzwepen [fig.]
   _kul = kont, reet [vulg.]
   _kuli [plat] = Indiër, hindoestaan
   _kulinario = kook-, culinair. arte kulinario - kookkunst
   _kulminá = culmineren
   _kulminante = culminerend
   _kulminashon = culminatie
   _kulo = [znw] kont, reet [vulg.]. [tsw] Verrek!
   _kulpa = [znw] schuld, schuldigheid. (no) karga kulpa di - (geen) schuld hebben aan. [ww] beschuldigen
   _kulpabel {stomme e} = schuldig. no kulpabel - onschuldig
   _kulpabilidat = schuld(igheid)
   _kultivá = cultiveren; verbouwen; kweken; aankweken; telen
   _kultivashon = cultivering; verbouw; kweek; het aankweken
   _kultivo = verbouw [v. landbouwproducten]
   _kulto = [znw] cultus. [bnw] ontwikkeld, beschaafd, geleerd
   _kultura = cultuur
   _kultural = cultureel
   _kumbre = top. konferensia kumbre - topconferentie
   _kuminda = [znw] eten, maaltijd. Kuminda a baha bon? - Heeft het gesmaakt? Tur kuminda ta di kome ma no tur palabra ta di bisa / papia. - Spreken is zilver, zwijgen is goud.
   _kumindamento = [znw] groeten, groet
   _kumindá = [ww] groeten, de groeten doen (pa - van); Kumind'é pa mi. - Doe hem/haar de groeten van mij.
   _kuminsá = beginnen, starten
   _kuminsamento = begin; start
   _kumpli = voldoen (ku - aan); vervullen; nakomen; uitkomen. kumpli ku su tarea - zijn taak vervullen. kumpli ku su promesa - zijn belofte nakomen. kumpli ... aña - ... jaar worden.
   _kumplimento = vervulling; het nakomen;
   _kumpra = [ww>/i>] kopen, aankopen
   _kumpradó _kumprador = koper
   _kumpramento = koop, aankoop
   _kuñá = schoonzus
   _kuna = wieg
   _kuné = ku e = met hem/haar/het
   _kunes = ermee. ki bo tin kunes? - Wat kan jou dat schelen? Ki mi tin kunes? - Wat kan mij dat schelen! Mi n' tin kunes! - Het kan me niet schelen.
   _kunsa =kuminsá= beginnen
   _kunsumí = konsumí = 1. consumeren; verbruiken; 2. nijdig worden; zich opvreten.
   _kunukero = boer, landbouwer
   _kunuku = knoek, akker, land
   _kuoro = quorum
   _kuota = quota, afbetaling
   _kuplèt = couplet
   _kura = [znw] genezing; [ww] genezen
   _kurá = omheining; erf; tuin; kraal, stal. den kurá - op 't erf. pafó di kurá - buiten 't erf. pòrt'i kurá - hek, poort. kurá di pòrko - varkensstal.
   _kurabel {stomme e} = te genezen; geneesbaar; behandelbaar
   _kurabilidat = behandelbaarheid; geneesbaarheid
   _kuramento = genezing
   _kurandero = kwakzalver
   _kurashi = moed. sin kurashi - moedeloos; laf.
   _kurason = hart. karga un hende na kurason - iemand een kwaad hart toedragen. ataka di kurason - hartaanval. batimento di kurason - hartkloppingen. fayo di kurason - hartkwaal. paro di kurason - hartstilstand.
   _kuratela = curatele
   _kurator = curator
   _kuri [C.] = rijden, rennen, hollen. (A.: kòre)
   _kuria = curie
   _kuriosidat = curiositeit; rariteit; nieuwsgierigheid
   _kurioso = curieus; raar; nieuwsgierig
   _kuritá = [med.] curetteren
   _kuritahe = [med.] curetage
   _kurpa = lichaam; lijf; figuur. kurpa di hende-muhé - vrouwelijk geslachtsdeel. bunita kurpa - 'n mooi figuur. Kon ta k'e kurpa? - Hoe gaat 't? ku alma i kurpa - met hart en ziel. Kuida bo kurpa! - Pas goed op jezelf. saka (su) kurpa - zich eruit redden. Un mente sano den un kurpa sano. - 'n Gezonde geest in een gezond lichaam. Mi kurpa ta kibrá. - Ik voel me geradbraakt. No laga pa kurpa! - Geef de moed niet op!
   _kursista = cursist
   _kurso = 1. cursus, kursus. 2. loop, verloop. den kurso di tempo - na verloop van tijd
   _kurú = rauw
   _kushiná = [ww] koken
   _kushina = keuken
   _kushinamento = [znw] het koken
   _kusinchi = [znw] kussen
   _kustía = zij, flank (v. lichaam)
   _kustumá = wennen
   _kustumber {stomme e} = gewoonte
   _kustumbrá = wennen, gewennen
   _kútis = huid, (gezichts)huid.

   _labá = wasbeurt. El a haña un labá i striká. - Hij heeft een flinke uitbrander gehad.
   _laba = wassen, zich wassen. laba kò'i kibra - de afwas doen. laba man - na begrafenis bij sterfhuis aangaan (en pimpelen). No tin awa pa laba! - Dat komt nooit meer goed.
   _labamano = wasbak, wastafel
   _labaplato = aanrecht
   _labia = slijmen, vlijen, paaien. Wardá bo di hende ku labia! - Kijk uit voor mensen die je slijmen.
   _Labírgen = Heilige Maagd
   _labirinto = doolhof, labyrint.
   _labishan [C.] = grote kruik
   _labor = arbeid. ofisina di labor - arbeidsbureau. labor fòrsá - dwangarbeid.
   _laborá = arbeiden
   _laboral = arbeids- asuntonan laboral - arbeidszaken. fòrsa laboral - arbeiders bestand.
   _laborante = laborant
   _laboratorio = laboratorium
   _lachi = 1: lade; 2: rimpel (in gezicht)
   _lacrimógeno[S.] = traanverwekkend; gas lacrimógeno - traangas
   _ladra [A.] = blaffen. (C.: wou)
   _ladramento = geblaf
   _ladron = dief, inbreker. e tin kar'i ladron - hij heeft een boeventronie
   _ladronisia = diefstal, inbraak; verduistering
   _laf = saai, flauw, ongezellig, slap
   _laga = laten; achterlaten; nalaten; verlaten. kon por laga! - dat spreekt vanzelf! Lag'é numa. - Laat maar zitten. Lag'i ta nèk! - Kom nou! (je houdt me voor de gek) Lag'é bin numa! - Kom maar op (met iets te drinken of te eten). si e t'ei of lag'i t'ei, - of hij er is of niet. El a laga su kasá. - Hij heeft zijn vrouw verlaten. Mi no por laga di hasi'é. - Ik kan niet nalaten 't te doen. Nan no a laga lus na Playa! - Ze hebben alle lichtjes in de stad opgekocht!
   _lagadishi = hagedis
   _lago = [znw] meer
   _LAGO = voormalige Exom olierafinaderij Aruba
   _lágrima = traan. na lágrima - in tranen.
   _lagun = lagune
   _laiko = leek
   _laira [A.] = lucht. den laira - in de lucht. na laira - de lucht in; boven, omhoog
   _lakru = [znw] laken
   _lamá = zee. (zie: laman)
   _laman {ng} = zee. [ook fig.]. laman ta yen / yena - gezegd om iemand te waarschuwen dat de persoon waarover men praat in aantocht is. kant'i laman - aan zee.
- open zee. laman haltu - open, volle zee.
   _lamantá [vero.] = opstaan
   _lamchi = [znw] lam. Lamchi di Dios - Lam Gods. Ata e Lamchi di Dios - Zie het Lam Gods.
   _lamentá = betreuren
   _lamentabel {stomme e} = betreurenswaard(ig)
   _lamento = getreur
   _lamper {stomme e} [A.] = bliksem. (C.: werlek)
   _lampi = lamp. lampi di kerosin - olielamp
   _lamuerta = Magere Hein; Pietje de Dood.
   _lamunchi = lemoen
   _lana = wol; vacht. Bai pa lana, bini pelá. - Van 'n koude kermis thuiskomen.
   _landa = zwemmen
   _landadó _landador = zwemmer
   _landamento = [znw] het zwemmen
   _landra [B.] = zwemmen
   _lansa = [znw] lans; speer. [ww] lanceren
   _lansamento = [znw] lanceren, lancering
   _lansòp = gemarineerde uien en groene pepers
   _lanta = 1. opstaan; wakker worden; opwekken; (zich) oprichten; opsteken (v. wind); opstijgen. lant' ariba - opstaan. lanta buelo - opstijgen (v. vliegtuig). lanta ekspektashon(nan) - verwachtingen wekken. lanta para - gaan staan. 2. in opstand komen. 3. opvoeden, groot brengen.
   _lantamento = 1. het opstaan, wakker worden; opwekken; oprichting; opsteken, opstijgen; 2. opstand, oproer. 3. opvoeding, het groot brengen
   _lantera = schort
   _lapi = uitstukken; oplappen. karson gelapi - 'n uitgestukte broek.
   _laptap = potdicht
   _lareina = koningin. aña di lareina - koninginnedag
   _larga = 1. wisselen, klein maken (van geld). plaka largá= kleingeld. 2. [C.] laten; (zie: laga)
   _largo = lang. largo bai - voortdurend; steeds weer; alsmaar. unb siman largo - 'n week lang.
   _largura = lengte
   _laria [C.] = lucht. den laria - in de lucht. na laria - de lucht in; naar boven; omhoog. (A.: laira)
   _las = lies
   _lasayona = [letterl] satans vrouw. [fig.] kenau, serpent,sekreet
   _laseis = taaie onkruidsoort
   _laso = band [fig.]. laso familiar - familieband; bloedverwantschap. laso di amistat - vriendschapsband. laso matrimonial - huwelijksband
   _lastik = elastiek
   _lástima = jammer
   _lastimamente = helaass
   _lastimoso = zielig; beklagenswaard
   _lastra = 1. trekken, slepen, kruipen, sleuren, meesleuren; sjorren, sjouwen. 2. afbeulen; 3. door 't slijk halen [fig]
   _lastrá = afbeuling, 'n zware (arbeids)dag
   _lastramento = [znw] gekruip, gesleur, gezeul
   _lat = laat; te laat. Bo ta lat! - Je bent te laat!
   _lata = lat
   _latente = latent
   _lateral = lateraal, zijdelings
   _latin = [znw] Latijn(s)
   _latino-amerikano = [znw] Latijns-Amerikaan; [bnw] latijns-amerikaans
   _latino = [znw] latijns-amerikaan. [bnw] latijns
   _latitut = (geogr.) breedte
   _lavamano [S.] = wastafel, wasbak.
   _lavaplato [S.] = aanrecht
   _lavèt = in: duna un hende su lavèt - iemand ongezouten de waarheid zeggen.
   _leal = [bnw] trouw, loyaal
   _lealmente = [bw] trouw, loyaal
   _lealtat = [znw] trouw, loyaliteit
   _leba = [mar.] deinen. Laman ta leba. - Er staat een deining.
   _lebá = [mar.] deining
   _lebamento = [mar.] het deinen; deining
   _lebe-lebe = zandvliegje
   _lebumai = [WW] geen aandacht besteden aan. Lebumai! - Laat maar lopen!
   _lechero = melk-. baka lechero - melkkoe
   _lechi = melk
   _lechuga = sla
   _legal = [bnw] legaal, wettelijk; rechtsgeldig; rechtskundig
   _legalidat = legaliteit, wettigheid; rechtsgeldigheid
   _legalisá = legaliseren; wettigen; wettig maken
   _legalisashon = legalisering, wettiging
   _legalmente = [bw] legaal, wettelijk; rechtsgeldig; rechtskundig
   _legisladó = wetgever
   _legislashon = wetgeving
   _legislatibo = wetgevend. poder legislatibo - wetgevende macht
   _legitimidat = legitimiteit; rechtmatigheid; wettigheid
   _legitimisashon = wettiging
   _legítimo = legitiem; rechtmatig; wettig. hasi legítimo - wettigen.
   _legría = blijdschap, vreugde, opgewektheid, vrolijkheid, plezier
   _lei = [znw] wet. Lei pa un, lei pa tur. -Gelijke monikken, gelijke kappen. [ww] leiden, geleiden. Mi no mag lei e. - Ik mag hem niet.
   _leim = [znw] lijm. [ww] lijmen
   _leishi = lijst [om portret e.d.]; omlijsting.
   _lèk = lik; beetje
   _lèkdor = likdoorn, eksteroog.
   _lektor = lezer
   _lektu = uitlikken
   _lektura = lezing
   _lele = 1. roeren; roerend aanmaken (v. saus e.d.); 2. dralen, rekken, lummelen. lele Toni[C.] - De heilige Antonius aanroepen
   _lèlè = lel. lèl'i horea - oorlel.
   _lema = motto; slagzin; spreuk ; wapenspreuk
   _lembe = likken; [fig.] strooplikken, slijmen
   _lembechi = strooplikker, hielenlikker, stroopsmeerder
   _len = leunen; schuin staan, houden of hangen; zich vlijen (kontra - tegen)
   _lenga = 1. tong. 2. taal.
   _lengon = [bnw/znw] roddelaar(ster); kwaadspreker/ster; kletskous
   _lenguahe = spraak
   _lenso = zakdoek; servet
   _lentamente = [bw] langzaam
   _lento = [bnw] langzaam
   _lèp = lip
   _lèpia = (zitten te) niksen; zich doodvervelen.
   _leplá = in: koko leplá - het zachte vlees uit de kokosnoot.
   _lèrdu = [znw] slappeling. [bnw] slap (v. karakter).
   _lès = les
   _lesa = lezen
   _lesadó _lesador = lezer; voorlezer
   _lesamento = [znw] lezen
   _lesna = bureau, lessenaar
   _lèter{stomme e} = letter
   _letra = tekst (v. lied e.d.)
   _leu = ver. leu ayá - ver weg; in de verre verte. leu fò'i kas - ver van huis. Nos ta mes leu. - We zijn nog even ver. E ta leu di ta kompleto. - 't Is verre van volledig. keda leu di... - zich ver(re) houden van... Asina nos ta keda mes leu. - Dat brengt ons geen stap verder.
   _leve = zwak, licht [v. gewicht, geluid etc.]
   _libanes = Libanees
   _liber {stomme e} = vrij
   _liberá = bevrijden, verlossen
   _liberal = [bnw] liberaal; vrijzinnig
   _liberalmente = [bw] liberaal; vrijzinnig
   _liberalismo = liberalisme, vrijzinnigheid
   _liberashon = bevrijding; verlossing
   _libertador = bevrijder
   _libertat = vrijheid
   _libra = [znw] Amerikaans pond. [ww] behoeden, bewaren. Dios libra! - God beware mij!
   _líder {stomme e} = leiderv
   _liderazgo[S.] = leiderschap
   _lidia= verzorgen, verplegen, leiden (v. patiënt). El a lidia su mama malu pa añanan largo. - hij/zij heeft zijn/haar zieke moeder jarenlang verzorgd.
   _lidiamento = verzorging, verpleging [zie: lidia]
   _ligá = verwant (ku - aan)
   _ligamento = band, verbindingsband; [med.] ligament(en).
   _lihé = 1. vlug, snel, gauw, rap. hasi lihé - opschieten, voortmaken. No papia asina lihé. - Niet zo snel praten. 2. licht (v. gewicht)
   _liheresa = rapheid, vlotheid; snelheid.
   _lik = [znw] lek. [ww] lekken; uitlekken [ook fig.]
   _likidá = opheffen, likwideren
   _likidashon = opheffing, likwidatie
   _líkido = [znw] vloeistof, vocht. [bnw] vloeibaar
   _likmento = lekkage
   _limbo = voorgeborgte
   _limitá = [ww] beperken. [bnw] beperkt
   _limitashon = beperking
   _límite = begrenzing, grens, limiet
   _limosna = aalmoes. pidi limosna - bedelen.
   _limpi = schoon. hasi limpi - schoonmaken
   _limpia = schoonmaken; [neus, mond] afvegen. [dubbelzinnig]: neuken, naaien
   _limpiesa = schoonmaak, reiniging. servisio di limpiesa - reinigingsdienst
   _lingüista = linguist, taalkundige
   _lingüístika = linguistiek, taalkunde
   _lingüístiko = linguistisch, taalkundig
   _liña = lijn. liñ'i paña - waslijn
   _lisensia = vergunning
   _lisensiá = vergunning houdend
   _lisinbein = duizendpoot
   _liso = glad; sluik
   _lista = lijst
   _listo [S.] = klaar
   _listra = doorzoeken, huiszoeking doen; fouilleren
   _listramento = huiszoeking; fouillering
   _literal = [bnw] letterlijk; woordelijk.
   _literalmente = [bw] letterlijk; woordelijk.
   _lo = 1. toekomende tijdspartikel. lo mi bin - ik zal komen. nos lo bin - wij zullen komen. (voor de 3 personen enkelvoud bij voorkeur voorafgaand.) 2. [S.] het [ldw] lo útil - het nnuttige
   _lodia = met leem aansmeren (bij bouw lemen huizen)
   _lodo = modder
   _logra = klaarspelen, slagen, bereiken
   _logro = succes
   _loi = looien
   _lokal = [bnw] lokaal, plaatselijk
   _lokalidat = [znw] lokaal
   _lokalisá = opsporen
   _lokalisashon = opsporing
   _lokalmente = [bw] lokaal, plaatselijk
   _loke = [betr.vnw] wat; datgene wat. loke bo dí no ta korekto. - Wat je zei is niet juist.
   _lokia = kakelen
   _loko = [znw] gek, dwaas; krankzinnige. - Elke gek heeft zijn gebrek. [bnw] gek, mal, dwaas; waanzinnig, krankzinnig. loko di remata - stapelgek. kabes loko - met het hoofd op hol. Kò'i loko! - onzin! pa loko - als 'n gek.
   _lokura = waanzin; dwaasheid; verstandsverbijstering; rage; gekheid; gekkigheid
   _lokutor = omroeper
   _lolo = sufferd, sukkel, lul [fig.] kluns, onnozele hals, uilskuiken. LOLO DI AWA - zeepier; [fig.] flapdrol; boerenlul
   _lomba = rug. lomba sunú - met blote bast. manteka di lomba - ruggemerg. weg'i lomba - haasje-over. wes'i lomba - ruggegraat [ook fig.]. tur kos ta riba mi lomba. - Alles rust op mijn schouders.
   _lombra-paga = waterpokken
   _lombra = blinken
   _lombrishi = navel; navelstreng. unda su lombrishi ta derá - waar zijn/haar wieg heeft gestaan.
   _lona = zeil, zeildoek; dekzeil; canvas
   _longitut = (geografische) lengte
   _lora = [znw] papegaai. [ww] rollen, oprollen, opstropen
   _loramento = [znw] het rollen, oprollen
   _lòs = [bnw] los; [ww] losmaken
   _los = porcelein (= de stof)
   _lòt = lot (uit loterij e.d.)
   _lote = voorraad; zending
   _lotería = loterij
   _lou = lauw
   _loudat = [tsw] Niks! Geen resultaat!
   _luango = kakelbont. bisti luango - kakelbont gekleed gaan
   _lubidá = vergeten. Lubidá! - Vergeet 't maar! lubidá riba un hende - iemand helemaal vergeten
   _lubriká = [ww] smeren; doorsmeren. [bnw] ingevet; gesmeerd; doorgesmeerd.
   _lubrikante = smeermiddel, glijmiddel.
   _lucha = [znw] strijd, gevecht. [ww] strijden, vechten
   _luchadó = strijder
   _lugá = plaats; ruimte. na lugá di - in plaats van. na promé, di dos, di tres etc. lugá - ten eerste, tweede, derde etc. Lugá! - Maar nee, hoor!
   _lugar[vero.] = plaats (zie: lugá)
   _luho = [znw] luxe
   _luhoso = [bnw] luxe, luxueus
   _lukratibo = lucratief; winstgevend
   _luna = 1: maan; luna di miel - huwelijksreis. luna folman - volle maan. luna nobo - nieuwe maan. luna kresiente - wassende maan. luna menguante - afnemende maan. 2: maand. luna pasá - vorige maand. otro luna - volgende maand
   _lunar = [znw] moedervlek. [bnw] maan-, maans- kleps lunar - maansverduistering
   _lur = loeren
   _lus = [znw] licht. duna lus - bevallen [v. baby] pal'i lus - lichtmast; telefoonpaal
   _lùs = strik; lus
   _lusa = verlichten [fig.]. Lus eterno lusa p'é. - Het eeuwig licht verlichte hem, haar.
   _lusafé [C.] = lucifer; (A.: suaflu)
   _lusi = schitteren; verfraaien
   _lusifó = stoplicht
   _luto = rouw. na luto - in de rouw

   _ma = maar
   _machete = kapmes
   _machi = moedertje, oudje (gezegd tegen oude vrouwen)
   _machiká = [ww] 1. kouwen; prakken. 2. kreukelen, kreuken, verkreukelen; verfomfaaien. [bnw] 1. geprakt. 2. verkreukeld; verfomfaaid. batata machiká - aardappelpuree.
   _machismo = mannelijkheidswaan; hanigheid
   _machista = mannelijkheidswaan hebbend
   _macho = mannelijk
   _machor = manwijf, haaibaai
   _madam Janet = Chilipeper
   _madelòr = in: papia manera lora madelòr - praten als 'n kip zonder kop.
   _madoha = sluimer. bai den un madoha - wegdoezelen.
   _madrastra = stiefmoeder
   _madrina = peettante, meter. Bo madrina ku bo, tende! - Je Zuster!
   _madú = oma, opoe, grootmoeder
   _madurá = [ww] rijpen. [bnw] rijp; voldragen
   _madures = rijpheid; volgroeidheid, volwassenheid
   _maduro = rijp
   _madushi = oma, opoe, grootmoeder
   _maestro = meester; onderwijzer; leraar. maestro di seremonia - ceremoniemeester
   _mag = mogen (zonder: ta). tin mag - mogen
   _magia = magie; tovenarij; goochelkunst; kunstje
   _mágiko = [znw] magiër; goochelaar. [bnw] magisch; tover-; garoti mágiko - toverstaf.
   _maha = zeuren, zaniken
   _mahamento = gezeur, gezanik
   _mahos = lelijk
   _mai = mama
   _maínta = morgen; ochtend
   _maíshi = sorgum; mais. maíshi grandi - mais. maísh'i rabo - sorgum (bicolor).
   _maka = in: saka maka - de vuile was buiten hangen [fig.]
   _makakería = aanstellerij
   _makaku = 1. aap. 2. aansteller/ster. makaku ta hunga ku su yiu te ora e saka su wowo. - De kruik gaat zo lang te water tot hij barst. Awa di dos bes, no sa muha makaku. - 'n Ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ounke bo ta bisti makaku di seda, makaku e ta keda. - Al draagt 'n aap 'n gouden ring, 't is en blijft 'n lelijk ding. Makaku sa kua palu e ta subi. - Wie de schoen past, trekke hem aan. E ta makaku! - Wat 'n aansteller/ster!
   _makamba = Europese Nederlander. N' ta kò'i kanta makamba. - 't Is niet om over naar huis te schrijven.
   _makinaria = machinerie
   _makistá = beledigen (door recht voor z'n raap te reageren)
   _makiyahe = toilet; opmaak; make-up; schminken. Pone makiyahe - toilet maken.
   _makuto = mand. hòrta fò'i otro su makuto [C.] - iemand het brood uit de mond stoten.
   _mal = slecht. mal bida - 'n rot leven. mal ehempel - rotstreek. mal hende - rot vent/wijf. mal demonio - rotzak, smeerlap. mal muhé - rotwijf. mal trahá - slecht gebouwd. mal beis - slechte zin, slecht gehumeurd. di mal en peor[S.] - van kwaad tot erger. mal informá - slecht geïnformeerd.
   _mala = slecht. mala maña - rotstreken. mala mucha - stout
   _malagradesido = [bnw] ondankbaar; [znw] ondankbaar persoon.
   _maldat = [znw] kwaad, slechtheid; verdorvenheid
   _maldishon = vervloeking; verdoemenis
   _maldishoná = [ww] vervloeken; verdoemen. [bnw] verdoemd; vervloekt
   _maldito = [bnw] vervloekt; verdoemd
   _male = [tsw] God geve (zie: mara). Male bèrdè! - Was 't maar waar!
   _malechor = misdadiger
   _malesa = ziekte, kwaal. malesa di kaya - geslachtsziekte [fam.]. malesa di suku - suikerziekte.
   _maleta = koffer
   _malgastá = [ww] verknoeien, verspillen, verkwisten. [bnw] verknoeid; verkwist; verspild.
   _malgastamento = verspilling, verkwisting
   _maligno = kwaadardig (v. ziekte)
   _malisia = kwaadaardigheid
   _malisioso = kwaadaardig (v. karakter)
   _malkomportá = (zich) misdragen
   _malkomportashon = misdraging
   _malkontento = [znw] misnoegen; ontevredenheid. [bnw] misnoegd; ontevreden
   _malkriá = [ww] verpesten [van kinderen]; verwennen; slecht opvoeden. [bnw] verwend; verpest [van kinderen]; stout
   _malora = onheil
   _maltratá = mishandelen; toetakelen
   _maltrato = mishandeling
   _malu = 1. ziek. esnan malu - de zieken. bira malu - ziek worden. kai malu - ongesteld zijn. 2. slecht. biba na malu ku otro - in onmin leven met elkaar. pa malu - expres; met opzet. tuma na malu - kwalijk nemen.
   _maluku = huilebalk
   _malversá = zwendelen; oplichten.
   _malversashon = malversatie; zwendel; oplichterij.
   _mama = moeder. mama kalakuna - slechte moeder, die haar kinderen verwaarloost. N' ta yiu 'i mama! - Dat is geen kattepis! / Dat is 'n hele kluif!
   _mamai = mama
   _man {ng} = 1. hand; 2. handvat, handgreep; 3. klink; 4. wijzer. 5. kam (bananen). man bashí - met lege handen. man drechi - rechterhand. man robes - linkerhand. man tení - hand in hand. man na kabes - met de handen in 't haar. man na obra - de hand aan de ploeg. bou man - stiekem, clandestien, verborgen. riba man - overhaast. baha man - minderen. bati man - in de handen klappen. duna man - in ondertrouw gaan. duna un man - 'n handje helpen. kita man (for) di - de handen van iemand of iets terugtrekken. laba man - 1 de handen (in onschuld) wassen. 2. na een begrafenis naar het sterfhuis gaan. pasa man ku - aanraken; jatten, pikken. saka man - de hand uitsteken. sali fò'i man - uit de hand lopen. Un man ta laba otro, dos ta laba kara. - Vele handen maken het werk licht. un kant'i man - 'n klap, 'n oorvijg.
   _maña = karaktertrekken, streken, manie. mala maña - rotstreken
   _mañan {ng} = morgen. mañan maínta - morgenochtend. otro mañan - overmorgen. Te mañan! - Tot morgen! No laga pa mañan, loke bo por hasi awe. - Stel niet uit tot morgen wat ge heden doen kunt.
   _mancha = [znw] 1. vlek, smet. mancha original - erfsmet. sin mancha - onbevlekt. 2. school (vissen). [ww] vlekken, bevlekken.
   _manda = 1: sturen, opsturen, zenden, opzenden. mucha mandá - boodschappenjongen. 2: bevelen, kommanderen, de macht hebben/uitoefenen; aan het bewind zijn.
   _mandamento = [znw] 1: verzending, het zenden. 2: gebod. E dies mandamentonan - de Tien Geboden
   _mandatario = bewindsman; machthebber; gezagsdrager
   _mandato = mandaat
   _manchi[C.] = mand; (A.: - makuto)
   _mané = (zie: manera)
   _manehá = besturen
   _manehadó = bestuurder
   _maneho = beleid; beheer. mal maneho - wanbeleid, wanbeheer, wanbestuur
   _manera = [znw] manier; wijze. di manera ku - zodat. na mi manera - op mijn manier. sin manera - onbeholpen; onbehouwen. [vw/bw] als; zoals; alsof
   _manga = 1. mouw. manga di kamisa - hemdsmouw. un blusa manga largo, kòrtiko, - een bloes met lange, korte mouwen. hisa manga. - de handen uit de mouwen steken lora manga - de mouwen oprollen. 2. brok of blok steen.
   _mangasina = schuur, magazijn
   _mangel {stomme e} = 1. snoep. 2. mangrove
   _manifestá = manifesteren
   _manifestante = manifestant
   _manifestashon = manifestatie
   _manifesto = manifest
   _maniobrá = maneouvreren
   _maniobra = moneouvre
   _manipulá = manipuleren
   _manipulabel {stomme e} = manupuleerbaar
   _manipulashon = manipulatie
   _manisé = [ww] ochtend worden. su manisé - de volgende ochtend
   _manká = [bnw] ontwricht, hinkend (door verstuiking e.d.)
   _manka = 1. ontwrichten, verzwikken, verstuiken (v. ledematen). 2. ontberen. Mi no ke manka mi kòfi! - Ik wil m'n koffie niet missen.
   _mankaron = [bnw] ondeugdelijk, gebrekkig. un mucha mankaron - 'n gebrekkig kind. [znw] koeksoort
   _mansa = deeg
   _mansedumbre = zachtmoedigheid.
   _manso = zachtmoedig. [v. dieren] tam.
   _manteka = boter. manteka di lòmba - ruggenmerg. bula ku (h)al'i manteka - boven z'n stand leven.
   _mantel {stomme e} = id., jas.
   _mantené = onderhouden; vasthouden; volhouden; aanhouden; doorzetten; beweren.
   _mantenshon = onderhoud
   _manual = [znw] handboek, handleiding. [bnw] handen-
   _manualmente = met de hand
   _manuskrito = manuscript
   _mapa = 1. landkaart; bouwtekening; plattegrond. pinta mapa - een bouwtekening maken. 2. map, klapper, ordner.
   _mara = [ww] binden; vastbinden; vastmaken, vastleggen; verbinden. mara su mes na - zich vastleggen op; zich verbinden tot. [tsw] God geve! Moge!
   _maramento = [znw] binden, verbinden, binding
   _maraviya = wonder.
   _maraviyoso = wonderlijk, wonderbaarlijk, schitterend, zalig.
   _marcha = [znw] mars; [C.] optocht. gran marcha - [C.] grote carnavalsoptocht. [ww] marcheren
   _marchitá = [ww] verwelken. [bnw] verwelkt
   _mardugá = vroege ochtend (van middernacht tot ongeveer 06 uur.); mardugá chikito - de vroege uurtjes (van middernacht tot rond 03 uur); mardugá grandi - voor het ochtendgloren (van 04 tot 06 uur).
   _marga = [ww] verbitteren; vergallen. [bnw] bitter
   _margá = verbitterd
   _márgen = marge
   _María = Marie
   _maribomba = wesp
   _mariko = flikker [vulg.]
   _marikon = flikker [vulg.]
   _marina = marine
   _marinero = zeeman
   _marinir = marinier
   _marítimo = zee-; bida marítimo - zeeleven. komersio marítimo - zeehandel. navegashon marítimo - zeescheepvaart. transporte marítimo - zeetransport.
   _marka = [znw] merk, merkteken, waarmerk. [ww] 1. markeren, merken, aanmerken, waarmerken; 2. uitzetten (van lijnen e.d.) 3. aanslaan, indrukken (v. telefoonnummer e.d.). tin un hende marká - iemand in de gaten houden
   _mars = in: saka un hende su mars p'e - iemand mores leren.
   _marshe (C.) = markt. (A.: merkado)
   _mart = maart
   _mártir = martelaar
   _martirio = martelaarschap
   _martirisá = martelen [ook fig.]
   _martíu = hamer
   _martiyá = hameren
   _mas = meer, meest. mas grandi - groter, grootst. mas i mas - hoe langer hoe meer. mas tantu - meestal. mas of menos - ongeveer. Ta mas n' tin! - 't Smaakt naar meer!
   _masa = massa
   _masagista = masseur
   _masakrá = uitmoorden, afslachten
   _masakre = moordpartij, slachtpartij
   _masal = [bnw] massaal
   _masalmente = [bwL] massaal
   _masashi = massage
   _masbango = vissoort
   _mashá =heel, zeer, erg. Mashá danki! - dank U (je) wel! mashá nada. - bijna niets
   _mashar [vero.] = heel, zeer, erg.
   _mashin = machine. mashin di kose - naaimachine. mashin di laba paña - wasmachine. mashin di laba kò'i kibra - vaatwasser.
   _masibo =massief
   _maske = hoewel, alhoewel, ofschoon
   _maskulino = mannelijk
   _mason = vrijmetselaar
   _masonería = vrijmetselarij
   _masturbashon = masturbatie; zelfbevrediging
   _mat = id.
   _mata = [znw] plant. [ww] doden; slachten. dal mata - doodslaan. tira mata - doodschieten. el a mata tres homber. - zij heeft drie mannen overleefd.
   _matadó = moordenaar; slachter
   _matamento = [znw] het doden; slachting
   _matansa = doding, moord
   _matemátika = wiskunde
   _matemátiko = [znw] wiskundige. [bnw] wiskundig.
   _materi = etter
   _materia = 1. materie. 2. metselspecie
   _material = materiaal
   _materialisá = verwezenlijken
   _materialismo = materialisme
   _materialista = [znw] materialist. [bnw] materialistisch
   _materna = moeder-. lenga materna - moedertaal.
   _maternal = moeder-; moederlijk. amor maternal - moederliefde
   _maternidat = moedrschap
   _matrimonial = huwelijks-
   _matrimonio = huwelijk
   _matris = baarmoeder
   _matutino = ochtendkrant
   _mayor = [znw/bnw] ouder
   _mayoría = meerderheid; (de) meeste(n)
   _mea = kous; sok. barig'i mea - veelvraat, vreetzak
   _mecha = lont; (kaarsen)pit
   _medaya = medaille
   _media = communicatiemiddelen; de pers.
   _mediadó _mediador = bemiddelaar. mediadó di gobierno - landsbemiddelaar
   _mediador = bemiddelaar
   _mediano = gemiddeld, middelmatig, middelbaar
   _mediante = middels, door middel van. Dios mediante! - met Gods hulp!
   _mediashon = bemiddeling; tussenkomst; voorspraak
   _medida = maatregel
   _medieval = middeleeuws. tempo medieval - Middeleeuwen
   _medio = middel. medio ambiente - milieu. Medio Oriente - Midden-Oosten. medionan finansiero - geldmiddelen.
   _mediokre = middelmatig.
   _medisina = geneeskunde
   _medisinal = geneeskundig; geneeskrachtig
   _meditá = mediteren, peinzen, overpeinzen
   _meditashon = meditatie, overpeinzing
   _mef = muf
   _mèfè-mèfè = [bnw] scharminkel(ig)
   _mei-mei = tussen
   _mei = [znw] mei. [bnw] 1. half. 2. wel; mei shen hende - Wel honderd mensen.
   _mekániko = [znw] monteur; technicus. [bnw] mechanisch; werktuiglijk
   _mèkè-mèkè = oogvet
   _melankolía = melancholie; weemoed; somberheid; zwaarmoedigheid.
   _melankóliko = melancholiek; weemoedig; somber; zwaarmoedig; droefgeestig.
   _mèldu = melden; aanmelden. vdv: gemèldu)
   _mèlè-mèlè = slap
   _mèlè = flikflooien. mèlè hende - flikflooien
   _melodía = melodie; wijs; wijsje
   _melodioso = melodieus; welluidend.
   _memoria = geheugen; herinnering; gedachtenis. den felis memoria - zaliger gedachtenis.
   _memorisá = memoriseren; opnemen (in geheugen), onthouden
   _memorisashon = opname (in geheugen)
   _men = betekenen, bedoelen. ke men (dí) - Dat wil zeggen. Ki bo ke men? - Wat bedoel je?
   _Mena = koosnaam voor Filomena of Philomena
   _menasá = bedreigen, dreigen
   _menasa = bedreiging, dreiging
   _menasante = dreigend, bedreigend
   _menchi _menshi = [anus] gat [fam.]. Su menchi a ploi. - hij/zij verging van de kou.
   _mendra = verminderen
   _mener = meneer. mener di skol - onderwijzer, leraar
   _mengua = afnemen, verminderen.
   _menguante = afnemend. luna menguante - afnemende maan
   _menor = kleiner; kleinst; jonger; jongst
   _menos = min; minder; minst; behalve. por lo menos[S.] - ten minste, minstens. Esei ta menos mal. - Dat is daaraantoe.
   _menosbálido = mindervalide
   _menospresiá = [ww] minachten; verachten. [bhnw] geminacht; minachtend; veracht(elijk).
   _menospresio = minachting;
   _menospudiente = minvermogend(e)
   _mensahe = boodschap
   _mensahero = boodschapper
   _menshon = vermelding
   _menospresiá = minachten; verachten
   _menshoná = noemen; vermelden
   _menshonabel {stomme e} = noemenswaard; vermeldenswaard
   _menstruashon = menstruatie
   _menta = noemen ; vermelden. menta nomber di un hende - iemands naam noemen.
   _mental = [bnw] mentaal, geestelijk
   _mentalidat = mentaliteit
   _mentalmente = [bw] mentaal, geestelijk. mentalmente retardá - geestelijk gehandicapt
   _mente = geest. Un mente sano den un kurpa sano - 'n gezonde geest in 'n gezond lichaam.
   _mentira = leugen. papia mentira - liegen
   _mentiroso = [znw] leugenaar. [bnw] leugenachtig.
   _menú = menu
   _MEP = Movimento Electoral di Pueblo = Arubaanse politieke partij
   _merdía = middag. entre merdía - tussen de middag. tra'i merdía - na de middag.
   _meresé = [vaak zonder ta] verdienen [fig.]
   _meridiano = breedtecirkel, meridiaan
   _merikano = [znw] amerikaan(se). [bnw] amerikaans
   _mérito = verdienste [fig.]; mérites
   _Merka = Amerika
   _merkado = markt
   _merkansía = koopwaar; goederen
   _mes = zelf; eigen; even; echt. mi mes - ikzelf, mijzelf. Mi ta hasi'é mi mes. - Ik doe 't zelf. Mi mes ruman - m'n eigen broer/zus. E ta mes grandi ku mi. - Hij is even groot als ik. E tamashá bunita mes. - 't Is echt heel mooi. Bo mes sa! - Je weet wel!
   _mesa = tafel. drecha mesa - de tafel dekken. kita mesa - de tafel afruimen. sinta na mesa - aan tafel gaan. dilanti di mesa bèrde - voor het gerecht, voor de rechter.
   _meskla = [znw] mengsel; vermenging. [ww] mengen, vermengen
   _meskos = hetzelfde. meskos ku - net als, evenals
   _meslá = metselaar
   _mesora = meteen, terstond
   _mester [zonder ta] = moeten. tin mester di - nodig hebben
   _mesun = dezelfde; hetzelfde
   _meta = doel
   _metal = metaal
   _metamórfosis = metamorfose; gedaanteverandering
   _mete = zich mengen (ku - in), zich inlaten (ku - met)
   _metemento = [znw] het zich mengen (ku - in)
   _meteora = meteoor
   _meteorita = meteoriet
   _meteorología = meteorologie; weerkunde
   _meteorológiko = meteorologisch; weerkundig.
   _meteorólogo = meteoroloog; weerkundige.
   _metí = verwikkeld (den - in)
   _metódikamente = [bw] methodisch
   _met&oacu8te;diko = [bnw] methodisch
   _método = methode
   _metslá = metselaar
   _meuchi = zeemeeuw
   _mi = ik, mij, me, mijn
   _midí = maat. Ku e midí ku bo ta midi bo próhimo, Dios lo midí bo. - Met de maat waarmee gij meet, zult ge gemeten worden.
   _midi = meten, opmeten
   _midimento = [znw] het meten, opmeten
   _miedo = angst. tin miedo= bang zijn. No tene miedo! - Wees niet banbg! pa miedo di - uit vrees voor. pa miedo ku - uit vrees dat.
   _miedoso = [znw] bangerik. [bnw] bang, angstig, vreesachtig
   _miembresía = lidmaatschap; leden
   _miembro = lid
   _mientras (ku) = terwijl; naarmate, naargelang. mientras tanto - ondertussen; inmiddels
   _mièrdè = stront
   _migra = migreren; trekken [vogels, volkeren]
   _migrashon = migratie; trek
   _mihó = beter, best. Tantu mihó - des te beter.
   _mihorá = verbeteren; mihorá su mes - zich verbeteren (in positie)
   _mihorabel {stomme e} = verbeterbaar
   _mihoransa = verbetering; vooruitgang
   _mihorashon = verbetering
   _miksto = gemengd. sintimentonan miksto - gemengde gevoelens
   _mil = duizend
   _milagrosamente = [bw] wonderbaarlijk, op wonderbaarlijke wijze
   _milagroso = [bnw] wonderbaarlijk
   _milaguer {stomme e} = wonder
   _militansia = 1. strijdvaardigheid, strijdlust. 2. supporters, propagandisten (voor politieke partijen)
   _militante = militant, strijdbaar, strijdlustig, strijdvaardig
   _militar = [znw+bnw] militair.
   _militarismo = militarisme
   _militarista = [znw] militarist. [bnw] militaristisch
   _milon = meloen. milon di seru[C.] - bolcactus
   _mimá = verwend
   _mima = verwennen
   _mimamento = verwenning
   _mimo F = kleinzerig
   _mina = [znw] mijn. [ww] ondermijnen; ondergraven.
   _mineral = mineraal, delfstof; erts
   _minero = mijnwerker
   _minimal = [bnw] minimaal; op z'n minst
   _minimalisá = minimaliseren; verkleinen
   _minimalisashon = minimalisering; verkleining
   _minimalmente = [bw] minimaal; op z'n minst.
   _mínimo = [znw] minimum. e mínimo absoluto - het uiterste minimum. [bnw] minimaal, miniem, minst
   _ministeriabel {stomme e} = m inisteriabel
   _ministerial = ministeriëel
   _ministerio = ministerie
   _ministro = minister
   _minti = verloochenen. Bo n' por minti bèrdè. - De ware aard verloochent zich niet.
   _minusiosamente = [bw] minutieus
   _minusioso = [bnw' minutieus
   _minüt = minuut
   _mira = zien; kijken
   _miron = toeschouwer, omstander; nieuwsgierige toekijker
   _misa = kerk(gebouw) [RKK]; mis. santo sakrifisio di misa - Heilige Mis. misa antisipá - weekeindmis op zaterdagavond. misa kantá - gezongen heilige mis. na misa - in/bij de kerk. den misa - in de kerk. durante misa - tijdens de mis.
   _misal = missaal
   _misandr&iaccute;a = mannenhaat; afkeer van mannen.
   _misantrópiko = [bnw] misantroop, misantropisch
   _misántropo = misantroop
   _miserabel {stomme e} = armoedig, armetierig, armzalig
   _miseria = misère
   _miserikordia = barmhartigheid. sin miserikordia - ongenadig, onbarmhartig
   _miserikordioso = barmhartig
   _mishi (ku) = aanraken, aankomen. No mishi! - Niet aankomen! Blijf ervan af! No mishi ku mi! - blijf van me af! Ki mishí bo akí? - Wat doe jij hier? Ki mishí bo riba kaya? - Wat doe jij op straat?
   _mishon = missie
   _mishonero = missionaris; zendeling.
   _misil = projectiel; raket
   _miskiña = [znw] 1. kleingeestig mens. 2. vrek, gierigaard, schraalhans [bnw] 1. kleingeestig; 2. hebberig, vrekkig, gierig, schraperig
   _misógino = misogyn; vrouwenhater
   _misterio = mysterie
   _misteriosamente = [bw] mysterieus, raadselachtig
   _misterioso = [bnwsmysterieus, raadselachtig
   _mitar = [znw] helft. [bnw] half. mitar saya - onderrok. mitar di dos[C.] - half twee.
   _miya = mijl; mijlpaal
   _miyon = miljoen
   _mo [A.] = oom [+naam]; mo Pe -oom Piet. (C.: om)
   _móbil = beweegbaar; beweeglijk; mobiel
   _mobilidat = mobiliteit; verplaatsbaarheid
   _mobilisá = mobiliseren; op de been brengen (v. politie e.d.)
   _mobilisabel {stomme e} = mobiliseerbaar
   _mobilisashon = mobilisatie; het op de been brengen van groepen.
   _mochi = moot
   _moda = mode. na moda - in de mode. Nan no tin moda ni di muri. - Ze hebben geen nagel om zich te krabben. N' ta moda! - 't Is ongelooflijk, onvoorstelbaar!
   _modelá = modelleren; boetseren
   _modelahe = modellering; boetseerkunst
   _modelo = model
   _modernisá = moderniseren
   _modernamente = [bw] modern
   _moderno = [bnw] modern
   _modestia = bescheidenheid
   _modesto = bescheiden
   _modifiká = modifiëren, wijzigen
   _modifikashon = modificatie, wijziging
   _modo = manier, wijze. di modo ku - zodat. Di otro modo - op 'n andere manier. Na mod'i bisa, papia - bij wijze van zeggen, spreken. di ningun modo - op generlei wijze. No tin modo di muri - 't erg slecht hebben.
   _mofa = spot, spotternij; schimpscheut. hasi mofa di un hende - iemand bespotten
   _mòfer {stomme e} = knalpijp; knaldemper
   _mòfi = [ORNITH.] SOORT mus
   _mòfler {stomme e} = knaldemper, uitlaat
   _mohé = [streektaal] vrouw
   _moher = [streektaal] vrouw
   _Moises = Mozes
   _mòkel {stomme e} = moker, voorhamer
   _mokete = vuist, knuist; vuistslag, stomp
   _moketeá = stompen; slaan met de vuisten
   _molèster {stomme e} = last, ongemak, ongerief; overlast. kousa molèster - last bezorgen. Danki p'e molèster! - Bedankt voor de moeite.
   _molestiá = lastig vallen. E kos ta molestiá mi. - Ik zit ermee in m'n maag.
   _moli = zacht, week
   _molia = weken; zacht maken.
   _molina = 1. molen molina di biento - windmolen. 2 [ornit] maag.
   _momento = moment; ogenblik. ni un momento so. - geen enkel moment.
   _Momo = Momus; kimamento di momo - vastenavond (waarop koning Momus wordt verbrand)
   _monarka = monarch, vorst
   _monarkía = monarchie, vorstenhuis
   _monarkista = monarchist(isch)
   _mondi = wildernis, ongecultiveerd land, struikgewas; bos
   _mondongo = 1. pens; buk'i mondongo - boekmaag. 2. binnenste (van iets), binnenwerk. saka un hende su mondongo. - Iemand tot op de naad uithoren.
   _moneda = munt
   _mongol = mongool [plat]
   _monstruo = monster, gedrocht, wangedrocht
   _monstruoso = monsterlijk, gedrochtelijk
   _montamento = spiritisme
   _montante = bedrag
   _monton = hoop, (=afval, geld e.d.); stapel
   _montoná = ophopen; stapelen; vergaren
   _monumental = monumentaal
   _monumento = monument
   _mòp = [znw] mop (om te schrobben); zwabber. [ww] schrobben (met mobp); zwabberen.
   _moral = moreel; zedelijk.
   _moralidat = moraal; moraliteit; zedelijkheid.
   _moralista = moralist; zedenmeester.
   _mòrde = 1. bijten; happen. 2. pijn doen; schrijnen. Mi kabes ta mòrde - Ik heb hoofdpijn.
   _mordí = beet
   _moreno = licht bruin
   _moribundo = zieltogend, stervend (niet van mensen of dieren)
   _mòrkòi = (land)schildpad. Bo no por ranka pluma fò'i mòrkòi. - Van 'n kale kip kun je geen veren plukken. akshon di morkòi - stiptheidsaktie
   _mòro = [tsw] (goeie) morgen!
   _morochi = tweeling
   _morocho = tweeling
   _moroton = gedrongen [v. mens of dier]
   _mòrs = morsen, knoien, prutsen, klungelen; spelen
   _mòrsmento = geknoei, gepruts, geklungel
   _mòrspòt = geknoei. hasi mòrspòt - zitten te knoeien
   _mortal = [bnw] sterfelijk; dodelijk. restonan mortal - stoffelijke resten. [znw] sterveling
   _mortalidat = sterfte; sterfelijkheid
   _mortalmente = [bw] sterfelijk;dodelijk.
   ; _mortífero [S.!] = dodelijk
   _mortifiká = (zich) versterven
   _mortifikashon = versterving
   _mòrto = dood. mòrto kansá - doodmoe. mòrto na soño - vast in slaap. mòrto-mòrto - morsdood
   _mortuario = mortuarium
   _mosaik = tegel; tegels. pega mosaik - tegels zetten
   _mosaiko = tegel; tegels; mozaiek
   _mòsh = spelen, knoeien, prutsen, klungelen, rommelen. Mi n' ta mòsh ku bo! - Ik speel niet met jou! (kindertaal)
   _mòshmento = geknoei, gepruts, geklungel, gerommel
   _moshon = motie
   _mòstert }stomme e} = mosterd
   _mòt-mòt-mòt = het geluid van een kikker
   _mota = dons [om te poeieren e.d.]
   _motibo = reden; aanleiding. pa motibo di - vanwege. p'e motibo ei, - om die reden. pa ékis motibo - om onbekende reden(en). (zie: ékis)
   _motin = buit
   _motivá = motiveren
   _motivashon = motivatie
   _motor = motor
   _motosaik = motorfiets
   _motosiklismo = het motorrijden; motorsport
   _motosiklista = motorrijder, motorfiets berijder
   _move = bewegen. sin move - onbeweeglijk
   _moveshon = beweging
   _movimento = beweging [organisatie]
   _mucha-homber = jongen
   _mucha-muhé = meisje
   _mucha = kind (= onvolwassen mens); jongen, meisje. mucha mandá - boodschappenjongen. bon mucha - lief (v. kind); braaf (v. hond e.d.). mala mucha - stout; stouterd. E ta muchu mucha pa... - Hij is veel te klein om ...
   _muchachada = (klein)zielig gedoe; kinderachtig gedoe.
   _muchila = rugzak
   _muchu= te, al te; muchu hopi - te veel.
   _muda = verhuizen
   _mudansa = verhuizing
   _mudo = stom (= niet kunnende praten)
   _muebel = meubel
   _muebla = meubileren
   _muestra [S.] = monster, voorbeeld; staal(tje); blijk; teken. duna muestra di - blijk geven van. un muestra di stimashon - 'n teken van liefde.
   _mùf = muf
   _muf = verhuizen, weggaan
   _muha = bevochtigen, nat worden, nat maken; water geven (planten)
   _muhá = nat; vochtig; klam. papa muhá - kletsnat
   _muhé = [C./A.] vrouw; [A.] wijf
   _muher [vero.] = vrouw. e muher ei - dat wijf
   _muherero = vrouwenjager, snoeper
   _mula = [ww] 1. malen. karni mulá - gehakt. 2. zwoegen, ploeteren. [znw] muilezel; drugskoerier
   _multa = [znw] boete, bekeuring. [ww] beboeten, bekeuren
   _multiple = veelvoud(ig)
   _multipliká = vermenigvuldigen
   _multiplikashon = vermenigvuldiging
   _multitut = menigte, schare
   _mundano = werelds, mondain, aards
   _mundo = wereld
   _mundu = wereld. e di tres mundu - de Derde Wereld. henter mundu - de hele wereld. ront mundu - op/over de hele wereld. gosa un mundu - geweldig genieten. Un gritamento di otro mundu. - 'n Geschreeuw van jewelste.
   _munishon = munitie
   _munisipal = gemeente-, gemeentelijk. gobierno munisipal - gemeentebestuur. konseho munisipal - gemeenteraad
   _munisipio = gemeente
   _munstra = tonen; eruit zien, laten zien
   _muraya = muur; wand
   _muri = sterven; doodgaan. muri pa un hende - smoor (verliefd) zijn op iemand. muri pa (un kòpi kòfi) - snakken naar een (kop koffie). Bai muri leu! - Val dood!
   _murmurá = fluisteren; mopperen; prevelen
   _músika = muziek
   _muska = vlieg
   _muskular = spier-
   _múskulo = spier
   _mustra _munstra = tonen, laten zien; aanwijzen
   _mutilá = verminken
   _mutuamente = ;bw' wederkerig, wederzijds.
   _mutuo = ;bnw' wederkerig, wederzijds.
   _mutilashon = verminking
   _mutuo = ;bnw' wederkerig, wederzijds.
   _muy (S.!) = zeer, heel, erg (p.: mashá, hopi); muy pronto (S.!) - heel gauw. muy en particular(S.!) - heel in 't bizonder.
   _muzik = muziek

   _n' = no
= niet, geen. Mi n' sa! - Ik weet 't niet.
   _na = op; te; in; bij. (nadruk en toonverhoging voor pers.vnw mi en bo) na ora - op tijd. na kas - thuis. na kantor, skol - op kantoor, school. na trabou - op 't werk. na Playa, Santa Cruz, Noord ... - in de Stad, Santa Cruz, Noord ... na beach - op/aan het strand. na misa - in de kerk. na santana - op 't kerkhof. na televishon, radio - op de tv, radio. na mesa - aan tafel. na moda - in de mode.
- in 't groot. Na ordu! - Tot Uw dienst! baha na awa, na katuna - met de noorderzon verdwijnen. splika un kos na plaka chikito - iets haarfijn uitleggen. E tin plaka na granel. - Hij heeft hopen geld. Pone un hende su kara na bergüensa - iemand te schande maken.
   _nada = niets. mashá nada - bijna niets. N' ta nada. - 't Geeft niet. N' ta yudá bo na nada. - 't helpt je geen steek.
   _namorá = [ww] verliefd worden (di - op). [bnw] verliefd (di - op).
   _namoramento = verliefdheid
   _nan {ng} = zij, ze [mv], hen, hun; ook uitbreidingspartikel.
   _nanishi = neus. Esun ku korta su nanishi, ta daña su kara - Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.
   _Nanzi = hoofdfiguur uit Nanzi-verhalen;Nanzi of Kompá Nanzi is een spin.
   _ñapa = toegift, extraatje
   _nase = geboren worden
   _nasé[C.] = [volt.deelw./bnw] geboren
   _nasemento = geboorte
   _nashon = natie
   _nashonal = nationaal; vaderlands
   _nashonalidat = nationaliteit
   _nashonalismo = nationalisme
   _nashonalista = [bnw] nationalistisch. [znw] nationalist
   _nasimento = geboorte
   _nasí [A.] = [volt.deelw./bnw] geboren
   _natal = [bnw] geboorte-; fecha natal - geboortedatum. tera natal - geboortegrond.
   _natalicio (S.!) = [bnw] geboorte-; fecha natalicio - geboortedatum.
   _natashon = zwemkunst, zwemsport; het zwemmen
   _natural = [bnw] natuurlijk
   _naturalesa = natuur
   _naturalisá = [ww] naturaliseren [bnw] genaturaliseerd
   _naturalisashon = naturalisatie; naturalisering
   _naturalmente = [bw] natuurlijk
   _nave = vaartuig. nave spasial - ruimtevaartuig
   _navegá = varen
   _navegante = varend(e); zeevarend(e).
   _navegashon = scheepvaart
   _nèchi = {bnw] net; netjes, fatsoenlijk
   _negashon = ontkenning
   _negatibo = negatief
   _negligensia = nalatigheid, achteloosheid; veronachtzaming; achterstelling; plichtverzaking, plichtverzuim
   _negligente = nalatig, achteloos
   _neglishá = [ww] verwaarlozen; veronachtzamen; nalaten; negeren; achterstellen. [bnw] verwaarloosd; achtergesteld
   _neglishamento = verwaarlozing
   _negoshá = handelen, handel drijven
   _negoshabel {stomme e} = onderhandelbaar
   _negoshabilidat    _negoshadó _negoshador = onderhandelaar
   _negoshante = zakenman, koopman
   _negoshashon = onderhandeling
   _negoshi = zaak, handel, bedrijf
   _negro = neger
   _neishi [A.] = nest. (C.: nèshi)
   _nèk = [znw] nek. trose un hende su nèk p'e. - iemand de nek omdraaien. [ww] nekken, foppen, voor de gek houden. Lag'i ta nèk! - Maak dat je grootje wijs!
   _nenga = ontkennen; weigeren.
   _nengamento = ontkenning; weigering.
   _nervio = zenuw. tin nervio - zenuwachtig zijn
   _nerviosidat = nervositeit; zenuwachtigheid
   _nervioso = zenuwachtig
   _nesesariamente = [bw] nodig, noodzakelijk
   _nesesario = nodig, noodzakelijk
   _nesesidat = nood; noodzaak
   _nèshi (C.) = nest. (A.: neishi)
   _nèt-nèt = net (passend)
   _nèt = net; zojuist
   _netamente = echt; precies. netamente arubano - echt arubaans
   _neurología = neurologie, zenuwspecialisme
   _neurológiko = neurologisch
   _neurólogo = neuroloog, zenuwarts
   _ni = noch; nog geen .... Ni dies plaka e no tábata tin. - Hij/zij had nog geen kwartje. ni ... ni ... - noch ... noch ... ni un - geen enkel; ni sikiera - zelfs niet
   _nieta = kleindochter
   _nieto = kleinkind, kleinzoon
   _nifiká = betekenen
   _nifikashon = betekenis
   _ningun = geen; geen een. ningun hende - niemand. ningun lugá - nergens; ningun kaminda - nergens
   _niño [S.!] = kindje, kindeke. niño Hesus - Kindeke Jezus.
   _nister {stomme e} = niezen. Pushi chikito ta nister duru. - Kleine potjes hebben grote oren.
   _nit = [znw] nietje. [ww] nieten.
   _nitrato = nitraat
   _nivel = peil, niveau, vlak, hoogte
   _niwa = klein vliegend insect; Tin muska manera niwa! - het wemelt van de vliegen.
   _no = nee; niet, geen. (altijd vóór gezegde). no ... nada - niets. no ... nunka - nooit. no ... ningun - geen enkele.
   _nobato = nieuweling
   _nobedat = nieuwigheid
   _nòbel {stomme e} = nobel
   _nobenta = negentig
   _nobis-nobis = spiksplinternieuw
   _noble = nobel, adelijk,
   _noblesa = adel, adelijkheid, nobelheid, noblesse
   _nobo-nobo = splinternieuw
   _nobo = [znw] nieuws; nieuwtje; [bnw] nieuw
   _nochi = nacht; avond. Bon nochi! - Goeie avond! Welterusten! ayera nochi - gisteravond. awe nochi - vanavond
   _nodi = in: tin nodi di - hoeven
   _nokturno = nachtelijk
   _nomber {stomme e} = naam, voornaam. nomber I fam. - voor- en achternaam.
   _nombra = benoemen; aanstellen
   _nombramento = benoeming, aanstelling
   _nominá = nomineren; voordragen; benoemen
   _nominashon = nominatie; voordracht; benoeming
   _nòrma = norm
   _normal = [bnw] normaal
   _normalisá = [ww] normaliseren; [bnw] genormaliseerd
   _normalmente = [bws] normaal
   _nort = noord, noorden
   _nortero = inwoner van het Arubaanse dorp Noord
   _norwechi = Noor(s)
   _Norwega = Noorwegen
   _nos = wij, we, ons, onze. nos ku nos - wij onder elkaar.
   _nostalgia = nostalgie
   _nostálgiko = nostalgisch, stemmig
   _nota = [znw] noot [muz.]; aantekening; nota. [ww] noteren; aantekeningen maken; opmerken
   _notabel {stomme e} = opmerkelijk; bemerkbaar
   _notariado = notariaat
   _notarial = notariëel. akta notarial - notariële akte
   _notario = notaris
   _notifiká = aanzeggen; verwittigen
   _notifikashon = aanzegging; verwittiging
   _notisia = nieuws
   _notisiero = nieuwsdienst
   _notorio = notoir
   _notulá = notuleren
   _notulashon = notulen
   _noufragá = [ww] vergaan, schipbreuk lijden. [bnw] vergaan; schipbreuk geleden hebbend.
   _noufragio = schipbreuk
   _nóufrago = schipbreukeling
   _novedat = nieuwigheid
   _novela = roman; feuilleton
   _november {stomme e} = id.
   _novena = noveen [rkk]
   _novia [S.] = meisje (vrouw) dat zich voorbereidt op het huwelijk; verloofde
   _novio [S.] = jongen (man) die zich voorbereidt op het huwelijk; verloofde
   _nua [C.] = in onmin. biba nua ku otro - in onmin leven met elkaar.
   _nubia = [znw] wolk. [ww] bewolken
   _nubiá = bewolkt
   _nubla = bewolken
   _nublá = bewolkt
   _nudismo = nudisme
   _nudista = nudist
   _nudo = knoop, zeemijl
   _nuebe = negen. nueb' or' - negen uur.
   _nuklear = nucleair, kern-
   _núkleo = kern; spil
   _nulo = nul; vervallen. E kontrakt a keda nulo - het kontrakt is vervallen.
   _numa = (nu) maar (ter verzachting). bai numa. - ga maar. Dal bai numa. - Ga je gang maar.
   _number {stomme e} = getal; aantal; nummer. Number robes! - Verkeerd verbonden!
   _numeral = telwoord
   _numeroso = talrijk
   _nunka = nooit. no ... nunka - nooit
   _nutrishon = voeding
   _nutritibo = voedzaam

   _oásis = oase
   _obedesé = gehoorzamen
   _obediensia = gehoorzaamheid
   _obediente = gehoorzaam
   _obhetibidat = objectiviteit; zakelijkheid.
   _obhetibo = objectief; zakelijk
   _obheto = object; voorwerp
   _obispado = bisdom
   _obispal = bisschoppelijk
   _obispo = bisschop
   _obligá = [ww] verplichten. [bnw] verplicht.
   _obligashon = verplichting
   _obligatorio = verplicht
   _obra = werk, kunstwerk. bon obra - goede werken. obra di arte - kunstwerk. obra di karidat - werk van barmhartigheid; liefdadigheid. obra di man - handenarbeid. man na obra! - De hand aan de ploeg!
   _obrero = arbeider
   _obsekiá = schenken
   _obsekio = schenking
   _obsenidat = obceniteit, schunnigheid.
   _obseno = obsceen; schunnig.
   _observá = observeren, waarnemen, opmerken
   _observashon = observatie; opmerking.
   _observatorio = observatorium. observatorio astronómiko - sterrenwacht
   _obseshon = obsessie
   _obsoleto = verouderd; niet meer gangbaar
   _obstakulisá = [ww] opstoppen; tegenwerken; [verkeer e.d.] stremmen. [bnw<'i>] verstopt; gestremd.
   _obstakulisashon = [znw] opstopping; tegenwerking; [verkeer e.d.] stremming
   _obstákulo = obstakel; sta-in-de-weg
   _obstante = in: no obstante - niettemin
   _obstiná = eigenwijs. aktitut obstiná - eigenwijsheid.
   _obstipá = [ww] verstoppen (ingewanden) [bnw] verstopt (v. ingewanden).
   _obstipashon = obstipatie, verstopping
   _obstruí = tegenwerken; dwarsbomen; dwarsliggen; [verkeer e.d.] stremmen
   _obstrukshon = obstructie, tegenwerking; [verkeer e.d.] stremming. sin obstrukshon - onbelemmerd
   _obtenibel {stomme e} = verkrijgbaar
   _obtenibilidat = verkrijgbaarheid
   _obtené = verkrijgen
   _obtenibel {stomme e} = verkrijgbaar
   obviamente = [bw] (over)duidelijk; vanzelfsprekend
   obvio = [bnw] (over)duidelijk; vanzelfsprekend
   _obyekshon = bezwaar; tegenwerping
   _obyektibidat = objectiviteit
   _obyektibo = objectief
   _obyekto = object
   _ochenta = tachtig. ochent'i ocho - 88.
   _ocho = acht. och' or' - acht uur.
   _odia = haten; verfoeien; verafschuwen
   _odio = haat; afschuw
   _odioso = hatelijk; verfoeilijk
   _òf _of = of [nevenschikkend voegwoord]
   _ofendé = [ww] beledigen. [bnw<'i>] [C.] beledigd
   _ofendí [A.] = beledigd.
   _ofensa = belediging; aantasting; vergrijp
   _ofensibo = beledigend; hatelijk; offensief; stotend
   _oferta = offerte, aanbod, aanbieding
   _ofishal = [bnw] officiëel
   _ofishalmente = [bw] officiëel
   _ofishi = beroep, ambacht; vak
   _ofisina = kantoor
   _ofrenda = offer; hulde; offerande
   _ofresé = [ww] bieden, aanbieden. [C.. bnw] (aan)geboden.
   _ofresemento _ofresimento = aanbieding
   _ofresí [A.] = (aan)geboden.
   _ohochi = tweeling
   _oído = gehoor [zintuig]
   _okashon = gelegenheid. na okashon di - bij gelegenheid van
   _okashoná = veroorzaken
   _oksidental = west-; westelijk. Europa Oksidental - West-Europa.
   _oksidente = Westen
   _oksígeno = zuurstof
   _oktober {stomme e} = oktober
   _okulto = occult
   _okupá = [ww] bezetten. [bnw] bezet; bezig
   _okupashon = bezigheid; bezetting; bezettingsgraad
   _okurí = vóórkomen, gebeuren
   _ola = golf
   _OLa = Organisashon Liberal Arubano
= voormalige Arubaanse politieke partij.
   _oleifi = olijf
   _olfato [S.] = reuk [zintuig]
   _olifanti = olifant. E tin kuer'i olifanti. - Hij/zij heeft 'n olifantshuid.
   _olímpiko = olympisch. weganan olímpiko - Olympische spelen.
   _olio = olie. sant' olio - het Heilig Oliesel [rkk]
   _oloshi = horloge; klok; uurwerk
   _olvido = vergetelheid; kai den olvido - in vergetelheid raken.
   _om [C.] = oom. (A.: omo, mo)
   _omelèt = omelet
   _omishon = verzuim, weglating
   _omití = verzuimen, weglaten
   _omo = oom
   _ònbeskòp = onbeschoft
   _onomatopeika = klanknabootsing
   _onomatopeiko = klanknabootsend
   _operá = 1. opereren, zich laten opereren; 2. bedienen (v. apparaten); 3. werken; aandrijven (v. machines)
   _operashon = 1. operatie; 2. bediening (v. apparaten); 3. werking; aandrijving (v. machines).
   _operashonabel {stomme e} = 1. opereerbaar; 2. bedienbaar. 3. werkbaar.
   _operashonabilidat = 1. opereerbaarheid; 2. bedienbaarheid. 3. werkbaarheid.
   _operashonal = operationeel; werkend; in werking.
   _operashonalmente = [bw] operationeel; werkend; in werking.
   _opiná = van mening zijn
   _opinion = opinie, mening; oordeel. sondeo di opinion - opinipeiling
   _oponé = opponeren; tegenspreken; tegenwerpen
   _oponente = opponent, tegenpartij
   _oportunidat = (gunstige) gelegenheid; kans
   _oportunista = [znw] opportunist. [bnw] opportunistisch
   _oportuno = opportuun, gunstig
   _oposishon = 1. oppositie; 2. tegenstand
   _opositor = oppositielid; tegenstander.
   _opositorio = [bnw] oppositie-; van de oppositie
   _opreshon = verdrukking, onderdrukking, oppressie
   _opresibo = verdrukkend, onderdrukkend, oppressief
   _opresor = onderdrukker
   _oprimí = verdrukken; onderdrukken
   _opshon = optie
   _opshonal = [bnw<'i>] optioneel
   _opshonalmente = [bw] optioneel
   _opta = opteren (pa - voor)
   _optimal = [bnw] optimaal
   _optimalmente = [bw] optimaal
   _optimismo = opptimisme
   _optimista = [znw] optimist. [bnw] optimistisch
   _ora = [znw] uur. Kuant' or' tin? - Hoe laat is 't? nueb' or'. - negen uur. na ora - op tijd. ki ora? - wanneer?.[bw] als, wanneer, toen. e ora ei - dan; toen. ora el a bai - toen hij ging. e ora ei el a bai. - toen ging hij. Ora e bin,... - als hij komt ...[zonder ta] ora di hasi un kos... - als (ik, jij, hij enz.) iets doe(t)...
   _oradó _orador = redenaar, spreker
   _orario = dienstregeling; (tijd)schema; openings- en sluitingstijden
   _orashon = gebed
   _órbita = baan (van hemellichamen)
   _òrden = 1. orde; ordening. òrden legal - rechtsorde. 2. bevel; opdracht
   _ordená = [ww] ordenen; gebieden; wijden [v. priesters]. [bnw] ordelijk, geordend; gewijd
   _ordenashon = wijding [v. priesters]
   _ordinariamente = [bw] in 't algemeen; gewoonlijk.
   _ordinario = [bnw] alledaags
   _òrdu = orde. na (bo) òrdu! - Tot je dienst!
   _orea = oor (zie: horea)
   _orensh = frisdrank
   _organisá = organiseren; opstellen
   _organisashon = organisatie
   _organisatorio = organisatorisch
   _organismo = organisme
   _organista = organist
   _órgano = orgaan
   _òrgel {stomme e} = orgel. kah'i òrgel - draaiorgel
   _orgía = orgie
   _orguyo = [znw] trots
   _orguyosamente = [bw] trots
   _orguyoso = [bnw] trots
   _orientá = (zich) oriënteren
   _oriental = oosters
   _orientashon = orientatie
   _Oriente = Oosten
   _orígen = oorsprong; origine
   _original = [bnw] oorspronkelijk, origineel
   _originalidat = oorspronkelijkheid, originaliteit
   _originalmente = [bw] oorspronkelijk, origineel
   _orkesta = orkest
   _orkestrá = orkestreren
   _orkestral = orkestraal
   _orkidia = orchidee
   _ornamento = ornament; versiersel; tooi
   _oro = goud. No tur kos ku ta blenk ta oro. - Niet alles is goud wat blinkt.
   _oró = straks; Te oró! - Tot straks.
   _Oropa [C./B.] = Europa
   _oropeo [C./B.] = [znw] Europeaan. [bnw] europees
   _oroplano = vliegmachine
   _ortografía = spelling
   _ortogr&aacu8te;fiko = spellings-; op de spelling betrekking hebbend.
   _oséano = oceaan
   _otoño [S.] = herst
   _otorgá = toekennen, toewijzen, toebedelen
   _otorgamento = toekenning, toewijzing
   _otro = 1. ander; 2. elkaar. Otro! - Nog 'n keer! Bis! otro biaha - 'n andere keer. otro hende - iemand anders. Otro gai ta kanta! - Da's andere koek! otro mañan - overmorgen. otro siman - volgende week. otro aña - volgend jaar. yuda otro - elkaar helpen.
   _oudas = stoutmoedig, vermetel, driest
   _oudasia = stoutmoedigheid, vermetelheid, driestheid
   _oudiensia = audiëntie; toehoorders
   _ouditibo = auditief, gehoor-
   _ougùstùs = augustus
   _oumentá = vergroten, verhogen, toenemen; aanwassen
   _oumento = verhoging, opslag; aanwas, vergroting, toename
   _ounke = hoewel, ofschoon, alhoewel
   _ourora = dageraad. misa di ourora - dageraadsmis
   _ousensia = afwezigheid, absentie
   _ousente = afwezig, absent
   _ouspisio = auspiciën
   _ousteridat = soberheid; versobering
   _Oustralia = australië
   _oustraliano = [znw] Australiër; [bnw] australitsch
   _outéntiko = authenbtiek
   _outentisidat = authenticiteit
   _outismo = autisme
   _outista = [znw] autist [bnw] autistisch
   _outo = auto
   _outobiografía = autobiografie
   _outobiográfiko = autobiografisch
   _outodeterminashon = zelfbeschikking.
   _outodidáktiko = [znw] autodidact; [bnw] autodidactisch
   _outogobernashon = zelfbestuur.
   _outomátikamente = [bw] automatisch; vanzelf
   _outomátiko = automatisch
   _outomatisá = [ww] automatiseren; [bnw] geautomatiseerd
   _outomatisashon = automatisering
   _outomatismo = automatisme
   _outomobilismo = automobilisme; het autorijden, autosport
   _outomobilista = automobilist
   _outomotris = auto-. industria outomotris - autoindustrie.
   _outonomía = autonomie
   _outónomo = autonoom
   _outopsia = autopsie, sectie
   _outor = auteur
   _outoridat = autoriteit
   _outorisá = [ww] machtigen. [bnw] gemachtigd; bevoegd.
   _outorisashon = machtiging; volmacht; bevoegdheid.
   _outoritario = autoritair
   _ovashon = ovatie

   _p'esei = daarom
   _pa = voor; om, om te; door; naar. (nadruk en verhoogde toon voor pers.vnw mi en bo) pa ku - jegens. pa medio di - door; door middel van. pa+onderwerp+onbepaalde wijs - persoonlijke infinitief.
   _pabien = proficiat, gefeliciteerd
   _Pablo = Paulus. San Pablo - Sint Paulus
   _pabou = beneden; benedenwaards, beneden de wind, benedenwinds. west, westwaarts, naar het westen, ten westen. pabou di brùg [A.] - ten westen van de brug over het Spaans Lagoen.
   _pachanga = fuif
   _pachi = vadertje, oudje (gezegd tegen oude mannen)
   _paden = binnen; van binnen; binnenin
   _pader {stomme e} = pater
   _padesé = lijden
   _padilanti = vooraan; vóór (plaatsbepaling); van voren; naar voren. bai padilanti - vooruit gaan [ook fig.]; naar voren gaan. bin padilanti - naar voren komen. Di awó padilanti - voortaan. buriko padilanti! - stront voorop!
   _padrastro = stiefvader
   _padròt = kuddeleider bijh geiten
   _padú = opa
   _padushi = opa
   _pafó = buiten; van buiten; aan de buitenkant
   _paga = 1: betalen; uitbetalen. 2: uit doen (v. licht e.d.); uitschakelen; doven (v. vuur). paga tino - opletten.
   _pagadó _pagador = betaler. mal pagadó - wanbetaler
   _pagabel {stomme e} = betaalbaar
   _pagabilidat = betaalbaarheid
   _pagamento = [znw] 1: het betalen, betaling. 2: het uitdoen; doven
   _pagano = [znw] heiden. [bnw] heidens
   _pagara = chinese mat (vuurwerk).
   _página = bladzijde, pagina
   _pago = betaling, uitbetaling
   _paha = stro
   _pai = papa
   _país = land (= staat)
   _pak = [ww] slaan. pak un hende den muraya - iemand tegen de muur slaan.
   _paketá = inpakken
   _paki = pak, pakje
   _pakiko = waarom
   _pakto = pact; verdrag
   _pakus = winkel
   _palabrá = afspreken
   _palabra = woord. Palabra bèrdat no sa pika lenga. - De waarheid mag altijd gezegd worden. Un palabra ta hala otro. - 'van 't ene woord komt 't andere. na palabra - aan 't woord. Tur kuminda ta di kome, ma no tur palabra ta di papia, bisa. - Spreken is zilver, zwijgen is goud.
   _palabrashon = afspraak
   _palabruha [C.] = uil; (A. - shoko)
   _palangana [S.] = wasbak (losse metalen of plastic ) bak.
   _palanka = hefboom, hendel, handle, handgreep.
   _palasio = paleis
   _pálido = bleek
   _palma [S.] = palm
   _palmita = dwergpalm, potpalm, sierpalm
   _palo = 1. boom; 2. hout;3. paal; 4. stok; 5. steel [v. bezem e.d.]; pal'i koko - palmboom, kokospalm. pal'i lus - lichtmast. pal'i pía - scheenbeen; pal'i horka - galg. un pal'i awa - 'n stortbui. un palo di homber - 'n boom van 'n man. un kas di palo - 'n houten huis.
   _palofrío = ijslollie. garosh'i palofrío - ijscokarretje.
   _palomba = duif
   _palpabel {stomme e} = tastbaar
   _palpabilidat = tastbaarheid
   _pamflèt = pemflet; vlugschrift
   _pampuna = pompoen. Pampuna no sa pari kalbas. - De appel valt niet ver van de boom.
   _pan = brood. pan batí= koek van maismeel (Arubaans hoofdvoedsel). pan dushi - cake-soort. pan lefi - los gebakken rond plat brood. pan maísh'i rabo - tarwebrood. pan tostá - geroosterd brood. pan yená - gevuld brood. pan di diabel - zwam. E ta un pan di Dios. - Hij is Jan Goedzak. e pan di kada día - het dagelijks brood. E ta bai manera pan kayente. -het gaat als zoete broodjes.
   _paña = 1. kleren; kleding. paña di abou - onderkleren. paña di ariba - bovenkleren. paña di mucha - kinderkleren. laba paña - de was doen. bisti paña - (zich) aankleden. kita paña - (zich) uitkleden. 2. doek; goed; laken; stofdoek; vaatdoek. pañ'i kama - beddegoed. pañ'i mesa = tafelkleed. pasa paña - afstoffen
   _panadería = bakkerij
   _panadero = bakker
   _panchi = 1. pan; dakpan. 2 [C.] koekepan. Kai fò'i panchi den kandela. - van de wal in de sloot raken.
   _pániko = [znw] paniek. [bnw] panisch
   _pankarta = reclamebord; spandoek
   _panort = naar het noorden
   _pantaya = scherm, beeldscherm, projectiescherm
   _panty-hose [E.] = panty
   _panty [E.!] = (dames)slipje. (zie: karson chikito)
   _papa = 1: pap; papa kuaker - havermoutse pap. papa muhá - kletsnat. 2: paus
   _papai = papa
   _papabel{stomme e} = kandidaat paus
   _papal = pauselijk
   _papel = papier. papel di chokolati - zilverpapier. papel kimá - iemand met een verleden.
   _papelucha = schotschrift
   _papia = spreken, praten. papia gueni - koeterwaals praten papia manera lora madelòr - praten als een kip zonder kop.
   _papiamento = Papiaments; gepraat, het praten
   _par = [znw] paar. un par di sapato - 'n paar schoenen. un par di tempo pasá ... - enige tijd geleden. [ww] paren (v. dieren)
   _para = [ww] staan; staande houden; stoppen; aanhouden; tegenhouden; weerhouden. dal para - (plotseling) stil blijven staan. lanta para - gaan staan. e ta bon pará - hij/zij staat er goed voor. keda para - blijven staan; stilstaan. Para ketu! - Sta stil! [znw] [C.] vogel; (A.: parha)
   _parada = 1: halte. [A.] parada di bùs [C.] parada di konvoi - bushalte. 2: optocht. (C.: marcha) parada di karnaval - carnavalsoptocht. (C.: gran marcha) parada di flambeu - fakkeloptocht
   _párafo = paragraaf; alinea
   _paraíso = paradijs
   _paralelo = parallel
   _paralisá [ww] verlammen [ook fig.]. [bnw] verlamd [ook fig.]
   _parálisis = verlamming
   _paralítiko = [znw] verlamde. [bnw] verlamd
   _paranda = zwier. bai paranda - aan de zwier gaan; gaan stappen, pierewaaien
   _parandero = [znw] boemelaar. [bnw] uitgaanderig, boemelig
   _parandiá = boemelen, pierewaaien, aan de boemel zijn
   _pararayos [S.] = bliksemafleider
   _pareha = paar; echtpaar; partner.
   _pareu = gelijksoortig; middelmatig
   _pargati = (gevlochten) sandalen
   _pargo = [vissoort] red snapper
   _parha [A.] = vogel (C.: para)
   _pari = baren. manera su mama a paríé= spiernaakt, poedelnaakt
   _pariba = boven; naar boven; boven de wind; bovenwinds. oost, oostwaarts, naar het oosten, ten oosten. nan no tin ni pariba ni pabou. - Ze hebben geen nagel om zich te krabben
   _pariente = bloedverwant; familielid
   _park = park
   _parker = parkeren
   _parkeo = [znw] het parkeren; parkeerplaats
   _parlamentario = [znw] parlementslid, parlementariër. [bnw] parlementair
   _parlamento = parlement
   _PARO = STILSTAND; STAKING. un paro general - 'N algemene staking.
   _parokia = parochie
   _parokial = parochie-
   _parokiano = parochiaan
   _parotin (C.) = losbandig. un bida parotin - 'n losbandig leven.
   _parotinería [C.] = losbandigheid
   _parse = lijken, schijnen. E ta parse su tata. - Hij lijkt op z'n vader. Ta parsé mi,... - 't Lijkt me, ...
   _parsela = perceel
   _parshal _parsial = deels, partiëel; gedeeltelijk;
   _parshalmente _parsialmente = deels; gedeeltelijk
   _partera [A.] = verloskundige, vroedvrouw. (C.: frumú)
   _parti = [znw] 1. deel; onderdeel, gedeelte, part. 2. kant, zijde. di parti di - van de kant van. un respondi di parti di... - een boodschap van ... pa mi parti, - voor mijn part, tuma parti pa un hende - partij kiezen voor iemand; zich aan iemands zijde scharen. [ww] delen, verdelen, splitsen, uitdelen, opscheppen (van eten). Nan no ta parti un bolchi. - Ze kunnen elkaar niet luchten of zien. parti mei-mei di - verdelen onder
   _partidario = [znw] voorstander; [bnw] . partijdig
   _partidista = [znw] partijlid.[bnw] tot een partij behorend
   _partido = partij
   _partikular = bijzonder. en partikular - in het bijzonder.
   _partikularmente = [bw] in 't bijzonder
   _partishon = deling; indeling; verdeling; afscheiding.
   _partisipá = 1. meedelen; 2. participeren, deelnemen, meedoen
   _partisipante = participant, deelnemer
   _partisipashon = 1. mededeling, melding; 2. participatie, deelname
   _partisipio = deelwoord. partisipio pasá - voltooid/verleden deelwoord.
   _parto = bevalling
   _pas = [znw] vrede. laga un hende na pas - iemand met rust laten. [ww] passen
   _pasá = geleden; aña pasá= vorig jaar. El a haña un mal pasá. - Ze hebben hem/haar flink te pakken gehad.
   _pasa = passeren; gebeuren; inhalen; langs komen/gaan; voorbijgaan/komen; aan de hand zijn; [v.film e.d.] vertonen, draaien. pasa bon! - vaarwel! pasa loke pasa - er gebeure wat wil. Kada pasa un día. - om de andere dag. Por pasa unda ku n' tin. - Dat kan er (net) mee door. el a pasa forbei - 't is over.
   _pasado = [znw] verleden
   _pasahero = [znw] passagier. [bnw] voorbijgaand
   _pasaporte = paspoort (ook wel: pasport)
   _pasashi = passage, ticket
   _pasenshi = geduld. Pasenshi! - [gezegd tegen zieken en/of gehandicapten]. karga pasenshi - geduld hebben. Ku pasenshi ta gana gloria. - Geduld is een schone deugd.
   _pashon = passie; lust; drift.
   _pasibo = passief
   _pasiente = patiënt
   _pasifiká = pacificeren
   _pasifikashon = pacificatie
   _pasífiko = vredelievend; vredig; vreedzaam
   _pasifismo = pacifisme; vredelievendheid
   _pasifista = pacifist(isch)
   _pasikiko = pakiko
= waarom
   _pasividat = paciviteit
   _paskin = anoniem schotschrift
   _pasku = kerstmis; pasen. pasku di nasimento - kerstmis. pasku grandi, pasku di resurekshon - pasen. Bon pasku! - gelukkig kerstfeest; Gelukkig Pasen!
   _paso = pas, stap, voetstap. paso pa paso - stap voor stap.
   _pasobra = omdat, want
   _pasombra (C.) = omdat, want
   _pasport = paspoort
   _pastechi = pastie(tje)
   _pastor = pastoor; predikant, evangelist
   _pastoral = pastoraal
   _pastorí = pastorie
   _pasùit = naar het zuiden
   _pata-pata = stomdronken
   _pata = poot. pat'i kabra - koevoet, breekijzer
   _pataká = in: ni un pataká - geen zier, geen bliksem, geen snars, geen donder. E no a komprondé ni un pataká! - Hij/zij heeft er geen snars van begrepen.
   _patarata = in: na su patarata grandesa - de koning te rijk.
   _paternal = ouderlijk; vaderlijk; vader-. amor paternal - vaderliefde
   _paternalismo = paternalisme; ndeerbuigendheid
   _paternalista = paternalist(isch); neerbuigend
   _paternalístiko = paternalistisch; neerbuigend
   _paternidat = vaderschap
   _patétiko = pathetisch; zielig
   _patía = watermeloen. kai manera patía berde. - vallen als een baksteen.
   _patin = 1. schaats. 2. [vulg.] lul.
   _patras = achter; van achter(en)
   _patria = vaderland. amor patria - vaderlandsliefdde
   _patriarka = patriarch, aartsvader
   _patrimonio = erfdeel [fig.]
   _patriota = patriot
   _patriótiko = patriotistisch
   _patriotismo = patriotisme
   _patrishi = patrijs
   _patronahe = patronage
   _patronchi = patroon, sjabloon.
   _patronisá = sponsoren
   _patronisadó _patronisador = sponsor
   _patrono = patroon(heilige)
   _patroya = patrouille, surveillance
   _patruyá = patrouilleren, surveilleren
   _payaso = clown
   _Pe = Piet. mo Pe - oom Piet. Shon Pe - Piet
   _peaton [S.!] = voetganger
   _pèchè-pèchè = tjokvol, propvol, bomvol
   _pechi = [gevolgd door naam] meter, peettante. pechi María - tante María (peettante van de spreker/ster)
   _pèchi = pet
   _pecho = borst. karga un hende na pecho - iemand een kwaad hart toedragen.
   _pedagogía = pedagogie(k)
   _pedagógiko = pedagogisch
   _pedido = bestelling, order
   _Pedro = Petrus, Piet, Peter. San Pedro - Sint Petrus
   _pega-pega = muurhagedis
   _pega = 1. plakken, kleven, vastkleven; [schip] aan de grond lopen
]. pega barko - [letterl.] aan de grond lopen; [fig.] 'n bok schieten; keda pega= blijven steken. 2. hakkelen; (zich) verslikken. 3. aansteken (v. licht, vuur e.d.); pega un hende - iemand aansteken (met ziekte); aandoen (v. radio). pega na kandela - in brand steken
   _peilu = peilen
   _peiña = [znw] kam. [ww] kammen
   _peishi = puistje. primi peishi - puistjes uitdrukken.
   _peka = zondigen
   _pekadó _pekador = zondaar
   _pekelé = zure haring
   _pèki = pakking
   _peks = [letterl.] op de vingers tikken [niet fig.]
   _pekuliar = eigen
   _pekuliaridat = eigenheid; karaktertrek
   _pela = scheren (v. schapen). Bai pa lana, bini pelá. - van 'n koude kermis thuiskomen
   _peladó = schapenscherder; barbier
   _pelea = gevecht, strijd, vechtpartij
   _peleá = vechten
   _peligroso = gevaarlijk
   _peliguer {stomme e} = gevaar. na peliguer - in gevaar
   _pelikan = pelikaan
   _pelíkula = film. pasa un pelíkula - 'n film draaien.
   _pelon = kaal. koko pelon - kaalkop
   _peluka = pruik
   _pelukería = kapperszaak
   _pelukero = kapper
   _pélvis = [anat.] bekken
   _pèn = pen. E ta pèn ku enk. - Hij/zij brieft alles over.
   _pena = pijn, smart, leed. pena di morto - doodstraf. ku honda pena [S.] - met diep leedwezen
   _penadó _penador = hij die pijn heeft. penadó no ta pena largo. - klagers hebben geen nood.
   _penal = strafrechtelijk, straf-. derecho penal - strafrecht. kaso penal - strafzaak. kódigo penal - wetboek van strafrecht
   _pènchi = pin; wasknijper, waspin
   _pendeu = 1. [letterlijk] vrouwelijk schaamhaar. 2 [fig.] klootzak. Bo ta pendeu! - Je bent 'n klootzak!
   _pendiente = [letterl.] hellend; hangend. [fig.] hangende; in afwachting; nader te bepalen.
   _península = schiereiland
   _penitensia = penitentie; boete; boetvaardigheid
   _penitente = boetvaardig
   _penoso = pijnlijk, smartelijk
   _pensa = denken; nadenken; overdenken. (riba - over)
   _pensadó _pensador = denker
   _pensamento = gedachte
   _penshon = pensioen; pension
   _penshoná = pensioneren
   _penshonado = gepensioeneerde, pensioentrekker
   _penshun = pensieon. bai ku penshun - met pensioen gaan
   _péntagon = vijfhoek
   _pentagonal = vijfhoekig
   _péntatlon = vijfkamp
   _pentekoste = pinksteren
   _penúltimo = voorlaatst(e)
   _peon = 1. ongeschoolde arbeider. 2. pion
   _pepe = peettante, meter.
   _pepru = peper
   _pera = peer
   _pèrdè = verliezen; verdwalen; missen [v. bus e.d.]. pèrdè tempo - tijd verspillen. pèrdè kaminda - de weg kwijtraken. pèrdè ariba; pèrdè San Juan= zich verslapen. pèrdè kontrol - de macht over het stuur verliezen. Nos a pèrdè. - We zijn verdwaald. Nan no a pèrdè pa gana. - Ze lieten er geen gras over groeien. B'a pèrdè! - Je hebt wat gemist!
   _perdedó _perdedor = verliezer
   _perdemento = verlies. perdemento di tempo - tijdverspilling
   _perdí [A.] = verloren; verdwaald
   _pérdida = verlies; strop
   _perdishon = ondergang; verderf. Esei ta su perdishon. - Daar gaat hij aan ten gronde. Hiba un hende na su perdishon - iemand in het verderf storten.
   _peregriná = 'n bedevaart houden, op bedevaart gaan, 'n pelgrimage houden, 'n pelgrimstocht maken
   _peregrinashon = bedevaart, pelgrimage, pelgrimstocht
   _peregrino = pelgrim, bedevaartganger
   _peresé = vergaan, ten onder gaan.
   _perfekshon = perfectie, volmaaktheid
   _perfekshoná = vervolmaken
   _perfekshonista = perfectionist(isch)
   _perfekto = volmaakt, perfect
   _perforá = perforeren
   _perforadó _perforador = perforator
   _perforashon = perforatie
   _perhudiká = benadelen
   _perhudikante = nadelig
   _perhudikashon = benadeling
   _perhuria = meineed
   _períkulo = perikel
   _periódikamente = van tijd tot tijd.
   _periódiko = van tijd tot tijd.
   _periodismo = journalistiek
   _periodista = journalist
   _período = periode
   _périto = expert, deskundige
   _perkurá = zorgen (pa - voor); tot stand brengen
   _perla = paarl, parel
   _permanensia = verblijf. permit di permanensia - verblijfsvergunning
   _permanente = permanent
   _permanesé = (langdurig) verblijven
   _permiso = permissie, toestemming; vergunning
   _permit = vergunning; toelating; toestemming
   _permití = [ww] toestaan, toestemmen, veroorloven, permitteren; toelaten. [bnw] toelaatbaar; veroorloofd
   _pero = maar
   _perpetuá = vereeuwigen
   _perpetuo = eeuwigdurend.
   _perpleho = perplex, paf, sprakeloos; verbijsterd
   _persebí = waarnemen
   _perseguí = achtervolgen; vervolgen [ook jur.]
   _perseguidó _perseguidor = achtervolger; vervolger
   _persekushon = achtervolging; vervolging [ook jur.]
   _persekutor = achtervolger; vervolger
   _persela = perceel, kavel
   _persepshon = perceptie, waarneming; perceptievermogen, waarnemingsvermogen
   _perseptibel {stomme e} = waarneembaar; bemerkbaar
   _perseptibilidat = waarneembaarheid
   _perseverá = volharden
   _perseveransia = volharding; uithoudingsvermogen
   _persistensia = volharding, koppigheid
   _persistente = volhardend, volhoudend, aanhoudend, koppig
   _persistí = doorzetten, volharden, volhouden, blijven doorgaan. Esun ku ta persistí ta logra. - de aanhouder wint.
   _persona = persoon. persona non grata - id.
   _personahe = personage
   _personal = [znw] personeel. [bnw] persoonlijk
   _personalidat = persoonlijkheid
   _personifiká = personifiëren
   _personifikashon = personificatie
   _perspektiba = perspectief; vooruitzicht
   _persuadí = overtuigen, overreden
   _persuashon = overreding
   _pertá = (zie: pretá)
   _pertenensia = [znw] toebehoren; eigendom; bezit.
   _pertenesé = toebehoren (na - aan)
   _pertinente = pertinent
   _Perú = Peru
   _peruano = [znw] peruaan. [bnw] peruaans
   _pervershon _perversidat = perversiteit; liederlijkheid; verdorvenheid
   _perverso = pervers, liederlijk; verdorven
   _pesadía = nachtmerrie
   _pesar in: a pesar di = ondanks; in weerwil van
   _pesimismo = pessimisme; zwaarhoofdigheid.
   _pesimista = [znw] pessimist [bnw] pessimistisch; zwaarhoofdig.
   _peska = visserij. kría i peska - veeteelt en visserij.
   _peso = gewicht; zwaarte. baha peso - aan de slanke lijn doen; afvallen
   _pestá = verpest
   _pestaña = wimper
   _pèster {stomme e} = pest. mala pèster - rotzak
   _petipuá = doperwten. salachi di petipuá= peultjes.
   _petishon = petitie, verzoek; aanvraag
   _petróleo = olie
   _peyeu = scalpering. B'a skapa un peyeu. - Je bent de dans ontsprongen.
   _pía = 1. been. 2. voet. pal'i pía - been [ter onderscheiding van "voet"]; scheenbeen, ku8it. pí' abou - blootsvoets. pí'i kuki - platvoeten [fam.]. no tin ni pía ni kabes. - als 'n tang op een varken slaan. un relato sin pía ni kabes - 'n verward verhaal. kría pía - gejat, gestolen worden. pone pí' abou. - het been stijf houden. kana den un hende su pía - iemand voor de voeten lopen. para riba su mes pía - op eigen benen staan.
   _PICHA = JATTEN, PIKKEN, STELEN.
   _pichiri = pinnig; zuinig; GIERIG
   _pichon = duivenjong
   _pida = stuk; brok. E ta un pida! - hij is een lastige vent! zij is een lastig stuk mens! na pida pida - in stukken
   _pidi = verzoeken; vragen (om te krijgen); bidden; bestellen. pidi pa - vragen naar/om. Pidi .... - Vraag het maar aan ... pidi pa nos! - Bid voor ons!
   _pidimento = [znw] het vragen; verzoek; het bidden
   _piedat = [znw] erbarmen. Tene piedat di nos! - Ontferm U over ons!
   _piedra = [znw] steen, kei. tira piedra, skonde man. - vals zijn; achterbaks handelen. [ww] stenigen
   _piel [S.] = huid
   _piesa = onderdeel; [muz.] stuk, [gebouw] vertrek. piesa nobo - aanbouw
   _pieu = luis. hasi un pieu bira un baka - van 'n mug 'n olifant maken. piki pieu= muggeziften
   _pifia [S.] = [znw] blunder. [ww] 'n blunder begaan.
   _pigmentá = gepigmenteerd
   _pigmento = pigment
   _pik = [znw] 1. pik [van een snavel]. 2. snavel. 3. pikhouweel. 4 [ww] pikken (met snavel)
   _pika = [ww] steken (v. insect of naald). [bnw] pikant; venijnig; zwaar (v. taak)
   _piká = [znw] 1. zonde. 2. steek (v. insect). [bnw] zielig; sneu. Ai ta piká! - Ach, wat zielig! Ach, wat jammer!
   _pika-pika = [biol.] kwal
   _pikete = flair
   _piki = oprapen; sprokkelen; piki pieu - muggeziften
   _pikote = knuppel
   _pilar = pilaar; zuil; pijler; steunpilaar [ook fig.] e ta pilar di misa - Hij/zij loopt de kerk plat.
   _píldora = pil
   _pilili = piemel
   _pilon = stamper
   _piloná = aanstampen, aanstampen
   _piloto = piloot; loods;
   _piñata = met klein speelgoed gevulde papieren/kartonnen ballon, opgehangen op kinderfeesten.De kinderen slaan hem kapot om de cadeautjes te krijgen.
   _pinchi = pint (6 dl)
   _pinda = pinda; olienoot(je)
   _pins = tang
   _pinta = tekenen; (kunst)schilderen. pinta mapa - 'n bouwtekening maken. Kos no ta pinta muchu bon p'e. - Het ziet er niet best voor hem uit. E no por want'é ni pintá. - Hij /zij kan hem/haar niet luchten of zien.
   _pinto = in: E ta pinto su tata. - Hij lijkt sprekend z'n vader.
   _pintor = kunstschilder; tekenaar
   _pintoresko = schilderachtig
   _pintura = schilderij; schilderkunst; schilderstuk; het schilderen (van kunst); portret
   _pio = erger, ergst; slechter, slechtst
   _pionero = pionier, voortrekker
   _pip _pipip = piepen
   _pipa = pijp, buis. bula pipa - de dans ontspringen
   _pipita = korrel; pit; teelbal
   _pirata = piraat, zeerover
   _piratería = piraterij, zeeroverij
   _pisa = 1: stappen. 2: wegen
   _pisá = zwaar
   _pishi = [znw] urine, plasje, pis. Pishi di yewa ta danki di mundu. - Ondank is 's werelds loon. pish'i buriko - zwam, paddestoel. pish'i pòrko - vissoort. pish'i waltaka - 'n pietsje regen. we'i pishi - pispot, po. [ww] plassen, urineren, pissen. pishi kama - bedplassen.
   _pisina = zwembad
   _piská = vis. Piská ta muri pa su boka. - Boontje komt om z'n loontje. Pone pushi kuida piská - de kat op 't spek binden.
   _piska = vissen [ook fig.]
   _piskadó _piskador = visser
   _piskamento = [znw] het vissen
   _piso = verdieping, etage
   _pispis = bladluis
   _pistola = pistool
   _pita = [znw] agave, sisalplant [ww]toeteren, claxonneren.
   _pitipuá = doperwten
   _pito = claxonstoot, getoeter; piep, gepiep
   _pitra [B.] = toeteren, claxonneren
   _piyama = pijama
   _plachi = plaat. plachi di number - kentekenplaat
   _plafon = plafond
   _plafoná = plafonneren
   _plaga = plaag
   _plaka = geld. plaka largá - kleingeld. plaka gai - twee en een half centstuk. dos plaka - stuiver; kuater plaka - dubbeltje; dies plaka - kwartje. plaka di papel - bankbiljet. splikashon na plaka chikí [C.]/chikito [A.] - volledige tekst en uitleg
   _plakia = verzachten, minderen, tot bedaren brengen.
   _plama = verbreiden; spreiden; verspreiden; zich uitbreiden; neersmijten, laten vallen, omnkieperen. plama fò'i otro - verspreiden; uit elkaar jagen, drijven, spatten. plama na wèrki - in gruzelmenten vallen.
   _plamamento = [znw] het verspreiden; het neersmijten, laten vallen; omkieperen.
   _plan = plan. plan barí - platzak
   _planchi [A.] = koekepan. kai fò'i planchi den kandela. - van de wal in de sloot raken. (C.: panchi)
   _planeta = planeet
   _planetario = [znw] planetarium. [bnw] planetair. órbita planetario - planeetbaan.
   _planetoída = planetoïde , asteroïde
   _plania = plannen. famía planiá - familie planning
   _planiamento = [znw] het plannen maken
   _plano = [znw] vlak; vlakte
   _planta = [znw] 1. fabriek; installatie; centrale. 2. zool. plant'i pía - voetzool. [ww] planten; poten.
   _plantashon = plantage; aanplant
   _plas = id.
   _plasa = plein
   _plasentero = gezellig; prettig; welgevallig
   _plaser = genoegen; plezier; welgevallen.
   _plaso = termijn
   _plástiko = plastisch
   _plat = id.
   _plata = zilver
   _plataforma = platform
   _platero = zilversmid
   _plato = schotel (= maaltijd)
   _playa [S.] = strand
   _Playa = de stad. bai Playa - naar de stad gaan. na Playa - in de stad
   _playero = [znw] stedeling. [bnw] stads.
   _ple = doen alsof; spelen [fig.], fingeren, uithangen [fig.]. ple sabí - de knappe bol uithangen. ple Rotshil - de rijke stinker uithangen. Ple, e ta ple! - Hij doet alsof hij heel belangrijk is.
   _plebisito = plebiscit; volksstemming
   _plècha = pletten, platdrukken, platslaan, platstampen
   _plèchè-plèchè = door plassen stampen; kliederen (in water)
   _plega = vervloeken; onderwerpen (aan boze machten); betoveren
   _plegá = vervloekt; onderworpen (aan boze machten); bedonderd, betoverd, behekst. Plegá bo ta? - Ben je belazerd?
   _pleita = ruzieën, ruzie maken
   _pleitamento = geruzie
   _pleitista = ruziemaker, querulant
   _pleito = ruzie
   _plenchi = plein.
   _plender {stomme e} = plunderen
   _plenipotensiario = gevolmachtigd
   _pleno = vol [fig.]. den pleno konfiansa - in vol vertrouwen
   _ploi = [znw] plooi. [ww] plooien
   _plòk = [znw] stopcontact; stekker. [ww] een stekker in een stopcontact steken. verstoppen; verstopt raken.
   _plousibel {stomme e} = plausibel, aannemelijk
   _pluf = omwoelen
   _plùis = voor de gek houden; bedonderen. Bo sa plùis! - Je kunt me de boel goed bedonderen! Lag'i ta plùis! - Doe niet zo gek!
   _pluma = [znw] veer, pluim. Bo no por ranka pluma fò'i mòrkòi. - Van 'n kale kip kun je geen veren plukken. [ww] veren uitplukken (v. kippen)
   _plural = meervoud
   _pluralidat = pluraliteit; veelvormigheid
   _pluralisá = meervoud maken.
   _pluralisashon = meervoudsvorming
   _pluralismo = pluraloisme
   _pluriforme = pluriform
   _plutokrasia = plutocratie
   _pober {stomme e} = [znw] arme; stakker, arme donder. [bnw] arm; armoedig; schamel.
   _pobla = bevolken
   _poblá = bevolkt
   _poblashon = populatie, bevolking
   _pobresa = armoede
   _pòchi = pot
   _poder = macht; sterkte
   _poderá [di] = zich toeëigenen
   _poderoso = machtig
   _podio = podium
   _podisé = misschien, wellicht
   _poesía = poësie; gedicht
   _poeta = dichter
   _pòko-pòko = zachtjes, xacht (praten e.d.); zoetjes; zoetjes aan.
   _pòko = beetje; weinig
   _polako = [znw] Pool. [bnw] pools
   _polarisá = polariseren
   _polarisashon = polarisatie
   _polèchi = kippetje [ook fig.]
   _polémika = polemiek, strijd
   _polémiko = polemisch
   _poliklínika = polikliniek
   _poliklíniko = poliklinisch
   _polis = 1. politie; politieagent, politieman. Ward'i polis - politiebureau. 2. verkeersdrempel
   _pólisa = polis
   _polisial = politie-
   _politik _polítika = politiek
   _politikería = volksverlakkerij
   _polítiko = [znw] politicus; [bnw] politiek
   _polo = pool. polo di nort - Noordpool. polo di sùit - Zuidpool
   _pòls = pols. e ta pòls kibrá[fig.] - hij is van de verkeerde kant.
   _polushon = vervuiling (v. milieu)
   _polvo = kruit
   _pomada = brillantine; haarvet
   _pomp = [znw] pomp; spuit; pomp di gasolin - benzinestation. [ww] pompen; spuiten; kolven.
   _pompa [vulg.] = klooien; rotzooien; belazeren. Lag'i ta pompa! - [vulg.] Maak dat je grootje wijs! Bai pompa baka na fierno!Sodemieter op! Lazer op!
   _pompadó _pompador[vulg.] = klier , iemand die rotzooit
   _pompamento [vulg.] = geklooi, gerotzooi
   _pònchi = pont, veerboot
   _pone = zetten, plaatsen, leggen; stellen. pone fin na... - 'n einde maken aan ...
   _ponemento = plaatsing; stelling; het stellen, plaatssen, zetten.
   _ponensia = stelling
   _pontifikal = pontifikaal
   _pontífise = pontifice
   _pòpchi = pop. pòpch'i wowo - pupil
   _pòpiyòt = het geluid van een trupial.
   _popular = populair; volks
   _popularidat = populariteit
   _por = kunnen; mogen; (zonder ta). N' ta por mi n' por! - 't is niet dat ik 't niet kan! por of no por... - of je 't kunt of niet... Esun ku por, por. - Wie 't breed heeft, laat 't breed hangen. No por ta!Dat kan niet! N' ta por t'é! - Ik zie 'm er best voor aan!
   _pordon = vergiffenis. pidi pordon - vergiffenis vragen
   _pordoná = vergeven; vergiffenis schenken
   _pordonabel {stomme e} = vergeeflijk
   _poriá = afgemat, gaar [fig.]
   _poria = afmatten, gaar worden [fig.] (door hitte of zon)
   _pòrkería = smeerboel; rotzooi; beestenboel
   _pòrko-ber = beer (= mannelijk varken); viezerik, smeerpoes
   _pòrko = varken. Pòrko sushi ta frega su kurpa na muraya limpi. - De pot verwijt de ketel dat hij zwart is. pòrk'i spina - stekelvarken
   _poron = (aardewerk) kruik; waterkruik.
   _pòrsentahe = percentage
   _pòrta = deur; hek port'i kurá - tuinhek
   _portero = doelman
   _pòrtrèt = foto. saka portrèt - foto's maken. laba portrèt - foto's ontwikkelen
   _pòrtrètá = portretteren, afbeelden
   _pòrtugues = portugees.
   _porvenir [S.] = toekomst.
   _pos = put. chika pos/chupa pos - de put leegpompen. Esun ku yega pos promé, ta bebe awa limpi. - Wie 't eerst komt, die 't eerst maalt.
   _poseé = bezitten
   _poseshon = bezit
   _posibel {stomme e} = [bnw] mogelijk
   _posibelmente = [bw] mogelijk; mogelijkerwijs
   _posibilidat = mogelijkheid
   _posishon = positie; stand; [mil.] stelling
   _posishoná = positioneren; posteren
   _positibismo = positievisme
   _positibista = [znw] positivist; [bnw] positivistisch
   _positibo = positief
   _pòst = [znw] post. [ww] posten. pòst un karta[fig.] - 'n grote boodschap doen.
   _pòstema = abces
   _pòsterior = later, volgend op
   _posteriormente = nadien, achteraf
   _pòstponé = uitstellen
   _pòstponemento = uitstel
   _postre [S.] = nagerecht
   _pòstulá = postuleren, stellen; kandidaatstellen.
   _pòstulashon = stelling; kandidaatstelling.
   _pòstura = postuur; houding
   _potenshal = [bnw] potentiëel
   _potenshalidat = potentialiteit;e
   _potenshalmente = [bw] potentiëel
   _potensia = potentie, kunde; kracht; weerbaarheid.
   _potente = sterk; krachtig; flink; machtig; weerbaar; kundig; potent
   _poti = beker
   _pòtlot = potlood
   _pòtmòni [C.] = portemonnee; (A. kartera)
   _potoshi = rommel, rotzooi, troep
   _pousa = [znw] pauze. [ww] pauzeren
   _pouwis = pauw
   _PPA = Partido Patriótico Arubano
= voormalige Arubaanse politieke partij
   _praktiká = in praktijk brengen; oefenen, praktizeren
   _práktika = praktijk; pèrdè práktika - verleren
   _praktikamente = [bw] praktisch; zo goed als.
   _práktiko = praktisch
   _preba = met de mond vol tanden staan; sprakeloos zijn. de mond houden; zwijgen
   _prebalesé _prevalesé = prevaleren; overheersen, de overhand hebben over
   _predesesor = voorganger, voorloper
   _predestiná = voorbeschikken
   _predestinashon = predestinatie, voorbeschikking
   _prediká = preken, prediken
   _predikado = predikaat; [gram.] gezegde
   _predikadó _predikador = preker; predikant; prediker
   _predikashi = preek
   _predikshon = voorspelling
   _predominansia = predominantie, overheersing
   _predominante = predominant, overheersend
   _predominantemente = overwegend
   _prefabriká = [ww] prefabriceren. [bnw] prefab, geprefabriceerd
   _preferá = verkiezen; de voorkeur geven aan; liever hebben, liever doen.
   _preferensia = voorrang, voorkeur
   _preferensial = voorrangs-. kaminda preferensial - voorrangsweg
   _preferibel {stomme e} = bij voorkeur; liever
   _prefihá = [ww] voorvoegen. [bnw] voorgevoegd
   _prefiho = voorvoegsel
   _pregnante = zinrijk; betekenisvol.
   _pregunta = vraag (om 'n antwoord). hasi pregunta - vragen stellen
   _prehistoria = voorgeschiedenis, prehistorie
   _prehistóriko = prehistorisch, voorwereldlijk
   _preis = prijs
   _prek = preken
   _prekario = precair; benard; zorgelijk.
   _prèkè = veiligheids speld
   _prekoushon = voorzorg. komo prekoushon - uit voorzorg. medidanan di prekoushon - voorzorgsmaatregelen
   _prekstul = preekstoel; katheder
   _prelado = prelaat
   _preliminario = voorlopig
   _prematuro = prematuur; voortijdig; voorbarig
   _premeditá = voorbedacht. asesinato premeditá - moord met voorbedachten rade
   _premia = premiëren, een prijs stellen op
   _premio = prijs; premie
   _premirá = [ww+bnw] voorzien; van te voren zien/gezien
   _prenchi = prentje; bidprentje
   _prenda = sierraad
   _prens = prins
   _prensa = pers
   _prensesa = prinses
   _preokupá = [ww] ongerust zijn, bezorgd zijn, zich zorgen maken; verontrusten. [bnw] bezorgd, ongerust
   _preokupante = zorgelijk; zorgwekkend; verontrustend
   _preokupashon = bezorgdheid, ongerustheid; verontrusting; zorg
   _prepará = [ww] klaar maken; voorbereiden, toebereiden. [bnw/bw] klaar; paraat.
   _preparashon = voorbereiding, toebereidselen
   _preparatorio = voorbereidend
   _preposishon = voorzetsel
   _prerogatibo = prerogatief
   _près = persen
   _presbiterio = [rkk] priesterkoor
   _presedé = voorafgaan
   _presedente = precedent; voorafgaand
   _presensia = aanwezigheid, tegenwoordigheid
   _presensiá = aanwezig zijn, bijwonen
   _presentá = 1. (zich) presenteren, (zich) vervoegen, (zich) begeven naar; (zich) vertonen; opkomen, verschijnen. 2. opvoeren; uitvoeren; weergeven.
   _presentabel {stomme e} = presentabel; toonbaar
   _presentabilidat = toonbaarheid; presenteerbaarheid
   _presentashon = presentatie; opvoering, uitvoering; vertoning; opkomst
   _presente = aanwezig; present; tegenwoordig
   _presentimento = voorgevoel
   _preserbá _preservá = preserveren; verduurzamen; behouden; voorbehouden
   _preserbashon _preservashon = preservering; verduurzaming; het behouden
   _preshon = pressie; druk. preshon di sanguer - hoge bloeddruk
   _presidensia = voorzitterschap
   _presidente = president, voorzitter
   _presidí = presideren, voorzitten
   _presidio = presidium
   _presiosidat = iets schitterends; iets dierbaars; iets edels; iets kostbaars
   _presioso = dierbaar; edel; schitterend; kostbaar
   _presisamente = [bw] juist; net; precies
   _preskribí = voorschrijven
   _preskripshon = voorschrift; recept
   _presta = 1. verlenen; presteren. 2. lenen
   _préstamo = lening
   _prestashon = prestatie; het verlenen
   _prestigio = prestige
   _prestigioso = prestigieus; precieus
   _presuponé = vooronderstellen
   _presuposishon = vooronderstelling
   _presupuestá = begroten
   _presupuestario = begrotings-; op de begroting betrekking hebbend.
   _presupuesto = begroting, budget
   _prèt = leuk; grappig. un kos prèt - iets leuks. E kos prèt ta, ... - het leuke is, ...
   _pretá = benard, beklemd; strak (v. kleding e.d.)
   _preteksto = voorwendsel; uitvlucht, dekmantel
   _pretendé = pretenderen; voorgeven, voorwenden
   _pretendiente = pretendent
   _pretenshon = pretentie
   _pretu = zwart. pretu-pretu - pikzwart
   _prevení = voorkómen; verhinderen; verijdelen. Prevení ta bal mas ku kura. - Voorkómen is beter dan genezen.
   _prevenibel {stomme e} = te voorkomen; te verhinderen; te verijdelen.
   _prevenshon = preventie; voorkoming; verhindering; wering.
   _preventibo = preventief
   _previamente = vooraf, voorafgaand; eerst
   _previo = vooraf; voorafgaand; van tevoren. sin previo aviso - zonder voorafgaande kennisgeving.
   _prewisio = vooroordeel. sin prewisio - onbevooroordeeld
   _prezo = gevangene
   _Prikibos = Parkietenbos (Aruba)
   _prikichi = maisparkiet; dwergpappegaai
   _prima = nicht (dochter van oom of tante), (zie: primo)
   _primavera (S.) = lente
   _primi = drukken [op], uitdrukken, in elkaar drukken.
   _primintí = beloven; toezeggen
   _primintimento = [znw] het beloven; belofte
   _primisia = primeur
   _primitibo = primitief
   _primo = neef; nicht [kind van oom/tante]. Primo ku primo ta primi. - Neef en nicht, vrijt licht.
   _priñá [vulg.] = zwanger
   _priña [vulg.] = zwanger maken
   _prinsipal = [bnw] voornaamste, hoofd-. [znw] penis
   _prinsipio = principe; begin; beginsel. di prinsipio - principiëel
   _prioridat = prioriteit; voorrang
   _priva = (zich) ontzeggen; ontberen
   _privá = 1. privé, particulier. 2. in: ta privá di - ontberen
   _privasidat = privacy
   _privilegiá = [ww] privilegiëren, privileges verschaffen. [bnw] gepriviligiëerd
   _privilegio = privilege; vorrecht
   _prizon = gevangenis
   _prizonero = gevangene
   _proba = [znw] bewijs; [ww] bewijzen, uitwijzen
   _probabel {stomme e} = waarschijnlijk; vermoedelijk
   _probabelmente = [bw] waarschijnlijk
   _probabilidat = waarschijnlijkheid
   _probechá = profiteren; voordeel behalen/trekken
   _probechadó _probechador = profiteur; uitzuiger
   _probecho = profijt; voordeel. Bon probecho! - Dat het U bekome! (na de maaltijd)
   _probechoso = profijtelijk; voordelig
   _problema = probleem, vraagstuk
   _problemátiko = [znw] problematiek. [bnw] problematisch
   _produkshon = productie
   _produktibidat = productiviteit
   _produktibo = productief; winstgevend.
   _produkto = produkt
   _produktor = producent
   _produsí = produceren; voortbrengen
   _profano = profaan
   _profesá = belijden
   _profeshon = professie; beroep; vak
   _profeshonal = [bnw] professioneel; vakbekwaam
   _profeshonalmente = [bw] professioneel; vakbekwaam
   _profeshonalismo = professionalisme; vakbekwaamheid
   _profeta = profeet
   _profetisá = profeteren
   _profugo = [znw] voortvluchtige. [bnw] voortvluchtig.
   _profundamente = [bw] diep, diepgaand
   _profundisá = (zich) verdiepen
   _profundisashon = verdieping; het zich verdiepen in
   _profundo = [bnw] diep, diepgaand
   _programa = programma
   _programá = programmeren
   _programashon = programmering
   _progresá = vooruit gaan, vorderen
   _progresibidat = progressiviteit, vooruitstrevendheid
   _progresibo = progressief, vooruitstrevend
   _progreso = vooruitgang, voortgang, vordering
   _prohibí = verbieden
   _prohibishon = verbod. saka un prohibishon - een verbod uitvaardigen
   _próhimo = naaste, evennaaste. Ku e bara ku bo ta midi bo próhimo, Dios lo midí bo. - Met de maat waarmee ge meet, zult ge gemeten worden.
   _proklamá = proclammeren, afkondigen; verkondigen
   _proklamashon = proclamatie, afkondiging; verkondiging
   _prokreá = (zich) voortplanten
   _prokreashon = voortplanting
   _próksimo = eerstvolgend
   _prokuradó _proikurador = procureur
   _proletariado = proletariaat
   _proletario = [znw] proletariër. [bnw] proletarisch
   _proliferá = prolifereren, verspreiden
   _proliferashon = proliferatie, verspreiding
   _prólogo = proloog; voorwoord
   _prolongá = prolongeren, verlengen
   _prolongashon = prolongatie, verlenging
   _promé = 1. eerst(e). 2. vooraf; promé ku - vóór [v. tijd]; promé ku mañan - vóór morgenb.
   _promèntè = peper
   _promenton = paprika. nanish'i promenton - mopneus
   _promesa = belofte, gelofte; toezegging
   _prometedó _prometedor = veelbelovend
   _prominente = prominent, toonaangevend; vooraanstaand
   _promiskuidat = promiscuïteit
   _promiskuo = promiscu
   _promoshon = promotie; bevordering
   _promové = bevorderen, promoveren
   _pronk = showen. kana pronk - flaneren
   _pronkia = pronken
   _pronkstùk = pronkstuk, sierstuk
   _pronomber {stomme e} = voornaamwoord. pronomber demonstratibo - aanwijzend voornaamwoord. pronomber indefinido - onbepaald voornaamwoord. pronomber interogatibo - vragend voornaamwoord. pronomber personal - persoonlijk voornaamwoord. pronomber relatibo - betrekkelijk voornaamwoord.
   _pronostiká = voorspellen
   _pronóstiko = prognose; voorspelling. pronóstiko di tempo - weerbericht
   _pronto _prontu = overhaast; te snel; prompt; coulant; voortvarend; binnenkort. por lo pronto[S.] - voorlopig; voorshands
   _pronunsiá = uitspreken
   _pronunsiashon = uitspraak
   _pròp = prop
   _propagá = propageren, bevorderen, uitdragen; voortplanten
   _propagandá = propageren
   _propaganda = reklame; propaganda
   _propagashon = bevordering; voortplanting
   _propiedat = eigendom
   _propietario = eigenaar
   _propina = fooi, tip
   _propiná = toebrengen
   _propio = eigen; zelf.
   _proponé = voorstellen, aandragen; stellen; zich voornemen
   _proporshon = proportie, verhouding. Fuera di tur proporshon - buiten alle proporties.
   _proporshonal = proportioneel, evenredig; verhoudings-. representashon proporshonal - evenredige vertegenwoordiging.
   _proporshonalmente = naar verhouding
   _propos = stikdonker
   _proposishon = stelling; voorstel; aanbod; aanzoek
   _propósito = voornemen
   _propulsá = voortbewegen; aandrijven; stuwen, voortstuwen
   _propulshon = voortstuwing; stuwkracht; voortbeweging. fòrsa di propulshon - stuwkracht
   _prosedente (di) = afkomstig (uit)
   _prosedimento = handelwijze, procedure
   _prosedura = procedure
   _prosesá = verwerken
   _prosesamento = verwerking
   _proseshon = processie; omgang; optocht; stoet
   _proseso = proces (niet juridisch! zie kaso)
   _prosperá = voorspoed hebben; floreren
   _prosperidat = voorspoed; welstand.
   _próspero = voorspoedig
   _prostituá = prostitueren
   _prostitushon = prostitutie
   _prostituta = prostituée
   _protegí = door sommigen gebruikt ter vervanging van protehá/i> <>
   _protehá = beschermen
   _protekshon = protectie, bescherming
   _protektor = beschermer
   _protesta = protest
   _protestá = protesteren; (tegen)sputteren
   _protestante = protestant
   _proveé = voorzien (ku - in/van); leveren
   _proverbial = spreekwoordelijk
   _proverbio = spreekwoord
   _providensia = voorzienigheid
   _provishon = provisie; voorraad; voorziening. provishonnan sosial - sociale voorzieningen
   _provoká = provoceren; uitlokken
   _provokashon = provocatie; uitlokking
   _proyekshon = projectie
   _proyektá = projecteren
   _proyektil = projectiel
   _proyekto = project
   _prudensia = voorzichtigheid
   _prudente = prudent; voorzichtig
   _prueba = proef(neming). prueba di sanguer - bloedproef
   _pruga = vlo. kòi pruga - vlooien. merkado di pruga - vlooienmarkt
   _prùim = pruim
   _publiká = publiceren; uitgeven
   _publikamente = [bw] publiekelijk, openlijk
   _publikashon = publikatie
   _públiko = [znw] publiek. [bnw] publiek, openlijk, openbaar
   _publisidat = publiciteit
   _pudin {ng} = pudding
   _pueblo = 1. volk. 2. dorp. den bok' i pueblo - in de volksmond. Juan Pueblo - Jan met de Pet; Jan Boezeroen
   _puente [S.] = brug
   _pues [S.!] = dus
   _puesta = in de uitdrukking: bam puesta! - zullen we 'ns wedden!
   _puesto = positie, post, ambt; standplaats
   _pui = punt; top, piek
   _puiru = [znw] poeder; [ww] poederen, poeieren
   _pul [E.] = trekken
   _pulèchi = kippetje [ook fig.]
   _pulewé = ploeteren; (zich) uitsloven
   _pulmon = long
   _pulmonía = longontsteking
   _pulushi = oer-vervelend
   _puña = toespeling; steek onder water; hatelijkheid. tira puña - steken onder water geven
   _puñal = dolk
   _punchero = (kleine) wasbak
   _punta = punt; stip.
   _puntá = spits
   _punto = punt (waarderings-). puntodi bista - standpunt. punto di salida - aanknopingspunt; uitgangspunt. en punto - precies (v. tijd)
   _puntra = vragen (om een antwoord) (pa - naar/om); puntra ... - Vraag het maar aan ... No puntrá mi! - Weet ik veel!
   _puntual = punctueel, stipt, prompt
   _puntualidat = punctualiteit, stiptheid
   _pupu = [znw] poep. [ww] poepen
   _purá = [znw] haast; den purá - haastig, vluchtig. Ki purá bo tin? - Waarom heb je zo'n haast? [bnw+bw] haastig; vluchtig.
   _pura = zich haasten, haast maken, voortmaken. Pura! - Schiet op!
   _purba = proberen; proeven.
   _Puresa = reinheid, zuiverheid
   _purga = vlo. merkado di purga - vlooienmarkt. (zie ook: pruga).
   _purgashi = darmspoeling
   _purgante = purgeermiddel; laxeermiddel
   _purgatorio = vagevuur
   _purifiká = zuiveren, reinigen
   _purifikashon = zuivering, reiniging
   _puro = zuiver, rein
   _pursi = in: di pursi
- trouwens; inderdaad
   _pursiguí = achtervolgen; vervolgen
   _puru = puur; zuiver; rein
   _purun = (drink)kruik
   _purunchi = sproet. yen di purunchi - sproetig
   _püs [C.] = paars; (A.: biña)
   _pus = etter
   _pusha = duwen, stoten; doordrijven, doordrukken; aanwakkeren, aanduwen. pusha palo bou kandela - olie op het vuur gooien.
   _pushamento = geduw, gestoot
   _pushi = 1. poes, kat; pone pushi kuida piská - de kat op het spek binden. Pushi chikito sa nister duru. - Kleine potjes hebben grote oren. 2. kut.
   _puspas [C.] = soort pap
   _pusta = 1. wedden om, verwedden. Mi ta pustá bo dies florin, ... - Ik wed met je om tien gulden, ... 2. een verboden autorace houden op de openbare weg.
   _puta = hoer
   _putia = hoereren. yiu putiá[vulg.] - buitenechtelijk kind
   _putrí = rot, verrot. putrí di plaka - stinkend rijk
   _putri = rotten, verrotten.
   _puya = [znw] scheet, wind. [ww] scheten, winden laten
   _puyito = kuiken

   _queda [S.] = in: toque de queda - avondklok, spertijd.


   _rabia = [znw] verbolgenheid; boosheid, woede. baha su rabia riba un hende - zijn woede op iemand koelen. [ww] boos worden
   _rabiá = boos; kwaad; verbolgen.
   _rabo = staart. rabo doblá[fig.] - met de staart tussen de benen. Su rabo a krel. - Hij/zij is op z'n/haar teentjes getrapt. maísh'i rabo - tarwe. wes'i rabo - staartbeen; stuitje.
   _radiashon = straling
   _radikal = radikaal
   _radikalismo = radikalisme
   _radio = radio. skucha radio - naar de radio luisteren.
   _radioaktibo = radioacdtief
   _radioaktividat = radioactiviteit
   _radiografía = radiografie
   _radiográfiko = radiografisch
   _radiología = radiologie
   _radiólogo = radioloog
   _raf = raaf
   _ráfaga = windstoot
   _rafañá = [ww] rafelen; [bnw] gerafeld
   _rahá = verstokt; door en door; overtuigd. un protestant rahá - 'n rasechte protestant.
   _raís (C.) = wortel; [gram.] stam
   _rama = [palm-, familie- e.d.] tak. Diadomingo di rama - Palmzondag
   _ramifiká = zich vertakken
   _ramifikashon = vertakking
   _ramo = branche; gebied, terrein [fig.]
   _rancho = 1. (kampeer)hut; 2. manège.
   _rango = rang
   _ranka = [znw] rank. [ww] rukken, trekken, uittrekken. ranka djente - tanden trekken
   _ranká = ruk; 'n zware dobber. 'n lange werkdag. el a haña un bon ranká. - hij/zij/het heeft lang en zwaar tgewerkt. (ook van apparaten, machines e.d.)
   _rans = ranzig
   _rant = rand
   _rapidamente = [bw] snel; vlug
   _rapides = snelheid
   _rápido = snel; vlug.
   _rapòrt = rapport
   _rapòrtá = rapporteren
   _rar = [znw] raar gevoel. [bnw] raar.
   _raramente = zelden.
   _raro = zeldzaam
   _rasa = ras. mala rasa - gevaarlijke mensen
   _rasenchi = rozijn
   _rashonabel {stomme e} = redelijk
   _rashonabilidat = redelijkheid
   _rashonal = rationeel, redelijk
   _rashonalismo = rationalisme
   _rashonalista = [znw] rationalist; [bnw] rationalistisch
   _rashonalmente = redelijkerwijs
   _rasismo = racisme
   _rasista = [znw] racist . [bnw] racistisch
   _raská = kras; schram; haal; schaafwond.
   _raska = krassen; schrammen; krabben
   _rason = reden; gelijk. tin rason - gelijk hebben
   _rasoná = redeneren, beredeneren
   _rasonabel {stomme e} = redelijk, aannemelijk
   _rasonabilidat = redelijkheid, aannemelijkheid
   _rasonamento = redenatie, beredenering, het redeneren
   _raspa = [znw] rasp; schaaf. [ww] raspen; schuren; schrapen; schaven
   _raspá = geraspt. kla i raspá - klip en klaar.
   _raspou = schaafijs
   _ratifiká = ratificeren
   _ratifikashon = ratificatie
   _rato = ogenblik. Warda un rato! - Wacht even! rato-rato - af en toe
   _raton = muis. raton di anochi - vleermuis. saka raton - nafeesten
   _ratu = (zie: rato)
   _ravotiá = ravotten
   _raya = 1. doorstrepen, uitstrepen. 2. royeren. keda rayá - geroyeerd worden.
   _rayamento = 1. doorstreping, uitstreping. 2. royement
   _rayo = straal; streep
   _razo _razu = razend, woedend
   _reakshon = reactie
   _reakshoná = reageren
   _reaktibá = reactiveren
   _reaktibashon = reactivering
   _real = 1: werkelijk. 2: vorstelijk; koninklijk. Su Altesa Real - Zijne/Hare Koninklijke Hoogheid
   _realidat = werkelijkheid. den realidat= eigenlijk; feitelijk. en realidat[S.] - eigenlijk.
   _realisá = 1. beseffen, realiseren; zich rekenschap geven; 2. verwezenlijken
   _realisabel {stomme e} = verwezenlijkbaar
   _realisashon = 1. besef, realisering; 2. verwezenlijking; vervulling
   _realismo = realisme, werkelijkheidszin
   _realista = [znw] realist; [bnw] realistisch
   _realístiko = realistisch
   _realse = luister, nadruk
   _reanimá = reanimeren
   _reanimashon = reanimatie
   _reanudá = hervatten
   _reanudashon = hervatting
   _reapertura = heropening
   _rearmá = herbwapenen
   _rearmamento = herbewapening
   _rebahá = verlagen [ook fig.]; rebahá su mmes - zich verlagen
   _rebaho = verlaging
   _rebalidá _Revalidá = revalideren
   _rebalidashon _revalidaishon = revalidarie
   _rebchi = rib
   _rebelá _revelá = onthullen; openbaren
   _rebelashon _revelashon = onthulling; openbaring
   _rebèlde = [znw] rebel, oproerkraaier, opstandeling. [bnw] oproerig; rebels.
   _rebeldiá = in opstand komen
   _rebeldía = oproer, opstand
   _rebibá = herleven; opleven
   _rebisá _revisá = reviseren; bijwerken
   _rebishon _revishon = revisie
   _rebista _revista = tijdschrift
   _reboká _revoká = herroepen
   _rebokabel _revokabel {stomme e} = herroepbaar
   _rebokamento _revokamento = herroeping
   _rebolushon _revolushon = revolutie; omwenteling; omloop (van hemellichamen).
   _rebolushonario _revolushonario = [znw+bnw] revolutionair
   _rechá = belazerd [plat]
   _rechasá = verwerpen, afwijzen
   _rechasabel {stomme e} = verwerpelijk
   _rechaso = verwerping, afwijzing
   _record [E.] = record
   _reda = [znw] net, visnet. [ww] verklappen. B'a redá bo! - Je hebt jezelf verraden! Ik heb je door!
   _redakshon = redactie
   _redaktá = redigeren
   _redaktor = redacteur
   _redashi = roddel
   _redenshon = verlossing (door Christus)
   _redentor = verlosser; Zaligmaker.
   _redo _redu = roddel. Nan ta bas di redo. - het zijn eerste klas roddelaars.
   _redoblá = verdubbelen
   _redoblamento = verdubbeling
   _redoblashon = verdubbeling
   _redukshon = reductie, verlaging, vermindering, verkleining
   _redusí = reduceren, verlagen, verminderen, verkleinen
   _reeduká = heropvoeden
   _reedukashon = heropvoeding
   _reemplasá = vervangen; wisselen, verwisselen; waarnemen
   _reemplasabel {stomme e} = vervangbaar
   _reemplasabilidat = vervangbaarheid
   _reemplasante = waarnemer, (plaats)vervanger
   _reemplaso = vervanging, waarneming
   _reenkarná = reïncarneren
   _reenkarnashon = reïncarnatie, zielsverhuizing
   _ref = rif
   _referendo = referendum, volksraadpleging.
   _referensia = verwijzing, referentie
   _referí = verwijzen (na - naar)
   _refiná = raffineren, verfijnen
   _refinería = raffinaderij
   _reflehá = weerspiegelen, weerkaatsen.
   _refleho = reflex, weerkaatsing, weerspiegeling, weerschijn.
   _reflekshon = 1. afspiegeling, weerspiegeling, weerschijn, weerkaatsing,terugkaatsing. 2. bezinning
   _reflekshoná = zich bezinnen
   _refleksibo = reflexief, wederkerend
   _reflektá = 1. afspiegelen, weerspiegelen, weerkaatsen, terugkaatsen. (zich) bezinnen
   _reforestá = herbebossen
   _reforestamento = herbebossing
   _Reformá = hervormen
   _Reformashon = hervorming; reformatie
   _reformatorio = reformatorisch
   _reforsá = sterken, versterken
   _refrakshon = (licht)breking
   _refreská = (zich) verfrissen, opfrissen; verversen
   _refreskería = frisdrankzaak
   _refresko = frisdrank; verfrissing
   _refrigerá = koelen
   _refrigeradó _refrigerador = koeler; koelkast
   _refrigerashon = koeling
   _refugiá = schuilen, vluchten
   _refugiado = vluchteling
   _refugio = vluchtoord, toevluchtsoord, schuilplaats
   _refutá = weerleggen, weerspreken, aanvechten
   _refutabel {stomme e} = aanvechtbaar, weerlegbaar
   _refutabilidat = aanvechtbaarheid, weerlegbaarheid
   _refutashon = weerlegging
   _regalá = schenken, cadeau doen
   _regalo = geschenk, cadeau
   _régimen = regime
   _region = gebied, streek
   _regional = regionaal; streek-
   _registrá = [ww] registreren; aantekenen [v. post]. [bnw] geregistreerd; aangetekend [v. post]
   _registrashon = registratie
   _registro = register. registro elektoral - kiesregister. registro sivil - burgerlijke stand
   _regla = [znw] 1. regel. 2. menstruatie. [ww] regelen
   _reglamentá = reglementeren
   _reglamentario = reglementair
   _reglamentashon = reglementering
   _reglamento = reglement
   _regresá = terugkeren, terugkomen; achteruitgaan
   _regreso = terugkeer , terugkomst
   _règt = rechtop
   _regulá = reguleren
   _reguladó = regulateur; regelaar
   _regular = regelmatig
   _regularidat = regelmaat
   _regularisá = regulariseren
   _regularisashon = regularisatie
   _regularmente = [bw] regelmatig
   _regulashon = regeling, regulering
   _rehabilitá = rehabiliteren, revalideren
   _rehabilitashon = rehabilitatie, revalidatie
   _rei = [znw] 1: rij. 2: koning. [ww] raden
   _reimu = ruim; rekbaar [fig.]. un nifikashon reimu - een rekbaar begrip
   _reina = [znw] koningin. [ww] heersen
   _reino = rijk, koninkrijk
   _reis = [znw] wortel. [ww] rijzen
   _rèk = gaan liggen; strekken; rekken, spannen. rèk un rato - 'n tukje doen
   _rek = rekenen
   _rekaída = terugval; terugslag
   _rekalkulá = herberekenen
   _rekalkulashon = herberekening
   _rekalsitrante = recalcitrant; weerspannig; opstandig
   _rekapasitá = herscholen, heropleiden
   _rekapasitashon = herscholing, heropleiding
   _rekapitulá = recapituleren; opnieuw doornemen, op een rijtje zetten.
   _rekapitulashon = recapitulering; het opnieuw doornemen
   _rekerí = vergen; vereisen; benodigd zijn; nodig hebben
   _rèki = [znw] rek
   _rekisito = vereiste, benodigdheid. rekisitonan - rekwisieten
   _rekobrá = terug krijgen; herstellen; herwinnen; inlopen. rekobrá fòrsa - aansterken
   _rekogé = ophalen, inzamelen, verzamelen
   _rekogemento = inzameling, verzameling; het inzamelen, verzamelen
   _rekomendá = aanbevelen, aanprijzen
   _rekomendabel {stomme e} = aanbevelenswaard(ig), aan te bevelen
   _rekomendashon = aanbeveling, aanprijzing
   _rekompensá = belonen; vergoeden
   _rekompensa = beloning; vergoeding
   _rekonkistá = heroveren
   _rekonkista = herovering
   _rekonosé = erkennen; herkennen; terug kennen; onderkennen.
   _rekonosemento = erkenning; herkenning
   _rekonsiderá = heroverwegen; herzien, terugkomen op [beslissing, mening, e.d.]; (zich) herbezinnen
   _rekonsiderashon = heroverweging
   _rekonsiliá = verzoenen, zich verzoenen
   _rekonsiliashon = verzoening
   _rekonstruí = reconstrueren; verbouwen; ombouwen
   _rekonstrukshon = reconstructie; verbouwing
   _rekordá = (zich) herinneren
   _rekordatorio = herinnering; aanmaning
   _rekòrte = knipsel; krantenknipsel
   _rekoudá = werven, inzamelen
   _rekoudashon = werving, inzameling. rekoudashon di fondo - fondsenwerving
   _rekreá = recreëren
   _rekreashon = recreatie, ontspanning; herschepping
   _rekrutá = recruteren, werven, aanwerven
   _rekrutamento = recrutering; werving; aanwerving
   _rekruto = recruut
   _rektangular = rechthoekig
   _rektángulo = rechthoek
   _rektifiká = rechtzetten, rectificeren
   _rektifikashon = rechtzetting, rectificatie
   _rekto = rechtschapen
   _rekuerdo = herinnering, aandenken, nagedachtenis; souvenir
   _rekuperá = herstellen, zich herstellen; op z'n verhaal komen, er weer bovenop komen
   _rekuperabel {stomme e} = herstelbaar; verhaalbaar
   _rekuperabilidat = herstelbaarheid; verhaalbaarheid
   _rekuperashon = herstel. forsa di rekuperashon - veerkracht
   _rekurí = zijn toevlucht nemen (na - tot)
   _rekurso = bron, hulpbron, redmiddel
   _rel = [znw] rilling, griezeling, kriebels. haña rel - de kribels krijgen. duna un hende rel - iemand de kriebels geven. [ww] rillen, griezelen.
   _relahá = (zich) ontspannen; versoepelen; verslappen.
   _relahashon = ontspanning
   _relashon = betrekking, relatie; verband. tin relashon ku - 'n (seksuele) relatie hebben met
   _relashoná = [ww] betrekken (ku - op); in verband brengen (ku - met); [bnw] betrekking hebbend ( - op); met betrekking (ku - tot); in verband (ku - met)
   _relashonista = in: relashonista públiko - public relations functionaris
   _relatá = verhalen, vertellen, verslaan.
   _relatibá = relativeren
   _relatibidat = relativiteit
   _relatibismo = relativisme
   _relatibo = relatief, betrekkelijk
   _relato = verslag; relaas. relato anual - jaarverslag
   _relieve [S.] = reliëf
   _religion = godsdienst, religie
   _religioso = [znw] geestelijke; religieuse. [bnw] godsdienstig, religieus
   _relikia = relikwie
   _rema = roeien
   _remadó _remador = roeier
   _remarká = opmerken
   _remarka = opmerking; aanmerking. bini na remarka pa - in aanmerking komen voor
   _remarkabel {stomme e} = opmerkelijk
   _remarkabilidat = opmerkelijkheid
   _remata = in: di remata - holderdebolder. loko di remata - knettergek. sokete di remata - oerstom.
   _remedi = medicijn(en), geneesmiddel. bebe remedi - medicijnen innemen. remedi di tera - huismiddeltjes
   _remediá = herstellen; verhelpen; opknappen
   _remedia = remedie
   _remediabel {stomme e} = herstelbaar; te verhelpen
   _rementá = barsten; ontploffen; uit elkaar springen; mi kabes ta rementá. - Ik verga van de hoofdpijn.
   _remetido = ingezonden stuk
   _remodelá = hervormmen; omvormen; vervormen
   _remodelashon = hervorming; vervorming
   _remordimento = wroeging
   _renbak = regenbak
   _renbó _renbog = regenboog
   _renchi = ring. rench'i dede - ring (aan de vinger). rench'i horea - oorbel(len). rench'i kasamento, rench'i matrimonio - trouwring. rench'i kompromiso - verlovingsring
   _rendabel {stomme e} = rendabel
   _rendabilidat = rendabeliteit
   _rende = renderen, opleveren
   _rendimento = rendement
   _renegá = afvallen [v. geloof]
   _renegado = afvallige
   _renkor = rancune, wrok; wrevel.
   _renkoroso = rancuneus.
   _renobá = renoveren, hernieuwen; [paspoort e.d.] verlengen
   _renobashon = renovatie, hernieuwing; [paspoort e.d.] verlenging
   _renomber {stomme e} = reputatie, faam, bekendheid
   _renombrá = bekend (van naam en faam)
   _rèns = kribbig, pinnig, gepikeerd, stuurs
   _renunsiá = verwerpen, afstand doen, verzaken, zich terugtrekken, opgeven, afzweren, verloochenen
   _renunsiamento = verwerping, verzaking, terugtrekking
   _reorganisá = reorganiseren
   _reorganisashon = reorganisatie
   _repará = repareren
   _reparashon = reparatie
   _repartí = herverdelen, herindelen
   _repartishon = herverdeling, herindeling
   _repasá = herzien, opnieuw bezien; repasseren, repeteren, herlezen, (opnieuw) doornemen, doorlezen.
   _repatriá = repatriëren
   _repatriashon = repatriëring
   _repentino = plots, plotseling
   _reperkushon = repercussie
   _repertorio = repertoire
   _reportahe = reportage
   _reportero = verslaggever
   _reposá = rusten, opgebaard worden (v. overledene)
   _represaya = represaille; tuma represaya kontra un hende - iemand iets vergelden
   _representá = representeren; vertegenwoordigen; weergeven.
   _representabel {stomme e} = representabel; toonbaar
   _representabilidat = representabiliteit; toonbaarheid
   _representante = vertegenwoordiger; afgevaardigde. representante di pueblo - volksvertegenwoordiger.
   _representashon = vertegenwoordiging; afvaardiging. representashon di pueblo - volksvertegenwoordiging
   _representatibo = representatief
   _represhon = repressie, onderdrukking
   _represibo = repressief, onderdrukkend
   _reprimanda = reprimande
   _reprimí = onderdrukken
   _reprochá = verwijten
   _reprochabel {stomme e} = verwijtbaar
   _reproche = verwijt
   _reprodukshon = reproductie
   _reprodusí = reproduseren; weergeven.
   _repúblika = republiek
   _republikano = republikein(s)
   _repudiá = verwerpen, verstoten, afwijzen, niet (meer) erkennen
   _repudiabel {stomme e} = verwerpelijk
   _repudiabilidat = verwerpelijkheid
   _repugnansia = weerzin.
   _repugnante = weerzinwekkend, afzichtelijk, schandelijk, stuitend
   _reputashon = reputatie
   _Res = reuzel
   _resa = bidden
   _resadó _resador = bidder
   _resake [C.] = deining. (A.: lebamento)
   _resaltá = eruit springen [fig.]; uitblinken
   _resamento = [znw] bidden, gebedsdienst
   _resensente = recensent
   _resensia = recensie
   _resensiá = recenseren
   _resepshon = receptie
   _resepshonista = receptionist(e)
   _reserbá _reservá = [ww] 1. reserveren, boeken, plaatsbespreken. 2. achterhouden; aanhouden; voorbehouden; bewaren. [bnw] gereserveerd; terughoudend
   _reserba _reserva = reserve; voorbehoud
   _reserbashon _reservashon = reservering, boeking, plaatsbespreking
   _reseshon = recessie, achteruitgang
   _reseta = recept
   _rèsh = uitslag [op huid].
   _reshèrsh = recherche; rechercheur
   _resibo = bon, reçu, kwitantie
   _residensia = residentie, woning
   _residensiá = resideren, verblijven; verblijf houden.
   _residente = ingezetene
   _residí = zetelen.
   _residibista _residivista = recidivist
   _resiente = recent
   _resigná = berusten
   _resignashon = berusting
   _resiklá = recycleren
   _resiklabel {stomme e} = recycleerbaar
   _resiklabilidat = recycleerbaarheid
   _resiklahe = recycling
   _resíproko = wederkerig
   _resiprosidat = wederkerigheid
   _resistensia = verzet, weerstand, tegenstand
   _resistente = resistent; houdbaar; weerbarstig; weerstand biedend
   _resistí = weerstaan; weerstand bieden; zich verzetten; tegenspartelen; tegenstribbelen.
   _resitá = reciteren, opzeggen, voordragen
   _resitashon = voordracht, declamatie.
   _reskatá = redden (van ondergang)
   _reskate = redding (van ondergang)
   _resolushon = resolutie, oplossing; vastberadenheid
   _resoluto = resoluut, vastberaden
   _resolvé = oplossen
   _resoná = klinken; weerklinken; resonneren; schallen; weergalmen; weerkaatsen.
   _resonansia = resonantie; weerkaatsing.
   _resonante = resonant; schallend; weerkaatsend
   _respaldá = steunen, ruggesteunen
   _respaldo = ruggesteun
   _respektibamente _respektivamente = respectievelijk
   _respektibo _respektivo = respectief
   _respetá = respekteren, achten
   _respetabel {stomme e} = respektabel, achtbaar, achtenswaard(ig)
   _respetabilidat = respectabiliteit; achtbaarheid, achtenswaardigheid
   _respirá = adem halen
   _respirashon = ademhaling. respirashon artifisial - kunstmatige ademhaling
   _respiratorio = ademhalings-
   _resplandesé = schitteren
   _respondé = verantwoorden; beantwoorden [ook fig.]
   _respondi = boodschap [= mededeling om door te geven]
   _respons = absoute
   _responsabel {stomme e} = verantwoord; verantwoordelijk; aanspraqkelijk; toerekenbaar. tene responsabel - verantwoordelijk stellen.
   _responsabilidat = verantwoordelijkheid; aansprakelijkheid; toerekenbaarheid
   _responsabilisá = verantwoordelijk houden/stellen
   _responsorial = beantwoordend; beantwoording. salmo responsorial - psalm met antwoord refrein
   _respu = [znw] boer; oprisping. [ww] boeren; oprispen.
   _resta = resteren, aftrekken
   _restituí = restitueren; teruggeven
   _restitushon = restitutie; teruggave
   _resto = rest. restonan mortal - stoffelijke resten
   _restorá = restaureren
   _restorant = restaurant
   _restorashon = restauratie
   _restrikshon = beperking, restrictie
   _restringí = beperken; weerhouden.
   _restrukturá = herstructureren
   _restrukturashon = herstructurering
   _resultá = resulteren; voortvloeien (di - uit)
   _resultado = resultaat; voortvloeisel
   _resúmen = résumé, overzicht; samenvatting; uittreksel. resúmen di siman - weekoverzicht. resúmen anual - jaaroverzicht.
   _resumí = resumeren; samenvatten
   _resurekshon = opstanding; verrijzenis
   _resusitá = herrijzen, verrijzen, wederopstaan
   _reta = uitdagen
   _retardá = achtergebleven; achterlijk
   _retardo = achterlijkheid
   _retené = achterhouden; weerhouden; tegenhouden.
   _retirá = [ww] (zich) terugtrekken; opzeggen; ontslag nemen. [bnw] teruggetrokken; afgelegen.
   _retiro = 1. opzegging, ontslag; 2. terugtrekking; 3. retraite
   _reto _retu = uitdaging
   _retórika = retoriek, redenaarskunst
   _retóriko = retorisch
   _retrasá = [ww] vertragen. [bnw] vertraagd
   _retraso = vertraging
   _retroaktibo = terugwerkend; met terugwerkende kracht; fòrsa retroaktibo - terugwerkende kracht
   _reuní = vergaderen; verzamelen; vergaren
   _reunion = bijeenkomst; vergadering; samenscholing
   _Revalidá _Rebalidá = revalideren
   _revalidashon _rebalidashon = revalidatie
   _Revancha = revanche
   _revelá _rebelá = onthullen; (zich) openbaren
   _revelashon _rebelashon = onthulling; openbaring
   _reverendo = eerwaarde; zeereerwaarde.
   _revisá _rebisá = reviseren; bijwerken
   _revishon _rebishon = revisie
   _revista _rebista = tijdschrift
   _revoká _reboká = herroepen
   _revokabel _rebokabel {stomme e} = herroepbaar
   _revokamento _rebokamento = herroeping
   _revolushon _rebolushon = revolutie; omwenteling; omloop (van hemellichamen).
   _revolushonario _rebolushonario = [znw+bnw] revolutionair
   _ria [vero.] = DRE STUIVERS; 15 cent. dò' ria dos plaka - ZEVEN STUIVERS; 35 cent.
   _riba = op. riba dje - erop. riba kayaop straat. korda riba - denken aan. pensa riba - denken over/aan.
   _richi = roei, roede, gordijnroei
   _ridikules = onzin; iets belachelijks
   _ridikulisá = ridiculiseren, belachelijk maken; bespotten
   _ridíkulo = belachelijk; bespottelijk
   _riesgo = risiko. kòre riesgo - risico lopen
   _rifa = [znw] verloting [ww] verloten. saka un kos na rifa - iets verloten
   _rigides = starheid; stugheid
   _rígido = star; streng; stug
   _rijbewijs = ID.
   _rikesa = rijkdom
   _riko = rijk
   _ril = haspel; klos
   _rim = velg
   _rima = rijmen
   _rimamento = rijmelarij
   _rindi = toezwaaien, bewijzen. rindi honor/homenahe na - eer bewijzen aan. rindi tributo na - de laatste eer bewijzen aan.
   _ring = klinken (v. bel,). Telefon ta ring - de telefoon gaat. Bèl no a ring. - De bel is niet gegaan.
   _riñon = nier
   _riol [A.] = riool (C.: kloaka)
   _ripará = merken; bemerken; opmerken; opvallen. Mi no a ripirá - 't is me niet opgevallen.
   _riparabel {stomme e} = bemerkbaar; opmerkelijk; opvallend
   _ripiente = in: di ripiente - plotseling
   _ripití = herhalen, repeteren
   _ripitishon = herhaling, repetitie
   _risibí = 1: ontvangen. 2: te communie gaan [rkk]
   _risibimento = 1: ontvangst. 2: communie [rkk]
   _risiko = risico. kòre risiko - risico lopen
   _RISIPIENTE = VAT, EMMER, BEKER, (= AL WAT VLOEISTOFFEN E.D. KAN OPVANGEN, OF INHOUDEN )
   _riska = riskeren; aandurven; wagen
   _rítmiko = ritmisch
   _ritmo = ritme
   _rito = ritus
   _ritual = ritueel
   _rival = rivaal
   _rivalidat = rivaliteit
   _roba = stelen, roven, beroven
   _robamento = beroving
   _robes = 1. links. 2. verkeerd. pa robes - binnenste buiten
   _robesou = linkshandig
   _robo = roof, beroving
   _robusto = robuust
   _roga = smeken
   _rogamento = [znw] het smeken
   _roi = regenloop
   _ròl = [znw] rol. [ww] flirten
   _rolstul = rolstoel
   _rondeá = 1: omringen. 2: opzoeken; opsnorren, bijeengaren
   _rondó = rond
   _rondoná = omringen ; omgeven; omsluiten.
   _rònk = schor
   _ronka = snurken
   _ronko = hees
   _ront (di) = rond, rondom, om.
   _rosa = [znw] roos. [ww] van planten ontdoen; kaal maken (van land); bouwrijp maken
   _rosario = rozenkrans
   _rosea = adem. hala rosea - adem halen
   _rostro [S.!] = aangezicht
   _rotohòng = warmteuitslag
   _rotonde = id.
   _rotshil = rijke stinker. ple rotshil - de rijke stinker uithangen
   _rotundamente = [bw] volkomen; met kracht. absoluut
   _rotundo = [bnw volledig, volslagen; daverend. un éksito rotundo - 'n daverend succes
   _rous = katten; 'n kat geven; uitschelden.
   _Ruba = Aruba (na: na)
   _rubí [S.] = robijn
   _rubriká = rubriceren
   _rúbrika = rubriek
   _ruchi = roe, roede
   _rudía = knie. hinka rudía - knielen. na rudía - op de knieën
   _rueda [S.!] = wiel, rad; ronde. rueda di prensa - persconferentie
   _ruido = geluid; lawaai
   _ruín = bronstig; tochtig; ritsig; hitsig (ook v. vrouwen maar zeer vulg.)
   _ruina = ruïne, puinhoop; verwoesting
   _ruiná = ruïneren; verwoesten
   _ruman-homber = broer
   _ruman-muhé = zus
   _ruman {ng} = broer; zus; broers en zusters
   _rumbo = richting, route
   _rùn = [bedrijf e.d.] voeren; drijven. rùn un negoshi - 'n zaak drijven.
   _Rusia = Rusland
   _rusiano = [znw] Rus; russisch. [bnw] russisch
   _rústiko = rustiek, landelijk
   _ruta = route kambio di ruta - wegomlegging
   _rutina = routine, sleur

   _sa = weten. (zonder: > ta) ([V.T.:] tábata sa). plegen te; kunnen. haña sa - aan de weet komen. Mi sa antó? - Weet ik veel! Mi (n') sa. - Ik weet 't (niet). No ku mi sa. - Niet dat ik weet. Pa bo sa! - 't is maar dat je 't weet! sa papia un idioma - een taal spreken. Mi tá sa! - Zie je wel! Bo mes sa. - Je weet wel. Nan sá hasi beheit! - Z kunnen me toch 'n herrie maken!
   _sabana = savanne
   _sabelotodo [S.] = betweter; weetal
   _sabí = knap; schrander; geleerd. ple sabí - de knappe bol uithangen
   _sabi = weten. (- sa)
   _sabiduría =wijsheid
   _sabio = wijze; 'n wijs mens
   _sabotá = saboteren
   _sabotahe = sabotage
   _sag = [znw] zaag. [ww] zagen
   _sagrado = heilig, sacraal
   _sak = omlaag gaan/komen; hurken
   _saká = braaksel
   _saka = trekken (ook van wapen); behalen, halen (v. punten e.d.); (iets er-gens) uithalen/trekken; uitstoten; maken (v. fotós); uitgeven (v. publikatie e.d.); braken, overgeven. saka kara - zijn gezicht laten zien; zzijn gezicht redden.. saka kurpa - zich ergens uit redden. saka portrèt - fotós maken
   _sake = in: sake di bala - inworp [sp.] sake di banda - zij-inworp
   _sako = zak. sak'i sushi - vuilniszak
   _sakramento = sacrament
   _sakrana = sekreet [plat]
   _sakrifiká = offeren, opofferen
   _sakrifisio = offer; opoffering. hasi sakrifisio - offers brengen [ook fig.]
   _sakristía = sacristie
   _saksenu (C.) = zachtaardig, zachtmoedig, zachtzinnig.
   _saku = zak
   _sakudí = [ww] schudden; opschudden. [znw] het door elkaar rammelen. Dun'é un bon sakudí! - Rammel hem maar 'ns flink door elkaar!
   _sala = [znw] zaal; zitkamer. [ww] zouten; pekielen.
   _salachi = in:
salachi di petipuá -peultjes.
   _salada = salade
   _salariá = salariëren
   _salario = salaris
   _salba = redden, verlossen
   _salbabida = reddingboot, sloep
   _Salbador = Verlosser; Zaligmaker
   _salbashon = redding, verlossing
   _saldo = saldo, tegoed
   _sali = 1. uitgaan; weggaan; vertrekken; starten; uitrijden; uitrukken; uit-varen; afreizen; uittreden. 2. ontstaan, ontspringen, ontspruiten, uitkomen [ook van publicatie]. sali afó ku... - naar buiten treden met... sali keiru - uitgaan, uitstapjes maken, op stap gaan. sali na kla - uitkomen, bekend worden. El a sali karo. - 't Is duur uitgevallen.
   _salida = uitgang; vertrek; uittocht; start; uitweg [ook fig.]. punto di salida - uitgangspunt
   _saliña = zout water plas
   _salmo = psalm
   _salta = springen, verspringen, overslaan
   _salto = sprong
   _salú = [znw] gezondheid. [bnw] gezond
   _salu = [znw+bnw] zout. Sòpi purá ta sali salu. -haastige spoed is zelden goed.
   _saludá = groeten
   _saludabel {stomme e} = gezond, heilzaam
   _sam = spaarsysteem, waarbij bij iedere termijn één van de deelnemers de hele inleg krijgt.
   _sambechi = zakmes
   _sambuyá = duiken
   _sambuyadó _sambuyador = duiker
   _sambuyamento = [znw] het duiken; duiksport
   _saminá = onderzoeken
   _saminashon = onderzoek
   _San-Juan = (feest van) Sint Jan de Doper. pèrdè San Juan= zich verslapen
   _san = heilige, sint [voor namen]
   _sana = [fig.] gezond maken/worden; [door gebed] genezen
   _sanamento = gezond making (fig.)
   _sanashon = (gebeds)genezing. haña sanashon - genezen worden door gebed.
   _sanatorio = sanatorium
   _sandalia = sandaal
   _Sandòm = iemand uit Santo Domingo.
   _sangra = bloeden
   _sangramento = bloeding
   _sangriente = bloedig; bloederig
   _sanguer {stomme e} = 1. bloed. 2.bloedworst. sanguer abou - bloedarmoede. sanguer blanko - leukemie. preshon di sanguer - bloeddruk. kòi sanguer - bloed aftappen. venenamento di sanguer - bloedvergiftiging. E por a chupa su sanguer. - Hij/zij kon zijn/haar bloed wel drinken.
   _sangura = mug
   _sania = saneren
   _saniamento = sanering
   _sanitario = sanitair
   _sanka = kont, reet. ta sanka na man - aan de schijt zijn. mester kana pa bo sanka tembla.[C.] - je moet je de benen uit de kont lopen.
   _sankshon = sanctie
   _sankshoná = sanctioneren
   _sano = gezond. sano y salvo[S.] - gezond en wel; veilig en wel
   _santana = kerkhof, begraafplaats
   _santanero = grasslang
   _santifiká = heiligen
   _Santísimo = Allerheiligste
   _santo = [znw] 1: zand. 2: heilige. Tur Santo - Allerheiligen. [bnw] heilig.
   _santuario = schrijn
   _sapaté = schoenmaker
   _sapatería = schoenenzaak
   _sapatiá = stampvoeten; trappelen
   _sapato = 1. schoen; schoenen; 'n paar schoenen. un bon sapato - 'n paar goeie schoenen. para den su sapato - stevig in z'n schoenen staan. bisti sapato - schoenen aantrekken. kita sapato - de schoenen uittrekken. 2. hoef (v. paard e.d.). sapato di kabai - hoefijzer
   _sapo = [biol.] pad
   _sara = nijdig worden
   _sarampi = mazelen. sarampi aleman - rode hond
   _sarkasmo = sarcasme
   _sarkástiko = [znw] sarcast. [bnw] sarcastisch
   _sarna = schurft
   _sas = zaagsel
   _saserdosio = priesterschap
   _saserdotal = priesterlijk
   _saserdote = priester
   _sasiná = op de donder geven
   _Satanas = satan. Habranus, Satanas! - Gaat heen van mij, Satan!
   _satániko = satanisch
   _satélite = sateliet
   _satira = satire
   _satíriko = satirisch
   _satisfakshon = tevredenheid; voldoening
   _satisfasé = bevredigen; tevreden stellen
   _satisfecho = tevreden
   _saturá = verzadigen
   _saturashon = verzadiging
   _saya-ku-yaki = twee halve deuren op elkaar.
   _saya = rok. mitar saya - onderrok. saya-karson - rokbroek. saya ku yaki - twee halve deuren op elkaar. E no por mira saya (ni labá) na liñ'i paña. - hij is een echte rokkenjager.
   _screen [E.] = hor
   _sea [S.] = [vw] hetzij. sea...of - hetzij...hetzij; of.. of. [ww] wees, zij (gebiedende wijs van "ta")
   _seda = 1: zij (stof). 2: ceder. pal'i seda - 1. ceder(boom). 2. cederhout
   _sede = zetel. Santa Sede - de Heilige Stoel
   _sedukshon = verleiding [zedelijk]
   _sédula = persoonsbewijs
   _sedusí = verleiden [zedelijk]
   _sefta = [znw] zeef (voor vaste stoffen); hor. [ww] zeven (van vaste stoffen)
   _segmentá = [bnw] gesegmenteerd
   _segmento = segment
   _segregashon = segregatie
   _seguidamente = vervolgens
   _segun = volgens
   _segunda [S.!] = in: segunda mano - tweedehands
   _seis = zes. di seis - zesde.
   _seka = drogen
   _seko = droog
   _sekresía = geheimhouding
   _sekretaria = secretaresse
   _sekretariado = secretariaat
   _sekretario = secretaris. sekretario di estado - staatssecretaris
   _sekreto = [znw+bnw] geheim.
   _sekshon = sectie; [v. weg e.d.] vak
   _sekso = sekse, geslacht
   _seksual = sexueel
   _seksualidat = sexualiteit
   _sekta = sekte
   _sektario = [znw] sektariër. [bnw] sectarisch
   _sektor = sector
   _sekuestrá = ontvoeren; kapen
   _sekuestradó _sekuestrador = kaper, ontvoerder
   _sekuestro = ontvoering; kaping
   _sekularisá = seculariseren
   _sekularisashon = secularisatie
   _sekundario = secundair
   _sekura = droogte
   _sèl = cel
   _seladó _selador = douanier
   _selebrá = vieren
   _selebral = cerebraal
   _selebrante = celebrant
   _selebrashon = viering
   _selebro = hersenen
   _selekshon = selectie
   _selektá = [ww] uitkiezen, selecteren. [bnw] uitverkoren
   _selektibo = selectief
   _selestial = hemels
   _selibatario = celibatair
   _selibato = celibaat
   _seloso = jaloers
   _selular = [znw] mobilie telefoon. [bnw] cellulair
   _selva [S.] = oerwoud; regenwoud
   _semanal = wekelijks; sueldo semanal - weekloon. revista semanal - weekblad.
   _semántiko = semantisch
   _semehansa = gelijkenis
   _semehante = gelijksoortig, soortgelijk
   _semestre = semester
   _seminario = seminarie
   _seminarista = seminarist
   _semita = [znw] semiet; [bnw] semitisch
   _semper {stomme e} = altijd. semper bai - altijd maar, steeds weer, voortdurend.
   _sèn = cent. Ni un sèn pretu - Geen rooie cent.
   _sena = avondeten, avondmaal, diner. último sena - het laatste avondmaal.
   _senado = senaat
   _senadó _senador = senator; parlementslid, statenlid
   _señal = teken, signaal, sein. mal señal - 'n veeg teken. manda un señal - een sein geven
   _señalá = signaleren
   _senario = scenario, draaiboek.
   _sende = aandoen, aanzetten, aansteken (v. licht, radio e.d.)
   _senilidat = seniliteit
   _senilo = seniel
   _senior = senior
   _senk = zinken, verzinken
   _seno = schoot [fig.]
   _señor = heer, meneer
   _señora = mevrouw; dame; echtgenote
   _señorita = juffrouw; jonge dame; maagd. pèrdè su señorita - de maagdelijkheid verliezen; ontmaagd worden. kibra su señorita
- ontmaagden.
   _sensashon = sensatie, opzien
   _sensashonal = sensationeel, opzienbarend
   _sensashonalismo = sensationalisme
   _sensashonalista = sensationalistisch
   _sensato = verstandig
   _sensia = wierook
   _sensibel {stomme e} = voelbaar
   _sensibilidat = gevoeligheid
   _sensitibo = gevoelig
   _senso = volkstelling; bevolkingsbureau
   _sensual = sensueel; zinnelijk; wellustig
   _sensualidat = sensualiteit; zinnelijkheid; wellust.
   _sensurá = censureren
   _sensura = censuur
   _sensuradó _sensurador = sensor
   _sentebibo (C.) = aloë
   _sentenar = honderdtal
   _senteo = bliksemschicht
   _sentensia = vonnis, uitspraak (v.rechtbank). dikta sentensia - uitspraak doen; een vonnis vellen
   _sentensiá = vonnissen; uitspraak doen
   _sentido = zin, waarde; gevoelswaarde. dòbel sentido - dubbelzinnig
   _sentimental = sentimenteel
   _sentimentalidat = sentimentaliteit
   _sentral = centraal
   _sentralisá = centraliseren
   _sentralismo = centralisme
   _sentralista = centralistisch
   _sentro = centrum
   _SEPA = Sindicado di Empleadonan Público di Aruba = Arubaanse Bond van Ambtenaren
   _separá = [ww] (zich) afscheiden. [bnw] afzonderlijk, gescheiden, separaat
   _separadamente = [bw] afzonderlijk
   _separashon = afscheiding
   _seponé = seponeren
   _september = september
   _ser [S.!] = [znw] wezen. ser humano - menselijk wezen. ser femenino - vrouwelijk wezen; de vrouw (in het algemeen). Ser kerí - geliefde. [ww] worden [lijdende vorm]; zijn. manera debe ser [S.! - zoals 't moet (zijn)
   _será = dicht; gesloten; strak (v. gezicht); gevangen. bai será - naar de gevangenis gaan. ta será - in de gevangenis zitten.
   _sera = sluiten; dichtdoen; dichtmaken; opsluiten.
   _seramento = sluiting, het sluiten
   _sèrbètè = theedoek; handdoek. sèrbèt'i mondongo - badhanddoek
   _serbisio [A.] dienst (C.: sirbishi)
   _serbisial [A.] = gedienstig; dienstbaar
   _seremonia = ceremonie, plechtigheid; plichtpleging; staatsie. maestro di seremonia - ceremoniemeester
   _seremonial = ceremoniëel, plechtig; statig, staatsie-
   _serenada = serenade
   _serenidat = sereniteit; stemmige sfeer; vredigheid
   _sereno = sereen; stemmig; vredig
   _seri = serie; aaneenschakeling
   _seriedat = ernst
   _serio = ernstig, serieus. tuma na serio - au sérieux nemen; voor vol aanzien
   _serka = (dicht)bij; bijna. serka di kas - dichtbij huis. mi ta serka kla - ik ben bijna klaar.
   _serká = [znw] omheining. [bnw] omheind. den serká - binnen de omheining. pafó di serká - buiten de omheining
   _serkanía = nabijheid; omgeving
   _serkano = nabij
   _SERLIMAR = Servicio di Limpieza di Aruba = Arubaanse reinigingsdienst
   _sero = 1. heuvel; berg. 2. nul
   _sertámen = wedstrijd; concours. sertámen di beyesa - schoonheidswedstrijd
   _sertifikado = certificaat; brevet. un sertifikado di inkompetensia - 'n brevet van onvermogen
   _servisio [A.] = dienst. (C.: sirbishi)
   _servisial [A.] = gedienstig; dienstbaar
   _sesenta = zestig. di sesenta - zestigste
   _set = dorst
   _SETAR = Servicio Telefónico Arubano = Arubaanse telefoondienst
   _sèt = stel; sèt di sala - bankstel. sèt di kamber - slaapkamerameublement. sèt di komedó - eetkamerameublement
   _setenta = zeventig; di setenta - zeventigste
   _seú [C.] = oogstfeest
   _severidat = strengheid
   _severo = streng
   _seya = zegelen; verzegelen
   _seyo = zegel; verzegeling
   _sfera = sfeer; bol
   _sfériko = bol(vormig)
   _shegarná = hevig mokken; opkroppen (van woede); zich opvreten (van kwaadheid)
   _shelo _shelu = hemel. shel'i boka - gehemelte, verhemelte
   _shen {ng} = honderd. di shen - honderdste
   _shèr = wegjagen
   _shèrsh = lijkwagen
   _shete = zeven; di shete - zevende; shet' or' - zeven uur.
   _shi [vero.] = oude titel bij vrouwennamen. Shi María - de vrouw van Kompá Nanzi.
   _shimaron = mensenschuw
   _shimaruku = wilde kers
   _shimis = jurk
   _shinishero = asbak
   _shinishi = [znw] as; [bnw] grijs
   _shiri-shiri = ingewanden; darmen
   _shishi = [znw] straatmeid, viswijf. Grita manera shishi den hanch'i Punda. - schreeuwen als 'n viswijf. [bnw] schreeuwerig
   _shofer = chauffeur
   _shoko [A.] = uil. (C.: palabruha)
   _shon = meneer, mevrouw; heer, dame.. Shonnan! - Beste mensen! Mòro, shonnan! - Goeie morgen, samen! Shon Kochi - nieuwsgierig Aagje (d.w.z.: iemand die iets nieuws meteen moet uitproberen). Ki shon,... - Hoe dan ook, ...(ook veel gebruikt voor afgekorte voornamen: Shon A. - Albert. Shon Pé - Piet. Shon Bé - Bernardina)
   _shopa = val of fuik (om kippen te vangen)
   _shorá = ingepakt (in extra warme kleren)
   _shora = inpakken [fig.] (bv. v. pers. met veel kleren tegen kou)
   _shoshoro = passiebloem
   _shouru = schooier [fig.]. manera shouru - als een schooier
   _shuata [C.] = voedselvergiftiging krijgen/oplopen; (A.: shuwatá)
   _shuwatá [A.] = voedselvergiftiging krijgen/oplopen. (C.:
shuata)
   _si = 1. [bw] als, indien. Si bo bin, ... - Als je komt, ... si no - anders. 2. [ondersch.vw] of. Mi n' sa si mi ta bin. - Ik weet niet of ik kom. si e t'ei of lag'i t'ei,of hij er is of niet.
   _sí = ja; wel. El a hasi'é sí. - Hij heeft 't wel gedaan.
   _sía = zadel
   _siames = siamees. morocho siames - Siamese tweeling.
   _sibori = [rkk] ciborie
   _siboyin = zilveruitje
   _siboyo = ui
   _SIDA = AIDS (= Síndroma di imunidat defisiente adkerí>)
   _siegá = verblind [ook fig.]
   _siega = verblinden
   _siegamente = blindelings
   _siego = [znw] blinde. [bnw] blind
   _sieguedat = blindheid
   _siendo [S.!] = zijnde; [gerundio van: ser]
   _siensia = wetenschap
   _sientífiko = [znw] wetenschapper, wetenschapsman. [bnw] wetenschappelijk
   _sifra = cijfer
   _sigá = sigaar
   _sigaría = sigaret
   _siglo = eeuw. Den tur siglo di siglonan - in alle eeuwen der eeuwen. siglo diesnuebe - de negentiende eeuw
   _signatura = signatuur
   _signifikante = significant, betekenisvol, zinvol, veelbetekenend, veelzeggend.
   _signo = teken; sterrenteken; sterrenbeeld
   _sigui = doorgaan, volgen, vervolgen, verder gaan, verder komen. Mi no por sigui asina. - Zo kan ik niet verder. sigui numa! - Ga maar door. Manera ta sigui: - Als volgt:
   _siguidó _siguidor = volgeling
   _siguiente = volgend(e)
   _sigur = veilig; zeker; jawel. tin sigur - zeker weten. sigur-sigur - zeker wel / ja zeker, heel zeker
   _sigurá = [ww] verzekeren; veilig stellen. [bnw] verzekerd; veilig. esun sigurá - de verzekerde
   _siguransa = verzekering [fig.].
   _siguridat = zekerheid; veiligheid. pa siguridat - veiligheidshalve, zekerheidshalve. Pa tur siguridat - voor alle zekerheid. Konseho di Siguridat - Veiligheidsraad
   _siguro = verzekering [tegen schade e.d.]
   _sikatris = litteken
   _sikiatra = psychater
   _sikiatría = psychiatrie
   _sikiátriko = psychiatrisch
   _sikiera = zelfs; ten minste. Ni sikiera - zelfs niet.
   _siklismo = [znw] fietsen, wielrijden, wielersport
   _siklista = fietser, wielrenner
   _siklo = cyclus
   _siklon = cycloon
   _sikología = psychologie
   _sikológiko = psychologisch
   _sikólogo = psycholoog
   _sílaba = lettergreep
   _silensiá = verstommen; tot zwijgen brengen
   _silensio = stilte; het zwijgen.
   _silensioso = stil; zwijgend
   _silíndriko = cilindrisch
   _silindro = cilinder
   _simadan [B.] = oogstfeest
   _siman {ng} = week. siman pasá - vorige week; siman santo - goede week; siman di trabou - werkweek; siman aden, siman afó - week in, week uit. den siman - door de week. den un siman di tempo - over een week. fin di siman - weekeinde; otro siman - volgende week
   _SIMAR = Sindicado di Maestronan Arubano = Arubaanse Vakbond van Leerkrachten
   _símbalo = cimbaal; bakken (op slagwerk)
   _simbóliko = symbolisch; zinnebeeldig
   _simbolisá = symboliseren
   _simbolismo = symboliek, beeldspraak
   _símbolo = symbool, sinnebeeld
   _simfonía = symfonie; harmonika. simfonía di boka - mondharmonika. simfonía di man - trekharmonika, accordeon
   _simía = zaad(je); pit. simía di birasol - zonne(bloem)pit(ten)
   _similar = gelijksoortig, soortgelijk
   _simpatía = sympathie
   _simpátiko = aardig, sympathiek
   _simpatisá = sympatiseren
   _simpel {stomme e} = eenvoudig, simpel
   _simpelmente {stomme e} = [bw] eenvoudigweg
   _simplifiká = vereenvoudigen; vergemakkelijken
   _simplifikashon = vereenvoudiging
   _simplisidat = eenvoud; simplisme
   _simplístiko = simplistisch
   _símtoma = symptoom
   _simulá = simuleren
   _simulante = simulant
   _simulashon = simulatie
   _simultaneamente = [bw] simultaan
   _simultáneo = [bnw] simultaan
   _sin = zonder. sin duda - ongetwijfeld. sin embargo - echter. sin falta - zonder mankeren. sin fin - eindeloos. sin geful - gevoelloos. keda sin hasi un kos - iets nalaten te doen
   _siñá = geleerd
   _siña = leren
   _siñamento = [znw] het leren
   _siñansa = lering
   _sinbergüensa = smeerlap, rotzak.
   _sindikado = vakbond; syndicaat
   _sindikal = vakbonds-; movimento sindikal - vakbeweging
   _sindikalismo = vakbondswezen; syndicalisme
   _sindikalista = vakbondsleider; syndicalist
   _síndroma = syndroom
   _sine = bioskoop
   _singular = 1. [znw] enkelvoud. [bnw] enkelvoudig. 2. uitzonderlijk; bijzonder. un kaso singular - 'n uitzonderlijk geval.
   _singularmente = [bw] 1. enkelvoudig; 2. uitzonderlijk.
   _síniko = [znw] cynicus. [bnw] cynisch
   _sinismo = cynisme
   _sinistro = sinister
   _sinko = vijf; di sinko - vijfde. sink' or' - vijf uur.
   _sinkronisá = synchroniseren
   _sinkuenta = vijftig; di sinkuenta - vijftigste
   _sinónimo = synoniem
   _sinseramente = [bw] oprecht
   _sinseridat = oprechtheid
   _sinsero = oprecht; welgemeend
   _sinta = [znw] lint. [ww] zitten; gaan zitten. Sintá bo. - Ga zitten. kai sinta - gaan zitten.
   _síntesis = synthese
   _sintétiko = synthetisch
   _sintetisá = synthetiseren
   _sintí = verstand; zin. ku dos dede di sintí, - met een klein beetje verstand. pèrdè sintí - buiten zinnen raken.
   _sinti = voelen (niet tactiel)
   _sintido = gevoelig; ziekelijk; zwak (v. gezondheid)
   _sintimento = gevoel
   _sintonía = afstemming op (radio of tv)
   _sintonisá = afstemmen op (radio of tv)
   _sintura = [alg.] riem; band; [anat.] taille; middel
   _sinturon = gordel; ceintuur.
   _sipel {stomme e} = siepelen, sijpelen
   _sipriota = [znw] Cyprioot. [bnw] cyprisch
   _sirbes = bier. dal un sirbes - 'n biertje nemen.
   _sirbi = 1. serveren, dienen, bedienen. 2. deugen
   _sirbidó _sirbidor = dienaar
   _sirbiente = dienaar, dienares. sirbiente doméstiko - huishoudster
   _sirbishi (C.) = dienst. (A.: servisio)
   _sirena = sirene [ook mythologisch]
   _Siria = Syrië
   _Sirio = Syriër
   _sirko = circus
   _sirkuito = circuit. kòrte di sirkuito - kortsluiting
   _sirkulá = circuleren, rondgaan, in omloop zijn/brengen.
   _sirkular = [znw] circulaire. [bnw] circulair; cirkelvormig
   _sirkulashon = circulatie; omloop; verkeer. sirkulashon di sanguer - bloedsomloop
   _sírkulo = kring; cirkel; soos
   _sirkumstansia = omstandiheid
   _sirkumstansial = omstandig
   _siruhano = chirurg
   _sirurgía = chirurgie
   _sistema = systeem, stelsel
   _sistemátikamente = [bw] systematisch, stelselmatig
   _sistemátiko = [bnw] systematisch, stelselmatig
   _sistematisá = systematiseren
   _sistematismo = systematiek
   _sisti = bestaan
   _sita = [znw] 1. afspraak. 2. citaat, aanhaling. [ww] citeren, aanhalen
   _sitio = 1. plaats. 2. [mil.] beleg
   _sítriko = citrus
   _sitrun = citroen
   _situá = [bnw] gelegen. ta situá - liggen (op bep. plaats)
   _situashon = situatie, toestand, stand van zaken
   _siudadanía = staatsburgerschap; onderdanen
   _siudadano = staatsburger; onderdaan
   _siudat = stad
   _sivil = 1. [znw] burger. [bnw] burgerlijk. derecho sivil - burgerlijk recht. kódigo sivil - burgerlijk wetboek. registro sivil - burgerlijke stand; bevolkingsregister
   _sivilisá = [ww] civiliseren, beschaven. [bnw] geciviliseerd, beschaafd
   _sivilisashon = civilisatie, beschaving
   _skaf = [znw] schaaf; [ww] schaven. Unda ta skaf, krelchi ta kai. - Waar gehakt wordt vallen spaanders.
   _skala = ]meetk.] schaal; [grote verschiedenheid] scala.
   _skalchi = [alg] schaal; [ei] kaska; [mosselen e.d.] kokolishi.
   _skama = [znw] schub. [ww] van schubben ontdoen
   _skandal = schandaal; aanstoot
   _skandalisá = te schande maken
   _skapa = ontkomen aan, ontvluchten. El a skapa un peyeu! - Hij is de dans ontsprongen.
   _skarnir = 1. scharnier; 2. gewricht
   _skars = schaars. E ta skars di notisia! - Hij moest 'ns weten!
   _skarsedat = schaarste; tekort
   _skeins = schuin; scheef; dwars
   _skeiru = [znw] borstel, schuier. [ww] borstelen, schuieren, poetsen; rondvliegen
   _skel = scheel
   _sképtiko = sceptisch
   _skeptisismo = scepsis
   _sker = [znw] scheur. [ww] scheuren, verscheuren
   _skèr = schaar
   _skèrpi = scherp [ook fig.]
   _sketer = schutter
   _skina = hoek. skina di kaya - straathoek
   _skirbi = schrijven
   _skirbidó _skirbidor = schrijver
   _skit = wegwippen; wegspringen
   _skiu = [bnw] schuw, [ww] schuwen
   _sklama = uitroepen; aanroepen
   _sklamashon = uitroep, schreeuw
   _sklavitut = slavernij
   _sklof = splijten, kloven, openbreken, openhakken
   _SKOA = Stichting Katholiek Onderwijs Aruba
   _skohe = kiezen; uitkiezen
   _skohí = gekozen; uitverkoren
   _skol = school. bai skol - naar school gaan. na skol - op school
   _skomber {stomme e} = rommelen; rommelend doorzoeken
   _skonde = (zich) verbergen; zich schuil houden. hunga kako skondí - verstoppertje spelen. tira piedra, skonde man - achterbaks handelen.
   _skondí = verborgen; stiekem
   _skòmel {stomme e} = schommel
   _skòp = [znw] schop, trap; (stof)blik. [ww] schoppen, trappen
   _skopèt = geweer; skopèt di kèlki - windbuks.
   _skòrpion = schorpioen
   _skòrs = schorsen, opschorten; verdagen
   _skòrsmento = schorsing, het schorsen
   _skòter {stomme e} = schotel(tje). E ta hasi manera e no a kibra un skòter. - Hij doet alsof hij van de prins geen kwaad weet.
   _skrap = schrappen
   _skrapmento = [znw] schrappen
   _skref = schrift
   _skremènt = in: Nan no ta kòi skremènt! - Ze leren 't maar niet af!
   _skruf = [znw] schroef; [ww] schroeven, vastschroeven
   _skrúpulo = scrupule
   _skrupulosamente = [bw] scrupuleus, consciëntieus; angstvallig
   _skrupuloso = [bnw] scrupuleus, consciëntieus; angstvallig
   _skual = znw] uitbrander, schrobbering, berisping, standje. [ww] 'n uitbrander geven; berispen
   _skucha = luisteren (naar). skucha radio - naar de radio luisteren.
   _skuma = [znw] schuim. Hopi skuma, pòko chokolati. - Veel geschreeuw om weinig wol. blas di skuma - zeepbel; blas skuma - bellenblazen. [ww] schuimen; bruisen.
   _skupi = [znw] spuug; skup'i Dios - moedervlek. ww] spuwen, spugen. skupi den laira, (e ta) kai den bo kara. - Wie zich verheft zal vernederd worden; Na hoogmoed komt de val.
   _skur [A.] =donker, duister. Su wowo ta skur - Hij/zij ziet slecht/niets. (C.: sukú)
   _skür = schuren
   _skuridat = duisternis
   _sla = slag, klap. kome sla - klappen krijgen. fò'i slaalle perken te buiten gaand.
   _slabeis = slapeloos; niet kunnende slapen. Mi ta slabeis - ik kan de slaap niet vatten
   _slag = slagen [voor examen]
   _slapdot = vast in slaap.
   _sleip = slijpen; wetten
   _slèk = slap, loshangend
   _slèmbè-slèmbè = slungelig, slungelachtig
   _slenk = slinken
   _slep = [ww] slippen, uitglijden; glijden. [znw] slip; glijbaan.
   _slip [E.!] = onderjurk. (P.: mitar saya)
   _slòf = slof, sloffen
   _slons = slordig, nonchalant; onnauwkeurig
   _slopi = sloop, kussensloop
   _slòt = slot
   _smak = [znw] smaak. Mi n' tin smak. - Ik heb geen zin. un kò'i smak - iets lekkers. [ww] smaken
   _smal = id.
   _smer = geheel platdrukken of rijden
   _smit = blazen [van kat]
   _SMOA = Stichting Midelbaar Onderwijs Aruba.
   _smul = smoel, bek
   _snechi = snee [brood e.d.], sneetje
   _sneibonchi = snijboon, snijbonen
   _sneif = 1. snuif; 2. lichaamsgeur. E tin un sneif[fig.] - hij is 'n beetje van de verkeerde kant
   _sneiru = kleermaker, coupeur
   _snèl = (vis)dobber
   _sneu = sneeuw
   _snoa = synagoge
   _snui = snoeien
   _snùif = (zie: sneif)
   _snuk [C.] = picuda [vissoort]; (A.: pikuda)
   _so = alleen (mi, bo, e so etc.); Mi ta bai mi so. - Ik ga alleen. pas; maar; dos aña so - pas/maar twee jaar.
   _sobadjé _sobradjé = bovendien, daarenboven
   _soberanía = soevereiniteit
   _soberano = soeverein
   _sobèrbè _sobèrbe = hoogmoedig
   _sobèrbia = hoogmoed
   _soborno = omkoperij; steekpenning(en); smeergeld. ofresé soborno - omkopen.
   _sobra = overhouden, overblijven, resteren; sobra dje[A.] - bovendien; overigens
   _sobrá = rest, overblijfsel
   _sobrebibensia = overleving; voortbestaan
   _sobrebibí = overleven; voortbestaan
   _sobrebibiente = overlevende
   _sobresalí = uitblinken _sobresaliente
[S.] = uitmuntend
   _sobrina = nicht [oomzegster] (ook: subrina. oorspronkelijk geslachtloos!)
   _sobrino = neef [oomzegger] (ook: subrino; oorspronkelijk geslachtsloos!)
   _soda = zweten
   _sodó = zweet. den sodó di bo kara,... - in het zweet Uws aanschijns,...
   _sofistiká = [bnw] verfijnd
   _sofoká = stikken; verstikken
   _sofokante = benauwd; verstikkend; zwoel; snikheet
   _SOGA = Stichting Onroerend Goed Aruba
   _sokete = onbenullig; idioot, stompzinnig, stom. kò'i sokete - stommiteit. Es ta kò'i sokete! - Wat 'n stommiteit!
   _sokòro = hulp, bijstand. fig.; promé sokòro - Eerste Hulp. perpetuo sokòro - altijddurende bijstand.
   _solamente = [bw] alleen; slechts
   _solar = zons-
   _soldá = soldaat
   _solda = solderen
   _soldachi = slak met huisje) Soldachi ku ta kuida su kas ta biba largo. - wie goed voor zichzelf zort leeft lang.
   _soledat = eenzaamheid
   _solidaridat = solidariteit, saamhorigheid
   _solidario = solidair
   _solides = soliditeit; stevigheid
   _sólido = solid, degelijk; vast
   _solisitá = solliciteren
   _solisitante = sollicitannt
   _solisitashon = sollicitatie
   _solisitut = verzoek
   _solista = solist
   _solitario = eenzaam; alleenstaand
   _solo = 1. [znw] zon. solo ta mata hende! - 't is snikheet! 2. [bnw] enkel; un solo hende - een enkel persoon.
   _soltero = vrijgezel
   _solushon = oplossing
   _solushoná = oplossen
   _sòm = som. saka bo sòm - Tel uit je winst!
   _sombra = schaduw
   _sombré = hoed. un kos, hende di kita sombr - iets, iemand om je hoed voor af te zetten.
   _somentá = verdwijnen. Somentá! - Verdwijn!
   _someté = onderwerpen; voorleggen; óverleggen
   _soña = dromen; (ku - over/van)
   _sondeá = peilen
   _sondeo = peiling
   _sonoro = klankrijk
   _soñero = [znw] slaapkop. [bnw] slaperig.
   _soño = slaap; droom. (morto) na soño - (vast) in slaap. pega soño - in slaap vallen.
   _sòpi = soep. sòpi purá ta sali salu. - Haastige spoed is zelden goed. sòpi sin salu - [fig.] slap (van lijf na ziekte)
   _sòrdo = doof. sòrdo manera un kañon - zo doof als 'n kwartel.
   _sorprendé = verrassen; verwonderen
   _sorprendí = verrast, verwonderd
   _sorprendiente = verrassend, verwonderlijk, verbazend
   _sorpresá = [ww] verrassen, verbazen. [bnw] verrast, verbaasd, verwonderd
   _sorpresa = verrassing, verwondering; Esei no ta ningun sorpresa pa mi. - Dat verbaast mij niet(s).
   _sòrsaka = zuurzak
   _sòrta = sorteren
   _sorteá = ontrafelen; uitzoeken
   _sorteo = trekking (v. loterij)
   _sòrto = soort
   _sòru = zorgen
   _sosedido = voorval, gebeurtenis
   _sosegá = rusten. El a bai sosegá. - Hij/zij is overleden [mededeling kort na overlijden]. Ku e sosegá na pas - Dat hij ruste in vrede
   _soseishi = worstje
   _sosial = sociaal
   _sosialisá = socialiseren
   _sosialisashon = socialisatie$
   _sosialismo = socialisme
   _sosialista = socialist(isch)
   _sosiedat = samenleving; maatschappij; vereniging
   _sosiego = rust. sosiego eterno - de eeuwige rust.
   _sosio = compagnon; vennoot
   _sosodé = gebeuren, voorkomen, voorvallen
   _sospechá = verdenken; argwaan hkoesteren
   _sospecho = verdenking, achterdocht, argwaan, vermoeden
   _sospechoso = [znw] verdachte. [bnw] verdacht; achterdochtig; argwanend
   _sostèn {ng] = 1. steun, ondersteuning; 2. bh [vero.]
   _sostené = steunen, ondersteunen
   _sostenedó _sostenedor = volgeling; supporter; ondersteuner
   _sota = ransel; pak ransel; pak slaag. un bon sota - 'n flink pak slaag.
   _sous = saus
   _SPA = Sindicado di Polis Arubano = Arubaanse vakbond van politie
   _spak = spaak
   _span = spannen; opensperren. El a span su wowo. - Hij sperde zijn ogen open.
   _Spaña = Spanje
   _spañó = [znw] Spaans; Spanjaard. [bnw] spaans.
   _spanta = schrikken, afschrikken
   _spantenbier = id.
   _spanto = schrik; verschrikking
   _spantoso = schrikwekkend, schrikbarend; angstaanjagend
   _spar = sparen, opsparen. kuenta di spar - spaarrekening. spar mi di mal amen. - God beware me!
   _spardó _spardor = spaarder
   _sparmento = [znw] het sparen
   _spart = spatten, spetten
   _SPCOA = Stichting Protestants Christelijk Onderwijs Aruba.
   _speilu = spijl
   _speit = [znw] spuit; [ww] spuiten
   _spèki = spek
   _spektakular = [bnw] spectaculair
   _spektakularmente = [bw] spectaculair
   _spektákulo = spektakel
   _spèl = spellen
   _spèlmento = [znw] het spellen
   _spenderag = spinneweb; hooimijt
   _spera = hopen; verwachten
   _speransa = hoop; verwachting. speransa falso - valse hoop; voorspiegeling. yen di speransa / ku gran speransa - hoopvol
   _spesial _speshal = speciaal
   _spesialidat _speshalidat = specialiteit
   _spesialisá _speshalisá = specialiseren
   _spesialismo _speshalismo = specialisme
   _spesialista _speshalista = specialist
   _spesialmente _speshalmente = [bw] vooral, speciaal
   _spesifiká = specificeren
   _spesifikashon = specificatie
   _spesífiko = specifiek
   _spetaklu = gedoe. Es ta kò'i spetaklu! - Wat 'n gedoe! Ki kò'i spetaklu esei ta? - Wat is dat voor 'n idioot gedoe?
   _spierta = ontwaken [ook fig.]
   _spierto = pienter, bijdehand
   _spikulá = speculeren
   _spikuladó _spikulador = speculant
   _spikulashon = speculatie
   _spikulatibo = speculatief
   _spil = spiegel
   _spina = rijzen (v. haren). Su kabei a spina. - Z'n haren gingen overeind staan.
   _spinazi = spinazie
   _spion = spion
   _spioná = spioneren; spieden
   _spionage = spionage
   _spirito = 1. geest; 2. spook; 3. spaarvlam. Spirito Santo - de Heilige Geest.
   _spiritual = geestelijk, spiritueel
   _spit = snelheid; vaart; versnelling. ful spit - in volle vaart. kambia spit - schakelen
   _spleit = splijten
   _splender {stomme e} = splinter
   _splendor = schittering, praal, pracht, glans
   _splika = uitleggen; toelichten
   _splikashon = uitleg, toelichting
   _spoki = spook
   _spontaneidat = spontaneïteit
   _spontaneamente = [bw] spontaan
   _spontáneo = spontaan
   _sporadikamente = [bw sporadisch
   _sporádiko = [bnw] sporadisch
   _spreit = [znw] spruit; [ww] spruiten, ontkiemen
   _sprènkel {stomme e} = sprenkelen
   _spring = veer; spiraal
   _sprui = sproeien, besproeien
   _sprùit = [znw] spruit; [ww] spruiten, ontkiemen
   _spùit = [znw] spuit; [ww] spuiten
   _spula = spoelen; omspoelen
   _stabil = stabiel
   _stabilidat = stabiliteit
   _stabilisá = stabiliseren
   _stabilisashon = stabilisatie
   _stablesé = (zich) vestigen
   _stablesimento = vestiging
   _stadi = toestand. Wak su stadi! - Kijk toch hoe 't eruit ziet!
   _staf =id. [ook personeel]
   _stage [E.] {steidzj} = podium
   _stagna = stagneren, stilliggen, stilstaan
   _stagnashon = stagnatie; stilstand; opstopping
   _staka = steken, uitsteken
   _stampía = zegel, postzegel
   _standardisá = standardiseren
   _standardisashon =standardisatie
   _standarte = standaard
   _stanfleis = tandvlees
   _stankía = paal (v. metaal)
   _start = starten
   _stashi = [rkk] (kruisweg)statie
   _stashoná = stationeren; parkeren
   _stashonamento = stationering; het parkeren
   _stashonario = stationair
   _stat = stad
   _statal = staat-, staats-
   _stateis [C.] = stadhuis, bestuurskantoor
   _statistik = statistiek
   _statístika = statistiek
   _statístiko = [znw] statisticus. [bnw] statistisch
   _statua = standbeeld
   _steif = stijf; stram
   _stek = stek, pijnscheut
   _stèk = stekken [v. planten]
   _stèki = stek [v. plant]
   _stelashi = (bouw)steiger; stellage
   _stèm = stem
   _stèmpel {stomme e} = [znw] stempel; waarmerk. [ww] stempelen; waarmerken
   _stenchi = siersteentje (in sierraad); kiezelsteen
   _stenepòp = in: e ta manera stenepòp. - ze ziet eruit als een plaatje.
   _stenpeishi = steenpuist
   _stens = steunen
   _stéreo = stereo
   _stereotípiko = stereotiep
   _sterilidat = steriliteit
   _sterilisá = steriliseren
   _sterilisashon = sterilisatie
   _sterilo = steriel
   _stèrki = sterk (v. smaak). bibida stèrki - sterke drank
   _stet = [znw] stut; [ww] stutten
   _stichi [A.] = katapult. (C.: chincha)
   _stigma = stigma
   _stigmatisá = stigmatiseren
   _stigmatisashon = stigmatisering
   _stilo = stijl
   _stim = [znw] stoom. kayenbte manera stim - zo loops als 'n teef. [ww] stomen
   _stimá = geliefd, bemind
   _stima = liefhebben, houden van, beminnen. stima bo próhimo. - Hebt Uw naaste lief. Mi ta stimá bo. - Ik hou van jou.
   _STIMARUBA = Arubaanse milieu organisatie
   _stimashon = liefde, genegenheid
   _stimulá = stimuleren, prikkelen, opwekken, aansporen
   _stimulashon = stimulering, prikkeling, opwekking, aansporing
   _stímulo = stimulans, prikkeling, opwekking, aansporing
   _stimwòl = stoomwals
   _STINAPA = Stichting Nationaal Park Aruba/Antillen
   _stinki = in: hole stinki - stinken; holó stinki - stank
   _stipulá = vaststellen; bepalen; stipuleren
   _stipulashon = vaststelling; bepaling
   _stiwa = stouwen
   _stiwadó _stiwador = stuwadoor
   _stoba = stoven. karni stobágesmoord rundvlees
   _stof = fornuis
   _stòf = stof [= het stof]
   _stofia = in: awa ta stofia - het motregent
   _stòk = voorraad. den stòk - in voorraad
   _stòm = stom; paf. M'a keda stom! - Ik stond paf.
   _stoma = maag. Su stoma ta su Dios. - Hij denkt alleen maar aan eten. Mi stoma ta gruña - Mijn maag rammelt. Mi stoma a yena. - Ik heb mijn buik ervan vol. [fig.] Mi stoma ta wal - Ik kokhals ervan.
   _stompi = [bnw stomp; [mes] bot
   _stòp = aanhouden, ophouden, stoppen, tegenhouden.
   _storia = [znw] verhaal, vertelling. [ww] een uitbrander geven.
   _storiá = [znw] uitbrander.
   _stot = [znw] stoot, por. [ww] stoten, porren, aanstoten.
   _straña = [ww] bevreemden, vreemd vinden. Ta strañá mi, ... - Ik vind 't vreemd, ... [bnw] vreemd, raar
   _strañesa = vreemdheid; bevreemding
   _strangulá = wurgen
   _strangulante = wurgend; wurg-
   _strangulashon = wurging
   _stranhero = [znw] buitenlander; vreemdeling. [bnw] vreemd; buitenlands; uitheems
   _straño = vreemd, vreemdsoortig, eigenaardig
   _strategia = strategie; list
   _stratégiko = strategisch; listig
   _stratego = strateeg
   _stravegante = extravagant, uitzonderlijk
   _strea = ster. strea di nort - poolster. El a pèrdè strea di nort. - Hij is de kluts kwijt.
   _strei = kibbelen, bekvechten, vitten
   _streif = klutsei
   _streimento = kibbelarij
   _strena [A.] = donder. (C.: bos) strena ku lamper - donder en bliksem.
   _strepi = streep
   _stret = [ww] rechten, recht trekken, rechtzetten; terechtwijzen. [bw] recht [niet krom]; stret padilanti - rechtdoor; recht vooruit.
   _striká = strijkbeurt. m'a dun'é un labá i striká. - Ik heb 'm goed de waarheid gezegd.
   _strika = strijken. Ora hero ta kayente, laga strika! - Men moet het ijzer smeden als het heet is. kabei striká - met een hete krultang sluik gemaakt kroeshaar
   _striktamente = [bw] strikt
   _strikto = [bnw] strikt
   _stroba = storen, verstoren. Stroba otro - elkaar in de wielen rijden.
   _strobamento = stoornis; verstoring; storing
   _stroi = strooien
   _strok = beroerte
   _stròp = strop (aan galg). Den kas di burdugu no sa falta stròp. - In het huis van een beul ontbreekt nooit een strop.
   _stropi = 1. [znw] stroop, siroop. stropíi kalbas - kalebasstroop (hoes-tdrank). 2. [bnw] heerlijk (van smaak), heel erg lekker (zoet)
   _strukturá = structureren
   _struktura = struktuur; samenstel
   _struktural = structureel
   _studia = studeren; bestuderen
   _studiante = student
   _studiantil = studenten-; studentikoos
   _studioso = leergierig
   _stul = stoel. stul di zoya - schommelstoel
   _stupi = stoep
   _stupides = stompzinnigheid
   _stúpido = stompzinnig
   _stür = [znw] stuur. [ww] sturen, besturen
   _su = zijn; haar, Uw
   _sua = zwager; ouwe jongen
   _suafel {stomme e} = lucifer
   _suaflu = lucifer
   _suak = zwak
   _sualchi = zwaluw
   _suarchi = zwaluw
   _suave = zachtaardig; xachtzinnig; [muziek, stem e.d.] zacht
   _suavisá = verzachten; vertederen
   _suavisante = verzachtend
   _subhetibidat = subjectiviteit
   _subhetibo = subjectief
   _subhuntibo = aanvoegend; modo subhuntibo - aanvoegende wijs
   _subi = omhoog gaan; opstappen; instappen; beklimmen; opstijgen; oplaten.
   _subida = helling (omhoog); het opstijgen
   _subkonsiente = onderbewust
   _sublimá = sublimeren
   _Sublime = subliem, riant
   _submarino = onderzeeër
   _subordiná = [ww] ondergeschikt maken. [bnw] ondergeschikt
   _subordinashon = ondergeschiktheid
   _subrayá = onderstrepen
   _subrina = neef, nicht. (kind van broer of zus). ook: sobrina (oorspronkelijk geslachtloos.)
   _subrino = neef [oomzegger] ook: sobrino (onder Spaanse invloed.)
   _subsidiá = subsidiëren
   _subsidiario = subsidiair
   _subsidio = subsidie
   _substansia = substantie
   _substansial = substantiëel, aanzienlijk
   _substantibá = substantiveren
   _substantibo = substantief, zelfstandig naamwoord
   _substituí = vervangen, substitueren
   _substitushon = vervanging, substitutie
   _substituto = substituut; vervanhgingsmiddel
   _subteráneo = onderaards
   _suburbio = voorstad
   _subversibo = subversief, ondermijnend
   _suegra = schoonmoeder; schoondochter
   _suegro = schoonvader, schoonouder; schoonzoon
   _sueko = [znw] Zweed; zweeds. [bnw] zweeds.
   _suela = vloer, grond. bùigi te na suela - buigen als 'n knipmes. nan a bah'é te na suela. - Er bleef geen stuk van hem heel.
- (gezegd als men iemand op z'n voet trapt.)
   _sueldo = loon
   _sueño = schim. M'a mira su sueño. - Ik heb 'n schim van hem gezien.
   _suèrtè = geluk. tin suèrtè - boffen. tin mala suèrtè - pech hebben. pa mala suèrtè - ongelukkig(erwijs)
   _Suesia = Zweden
   _sufihá = achtervoegen
   _sufiho = achtervoegsel
   _sufisiente = voldoende, genoeg, toereikend
   _sufri = [ww] lijden (di - aan)
   _sufrimento = [znw] lijden
   _sugerensia = suggestie, voorstel
   _sugerí = voorstellen, suggereren, opperen
   _sugestibo = suggestief
   _suhetá = onderwerpen
   _suheto = subject, onderwerp
   _suichi = schakelaar. yab'i suichi - contactsleutel(tje)
   _Suisia = Zwitserland
   _suisidio = zelfmoord; zelfdoding
   _suiso = [znw] Zwitser; Zwitsers. [bnw] zwitsers.
   _sukú (C.) = donker. (A.: skur)
   _suku = suiker. Suku ku gaba su mes ta bira pupu. - Eigen roem stinkt.
   _sukumbí = toegeven, zwichten, bezwijken, het hoofd buigen [fig.].
   _sukursal = filiaal, bijkantoor, dépendance
   _sùlts = zult
   _suma = [znw] optelling; bedrag. [ww] optellen.
   _sumamente = [bw] hoogst, uiterst, uitermate
   _sumario = sumier; standrechtelijk. kaso sumario - kort geding. ehekushon sumario - standrechtelijke executie.
   _suministrá = leveren, aanvoeren
   _suministradó _suministrador = leverancier
   _suministro = levering, aanvoer, voorziening
   _sumo = [bnw] uiterst, uitermate. di sumo importansia - van uitermate groot belang.
   _sumpiña = doorn; naald (v. cactus); stekel
   _sunchi = [znw] zoen, kus. [ww] zoenen, kussen.
   _sunú = bloot, naakt. bisti sunú - laag uitgesneden kleren dragen. blo sunú - helemaal bloot. bibo sunú - spiernaakt. kita sunú - alle kleren uittrekken. lomba sunú - met blote rug. kabes sunú - blootshoofds.
   _super-merkado = supermarkt
   _superá = te boven komen, overwinnen; zich ontworstelen aan
   _superfisial _superfishal = oppervlakkig
   _superfisialidat _superfishalidat = oppervlakkigheid
   _superfisie = oppervlak(te)
   _superior = superieur; overmachtig
   _superioridat = superioriteit; overmacht
   _superlatibo = overtreffende trap
   _superstishon = bijgeloof
   _superstisioso = bijgelovig
   _supervisá = toezicht houden
   _supervishon = toezicht
   _supla = 1. blazen; 2. waaien; 3. snuiten; 4. sissen [ook v. slang]; supla nanishi - z'n neus snuiten. supla paga - uitblazen
   _súplika = smeekbede; verzoek
   _supliká = smeken; verzoeken
   _suponé = veronderstellen, vermoeden
   _suposishon = veronderstelling, vermoeden
   _supremasia = suprematie
   _supremo = supreem; opper(st)
   _suprimí = verdringen; onderdrukken; verbergen
   _supuestamente [S.] = [bw] verondersteld
   _supuesto [S.] = [bnw] verondersteld, vermeend
   _sùr = zuster [non]
   _surdo = doof; (zie: sòrdo)
   _surgi [di] = opkomen [uit], voortkomen [uit]
   _Surinam = Suriname
   _surinameño = [znw] Surinamer; [bnw] surinaams
   _Surnam = Suriname
   _surpasá = overtreffen
   _surplus = id.
   _surtí = gesorteerd; bevoorraad. bon surtí - goed voorzien
   _surti = sorteren
   _surtido = sortering; voorraad
   _suseptibel {stomme e} = vatbaar; ontvankelijk
   _suseptibilidat = vatbaarheid
   _suseshon = successie; opvolging
   _susesibo = opvolgend; successief
   _susesor = opvolger
   _susha = vuil worden; vuil maken; bevuilen. susha un hende su nomber - iemand door het slijk halen. su kabes a susha - z'n/haar hoofd is op hol geslagen. mal sushá - heel erg vuil.
   _sushamento = vervuiling
   _sushi = [znw] vuil; vuilnis; vuiligheid, viezigheid; poep. sush'i kachó - hondenpoep. bak'i sushi - vuilnisbak, vuilnisemmer. barí'i sushi - vuilnisvat. out'i sushi - vuilniswagen. sak'i sushi - vuilniszak. [bnw] vuil, vies, smerig; schunnig. boka sushi - een vuile bek.
   _sushiman = vuilnisman
   _suspendé = schorsen, opschorten; verdagen
   _suspenshon = schorsing, opschorting
   _suspirá = zuchten
   _suspiro = zucht
   _sustantibo = zelfstandig naamwoord
   _susto = schrik
   _susurá = fluisteren
   _suta = ranselen, afranselen; geselen
   _sutamento = afranseling; geseling
   _sútil = subtiel
   _sutilidat = subtiliteit
   _SVB = Sociale Verzekeringsbank

   _ta = 1. tegenwoordige tijdspartikel. 2. [ww] zijn. [V.T.:] tábata. (soms afgekort tot: t') Esakí t'e. - Dit is 'm/ze/'t. Bo ruman t'ei? - Is je broer/zus daar? E no t'ei. - Hij/zij/'t is er niet.
   _tabako = tabak
   _tábata = 1. was/waren; 2. verledentijdspartikel. tábata sa - wist/wisten. Mi tábata t'ei. - Ik wasdaar (bij).
   _tabatin = V.T. v. tin= had(den); er was/waren
   _tabla = 1. plank. 2. 'n heel lot uit de landsloterij.
   _tabú = taboe
   _taflak = tafellaken
   _taha = verbieden; waarschuwen.
   _taip = typen
   _taira = band, luchtband, autoband
   _tait = [ww] aanhalen, strak(ker) trekken, spannen. [bnw] strak
   _taki = [boom-] tak
   _taksi = taxi
   _táktika = tactiek
   _táktiko = tactisch
   _táktil = tast-, tastbaar
   _takto = 1. tact. 2. tast [zintuig]
   _tal [S.] = zo'n. di tal manera - zodanig; op zodanige wijze. un tal señor A. - 'n zekere meneer A.
   _talentá = getalenteerd, talentvol; begaafd; begiftigd
   _talento = talent
   _tamaño = afmeting; grootte; omvang
   _tambaleá _tambaliá = wankelen
   _tambaleante _tambaliante = wankelend; onvast
   _tambe = ook
   _tambú = 1. soort trom. 2. dans en zang, met alleen rythmisch geluid op trom en tuingereedschappen. tambú di horea - trommelvlies
   _tampòko = ook niet; evenmin
   _tan' = tante (+ naam); Tan'Toya - Tante Victoria.
   _tan [S.!] = zo
   _tankero = tanker
   _tanki = tank; reservoir
   _tanta = tante
   _tanten {ng} = ondertussen; tanten ku - zo lang.
   _tanto _tantu = zoveel; tanto bal - 't is om 't even. tanto bal bo t'ei of lag'i t'ei. - 't is om 't even Of je er bent of niet. tanto ... komo .... - zowel ... als ... tanto mihó! - des te beter! asina tantu - zo veel. mas tantu - meestal. (No) di e tanto ei - (niet) zo bar veel. Pa e di tantu biaha. - voor de zoveelste keer.
   _tapa-tapa = deksel
   _tapá = [bnw] afgedekt, bedekt, verstopt; [fig.] afgestompt. mi horea ta tapá. - m'n oren zitten dicht. (v. buis e.d.), verstopt
   _tapa = [znw] deksel; hoes [ww] afdekken; dichtdoen (met deksel); bedekken [ook fig.]; verstoppen, (v. buis e.d.), verstopt raken.
   _tapadera = deksel
   _tapeit = tapijt; loper. tapeit korá - rode loper.
   _tapushi = aar; korenaar
   _tara-tara = kraakbeen
   _tarda = ophouden, uitblijven, duren; laat komen. pa mas tardá - op z'n laatst; uiterlijk
   _tardansa = duur; oponthoud, vertraging
   _tardi = namiddag. Bon tardi! - Goeie middag. (zie ook: atardi)
   _tarea = taak; opgave
   _tarifa = tarief
   _tas = id.
   _tasa = koers (v. effekten, geld)
   _tata = vader. Dios Tata - God de Vader. Nos-Tata= Onze-Vader
   _tataranieto = [S.!] achter-achterkleinkind
   _tawela [C.] = grootvader, grootmoeder. (A.: wela)
   _taya = taille
   _tayer = werkplaats, atelier; studiedag, work-shop
   _tayó = bord (om te eten)
   _té = thee
   _te = tot. te ainda - nog steeds; te asta - zelfs; te dimas - al te veel. Te oró! - Tot straks! Te mañan! - Tot morgen!
   _teatral = theatraal
   _teatro = theater, schouwburg
   _teblachi = theeblad, presenteerblad, dienblad
   _tefi = teef
   _teimu = (pesterig) zeuren, treiteren, zijken [fig.]
   _tèk = stel, groep, stapel
   _tèkè-tèkè = babbelen, kletsen
   _tekla = toets
   _teklado = toetsenbord
   _téknika = techniek
   _teknikamente = [bw] technisch
   _tékniko = [znw] technicus [bnw] technisch.
   _teknología = technologie
   _teknológiko = technologisch
   _teknólogo = technoloog
   _teksto = tekst
   _tekstual = [bnw] letterlijk
   _tekstualmente = [bw] letterlijk
   _tela = stof (geweven); weefsel
   _telefériko = kabelbaan
   _telefon = telefoon
   _telefóniko = telefonisch
   _telefonista = telefonist
   _telegrafía = telegrafie
   _telegráfiko = telegrafisch
   _telegrafista = telegrafist
   _telegram = telegram telegram di kondolensia - condoléancetelegram. telegram di felisitashon - gelukstelegram
   _telekomunikashon = telecommunicatie
   _telelele = treuzelen, sukkelen
   _telep = theelepel
   _telepatía = telepathie
   _telepátiko = telepathisch
   _teleskopio = telescoop, sterrenkijker
   _televishon = televisie
   _tema = thema
   _temátiko = [znw] thematiek. [bnw] thematisch
   _tembla = beven; bibberen; sidderen; trillen
   _temblamento = beving; trilling. un temblamento di tera= een aardbeving
   _temblor = [aard-] trilling; aardschok
   _teme = vrezen; duchten.
   _temeroso = vreesachtig; vreesaanjagend; angstig, angstvallig
   _temor = vrees
   _temperá = [ww] marineren. [bnw] gemarineerd
   _temperamento = temperament
   _temperatura = temperatuur
   _tempo = 1. tijd; ki tempo? - wanneer?. tempo ku - toen. Tempo di mi tempo, - toen ik nog jong was,... tempo-tempo - bij tijd en wijle. 2. weer. Tempo ta na awa. - Het dreigt te gaan regenen. bon tempo - goed weer. mal tempo - slecht weer, onweer
   _temporada = tijdperk; tijd v. h. jaar
   _temporal = [bnw] tijdelijk
   _temporalmente = [bw] tijdelijk
   _temporisá = temporiseren
   _tempran = vroeg
   _tenas = onversaagd, vasthoudend,
   _tenasidat = vasthoudendheid, onversaagdheid
   _tenchi = [znw] kleine teen; teenthje (knoflook); [bnw] tenger
   _tende = horen. Bin tende! - Kom 'ns horen! Kuidou, tende! - Kijk uit, hoor!
   _tendensia = tendens; neiging
   _tendensioso = tendentieus
   _tene = 1: houden. 2: gebiedende wijs van tin. tene pasenshi! - Heb geduld!
   _tènes = tennis. hunga tènes - tennissen
   _tenshon = spanning
   _tenso = gespannen
   _tènt = tent
   _tenta = 1: plagen; pesten. 2: verleiden
   _tentámen = tentamen
   _tentashon = verleiding, verzoeking. kai den tentashon - in verleiding komen
   _tentatibo = hangend, nog niet definitief
   _teología = teologie
   _teológiko = theologisch
   _teólogo = theoloog
   _teorétiko = [znw] theoreticus; [bnw] theoretisch
   _teoría = theorie, leer
   _tep = [znw] tip; plakband; geluidsband. [ww] tippen
   _tèr = treiteren, pesten
   _tera = grond, aarde. tera fríu - het Kikkerland. fò'i tera - in 't buitenland. leu fò'i tera - ver van huis. yiu di tera - landskind; echte Arubaan(se)
   _terapia = therapie
   _terapista = therapeut
   _tèrdó _tèrdor = treiteraar, pestkop, bullebak
   teremoto = aardbeving
   _tereno = terrein
   _terestre = aards
   _teribel {stomme e} = vreselijk; verschrikkelijk
   _teritorio = gebied, territorium
   _terko = [znw] stijfkop [bnw] stijfhoofdig, koppig, hardnekkig.
   _terminá = eindigen, beëindigen, opzeggen
   _terminal = terminaal
   _terminashon = beëindiging; opzegging
   _término = term; termijn
   _terminología = terminologie
   _ternura = tederheid; vertedering
   _teror = terreur; verschrikking
   _terorisá = terroriseren
   _terorismo = terorisme
   _terorista = terrorist
   _tersio = vent, kerel
   _tèrt = soort vruchtentaart
   _tesorero = penningmeester
   _tesoro = schat [niet fig.]
   _tèst = [znw] test; [ww] testen
   _testamènt = testament. Testamènt bieu - het Oude Testament. Testamènt nobo - het Nieuwe Testament
   _testigo = [znw] getuige
   _testiguá = [ww] getuigen
   _testíkulo = testikel; zaadbal
   _testimonio = getuigenis; verkondiging. duna testimonio - getuigenis geven.
   _tete = tiet. pan tete - rond puntbrood [plat]
   _tetero = speen
   _tetetete [C.] = treuzelen, rekken. (A.: telelele)
   _tetratlon = vierkamp
   _tía [S.] = tante
   _tiguer {stomme e} = tijger. Sha Tiguer - figuur uit Nanzi-verhalen.
   _tiki = beetje, weinig
   _tilda = beschuldigen (van nalatigheid)
   _timides = verlegenheid; beschroomdheid
   _tímido = timide, verlegen, schuchter, schaapachtig, vreesachtig
   _timon = roer
   _timonero = roerganger
   _tin {ng} = 1. hebben; 2. er is/zijn; [zonder ta]. [V.T.: tabatin. tin di/tin ku - moeten; Ki mi tin kunes! - Wat kan mij dat schelen! (Ta) kiko tin? - Wat is er?
   _tiña = verven (v. haar of kleren)
   _tinashi = glazen of aardewwerk kruik (zonder stop)
   _tini = hebben. (zie: tin)
   _tino = verstand, bewustzijn, hersenen. paga tino - op z'n tellen passen. paga tino na - aandacht besteden aan. tin bon tino - goed bij zijn. fò'i tino - buiten kennis/bewustzijn. na tino - bij kennis/bewustzijn. uza bo tino! - gebruik je verstand.
   _tío [S.] = oom
   _tipifiká = typeren
   _tipifikashon = typering
   _típiko = typerend, typisch, tekenend
   _tipo = type; soort
   _tira = gooien, werpen, smijten; strooien; schieten; afsteken [v. vuurwerk]. tira lòt - loten. Tira puña - steken onder water geven.
   _tirakochi = sprinkhaan
   _tiramento = [znw] gooien, werpen; schieten, schietpartij
   _tiranía = tiranie; dwingelandij.
   _tirano = tiran; dwingeland.
   _tiro = schot
   _tiroteo = schietpartij, [met vuurwapens]
   _titular = kop (in kranten e.d.); hoofdpunt. E titularnan ta manera ta sigui: - De hoofdpunten zijn als volgt: =
   _título = titel
   _tobo = tobbe; teil. tobo di laba paña - wastobbe. Esei a kai den su tobo di laba paña! - Dat was een kolfje naar haar hand. .
   _tòch _tòchi = aanraken. tòchi-no-tòchi - rakelings
   _todo [S.!] = in: en todo caso[S.] - in alle geval. hasi todo por todo [S.] - alles op alles zetten.
   _todopoderoso [S.] = [znw] Almachtige. [bnw] almachtig
   _tòf = stoer, tof; ple tòf - de stoere jongen uithangen.
   _tofer {stomme e} = knutslen, prutsen, peuteren; uitproberen.
   _tòg = niettemin; toch
   _tòka = 1. aanraken; 2. spelen (muziek); 3. toevallen, behoren tot. Su kabes a tòka. - Z'n hoofd is op hol geslagen. Esei ta tòká bo / Esei ta toka na bo. - Dat is aan jou (voorbehouden).
   _tòkadisko = platenspeler
   _tòkadó _tòkador = speler (v. muziek).
   _tòkamento = [znw] het spelen (v. muziek)
   _tokante di = over, betreffend
   _tòke = tint(je). duna e fiesta un tòke speshal - het feest een speciaal tintje geven.
   _tòks = stompen, meppen, 'n oplawaai geven
   _tolerá = tolereren; dulden.
   _tolerabel {stomme e} = tolerabel, dragelijk
   _toleransia = tolerantie, verdraagzaamheid
   _tolerante = tolerant, verdraagzaam
   _tolondrá = verward (van geest), in de war
   _tomati = tomaat
   _tomo [S.] = boekdeel
   _tóniko = toon-
   _tono = toon; teneur
   _tontia = rotzooien, sodemieteren [zeer vulg.]
   _tonto = kut [zeer vulg!] Bai den tont' i bo mama! - Kruip in je moerskont! [zeer vulg.]
   _topa = ontmoeten; tegenkomen [meestal gevolgd door ku].
   _topas = topaas
   _tópiko = onderwerp (v. gesprek e.d.)
   _topografía = topografie
   _topográfiko = topografisch
   _toque [S.] = in:
toque de queda [S.] - avondklok; spertijd
   _toren {stomme e} = id.
   _tòrmentá = teisteren; martelen
   _tòrmenta = storm
   _tòrmento = marteling [ook fig.]; teistering
   _tòrmentoso = stormachtig
   _tòrna =twinkelen
   _tòrnu = demonteren, uit elkaar halen
   _tòrta = taart. tòrta real - gekoelde puddingtaart. .
   _tòrto = 1.plag; leem. kas di tòrto - lemen huis. 2. eenoog. Den tera di siegonan esun torto ta rey. - In 't land der blinden is eenoog koning.
   _tòrtuga = (zee)schildpad
   _tòrturá = martelen
   _tòrtura = marteling
   _tòs = hoest
   _tosa = hoesten
   _tosamento = [znw] hoesten
   _tòsta = toasten, roosteren
   _tota = borrelen
   _total = [bnw] totaal, geheel
   _totalidat = [znw] totaal, geheel
   _totalmente = [bw] totaal, helemaal; geheel
   _totèki = boomhagedis
   _toter {stomme e} = vuilniscontainer
   _totolika = [ornith.] musduif
   _tou = [ww] slepen; [znw] sleep. na tou - op sleep
   _toubot = sleepboot
   _Toya = koosnaam voor Victoria
   _trabahoso = bewerkelijk
   _trabou = arbeid, werk
   _tradishon = traditie; overlevering
   _tradishonal = traditioneel
   _tradukshon = vertaling
   _traduktor = vertaler
   _tradusí = vertalen
   _trafiká = handelen, handel drijven
   _trafikabel {stomme e} = verhandelbaar
   _trafikante = handelaar
   _trafikashon = handel. trafikashon di droga - handel in verdovende middelen.
   _tráfiko = verkeer. reglanan di tráfiko - verkeersregels
   _tragedia = tragedie
   _trágiko = tragisch
   _traha = werken; bouwen; doen; zetten traha kòfi, te - koffie, thee zetten; traha kara mahos - lelijke gezichten trekken
   _trahadó _trahador = werker. trahadó soshal - sociaal werker/ster
   _trahamento = [znw] het werken, bouwen, zetten etc. (zie: traha)
   _trahe = klederdracht, dracht
   _traidor = verrader
   _traishon = verraad
   _traishoná = verraden
   _traishonero = verraderlijk
   _trámite = maatregel, voorbereiding
   _trampa = val; klem; valstrik; hinderlaag. kai den trampa - in de val lopen, erin trappen
   _trampiá = afgeleefd, afgedragen (v. kleren, schoenen), afgebeuld (v. auto e.d.)
   _trampolin = trampoline
   _trancha = slavenmuur
   _tranka = vastzitten, vastlopen, blijven steken
   _trankera = cactushaag; omheining [van cactussen]
   _trankil = rustig
   _trankilidat = rust
   _trankilo = rustig
   _transa = trance
   _transakshon = transactie
   _transendé = transcenderen, boven de zinnelijke waarneming uitgaan
   _transendensia = transcendentie, bovenzinnelijkheid
   _transendental = transcendenteel, bovenzinnelijk
   _transferensia = overplaatsing, overmaking, overboeking
   _transferí = overplaatsen, overmaken, overboeken
   _transformá = transformeren; omvormen; (totaal) veranderen
   _transformadó _transformador = transformator
   _transformashon = transformatie, omvorming; totale verandering
   _transfushon = transfusie
   _transhèt = rek (in winkel)
   _transishon = overgang
   _tránsito = doorvoer, doorgaand, transito
   _transitorio = vergankelijk; voorbijgaand; overgangs-
   _transkurí = [ww] verlopen
   _transmishon = transmissie; uitzending (v. radio/TV); voortplanting (v. licht e.d.)
   _transmití = uitzenden (radio/TV); voortplanten (v. licht e.d.)
   _transparensia = doorzichtigheid; openheid
   _transparente = doorzichtig; open; transparant
   _transplantá = transplanteren
   _transplantabel {stomme e} = transplanteerbaar
   _transplantabilidat = transplanteerbaarheid
   _transplantashon = transplantatie
   _transportá = transporteren, vervoeren
   _transportabel {stomme e} = transporteerbaar, vervoerbaar
   _transportashon = transport, vervoer
   _trapa = trappen; stappen op.
   _trapi = trap
   _tras (di) _tra'i = achter. tra'i lomnb'i Dios. - erg afgelegen
   _trasa = achterhalen; speuren
   _trasladá = verplaatsen, overplaatsen
   _trasladabel {stomme e} = overplaatsbaar; verplaatsbaar
   _traslado = verplaatsing, overplaatsing
   _traspasá = overdragen, overgeven, doorgeven; overschrijden
   _traspasabel {stomme e} = overdraagbaar
   _traspaso = overdracht; overhandiging, het doorgeven; overschrijding
   _trastorná = [bnw] overstuur
   _trastorno = storing; verstoring; stoornis
   _trata = 1. behandelen. trata di - betreffen, aangaan. 2. trachten, pogen. 3. trakteren; vergasten
   _tratabel {stomme e} = behandelbaar
   _tratabiliidat = behandelbaarheid
   _tratado = verdrag; traktaat
   _tratamento = [znw] het behandelen, behandeling
   _trato = behandeling. trato igual - gelijke behandeling
   _trayekto = traject
   _trayektorio = gang van zaken; carrière; levensloop
   _trèk = [thee, soep e.d.] trekken
   _trèkpòchi [C.] = theepot, theekan. (A.: kanika di té)
   _trèktu = trechter. E lei di trèktu: smal pa bo, hanchu pa mi. - De wet van de trechter: smal voor jou, breed voor mij.
   _tremor = trilling (in aarde)
   _tres = drie; di tres - derde
   _trese = (mee)brengen
   _triangular = driehoekig
   _triángulo = driehoek
   _triatlon = driekamp
   _tribi = durven
   _tribí = gewaagd, ghedurfd; overmoedig, stoutmoedig
   _tribilidat = durf, lef, overmoed, stoutmoedigheid
   _tribon = haai
   _tribu = stam, volksstam
   _tribuna = tribune
   _tribunal = tribunaal
   _tributo = eer (aan overledenen). rindi tributo na - de laatste eer bewijzen aan
   _triduo = triduum [rkk]
   _trigo = graan
   _triki = truc(je); streek; list
   _Trinidat = Drieëenheid, Drievuldigheid
   _trinitaria = bougainvilea
   _trinta = dertig. di trinta - dertigste; trint' i tres - 33.
   _tripa = darmen; ingewanden. tripa diki - dikke darm
   _tripel {stomme e} = driedubbel
   _triptongo = drieklank
   _tripulá = bemannen
   _tripulante = bemanningslid
   _tripulashon = bemanning. sin tripulashon - onbemand
   _tristesa = verdriet; weemoed
   _tristu = verdrietig, triest, sip, treurig; weemoedig
   _trit = [znw] traktatie; [ww] trakteren. (deelw.: getrit)
   _triumfá = triomferen; zegevieren.
   _triumfante = triomfant(elijk)
   _triumfo = triomf ; zege
   _trivial = triviaal; onbenullig.
   _trivialidat = onbenulligheid
   _trobe = weer, opnieuw
   _tròbel {stomme e} = moeilijkheden, pech, problemen, narigheid, strubbeling
   _trofeo = trofee
   _tròk = truck, vrachtwagen, vrachtauto
   _troka = ruilen, omruilen
   _tròmp = tol [speelgoed]; hunga tròmp - tollen [kinderspel] .
   _trompèt = trompet; bazuin
   _trompètista = trompettist
   _trompiká = struikelen
   _tronko = stam (v. boom); torso
   _tronkon = stam [v. boom e.d.]
   _trono = troon
   _tropikal = tropisch
   _trópiko = [znw] tropen. [bnw] tropisch
   _trosé [C.] = verwrongen; verdraaid; misvormd. (A.: trosí)
   _trose = wringen; verdraaien [fig.]
   _tròshi = tros; pol
   _trosí [A.] = verwrongen; verdraaid; misvormd. (C.: trosé)
   _trote = draf [paard, ezel e.d.]
   _trottoir{trotwaar} = id.
   _trouma = trauma
   _troumátiko = traumatisch
   _trupa = troep(en)
   _tubería = leiding (v. buizen), pijpleiding
   _tubo = buis
   _tuku = [znw] schat(je). [bnw] schattig
   _tuma = nemen. tum' aden - overstag gaan. tuma na malu= kwalijk nemen. tuma over= overnemen
   _tumba = [znw] tombe, grafkelder. [ww] omduwen, omvallen, omkieperen, omstoten. laga tumba - zijn biezen pakken
   _tumor = tumor, gezwel
   _tumulto = tumult
   _tumultuoso = tumultueus
   _tuna [A.] = bladcactus. (C.: infrou)
   _tùnel {stomme e} = tunnel
   _tur = alles, al(le), ieder(e). tur hende= iedereen. tur día - iedere dag. tur ora - steeds, alsmaar. tur kaminda - overal; tur lugá - overal. tur klasa di - allerlei
   _turbina = turbine
   _turbulensia = turbulentie; onstuimigheid; woeligheid.
   _turbulento = turbulent; onstuimig; woelig.
   _turdí = verdoofd; versuft; overstuur; in de war
   _turismo = toerisme
   _turista = toerist
   _turístiko = toeristisch
   _turkía = Turkije
   _turko = [znw] Turk; Turks. [bnw] turks
   _turnamento = toernooi
   _turno = beurt; zet. na turno - om de beurt; bij toerbeurt. Ta bo turno! - Jij bent aan de beurt, aan zet.
   _tusa = lege maiskolf (na verwijdering van de mais)
   _tutu = allegaartje, samenraapsel, ratjetoe

   _ubiká = woonachtig zijn; bewonen.
   _ubo = in: Ki ubo di... - Wat te zeggen van....
   _ùit = uiten (zich = su mes)
   _ul = reageren [plat]. E no a ul. - Hij reageerde niet.
   _úlcera [S.] = zweer, maagzweer
   _uli = zeil [voor op vloer of tafel]
   _un {ng} = 'n; één. un hende - iemand. un kos - iets.
   _unánimamente = [bw] unaniem
   _unanimidat = unanimiteit
   _unánimo = unaniem
   _unda = [vr./betr.vnw] waar. unda ku ta - waar dan ook. Mi ta yudá bo te unda mi por. - Ik help je voor zover ik kan. Ta na unda? - Met wie spreek ik? [aan telefoon, plat]. Di unda b'a bin? - Waar kom je vandaan?
   _uni = samen voegen, verenigen; aaneenschakelen
   _uní = verenigd; samengevoegd; aaneengesloten
   _unidat = eenheid
   _unifiká = samenvoegen, verenigen
   _unifikashon = samenvoeging, vereniging
   _uniforme = [znw+bnw] uniform
   _uniformidat = uniformiteit
   _unikamente = [bw] uitsluitend
   _úniko = uniek; enig(e)
   _union = unie; eenheid; bond. Union ta hasi fòrsa - Eendracht maakt macht.
   _universal = universeel
   _universalidat = universaliteit
   _universalmente = [bw] universeel
   _universidat = universiteit
   _universitario = universitair
   _universo = universum, heelal
   _uranio = uranium
   _urbano = steeds, stedelijk
   _urbanisashon = verstedelijking
   _urgensia = urgentie, spoed
   _urgente = urgent, spoedeisend
   _urgi = aansporen; aanmoedigen; (dringend) aanbevelen
   _urina = urine
   _urinario = urinoir
   _uriná = urineren
   _urna = urn. urna elektoral - stembus
   _uster {stomme e} = oester
   _usual = gebruikelijk
   _usuario [S.!] = gebruiker (Pap.: uzadó)
   _usurá = woekeren; woekerwinst maken
   _usurero = woekeraar
   _usurpadó _usurpador = usurpator; uitbuiter
   _usurpá = usurperen; uitbuiten
   _útil = nuttig
   _utilidat = utiliteit; nut; nutsbedrijf
   _utilisá = utiliseren
   _utilisashon = utilisatie
   _Utopia = Utopie
   _utópiko = utopisch
   _uza = gebruiken
   _uzdó _uzador = gebruiker
   _uzo = gebruik

   _vágina = vagina
   _vaginal = vaginaal
   _vago = vaag; onbestemd
   _vaguedat = vaagheid
   _vak = (studie)vak
   _vakansi = vakantie
   _vakante = vacant
   _vakashon = vakantie
   _vakatura = vacature
   _vale [S.] = waard zijn. vale la pena[S.] - de moeite waard zijn
   _valei = vallei
   _valis = koffer; tas; valies
   _vandal = vandaal
   _vandalismo = vandalisme; vernielzucht
   _vanidat = ijdelheid
   _vano [S.] = in: en vano - tevergeefs
   _vapor = damp; stoom; stoomboot
   _variá = gevariëerd
   _varia = variëren
   _variabel {stomme e} = variabel; veranderlijk
   _variabilidat = variabiliteit; veranderlijkheid
   _variante = variant
   _variashon = variatie; variëteit; schakering
   _variedat = variëteit; verscheidenheid
   _vas = vaas
   _Vatikano = [znw] Vaticaan
   _vatikano = [bnw] vaticaans
   _vegetá = vegeteren
   _vegetariano = [znw] vegetariër. [bnw] vegetarisch, plantaardig.
   _vegetario = [znw] vegetariër. [bnw] vegetarisch, plantaardig.
   _vegetashon = vegetatie, beplanting, plantengroei
   _vehíkulo = voertuig [ook fig.]
   _velosidat = snelheid
   _vèn = ventilator
   _venená = vergiftigen
   _venenamento = vergiftiging. venenamento di sanguer - bloedvergiftiging
   _veneno = vergif(t); venijn [ook fig.]
   _venenoso = giftig, vergiftig
   _venerá = vereren
   _venerashon = verering
   _cvenériko = venerisch
   _venga _benga = wreken; wraak nemen; vergelden
   _vengansa _bengansa = wraak; vergelding
   _vengatibo _bengatibo = wraakzuchtig
   _ventilá = ventileren; [fig] verkondigen
   _ventilashon = ventilatie; [fig.] verkondiging
   _verano (S.) = zomer
   _verbal = verbaal
   _verbalisá = verbaliseren
   _veredikto = vonnis [ook fig.]
   _verifiká = verifiëren
   _verifikabel {stomme e} = verifiëerbaar
   _verifikashon = verificatie
   _vershon = versie
   _vertikal = verticaal
   _vertikalmente = [bw] verticaal
   _vespertino = middagkrant
   _veterano = veteraan
   _veterinario = [znw] veearts, dierenarts. [bnw] veterinair
   _vez [S.!] = in: di vez en cuando - af en toe. A la vez - tegelijkertijd
   _vía = toedoen. pa vía di - door, door toedoen van. pa bo vía - door jouw toedoen, schuld
   _viático [S.] = [rkk] viaticum, laatste sacramenten
   _vibra = vibreren; trillen
   _vibrashon = vibratie; trilling
   _viernasanto = Goede Vrijdag (moderner: diabierna santo)
   _vigilá = waken; bewaken; waakzaam zijn
   _vigilante = waakzaam
   _vigilashon = bewaking; waakzaamheid
   _vigilia = wake
   _vigor = kracht. drenta na vigor - van kracht worden
   _vigoroso = krachtig
   _vikario = vicaris
   _víktima = slachtoffer
   _viktimisá = victimiseren
   _viktimisashon = victimisering
   _viktoria = overwinning; zege
   _viktorioso = zegevierend; overwinnend; als overwinnaar(s)
   _vil = laaghartig; verachtelijk; vuig
   _vinaguer {stomme e} = azijn
   _vinkulá = [fig.] verbinden, verbonden zijn; betrokken zijn.
   _vínkulo = [fig.] verbinding, betrokkenheid
   _vindishi = (zie: findishi)
   _violá = verkrachten; onteren, schenden; overtreden
   _violashon = verkrachting; ontering, schending, schennis; overtreding
   _violensia = geweld; geweldpleging
   _violento = geweldadig; onbeheerst
   _viril = mannelijk
   _virilidat = mannelijkheid
   _virulensia = virulentie
   _virulento = virulent
   _vision _vishon = visie
   _visionario _vishonario = [znw/bnw] visioenair
   _virtuosidat = virtuositeit
   _virtuosamente = [bw] virtuoos
   _virtuoso = virtuoos
   _virus = id.
   _vishon _vision = visie
   _vishonario _visionario = [znw+bnw] visioenair
   _visibel {stomme e} = zichtbaar
   _visibilidat = xicht; xichtbaarheid
   _visioso = vicieus. Sírkulo visioso - vicieuse cirkel
   _víspera = vooravond [ook fig.]
   _visual = [bnw] visueel
   _visualmente = [bw] visueel
   _vital = vital; levendig
   _vitalidat = vitaliteit; levendigheid
   _vitamina = vitamine
   _volkan = vulkaan
   _volkániko = vulkanisch
   _volkanólogo = vulkanoloog
   _volúmen = volume. [publicatie] jaargang
   _voluminoso = voluminbeus; omvangrijk
   _vosero = woordvoerder
   _vosiferá = verwoorden; weergeven.
   _vota _bota = stemmen (bij verkiezingen)
   _votashon _botashon = stemming (bij verkiezingen)
   _voto _boto = stem (bij verkiezing). mayoría di voto ta konta - de meeste stemmen gelden. depositá su voto - zijn stem uitbrengen
   _vrun-vrun = [znw] gesuis, geruis, geroezemoes, gemurmel. [ww] suizen, ruisen, murmelen
   _vulgar = vulgair, platvloers
   _vulgaridat = vulgariteit
   _vulnerabel {stomme e} = kwetsbaar; weerloos.
   _vulnerabilidat = kwetsbaarheid; weerloosheid.

   _wabi [C.] = christusdoorn. (A.: hubada)
   _wacharaka = vehikel, karretje, hoestbui op wielen, oude auto
   _wachimèn = bewaker
   _waf = kade; haventerrein; werf
   _waibròsh = staalborstel
   _wak = kijken; zien. Mi ta wak bo! - Tot ziens!
   _wal = kokhalzen; mi stoma ta wal - Ik kan wel kokhalzen.
   _walisali = wilde salie
   _waltaka = boomhagedissensoort. pish'i waltaka - 'n pietsje regen
   _Wancho = koosnaam voor Juan, Jan
   _Wancito = koosnaam voor Juan, Jan.
   _wander {stomme e} = (zie: wandru)
   _wandru = dwalen, dolen; op stap gaan/zijn
   _wanstek = visborst; deel van vis tussen kop en lijf
   _wanta = [znw] klap. El a dal e un wanta. - Hij gaf hem een oplawaai.[ww] 1. verdragen, doorstáán; uithouden. Mi no por wanta (esei). - Ik kan er/daar niet tegen. mi no por wanta mas. - Ik kan 't niet langer uithouden. 2. uitstaan; 'n hekel hebben aan; Mi no por wanta e homber ei. - Ik kan die man niet uitstaan. 3. vasthouden; tegenhouden; weerstaan; weerhouden; tegengaan; weerstaan.
   _wantomba = vogelverschrikker
   _wapa [B.] = heupwiegend dansen bij oogstfees
   _wara-wara = giersoort
   _warapa = sap, juice
   _warda = [znw] wacht; wisseldienst. warda di polis - politiebureau. traha warda - wisseldienst draaien. [ww] wachten; bewaren; opruimen, opbergen, opslaan. Dobla warda! - Wacht maar af!
   _wardadó _wardador = herder. wardadó di prizon - cipier, gevangenbewaarder. e bon wardadó - de Goede Herder.
   _wardalodo = spatb ord
   _warmus = warmoes
   _warniap = in een klap/ lamper ta kòrta warniap - de bliksem slaat in een keer neer.
   _warskiu = waarschuwen; vermanen
   _warwarú = (lichte) wervelwind
   _washi[vero.] = wasbord
   _watapana [A.] = waaiboom; divi-divi. Pal'i watapana - divi-diviboom
   _waterpas = waterpas. pone un hende na waterpas - iemand in 't gareel brengen
   _waya = 1. [znw] [metalen] draad. way'i koriente - stroomdraad. way'i sumpiña - prikkeldraad. 2. gaas. bula waya - over het gaas, omheining springen; uit de ban springen [fig.] 3. [ww] zwaaien; wapperen; aanwakkeren (van vuur)
   _wayabá = 'n kater hebbend
   _wayaba = kater (na alcoholgebruik)
   _wayaká = durante (alltijd groene boomsoort); pokhout
   _wazu = [znw] waas. [bnw] wazig
   _wea = pan, pot. wea di anochi - nachtspiegel; po. we'i pishi - pispot. we'i stim - hoge drukpan; (pressure cooker)
   _WEB = Water en Energie Bedrijf
   _webo = 1. ei. 2. teelbal; kloot. webo wow'i baka - spiegelei. webo moli - zacht gekookt ei. webo putrí - vuil ei. [fig.] kleinzerig. web'i gai - bijgeloof. Komedó di webo no sa ki doló galiña ta pasa pa pon'é. [A.] Komedó di webo no sa ku galiña su atras ta hasi due. [C.] - Andermans werk wordt zelden naar waarde gewaardeerd.
   _wef = weven
   _wefmento = [znw] het weven
   _wega = spel. weg'i bala - voetbal. weg'i dam - dammen. weg'i plaka - gokken. No hasi wega ku mi! - Probeer me niet voor de gek te houden! Esei no ta kò'i hasi wega kuné. - Dat is niet voor de poes. Bo no por hasi wega kuné. - Hij/zij is niet voor de poes.
   _weindrùif = druif
   _weita [A.] = zien. (C.: weta)
   _weki-weki = kortere zijweg
   _wèki = spie, wig
   _wèl = gerust [fig.]; wel. Bo por wèl 'i bisa (esei)! -Dat kun je wel zeggen, ja! Bo por wèl 'i hasíé. - Je kunt 't gerust doen.
   _wela = grootmoeder, grootvader. Bai gaña bo wela! - Maak dat je grootje wijs!
   _wèldu = lassen
   _wèldudó _wèldedor = lasser
   _welga = [znw] staking. kanta welga - een staking uitroepen; gaan staken. [ww] staken.
   _welguista = staker
   _welisali = wilde salie.
   _welo = grootvader
   _wendro = bijna droog (van was)
   _wentskùt = windscherm
   _wenkbrou = wenkbrauw(en)
   _wentru = kieste, cyste
   _wepsanto = Witte Donderdag. (moderner: diaweps santo)
   _wèrchi = haak, haakje (aan deur of raam e.d.)
   _wèrfano = wees
   _wèrki = gruzelmenten. na wèrki - in gruzelmenten, in stukken, kapot
   _werlek (C.) = bliksem; (A.: lamper). bos ku werlek - donder en bliksem.
   _wèrp = [biol.] werpen (v. jongen)
   _wes = rechter
   _weso = bot, been; graat. wes'i lomba - ruggegraat [ook fig.]. wes'i rabo - staartbeen, stuitje. bó weso e ta! - Hij/zij is vel over been. Kachó a nenga weso, weso mes. - gezegd als iemand iets eerst verworpen heeft en daarna toch doet.
   _wéspet = gast; logé.
   _weta (C.) = zien. (A.: weita)
   _wif = weggaan; wegwezen; verdwijnen; M'a wif. - Ik ben weg. Wif! - Wegwezen!
   _wil = stuur; stuurwiel; wiel, rad. na wil - aan het stuur.
   _Win = koosnaam voor Edwin
   _wiri-wiri = kruimels
   _wiri = metalen muziekinstrument bij draaiorgel
   _wisio = oordeel
   _wòchimèn = bewaker
   _wòrde _wòrdo _wòrdu = [h.ww] worden (lijdende vorm). el a wòrdo hañá -hij/zij/het is gevonden (geworden). ta wòrdo bisá ku ... - er wordt gezegd dat ... a wòrdo bisá ku ... - Er is gezegd (geworden) dat ...
   _wòri = 1. [znw] zorg(en). 2. [ww] (zich) zorgen maken; piekeren. No wòri! - Maak je geen zorgen!
   _wou [C.] = blaffen; (A.: ladra)
   _wowo = oog. wow'i hangúa - het oog van de naald. wowo kosí - spleetogen. wowo habrí - met open ogen. wowo será - met gesloten ogen. wow' i djampou - grote, uitpuilende ogen. blòk' i wowo - sierblokken. den un fregá di wowo. - in 'n oogwenk. kòrta un hende un wowo - iemand bestraffend, vernietigend, vuil aankijken. pa wow'i hende - voor het oog van de mensen. mi wowo ta kai - Ik val om van de slaap. Mi wowo a bira. - Ik zie oost voor west en west voor oost.
   _wrakadam = boem!, Pats!

   _xenofobia = xenofobie

   _ya = in: ya ... kaba - al. ya ku= aangezien
   _yabero = sleutelhanger
   _yabi = sleutel. yab'i suichi - kontaktsleuteltje
   _yag = jagen
   _yagdó _yagdor = jager
   _yagmento = jacht [op dieren]
   _yaki = jak(je); saya ku yaki - twee have deuren op elkaar.
   _yalurs = jaloers
   _yama = [onov.ww] heten. Kon yamá bo? - Hoe heet je? (tegen kinderen). Kon yam'é trobe? - Hoe heet hij/zij/'t ook weer? [ov.ww] roepen; noemen; opbellen, telefoneren. yama un hende ayó - afscheid van iemand nemen. un asina yamá... - een zogenaamde ...
   _yamada = 1. oproep. beroep; hasi un yamada riba - een beroep doen op. 2. telefoongesprek. hasi un yamada (telefóniko) - opbellen, telefoneren
   _yamamento = oproep; geroep
   _yambo = ocra. Yambo bieu a bolbe na wea. - Oude liefde roest niet.
   _yanga = kwispelen
   _yanuari = januari
   _yapon = nachtpon
   _yarda = yard [E.], el (0,911,4 meter)
   _yate [S.] = [mar.] jacht.
   _yaya = [znw] kindermeisje. [ww] vertroetelen, verzorgen
   _yega = aankomen (na - op, te). yega di hasi= (ooit) wel eens gedaan hebben.
   _yegada = aankomst
   _yen {ng} = vol. Nan tin yen di kos bunita. - Ze hebben 'n heleboel mooie dingen.
   _yena = vullen; vol doen; invullen; opblazen
   _yerba = gras; kruid; onkruid. yerba di laman - wier. yerba hole - basilicum. mala yerba - onkruid. Mala yerba no sa muri. - Onkruid vergaat niet. [fig.]
   _Yerusalem = Jerusalem
   _yewa = [znw] ezellin; merrie; [fig.] wijf; yewa kayente - [fig.] loopse teef. [ww] flirten (door vrouwen)
   _yewero = flirterig; wuft; wulps
   _yeye = [biol.] cicade
   _yis _yist = gist
   _yiu-homber [A.] = zoon. (C.: yu-homber)
   _yiu-muhé [A.] = dochter. (c.: yu-muhé)
   _yiu [A.] = kind; zoon; dochter. yiu di Korsou - Curaçaoenaar; yiu di tera - landskind, echte arubaan. 'n Ta yiúi mama! - Dás geen kattepis! e yiu perdí - de verloren zoon. (C.: yu)
   _yiuchi = kindje; baby; zuigeling.
   _yobe = regenen. Awa ta yobe - het regent
   _yobida = [znw] regen, regenval
   _Yonchi = koosnaam voor Leon
   _yong = jong
   _yongotá = (dansend) hurken.
   _yonkuman {ng} = jongen (waarmee een meisje verkering heeft); jongeman
   _yòp = optrekken, rechttrekken (van schoenriem of vlieger e.d.)
   _yora = schreien; huilen; janken. yora malai - weeklagen, ach en wee roepen (als het te laat is)
   _yoradó _yorador = huiler. Yoradó no ta yora largo. - klagers hebben geen nood
   _yoramento = gehuil, huilen. na yoramento - huilend
   _Yordan = Jordaan
   _Yordania = Jordanië
   _yòrki = gedroogd schapen- of geitenvlees
   _yoron = huilebalk
   _yotin {ng} = munt van 50 cent. trè yotin - 'n daalder
   _yu [C.] = kind, zoon, dochter (A.: yiu)
   _yu-homber [C.] = zoon. (A.: yiu-homber)
   _yu_muhé [C.] = dochter. (A.: yiu-muhé)
   _yuda = helpen
   _yudadó _yudador = helper
   _yudansa = hulp
   _yùfrou = juffrouw. yùfrou di skol= schooljuffrouw, onderwijzeres
   _yugo = juk
   _yùis = juist; precies
   _yüli = juli
   _yuna = [ww] vasten. día di yuna i abstenensia - vasten- en onthoudingsdag
   _yüni = juni
   _yuwana = leguaan

   _zalheit = in: duna un hende su zalheit - iemand stevig uitkafferen
   _zanzan = in: hasi zanzan - grondig de bezem door iets halen.
   _zeilu = zeilen
   _zelo = ijver
   _zeta = [znw] olie. zeta dushi - slaolie. [ww] smeren; olieën
   _zim = zink
   _ziper {stomme e} = ritsluiting
   _zombi = spook (dolend lijk).
   _zona = [znw] zone. [ww] klinken
   _zonido = geluid, klank
   _zoya = schommelen; wiegen. stul di zoya - schommelstoel
   _zuai = [znw] zwaai. [ww] zwaaien; slingeren; zwalken
   _zuip = zweep
   _zundra = opspelen; schelden; uitschelden
   _zundrá = uitkaffering; uitbrander; scheldpartij. Duna un hende un bon zundrá. - Iemand flink de kast uitvaren.
   _zundramento = gescheld
   _zür = zuur
   _zürdeg = zuurdeeg; zuurdesem.

Retour hoofdmenu.